Els van der Monde:
van het stilleven
naar het verstilde
in het plantenleven.




Picasso werd, als hij vroeger ter sprake kwam, met heel andere ogen bekeken als daarbij zijn vroegere werk in beeld kwam; naturalistisch, stemmig geschilderde romantische portretten, vond men dan. ‘Eigenlijk kan hij dus wel mooi schilderen!’
In die zin zou het goed zijn als wij het ongewone, actuele werk van Els van der Monde bekijken tegen de achtergrond van de foto’s die zij eerder maakte. We kunnen dan daarbij niet te ver gaan en al voorzeggen dat Els sterke, veelzeggende, en vooral eerlijke foto’s maakte, en dat zij, als we haar een vakje willen toekennen, in een rijtje thuis hoort van de grote meesters in de fotografie. Kijkt u zelf maar. De plaatjes beelden wij niet groter omdat we alle ruimte willen geven aan haar recente werk, maar we kunnen wel zien dat ze het kan. De lezers die al langer zijn geabonneerd op De FOTOgraaf kunnen nummer 4 van het jaar 2000 er op na slaan, met een verhandeling over haar werk door Aloys Ginjaar, om het beeld compleet te maken.

 

 

De meisjes van Verkade.
‘Ode aan de Meisjes van Verkade’ was haar verrassendste foto, vier witte, elegante meisjesschoenen, beetje krap geëtaleerd in vier koekjesblikken. Geen been in te zien, geen opgestoken haar, geen uitdagende of lieve blik, maar het zat er wel allemaal in, het waren de meisjes in die blikken, tot zelfs de arbeidvitaminen die je op de achtergrond kon horen. Haar architectuurfotografie had ook net zo’n impact; veel oog voor het typisch eigene van een bouwstijl, en imposante architectuur waarin de mens zo nietig is. Waarbij het geheim zit in een relativerend, scherp en vooral een geduldig oog. Ik wil het stuk van Aloys niet helemaal overnemen, hoewel dat verleidelijk is. Dat zou wat ver gaan, en in deze reportage gaat het trouwens om haar huidige werk, dat misschien volgens de lezer en kijker nog wel boeiender is; een nieuwe stap immers in de evolutie van een begenadigd fotografe.

 

 

Van grootste architectuur, expressief theater en eenzaam carnaval naar stillevens, en kleiner en kleiner.
Als wij nou per sé referenties willen zien kunnen we bij het werk van Els in haar vorige perioden vanuit de verte kijken naar de foto’s van Paul den Hollander, Luigi Ghirri, Harry Gruyaert, en de veelzeggende stillevens van verschillende andere klassieke fotografen. Maar deze nieuwe periode? Dan noemen we Professor Karl Blossfeldt en zijn boek ‘Urformen der Kunst. Els werd door de foto’s van de Professor gefascineerd. Zij is hem niet gaan nadoen, maar geïnspireerd kreeg zij oog voor het minuscule in de natuur, en is zij op zoek gegaan naar al dat wondere dat voor het oprapen ligt, waar we anders overheen lopen. Zij ontwikkelde gaandeweg voor haar wandel- en fietstochten zoomende microscoopogen. Maar evenzogoed had het mogelijk geweest dat u zonder deze introductie direct door de beelden van Els gefascineerd was worden. Foto’s van een andere wereld, vastgelegd met een even uniek als simpel procédé.

 


Els heeft een natuurlijke neiging om verder te kijken dan het direct zichtbare. Zo ontdekt zij meer in een tulp dan de mogelijkheid van een romantisch beeld. Zij ziet de wondere bouw van dichtbij, en ontdekt steeds opnieuw iets wonderbaars dat de prachtfoto van een tulp overtreft. Zij zou het liefst in de tulp willen kruipen en voor de buitenwereld vastleggen wat zij daar ontdekt. De beelden die zij maakt, hoe komen die tot stand?
Zij laat een diaraampje zien en vertelt: ‘Zo simpel is het: er wordt geen camera gebruikt, en geen fotografisch materiaal. Het onderwerp tussen twee glasplaatjes.’ Op een lichtbak laat Els een rij dia’s zien die als dia’s worden afgedrukt. ‘Zó simpel!’ De dia’s laat zij door een lab op groot formaat printen.
Zoals Nescio wegwandelde van het wufte leven, zo gaat Els met de fiets op stap naar het Oosterpark, en naar Frankendael aan de Middenweg, of verder weg naar buiten, en gaat op ontdekkingsreis, niet om in de verte het torentje van Ransdorp te ontdekken, maar tot haar verrukte verrassing een dubbele hellebaard uit de Middeleeuwen.
‘Zó simpel!’ Daarna bekijk ik met een loep op de lichtbak wat ik gevonden heb. ‘Ik moet er meteen mee in de weer want de volgende dag zijn de plantjes verlept, is er niets meer aan te beleven. En dan zoek ik in een dik boek op wat ik heb gevonden.’



Deze simpele manier van beeldmateriaal collectioneren kan wel vergeleken worden met rondkijken in land- en stadschappen, het kadreren en het wachten op het beslissende moment. Met deze macrobeelden is het in een klein bestek, in een diaraampje, zoeken geworden, niet arglistig wachten maar veel bukken. Zij heeft vaste plekken waar bijzondere planten groeien, parken, tuinen, begraafplaatsen.
Els is de eerste die dit soort beelden op deze manier creëert, heeft ze na lang speuren vastgesteld, en is er zogezegd de uitvinder van. Dit is de eerste keer dat dit beeldmateriaal op deze manier tot stand komt. Eigenlijk wil ze nog verder, kleiner dus, wil ze nog verder doordringen, en nog verder. Eerst denkt ze aan een machientje waarmee van weefsel flinterdunne plakjes kunnen worden gemaakt voor biologisch onderzoek. En logischerwijze zal zij dan uitkomen op sterke microscopen waarmee bijvoorbeeld zaadcellen worden bekeken, die een beetje doen denken aan haar foto van de ‘inktvisjes’.

Hans Arend de Wit

Terug naar Switch Image Features.