
Op 9/11 j.l. keek ik lang naar twee foto's op het web, op "joesnyc.streetnine.com" - de phlog van Joseph Holmes, Joe's New York City. De eerste foto was een cityscape van Manhattan, genomen vanaf de oever van New Jersey, helder weer, blauwe lucht met heel witte wolken, maar alle skyscrapers sinister in het donker, waar staat de zon! Een wonderlijke formatie wolken houdt de zon tegen. De bovenste helften van de Twin Towers staan in de schaduw, de onderste helften in de licht, niet fel, niet oranje. Zou Joe ook een foto hebben gemaakt van de wolken die boven Jersey het licht tegen houden, just for the record? Zou ik dat moeten vragen? Het grijpt me aan, denkend aan de keren dat ik van die zelfde oever op verschillende plekken ook foto's heb gemaakt, op altijd zonnige, heldere momenten van de dag, de optimistische beelden die door mijn opdrachtgevers van mij verlangd werden. Deze foto zie ik als onheilspellend en beklemmend en doet mij intens terug denken aan het moment waarop het gebeurde. "Waar was jij toen je het hoorde?" Meer dan een monumentale foto! Was het toeval dat ik na lange tijd niet op Joe's site had gekeken nu vijf jaar nadat het gebeurde deze plaat zag?
Na vijf jaar virtueel terug in New York.
Ik zapte terug en kwam tussen straatfoto's een tweede foto tegen die betrekking had op die plek, genomen vanaf één van de Towers, toren 2, the South Tower. Ik reken er op dat die ook wordt opgenomen in dit artikel. Manhattan Bridge en Brooklyn Bridge waarover je over rustig water naar Brooklyn kunt rijden, of lopen. Tussen het onroerend goed waar Broadway moet lopen en Wall Street moet zijn, de opritten van de bruggen, en het stadhuis, een klassieke wolkenkrabber, en de later gebouwde high rises in namiddag licht. Aan het eind van de Brooklyn Bridge de toren van het Wachttoren Genootschap. Ik keek lang naar deze twee foto's voordat ik verder zapte en een foto zag van een moeder en een jongetje op Ground Zero , omhoog kijkend, op welk moment?
Iedere ochtend automatisch even in New York.
Elke dag begin ik door de instelling van de browser met de laatst geplaatste foto van Travis Ruse, altijd van mensen in de ondergrondse. De foto's van Joe zijn van New Yorkers tegen de geladen achtergrond van Manhattan, vaak ver van Broadway en Fifth, waar we de oorsprong kunnen zien van voor de vorige eeuwwisseling. Central Park, troosteloze, dramatisch enge uitzichten op binnenplaatsen, in onze actuele, moderne kijk op de wereld pathetische architectonische details, platte daken met ondefinieerbare afgelegde spullen.
Ik haalde die ochtend meer dan 150 foto's van Joe's site en ik was weer in New York, het middelpunt van de wereld, waar op 9/11 de hele wereld op focuste, en geraakt werd, de meeste foto's waren zonder clicken van 900 pixels breed en die van het WTC zelfs 1000, veel directer en impactvoller dan op een paar standaard blog-sites.
Jur vond Joe's foto's té mooi!
De hoofdredacteur vond dat Joe van de opnamen wel erg verzadigde en té scherpe scans maakte, te hard en dacht dat hij kennelijk ook vanaf diafilm werkte, terwijl juist scans van negatief zo razend mooi gemoduleerd kunnen zijn. Maar ieder zijn smaak, zei Jur, het is wél mooi wat hij maakt, maar eigenlijk net een beetje té. Dat is wel heel interessant te horen. Kan een foto in een vluchtig en snel medium te mooi zijn?
Lang geleden hoorde ik eens dat Paris Match van een stel prachtig scherpe dia's korrelige duplicaten liet maken om ze daardoor een impressie van authentieke actualiteit te geven. Zou je in die geest foto's voor blogs of phlogs niet te mooi moeten willen maken, alles recht zetten, met een uitgekiend gave kadrering? Of hangt dat af van de context en het genre van de andere foto's in de blog of phlog? Of zou de fotograaf dat vooral moeten laten bepalen door de uiteindelijke grootte. Daar kun je moeilijk regels voor bedenken, omdat het karakter van iedere soort foto's om een andere verzorging zal vragen. Een spannende uitsnede kan voor een phlog geschikter zijn dan ingelijst aan de muur, waar een iets tijdlozer kadrering gepaster zou kunnen zijn. Terwijl een nog meer gecropte foto nog veel spannender zou kunnen uitpakken in een magazine, waarom je ook eigenlijk niet heel precies kunt kadreren tijdens de opname, als je niet heel precies weet waarvoor de foto gebruikt zal worden. Als je nog scherper te werk gaat zou je dan ook niet het brandpunt kunnen bepalen, waarbij je bij elke opname zou moeten stil staan. In De FOTOgraaf kunnen we maar een beperkte selectie opnemen, als je naar Joe's site kijkt zou je daarna geregeld nieuwe foto's kunnen zien: www.joesnyc.streetnine.com
De gesatureerde dia's blijken digitale opnamen.
In zijn technische cv op zijn website noemt en beschrijft Joseph de camera's waarmee hij werkt, teveel info om hier op te nemen. In ieder geval blijkt daaruit dat Joe met een digitale Nikon werkt, en geen dia's schiet, dus. Joe's tools: http://joesnyc.streetnine.com/recommend.html
Joe zet geregeld "announcements" op z'n site, kijk maar: http://sitenews.streetnine.com/index.html#announcements
Hoe Joe in fotografie getriggered werd.
Ik groeide op in een fabrieksstadje met zo ronde de 3000 inwoners. Mijn vader was een serieuze amateur-fotograaf, daar begon het eigenlijk mee. Toen ik een jaar of twaalf werd verkocht mijn vader zijn Leica en kocht toen een SLR met een ingebouwde belichtingsmeter, omdat hij nota bene dacht dat die voor mij en m'n zusje makkelijker zou zijn om mee te fotograferen. Later leerde hij ons de technische kneepjes in de donkere kamer. En al snel schoot ik op Tri-X en ontwikkelde en printte zelf. Na mijn vader's inleiding heb ik alles mezelf geleerd, verder geen opleiding gehad, maar intussen ben ik wel zo ver gekomen dat ik nu les geef in digitale fotografie aan de New York University's School of Professional and Continuing Studies.
Uiteraard ben ik beïnvloed door een paar grote fotografen, maar niet de klassieke iconen die iedereen noemt. Degene die mij met z'n fotografie het meest heeft aangesproken is Thomas Roma, die ik hier in Brooklyn heb leren kennen. Zijn collecties "Come Sunday", "Higher Ground", "Sunset Park", en "Enduring Justice" zijn voor mij een grote invloed geweest in mijn streven de straatfotograaf te worden zoals ik die voor ogen had. Daarbij krijg ik veel inspiratie van mijn vrienden en "fellow photobloggers" hier in New York, Keith Kin Yan < http://overshadowed.com >, Eliot Shepard < http://slower.net >, Raul Gutierrez < http://mexpix.com >, en nog veel anderen.
Is het niet link om in New York op straat te fotograferen?
New Yorkers worden overgevoelig als ze een camera zien. Velen houden een hand voor hun gezicht als ze zien dat ik ze wil fotograferen. Dus werd ik gaandeweg steeds vindingrijker, want straatfotografie is wel mijn grote passie. Er zit iets heel speciaals in het zó fotograferen van mensen dat de fotograaf onzichtbaar blijft, op een manier waarop het persoonlijk wordt, close, intens, indringend en soms eigenlijk op de grens van opdringerig.
Wat wil je zakelijk bereiken?
Ik ben alleen geïnteresseerd in pure, fine-art photography. Heel vroeger dacht ik dat ik misschien wel acteur zou kunnen worden, en het zag er naar uit dat ik die kant op ging toen ik een het "dinner theater" werkte. Maar dat bleek toch niet mijn echte roeping te zijn. Nee, dat bleek toch straatfotografie te wezen, waarin ik alles kan vinden wat ik zoek in het leven. Ik verkoop nu printen op internet en ik heb exposities"around the U.S." waar ze ook te koop zijn. En in de Jen Bekman Gallery hier in New York heb ik een goeie representative gevonden.
|