© The images & texts on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are.
Features, articles, sailing, Hans Arend de Wit

 

Vanaf hoofstuk 1 scroll nbaar beneden.

Vanaf hoofdstuk 21.


Vanaf hoofdstuk 51.

Vanaf hoofdstuk 81.

Vanaf hoofdstuk 101.

Vanaf hoofdstuk 111.


Overlast

Nederland onder water.

De ramp van 2012.

 

- 01 -

De wolken die vanaf zee over de duinen binnenvlogen waren groen, donkergroen, bij het zwarte af. Het werd donkerder. De zilte storm loeide met vlagen nat zand dat de brilleglazen ondoorzichtig maakte als matglas. Elke honderd meter veegde Kees met spuug er het plakkerige zand af. Toen hij weer eens even stil stond kwam langs de rand van het grindpad een jonge man aanlopen, en samen liepen ze een tijdje stilzwijgend naast elkaar verder, totdat de ander Kees staande hield, hem stilzwijgend glimlachend aankeek en zei: "Je kijkt wel erg zwaarmoedig ondanks dat je daarnet, naar ik aanneem, aan de verdrinkingsdood bent ontsnapt. Als je het goed vindt loop ik een stukje met je mee. Daarom stel ik me even voor. Ik ben Tom, en ik kom van wat tot voor kort Rotterdam was. Waar kom jij vandaan als ik vragen mag, en waar ga je naar toe, en als ik zo vrij mag zijn, hoe kom je nu hier zo te lopen? En wat doe je van beroep, of wat deed je? Dat zijn wel veel vragen ineens maar waarom zou ik wachten als ik benieuwd ben."
"Kees de Vogel," zei Kees.
Tom sloeg een arm om Kees heen en zei: "Ben je niet opgelucht dat je nog het leven hebt? Wij zijn alle twee geluksvogels."
"Ik kijk een beetje sip," zei Kees, "omdat ik aan mijn vrouw denk en aan mijn ouders en mijn vrienden en aan wat er gebeurd zal zijn met de mensen in Rotterdam en misschien wel de rest van Nederland. Tot vanochtend runde ik een vliegveldje op Koedijk, aan het Noord-Hollands Kanaal. Wat wil je nog meer weten?"
"Da's ook wat, een vliegveld! Heb je daar ook een boot of misschien wel een watervliegtuig?"
"Toevallig heb ik daar inderdaad ook een watervliegtuig, klein maar snel, zo een met uitklapbare wielen, maar nu zal het wel drijven, hoop ik, want ik heb gehoord dat het vliegveld ook is overstroomd, en de verzekeringsmaatschappij zal wel onder water zijn verdwenen. Maar het gaat nu om meer elementaire zaken."
"Dat is wel uniek!" zei Tom.
"Onder andere liep ik ook daar aan te denken, aan wat dat vliegtuig nu voor soelaas zou kunnen bieden."
"Ik heb eens over die mensen van dat vliegveldje gelezen, over de Spirit of St. Louis die in het geheim spannende vluchten maakten. Maar hoe kom je nu hier?"
"Ik zat vanmiddag in Hotel New York koffie te drinken met de stuurman van de watertaxi waarmee ik bij het hotel was terug gekomen. Mijn auto stond op het parkeerterrein. We keken uit op de Waterweg. In de verte zagen we een vloedgolf aankomen. Zonder te overleggen wisten we alle twee in een flits wat dat voor gevolgen zou hebben en in een reflex renden we naar de watertaxi en we voeren met hoge snelheid de kant op van Hoek van Holland, omdat we dachten dat het aan de kust droog en veilig zou zijn. Dachten we. Het was absurd maar we kwamen boven op de golf en we vlogen verder. Er voeren schepen op de Waterweg die allicht een klap van de vloedgolf gehad zullen hebben, maar die gewoon door voeren. Die zouden ook trouwens niet zomaar ergens in het kanaal hebben kunnen aanleggen."
"En die waterkering op de Waterweg dan?"
"Op de Maeslantkering, die de golf had moeten tegenhouden, stonden mannen die naar ons zwaaiden. Dat daar iets niet in orde was, dat was duidelijk, maar ze waren toch al te laat om de golf te keren. In de verte aan bakboord zagen we een raffinaderij en dat gigantische park met opslagtanks. Hoe zal dat alles de vloedgolf hebben doorstaan? Bij de ferry naar Engeland heeft de stuurman me afgezet en is tot mijn verrassing gelijk weer terug gegaan. Hij had zich bedacht en dacht dat hij wel goed kon verdienen en hij zei nog 'Er doen zich in het leven situaties voor,   waarop we blind moeten varen op onze intuïtie.' Hij stoof weer terug over het water dat als een wilde bergrivier naar Rotterdam stroomde."

- 02 -

"We lopen te kletsen alsof we een strandwandeling maken," zei Tom.
"Dat is de paniek," zei Kees. "Van nu af aan zul je niet anders tegenkomen dan paniek. Niemand is meer normaal. Waarom stel je ook al die vragen, dat zou je anders ook niet doen. In ons hoofd neemt een ander regime het over, geloof ik. Je zult mensen tegenkomen die zich zelfs heel vreemd gedragen."
"Waardoor denk je dat deze ramp is veroorzaakt?" vroeg Tom, "Was het de waterkering? Het computerprogramma dat hem had moeten sluiten? Had de kering de golf kunnen tegenhouden? Was het een tsunami? Zal de hulp uitblijven net zo als in New Orleans? Maar waar ben je nu naar onderweg? Heb je je vrouw of je partner nog gesproken als je die hebt?"
"Ik ben onderweg naar huis, vanzelfsprekend, naar Groet, even voorbij Bergen. Ik heb haar nog gesproken met m'n mobieltje toen ik met de watertaxi op de Waterweg voer, dus zij is gerustgesteld en ik ook wat haar betreft. Het was eigenlijk een krankzinnige tocht, ook al omdat ik er niets voor betaald heb, de stuurman ging weer terug zonder dat hij een boodschap had te doen in Hoek van Holland. Ik wilde naar de kust komen, naar de duinenrij. Daar misschien een lift zien te krijgen. M'n auto stond achter New York, die kan ik wel vergeten. Maar jij dan, ben je op weg naar het Museum Mesdag? Het is allemaal zó absurd dat er ook alsmaar onzinnige gedachten door je hoofd vliegen. Ik herinner me nu dat ik al jaren geleden heb gelezen dat het veiligheidsbeleid van toen gebaseerd was op de situatie van na de watersnoodramp van 1953. Dat beleid was preventief gericht en zou onvoldoende toegespitst zijn om snel te kunnen reageren. Willem Alexander was heel assertief in het onder de aandacht brengen van de rampzalig toestand van de dijken en de ontoereikende bescherming van meer dan de helft van het land. De toenmalige minister Peijs zei nota bene dat het zo'n vaart niet zou lopen, maar de kamermeerderheid wilde een snelle actie. Dat was het moment dat ik besefte dat het zo mis zou kunnen gaan als nu ook gebeurd is. Ik heb zelf nu geen plannen, en ook eigenlijk geen idee. Ik heb al gebeld naar m'n vriendin, maar die nam niet op. Ik vrees het ergste."
"Als je niet terug kunt," zei Kees, "dan moet je alleen denken aan de beste manier om vooruit te komen. Het is maar een eenvoudige quote, iets beters heb ik niet. Voor deze omstandigheden zal Schopenhauer ook wel niet het verlossende advies hebben."
"In onze bezetenheid ergens te komen," zei Tom, "vergeten we soms het voornaamste, dat we moeten doorlopen. Daarnet zei je ook al zoiets slims."
"Elke ochtend krijg ik een quote op m'n mobieltje," zei Kees. "Zoals mijn vader vroeger een quote vond op elke pagina van zijn losbladige Succesagenda, zo krijg ik deze nu als mailtje. Slim hè? Trouwens, bijvoorbeeld, las ik een paar dagen geleden dat een diploma een bewijs is van wat je hebt gedaan, en niet van wat je kunt. Zo'n observatie, zo'n waarheid, dat kan een stimulans zijn om er weer eens anders tegen aan te kijken. Vroeger was het een hype om in discussie uitspraken uit de literatuur aan te halen, vooral om te laten horen hoe intelligent je was. Waarom zou je dat niet doen met quotes waarmee je constructief je zelf verder op weg kunt helpen?"
"Wij zijn terug geworpen in de kleine kring waarin we zijn begonnen," zei Kees, "en dat is geen quote, maar een persoonlijke observatie."
Kees stopte weer om z'n bril schoon te vegen, en probeerde te bellen.
"Wat kunnen we we beter doen dan naar huis lopen," zei Kees tegen zijn wandelgenoot. "Opeens denk ik eraan dat ik mensen had kunnen gaan redden in Rotterdam. Maar mensen redden dat kan thuis in de buurt van Groet of op Koedijk ook nog. We zouden een fiets te pakken moeten krijgen."
"Of een tandem. Maar waarom vraag je je vrouw niet ons te halen met het watervliegtuig? Dan kan ze op zee landen."

- 03 -

"De 06-lijn werkt niet meer," zei Kees, "geen antenne, waarom weet ik niet. Ik heb voldoende accuspanning, maar ik krijg geen verbinding met het net. We lopen misschien wel in een gat in de dekking."
"Zou je vrouw ons kunnen halen?"
"Niet met het vliegtuig," zei Kees, "maar wel met de Méhari. Maar ik geloof dat ze zal zeggen dat zelfs als we geen vervoer kunnen krijgen we beter kunnen lopen. Zij weet ook wel dat zij door de bewoonde wereld moet waar de mensen zich extreem vijandig zullen gedragen en haar niet ongemoeid door zullen laten rijden. Maar waarom loop jij hier, en waar wil je naar toe?"
"Uit de verslagen uit New Orleans weten we dat daar alle normen en waarden in één klap waren verdwenen. Misschien niet eens zo ver verdwenen als hier."
Het knarsende grintpad liep pal langs de rand van de duinen die daar heel smal waren. Aan de landzijde stonden lage huizen. In de straten van het plaatsje Ter Heijde waren mensen druk in de weer om weg te trekken, lopend of met de auto.  
"En waar willen ze naar toe?" zei Tom. "Ze komen het dorp niet eens uit, er is alleen water ben ik bang voor."
"Over dit pad zullen wij verder komen denk ik," zei Kees. "Als zij niet hier of daar naar toe kunnen om te logeren, en als ze een huishouden moeten mee zeulen, dan kunnen ze beter thuis blijven, want hier is het nog zelfs hoger dan verderop."
Er reed een scooter voorbij met een man en een vrouw en een meisje zittend op de voetenplank tussen de man en het stuur. En vanaf de kant van Den Haag kwam een oudere vrouw met een Stokke buggy met twee kinderen op weg naar van Hoek van Holland. Van beide richtingen kwamen meer mensen. Niemand zei iets, alle prietpraat was geschrapt. Hoewel het maalde in de hoofden en harten van de vluchtelingen kon niemand de vragen en reacties en woede verwoorden.
"Maar waar ben jij naar toe onderweg?" vroeg Kees. "Ik ben net als altijd om deze tijd gewoon op weg naar huis, maar jij loopt juist van huis weg. Heb je een uitwijkhaven?"
"Ik had al snel begrepen dat ik geen huis meer had, en dat ik nergens meer een thuis heb. Ik ben vanaf het moment dat ik het water zag een opportunist geworden. Ik had al snel begrepen dat ik nieuwe opportunities direct op hun waarde moest afwegen en aangrijpen als er kansen in zaten. Ik zal een nieuw en ander leven moeten beginnen, nieuwe start in het leven moeten maken, aan al het voorafgaande kunnen geen rechten meer worden ontleend. Rotterdam en heel die omgeving zal misschien wel de eerste jaren niet of nooit meer bewoonbaar worden. Je kunt niet verder naar het Oosten komen denk ik, of naar het Zuiden, dus daarom loop ik deze kant op, naar Den Haag, waar de koning trouwens woont, de supervisor over ons water."
"Je kunt je nu afvragen of wij ons beter hadden moeten voorbereiden op deze ramp. We hebben allemaal geweten dat dit had kunnen gebeuren. We hebben documentaires gezien over de zeespiegelstijging en de wenselijkheid de dijken te verhogen. Ik weet niet hoe anderen dat hebben ervaren maar ik vond dat heel angstaanjagend, altijd gevonden. Je kunt op een vulkaan wonen en gaan dansen. Wat zou je anders kunnen, ja verhuizen. Mijn vrouw en ik wonen nogal safe, maar we hebben geen moestuin. Eerst zullen nu de winkels worden geplunderd, en die zullen niet opnieuw worden bevoorraad. Er liggen geen plannen klaar, geloof ik, om al die miljoenen mensen te evacueren, en waar naar toe? En wat zou de regering daar trouwens mee kunnen? Hoe werden de afwegingen gemaakt van de budgetten voor de landsverdediging door het leger en de luchtmacht, en de gezondheidszorg en de verdediging tegen het water van de rivieren en de zee. Had ik me daar meer zorgen over moeten maken dan ik al deed, of had ik om iets in te brengen in de politiek moeten gaan? Nu zijn wij figuranten in een film die we nooit hadden willen zien, en we hebben geen idee of wij, en met ons de helft van de bevolking, het slachtoffer zijn van incompetentie, politieke spelletjes, of onhaalbare kaarten. Maar wat is jouw beroep eigenlijk?"

- 04 -

"Escape from New York," zei Tom. "Die film heb ik wel drie keer gezien. Ik ben opgeleid tot instrumentmaker. Maar de laatste tien jaar zit ik grotendeels achter de computer om de apparaten te designen met cadcam, ik maak ze op afstand."
"In de tweede wereldoorlog," zei Kees, "reed mijn grootmoeder met een paar buurvrouwen op de fiets van Amsterdam naar de Wieringermeer om daar te proberen aan voedsel te komen. De beelden uit die verhalen komen nu weer boven water. Maar nu is alles anders, nu zullen we hulpgoederen of voedsel met een boot moeten zien te krijgen. Hoe lang hebben we nog benzine? Die zorg is misschien al wel ernstiger dan we nu kunnen gissen. In de hele randstad is er geen aanvoer meer van de meest vitale noodzakelijkheden. Wij moeten focussen op ons doel, dat voor mij mijn Brechtje is. We moeten nu niet terug kijken naar wat misschien mogelijk was geweest als we dit allemaal van tevoren hadden geweten. Het macabere is dat we eigenlijk geweten hebben dat ons dit te wachten stond. Maar we moeten nu al onze aandacht geven aan de acties die nodig zijn om te overleven."
Een man op een damesfiets met een meisje achterop reed de mannen op het smalle pad voorbij in Noordelijke richting. Zijn dochter, of z'n vriendin? De bedekte zon was naar het Westen gedraaid. De wind was minder stormachtig geworden. Steeds meer mensen liepen over het pad de kant van Den Haag op, met een strakke uitdrukking op het gezicht, zwijgend, bijna allemaal alleen in een jack of een jas, een enkeling zwaar bepakt. Een paar migranten reden op een kinderbakfiets, afgeladen met koffers. Kees stopte om zijn bril schoon te vegen en om met zijn mobieltje een paar foto's te maken, die hij nu naar niemand kon versturen.
"Als we hier gisteren hadden gelopen hadden we kunnen filosoferen over dat dit ooit zou kunnen gebeuren. Dan hadden misschien genoten van de natuur hier, het helmgras, de vennetjes, de meeuwen, en we hadden gepraat over de meeuw Jonathan Livingston Seagull, en als we hier lang hadden rondgebanjerd misschien wel over zonsondergangen. We hadden over de duinen de branding gehoord, en we waren dichterlijk geweest. We hadden misschien hier in een pannetje gelegen en jij had gezegd: De aarde warmt lekker op, daardoor hebben wij het zo heerlijk hier in het pannetje."

- 05 -

"Wie zal er afgezien van eten nog elektriciteit hebben?" opperde Tom. "Zij die met voorzienigheid vooruit keken hebben daar nu profijt van. Misschien zal de radio vanaf een
"Wie zal er afgezien van eten nog elektriciteit hebben?" opperde Tom. "Zij die met voorzienigheid vooruit keken hebben daar nu profijt van. Misschien zal de radio vanaf een andere zender verder in het Oosten gaan uitzenden, dan kunnen ze het nieuws horen, en de adviezen over wat te doen. Niet omdat ik rekening heb gehouden met een situatie als deze, maar een paar jaar geleden heb ik een Rover gekocht, zo'n vehikel dat op Mars onderzoek heeft gedaan, met uitvouwbare zonnepanelen. Toen die karretjes verouderd waren heeft Nasa ze verkocht op eBay. Het was een heel bijzondere dag toen die kist werd bezorgd. We hebben er mee op het vliegveld rondgereden en de stroombron aangesloten op de zendapparatuur op de Méhari. Dus als ik thuis ben kan ik wel met de buitenwereld communiceren," zei Kees.
"Maar het vliegveld zal onder water staan," zei Tom.
"Nee, mijn speciale vehikels staan thuis, betrekkelijk hoog en droog, alsof ik met deze ramp rekening heb gehouden."
"Vehikels!"
"Zo noemt Nasa die voertuigen, net zoals the Lunar Moon Vehicle, zoals die officieel heet, die ook in de schuur staat, een soort dune buggy. Met de Méhari rijden we heen en weer tussen ons huis en de Strip zoals we het vliegveld noemen."
"Man oh man, wat een hobby's!"
"Een ander is gefocussed op Aston Martins, grammofoonplaten of virtual games, well anything nifty and fancy. Die vliegboot heb ik ook op eBay gekocht. Het zijn allemaal gadgets die ik commercieel wel profijtelijk heb gemaakt, zoals die Méhari, die wordt gebruikt om zweefvliegtuigen omhoog te trekken, in plaats van met een lier."
"En die maankar?"
"Die heb ik op luchtbanden gezet in plaats van die gazen wielen, en daar doen we boodschappen mee in het dorp. Die staat in de boeken op het promotiebudget. Nu ik daar aan terug denk, zoals ik me voorstel dat iemand die uit de bocht vliegt flitsen ziet uit het voorafgaande leven, zo zie ik nu ook dat ik een prachtige tijd heb gehad, uren video vol mooie herinneringen. En nu moeten we meteen een nieuwe band in de camera doen."
Een tijdlang liepen de mannen stilzwijgend naast elkaar.
"Ja, een rijk en spannend leven," zei Tom.
"Dat was nog niks," zei Kees, "het kan niet anders dan dat het nog veel spannender wordt."
Tom liep naar de grond te kijken en naar de duinen en de meeuwen die op de storm zeilden. Abrupt stond hij stil.
"Ik ga terug,"zei hij luid, als een schreeuw. "Ik ga kijken of ik haar kan vinden!"
Tom pakte Kees' rechter hand, en de linker erbij, keek hem een tijd aan, niets zeggend, in het gekrijs van de meeuwen, liet Kees' handen los, sloeg een arm om hem heen en draaide zich om, en liep snel, bijna rennend het pad weer terug.
"Keep up the good spirit!" riep Kees hem na.
Het werd donkerder en drukker op het pad.

- 06 -

Kees werd ingehaald door het rumoer van een over het nu ongelijke wegdek rollende en bonkende trein van drie aan elkaar gebonden reiskoffers. Hij maakte een paar foto's en liep met de zelfde snelheid mee met de vrouw die het hele konvooi trok, aan haar linker hand twee meisjes van een jaar of tien, die even later Daphne en Dorien bleken te heten.
"Zal ik het even overnemen?" vroeg Kees.
"Dat is aardig van u," zei de vrouw.
"Dat is voor de derving van de modelkosten," zei Kees. "Heb je een reisdoel?"
"Ja, ik ben op weg naar mijn ouders in Scheveningen. Die zullen niet weten wat ze is overkomen."
Kees stelde zich voor. Ze hielden even stil en gaven elkaar een hand.
"Irena," zei ze. "Wat doet u met die foto's?"
"Die mail ik straks naar m'n provider," zei Kees. "Die zit hoog en droog in Arnhem, en zal ze op m'n website zetten, nee, ik plak ze zelf in m'n phlog via m'n mobieltje, mijn dagboek op internet."
"Kan ik dan straks mezelf op internet zien?"
"Ja de hele wereld kan je zien..."
De telefoon ging. Brechtje kwam in beeld.
"Oh schat, gaat het goed?"
"Dat is mijn vrouw," zei Kees tegen Irena. "Die is weer boven water."
Terwijl Kees Brechtje op het schermpje aan Irena liet zien, kwam er met veel getoeter een scooter aan rijden met een meisje met een man achterop, Tom.
"Ik ben lopend," zei Kees tegen Brechtje, "vanaf Hoek van Holland door de duinen naar het Noorden onderweg naar huis. ... Nee, van Rotterdam heb ik een taxi genomen. Alles staat onder water. ... Nee, een watertaxi. ... Als ik eenmaal in de stad ben ga ik proberen een fiets te pakken te krijgen. ... We lopen nu op de Slapersdijk ter hoogte van Monster. ... Ja, ik kan de zee zien. Er waait een fris windje. Kon ik maar zo doorvaren! Kijk maar op de kaart. ... Ik loop inmiddels met een heel gezelschap naar Scheveningen. ... Tom, en Irena en Daphne en Dorie, zie je ze? Goed om te horen, dat je het goed maakt! ... Ik bel je morgenochtend weer! ... Dag schat!"
Irena en de meisjes stonden vriendelijk en bedeesd te wachten, en Tom glimlachte. Het meisje op de scooter zwaaide en reed verder, en Kees stelde Tom aan Irena en de meisjes voor.
"Kom," zei Kees, "Scheveningen is niet ver meer."
"Dat dacht ik ook," zei Tom, "Tot zo ver loop ik met jullie mee."
"Ik vroeg me af waarom je opeens terug ging," zei Kees.
Tom's antwoord ging teloor in de wind. Hij nam de voorste koffer van de koffertrein en vroeg aan Irena: "Zullen we? Gaat het nog?"
De meisjes waren moe en stil. Kees zei hun dat het niet zo ver meer was en ging naast Tom lopen en deze zei: "Ik heb haar gesproken. Ze belde me vanaf de ferry naar Engeland. En het is me wel duidelijk dat ik haar niet achterna hoef te gaan. Ik ben weer alleen op de wereld."

- 07 -

"Da's nou voor ons niet erg aardig om te horen," zei Kees met een glimlach. "Maar ik begrijp het wel, het zijn ingrijpende, shocking bijna niet te verwerken ervaringen die ons overkomen."
Aan het eind van de weg die de Slapersdijk heette kwam een driesprong. Kees pakte z'n mobieltje en keek geconcentreerd naar het kaartje.
"Links," zei hij.
Het groepje nam het pad in Westelijke richting, naar zee.
"Je moet steeds opnieuw risico's nemen," zei Tom, "Weer zo'n quote die opeens naar boven komt. Je moet steeds opnieuw risico's nemen, je moet sommige wegen volgen en andere verlaten. Op het moment van het maken van een keuze is iedereen bang."
"Kun je hierop ook zien waar mijn opa en oma wonen?" vroeg Daphne.
"Welke straat, weet je hoe die heet?"
"Gevers Deynootweg," zei Daphne.
"Twaalfhonderdzesennegentig," zei Dorien.
"Ah," zei Kees, "dat weet je dus uit je hoofd! Dat is net achter de boulevard."
"Dat klopt," zei Dorien.
"Daar kunnen we zo naar toe lopen," zei Kees. "Maar wel in het donker."
De kleine optocht met het koffertreintje liep zwijgend in de richting van de zee.
"Je kunt de zee al ruiken," zei Irena.
Ieder liep in een wolk van eigen stormachtige gedachten. Kees dacht aan Brechtje, hun huis en de duisternis die al aan de voet van de duinen in de achtertuin gevallen was. Hij liep niet vooruit, maakte geen plannen, dacht bij elke stap welke hij het beste als volgende zou kunnen nemen. Terwijl hij luisterde naar wat de meisjes tegen elkaar zeiden, en wat Tom tegen Irena zei, dacht hij terug aan de afgelopen jaren, hoe hij achtereenvolgens verliefd werd op de Spirit of St. Louis, en Brechtje de dochter van de bouwer van de Spirit en het leven langs en boven het strand en de duinen. Net zo als wanneer hij hoog in de lucht zat en dacht aan zijn liefje frappeerde het hem ook nu weer hoe onvergelijkelijk uniek zij was en hoe zij samen een team vormden. Wat zou ze gedaan hebben vanmiddag, bij haar ouders op de boerderij in Koedijk op zolder de boel geredderd? Iets geregeld voor de bewoners van de containers op het vliegveld , hun spullen verhuizen met die ouwe praam? Ze zou actief en onzelfzuchtig in de weer zijn, mensen helpen. Hoe hoog zou het water staan? En hoe groot zou de rampspoed in het dorp zijn?
"Mam, gaan we zwemmen?" vroeg Daphne. "Mam, mam!"
Even kwam de zee in beeld voordat de groep het fietspad naar rechts nam, naar het Noorden, steeds dichter bij Scheveningen.

- 08 -

"We gaan eerst naar oma," zei Irena, "daarna zien we verder. Ik zal de koffers weer overnemen Tom."
"Het is nèt vakantie hè Tom?" zei Dorien.
Kees dacht aan vakantie, Tom en Irena schenen daar ook aan te denken. Voor de meisjes leek het een beetje vakantie maar uit hun opmerkingen bleek we dat ze goed in de gaten hadden dat het uitzonderlijke omstandigheden waren.
Kees, die altijd snelheid gewend was in zijn verplaatsingen, begon het te lang te duren, het schoot niet op volgens hem. Toch zou hij niet willen meeliften met de suv die naast het pad voorbijreed. Het lukte hem om doelgericht door te lopen zonder te struikelen over gedachten aan nood, watersnood en wateroverlast en andere vormen van paniek en teloorgang. De gedachten aan Brecht hadden het effect van de stille kracht van een magneet en hielden hem in de baan die door de gps op de monitor werd aangegeven. Hij besefte dat de anderen soortgelijke gedachten over hun bestemming hadden omdat ook zij, net zoals hij zelf, ook als op rails liepen. De meisjes zeurden niet, zoals meisjes doen als het zo laat is. Tom scheen onderweg te zijn naar een nieuw leven. Hij had de koffers weer van Irena overgenomen en trok de bonkende trein met koffers door het donker achter zich aan. Irena had Tom een arm gegeven. Een gezinnetje met een oom. Kees zette de tv aan op z'n mobieltje, een feature waar hij niet eerder aan gedacht had. De meisjes kwamen gelijk aan weerszijden naast hem lopen. Ze stopten allemaal. Het gebonk van de koffers hield op en het was stil in het geluid van de wind. In de verte de branding.

- 09 -

Kees had de tv op het goeie moment aangezet. De uitzending, zo werd in het begin van het journaal gezegd, kwam vanuit Hilversum, maar werd uitgezonden vanaf een zendmast in Duitsland. Voor het eerst werd duidelijk wat de omvang was geworden van de ramp die volgde op de vloedgolf die Kees op de Nieuwe Waterweg had weerstaan. Een kettingreactie van dijkdoorbraken, waardoor het water zonder veel tegenstand vanzelf de laagste punten had opgezocht. Het beeld van de nieuwslezer werd gevolg door een kaart van Nederland waarop de ondergelopen delen het blauw van de zee had gekregen. De duinenrij in het Westen stak nog boven het water uit en daardoor ook de plek waar Kees en de groep onderweg waren. Ze stopten en keken met Kees mee.
"Dit is waar Willem Alexander zo voor gewaarschuwd had," zei Irena.
De duinenrij tot aan Den Helder, en ook de Hondsbossche Zeewering had het gehouden. Koedijk stond inderdaad onder water. Rotterdam, heel West Nederland, Den Haag, maar niet het Westen van Scheveningen. In flitsen werden beelden getoond van New Orleans en de Watersnoodramp van 1953. Het groepje stond dicht om Kees heen en zag op de kleine monitor dat in het donker reddingsacties werden uitgevoerd in het licht van schijnwerpers. De volgende dag zou de voltallige politie en het leger worden ingezet voor hulp, evacuaties en de handhaving van de orde. In alle gemeenten die onder water stonden was de elektriciteit uitgevallen en het gas was afgesloten. De landlijnen van het telefoonverkeer werkten niet meer.
"Het belangrijkste weten we nu," zei Kees. "Zullen we verder gaan? Zo ver is het niet meer. En we kunnen droog verder."
Hij zette z'n mobieltje uit om de accu te sparen.
"We wisten het al," zei Tom, "maar stilletjes hoop je dat het niet zo'n omvang zou hebben gekregen. We hebben er niet veel over gepraat omdat het geen zin had om in wilde weg te gissen. En nog weet je niet wat er gebeurd is met iedereen die je kent. Er zal wel een informatiedienst op gang komen waar je te weten kunt komen waar wat allemaal gebeurd is, denk ik zo."
"Wat heeft men in Nederland nu van New Orleans geleerd?" vroeg Irena.
"Net zo veel als de politici van de Tweede Wereldoorlog hebben geleerd," zei Tom. "Het draait allemaal om geldstromen, ook de verdediging tegen het water. Het gaat om wie winst ziet voor wie, op korte en op lange termijn."
"Da's wel heel zwartgallig," zei Irena.
De tweeling liep tepraten over wat ze bij oma zouden gaan doen. Tom sloeg een arm om Irena heen en zei dat hij probeerde het leven te zien zoals het feitelijk functioneerde. Dat alles draaide om financiële machten, en om geld en om macht en om geld. Hij vertelde dat hij bedrijven zag als bolwerken, net zo als vroeger de burchten en vechtkastelen. En regeringspartijen als vestingwerken. Daar helpen wijze aforismen geen moedertjeslief aan, en danswedstrijden ook niet. Alles is toch eigenlijk een wedstrijd. Of vind je van niet."
"Er zal een nieuwe kaart moeten komen," zei Kees, "van wat er nu over is van Nederland. Er zal beslist snel een nieuwe landkaart moeten worden gemaakt, ik denk dat die kaart gewoon nodig zal zijn, en dat die dus snel gemaakt zal worden."
"Maar wat vind je van een kaart van kastelen," opperde Tom, "een kaart waarin de macht in kaart is gebracht met ridders en struikrovers, of een kaart van deze wandeling, of een mooie cartografische kaart met aforismen?"
"Een mindmap," zei Kees.
"Een overlevingskaart," zei Tom. "Ik zie die kaart al voor me, met tekstballonnen met slimme acties."
"Ik wil een kaart," zei Irena gedecideerd, "met wegen van hunkeringen en plaatsen van voldoening. Geluk is ook maar geluk."

- 10 -

"Is het een film?" vroeg Daphne. "Of is dat allemaal echt gebeurd Kees?"
"Ja lieverd," zei Kees. "het is allemaal echt gebeurd, maar jullie hebben een fantastische moeder die er voor zal zorgen dat het goed zal gaan met jullie. Het zal de eerste tijd niet makkelijk zijn met school, en het leven zal heel anders worden, maar volgens mij is het 't belangrijkste dat jullie elkaar hebben, is het niet? Op het journaal heb je overal op de wereld al die rampen gezien, en daarbij denken we dat het gelukkig ons niet is overkomen, maar dat kan wel, het kan ons ook overkomen."
"Oh Kees, wat heb je dat goed gezegd," zei Irena.
"Ja, nu relativeer ik de ramp nogal, en ik besef dat we op een fantastische manier de dans zijn ontsprongen. Als je ons vergelijkt met de mensen die op een dak zitten te wachten op hun redding, als je daar aan denkt dan zie je weer hoe onvoorspelbaar het kan lopen in het leven."
Tom trok zonder te verslappen de trein met koffers bonkend verder. De meisjes waren zichtbaar onder de indruk.
"We kunnen ook nog een kaart maken van de wereld van kuiperijen," zei Tom tegen Kees.
"Ach gats," zei Irena, "in zo'n onderwereld wil je toch niet wezen, als je toch kan kiezen ga je voor een mooie wereld waar je gelukkig kunt worden."
"Een stimulerende kaart," zei Kees, "met quotes voor de ontdekkingsreiziger, een handzame kaart die je op weg kan helpen in een wereld een waarvan je altijd hebt gedroomd."
"Ja zo'n kaart!" zei Irena.
"Op die kaart zal ook de zandbank voor de kust van Aveiro staan," zei Kees. "Daar wil ik dan naar toe. Dan zal ik daar het boek van Alberts lezen, ik weet wel waar dat strand ligt. Is het je ook opgevallen, dat als je een stad nadert het drukker op de weg wordt, hoewel er geen toevoerwegen zijn, zoals wanneer je Parijs nadert het zienderogen drukker wordt, dat het verkeer indikt. Zie je dat het hier nu ook drukker wordt?"

- 11 -

Het groepje stond even stil om te kijken naar de skyline van donker Scheveningen die zich aftekende tegen de nachtelijke lucht.
"Dit zijn eerst de buitenwijken van Den Haag. Scheveningen ligt iets verder," zei Kees. "We sjouwen onverveerd door. Gaat het nog meisjes?"
"Kees, mag ik even je telefoon lenen?" vroeg Irena. "Dan bel ik m'n moeder om te zeggen dat we er aan komen."
Ze toetste een nummer in en kreeg gelijk gehoor.
"Mam, niet schrikken hoor, ik ben het, Irena. ... Nee, niet huilen, alles is goed met ons. We waren toevallig in Hoek van Holland toen we die golf zagen aankomen, en we zijn toen meteen naar het Noorden gelopen. De meisjes zijn bij me. Over een kleine twee uur zijn we bij je. We zijn lopend naar jullie onderweg gegaan omdat ik dacht dat we niet meer in Rotterdam zouden kunnen komen. ... Ja, een kleine twee uur. We lopen over een pad door de duinen en zijn nu ter hoogte van het eind van de Laan van Meerdervoort. ... Ja jij ook! Jullie ook! Er zijn nog twee mannen bij ons. Oh, dat zullen ze fijn vinden! ... En aan pappa! Dag, tot zó! Dag lieverd!"
"Tja," zei Tom, "als we naar de Laan van Meerdervoort lopen kunnen we niet even een tram of taxi nemen. Alles is van nu af aan anders."
"Mam vroeg of jullie blijven slapen," zei Irena. "De elektriciteit is bij hun niet uitgevallen en ook de verwarming niet, dat gebeurt kennelijk in sectoren. Het is dus warm en droog thuis. Dat is wel een hele opluchting."
"Kom jongens en meisjes," zei Kees, "we gaan verder. Gaat het nog? Jullie zijn wel heel fantastische meiden moet ik zeggen!"
"Het zijn roestvrijstalen elfjes," zei Tom. "Ze lijken beslist op hun moeder!"
Irena die na het oponthoud de sleep koffers weer achter zich aantrok werd snel weer afgelost door Tom. Ze liepen achter elkaar, om passanten langs te laten, die breeduit hardop pratend zware tassen en rugzakken dragend naast elkaar voorbij liepen, het groepje van Kees en z'n metgezellen bijna van het pad af drukkend. Een tijdje niets en dan een jongen met heavy metal in een boombox op volle sterkte.
"Ik vind het meer een gelegenheid voor Wagner," zei Kees tegen Tom die pal achter hem liep.
De jongen hield in.
"Had je commentaar?"
"Dat deze gelegenheid meer iets is voor Richard Wagner."
"Dat heb ik niet. Nooit van gehoord."
Zonder verder iets te zeggen liep de jongen door. Gaandeweg werd het geluid van de boombox minder en volgde er weer een tijdje de stilte van de storm.

- 12 -

Uit het niets crossten een twee suv's pal naast het pad de groep voorbij en daarna kwam het geluid weer alleen van de storm en het geknars van de kofferwielen over het grind.
"We komen nu in de buurt van de Scheveningse haven," zei Kees, op het schermpje van z'n mobieltje kijkend, "dat is aan de meeuwen te zien, die in de buurt van de vissershaven rond vliegen. Ik stel voor dat we de fietspaden aanhouden, dat lijkt me wel zo veilig. Dan komen we bij de haven uit en kunnen we daarvandaan naar de Gevers Deynootweg lopen."
"Lopen?" vroeg Daphne. "Laten we een taxi nemen."
"En dan meteen naar onze suite in het Kurhaus," zei Kees. "Nee, dit is veel plezieriger, niet naar bed en gezellig wandelen."
"Oom Kees, wees nou even serieus!" zei Daphne plagend.
"En dan krijgen we pannenkoeken," zei Dorien. "Grapje!"
"Onze voettocht is fantastisch verlopen," zei Irena. "Wat een geluk in al deze ellende!"

Het pad boog landinwaarts af naar rechts, het pijltje op de kaart van het mobieltje leidde ons stipt Duindorp in. Het leek wel alsof de straffe wind gelijk minder werd. Rechts en links, rechts en een brug over en het gezelschap liep langs de haven. Het water klotste met zware slagen hoog tegen de kademuren op, maar met de bouw van de haven leek men wel op zulk hoog water gerekend te hebben. Er reed een auto langs, overvol met mensen. De schepen klotsten woelig heen en weer.
"Misschien is er wel een heel stel uitgevaren naar Engeland," zei Tom. "Dat zou voor veel jonge mensen een slimme optie zijn geweest."
"Waarom ga je morgen niet eens kijken?" stelde Kees voor. "Of is er iemand voor wie je weer terug zou moeten, naar dat natte Rotterdam?"
"Nee, dat is allemaal verleden tijd. Ik zou wel eens even weg willen. Maar dat klinkt een beetje kinderlijk. Dat hoor ik zelf ook wel."
"Nog snel een quote," zei Kees, "We moeten soms vergeten wie we denken te zijn om te kunnen zijn wie we werkelijk zijn."
"Op deze reis," zei Tom, "ben ik daar al een beetje achter gekomen."
Het Kurhaus was niet donker. Voor de ingang stonden mensen te praten.
"Het lijkt er een beetje op," zei Irena, "dat alles nog als vanouds is, maar misschien kunnen die mensen alleen maar simpelweg niet naar huis. Ik prijs me gelukkig dat ik nog maar even hoef door te lopen om dan thuis te zijn. Het is nog maar een klein stukje."
"Mogen we op het strand spelen mam?" vroeg Daphne schalks.
"Ja, waarom ook niet. En jullie hoeven nooit meer te slapen, zullen we dat afspreken?"

- 13 -

Achter de ramen van veel huizen brandde licht. De storm was tussen de huizen aanzienlijk minder. Het gebonk van de koffers over de spleten tussen de tegels weerkaatste luidruchtig tegen de gevels.
"Voor veel mensen," zei Irena, "staat hun leven op z'n kop moet je maar rekenen, totaal ondersteboven."
In het huis van Irena's ouders brandde beneden en boven licht. Nadat zij had aangebeld werd snel opengedaan door een vrouw die ondanks het late uur nog energiek in de weer was.
"Kinderen!" riep ze uit, "wat ben ik blij, wat een opluchting! Dat jullie helemaal tot hier hebben kunnen komen! Laat me jullie knuffelen. Wat heb ik hier naar uitgekeken! Wat heb ik hier op gehoopt!" en kijkend naar beide mannen zei ze, "Wat fantastisch dat jullie ze op sleeptouw hebben genomen met koffers en al, ik kan er niet over uit! Eerst even zitten, koffie of iets sterkers en wat eten. Onderweg zullen jullie wel niet hebben kunnen eten en drinken."
Irena's vader keek stil en gelukkig toe, schudde handen met de mannen en omhelsde met tranen op de wangen Irena en haar kleindochters. Hij sjouwde de koffers naar de trap, nam de spullen van de mannen over en zette die bij de koffers.
"Toch eerst souperen, is het niet? Maar laten we elkaar eerst tutoyeren. Mams heet Mathilde en ik heet Oscar. Wat een rijkdom om dit te mogen meemaken als ik denk aan alle ellende in het land, of zeg maar water, dan zijn we toch wel bevoorrecht!"
Eerst soep, waar Mathilde in de middag al aan begonnen was. Kees belde Brechtje.
"Ik ben al steeds dichter in de buurt," zei Kees. "Nee, we gaan zo eten. Het hele gezelschap waarmee ik naar Scheveningen ben gelopen. Omdat we onderweg niets zijn tegengekomen. Het enige dat ik morgen eerst moet doen is een lader kopen voor m'n mobieltje want ik loop leeg. Dan heb ik morgen wat meer tijd om te horen hoe bij jou de situatie is. Maar misschien zou je me eerst een puntig mailtje over de status en vragen willen sturen, dan zal ik daar op meteen antwoorden. Ik begrijp dat je natuurlijk al verschillende acties hebt ondernomen, maar ik kom zo snel mogelijk. Je bent "groos"! Ja nu komt het er op aan! Ik mis je! De gedachten aan jou houden me op de been. Doe alsjeblieft de groeten aan pa en ma! Nee ik slaap samen met Tom bij de ouders van het meisje in Scheveningen. Ja dat is iets nieuws, een jongen. Maar wel een heel geschikte. Dag lieverd! Ik zit nu heerlijk te eten, bij de vijfsterren ouders van Irena. Dag schat!"
"Het is heel wonderlijk," zei Oscar, "dat samen optrekken, die saamhorigheid, net als in de oorlog. Alle karaktereigenschappen uiten zich vergeleken met het normale leven tot in het extreme, onzelfzuchtige, liefdevolle hulpvaardigheid, maar ook hardvochtige, beestachtige, koele criminaliteit. We gaan nog wat meemaken! Dat kan niemand voorkomen! Het is te hopen dat het niet zo zal verlopen als bij Katrina."
"Ik heb voor de jongens boven twee bedden opgemaakt," zei Mathilde, "opeens is het alsof iedereen weer thuis woont. Da's toch ook wel weer heel verrassend. Vanmiddag dacht ik voortdurend aan hoe het vroeger was. We hebben beelden gezien om acht uur, het leek wel een rampenfilm. Het wàs een rampenfilm."
"Huiveringwekkend genoeg om wakker van te liggen," zei Kees. "Maar de gastvrije ontvangst hier laat me dat nu een beetje vergeten."
"Wat denk je, Kees?" vroeg Mathilde, "zullen we het morgenochtend ook maar laat maken? Het is nu al zo laat."

- 14 -

De jongens zouden zelf bepalen hoe laat ze zouden opstaan, maar om voor achten zat het complete gezelschap al aan de ontbijttafel. De beelden op de tv beheersten de stemming en het gesprek. Door knopen in de magen werd er bijna niet gegeten. Nederland 1 en 4 hadden bijna geen beelden omdat de reportagewagens niet uit konden rijden. Er werd een landkaart getoond, en een satellietfoto waar een groot deel van Westelijk Nederland blauw was.
"Je gelooft het niet," zei Irena, "daar op die richel hebben wij gisteren gelopen!"
"Het is inderdaad moeilijk te geloven," zei Tom, "net zo min als je de beelden van de Twin Towers geloofde. Die machtige torens die in elkaar stortten tot een hoop puin en hier verdwijnt een half land onder de waterspiegel. Met de Watersnood was het praktisch alleen Zeeland, en dat was al een ontzaggelijke ramp, maar dit gaat te ver en ons begrip helemaal te boven!"
Er kwamen geen schattingen van het aantal slachtoffers, wel wat beelden die met een mobieltje waren gemaakt en gelijk naar de studio waren gemaild.
"Hoe is het mogelijk," zei Tom, "dat die mensen het nummer van de studio weten!"
Oscar schakelde over op CNN die met helikopterbeelden kwam, van Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, en tussen die steden stukken weg liet zien met gestrande auto's, met mensen die op het dak zaten en stonden te zwaaien. Mathilde had tranen in d'r ogen en zei dat ze het koud had. Ze schonk voor iedereen nog eens thee in.
"Je zoekt naar woorden," zei Oscar, "maar die vind je niet. Het gaat nu om ongeëmotioneerde,   daadwerkelijke, gerichte hulp, die volgens mij alleen door de overheid, of zeg maar het leger, georganiseerd kan worden. In ieder geval zou het volgens mij een organisatie moeten zijn met uitgebreide connecties, expertises en volmachten."
"Het draait dus," zei Kees, "bij de reddingsacties allereerst om coördinatie, dat houdt ook in dat de competentie van organisaties en personen zou moeten worden beoordeeld. Ik zou niet weten hoe dat zou moeten. Dan zou je een beeld moeten hebben van de mogelijkheden van inzetbaarheid en financiële middelen. Eerst ga ik naar huis om te kijken wat ik zelf kan redden. Mijn huis staat ongedeerd hoog en droog, maar ons bedrijf staat onder water."
"Kees heeft een eigen vliegveld," zei Dorien.
"Wil je nog koffie, Kees?" vroeg Mathilde. "Tom jij nog?"
"Ik heb daarnet een klant gebeld," zei Oscar, "die morgen met zijn boot naar IJmuiden vaart. Een ouwe reddingsboot. Hij kan je meenemen. Dat scheelt toch een heel eind lopen."
"Dat komt formidabel mooi uit, Oscar!"
"Hij ligt in de haven," zei Oscar. "De Noorderzon."
"Dan ga ik meteen even langs," zei Kees.
"Dan loop ik mee," zei Tom.
"Ik loop ook mee als je dat niet vervelend vindt," zei Irena.
"Je hebt een waterdicht excuus," zei Oscar tegen Kees, "om vandaag niet verder te gaan, omdat je morgen sneller en makkelijker met de boot verder kunt reizen. Dus waarom niet even een wandeling maken."
"Zeg Kees," zei Daphne met een guitige glimlach, "die kaart waar u het over had, die kaart met uitspraken, kunnen we die ook niet voor onszelf maken? Ik heb daar eens over nagedacht."
"Oh Daphne, dat is een fantastisch slim idee, dan gaan we vanmiddag een mindmap maken, na het eten."

- 15 -

"Ik loop ook een stukje mee," zei Oscar, "op weg naar kantoor, kijken of ik daar iets nuttigs kan doen."
Er hing een zonderlinge sfeer op straat, die vooral bepaald werd door de blik in de ogen van de mensen die passeerden of die stil stonden te praten, gedeprimeerd en gespannen kijkende mensen, op zoek naar een bevrijdende kijk op de situatie. Vanaf de weg die langs de gevangenis naar Den Haag liep liepen mensen met koffers op buggy's naar het Kurhaus, stelden vragen, stonden stil, keken gejaagd om zich heen, liepen verder of gingen op een bank zitten.
Tom en Irena liepen hand in hand. Hij trok haar bijna zoals hij de trein met koffers langs de kust naar het Noorden trok, misschien wel met een idee waar hij met haar naar toe wilde. De laatste dag samen, of niet? Ze keek naar hem met een olijke blik, en Tom was vol aandacht voor haar. Hij trok haar knuffelend naar zich toe, de jonge moeder van de twee tieners die er uit zag als een jonge gymnasiaste, en Tom met de looks van een ambitieuze trainee, en niet iemand die vader was van twee lieve meisjes. Hij trok haar naar zich toe en liet haar weer vieren.
"Wat doet u normaal op dat kantoor?" vroeg Kees.
"Financiële dienstverlening," zei Oscar. "Juist nu zal ik veel mensen van dienst kunnen zijn, verzekeringen, financiering en orde op zaken. Dit zal een stilte voor de zon zijn Kees. Er is nu iemand op kantoor die vragen van klanten zal noteren. De antwoorden zijn soms moeilijk en vergen heel wat praten. Wat bedoelde Daphne eigenlijk daarnet met die kaart?"
"Een mindmap, oh dat is heel leuk, en vooral nu in deze omstandigheden. Waarmee je acties of routes, en eigenlijk je hele gedachtegoed mee in kaart kan brengen. Gedachtegangen. Samenhangen. Trajecten. Kaarten van zoektochten met hunkeringen naar voldoening. Strak en doordacht uitgewerkt of poëtisch en speels, beetje artistiek, maar vooral een beetje artistiek. Technisch of ambachtelijk cartografisch. In een eenvoudige vorm kan dat voor kinderen ook heel leerzaam zijn."
Oscar stopte bij de voordeur van een kantoorpand terwijl Tom en Irena niet merkten dat zij alleen doorliepen.
"Dat klinkt leuk, ook voor de meisjes," zei hij. "Ook voor mijn organisatie zou dat wel eens een effectief medium kunnen zijn, of je zou het een tool kunnen noemen. Maar goed we praten straks verder, tijdens de lunch. Wat een rijkdom, dat we ons natje en vooral ons droogje hebben, terwijl zoveel mensen vechten voor hun leven, of voor hun maatschappelijk welzijn. Het is weer net zo als in de oorlog, toen de misère ook vaak plaatselijk was en toen nota bene veel mensen hier met een boot het land uit vluchten. Dat zal nu ook waarschijnlijk wel gebeuren. De Noorderzon, zo heet de reddingsboot, ligt in de zeejachthaven, en de eigenaar heet Klaas. Klaas van der Zon. Voor Klaas gaat geen zee te hoog."

- 16 -

Irena nam de leiding en trok Tom mee de trap op naast het Kurhaus naar de boulevard toe.
"Nee jongens," riep Kees tegen de wind in, "eerst even bij het Kurhaus binnen lopen."
Er was een grote drukte rond de balie waarachter een satellietfoto en een landkaart hing. Kees liep er naar en bekeek hem van heel dicht bij.
"Die foto is net binnen," zei een meisje van het personeel, "Die kwam net met een boot uit Engeland. Die had een vriend van de directeur meegenomen, die in Londen een fotobureau heeft."
"Maar die landkaarten, hoe komen jullie daar aan?" vroeg Kees.
"Ja, dat lijkt nu een beetje griezelig," zei het meisje, "maar die hadden we al een tijdje, maar die werd bijna niet verkocht."
"Het is allemaal onbegrijpelijk," zei Kees. "Wat een handel."
"Die kaart is een waterkaart," zei Irena, "zo'n vaarkaart waarop je naar Texel navigeert. Vroeger zeilde ik wel eens mee. Dan zat ik tijden naar zo'n kaart te kijken."
Een zonnig watersportmeisje, blond haar in de wind. Kees kocht een kaart. Irena trok Tom mee naar de grote zaal vanwaar pianomuziek klonk. Grote drukte. De zaal vol mensen.  
"Die man aan de vleugel," zei Kees, "is Julius Vischjager, die journalist is en een dubbelrol speelt als concertpianist."
"Brahms," zei Irena, "is wel een gepaste keuze voor deze gelegenheid. Wat werd er ook al weer door het orkest gespeeld op de Titanic toen die onder ging?"
"Dat zoeken we op," zei Tom.
"Ik vraag het zo wel aan Julius," zei Kees, "die zal het beslist weten."
"Ik vind dit wel heel mooi," zei Irena, "jammer dat we niet gaan dansen."
"In de spirit van het slotstuk op de Titanic," zei Kees, "zou het wel kunnen, nu ons land in de zee verdwijnt. Het is hier wel gezelliger dan in Hotel New York."
Er werd stemmig geklapt toen de muziek ophield. Vischjager nam een slok van z'n pilsje en keek rond. Hij keek naar Kees en herkende hem, want hij veerde vief in zijn richting.
"Dat ik jou nu hier in m'n publiek tref, Kees!" zei Vischjager geanimeerd. "Ben je zo'n groot liefhebber van Brahms dat je als de moeite neemt om helemaal hier heen te komen? De vleugel is goed. Dat heb ik in De Haag wel anders meegemaakt. Maar hoe kom je hier naar toe gezeild en met welk doel als ik vragen mag? Opeens zit je op een eiland. Of zeg maar een zinkend schip. Net zo als ik trouwens."
"Ik kwam hier toevallig langs van New York op weg naar huis," zei Kees. "Hotel New York."

- 17 -

"Je woont nog steeds in Groet?" vroeg Vischjager, "Dus jij hebt nog een thuis."
"Jullie kennen elkaar dus!" zei Irena.
"We zijn allebei journalist," zei Kees, "en ik ben geabonneerd op zijn krant, The Daily Invisible."
"Hier zijn nog meer abonnees," zei Vischjager, "die ik dus een exemplaar kan uitreiken als ik hier iemand heb gevonden die een kleine oplaag kan printen. Er zitten hier een paar mensen van de regering, die zijn met bootjes door het Verversingskanaal hier naar toe gekomen."
"Julius, weet jij wat er op de Titanic werd gespeeld toen ze zonk?" vroeg Kees.
"Dat was van Ragtime tot Mozart. Maar ik speel straks Shine On Harvest Moon. Eerst even wat drinken. Ik krijg de indruk dat niemand beseft wat er gebeurd is, dat het niet over gaat, zoals het wel eens gebeurd is als de elektriciteit uitviel, en dat het na een tijdje gerepareerd was. Ik zie je zo, ik ga even een paar mensen gedag zeggen."
Julius sprak een man aan die in een groepje stond te praten, stond daar een tijdje bij, liep naar de volgende en na een tijdje ging hij weer achter de vleugel zitten. Hij kondigde niet aan wat hij ging spelen, hij begon gewoon, in het middelpunt van de rijke inrichting uit het begin van de twintigste eeuw, als op de Titanic, de tijd van de Titanic. Kees liep naar een tv, gevolgd door Irena en Tom. Zij keken naar het journaal dat continu werd uitgezonden.
"Life as a sick joke," zei Kees. "Wat gaat er gebeuren is de vraag. Worden er rampenplannen uitgevoerd? Hoe groot is de omvang? Wie kan de mensen waar naar toe evacueren? Weet je nog dat Bush zich de eerste dagen niet in New Orleans liet zien? De schade van die ramp werd aanvankelijk geschat, op zeventig miljard dollar! Later heb ik daar niets meer over gehoord, misschien omdat zo lang gewacht werd met de uitvoering. We zullen straks in het nieuws wel meer horen. Wat zal onze premier doen? En de waterkoning? Nog even en hier is de champagne op. Dan het bier. De supermarkten staan onder water. Hoe lang zal het duren totdat al het voedsel op is. Zijn er nog wonderen te bedenken waardoor we in leven zouden kunnen blijven? Kom ik ga naar de haven om de volgende etappe van mijn terugtocht te regelen."
"Wij gaan met je mee," zei Irena.

- 18 -

Intussen kwam Vischjager weer terug, links en rechts gedag zeggend. Wilde bos grijs krullend haar. Vief, muzikaal, zonder sigaar.
"Ik hoor iedereen praten," zei hij, "in termen van logistiek, maar bijna niemand over wat de mensen zijn kwijt geraakt, of wordt dat weggestopt, zoals men zich vroeger in de kampen concentreerde op wat restte. Een man van Boskalis hoorde ik praten over baggeren en spuiten van een barrière voor de kust, zo heeft iedereen z'n eigen invalshoek, gedachten en belangen. Het is oorlog, het komt niet uit de lucht maar uit zee, het zal een hard gevecht worden om belangen en prioriteiten in de gemeenschap. Wat vind jij, Kees?"
"Ik probeer het leven opnieuw te definiëren, me voor te stellen wat voor mij en voor Brechtje van levensbelang en haalbaar is. Om te beginnen geloof ik dat het een afweging zal worden tussen persoonlijke behoeften en wat we kunnen doen voor de gemeenschap."
Ze namen afscheid.
"We hebben geen tijd," zei Kees, "om in de leunstoel rustig te gaan zitten bedenken wat onze idealen ook alweer waren. Dit zou een goeie les om voor de mensen kunnen zijn om aan hun kinderen te vertellen dat ze altijd zo moeten leven dat het morgen te laat kan zijn, voor alles."
"Ik zal er aan denken," zei Irena.
"Dit is een pleidooi," zei Kees, "voor een leven met het opperste bewustzijn, met het besef dat je op een glijbaan zit. Dat heb ik geleerd van de gesprekken met mijn vader, die terug kijkend op zijn zakelijk leven begreep bij welke mijlpalen hij onvoldoende aan zichzelf had gedacht. Totdat hij het verhaal over zijn malheur had verteld had ik er niets van begrepen. Van het leven ook niet. Het komt er op neer dat hij altijd de fout had gemaakt om zijn compagnon altijd het voordeel van de twijfel te gunnen, terwijl die niet wist wat ie zei. Daarvan heb ik geleerd dat ik me niet te vlug door anderen uit m'n koers moet laten lullen, door een gedragslijn die je in het sociale circuit min of meer is afgedwongen.

- 19 -

"We nemen een stukje boulevard," zei Irena, "en dan lopen we zo naar de haven. Ik weet waar de Noorderzon ligt, dat scheelt, dan hoeven we niet te zoeken."
De zee was nog steeds erg ruw en de golven kwamen hoog, maar de boulevard was niet afgesloten.
"Hoe weet je dat zo precies? Ken je die Klaas?" vroeg Tom.
"Ik sprak nog even het meisje van de pr-afdeling," antwoordde Irena. "Ze zei dat ze die kaarten al een paar jaar in huis hadden en niet speciaal voor een gelegenheid als deze. Ik kreeg de indruk van hoe ze het vertelde dat het 't gevolg was van een misverstand, misschien wel van dat meisje zelf, die indruk kreeg ik. Misschien had ze bijvoorbeeld op een klein plaatje niet gezien dat alles onder water stond. Ze is een beetje een te kordate, te snelle meid, en ik kreeg de indruk dat ze zelf had besteld."

Op de steigers van de jachthaven stonden groepjes mensen te praten die Irena kende en die volgens haar lid van de zeezeilvereniging waren. Langs lopend hoorde het groepje dat wat langzamer ging lopen om te horen waarover ze praatten; over de reacties van de beurzen, over hun huizen in Wassenaar, hun bedrijven en hun banen. Er stonden twee mannen in de weg, en konden Kees en Tom even niet verder.
"Het is wel handig," zei een man met een Breitling-pet, "nee essentieel, om op je vlucht een lijstje van de belangrijkste telefoonnummers mee te nemen, en drinkwater en voldoende levensbehoeften, en wc-papier niet te vergeten, maar kijk nu eens naar de situatie zoals die nu is, wie zou je willen bellen? De verzekeringsagent, met z'n computer in de ondergelopen kelder? Je moeder die op het dak de telefoon niet kan opnemen, als ze 'm zou horen, als ie het zou doen? En de relevante kaarten!"
"En een TomTom," zei Tom tegen Kees, "met een directe verbinding met de provider, die voortdurend de kaart update."
"Dat bedenk je nou zo gis," zei Irena, "omdat je je naam mee hebt!"
"Da's nou niet zo aardig van je," zei Tom. "Het is toevallig wel mijn beroep. Min of meer."
"Dat had ik begrepen," zei Irena, "dat je met je computer driedimensionale objecten kan designen die in het echt gestalte gegeven kunnen worden, maar ik neem aan dat zoiets niet met een heel wegennet lukt, lieve TomTom! Ik stel me voor dat de opzichter van ons land al lang geleden zoiets had moeten laten doen, de wegen omhoog had moeten laten brengen, serieuze modellen had moeten laten maken, en een what/if computermodel."
"Wat ben jij een gisse meid!"
Ze streelde hem over z'n bol, maar het leek toch wel dat hij zich kritisch aangesproken voelde, alsof hij verantwoordelijk werd gesteld, omdat hij niet goed had opgelet.

- 20 -

"De situatie in het Westelijk deel van Nederland is te dramatisch en te grimmig om er zo maar grappen over te maken," zei Irena. "Wat als kaart van Nederland is overgebleven is niet anders te gebruiken dan als waterkaart met wat torenspitsen."
Aan de kop van de laatste steiger lag een echte reddingsboot. Irena rende vooruit, naar de Noorderzon.
"Klaas!" riep Irena. "Klaas!"
Vanuit de stuurhut kwam een man te tevoorschijn, gekleed als mensenredder. Klaas? Kees stelde zich voor als een kennis van Oscar, maar corrigeerde dat gelijk in een kennis van Irena. Tom, een vriend van Kees.
"Ik hoorde het van Oscar dat jullie tot IJmuiden wilden meevaren," zei Klaas. "Nou dat kan. Half negen sharp, ok, acht uur dertig."
"Yep, ok," zei Kees. "En de kosten?"
"Niets, voor een relatie van Oscar, nul. Ik loop met jullie mee tot de weg."
Klaas sloeg een arm om de schouder van Irena en samen liepen ze innig de steiger af.
"Om haar zou ik kunnen blijven," zei Tom.
"Dat kan nog steeds," zei Kees. "Je kunt ook terug komen."
Aan het begin van de steiger gaf Klaas de jongens een hand en Irena vier zoenen. Bij de laatste keek Tom even weg.
"Mijn vader, realiseer ik me opeens, kent zijn vader," zei Kees.
"Dat je daar niets van gezegd hebt," zei Irena.
"Ik dacht er nu net aan, en ik weet trouwens niet of het wel slim is om dat te zeggen."
"Ach," zei Irena, "dat kun je zelf het beste beoordelen. En ik kan me ook best wel voorstellen dat je dat niet wil."
"Hoe bedoel je dat?" vroeg Kees.
"Is het geen goed moment," vroeg Irena, "om nog even te doen alsof we hier niet over gepraat hebben en lekker appeltaart te eten in het Kurhaus?"
Ze pakte de hand van Tom en ze liepen de zelfde weg terug en gingen ze weer het Kurhaus binnen.

 

 

Van af hoofdstuk 21.

 

 

 

To the Phlog.