Verschijnt in De FOTOgraaf van Juli 2008

Duco de Vries, foto Hans Arend de Wit
Je moet bereid zijn
om in je onderwerp op te gaan,
je er zelfs in te verliezen.
Je moet het beleven en analyseren
voordat je gaat fotograferen.
Hans Arend de Wit
"Het boek is al een beetje uit m'n systeem," zegt Duco, "ik heb daarna al aan zoveel andere opdrachten gewerkt. Ik word er nog wel vaak aan herinnerd, maar inmiddels ben ik nu met een nieuw boek bezig."

Links op een uithoek van de grote tafel in de woonboerderij van de fotograaf ligt het boek "Bikers in Holland" van Duco de Vries. Duco is en was geen boer, geen agrariër van huis uit, maar studeerde kunst en werd kunstschilder, en later docent in de schilderkunst. De inrichting van het huis weerspiegelt niet de levensstijl van een man die op het land werkt. Rechts op de tafel ligt een bijbel, Zen and the Art of Motorcycle Maintenance . Buiten, van links naar rechts ligt eindeloos weiland tot aan de einder, met achter de struiken de rechte smalle, eindeloze weg die daar moet lopen, tot aan de autoweg die van Noord naar Zuid door West Friesland loopt.
Een kunstschilder kijkt anders als fotograaf.
"Omdat ik een opleiding heb gevolgd voor kunstschilder, denk ik dat ik door deze achtergrond en mentaliteit de creatie van een foto misschien heel anders aanpak dan een fotograaf die altijd en alleen fotograaf wilde worden, omdat ik me wil inleven, er in duiken, zoals met de Rogues, de groep bikers waar ik dertien jaar mee heb opgetrokken. Ik ben gaan vinden dat je bereid moet zijn om in zo'n wereld te verdiepen, en in op te gaan, je er zelfs in te verliezen. De mensen die je zo ontmoet ga je kennen als echte, levende mensen. En dan zie je die wereld van binnen uit, en zie je het respect die dat ze voor elkaar hebben en zie je een cultuur als één blok. Het is zo anders dan schilderen, opgesloten in je atelier, in je eigen gedachtenwereld, filosoferen over welk onderwerp en welke thematiek je wil gaan belichten. Als fotograaf ben je ook aan het denken, natuurlijk, en aan het beleven en analyseren maar dat gaat spelenderwijs, en dat vind ik het mooie van fotograferen, dat het zo veel enerverender is."
In New York wilde hij definitief fotograaf worden.
Duco deed Havo, volgde de docentenopleiding Kunstgeschiedenis en schilderen (AHK), eerste graads bevoegdheid kunstgeschiedenis en schilderen. In het 4e jaar van zijn studie kreeg hij een beurs om aan de State University of New York te studeren. NY inspireerde hem om serieus verder te gaan met fotograferen. "Mijn roommate was senior photography en ik senior painting. Ga mee naar mijn lessen, zei die. Ik deed gewoon met de opdrachten mee. Terug in Nederland wist ik het wel, dit is mijn ding. Ik wil niet achter een ezel zitten, ik wil naar buitem, ik wil mensen zien!" Hij rondde hij de AHK af, en begon hij met een studie Fotografie aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Voor zijn eindexamenopdracht in 1995 richtte hij zich op portretfotografie en is dat daarna blijven doen. Daarnaast is Duco docent aan de FotoAcademie in Amsterdam.
Zit het wel in je genen om met die bikers mee te rijden?
"Het is goed dat je het geen infiltreren te noemt. Mijn vader heeft BSA gereden, is tandarts geworden en hij is wel een heel ander tiep dan ik, van hem heb ik het niet. Het zijn meer mijn moeders genen. Zij schildert en beeldhouwt."Je had je dus ook bij metselaars kunnen aansluiten, of vrijmetselaars.
"Die groep sprak me erg aan. Trouwens elk onderwerp en elke groep van beoefenaren van een beroep of een sport, die mij in potentie zou kunnen boeien zou een onderwerp kunnen zijn, maar zoals dat gaat kom je met mensen in contact en dat gaat soms verder, totdat het beroep of de interesse je zó boeit dat je denkt dat je er iets moois mee zou kunnen doen. Als je dan het geluk hebt dat je contact een vitale plaats in zo'n club inneemt kan het meteen makkelijker worden."
De eerste foto die ter sprake komt is een portret dat groot in een blad had gestaan bij een interview, van een echtpaar, hij een getatoeëerde Rogue en zij lijkend de mogelijke tweelingzuster van Demi Moore.
"Zo'n foto kun je alleen maken nadat er een vertrouwen is ontstaan, wanneer je die wereld van bikers wil leren kennen, en als je elkaar dan na lange tijd kent, en met die lui hebt opgetrokken. Je kunt er niet naar toe lopen met de wens om zo'n club te fotograferen. Ik vond de wereld van de bikers niet alleen als onderwerp voor foto's boeiend, maar ook als benadering en ervaring van het leven en de wereld.
Een biker is nogal "zels", eenkennig.
Een biker zal, als hij je niet kent, eerst achter z'n motor blijven staan, hij wil vooral een stoere vent zijn. Het is prachtig dat dit portret gelukt is omdat die twee zo'n mooie eenheid vormen, hij is er gewoon voor haar met de ingehouden kracht die hij uitstraalt. Hij wil zich niet profileren maar hij is gewoon zichzelf, het mooie is dat in relatie met die prachtige, beloftevolle vrouw, die twee een enorme power uitstralen. Meestal gebruik ik bestaand licht, maar hier heb ik licht van boven laten komen, waardoor die vrouw zoveel mooier uitkwam, en de mise-en-scene wat theatraler is geworden. Gezien het onderwerp vond ik dat ik dat ik het licht een handje mocht helpen. Dat licht kon ik toepassen omdat ik het geleerd had in mijn reclamewerk. In zo'n boek dat gaat over echte mensen is dat prachtig want daarmee benadruk je nog eens de echtheid, de authenticiteit van de andere foto's van de mensen in het directe, soms rauwe bestaande licht. Zo'n glamourbeeld ertussen versterkt de andere foto's.
Heb je op die jarenlange rit met de bikers je je intuïtie in de fotografie ontwikkeld?
"Het onderwerp, het thema, is inderdaad niet zo belangrijk, maar het is een middel om je je te verdiepen, en om je kennis en je intuïtie te ontwikkelen, het is een extra stimulans als je er een grote affiniteit mee hebt. Wat mij erg heeft aangetrokken tot de Rogues is dat deze jongens niet een Harley in de winkel kopen en dan Harley-rijder zijn, maar hun motor helemaal strippen en verbouwen en modificeren tot het een motorfiets is die tot in de finesses helemaal beantwoordt aan hun droom, smaak, karakter, behoefte en rijgedrag. De Rogues zijn één van de acht belangrijkste 'Lifestyle' motorclubs die met een embleem op hun rug rijden. De Hells Angels zijn daarvan het bekendste. Zo'n rij Harley's is een optocht van rijdende beeldhouwwerken, geen enkele hetzelfde, allemaal uniek! Wat die jongens najagen is eigenheid, maar wonderlijk genoeg wel beantwoordend aan vanzelfsprekende regels, zoals dat het blok van H-D moet zijn."
Wat spreekt je nu het meeste aan om te fotograferen?
"Eigenlijk vind ik elke wereld interessant om te fotograferen, maar ik kan wel zeggen dat ik eigenlijk vooral een portretfotograaf ben. Die Harley's zijn portretten. Een man met een Harley is voor mij een man in de Harley-wereld. Het gaat om het licht, niet om de motor, elke vorm van fotografie is in wezen het zelfde. Als ik voor Delta-Lloyd bedrijfsfoto's van mensen maak met flitslicht, vind ik dat ook boeiend. Ze hebben een pak aan en een mantelpak, het fotograferen van die mensen is ook heel interessant. Hoe verhoudt het individu zich ten opzichte van de groep, trekt die persoon eruit en wat blijft erover als je alleen voor hem staat, daar gaat het mij om, en dat vind je ook in de corporate-wereld, en zo veel andere werelden."
http://www.ducodevries.com/
|