© The text and photopgraphs on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are.

De FOTOgraaf Nr. 4-2005


In de fotografie vind ik
dat het er te vaak
te dik bovenop ligt.

Zegt Hans Aarsman, die veel fotografen kennen
als fotograaf en die we ook als schrijver
zijn tegengekomen in de HP / De Tijd,
als Zapman in het NRC in De Volkskrant,
en in boeken en toneelstukken.

door Hans Arend de Wit

 

Veel van de foto's die ons dagelijks frapperen hebben we commentaar op. Als je in De Volkskrant een column van Hans Aarsman leest waarin hij later die zelfde foto bespreekt in een ogenschijnlijk makkelijk geschreven commentaar, dan zou je kunnen denken dat zoiets makkelijk is, maar probeer het maar eens.

"Wij fotografen weten aardig wat van fotografie," zegt hij, "en we hebben allemaal een mening, maar probeer het maar eens, een verhaaltje dat goed leest en dat vooral hout snijdt."

Hoe doet Hans dat zèlf, zo'n column en dan zó dat de lezers niet hun schouders, wenkbrauwen of neus ophalen?

"Ik blader altijd in kranten en tijdschriften en als ik getroffen word door een foto waarvan ik iets vind en waarover ik iets toepasselijks zou kunnen schrijven dan maak ik van die foto in een krant of een magazine een digitaal fotootje dat ik naar De Volkskrant stuur, waar men achter het origineel aangaat en waarvoor dan de copyrights worden geregeld. Vaak zit ik bij De Jaren, waar ik veel lees- en kijkmateriaal kan vinden. Daar heb ik licht en de ruimte om het op de grond te leggen voor een foto. De sfeer in De Jaren laat mij de ruimte om m'n gedachten te laten gaan over de situaties in de foto's, de betekenis voor de omgeving en wat ik allemaal in de foto zie. Luxembourg is te donker. Kriterion is ook wel een plezierige bron. Als ik dan een stuk of vijf zes fotootjes heb gemaakt probeer ik heel intuïtief iets te schrijven en maak ik een keus, en als ik voor een stukje een opzet heb gemaakt dat me bevalt bestel ik de foto bij de krant. Met het bestellen wacht ik tot ik weet of het werkt, want soms werkt het gewoon niet."

Is er dan niet een redacteur die het op dat moment wil beoordelen?

"Nee. Alleen met die foto van die man die met z'n gsm het lijk van Van Gogh fotografeerde, daarover werd eerst overlegd met de hoofdredactie, of ze dat wel wilden. Dat risico nemen ze dan gewoon. Het heeft ze wel abonnee's gekost. Die foto kreeg ik binnen. Hoeveel K is zo'n gsm-foto? Toen ik hem van De Telegraaf binnen kreeg was ie 14 MB. Dat was heel fascinerend. Ze hadden er een filter overheen gelegd, eerst geïnterpoleerd en daarna een filter. De politie wordt steeds fanatieker in het afzetten van de plaats van het ongeluk, je kan nergens meer bij. De mensen die met een gsm ter plekke zijn hebben een grote voorspong. Dat zul je ongetwijfeld steeds meer gaan zien. Iedereen heeft tegenwoordig een camera bij zich."

Je dagindeling zal wel rustiger zijn geworden zo door je vooral bezig te houden met het bespreken van foto's van anderen.

"Je hoeft niet te reizen en je hoeft niet naar plekken waar je nooit wil komen, en niet op de momenten dat er iets gedenkwaardigs gebeurt."

En als je wel overal kwam was je nog niet op alle plaatsen tegelijk.

"Daarbij komt dat ik nooit van mijn eigen foto's heb gehouden. Als ik het boek "Hollandse Taferelen" nog eens doorblader kijk ik niet naar de foto's, maar dan kijk ik naar de tekst, ga ik zitten lezen. Eigenlijk is dat wel een goeie combinatie, want ik weet heel wat van fotografie, de praktijk van het fotograferen kan ik er in betrekken, naar wat er allemaal gebeurt in de wereld, en wat ik daar van vind. Dat is wat fotografie zo bijzonder maakt. Dat zijn gedichten natuurlijk ook. Maar meestal is literatuur dat niet, dat is toch meer een adjectievenfestival. Die daar buiten vallen zijn er niet zo veel van. Die zijn dun gezaaid hoor, de mensen die goed kunnen schrijven, een verhaaltje. In de fotografie vind ik dat het er te vaak te dik bovenop ligt. Ik geloof ook niet dat de wereld er beter van wordt wanneer er minder effectvolle foto's worden gemaakt. Dat getetter in je ogen."

 

 


Die vrouw is een spook en haar zoon is een bal. Maar de Duitser met wie het spook trouwde heb ik altijd een bijzondere man gevonden. En de Argentijnse van de bal heeft ook wel wat. Dus zo gek zijn die twee niet. Ze weten in ieder geval wie ze erbij moeten halen om er iets acceptabels van te maken.
Ik kan niet tegen de monarchie zijn. Net zoals ik niet tegen familie kan zijn. Het is goed dat er mensen in je leven zijn die je niet zelf hebt uitgekozen. Met wie je een band hebt die niet zomaar verbroken kan worden. En dan ken je je familie goed, mag ik aannemen. Als je van je familie af wilt, zul je je redenen wel hebben. Maar waarom zou ik van het koningshuis afwillen? Wat ken ik die mensen nou? Ik ben niet met ze in hetzelfde huis opgegroeid. We kregen geen ruzies over ons speelgoed. We stonden niet schouder aan schouder toen onze ouders werden begraven. Waarop komt dat idee dan vandaan dat die vrouw een spook is en die zoon een bal? Alles wat ik van het koningshuis te zien krijg, zijn opgezette plaatjes. En alles wat ik hoor, zijn opgestelde persberichten. Altijd zit de RVD ertussen, dat angstvallige kantoortje waar 24 uur per dag wordt gewaakt over de beeldvorming van het koningshuis. Op iets echts, iets van vlees en bloed hoef je niet te rekenen, iets echts komt dat kantoortje niet eens binnen, laat staan dat het eruit komt.
Bestaat dat nog wel: echt? Is een neus echt? Die kan iemand bij een plastic chirurg gehaald hebben. Is het weer echt? Daarin schijnt de mensheid ook steeds meer de hand te hebben. Alles wordt keuze. Behalve familie dan. En het koninghuis. Ik geloof dat ik een beetje treurig word.
Gelukkig is deze foto er nog. Een rotfotootje op een postzegel, hij zat op een ansichtkaart die in de bus viel, er schijnt een hele serie in omloop te zijn. Zo klein als hij is en zo groot als de stempel is die over het gezicht van Beatrix loopt, dwars door alles heen zie je een vrouw die verliefd is op haar man. Dit is echt. Hoe kan een vrouw die van kind af aan wordt opgejaagd door camera's, zo in de lens kijken? Op de achtergrond wordt Prinses Juliana ondersteund door een van de vele prinsen. Het zal een familiefeestje geweest zijn. De fotograaf was die zoon natuurlijk. Die bal. Hij schijnt af en toe zelf een fototoestel vast te houden.

Wat maakt Hans Aarsman (Amsterdam 1951) zelf ook weer voor foto's zul je misschien zeggen; we   laten er nog een paar zien. Hij debuteerde in 1989 met "Hollandse Taferelen". In 1992 volgde "Aarsmans Amsterdam" met dagboekaantekeningen en foto's. Aarsman heeft ook enkele toneelstukken geschreven, ondermeer voor de toneelgroep MUG (met de gouden tand). Hier volgen enkele foto's.





 

 

 

Naar de features.