De ramp van 9/11 en de ineenstorting van de IT-sector waren volgens Joost Guntenaar de fatale omslagpunten in de economie, en ook een ramp voor de fotografen, een double hiccup. Op de Zaterdagochtend waarop ik Joost vroeg hoe het met hem was gegaan de laatste jaren was hij een opgewekte huisvader die in het Vondelpark een route uitzette voor een speurtocht die in de middag zou worden gelopen ter gelegenheid van de verjaardag van zijn zoon. Om takken gestrikte lintjes, jongensachtige spanning. Joost had een bloes aan, geen overhemd maar een blouse met een prachtig dessin, waaruit bleek dat hij een levensgenieter was, de manier waarop hij over de speurtocht praatte bevestigde dat ook wel. Hoe het met zijn praktijk ging? "Rustig, tamelijk rustig."
"Het is je niet aan te zien dat het je zo slecht gaat als zo veel andere fotografen," zei ik.
Reputatie is op termijn een sterker argument dan leeftijd.
Nu lijkt het dat de foto-opdrachten naar vriendjes van de jonge product managers gaan. Maar als de budgetten weer terug zijn zal er ongetwijfeld weer op de kwaliteit en het communicatieve resultaat worden gelet.
De reputatie die hij had voor de ineenstorting van de branche was zo fantastisch als een fotograaf zich maar kon dromen. Veel art directors werkten met hem omdat hij een opmerkelijk inspirerende omgang met de modellen had, veerkrachtig in de samenwerking met de opdrachtgever, en intelligent en kundig met de allernieuwste techniek.
"Dat ik het gehaald heb," zei Joost, "komt omdat ik altijd heel vitaal nieuwe wegen heb verkend, nieuwe onderwerpen, nieuwe stijlen, nieuwe technieken. De digitaliteit heb ik verkend als een jonge onderzoeker. En daardoor heb ik mezelf door deze benarde tijden kunnen slepen. Toen in een gesprek met een grote uitvaartonderneming het fotograferen van uitvaarten ter sprake kwam zag ik daar meteen reële mogelijkheden voor mijn eigen praktijk in. Een geheel nieuw werkterrein."
Hoe verwoord je nou zo'n specialisatie?
"Ik heb er over gepraat met mijn vriend Herman Hoeneveld, om tot een geestelijke instelling, een mentaliteit te komen ten opzichte van het fotograferen van zulk een intieme gebeurtenis in het leven van een mens. Dat vraagt veel voorbereiding. Het moet duidelijk worden in de teksten dat men gerust kan zijn dat onze toewijding waarmee wij op zo'n gebeurtenis te werk gaan passend is, als ik het woord piëteit even vermijd."
Of de fotograaf nog terug komt.
"Het zijn golfbewegingen in de economie," zei Joost, "maar ook in de zakencultuur; ik geloof niet dat het voor fotografen voorgoed is afgelopen. Nu is het zo dat iedereen fotografeert, met een cameraatje waar kiekjes uitkomen voor emailtjes. Voor degene die ze maakt en geen budget heeft om bruikbare foto's te laten maken door iemand die dat kan en de camera's en apparatuur heeft, is het vaak een sensatie om zich zo te kunnen behelpen, voorlopig althans, hoop ik."
Kun je nu nog iets bereiken in de fotografie?
"Ik ben als chauffeur begonnen bij Ad Windig, een vriend van de familie, die de opdracht had om beroemde kerkorgels te fotograferen in West Europa, op voorwaarde dat hij niet zelf reed. Spanje, Engeland, Italië, met een aanhanger met aluminium buizen om de stellage op te bouwen. En ik vond het prachtig. In mijn carrière ben ik dus hoog ingevlogen. Van Ad heb ik geleerd recht te kijken, om alles wat recht is niet scheef te fotograferen. Dat is een automatische discipline geworden."
"Wat zou je nu als beginnend jong fotograaf moeten doen om in het vak iets te bereiken? Is er veel veranderd volgens jou?"
"Nee, in wezen is er niet zo veel veranderd als het louter om het fotograferen gaat, het leven in stilstaande beelden vast te leggen. De geënsceneerde fotografie draait uiteraard nog steeds om een goed samenspel met de te fotograferen mensen, en hoe er door de opdrachtgever naar fotografie wordt gekeken. Kijken, kijken, kijken, naar het leven in al z'n verschijningsvormen, menselijk gedrag, types, karakters, stijlen, kijken naar het juiste moment en kadrering, en leren van gedachten te wisselen met de opdrachtgevers, leren te begrijpen wat ze willen. Kijken en analyseren wat je ziet. Dingen zien gebeuren die kunnen gebeuren. Je moet klaar staan voordat ze gebeuren, want anders ben je te laat. Het gaat maar minimaal om de techniek en bijna alleen maar om de scherpte van het oog, het zien. Maar ook kijken naar wat de voorgangers hebben gedaan. Daarover praten met collega's en vrienden. In het contact met de opdrachtgevers gaat het om het contact, net zo als in elk ander beroep, fotografen denken te vaak dat ze zich kunnen gedragen als kunstzinnige zonderlingen."
Op dat punt heeft Joost makkelijk praten, met zijn aimabele karakter en zijn natuurlijke charme.
Geen pillen om jong te blijven.
"Weet je wat het beste middel is om alert en vitaal te blijven in het vak? Een cursus doen! In eenennegentig heb ik over digitale fotografie gelezen, en ik begreep daardoor dat het echt een onomkeerbare ontwikkeling zou worden. Toen ben ik een cursus gaan doen en alleen al dat leren vond ik fantastisch. In het begin al, toen nog niemand er mee werkte, kocht ik een LEAF achterwand, waarvan gezegd werd dat je er geen mensen mee kon fotograferen. Ik ontdekte dat dit wel kon, alleen in zwart-wit. Prachtige posters mee gemaakt. De accounts waar ik toen voor werkte was louter zwart-wit, dus ik maakte met de producties een enorme tijdwinst. Ik heb een jaar of acht op de top van de golf gezeten. Om de kennis te hebben is prachtig, maar wat ik een sensatie vond was dat ik moest blijven leren, steeds verder ontdekken, en dat hou je nu met die computers die verouderen onder je handen vandaan. En dat is een goddelijke winst, voor de mens, vind ik."
http://www.guntenaar.org
http://www.rouwboekje.nl/
De FOTOgraaf Nr. 4, 2006