De DS.
Toen Lefebvre op 5 oktober 1955 met de eerste DS over de Avenue des Champs-Élysées reed, kwam het tot een volksoploop als tijdens de revolutie. Na veel uiteenlopende speculaties bleek het een van de meest revolutionaire auto's uit de geschiedenis, de Citroën DS 19, een buitenaardse auto die zweefde over de weg. La Déesse, Godin van de Weg, maar bewoog zich er even boven, een futuristisch sprookje. In Nederland werd het Snoek en Strijkijzer, Haifisch in Duitsland, Tibúron in Spanje, Squala in Italië, Padde in Vlaanderen en Noorwegen.
De volgende dag werd de DS gepresenteerd op de Parijse autosalon en sloeg in als een bom, La Bombe Citroën. De auto verraste met totaal nieuwe eigenschappen en technieken, die nooit eerder in een auto waren toegepast. Op de eerste dag werden 12.000 orders voor de nieuwe auto geplaatst en aan het eind van de week was dit aantal zelfs opgelopen tot 80.000, een aantal dat de fabriek voor grote productieproblemen plaatste. Op de Seine voer een DS op vier grote rode bollen, als visualisatie van de hydraulique van de vering, science fiction, een sprookje uit de toekomst, Jules Verne.
Pas in de loop van 1956 kon begonnen worden met afleveren, daardoor waren er intussen al talloze bestellingen geannuleerd. Eind 1956 kwam een eenvoudiger versie op de markt: de ID 19. De ID/DS werd in verschillende modellen geleverd, als Berline, een sedan, de Break en als Cabriolet .
Rijden op ballonnen, vliegen op een tapijt.
In de TA Hydraulique was al een voorproefje te beleven van de het hydraulisch systeem dat voor de vering van de DS gebruikt zou worden, en de besturing, de remmen, de versnellingsbak en de koppeling werden samengebouwd tot één harmonisch geheel. Er een klassieke versnellingsbak gebruikt, die hydraulisch werd bediend met een ijle, vlinderlicht werkende hendel. Het was een gewone enkelvoudige droge plaatkoppeling maar ook die werd automatisch bediend, waardoor er geen motorvermogen verloren ging in een koppelomvormer. Naast deze oorspronkelijke versie met halfautomaat, werd de DS 'hydraulique' vanaf het voorjaar van 1963 ook leverbaar met een mechanisch bediende versnellingsbak en koppeling, de 'mécanique'.
De belangrijkste technische eigenschap van de DS was de toepassing van hydropneumatische vering, de voorwielaandrijving, en de schijfremmen vóór en trommelremmen achter. De markante, eigenzinnig schone vormgeving van de carrosserie is de synthese van vergaande research naar een vorm die een zo gering mogelijke luchtweerstand zou hebben en een optimaal stabiel weggedrag zou leveren. De brede, vloeiende neus, de aflopende daklijn en de spoorbreedte die voor groter was dan achter, boden met de voorwielaandrijving, en het lage zwaartepunt, de zeer lange wielbasis (3.125m) en een extreem gunstige gewichtsverdeling een uiterst stabiele wegligging die positief werd bevorderd door de asdruk die vóór twee maal zo groot was als achter.
De auto gedraagt zich door dit alles dynamisch gezien als een door de lucht vliegende hamer, altijd met het staal naar voren. De enorme wielbasis had als gevolg dat achterin een ongewoon grote beenruimte was ontstaan. Om het gewicht te beperken en een zo laag mogelijk zwaartepunt te verkrijgen, werd gebruik gemaakt van een polyester dak en aluminium motorkap. In het interieur werden geheel nieuwe materialen toegepast, zoals rayon (Helanca) als bekleding voor de stoelen en het dashboard was het grootste stuk industrieel vervaardigde nylon ter wereld. Bij de latere en duurdere Pallas-modellen werd naar keuze gebruik gemaakt van klassiekere bekledingsmaterialen als leer. Degene die stuurde zal er zich voortdurend van bewust zijn geweest in een geavanceerd vervoermiddel te rijden, aan het grote, ijle en toch extra veilige stuurwiel dat met zijn éne spaak vooral heel open oogde en een onbelemmerde kijk bood op de informatie en de signalen die vanuit het dashboard kwamen.
Het hydraulisch systeem is de kern van de auto. Zodra de motor is gestart, komt de DS omhoog in de 'rijstand' en als de motor wordt afgezet, zakt ie weer terug. De hydropneumatische vering levert een ideale veerkarakteristiek op doordat de vering stugger wordt naarmate de belading toeneemt. Een DS kan dus nooit 'door de veren gaan', hoe zwaar men 'm ook belast. De bodemvrijheid van de auto is met de hand instelbaar en wordt automatisch gehandhaafd door de automatische hoogteregeling. Wanneer er passagiers instappen veert de auto vanwege de soepele vering sterk in, wat het systeem corrigeert door onmiddellijk en de auto weer omhoog te pompen naar de oorspronkelijke rijhoogte. Die correctie werkt afzonderlijk op de vóór- en de achteras. Dit maakt dat de auto ook heel geschikt is voor het trekken van een aanhanger of caravan, omdat de druk van de dissel geen invloed heeft op het horizontale vlak en op de bodemvrijheid.
Een capsule met innovaties.
De DS wordt over het algemeen gezien als de meest innovatieve naoorlogse auto, door velen zelfs van alle tijden. Afgezien van de hydraulische primeurs waren er talloze minder opvallende vernieuwingen. Vanaf September 1967 kreeg de DS dubbele koplampen achter glas, met bij de meeste modellen in de bocht meedraaiende verstralers. Zo was het de eerste productieauto die in een grote serie met schijfremmen werd uitgerust, een gewelfde voorruit kreeg, waarvan de raamstijlen smaller waren dan de afstand tussen de ogen, zodat de dode hoek vermeden werd. Het was de eerste auto met een plastic benzineleiding, die een gladde, gesloten bodemplaat had en een remgedrag en een veercomfort onvergelijkbaar was met al wat er daarvóór te koop was. De DS was zijn tijd in vele opzichten ver vooruit en hoewel de techniek nu, zo'n vijftig jaar later is ingehaald, is de ongeëvenaarde vering nog steeds onvergelijkelijk. Eén van de eigenzinnige, fantastische bijzonderheden van de DS was het rempedaal en het remsysteem dat zich automatisch aanpast aan de belasting, met een systeem dat de remkracht afhankelijk van de belasting verdeelt over de vóór- en achterwielen. Er wordt geremd met een laag op het schutbord geplaatste 'champignon'-vormige knop die een slag heeft van enkele millimeters, waardoor de hak van de rechtervoet bij een noodstop op de vloer kan blijven terwijl de voet zich van het gaspedaal naar de rem verplaatst, wat een levensreddende tijdwinst kan schelen.
Zoals Gabriel Voisin auto's bouwde met zijn door de luchtvaart geïnspireerde kijk op bevlogen constructies en vormgeving, die hij had opgedaan in als vliegtuigconstructeur, zo bouwde André Lefebvre voertuigen die ontstonden in een brein dat z'n inspiratie uit de lucht haalde, die kwaliteiten had die deden denken aan een sprookje over vliegende tapijten en trucages uit de cinematografie. Hierbij mag niet de aantekening ontbreken dat de oorspronkelijke constructieconcepten in een onnavolgbare stijl van Flaminio Bertoni, en dat dit eigenlijk alleen maar mogelijk is gemaakt door Ir. Pierre-Jules Boulanger de zakelijke visionair, baas en stijlbewuste durfal van Citroën.
Visionair was ook de publiciteit, prachtige brochures, in Nederland unieke advertenties, scherpzinnig en intrigerend geschreven door Hans Ferrée en stijlvol vormgegeven door Karel Suyling.
Een elementair uitgangspunt dat Lefebvre vanaf het begin voor ogen stond was een grote wielbasis, zien we al bij de Laboratoire, voor 20 centimeter breder dan achter, voorwielaandrijving, laag zwaartepunt, gewicht op de vooras 800 kg, en de achteras 400 kg. Voor het remsysteem dat passend was voor deze geometrie werd gekozen voor trommels achter en schijfremmen vóór die intern bij Citroën ontwikkeld door Paul Magès , en de DS remde beter dan elke auto op de wereld! Een lekke band was altijd een goed verhaal waarin de auto op een steuntje werd gezet en het wiel alleen door de inspanning van het hydraulisch systeem moeiteloos werd opgekrikt.
Tot het eind een lateraal denker.
Lefebvre werd begeesterd door nieuwe materialen, plastic, nylon en de kunststoffen, perspex en duraluminium en hij was de briljante bedenker van het unieke enkelspakige stuurwiel dat veel goedkoper in de productie was dan het gangbare wiel, en dat zo'n goed doorzicht gaf.
In 1958 werd Lefebvre getroffen door een verlamming van de rechterkant van zijn lichaam en kon daardoor niet meer zijn werk voortzetten als hij gedaan had. Zijn hersenen waren beschadigd en hij had problemen gekregen om zich verstaanbaar te maken, maar door zijn enorme wilskracht leerde hij tekenen met zijn linkerhand. Hij werd genoodzaakt om ontslag te nemen bij Citroen en trok zich terug in z'n huis in l'Etang-la-Ville. En hij begon weer te de creëren en scherpzinnige ideeën te ontwikkelen. Tot zijn dood op 4 Mei 1964 heeft hij zijn laterale denkkracht behouden.
|