|
© The text and photopgraphs on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are. |

Hans Arend de Wit Bijzondere, snelle auto's heb ik niet alleen als rijmachines gezien, maar ook als tijdmachines, zoals de legende waarin ik laatst voor het eerst aan het stuur zat, een Aston Martin DB2 zat, de handen alert op tien voor twee, terwijl in een hemelse stilte de tijd terug vloog naar de late veertiger jaren, naar het moment dat ik voor het eerst een Aston Martin had gezien, die daarna op mijn levensweg een mijlpaal in de verte zou worden. Met een tinteling als van liefde op het eerste gezicht werd ik toentertijd overvallen door een aantrekkingskracht voor sportwagens, die nooit meer is weggegaan. Mijn tijd komt nog wel, dacht ik toen er nog maar weinig personenauto's reden. In onze straat stond alleen in de weekeinden een vooroorlogse zwarte Terraplane, en kwam een zoon van de overburen af en toe met een ossenbloedrode Oldsmobile op bezoek bij zijn ouders. Na een tijdje was die opeens ingeruild voor een Morris Minor in de zelfde kleur rood, het eerste model met de koplampen in de gril. Hoewel er gezegd wordt dat dit niet mogelijk is heb ik die nog steeds duidelijk voor ogen. Later parkeerde onze dokter een groene Studebaker Champion voor de deur, met zo'n chromen kogel in de neus. En er stond ook nog eens een week lang een enorme roomwitte Mercury in de straat, die over de oceaan uit Venezuela kwam varen. Verder stonden er bijna nooit auto's, totdat ik als jonge gast mijn eigen Austin Seven de straat in reed. Als het droog was fietste ik als tiener op Zaterdagmiddag vaak vanuit Amsterdam (Oud) West naar de Overtoom die elke keer twee maal langer was dan ik me herinnerde, die troosteloze, eindeloze Overtoom, die toen nog niet geasfalteerd was, het fietspad geplaveid met bakstenen en de middenweg met kinderkopjes. Eerst kwam Wierda, rechts, op een afstand hoorde je al dat je in de buurt was, een winkel met donkerrode Matchless-motoren, één- en tweecilinders. Als het daar een tijdje stil was met het ronkend komen en gaan van kordate mannen en er niet veel te beleven viel, dan stak ik een endje verderop de straat over naar Van Pelt met zwarte en zilveren Nortons, één in de etalage, en soms één voor de etalage, net aangekomen of weldra weer vertrekkend met een diep sonoor gebulder. Die motoren waren een voorproefje op het mobiele leven dat ik verderop in de straat te zien zou krijgen. Van het mogelijk ooit bereikbare stak ik de straat weer over, naar de oneven kant, naar de droom verderop, de showroom van de A.R.M., de Amsterdamsche Rijtuig Mij. Van een afstandje zag ik de Aston Martin al staan, en met een zwaai fietste ik het binnenpleintje aan de zijkant van de showroom op tot aan de grote etalageruit met daarachter een donkergroene DB2. British Racing Green, was me verteld. Nadat ik een paar maal bijna met m'n neus platgedrukt tegen de ruit naar de Aston had gekeken stond op een zonnige Zaterdagmiddag de motorkap open, de hele voorkant naar voren toe open gescharnierd. Ernaast stonden twee mannen, beiden in blazers met blinkende knopen. Aan de gebaren dacht ik te zien wie de verkoper was. Op dat moment rijpte het plan om verkoper van zulke auto's te worden, want om rijk genoeg te worden om zo'n auto te kunnen kopen kon ik geen plan voor bedenken. Het bezit van zo'n auto, dacht ik voortdurend over, was alleen mogelijk als je vader rijk was en het goed met je voor had, of als je over lijken gaand voldoende geld bij elkaar kon krijgen. Of dus verkoper worden, of anders autojournalist. Ik ging Astons tekenen. Zo kon ik intussen tenminste in die wereld binnentreden. En ik begon een verhaal te schrijven over een jongen met een rijke vader die hem zo'n auto had gegeven. Herinneringen aan dat verhaal kwamen weer boven toen ik na ruim een halve eeuw eindelijk achter het stuur zat van een DB2 uit de collectie van John Houtkamp die de motorkap voor me had opengezet om de legendarische, schitterend gepoetste krachtbron te laten zien. Een jaar of tien nadat ik bij de A.R.M. voor het eerst een Aston Martin had gezien, en ik nu serieus over het kopen van mijn eerste auto was begonnen te denken bleek de showroom van de A.R.M. op de Overtoom verplaatst te zijn naar de Nassaukade, en daar stond een groene SAAB, zo een als waar prinses Beatrix in reed. Swedish Green. Die staat nu in het klein in mijn vitrine, maar geen mooie DB2, die ik tot nu toe in geen enkele schaal heb kunnen vinden. Uiteindelijk kwam ik na veel zoeken en oriënteren bij een garage terecht op de Sloterkade, Graftdijk, waar ik in vijf minuten een Austin Seven kocht, onder de voorwaarde dat ik hem niet hoefde af te nemen als ik niet slaagde voor m'n rijexamen. Een Engelse auto die ik betalen kon, een lichtblauwe, de kleur die ik had bedacht, waarmee ik afstand nam van rallies en races; een nieuwe visie op de vorm van auto's. De baas van de garage, meneer Kollewijn, reed in een rode Cooper, de auto die ik voor de nabije toekomst als een na te streven opvolger zag. Bij die zelfde garage, die inmiddels Houtkamp heette, kwam ik, nadat ik in talloos andere merken had gereden, jaren later terug om een Cooper S te kopen, en die te laten opvoeren tot een volbloed urban racer, als tweede auto. De eerste werd een Donkervoort, één van de eerste met cycle wings. Mijn Cooper liet ik aan John Cooper zien, die met al z'n mensen heel verrast was door de uitvoering van het nieuwe zwarte dashboard met klokken van een Donkervoort. "You've gone a long way!" Met de Donkervoort behaalde ik een beker in een concours d'élégance in Engeland, georganiseerd door de Engelse Seven-club, omdat die zo puur, strak, sober en racy was met z'n cycle wings, al het chroom en aluminium gespoten in British Racing Green, in feite Bentley-groen met een puntje extra zwart. Die vreugdevolle, spannende tijd met de Donkervoort is inmiddels ook al weer een tijd geleden. Het was tijd geworden voor een nieuwe traject op mijn levensweg. Het was Herfst geworden in mijn leven en ik wilde daar tussen de wielen voluit van genieten, en klassieke, verre, rustieke landschappen beleven. Na al die jaren zat ik eindelijk toch nog in een DB2, die voor mij op de achtergrond nog steeds een levende droom was, de icoon van de rijmachine waarmee je in stijl jezelf kunt verplaatsen zonder verloren te raken in de herkenbare, beschimpte wereld van de nieuwe rijken. "Waar zou je naar toe willen?" vroeg John Houtkamp. "Als we je levensweg nu even recapituleren dan was de Cooper te klein door de te veel ruimte in beslag nemende Recaro's zodat je je ouders niet kon meenemen, en daarvoor was ie ook te hobbelig en te snel om niet heel nerveus te gaan rijden. En de Donkervoort was niet erg geschikt, heb ik begrepen om fotoapparatuur en een laptop mee te nemen. Onoverkomelijk was, had ik begrepen, dat je op doortocht van besproken garage naar gereserveerde garage moest rijden en hem zelfs nergens buiten het zicht op een parkeerterrein kon laten staan als je ergens ging koffie drinken, omdat het zeildoek van de bagageruimte niet afsluitbaar was. Je Alfa Romeo vond je eigenlijk te modern, zo was het toch? En nu zou je eindelijk je jongensdroom in vervulling willen laten gaan?" Inderdaad kwamen wij een keer terug bij de Donkervoort op een parkeerterrein pal achter de winkelstraat van een stadje zoals dat op kalenders stond en toen bleken de drukknoppen van het de bagageruimte losgetrokken te zijn, maar er was niets gestolen. Vanaf dat moment waren we zo huiverig geworden om de auto uit het zicht achter te laten, dat we dat nooit meer hebben gedaan. "Dat is film," zei John. "In de werkelijkheid kennen wij natuurlijk geen flashbacks, als ik zo vrij mag zijn. Dat is een droomwereld, dat is de filmwereld, dat is reizen met een hele cameraploeg, compleet met mecaniciens als je die tochten met een DB2 wil maken. De harde werkelijkheid is dat een bijna antieke Aston vergeleken kan worden met zijn iets oudere bestuurder, die niet meer onvermoeibaar vitaal is als in z'n jeugd, met allerlei vervelende verschijnselen die een veilige aankomst in de weg kunnen staan. Deze Aston has come a long way. Wist je by the way dat de letters DB staan voor David Brown, een rijke fabrikant van landbouwtractoren." "Ja, dat weet ik van mijn huiswerk, net zo als Lamborghini, maar ga verder." "Hij kocht in 1947 het noodlijdende merk Aston Martin via een advertentie in een van de Britse autobladen, voor 20.000 Pond Sterling. Tijdens de tweede wereldoorlog had Claude Hill die bij Aston Martin werkte een 2 liter motor met door stoterstangen bediende kopkleppen ontwikkeld voor de Aston Martin Atom. Maar David Brown vond dat die 2 liter niet krachtig genoeg was, en kocht daarom ook nog het merk Lagonda. Dat beschikte namelijk over een prachtige 2,6 liter motor met twee bovenliggende nokkenassen, ontworpen door niemand minder dan de beroemde W.O. Bentley. Op het buisframe chassis van de hand van Claude Hill tekende Frank Feeley, die van Lagonda was meegekomen, de gestroomlijnde DB2 carrosserie." "Ik heb je leren kennen als perfectionist," zei John, "waardoor je met je Cooper geregeld naar de garage kwam als je iets hoorde, of dacht dat er iets was dat niet werkte als het hoorde. Zou je niet kunnen overwegen naar een andere fantastische automobiel te kijken?" "Nee, deze was voor ooit mijn grote droom, vanaf het begin toen ik nog een fietsende tiener was. Mijn dochter die in Engeland woont kent iemand met een lang rij Aston Martins, vertelde ze mij, en daar ben ik eens gaan kijken, als je had gezien wat dáár stond! Tot de allernieuwste types toe, een eindeloze rij van negen DB's, Vantages en Vanquishes in een garage van Wyles Hardy & Co, midden in de glooiende velden rond Bovingdon aan de Ley Hill Road als ik me goed herinner, bij Hemel Hempstead in Hertfordshire. Een zilveren DB2 in de showroom stal de show. Je hebt er een kleur van, had mijn vrouw gezegd. Afgezien van deze cap die ik altijd draag, kreeg ik het boek dat Gordon Wyles had laten schrijven over de restauratie van Bentley 'Old Number One, the Double Le Mans Winner', gesigneerd door 'The Nanny', Gordon Wyles zelf . Dan kom je wel goed in de stemming, m aar het lijkt me niet erg praktisch om daar in Engeland een auto te kopen zo lang ik hier woon, en dan ook nog met een rechts stuur. Het was een fantastische ervaring om die Astons daar allemaal bij elkaar te zien, maar het zou niet anders dan een sprookje blijven. Maar ik voelde wel zeker dat ik eens in m'n leven een èchte GT voor ritten door de lanen van weleer. Geen Ferrari of Lamborghini . D ie nieuwe two-seaters zijn prachtig op hun manier, maar die werden ontworpen voor doelgroepen met nieuw geld, puur marketing, maar een Aston, een DB2, was vóór de tijd dat Ford de baas werd, voortgekomen uit liefde, echte liefde." "Dat zei je toen ook van de Donkervoort," zei John, opeens de ex-leraar ten voeten uit, "de enige echte, doorontwikkelde Lotus Super Seven. Maar hoe was het ook weer? Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid die niemand kan verklaren. Maar voor jou ligt het praktisch bekeken eigenlijk heel duidelijk. Ik denk dat je niet genoeg geld hebt, als ik dat zo mag zeggen, om van duur hotel met een garage naar het volgende dure hotel te rijden, en je zult de tijd en de rust niet hebben om in zo'n hotel te wachten tot er een monteur langs komt of een autoambulance, omdat je wat hebt gehoord, of omdat er echte problemen zijn waardoor je niet verder kunt. Want dat is de realiteit van het leven met deze volbloed van zestig jaar oud. Daar komt bij, dat als je te lang achterom blijft kijken, een botsing onvermijdelijk is. Ken je dat spreekwoord? Ik vind oprecht dat ik jou dit museumstuk niet kan verkopen, want ik weet zeker dat jij in jouw omstandigheden, en de afstand van de reisdoelen die je probleemloos wilt bereiken, er niet gelukkig mee zult worden. Daar gaat het uiteindelijk om." "De laatste tijd hebben die beginjaren me erg bezig gehouden," zei ik, "de tijd dat ik mijn levensweg aan het kiezen was. Ik heb zo het gevoel dat deze auto een medium zou kunnen zijn om de weg terug te vinden." "Zou je dan niet beter een Austin Seven kunnen kopen? Maar op dit moment kunnen we er in elk geval niet mee rijden, want ik wacht op een onderdeel. Maar als hij helemaal in orde is gaan we op een mooie dag eerst een eindje rijden. Waar zou je foto's willen maken, dat wilde je toch?" " Bij Kraantje Lek, in de sfeer van de legendarische Kraantje-Lek-Ritten? En de Zeeweg."
|















