Ik zou
voor de deur liggen
in hun situatie.


 

In gesprekken die Louise Hooijer had met jonge fotografen voor de Fotografen Top-40 van het Paul Huf Meesterklassement en over hun persoonlijke eigen iconen in de fotografie kreeg zij vaak de naam Jaap Vliegenthart te horen. Dat hij zo tot de verbeelding spreekt komt misschien ook door zijn exposure in de documentaireserie Hollands Zicht. Wat spreekt de jongelui zo aan in deze jongeman van 38? Dat hij in een opmerkelijk grote, moderne, in het oog springende studio zit? Dat ronde raam boven de deur! Bij aankomst zag ik al de foto die ik bij m’n vertrek wilde maken.

Jaap is verrast door deze kennelijke voorbeeldfunctie.
‘Ja wat leuk, ik vind dat bijzonder. Ik vraag me af waarom dat is. Ik kan me dat niet voorstellen. Maar ik vind het leuk om dat te horen. Vroeger was Cartier-Bresson één van mijn grote voorbeelden. Die werkte natuurlijk op een heel andere manier. Wat hij deed, en hoe hij dingen in het beeld zette, net op het goeie moment, dat is waanzinnig knap gewoon. Hij zette niets in scène. Dat vind ik echt weergaloos. Dat bijzondere moment zie ik ook wel aankomen, maar dan ben ik te laat. Soms werk ik wel zo. Als ik een soort realisme wil, dan krijg ik een journalistiek gevoel, maar daarna moet je weer een heel geënsceneerd portret maken, omdat het past bij wat je moet doen, en de volgende keer moet je een lelijke foto maken. Wat is de opdracht, waar is het voor? Waardoor wordt het interessant? Er zijn zoveel verschillende ingangen. Ik denk dat dàt eigenlijk reclamefotografie is. Je maakt een keuze hoe je het doet, heel strak, heel los, je gaat het heel mooi maken. In samenwerking met de art director. Ik denk dat het een verbreding is als je luistert naar iemand anders.
Toen ik net begon vond ik het wel moeilijk. Als je begint wil je je bewijzen als fotograaf. Dan denk je ‘Iedereen moet z’n mond houden. Maar daar kom je later van terug. Dan zie je dat je juist geïnspireerd wordt door de mensen om je heen. Je blijft wel altijd je eigen rechter. (Hij is de zoon van een rechter...) Dat vind ik heel belangrijk, dat als iemand een goeie opmerking maakt dat je daar ook iets mee doet, en een slechte suggesties niet mee doet. En ik vind het ook ontzettend leuk, dat ik er soms niet gekomen zou zijn als ik een goeie opmerking gemist zou hebben.’



Jaap wil vooral dienstbaar zijn aan de marketingcommunicatie.
‘Zo ben je dienstbaar aan de marketingcommunicatie, maar ook aan jezelf. Soms is het een art director die een opmerking maakt maar soms ook een assistent, of een stagiaire. Ik wil gewoon samenwerken met die assistenten, een cassette laden kan ik zelf ook. En iedereen doet het anders. Dat is wel fascinerend. Iedereen neemt een andere ingang. Het moet voor jezelf ook een kick zijn om er steeds anders naar te kijken.’
Tussendoor vertelt Jaap dat hij net uit La Palma komt, waar hij heeft gewerkt aan een deel van een internationale campagne; heel ingewikkelde beelden, waarvoor hij ook een vulkaan fotografeerde, met animatie, met vuur, en rook.
‘Ik monteer dat niet zelf. Ik heb geen feeling met computers. Maar ik weet wel wat mogelijk is. Ik kan wel zien of het mooi wordt, of het goed wordt. Dat is al heel wat. Vroeger was techniek voor mij heel belangrijk. Techniek is nog steeds belangrijk, maar het werkt niet meer complicerend. Dat zei Jo Misdom altijd, ‘...als het maar mooi wordt’. Het is ook leuk te zien dat ik altijd leer. Dat maakt het zó leuk!’
‘Ik ga straks op reis om voor een opdrachtgever portretten te maken, zo is er alsmaar wat anders. En ik doe ook veel werk voor mezelf, en probeer dan ook weer om het anders te doen.’




Hoe was het begin?
‘Van Misdom heb ik les gehad, op de School Voor Fotografie. En Hans den Hertog heeft me enthousiast gemaakt. Aan Jo wilde ik laten zien dat ik het kon, wilde ik me bewijzen. Ik ging met alles naar hem toe. Dat soort mensen heb je gewoon nodig. Dat was een heel goeie start, in Den Haag. Dat was toen dé opleiding. Daarna heb ik stage gelopen bij Boudewijn Smit, en bij Jurriaan Eindhoven, en daar ben ik gebleven. Het was ook leuk. Je bent bevoorrecht als je het zo kan doen. Het is zó waanzinnig! In deze wereld zijn veel klagers. Ik heb ook wel eens een tegenslag, maar het is wel het mooiste werk van de wereld. Ik leef daarnaar. Ik leef er voor om die foto’s te maken. En dan mag ik ook nog een rekening sturen. Dat is toch eigenlijk fantastisch? Dat vind ik nog steeds. Er zijn er jaarlijks maar een paar die fotograaf kunnen worden. De leraren zouden meer in de praktijk moeten kijken. Toen ik nog op school zat was ik eens op de studio van Hans Kroeskamp geweest, en toen zag ik hoe het werkelijk ging, daar kon je je geen voorstelling van maken. Ze hebben geen idee. Daarom is een stage zo belangrijk. Ik heb veertien maanden stage gelopen. Dat hoefde niet. De school hield op eind mei en ik ben gelijk aan de gang gegaan. Terwijl een ander zegt, ‘Ja ik heb nu vakantie. Ik ga eerst uitrusten.’ Maar het gaat er om: wat wil je? Mensen denken dat als ze op een fotografieschool hebben gezeten dat ze fotograaf zijn en zeggen dan: ‘Ja ik ben afgestudeerd, dus ben ik fotograaf, je hoeft mij niets te vertellen. En dan heb je geen mogelijkheid meer om ze iets dan ook te vertellen. Als je nou open tegenover elkaar bent... Dat is gewoon zonde. Zo gaan er veel talenten naar de verdommenis. Dat is zonde.’

Met iemand praten is al belangrijk.
‘Toen ik begon had ik bij Jur gewerkt. De mensen kenden me. Jur heeft zichzelf gepensioneerd. En ik ben ook al achtendertig. Mijn opdrachtgevers, meer dan de helft van de art directors waar ik mee werk zijn wel tien jaar jonger. Het gaat zó snel... Ik fotografeer al vijftien jaar. Er wordt gedacht dat ik vijftig ben. ‘Ik dacht dat jij ouder was,’ wordt er dan gezegd, ‘ik ken je naam al zo lang.’ Er ontstaat een beeld, of je dat wil of niet, en dat kan dan zelfs tegen je gaan werken. Ik heb nu een nieuwe assistent, een meisje, om haar te vinden was al moeilijk genoeg. Mensen willen niet meer vijf dagen werken, maar wanneer het ze uitkomt. Het zijn niet meer de mensen zoals ik vroeger. Ik had voor de deur gelegen, totdat ik er binnen kwam. Dat is wat ook verteld moet worden aan die leerlingen. Dat maakt het verschil tussen een leuk leven en een leven vol frustratie. En dat zie je om je heen, mensen die het niet halen, dat is janken gewoon. Waarom hij wel en ik niet! Maar ze hebben het aan zichzelf te danken. Ik ken mensen die vroeger beter waren dan ik. Eigelijk is het heel simpel: zorg dat je met de juiste mensen in contact komt, zorg dat je leuk werk krijgt, en je niet laten afleiden, dat soort dingen. Met iemand praten is al belangrijk. Kun je luisteren? Of wil je alleen maar je eigen ding doen. Is het ook nog gewoon leuk met jou? Ik wil ook dat de mensen voor wie en met wie ik werk het naar hun zin hebben. Daar is het ook allemaal te leuk voor. In principe wil ik dat iedereen het leuk heeft, je assistent, de klanten, de stylisten. Die aspecten horen ook in een opleiding. Die leerlingen weten niet waar ze aan beginnen.’

Met 38 is Jaap tien jaar ouder dan een aantal opdrachtgevers. Voordat zij hem kenden hadden zij het idee dat hij wel tien jaar ouder was dan hij is, omdat zijn naam al zo lang bekend is. Maar dat is volgens mij betrekkelijker dan hij zelf denkt, omdat hij met zijn reputatie ook niet zomaar uit de lucht kan komen vallen.
Voordat ik weg rij, en ik de foto maak die ik bij aankomst al voor ogen had, zit Jaap als een jongetje met zijn snuit tegen het raam naar buiten te kijken, een professioneel geëngageerde vrolijke levensgenieter.
Hans Arend de Wit

Terug naar Switch Image Features.