|
|
Tussen de pieren, dansend op de hekgolf van een
snelle reddingsboot, zie ik opeens een lijn tussen de vakantiehuisjes
aan het strand van IJmuiden en de krotwoningen van de Engelse arbeiders
die daar achter de duinen hebben gewoond, de gastarbeiders die hier naar
toe waren gehaald om het Noordzeekanaal te graven. Onze welvaart is over
een lange weg gekomen. De Engelsen woonden er onder wat je noemt erbarmelijke
omstandigheden. Dat was tussen 1865 en 1883. Dat de Hoogovens onder de
gezamenlijke naam Corus nu de Engelse collega’s boven water houden,
is dat toeval?
|
|
|
|
Het is een lange wandeling terug naar waar de auto
staat, over de promenade langs de Marina. Het is stil in de haven. Een
moeder is bezig met kinderen en twee rubberbootjes. Jongens springen vanaf
een loopbrug, een beetje het gevoel aan de Middellandse Zee te zijn. Met
de auto rij ik naar de pont van Velsen, vanwaar ik de connectie met de
‘benauwde’ hoofdstad over het kanaal wil beleven met de flitsend
gifgroene van oorsprong Russische draagvleugelboot van Connexxion. De
schippers Peter Steneke en Fred Vet hebben vanuit de cockpit een ruim
uitzicht op het water, en ze komen nog hoger te zitten als de boot zich
op haar vleugels verheft. De KLM-zwanen aan de kant blijven daar en komen
niet in ons vaarwater.
De belevenis op de brug overtreft waarachtig de sensatie op de brug van een Boeing, omdat het lijkt op een moderne kruiser, maar met een snelheid die vele malen groter is, met zestig kilometer volgens de GPS. Met deze boot vergeleken verloopt een reis in een Boeing trouwens heel gladjes, terwijl de boot op een neer stampt en deint, en je niet kan blijven staan zonder je vast te houden. Op mijn vraag hoe veilig het varen met deze boot is krijg ik een uitgebreid antwoord, dat de beroepsvaarders via de marifoon elkaar in de gaten en op de hoogte houden. Als een schip een kanaal uit komt, dan wordt dat door gegeven. Peter zet de radar aan, een enorm scherm dat laag geplaatst voor de stuurstoel makkelijk afleesbaar is. Op dat moment komt ons een schip tegemoet dat nogal in het midden vaart en Peter zegt dat het twijfelachtig is wat het gaat doen. “Het lijkt op een computerspelletje,’ zegt Peter, “alleen heb je geen game over. Wel replay bij de havendienst.” Als het ’t kanaal in gaat zou dat bijvoorbeeld hachelijk kunnen worden. Peter mindert vaart. De tegenligger heeft ons gezien en valt wat af naar zijn eigen wal. Op het radarscherm is deze manoeuvre duidelijk te volgen. In het verlengde van ons eigen schip loopt een dunne lijnt recht vooruit, die de kiellijn voorstelt. Er komt met grote snelheid een stip op ons af, in de vorm van een bootje. We snellen een rubber raft van Greenpeace voorbij. Er komt een nieuwe stip aan, teveel in het midden. “Laat ze nou niet verder uit de kant gaan dan veertig meter,” zegt Fred. En ik zeg dat een blad als Schipper m/v daar niet genoeg attentie voor kan vragen. “Als ik er binnendoor ga, dan zit ik altijd fout. En nou is er geen andere vaart in de buurt. Dus kan het makkelijk.” Ondertussen komt er door de marifoon steeds nieuwe informatie. Bij de pont van Buitenhuizen is er wat aan de hand, of gewoon maar een melding. “Voor beslissingen is er bijna geen tijd.” Er vraagt iemand of bekend is wanneer daar een brug open gaat. “Ook weer zo’n voorbeeld. Ga een beetje voorbereid van huis.” Dan komen ons weer zwanen tegemoet. “Wat dat betreft zijn die zwanen betrouwbaarder, die gaan niet aan de kant, die blijven daar liggen, daar moet je omheen, of je moet stoppen. Die trekken zich niet aan van ons. Daar komt bij dat wij een snelvarend vaartuig zijn, waar geen goeie wetgeving voor is.” Dan volgt een laverend zeilschip. “Kijk, die vaart tien meter aan de kant, zo kan het ook. Wij zijn een vreemde eend in de bijt, je bent altijd in de picture en ze zien alles wat je doet. Maar ik moet zeggen dat we heel weinig commentaar krijgen.”
|
|
|
Achter het Centraal stap ik af en
spring op IJveer 35, met schipper Sieb Palstra, en zijn matroos Bart Visser.
Terwijl Sieb aan het roer zit loop ik met Bart het schip rond die vertelt
over de agressie onder de passagiers. “Vooral in de weekenden is
het niet te voorspellen wat er over komt. Dan is het vaak een overmacht.
Eenvoudige jongens als wij kunnen dat onmogelijk aan. Zoals ze vroeger
respect hadden voor gouden strepen werken die nu als een rooie lap op
een stier. Er zullen verder gaande voorzorgsmaatregelen genomen moeten
worden. Er liggen voorstellen, maar het is nog lang niet zo ver dat die
zijn aangenomen. Maar dat weet je misschien wel uit de krant, dat het
hier heel link is geworden.” |
|
De tocht naar de steiger van Draka en het Java-eiland levert veel mooie foto’s op, maar door de herrie niet veel gesprek. In de cockpit van de vleugelboot overpeins ik de verschillen op weg terug naar IJmuiden.
Terug naar Switch Image Features.
|