|
© The text and photopgraphs on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are. |

Een stille liefde
De Bugatti T35 in de winkelvitrine is verbluffend echt, maar gezien door een omgedraaide verrekijker waardoor alles verkleind is. Even zie ik hierin de Bugatti van Monogram die ik ooit zelf gebouwd had en die de trots was van mijn collectie. Maar dit model van de modellenmakers van CMC is werkelijk nog veel echter. De vooras staat op een houten blok, dat kennelijk speciaal gemaakt is om de wielen te verwisselen, of om aan de remmen te sleutelen. Er ligt een linker voorwiel naast met een hamer onder een heuse remtrommel, een miniatuur hamertje in de schaal 1:18, waarmee het wiel is gedemonteerd. Iets mis met de trommelrem? De frictieschokbreker afstellen? Even een vergrootglas pakken. Die unieke typisch schuin staande gegoten aluminium wielen met die prachtige spaken. Vanaf de andere kant van de vitrine is de motor te zien, want rechts staat de motorkap open. Ter hoogte van het stuurhuis, met een echt, hoewel onzichtbaar wormwiel(!) komt een stang naar buiten die verbonden is aan een trekstang die de wielen aanstuurt. De carrosserie wordt aan de onderkant vast gehouden door bouten en moeren die gezekerd zijn door een ijzerdraadje, of zeg maar roestvrijstalen kabel op schaal, dat typisch voor Bugatti zigzag van moer naar moer loopt, waardoor de carrosseriedelen stevig aan elkaar zijn genaaid. Het strakke achtcilinderblok dat gedeeltelijk schuil gaat onder en achter koperen leidingen en de twee horizontale Zenith-carburators. Was mijn eigen oude Bugatti niet blauwer, donkerder blauw? Ik hoor het typische Bugatti-geluid, dat roestvrijstalen hoge potente maar verfijnde geluid van de machine, het geluid van hooggestemde verwachtingen, van de carburators en de uitlaat, het geluid van de lp die ik destijds met een hoge frequentie draaide. Hoeveel pk? 95, uit een 2-liter kunstwerk bij 6000 toeren als ik het wel heb. Ter hoogte van de cockpit buiten de carrosserie de handrem, en dat blijft wonderlijk, de versnellingspook, door een gat dat is dichtgemaakt met een stuk leer of een soortgelijk flexibel materiaal. Het houten stuurwiel met de vier slanke aluminium spaken, dat aan weerszijden van de spaken omwonden met een dun soort touw. In de cockpit gebogen zie ik handles en knopjes waarvan ik de functies weer moet opzoeken. Een handle, herinner ik me, waarmee al rijdend olie naar de motor werd gepompt. De op het in schijfjes gefraiste dashboard gemonteerde magneet met kabeltjes, en meters met cijfers die alleen met een vergrootglas bekeken kunnen worden, maar werken ze? Je wordt er zo stil en klein van dat je jezelf moet knijpen om niet te gaan zitten in het kuipje met op schaal gemaakt echt zwart Marokkaans leder weg te rijden. Het ruitje is geen ruitje maar een frame met stevig gaas tegen grint en stenen, zoals ook voor de radiator, voor de Mille Miglia en de Targa Florio. Kort na de oorlog stond in Amsterdam precies zo'n Bugatti gewoon langs het trottoir geparkeerd in De Lairessestraat alsof het een oude fiets was, wat in die tijd ook al uniek was. Er waren toen praktisch geen auto's, alleen de Studebaker van onze huisarts er pal tegenover. In die tijd kostten Bugatti's nog geen droomfortuin en was het niet heel link om hem zomaar buiten te laten staan. Het was altijd regenachtig herinner ik me, en er zat niet eens een tonneau-cover over de cockpit. Eindeloos stond ik naar het stuur en de instrumenten te kijken, tot ik bijna te laat bij de dokter kwam, en nu weer. En de riemen over de motorkap, waarmee ik later zo'n tijdrovende moeite mee zou krijgen om de gespen op schaal met een pincet gesloten te krijgen. Nooit had ik de hem zien rijden tot ik jaren later in een voorstadje van Londen in de hoofdstraat op mijn dochter stond te wachten en het geluid van een Bugatti-racer dat ik van de lp kende in mijn richting kwam, een T35 warempel, herkenbaar aan het frappant positieve camber van de dunne banden om de voorwielen, met hoge snelheid verrassend links, en met een sierlijke, behendige draai stopte hij pal voor me aan de stoeprand, een man in een leren jack en racekapje met goggles op z'n voorhoofd sprong eruit, liep een automaterialenwinkel binnen. Ik stond op het trottoir geklonken en dacht er niet eens aan om een foto te maken, maar wel om de wat smoezelige racer wel te zoenen, en na een minuutje kwam de man de winkel weer uit, sprong in de Bugatti en reed weg als in een boodschappenautootje, aan het eind van de straat misschien wel met 180 km/u, met een geluid waar ik kippenvel van kreeg, en tranen in de ogen. Wat had deze man, die zo helemaal uit een andere tijd kwam aangescheurd, daar gekocht? Misschien wel een startonderbreker. Zou hiermee in het weekend een race een race worden gereden? In de vijf varianten, las ik later, die van de T35 werden gemaakt, werden tussen 1924 en 1927 in races 1851 overwinningen behaald. In de racerij tot nu toe nog steeds niet overtroffen successen. De Bugatti die nu in mijn eigen vitrine staat is nog steeds begeerlijk voor de happy few en voor de liefhebbers van de knapste en meest eigenzinnige en meest verfijnde racer van alle tijden, en lijkt eindelijk bereikbaar. Na een tijdje te hebben geaarzeld heb ik de roestvrijstalen tankdop losgedraaid om even te kijken, maar de tank was leeg. Na een tijd zoeken weet ik opeens weer de regel die me zo frappeerde in het een boek dat ik heb gekocht in het Schlumpf Museum in Mulhouse: "A Bugatti is the only car that lets you feel what's missing in any other car." Na al die jaren van stille liefde en dromen op afstand kan ik nu niet zomaar weglopen. Hier moet ik het maar mee doen. |