“De Enkhuizer Almanak,
bestaat die nog steeds?”


409e Jaargang - Anno 2004


Zo druk als het van de zomer was aan de haven van Enkhuizen, zo stil is het op een wat heiige herfstochtend, geen reuring, en gedempt zonnig.
Het kleine Museum van de Enkhuizer Almanak naast de Drommedaris is open die dag, meer om wat voorbereidingen te treffen voor een rondleiding door het stadje dan door de analen van het roemruchte verleden van de Almanak. In het seizoen is het Museum voor veel passanten een grote verrassing.
“Bestaat die dan nog? Heeft die nog zin eigenlijk?”
De trouwe kopers weten het, zoals Trijntje uit Koedijk, die elk jaar voor haar vader de Enkhuizer Almanak kocht. Maar passanten die op hun wandeling door het antieke stadje opeens het kleine museum ontdekken vragen verbaasd of het nog steeds bestaat.
“Ja hoor,” zegt Fransje Jongert dan, “Maar hoe oud denkt u dat de Almanak al is?” Dan krijgt ze vaak een verrassend antwoord, vaag en melancholiek, of gedecideerd en heel precies, honderdzestig jaar, of honderdtien.
“Vierhonderdnegen jaar dit jaar,” zegt Fransje dan trots met een glimlach, trots, want het is háár Almanak. Zij vertelt er dan ook graag over.

 

Een vier eeuwen oude gids.

“Vier eeuwen,” vertelt Fransje, “de Almanak werd al uitgegeven in de Middeleeuwen. Er waren toen maar weinig mensen die konden lezen of schrijven. De meeste boeren en buitenlui, zoals marktkooplui, vissers, schippers en de smid moesten zich, hadden eenvoudige middelen om te communiceren. De media bestonden voornamelijk uit prentjes met informatie over voor de mensen vitale data, feestdagen, marktdagen, schijngestalten van de maan en de tekens van de dierenriem. Die losse getekende of gedrukte prentjes waren als het ware de voorlopers van de Almanak. Het waren primitief geïllustreerde tabellen met allerlei soorten data. Analfabeten konden daaruit aflezen wanneer de veemarkt was, en wanneer volle maan en Vastenavond en Pasen. Wie kon lezen was, kon informatie putten uit geschreven almanakken. Het is niet bekend wanneer de geschreven almanak voor het eerst is verschenen. Zij werden door kloosterlingen gemaakt en in de kerkboeken gelegd, zodat iedereen kon zien wanneer welke heilige dagen werden gevierd. Almanakken die ook wel calendaria werden genoemd, zijn zo rond het jaar 700 in gebruik genomen in de tijd van de invoering van het Christendom in ons land. Na 1400, in de tijd van de uitvinding van de boekdrukkunst met losse letters, werd de wereld anders, want in verschillende plaatsen in Europa ging men in boekdruk vervaardigde almanakken produceren. Na de bijbel werd de almanak ‘gebruiksdrukwerk. Zo verschenen de Amsterdamsche, de Haarlemsche, de Leidsche, de Utrechtsche, de Enkhuizer, de Zutphensche, de Sneeker, en de Deventer Almanak.
Iedere stad van enig belang had vroeger een almanak. Die kunnen we vergelijken met de gemeentegidsen van nu. De inhoud van de diverse almanakken was over het algemeen het zelfde: een uitgebreid calendarium, data van vastenavond, paas- en pinkstertijden, plaatsen van markten en kermissen, weersvoorspellingen(!), astronomische (hemelloopkundige) waarnemingen, zoals uren van op- en ondergang van de zon en maan en andere planeten, anekdotes, spreuken en vertellingen, illustraties en gedichtjes, vertrektijden van trekschuiten, diligences en postwagens, tijden waarop de klok luidde als signaal bij het sluiten van de stadspoort.”
Van alle op de hele wereld uitgegeven almanakken was de Almanak van Aberdeen de één na laatste. In het Rijksmuseum van Amsterdam wordt een gedeelte van een Enkhuizer Almanak van 1596 bewaard. Deze is gevonden op Nova Zembla in het Behouden Huys en tussen de achtergelaten spullen van Willem Barendsz, Cornelis de Rijp en Jacobus van Heemskerck na hun gruwzame overwintering.
Het eeuwenlang geprolongeerde succes van de wijdverbreid gewaardeerde Enkhuizer zal ongetwijfeld nog jaren worden gecontinueerd.

In het Museum van de Enkhuizer Almanak staat een Coracle (spreek uit: korkel) dat een prehistorisch vissersbootje is, gemaakt van wilgentenen en dierenhuid of canvas.
De coracle in het museum is er één van de vier replica’s die in Enkhuizen gebouwd werd door vier teams van twee man, onder leiding van de Engelsman Peter Faulkner voorzitter van de Coracle Society, een wereldwijd verbond van honderdvijftig leden. De coracle is als vaartuigtype al meer dan duizenden jaren oud. Faulkner belandde in Enkhuizen door initiatieven van de Enkhuizer Hans Weehuizen, die geregeld de kusten van Brittanië bezeilt en daar ook diverse praatshows bezoekt, waar Faulkner demonstraties gaf. Weehuizen raakte in de ban van het bootje en praatte daarover met zijn vrienden van het Enkhuizer Shantykoor.
Peter Faulkner kwam naar Enkhuizen en bouwde daar met acht zangers vier authentieke Coracles, van gevlochten wilgentakken, oorspronkelijk bekleed met dierenhuid, met koeienhuid en in dit geval met canvas en ziet er uit als een bijbelse biezenmandje voor volwassenen.

De Enkhuizer Almanak is er voor de waterstanden, data over markten, kermissen, het weer, tips en allerlei wetenswaardigheden en nu ook liedjes van de zee, op de cd Dronkemansmoed.
Een prachtvol Engels- en Nederlandstalig repertoire van 17 nummers, luisterrijke balladen, shanties, en vlotte meezingers door muzikanten van de groep Dutch Courage.
En hier zit de kneep: diverse teksten komen uit de Enkhuizer Almanak van 1840 van de in die tijd populaire liedjesschrijvers Nicolaas Beets en Jan Pieter Heije en die hun hun werk in de Almanak publiceerden om zo een groot publiek te bereiken. De CD is te koop voor € 10,00, met een bijgesloten fraai vormgegeven boekje met de liedteksten is.

 

Tekst en foto's Hans Arend de Wit

 

Terug naar Switch Image Features.