Op de rechter oever

tikt een oude klok.


Het is een mooie zomerzonnige Zaterdag. Het auto- en motorverkeer is te druk om over de grote weg langs de Amstel te fietsen. De drukte zou me verhinderen om rustig alles fietsend op het water te bekijken en af te stappen wanneer me dat uitkomt. Daarom rijd ik naar het Kalfje en neem daar de pont van het Groengebied Amstelland. Ik maak een opmerking tegen de schipper over de drukte op het water en zeg dat ik van Schipper m/v ben, en vraag hoeveel last hij daarvan heeft. “Dat zal ik u vertellen,” zegt hij, en hij stelt zich voor: “Henk van Heukelom,” en zijn vriendin, “Marijke van Helden,” die op het achterdek zit. Henk heeft zo’n blik in de verte. Zelf denk ik aan de regels: Denkend aan Holland zie ik breede rivieren traag door oneindig laagland gaan, rijen ondenkbaar ijle populieren als hooge pluimen aan den einder... ja, ja, Marsman, ver voor de oorlog, oude spelling.

Aardige mensen op de pont, zo vriendelijk als in mijn jeugd. Het gekke is dat de aardige mensen allemaal naar de overkant gaan. Henk manoeuvreert vaardig langs en tussen de boten en scheepjes en kruisers door. De hekgolf maakt een paar roeiers besluiteloos hoe ze daar op moeten reageren. Twee kajaks flitsen tussen de roeiers, de pont en de oever door. Op mijn vraag of hij nog wel eens met averij te maken heeft zegt Henk: “Ik vaar eerst een stukje stroomopwaarts, om daarna pas te draaien, omdat de mensen graag een stukje willen varen, en dan heb ik alle gelegenheid om in te schatten waar ik kan draaien. Met die roeiers is het soms wel moeilijk. Maar over het algemeen zijn er geen problemen.”

We varen langs het terras van het Kleine Kalfje. Er komt een boot langszij, waarvan de opvarenden geen tafeltje zullen vinden.
Hoe kwam hij als schipper op de pont? Schipper Henk vertelt dat hij op de binnenvaart heeft gezeten. “Toen voer ik op een Spits. Op de Noord-Zuid, België, Frankrijk. Tot Lyon aan toe, Parijs, Le Havre, heel Noord Frankrijk. Dan was ik wel drie weken varen. Da’s leuk hoor! Toen deed ik wel tien reizen in een jaar. Toen de beurs werd opgeheven kregen wij praktisch geen vracht meer. Een paar collega’s konden in Frankrijk bij opdrachtgevers rechtstreeks contracten sluiten. Nu worden er in Frankrijk weer Spitsen gebouwd. Daar kun je wel opdrachten krijgen. Er zijn ook schippers die vanuit Nederland op de bonne fooi naar Frankrijk varen en met vracht weer hier naar toe komen. Dan liggen ze soms wel een maand stil in Frankrijk. Toch loont dat wachten de moeite, omdat het daar veel beter betaalt.”

Ik maak foto’s van de drukte, maar het zou wel groot toeval zijn als er nu iets links zou gebeuren.
.

“Het is druk vandaag,” zegt Henk. “Ik vaar nu hier tot eind September en dan gaan we een in Oktober maand op vakantie. Ja, met het schip. Daarna wonen we in Rotterdam, waar ik een half jaar een vaste baan heb. In Maart de werf op. En dan varen we weer hier naar toe. Weet je wat momenteel erg is? Die speedboten! Die varen soms heel hard. En de waterpolitie kijkt nergens naar. Elke keer bellen we, ook de roeiverenigingen doen dat, maar dan hebben ze geen tijd, zeggen ze, ja dat is heel erg, vooral ’s avonds is het heel erg. Die roeiers hebben daar heel veel last van. Daar houden ze geen rekening mee. Ik hou daar wel rekening mee.”

Aan de rand van de sloot staan talloze geknotte wilgen; vaak kijk ik niet naar de Amstel maar de andere kant op, over de wijdse weiden. Als ik weer bij de pont aankom, om moe maar voldaan weer bij de schipper aan te monsteren, lacht hij me toe en hij kijkt een beetje ongelovig als ik zeg dat de overtocht van vier minuten en vijftien seconden langer heeft geduurd dan de fietstocht van vier uur en een kwartier.

Hans Arend de Wit

 

 

Terug naar Switch Image Features.