Hans van der Linden
fotografeert vanuit de lucht,
romantisch en waterpas.

Door Hans Arend de Wit

Fotograferend voor een Arbodienst overwon ik in een hoogspanningsmast mijn hoogtevrees en kreeg ik een bijna onbedwingbare behoefte om alles vanuit de hoogte te zien en kreeg ik een verhoogde belangstelling voor opnamen vanaf hoge standpunten. De mooiste luchtfoto's waren voor mij de fabelachtige opnamen van de Zwitser Georg Gerster, ook de foto's van onder de kijker door stormende zeiljachten van Robert Mens in nummer 2 van dit jaar, en de overweldigend imposante foto's van Yann Arthus-Bertrand, die op grote panelen voor het Amsterdamse stadhuis werden geëxposeerd. Als een arend boven de wereld vliegen en het leven op aarde zien en beschouwen, en vastleggen voor hen die beneden bleven, is in mijn achterhoofd een wonderlijke behoefte geworden. Er zijn mannen die niet anders doen. Ik sprak met die geluksvogels op de heliport van Manhattan naast de WTC Towers, in Hartfort Connecticut, op airstrips bij LA, bij Chicago, in Houston, allen hadden zij die faraway look gericht op de kim en het weer, de wolken en de lichtinval. Hans van der Linden op Zestienhoven - Airport Rotterdam - heeft dat ook. Hij is een nuchtere Hollander, en doet heel technisch documentatie- en registratiewerk boven, maar hij is ook een vrije, romantische vogel die leeft in de lucht, die kijkt naar de wolken en hun schaduwen op het land, en de open plekken daartussen, heiige skyscapes en kristalheldere vergezichten met pijlloze diepten.

 

 

Hans van der Linden werkt onder andere voor de Luchthaven Schiphol en Rijkswaterstaat, voor welke dienst hij cartografische opnamen maakt van snelwegtrajecten. Daarbij gaat het er om dat hij waterpas op een constante hoogte een tracé vliegt, van een weg of een toekomstige weg, of hele gebieden die heel nauwkeurig in kaart moeten worden gebracht, regelrecht het tegenbeeld van romantische platen van een rivier, van een delta, of een Zeeuws eiland, of een kerk in Domburg als historische mijlpaal in een legendarisch woongebied, en een 'landmark' voor de vlieger die niet 'IFR' vliegt, niet louter navigerend op z'n instrumenten. De camera's voor cartografie zijn speciale apparaten die in de vloer zijn geïnstalleerd. Van der Linden maakt opnamen met digitale camera's, maar ook nog met Fairchilds, de K20, voor het uit de hand schieten 4x5 inch en de K17 9x9 inch. 22,7x22,7 cm. Met een stel vaste lenzen.

"Digitaal is prachtig hoor, maar als ik extra strakke platen moet maken zal ik toch weer terug gaan naar analoog met de Fairchilds die in de print geweldig scherp de details weergeven. Die platen gaan naar het Beeldgebouw (voorheen Degens) in Rotterdam, die ze scant tot bestanden van 800 MB. Vervolgens worden de beelden helemaal mooi gemaakt tot superplaten, partijen die door wolken donkerder zijn geworden lichter gemaakt, en daar wordt dan weer een nieuw negatief van gemaakt, dat het mooist denkbare negatief is. Om prints te maken worden de negatieven verticaal op de muur belicht. Daarnaast worden de opnamen van de wegtracjecten met Photoshop aan elkaar geplakt tot een langgerekt tracé, een fotodocument dat de basis is voor de conversie in AutoCad naar een digitale tekening, de tekeningen werden de basis voor een onderhoudsbeheerssysteem. Van der Linden laat een foto zien van een gebied met een lengte van 9.5 km, waarvoor hij 64 negatieven schoot op een rolfilm van 80 meter.

"Vertekeningsvrij," zei Van der Linden. "Aan die klus heeft Paul Maciag twee weken aan gewerkt heeft, wat een fortuin heeft gekost, maar het is beeldschoon geworden. Met Rijkswaterstaat heb ik een prima binding, mede door het bijzondere werk wat wij kunnen verrichten. Dat is een hele stimulans om tot het uiterste te gaan. Er wordt steeds verder gezocht om het systeem te perfectioneren. Alle schakels in de ketting moeten van topkwaliteit zijn. Uiteindelijk wordt het een fantastisch systeem.Inmiddels is het al leading in Europa."

Ik herinnerde mij dat ik foto's heb gemaakt van de sluis - van de natte Rijkswaterstaat - tussen de Schinkel en 'de' Nieuwe Meer en ik vroeg Hans te kijken of hij daarvan een cartografische opname

had; en die had hij. Ik zou mijn eigen opname er bij zoeken zodat die twee naast elkaar bij deze tekst konden worden afgebeeld. Bij Rijkswaterstaat zag ik het resultaat, een zwart-wit tekening van de van de Schinkelbrug en de sluis, met in lagen de informatie van de verschillende objecten, zoals elektriciteitkastjes, alle maten en afmetingen, de beschrijvingen van de materialen, de data en de fasen van onderhoud en bijzonderheden en namen van leveranciers. Deze tekeningen, met codes in kleur, kunnen real time bekeken worden door iedereen die toegang heeft tot het systeem, in plaats van dat, zoals tot voor kort, er tekeningen heen en weer gestuurd moesten worden. Met de muis kunnen nu ook op het object worden geklikt, waardoor er direct met foto's een ruimtelijk beeld naar voren komt - foto's, geen video. Dit is een fantastisch, tot de verbeelding sprekend, hightech systeem uit een sciencefiction film. Als voorbeeld van de grote stemmingsvolle platen die Hans soms uit de lucht meeneemt laat hij een foto zien van mistig Rotterdam die hij een uurtje tevoren had geschoten.

"De bijzondere opnamen die je kan maken wanneer het schemerachtig is of het donker wordt. De foto's van de Kuip om 20.00 uur of van de Botlek om 6 uur 's morgens. Dit soort opnamen maak je nog op film. Lekker de film en geforceerd ontwikkelen."

"De plaat van de Gaasperdammerweg, da's ook een heel verhaal," zegt Hans, "want je zit altijd met dat weer. Oh, nee, de A10 West is nog een veel mooier voorbeeld. Daarvan hebben we de mooiste platen geschoten hoewel het heel slecht weer was. We kwamen daar aan en het te régenen, te régenen. Een half uur hebben wij daar gecirkeld, en op een gegeven moment zagen we de bui wegtrekken en werd het helder, een hoge dunne sluierbewolking waardoor er heel mooi diffuus

hing, de weg was nat, toen hebben we platen geschoten, de mooiste van m'n leven, prachtig contrast. Als je daar gaat vliegen heb je altijd te maken met toestemming van de verkeersleiding Schiphol. We zitten op 2600 voet, dan zit je knap in de weg. Je moet een separatie hebben van minimaal 2000 voet. Die procedures zijn enorm strak. Toestemming krijgen is dan ook vaak een hele toer. 'Moet je horen,' ging dan zo'n gesprek, 'kijk eens naar buiten, moet je zien wat een prachtige dag!' De meteo had het niet verwacht. Kun jij nou niet hemel en aarde bewegen om ons even door te laten? Even later belden ze terug om te zeggen dat het goed was. Ze kennen ons, we hebben daar goodwill. We werken veel voor Schiphol, dus we zijn geen outsiders, we kennen de voorwaarden voor optimale veiligheid. Het is een kwestie van goed en scherp communiceren, en goed uitleggen wat de bedoeling is. En het gaat om bereidwilligheid, en dan kan er wel geïmproviseerd worden."

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De andere features.