- 21 - |
In de entree van het Kurhaus stond Vischjager van The Daily Invisible zichtbaar aanwezig te praten met een mensen om zich heen, waaronder een paar leden van de Tweede Kamer, en hield een simultaan interview. Kees kocht nog twee kaarten in kokers, en een gevouwen kaart. Tom kocht een wandelkaart van Hoek van Holland naar Den Helder.
"Ideaal voor de vogelspotter en schelpenverzamelaar," zei Tom.
Irena en Tom gingen bij het groepje rond Vischjager staan om te horen of er nog iets nieuws te horen viel, maar zelfs de leden van de Tweede Kamer kwamen niet verder dan van werkelijkheidszin gespeende speculaties. Toen Vischjager weg liep naar de vleugel schoot Kees hem aan.
"Julius," zei Kees, "ik heb een titel voor een artikel over flessenpost, 'Messages in a bottle from an Invisible Country' met foto's die ik onderweg heb geschoten."
"Daar moet ik een beetje om lachen Kees," zei Vischjager. "Als ik het geprint kan krijgen, dan krijg ik het niet bij m'n abonnees. Oh ja, daarnet zei ik dat ik een kleine oplage wilde maken, ja, dan zijn je foto's toch heel welkom! Want ik heb nog geen foto's."
"Dat bedoel ik nou," zei Kees. "Dat van die flessenpost was een grapje."
Vischjager pakte zijn laptop en Kees dumpte z'n foto's. Ze namen afscheid, en ze spraken beiden de hoop uit dat ze elkaar onder prettiger omstandigheden zouden terug zien.
"Mij kan je de Daily Invisible gewoon sturen," zei Kees, "maar ik denk dat de landpost wel niet meer zal worden bezorgd."
"Kom," zei Kees, "we zullen bij de ouders van Irena wel meer te horen krijgen in het Journaal van dertienhonderd uur.
|
- 22 - |
Het autoverkeer dat uit de richting van Den Haag kwam stond vast. Omdat er geen parkeerplaatsen meer waren auto's op de stoep gezet. Rijen mensen te voet, gezinnen met buggy's, liepen niet door naar de Boulevard maar gingen na een kort overleg in Zuidelijke richting.
"Nog even," zei Kees, "en het houdt allemaal op. Ik vraag me af waar die auto's vandaan komen, Wassenaar misschien. Ik begrijp het niet. Door het water, en stapvoets. In Den Haag en verder overal zullen ze onder water staan."
De winkelgalerij naast het Kurhaus was open. Aan weerszijden van de ingang stonden twee agenten.
"Het lijkt wel Zuid Amerika," zei Tom, "met stenguns wordt de orde gehandhaafd. Dit plaatje geeft al een beetje een preview of what's to come."
De meeste winkels waren gesloten maar een winkel waar tv's en elektrische apparaten werden verkocht was wèl open.
"De lader voor m'n Qtek," riep Kees uit. "We hebben nog even tijd."
Ze hadden geen losse lader die bij het merk en het type hoorde, maar wel een universele lader die zou goed zou voldoen, en een adapter voor een sigarenaansteker. Kees kocht beide.
"Zó," zei Kees vief, "nu kunnen we wat mij betreft naar huis, of zeg maar naar Oscar en Mathilde. Of Tom, wil jij nog wat kopen voor onderweg?"
"Survival gear," zei hij. "Een warm jack, een stevige broek, een flink mes, een slaapzak."
Er was een winkel waar die kon kopen. Hij kocht een broek en een warm jack.
"Een reddingvest ontbreekt nog," zei Kees, "maar dat zal wel aan boord zijn."
Oscar was weer thuis.
"Het is allemaal erger dan erg," zei Mathilde tegen Irena, "het is niet te geloven wat er allemaal aan het gebeuren is in het land, maar het is een heerlijk gevoel om weer een huis vol te hebben."
"Ja oma heerlijk," zei Daphne, "en elke dag pannenkoeken."
Het Journaal werd uitgezonden vanuit Amersfoort.
|
- 23 - |
"Wanneer krijgen we nou eindelijk een overzicht," zei Oscar mopperend, "van de feitelijke situatie in het land, en een plan voor herstel, en aantallen, doden, evacué's? Waar blijft de minister president? En waar is de waterkoning?" De vertrouwde nieuwslezer las het nieuws in een tijdelijke studio. Het aantal slachtoffers kon nog geen schatting van gemaakt worden, en de schade was onoverzienbaar. Er waren alleen beelden vanuit een helicopter omdat cameraploegen er nog niet in waren geslaagd om met amfibievoertuigen op reportage te gaan. Amsterdam uit de lucht, hoogstaand water in de binnentuinen van de huizen in de grachtengordel. Laag verder over een wijds meer waarin koeien dreven, daken van boerderijen waarop mensen zaten en zwaaiden. Autodaken wezen de weg naar Alkmaar. Mathilde huilde. Oscar staarde stil voor zich uit. Er bleven passanten voor het raam staan, waarvan er één op het glas tikte.
"Mogen we even kijken?" riep een man.
Mathilde liet ze binnen. Een man en een vrouw met twee tieners. Allen met laarzen. Mathilde vroeg of ze koffie wilden. Dat wilden ze graag. En een boterham? Maar al te graag. Onderwijl keken ze naar het nieuws, en aten boterhammen met kaas, jam, hagel, uit het vuistje.
"We begrijpen het niet," zei de man, "dat dit zo opeens kon gebeuren. Er werd ons verteld dat het ooit in de toekomst zou kunnen plaats vinden, maar nú en zonder waarschuwing! Daar begrijpen we niets van, en we kunnen het gewoon niet gelóven!"
"Het is niet te vatten," zei Oscar.
Op het journaal zoomde de helicoptercamera in op een plek in het water dat de planken bleken te zijn van wat de in Nederland gebouwde Ark van Noach was geweest. De camera zweefde langs de kust, de branding die tot aan de duinen stond, bootjes en scheepjes op zee, en grotere schepen, jachten en een bevoorradingsschip van de Marine, heftig deinend, op enb neer zwiepend, diep duikend, zwaaiend. In de verte Scheveningen.
"Het Kurhaus!" riep Irena, "oh, ons huis!" We zwaaiden af in de richting van Den Haag, de nieuwslezer kwam weer in beeld.
|
- 24 - |
Tom keek stil voor zich uit. Hij reageerde niet op de toenaderingen van Irena. Het journaal ging verder, maar niemand keek meer, als verdoofd. De passanten stapten op en gingen weer verder.
Tom keek een tijd lang Kees aan zonder iets te zeggen.
"Ik ga niet mee op die boot," zei hij eindelijk. "Het lijkt me veel veiliger om over land te gaan, al moet ik kruipen. Ik ga naar Den Helder, en ik kom zeker bij je langs in Groet, maar ik ga niet op die boot."
"In de schuur heb ik nog een fiets staan," zei Oscar, "die toch niet gebruikt wordt, een mountain bike, die kun je wel meekrijgen."
"Dat is fantastisch van je Oscar," zei Tom, "daar zal je beslist een Oscar voor krijgen, na de oorlog."
"Ik begrijp best dat je de zenuwen hebt," zei Kees, "omdat de zee zo woest is. Ik vind het wel jammer dat we niet samen verder trekken."
"Ik loop nog even naar de Galerij om toch ook een lader voor mijn mobieltje te kopen," zei Tom, "dan kunnen we met elkaar in contact blijven."
"Ik loop met je mee," zei Irena.
Het was stil geworden in de kamer. Zwijgend zaten de ouders naar de tv te kijken waarvan het geluid was afgezet. Kees schreef een sms-je en keek daarna de kamer rond, een klassiek interieur, dat jaren van goede ervaringen uitstraalde. Hoe lang nog zouden ze het bolwerken om hier in deze ambiance stand te houden?
"Het is zo heerlijk om Irena weer zo vitaal te zien!" zei Mathilde tegen Kees. "Ze heeft een moeilijke tijd gehad. Het is natuurlijk onzin, want ze moet bij de kinderen blijven, maar ik dacht net dat het dat het een oppepper zou zijn als ze met jullie meeging. Maar dat is onzin, omdat ze er voor de meisjes moet zijn."
"Waar zijn de meisjes nu?" vroeg Kees.
"Ze hebben hiernaast gegeten bij een buurmeisje, een heel leuk kind, even een leeftijdgenootje. Ze komen straks weer terug, om de kaart te maken. Wat leuk dat je dat met ze doet!"
|
- 25 - |
De meisjes kwamen lachend de kamer binnen, Dorien met een doos viltstiften, en Daphne met twee vellen tekenpapier en giechelend gingen aan tafel zitten. Tom en Irena kwamen even later terug met Tom's nieuwe lader voor z'n mobieltje, Irena met rode ogen. Kees ging bij de meisjes aan tafel zitten.
"Wat bedoelde je nou Kees," vroeg Dorien, "hoe noem je die kaarten van plannen die je hebt, plannegronden?"
"Dat is een mooie naam zeg, plannegronden, die worden ook mindmaps genoemd, ja briljant, plannegronden! Op kantoren waar plannen worden gemaakt noemen ze zulke kaarten stappenplannen, zo worden ze ook genoemd, gebieden waarop wegen staan die je kunt afleggen om ergens te komen, naar doelen die ze hebben bedacht. Zakelijke doelen, maar meisjes van jullie leeftijd kunnen ook doelen hebben. De kaart die jullie zouden kunnen maken zou van je eigen wereld kunnen zijn, een Wereldkaart van jullie eigen wereld, waar je dan boven kunt zetten: Dorien's Wereld, en De Wereld van Daphne. Hoe zou zo'n kaart er uit zien? Je begint in het midden met je huis, het huis waar je zou willen wonen, aan een meer, aan zee, in de stad, of op de hei, zoals je het droomt, en waar je het droomt. Dat kan ook in een ander land zijn, of in Amerika. Zou je erg graag willen paardrijden, dan zou je misschien wel in een manege willen wonen. Maar vergeet dit voorbeeld even. Familie, je zusje, je ouders, je vrienden, schrijf hun naam en geef ze een plaatsje op het vel papier."
"Willen jullie chocomel," vroeg oma, "en koffie Kees?" Opa Oscar, Tom en mamma Irena zaten aandachtig te luisteren. Oma kwam terug met een blad met het drinken.
"Bijna iedereen heeft bepaalde interessen, liefhebberijen, of zeg maar hobby's," zei Tom, "en bij alles wat je doet denk je vaak je hobby. Als je aan morgen denkt, of aan volgende maand, en zelfs aan je toekomst, dan denken ze aan hun hobby. Dat kan van alles zijn, paardrijden bijvoorbeeld, dan zoek in een tijdschriften plaatjes van paarden of paardrijdende mensen, het liefst een meisje, of schelpen, alles wat jij leuk vindt. Je favoriete popsterren, of liedjes. Het leuke is dat je ook dingen kunt fotograferen en printjes maken en inplakken. Dat is fantastisch om te doen.
"Het is een droom eigenlijk," zei Tom, "jouw droom. Waar droom je van als je het voor het kiezen had? Het geheim van zo'n kaart is dat er steeds naar kunt kijken en dat je voortdurend kunt bedenken hoe je jouw gedroomde wereld kunt bereiken, hoe je jouw droom kunt laten uitkomen."
"Dat kun je nu allemaal wel zo zeggen Tom," zei Daphne, "maar waar denk je zelf aan?
|
- 26 - |
"Daar zal ik nu ook over gaan denken," zei Tom, "dat wordt hoog tijd, na al die veranderingen! Het bureau waar ik werkte is door het water gesloten, m'n huis zal een ruïne zijn. M'n relatie is afgelopen. En ik niet alleen willen wonen, maar waar? En waar zou ik werk kunnen vinden? Ik zou met een hond langs een dijk willen lopen. Daarvan kan ik een eenvoudige mindmap maken. Die zie ik zo voor me. Door het water is in een paar minuten m'n hele leven anders geworden, moeten veel mensen nieuwe plannen maken, misschien moet ik wel emigreren, naar Canada. Ik stuur welk een kaartje. Of een collage van foto's, een werkstuk waarin je foto's bij elkaar plakt van alles wat je dierbaar is. Dat zal ik doen. Ik stuur het hier naar toe, en als je op een keer bij opa en oma komt dan zullen ze zeggen: Moeten jullie eens kijken wat Tom heeft gestuurd! Die woont in Edmonton, en moet je zijn vrouw zien, wat een lieverd! Ik bedoel maar, zo ben ik er eigenlijk ook mee bezig, om me een beeld te vormen van hoe ik wil dat mijn wereld er uit zou moeten zien. Als je er over na gaat denken en je je realiseert wat je eigenlijk het liefste wil, dan kun je er na toe werken zodat het ook echt zal gaan gebeuren. Waar denken jullie aan als je een beetje dromerig voor je uit denkt, dat zou je nu ook kunnen doen." Oma had thee gezet, en kwam met het blad binnen en had onder haar arm een paar bladen, een Elegance, een National Geographic, een Libelle en een Plus.
"Ik zal zo nog een paar halen," zei ze.
"We kunnen beginnen," zei Kees, "eerst in potlood op schrijven wat je welke onderwerpen je zou willen tekenen, dan kun je weer uitvlakken als je het wil corrigeren, of foto's die je wil zoeken. Denk er eerst eens over na, voor het idee. Als je later tevreden bent over de opzet kun je verder gaan. Dat doen ze in bedrijven ook, precies zo, om in beeld, in kaart te brengen, hoe ze het bedrijf willen organiseren. Je zult je eigen wereld buiten in de buitenwereld moeten bedenken, zoeken, in je eigen hoofd, in je hart."
"Waar hou jij nou van Tom?" vroeg Irena, die aandachtig had geluisterd maar zelf niets had gezegd. "Maar nee, het gaat nu even om de meisjes."
"Aan de kleding en de accessoires," zei Tom, "kun je zien dat veel kinderen een stijl hebben die anders is dan die van hun ouders, maar soms ook het zelfde. Dat soort kaarten leer je op de Hogeschool tekenen. Veel kinderen sporten, wat hun ouders niet gedaan hebben. Of gamen veel, en kijken vaak naar MTV, bijvoorbeeld."
"Hoe jouw wereld er uit ziet, daar gaat het om," zei opa die de hele tijd niets gezegd had.
|
- 27 - |
"Ik hoop dat ik het goed begrepen heb," zei Daphne. "Jullie moeten het maar zeggen als het niet goed gaat. Ik woon op een duintop in een houten huisje met houten vlonders die boven het duin zweven, heb ik wel eens in een film gezien. Heel vroeg in de ochtend ga ik naar zee joggen en dan loop ik door naar een snackbar in het dorp. Ik teken een dennenboom, m'n nieuwe Nikes, en het terrasje, de jongen die me helpt met de koffie en de bagels. De hele dag te gekke muziek. Ik kan dat niet zo mooi tekenen als jullie allemaal zitten te kijken, maar het gaat om het idee, is het niet? Op Zondag komt m'n moeder met d'r nieuwe vriend en dan bak ik pannenkoeken, en dan gaan we in zee zwemmen. Wat vinden jullie, mag ik door? Nu kan ik alles mooi uitwerken. Plaatjes tekenen of foto's van dingen en plaatsen waar je van droomt, is dat wat je bedoelt? Dat noem je een mindmap?"
Oscar haalde nog een paar bladen van boven.
Irena was zichtbaar onder de indruk van de zelfstandigheid van haar kinderen.
"Heerlijk," zei Mathilde, "dat we met op die manier met een nieuwe toekomst bezig zijn en dat we even niet mee gruwelen met al die slachtoffers. En Dorien, heb jij al bedacht waar je wil wonen?"
"Ik blijf ook in de buurt, ik wil niet naar Rotterdam terug," zei Dorien. "Dan kom ik tussen de middag hier fijn komen lunchen oma."
Dorien schreef met potlood haar naam in het midden van het vel, trok van daar een lijn naar rechts en tekende daar een huis dat erg leek op het huis van haar grootouders. Erboven schreef ze Opa en Oma. Bovenaan het papier een brede gele baan en een blauwe, het strand en de zee.
Leuk getekend, een rooie beach bike, en mamma.
"Voor mamma zou ik een fotootje kunnen inplakken, maar dat heb ik niet zo snel" zei ze. "Verder weet ik het niet, want hoe zal het nu aflopen met al dat water? Ik ga nog even verder met tekenen, want het was nog niet helemaal uitgewerkt."
"Je bent je school vergeten," zei Daphne tegen Dorien. "En je schetsboek! Dat zou je er nog mooi in kunnen tekenen. Als we nou een vel gekleurd papier hadden gehad had het veel kleuriger kunnen worden. We kunnen nog een gekleurd badlaken op het strand leggen."
"En er moeten vrienden en lovers op gezet worden," zei Dorien, "ook die van mamma."
"De kaarten zijn werkelijk prachtig geworden jongens!" zei Irena. "Ze zijn werkelijk helemaal jullie wereld."
Oma en opa beaamden dat.
|
- 28 - |
"Nog even," zei Kees, "en dan krijgen we het nieuws van zes uur. Ik ben heel benieuwd hoe de situatie in het land is." Mathilde ging naar de keuken om eten te koken en Irena liep met haar mee. Oscar zat aan de telefoon, een vredig tafereel in vredestijd. Tom praatte met de meisjes over autokaarten, vaarkaarten en de kaart van hun wereld en over het zoeken naar een nieuwe school in Scheveningen. Oscar werd weggeroepen voor een verzekeringskwestie. De meisjes ruimden ongevraagd de tafel op. Het journaal begon met een woordvoerder van de regering. Ernstiger en in plechtstatiger bewoordingen dan ooit vertelde hij hoe de situatie was en welke de oorzaken waren. De Noordwester storm joeg het water van de Noordzee net zo als in '53 naar onze kust in een trechter tegen de kusten op, en bovendien wilde het ongelukkige toeval dat het springtij was, en een derde oorzaak die bijdroeg tot het hoge water was een gletsjer die van de kust van IJsland was afgebroken en in zee was gestort, die een vloedgolf teweeg had gebracht die doorrolde tot aan onze kust en met een grotere kracht en hoger dan waar de waterkeringen op berekend waren en de weg van de minste weerstand zocht. De Maeslantkering had open gestaan, zodat de vloedgolf om te beginnen daardoor niet werd tegengehouden. Er werd een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van het open staan van de waterwegkering. De storm met windkracht 10 met uitschieters van 11, het toeval het springtij, en de lange vloedgolf van IJsland, aangenomen werd dat er een kans was van eens in de tienduizend jaar, terwijl het ook gisteren had kunnen gebeuren. In de randstad vielen telefooncentrales en de elektriciteitscentrales uit. De gevolgen waren zodanig dat het een relatief lange tijd heeft geduurd alvorens er een overzicht kwam van het aantal getroffenen en slachtoffers en een schatting van de omvang van de materiele en immateriële schade.
Hulpverlening en evacuatie werden bemoeilijkt door het zelfde hoge water. Afhankelijk van hoe diep de huizen onder de zeespiegel stonden stond het water 1 of 2 of 3 of zelfs 5 meter of meer onder water, polders als bakken die volliepen.
"Ik ga het eten halen," zei oma, "willen jullie tafel dekken, Daphne en Dorien?"
|
- 29 - |
Half zeven gingen de grootouders met de dochter, de kleindochters en de vluchtelingen aan tafel, met het hoofd naar de tv gedraaid, de oren op steeltjes. Slachtoffers in directe nood werden met Duitse amfibie- en Franse landingsvaartuigen naar ziekenhuizen en noodhospitalen op het droge overgebracht. Hulp kwam aan het rollen en kwam rijdend voor zover mogelijk en varend door de storm het rampgebied binnen. Geruststellend was dat het onder de zeespiegel gelegen Nederland niet in één golfbeweging onder water liep, maar dat daar tijd over heen ging, en dat dijken in secties, in dijkringen, dat tegen hielden, zolang ze niet doorbraken. Er werd een kaart getoond van de delen die onder water stonden en de gebieden waaromheen de dijken het hadden begeven, die mettertijd ook geheel onder zouden lopen. Kees en Tom stonden van tafel op om beter te zien om welke gebieden het ging. De camera zakte van Noord naar Zuid, de Hondsbossche Zeewering, over het Noord-Hollands Kanaal.
"Kijk daar was het vliegveldje," zei Kees. "Maar dat is niet meer te zien, aan de dijk net voorbij die zijweg."
En de camera ging verder, Alkmaar, Amsterdam, meer naar het Westen, Den Haag, Delft, Rotterdam, straten met water in plaats van wegdek, boten door de straten. En vanuit Zeeland naar het Oosten naar Brabant en daar weer omhoog naar het Noorden, Utrecht, Het Gooi, en daarna naar Overijssel, Friesland en Groningen, blauw waar land is geweest, steden en dorpen, wegen en industrieterreinen, geen wegen, alleen viaducten.
Mathilde kwam met een toetje waar de meisjes met smakelijke gretigheid op reageerden. Oscar keek gespannen naar de tv. Kees en Tom waren nerveus en aangeslagen. De kaarten met het commentaar gingen over in een satellietfoto waarop werd ingezoomd en waarover de camera over een zelfde traject Nederland liet zien als de topografische kaart. Vanuit de gemeenten konden nog geen filmbeelden getoond worden omdat de journalisten in het vervoer belemmerd werden, behalve enkele met mobiele telefoons gemaakte foto- en videobeelden. Hierna kwamen gratis telefoonnummers in beeld, voor melding en informatie. De uitzending zou de verdere avond geheel aan de ramp worden gewijd.
|
- 30 - |
Verlegen met de dramatisch geladen sfeer stelde Mathilde bedachtzaam de vraag wie er koffie wilde. De meisjes kregen thee, kruidenthee. De storm was minder geworden. Het werd donker, als vanouds.
"Laatst werd op school de Zondvloed besproken," zei Daphne, "maar die was heel lang geleden, van voor de jaartelling. Met de Ark van Noach. Dat herinner ik me nu opeens, maar hoe kon die nu op de tv zijn?"
"Die nieuwe ark," zei Oscar, "is volgens mij niet als een echt schip gebouwd, maar als een kunstwerk."
"Was het misschien voor carnaval?" vroeg Dorien.
Brechtje belde.
"Fantastisch dat je weer te bereiken bent schat," zei Kees. "Morgenochtend vaar ik met een snelle boot naar IJmuiden. Dan ga ik daar vandaan lopen. Maar misschien kun je me met de Méhari halen, dacht ik aan. Als ik in IJmuiden ben zal ik je bellen."
Kees liep de gang op en kwam terug nadat het lange telefoongesprek was beëindigd.
"Zouden er scenario's klaar liggen," vroeg Tom aan Oscar, "voor evacuatie en ordehandhaving?"
"Ja," zei Oscar, "er liggen scenario's bij de gemeentepolitie, de rijkspolitie, de brandweer, de marechaussee en het leger. En Rijkswaterstaat is op van alles voorbereid. Al jarenlang wordt er gewerkt om de dijken in een conditie te brengen waarin ze de verwachte overlast kunnen opvangen."
"Ik vraag me alleen af," zei Tom, "of bij de allocatie van de budgetten niet meer rekening wordt gehouden economische belangen dan menselijke."
"Politici denken aan niets anders," zei Kees, "dan aan de volgende verkiezingen. Maar op de ministeries zitten professionals die op de lange termijn werken, gefascineerd met een geëngageerde bezieling en met een hoge performance bezig zijn met de vernieuwingen op hun vakgebied, mannen en vrouwen die er alleen maar op uit zijn om zo goed mogelijk hun kennis toe te passen voor de gemeenschap, en niet uit zijn op stemmen waarmee zij hun eigen positie kunnen verbeteren in het maatschappelijk leven.
|
- 31 - |
Het water stond niet meteen iedereen aan de lippen. Hoewel het door de gaten die het had geslagen op verschillende zwakke punten in de dijken met grote snelheid naar binnen stroomde steeg het relatief langzaam, waardoor de meeste slachtoffers tijdig weg konden komen, zei de nieuwslezer. Betrekkelijk langzaam liepen de kommen vol. Er waren er die het hoger op zochten, die verhuisden naar een hoger gelegen verdieping, of zelfs naar zolder, en anderen kozen er voor om voor het water te vluchten met de auto. Er was nog steeds geen duidelijk overzicht van welke dijkringen het wel en welke het niet hadden gehouden. Oscar pakte het fotoboek van de ramp van '53, met foto's van gaten waardoor het water met verwoestende kracht binnen stroomde, waar zandzakken niet tegen opgewassen waren. Door de verbaasde reacties van de meisjes werd Mathilde er aan herinnerd dat zij nog steeds op waren.
"En hoe laat gaan jullie dezer dagen naar bed?" vroeg Mathilde.
"Als we de volgende dag vroeg naar school gaan," zei Dorien, "dan negen uur oma, maar als er iets bijzonders is, zoals nu, dan tien uur."
"Dan hebben jullie nog even de tijd," zei Mathilde. "Vertel eens Kees, hoe is de situatie bij jou thuis?"
"Mijn vrouw Brechtje en ik wonen aan de voet van de laatste duinen. Het huis was eerst een oud klein huisje waar we een tijdje in hebben gewoond totdat we het hebben afgebroken en er een nieuw huis hebben laten bouwen. Wij wonen daar hoog en droog en erg beschut want van de weg af is het niet te zien. Voor mijn schoonouders is de situatie heel anders, die wonen op de boerderij naast de vliegschool van mijn schoonvader, en zitten nu op zolder, heb ik gehoord."
"Ik kan mij voorstellen," zei Mathilde, "dat je het liefst achter elkaar was doorgelopen, maar met een snelle boot zal het morgen een stuk sneller gaan. Je zult haar wel missen!"
"Ja ik mis haar voortdurend, maar in gedachten is ze altijd bij me." De meisjes gingen uit zichzelf naar bed en Irena liep met ze mee.
"De kaarten van de meisjes," zei Mathilde, "lijken een beetje op de kijkdozen die wij vroeger maakten, als idee dan."
"Die heb ik nooit gezien," zei Tom. "Hoe zag zo'n kijkdoos er uit?"
"Dat was een schoenendoos waar je in het midden van de voorkant een klein kijkgat maakte ter grootte van een centimeter of drie. In de deksel knipte je ook een gat, ook zo'n drie centimeter van de kant, en van onderen plakte je boterhammenpapier, papier dat licht doorliet. Dan zocht je foto's of plaatjes die je op dun karton plakte met gluton en uitknipte, van de onderwerpen zoals de meisjes die uitzochten. Mijn vader las Amerikaanse geïllustreerde bladen, mijn moeder House and Garden, daar knipte ik heel wat plaatjes uit, een Amerikaanse keuken bijvoorbeeld, net zo'n keuken als waar ik zo weer nieuwe koffie ga halen. Ooms en tantes vroeg je een dubbeltje voor het kijken. Ik ben er aardig rijk van geworden, later kon ik mijn keuken er van betalen," zei ze lachend.
Mathilde ging naar de keuken om nog eens koffie te halen. Oscar zette als dagsluiting de tv aan voor het laatste nieuws dat grotendeels uit herhalingen bestond.
"Meisjes heb ik altijd al gezien als kijkdozen," zei Tom, "en nu is het mij opeens helder geworden waardoor."
"En nu weet ik opeens," zei Kees, "dat de Phlog de hedendaagse versie van de kijkdoos is."
"Ik bedoelde te zeggen," zei Tom, "dat je bij de aanblik van een meisje in een flits haar wereld ziet, of denkt te zien, die andere wereld waar je altijd naar hebt gehunkerd, waar je dan in hoopt door te dringen. Dat is waardoor je op haar verliefd wordt."
Oscar die kennelijk niet alleen naar de tv te zat kijken zei: "Dat is waardoor ik dol werd op Mathilde, vanwege die keuken. Maar de regering heeft het lek nog niet boven." Kees en Tom keken nu ook naar het journaal. Er werden nieuwe videobeelden vertoond, vooral uit amateuropnamen, artsen die hadden gefilmd hoe mensen het leven lieten doordat de beademingsapparatuur door de uitgevallen elektriciteit niet meer werkte, couveuses die niet meer functioneerde, video's die uit wanhoop waren gemaakt en ook met de hoop dat daarmee hulp op gang zou komen. "Help ons!" De kwamen beelden van plunderaars die in Nederland, misschien wel geïnspireerd door de oude journaalbeelden uit New Orleans hun slag wilden slaan. "We bestaan niet meer voor de regering," zei een man in een bootje in Amsterdam gelaten. In gangen van de hogere etages van een ziekenhuizen zaten mensen op de grond geparalyseerd voor zich uit te kijken. Op zaal lagen mensen te wachten op hun dood omdat zij hun medicijnen niet meer kregen. Een man van vijfenzestig zei: "M;n leven lang heb ik hard gewerkt en wat ik daaraan heb overgehouden zijn alleen maar mijn bezittingen die gereduceerd zijn tot wat ik hier in een tas van Albert Heijn met me meedraag.
Mathilde was er bij komen zit en zat stil naar de tv te staren, en was vergeten de koffie in te schenken. "Ik ga naar bed," zei ze, "ik zie jullie morgenochtend weer. Slaap wel."
|
- 32 - |
De volgende ochtend zeven uur was de lucht minder jachtig en waren de wolken niet zo donker als de vorige dag. Volgens het nieuws was de windkracht rond de acht, en niet meer tien tot elf. Iedereen was op, ook de meisjes, die een beetje zenuwachtig waren omdat hun nieuwe ooms zouden vertrekken. Daphne had gevraagd wanneer ze hun weer zouden terug zien, waarop Tom zei dat het wel een tijdje zou kunnen duren. Irena maakte lunchpakketten klaar voor Kees en voor Tom. Oscar had voor Tom de mountainbike uit de schuur gehaald, de banden opgepompt en het licht nagekeken.
"Het lijkt wel of jullie op schoolreisje gaan," zei Irena. "Het is heel wonderlijk, dat jullie in die paar uur dat ik je eigenlijk ken als broers voor me zijn geworden, naast de broers die ik al had, die gelukkig een stuk boven N.A.P. zitten."
"God zij gedankt," zei Mathilde, "dat dit geen gevaarlijk avontuur zal zijn. De boot is een reddingsboot waarvoor geen golven te hoog gaan en de fiets is een mountainbike, waarvan ik denk dat die de duinen wel aan kan. En boterhammen genoeg tot in de avond. Weten jullie hoe de toestand nu is?"
"Het is nog niet bekend," zei Oscar, "hoeveel mensen precies het leven hebben verloren. Hoeveel dijken er zijn doorgebroken is ook nog niet bekend, en hoe hoog het water staat in de delen die zijn onder gelopen werd ook niet gezegd. Overal stijgt het water nog steeds. Die polders lopen niet meteen onder, dat gaat niet snel, maar gestaag, en het is niet tegen te houden en het wordt steeds hoger. We zullen de komende dagen beelden op de tv zien waarvoor we onze ogen even zullen sluiten. We hebben zulke beelden gezien van New Orleans, van Italië, Bangladesh, Venezuela en Hawaï. Maar die mensen zijn ver weg, letterlijk en figuurlijk. Maar de mensen die je in Rotterdam ziet vechten voor het leven zouden vrienden of bekenden van je kunnen zijn. Dan zal je keel worden dicht geknepen. En Tom, ik waarschuw je, dat je onderweg toch wel moeilijkheden kunt tegenkomen, ondanks dat het land op je route volgens de tv daar niet is ondergelopen. Ik vraag je op de valreep nog even serieus te overwegen om toch met Kees mee te gaan, want dan ben je tenminste met z'n tweeën."
"Mijn besluit staat vast," zei hij. "Ik wil het alleen doen."
|
- 33 - |
De avond tevoren had Kees tegen de meisjes gezegd dat ze elkaar om acht uur voor de deur zouden treffen om afscheid te nemen, en om acht uur stonden ze er, aangekleed, haren gedaan, boterham in de hand. Ze dansten omdat ze het koud hadden. Irena zei dat ze hun jack moesten aantrekken. En ze fluisterde wat in oor van Tom, die haar vertwijfeld aankeek.
"Ik ben mezelf ook kwijt," zei hij zachtjes zodat de anderen het niet zouden horen. "Maar ik kom weer terug, ook naar jou." Irena kuste Tom, viermaal. Mathilde keek vluchtig naar ze, met een glimlach die even verstrakte.
"Dit zijn dagen van afzien," zei ze, "en van inzien, van vooruitkijken en van weerzien. Laat je niet afleiden van je doel jongens."`
Ze omhelsde de jongens en zoende ze. Oscar keek naar onderdelen van de mountainbike en sloeg de jongens op de schouder.
"Moeilijke tijden," zei hij, "maar jullie overleven die wel." Tom zoende de meisjes en hun moeder nogmaals, en haar ouders, en gaf Kees een hand en stapte op en reed in Noordelijke richting de straat uit, elke tien meter omkijkend en zwaaiend.
"Ik wacht even tot hij uit het zicht is," zei Kees, "want anders moeten jullie twee kanten tegelijk opkijken." Kees nam afscheid in de zelfde volgorde als Tom en liep met een stevige pas de straat uit in Zuidelijke richting, in de richting van de haven, twee maal zwaaiend. Dorien liep Daphne achterna en achter elkaar renden ze het huis in en het was weer stil in de straat. Het was nog vroeg. Boven de huizen hingen meeuwen als vliegers, schuin van onderen belicht door de zon die in het Oosten door een scheur in het donkere wolkendek scheen.
|
- 34 - |
Op de ochtend van het vertrek van Kees en Tom uit Scheveningen bleef Brechtje staan bij de deur van de meterkast voordat zij de deur uitging van haar huis in Groet. Ze las nog eens de lijst van raadgevingen in geval van een overstroming, om te ontdekken of ze misschien nog iets was vergeten.
____________________________________ Wat te doen bij overstromingen.
Indien u niet kunt verhinderen dat het water stijgt, kunt u iets doen om de schade te beperken vóór, tijdens of na de overstroming.
Vóór de overstroming.
Kachel uit laten gaan, verwarming afsluiten.
Branders van de oliekachels verwijderen.
Stookolietanks afsluiten.
Wanneer het water stijgt.
Waardevolle voorwerpen, belangrijke papieren in een noodkoffer, en een zaklamp en een mobieltje naar de verdieping hoger brengen.
Verhuizen wat u kunt.
Zorg ervoor dat meubelen van waarde niet in overstroombare vertrekken staan.
Zandzakjes, pvc vuilniszakken tot de helft met zand vullen, om kleine dammen te kunnen maken voor kelderramen en doorgangen.
Een plaat waterbestendig multiplex in de deursponning plaatsen en afdichten met siliconenkit.
Auto's en caravans wegbrengen.
Tijdens de overstroming.
De hulpdiensten zullen u misschien komen helpen.
Gas en verwarming afsluiten.
Luisteren naar de radionieuwsdiensten; u wordt op de hoogte gehouden van de situatie.
De overstroomde zone niet oversteken, niet te voet, of op een andere manier .
Foto's nemen van de overstroomde ruimten en plekken.
In geval van evacuatie.
Reservekleding en laarzen meenemen.
Elektriciteit afzetten en het huis sluiten.
Indien u niet bij familie terecht kunt, zal er indien mogelijk worden gezorgd voor een verblijf, en maaltijden.
Uw huis zal door de politie worden bewaakt.
Laat om het bewaken van uw woning te vergemakkelijken bij het gemeentehuis of de deelraad gegevens achter van uw verblijfplaats.
Wanneer het water is weggetrokken.
Foto's nemen van de schade; deze zullen nuttig zijn voor uw dossier met het oog op eventuele schadeclaims.
Waar nodig desinfecteren met bleekwater.
Het huis luchten en verwarmen.
____________________________________ Naast deze officiële lijst van officiële raadgevingen hing een vel papier waarop Brechtje de afgelopen nacht, omdat zij toch niet kon slapen, notities had gemaakt, een to-do-list van te ondernemen acties, in de vorm van een mindmap. Als basis had ze een plattegrond van de gemeente gemaakt, de Achterweg horizontaal aan de onderkant, links het Noorden en rechts het Zuiden, de weg daarachter de Heerenweg, Saul Steinberg in Noord Holland, als op zijn bekende poster van Amsterdam, met de op de voorgrond de Herengracht, in de verte de Stadsschouwburg, de duinen, de Noordzee, Engeland en Ierland en de Atlantische Oceaan, en aan de horizon Amerika, Noord en Zuid. Naar het Oosten kijkend tekende Brechtje de weilanden, die nu in werkelijkheid onder water stonden, die zij twee dagen geleden geheel fris groen ingekleurd zou hebben, maar waar zij nu met een dikke lichtblauwe viltstift water van maakte. Daar achter, bijna zonder overgang, het Noord-Hollands Kanaal. Helemaal rechts, Zuidelijk, nog voorbij de brug over het kanaal, liep de Nauwertogt, tot aan de volgende weg. Rechts van die weg lag het vliegcentrum, het centrum van de activiteiten van de familie. Daar stond ook het huis waar haar ouders woonden, totdat ze na het redden wat ze konden redden gisteravond droge grond hadden bereikt en onderdak bij Brecht hadden gevonden. Heel klein op Brechtje's kaart een kerktoren in Enkhuizen. Nog veel verder, in Friesland, heel klein, een stipje, het vrouwtje van Stavoren. Alles water.
|
- 35 - |
"Mam!" riep Brecht aan de trap naar boven, "ik ben weg!"
"Zal ik toch niet meegaan?" riep haar moeder van boven.
"Nee," riep Brecht, "ik ga even snel heen en weer. Later gaan we met z'n drieën. Doe maar kalm aan."
Brechtje reed op de fiets het paadje af naar de Achterweg. Daar lagen veel takken. Het waaide nog steeds enorm in de bomen waarvan de takken tegen elkaar zwiepten. Auto's reden langzaam om de op de weg liggende takken heen.
Bekenden riepen: "Hoi."
"Hoe gaat het?"
"Nòh maid wat een tijden! Maar we redden het wel. We hebben familie over uit Warmenhuizen. Het is wel een toestand!"
"Alles goed verder?"
"Geen slachtoffers!"
"Hoe gaat het met Kees?"
"Kees is onderweg hier naar toe, ongedeerd!"
"En de vliegtuigen?"
"Die staan onder water."
Er stonden veel plassen op de weg. Er liepen geen vakantiegangers, die anders op dit uur altijd onderweg waren naar bakker Bakker in het dorp. Er liepen nu gezinnen met koffers en hele families die vermoedelijk in de buurt woonden waarvan de huizen ten Oosten van het Noord-Hollands Kanaal onder water stonden. Af en toe scheen de zon te willen doorbreken. Vanaf de Achterweg was te zien dat de Heerenweg op sommige plekken als een dam door het water liep. Brecht nam een zijweg naar de Heerenweg en liep daar verder tot aan het huis van Wildenboer. Geert zwaaide toen ze het pad op liep.
"Hai Brecht," zei Geert, "ik heb vanochtend de boot even gebruikt om mensen op te halen, hopende dat je dat wel goed zou vinden."
"Ja Geert," zei ze, "da's toch logisch."
"Ja," zei Geert, "dat dacht ik ook, ik heb niet eens geprobeerd te bellen. Maar wat wilde je gaan doen, Brecht? En trouwens, hoe gaat het met Kees?"
"Ik ga even kijken hoe ver het water is gestegen, en of ik nog wat doen kan. En Kees is van Scheveningen met een boot onderweg naar IJmuiden. Daar wil ik hem oppikken."
"Er helpt geen lieve moeder aan," zei Geert, "het lijkt wel niet tegen te gaan dat al die polders vollopen. Het is goddomme niet te vatten, maar we moeten ons hoofd koel en nuchter houden en vooral praktisch blijven."
|
- 36 - |
De motor draaide meteen. Brecht stuurde de rubberboot naar de het huisje De Witte Roos waar de dijk bezweken was en een gat was geslagen waardoor ze gisteren vanaf De Strip naar het huis van Geert kon varen. Door de gaten in de weg was er op de provinciale weg langs het kanaal geen verkeer mee. Een stukje over het kanaal en dan kwam de brug van Schoorldam die open stond, zodat de schepen die nu aanmerkelijk hoger lagen door konden varen zonder dat de brugwachter moest komen. Voorbij de brug aan de linker oever lagen een paar schepen die daar twee dagen geleden ook lagen, maar toen alleen een stuk lager. Koedijk. Na een paar honderd meter stuurde Brecht naar links waar ook een gat in de met water verzadigde dijk was geslagen. Ze nam wat gas terug en stuurde langzaam door het gat de weilanden in, het water achter de dijk op, en daar kwamen in de verte al gelijk de vliegtuigen in beeld. Tot nu toe was Brechtje de stoere Brecht die ze vanaf de vorige middag was geweest maar toen de windzak aan de paal tussen de half onder water liggende vliegtuigen zag kwamen de tranen. Ze nam verder gas terug en voer langzaam, voortdurend de tranen weg vegend, naar het watervliegtuig waar niets mee aan de hand scheen te zijn. Ook de woon-units leken wel helemaal gaaf en onaangetast. Door een gat in de donkere wolken brak de zon door en scheen vol op de PH-LOG, De Watervogel.
Brecht nam het gas helemaal terug en de boot dreef langzaam in de richting van het watervliegtuig, pakte haar mobieltje en toetste een snelkiesnummer.
"Kees schat! Ik ben nu op De Strip. Het water is verder gestegen. De vliegtuigen zijn total loosers, behalve de Watervogel. Die dobbert aan de touwen alsof het een boot is. Ja, die is nu pas echt een vliegboot, zo is het. De andere birds... ja een vreselijk gezicht! De meubels in het huis zijn grotendeels naar boven gebracht, en in de hangar zijn de belangrijkste spullen, zoals de computers, naar de vliering gesjouwd. ... Met m'n ouders gaat het goed. Ze zijn natuurlijk erg geschrokken en aangeslagen, maar ze houden zich heel goed. De schrik zal er bij iedereen wel danig inzitten, maar om te overleven moet je vooruitkijken en improviseren. ... Yeah, you may quote me dear! ... Ja, bel me vanmiddag maar, als je aan land bent! Dag lieverd, je bent een kei! We hebben elkaar en we kunnen alles aan! Wat ik nog vergeten ben te zeggen, is dat de woonunits van het motel helemaal niets mee gebeurd is. Toen het water kwam hebben m'n vader en ik alle deuren gesloten, en nu weten we dat het waar is dat er met stormvaste zeecontainers dan niets mee gebeurt. Wat een voorzienigheid! Tot ziens liefje! Ik red me wel!"
Brechtje keek of de landvasten waarmee de Watervogel aan ankers in de grond vast zaten, waar het vliegtuig voortdurend door de golfslag en de windstoten aan lag te trekken, nog stevig genoeg vast zaten. Maar dat kon niet steviger zo te voelen.
|
- 37 - |
Brechtje voer langzaam langs het containermotel dat onder water stond, maar dat intact en ongeschonden leek en droog van binnen. Er was een grote meeuw op de paal van de windzak gaan zitten. De motor stotterde zoals wanneer de benzine op raakt. Brecht gaf wat gas en de motor liep weer normaal als te voren. In de verte, op een paar honderd meter, stonden twee mannen op de dijk langs het kanaal. Toen zij in hun richting terug voer liepen ze weg. Ze belde haar moeder.
"Hai mam! Heel vreemd, als in een film. De Zeevogel ligt als een meeuw op het water te dobberen alsof ze op ons ligt te wachten om weer te vliegen. ... Ik ben al weer op weg naar huis. We kunnen hier nu echt niets doen trouwens."
Brechtje dreef met een bijna stationair draaiende motor langs de hangar waar zij in gedachten achter de gesloten deuren haar vader's zelfgebouwde replica van de Spirit of St. Louis aan het plafond boven het water zag hangen.
"Je vliegt er nu bijna toch niet in," had een vriend gezegd, "hang hem op, net zo als in het museum in Washington. Je komt ruimte te kort dan kan hij plaats maken voor twee ultralights en hij is zo weer beneden als Kees er mee wil vliegen."
De schrik, de angst, zorgen, en de verantwoordelijkheid die zij voor haar ouders voelde hadden haar getekend in de afgelopen slapeloze nacht, maar de energie kwam weer terug in haar gezicht. Nadat de dijk was bezweken was het water gekomen en het steeg nog steeds. Haar vader had een paar keer gezegd dat het een zegen was dat het ondanks het grote geweld waarmee het water binnenkwam zo langzaam steeg en dat daardoor nog iedereen over de dijk naar het Noorden weg had kunnen komen, en misschien wel thuis was geraakt. Door de hermetische afdichting van de ramen en deuren waren de motelcontainers droog maar op de begane grond konden ze er niet in, boven wel en daardoor ook bewoonbaar. De rubberboot stampte tegen de wind in en de golfslag in en het buiswater sloeg koud in haar gezicht. Brechtje zette zich schrap en bewoog mee met de golven die met koppen omhoog kwamen en uit elkaar spatten en langs zwiepten, en onder haar de bewegelijke bodem opdrukten en haar het gevoel gaven dat ze er op een rubberen tapijt met klappen overheen werd gesleurd. Onverzettelijk voer ze zo meer dan de helft van de afstand tot het kanaal stoer verder en nam kort voor de bocht gas terug. De mannen waren verdwenen, maar in één van de wilgen zaten twee kraaien. De struiken beneden aan de dijk zwiepten in de wind, misschien nog windkracht 8 nu. Zulke tegenstand was ze gewend, over de dijk naar Alkmaar fietsend, de wind schuins van voren, zo was ze harder geworden dan de andere meisjes op de internationale school in Bergen. Ze had zich voor deze tocht niet goed gekleed en besloot in de middag een regenpak aan te trekken. De zon was inmiddels helemaal verdwenen en het jachtige wolkendek was ondoorzichtig donkergrijs. Toen ze weer op het kanaal voer vlogen er twee marinehelicopters over, richting Den Helder. Meeuwen vlogen als een eskader in de richting van de duinen, verder geen mens te zien.
|
- 38 - |
Dat ze daar in de duinen waren gaan wonen en niet op het land waren gebleven! Voorzienigheid? De komst van het water was meermalen onderwerp van gesprek geweest, maar de angst dat het spoedig echt zou komen was niet de aanleiding geweest om het hogerop te zoeken, maar het was de buitenkans geweest toen ze hoorden dat de oude garage op die unieke plek vrij kwam op de stille romantische Achterweg. Terwijl ze haar boot over het kanaal naar huis stuurde weg zag ze de beelden van haar jeugd tussen de koeien en later de paarden, hoe haar vader tussen de koeien die weggesaneerd werden en haar vader die was gaan leren vliegen op ultralights en die zijn eigen ultralight was gaan bouwen, een replica van de Spirit of St. Louis. Spannende belevenissen voor het van huis uit nuchtere boerenmeisje. En zo voelde zich toch ook nog steeds, een Noord-Hollandse boerenmeid. Daar had Kees niet veel aan veranderd. Ze glimlachte bij de gedachte aan Kees, hoe die de eerste keer het erf op kwam rijden, op zoek naar de Spirit toen hij die over de Zuidas in Amsterdam had zien langs vliegen. Hij had zich niet voor haar ingenomen omdat hij zo vertrouwenwekkend leek, maar omdat hij zo ondernemend op z'n scooter toch maar helemaal vanuit Amsterdam met z'n cameraatje en zoveel spirit achter een toch wel iets heel romantisch aanging, de Spirit. Haar vriendinnen hadden het eerst vreemd gevonden dat zij met Kees ging, maar toen ze eenmaal aan dat dialect van Amsterdam Zuid gewend waren konden ze goed met hem opschieten en hoorde hij er echt bij. Hij was anders, maar hij waardeerde de mensen in Koedijk ook enorm en liet dat ook blijken. Met een warm gevoel van tevredenheid dacht Brechtje er aan hoe veel haar ouders van hem waren gaan houden en hoe zeer Kees er bij hoorde. Er was hem tijdens de vloedgolf niets overkomen, morgen zou hij al weer terug zijn. Er passeerde een praam vol met mensen, die zwaaiden en Brecht stuurde het gat in de dijk in.
Bij Brechtje's terugkomst was haar moeder naar de bakker en haar vader zat stil naar de duinen te kijken die achter het huis omhoog liepen. Het raam stond open. De wolken waren weer even gebroken en er viel een vage zonneschijn op een foto op de zijmuur, de eerste foto die Kees had gemaakt van de Spirit, over de Zuidas laag in zwart-wit langs het WTC vliegend. Voordat Brechtje iets kon zeggen of vragen ging haar vader verzitten, om iets te zeggen, te vertellen waarover hij had zitten peinzen.
"Opeens zag ik hoe snel het allemaal is gegaan," zei hij, "de koeien weg en toen de paarden en later de Spirit. Maar daarna, met Kees erbij ging het pas echt snel. Het is fantastisch dat God het nog even heeft uitgesteld, want ik moet er niet aan denken, al die kadavers op het weiland, of die paarden in de schuur! Het was natuurlijk toch nog te vroeg, want niemand was er klaar voor. En ik kan niet anders zeggen dan dat ik een uitzonderlijk mooi leven heb gehad na die vreselijke tijd dat m'n koeien werden afgepakt, maar met jullie, met de vliegclub, heb ik m'n vrijheid en m'n zelfstandigheid weer terug. Dat is een grote rijkdom! Ik ben erg trots op jullie, op mamma en m'n kinderen. Ik kan me niet voorstellen hoe ik nog gelukkiger had kunnen worden! Als de zon nu nog gaat schijnen is het helemaal perfect! Een geluk bij een ongeluk is trouwens dat afgezien dat dit huis dit huis boven de huidige waterspiegel staat ook nog eens van de weg af onzichtbaar is!"
"Ja pap," zei Brecht, "het is een wonder, het land verzuipt en jij ziet een gouden randje om de donderwolken."
|
- 39 - |
Brechtje's vader keek een tijdje stil naar het duin in het uitzicht. Er begon een merel te zingen.
"Het leven gaat door," zei hij, "over dat gouden randje wil ik nog zeggen dat ik dat inderdaad de neiging heb om zo naar het leven te kijken, en ook dat ik, zonder me daar voor af te sluiten, niet het leed van de wereld op m'n schouders wil nemen, omdat ik dat onzinnig vind. Maar intussen vergeet ik de rest van de wereld niet. Wel heb ik een diep besef van hoe gelukkig ik zelf ben. Al die tijd dat je weg was heb ik naar CNN gekeken, en ik kon het niet meer bevatten."
"Ach lieve pappie," zei Brechtje, "niemand zal er over uit kunnen. Het belangrijkste is dat we met onze vier hoeven op de grond blijven staan, net zoals vroeger."
"Heb je nog wat van Kees gehoord? Waar is ie ongeveer?"
"Hij belde me toen ik op Koedijk was, en hij zei dat hij vanmiddag in IJmuiden zou aankomen. We hebben min of meer afgesproken dat ik hem met de Méhari zou ophalen, maar dan zal ik eerst moeten weten of de weg vrij is. Kees zou me bellen als hij in IJmuiden is. Trouwens, die stormvaste motelcontainers hebben het trouwens mooi gered. Hoe is het mogelijk dat we toen daarvoor gekozen hebben. En de Watervogel ligt gewoon te drijven in het water, te trekken aan z'n landvastjes. De zweefvliegtuigen zijn van kunststof dus vraag ik me af wat daarvan de schade zal zijn. Even dacht ik dat ze total loss waren, maar misschien blijkt het toch minder erg te zijn."
"Ik ben er weer!" De stem van Geertje van Waaien, Brechtje's moeder, terug van de bakker en de kleine op het dorp. "Het was vreselijk druk, pffft! En gehamsterd er werd! Dat kan nog wat worden, want de toevoer van nieuwe spullen is gestopt. Ik hoorde dat in Alkmaar gisteravond een Albert Heijn is geplunderd. Alle huisje op de campings zitten vol en er komen nog steeds nieuwe mensen bij, met bootjes."
"Ze komen hier het erf niet op!" zei Dick.
"Ik vind het wel erg griezelig! Voorbij de splitsing naar Bergen aan Zee, daar op de holle weg, daar staat het verkeer helemaal vast, heb ik gehoord, daar kan niemand meer door. Dus hoe Kees hier moet komen zal niet makkelijk zijn, dat zou nog wel eens een hele tocht kunnen worden. En je hoort dat het water zakt, en dat het water stijgt. We moeten het journaal maar weer aanzetten. Heb je de tv uitgezet, Dick?"
"Moet je horen Geer, de Watervogel is niets mee gebeurd!" zei Dick. "En nu je dit vertelt vind ik het stom dat ik geen riek van huis heb meegenomen."
"My house is my castle, dat heb ik meer gehoord. Je bent hier te gast Dick," zei Geertje. "Je zult je toch moeten aanpassen aan wat Kees vindt van de verdediging van dit erf en huis. "
"Dan is Brechtje er ook nog," zei Dick.
"Ik heb croissants meegebracht," zei Geertje, "alsof we op vakantie zijn. Het waren de laatste die ik kon krijgen, en het zou wel eens heel lang kunnen duren tot we ze weer kunnen kopen, dat heb ik inmiddels wel begrepen. En trouwens, het huis is van de weg af onzichtbaar, de kans is heel klein dat passanten het slot van het hek openbreken om te kijken wat er achter de haag ligt."
"Dan zet ik gezellig de tv aan," zei Brechtje.
|
- 40 - |
De nieuwslezer zei dat de verbindingen met alle crisiscentra goed functioneerden en dat geen van de leden van de regering slachtoffer van de watersnood was geworden. In de kantoren van een aantal ministers waren de ramen ingewaaid, en de voordeur was niet te bereiken. Van een aantal regeringsgebouwen was de elektriciteit uitgevallen en de computers waarvan de systemen in de kelder stonden, konden niet op noodstroom draaien. Er was ook niemand naar kantoor gekomen. Hierna kwamen beelden vanuit een legerhelicopter.
"Het water staat niet iedereen opeens tot aan de lippen, de kommen lopen langzaam vol. En niet iedereen is gelijk op de vlucht gegaan, omdat men niet wist wat te doen, of omdat het niet geloofd werd, of omdat er gedacht werd dat de stijging zou stoppen. In de gebieden die meer dan vijf meter beneden NAP liggen, hebben mensen bij de bovenburen geïnstalleerd of op zolder."
"Ssssstt Dick," zei Geertje zachtjes.
"Hebben die ministers dan zitten slapen," zei Dick, "nee, zij kijken niet verder dan de stemmenwinst bij de volgende verkiezingen."
"Nee," zei Brechtje, "hier was natuurlijk geen enkele vorm van verdediging tegen bestand geweest."
"Kees," riep Geertje, "op die reddingsboot staat Kees! Hij moest eens weten dat we nu naar hem zwaaien! Jammer van het tijdverschil! Inmiddels is ie misschien al dicht bij IJmuiden."
"Maar hij heeft nog niet gebeld," zei Brechtje.
Het relaas van de nieuwslezer was dat veel Nederlanders het land ontvluchtten en maakte een vergelijking met de dag waarop de Duitsers Nederland waren binnen gevallen.
"Dit heeft Kees allemaal niet gezien," zei Brechtje, "wat zal hij weten over de situatie?"
"Reken maar," zei Dick, "dat ze naar de nieuwsberichten luisteren op dat schip. Maar laten we verder luisteren, of naar de tv zitten te kijken."
De ringtone van het mobieltje van Brechtje.
"Da's toevallig schat, we zagen je daarnet op het Journaal! ... Ja op de boot! ... Nee, de wegen zitten hier muurvast, hiervandaan voorbij Bergen aan Zee. Jammer dat we geen tandem hebben. ... Dat weet ik zeker. ... De Watervogel drijft en ligt aan de landvasten te wachten tot je terug bent. En m'n ouders zijn safe bij ons thuis. ... Tot straks lieverd, sterkte!"
"Wie zouden er in die auto's zitten," vroeg Geertje, "waar komen al die mensen vandaan die hier op de wegen vast zitten? Ze kunnen niet door de tunnel zijn gekomen omdat die onder water staat, maar waar komen ze dan wel vandaan?"
"Geruchten," zei Dick, "dat het gras in het Noorden groener is."
|
- 41 - |
Terwijl ze door het Journaal heen kletsten hadden de ouders van Brechtje en zijzelf naar de tv-beelden gekeken van de wegen die onder water stonden en de steden die steeds verder onder liepen, en de evacuaties met amfibievaartuigen die overal op gang waren gekomen. Papieren bootjes in de storm. De nieuwslezer vertelde dat al het beschikbare materieel was ingezet en dat er amfibievaartuigen voor grote hulpacties uit Duitsland onderweg waren. Leden van Keep Them Rolling hadden hun varende trucks ingezet en ook een vloot van eigenaren van landingsvaartuigen en grote rubberboten. Op de Noorderzon had Kees dat al gezien toen ze nog in de haven lagen te wachten tot de storm wat minder werd. In de kajuit moest Kees zich vasthouden en schrap zetten om niet te vallen. In de haven was het een hels geklots en geklap van de boten op het water en een oorverdovend gekletter van de vallen tegen de masten.
"We kunnen nu best uitvaren," had Klaas gezegd toen het iets minder leek, "Dit is het beste schip in de haven waarmee je dat zou kunnen, maar eerlijk gezegd is het wat comfortabeler om de zee op te gaan als de golven wat minder heftig zijn."
Op dat moment belde Tom, die vroeg of Kees al op zee zat.
"We hebben gewacht op de stilte na de storm," zei Kees, "... Hij is niet zo'n draufgänger als ie er uit ziet. ... Je had wat dat betreft best meegekund. Als we eenmaal goed onderweg zijn dan bel ik je nog."
Er hielden mensen stil op de steiger. Kees hoorde Klaas met ze praten.
"We liggen te wachten om uit te varen, en die reis is al gepland en besproken. U kunt me morgenochtend bellen en mogelijk zouden we dan iets kunnen afspreken. Great Yarmouth is voor mij geen bezwaar. Bagage is geen enkel probleem, en vijf personen ook niet. Ik geef u mijn kaartje, waarop m'n mobiele nummer staat. Dan kunnen we meteen over de kosten praten, want ik weet niet wat morgen de olie doet. En de betaling zal dan vooruit en cash zijn."
Klaas kwam gebukt de kajuit in, dit schip was te klein voor hem. Hij vroeg wat er voor nieuws op de tv was.
"Steeds meer dijkringen hebben het begeven en lopen vol," zei Kees. "Het lijkt dat er wordt vermeden om de aantallen van slachtoffers te noemen, maar misschien is de situatie nog te onduidelijk en willen ze de mensen niet onnodig alarmeren."
"En welke acties neemt de regering? Wat doen de rijksinstanties en het leger?" vroeg Klaas. "Gaat het nu net zo als in New Orleans? Hebben ze er van geleerd?"
"Ik heb geen idee wat er verzwegen wordt," zei Kees, "en wat er niet bekend is. Maar wat mij intrigeert is of jij je altijd aangetrokken hebt gevoeld tot het reddingswezen?"
"Mensen redden is nooit echt mijn lijn van tijdverdrijf geweest, maar deze boot sprak mij erg aan, vooral omdat ie bij mijn werkzaamheden zo goed van pas kwam, omdat je onder alle omstandigheden kunt uitvaren en wanneer je maar wil. Inmiddels heb ik deze boot al ruim tien jaar en hij heeft een veelvoud van de kosten opgeleverd. Ik heb de no-nonsense inrichting laten ombouwen tot een geriefelijke accommodatie die geschikt is om verwende logés mee te kunnen nemen. Het heeft wel wat moeite en geld gekost maar met dit schip maak ik de gewenste indruk op de gewenste dames en eindelijk zei m'n vader dat ie trots op me was."
"En je hebt gelijk ook een direct lijntje met heaven," zei Kees.
"Haha, een cool lijntje," zei Klaas met een sardonische glimlach.
Kees ging naar beneden om een plas te doen. Op het tafeltje bij de radio lag het logboek, hij keek het niet in. Af en toe viel door het zwartgallig getinte licht een straaltje zonlicht door de patrijspoorten op de zeekaart aan de wand. Tussen het geklots en het gekletter en het getikker van de stagen en vallen tegen de masten op de naburige boten klonk het zware wapwap van een helicopter. Een schaduw gleed snel over de kaart. Klaas was ook op het dek en ze zagen hoe de helicopter een grote cirkel over de haven maakte en in de richting van Den Haag verder vloog.
|
- 42 - |
"Het lijkt wel op het hoorspel uit de vorige eeuw," zei Kees, "waarover ik alleen maar gelezen heb, en dat ook mijn vader nooit heeft gehoord, waardoor heel Amerika op z'n kop stond omdat er een zogenaamde reportage werd uitgezonden over een invasie van de Aarde door wezens van Mars. Alleen is dit voor mijn gevoel nog veel onwerkelijker en beangstigender."
"Omdat het je nu zelf persoonlijk raakt," zei Klaas, "en omdat je inzit over je ouders, familie en bekenden."
"Mijn vader zei lang geleden al eens," zei Kees, "dat hij blij was dat zij zo hoog zaten, maar ik wist dat als de vloed zou komen het maar een uitstel van korte duur zou zijn. Hoe kort en wat daarna? Daar denk ik nu steeds aan, wat daarna? Die gillende, de strot dicht knijpende onzekerheid en verlammende machteloosheid."
"Wat doe je voor werk Kees?" vroeg Klaas.
"Ik was copywriter, journalist en fotograaf en produceerde samen met m'n vader features voor tijdschriften en publicaties voor corporate communication, maar dat hield bijna helemaal op toen ik samen met m'n schoonvader een vliegschool begon, een beetje een fantastisch verhaal als ik me dat zo zelf hoor vertellen, maar zo kan het soms lopen in het leven."
"Je bent uitgevlogen met je schoonvader en je hebt dus van vader gewisseld," stelde Klaas vast. "Wat vind je moeder daar van?"
"Mijn moeder is erg gelukkig met haar schoondochter."
"Maar hoe hoog wonen ze?"
"Op vier hoog in Zuid van Amsterdam. Het water stijgt, en het is natuurlijk angstaanjagend. Ook aan de Goudkust."
"Het leven kan soms onverwacht een macabere wending maken," zei Klaas. "Met één knal, in no time kan alles weg zijn waar je een leven lang naar toe geleefd hebt. In het zicht van de haven zeggen ze dan."
"Ik wou dat ik dat nuchter kon verwerken," zei Kees. "Dat ik ongehecht afstand kon nemen waar ik me emotioneel mee verbonden voel en waar me oneindig zorgen over maak."
"Als piloot moet je daar boven vliegen, dat is gemakkelijk gezegd, maar het lukt je als je je dat indenkt. Maar we gaan maar eens wat varen. Gooi jij even los, en vergeet niet aan boord te springen."
|
- 43 - |
Kees gooide los, voor, en achter, terwijl de boot aan de drijvende steiger heftig op en neer bewoog, en van de steiger af bewoog en er tegen aan bonkte. Na het lossen van de trossen kwam de boot bij elke op een neergaande beweging niet meer terug bij de steiger en Kees voorzag dat als de Noorderzon nog tweemaal op en neer gaan hij de sprong niet meer zou kunnen maken. Op het moment dat de boot nog een keer naar beneden dook deed hij twee passen naar achteren en met dat korte aanloopje sprong hij op de boot, greep mis naar de handgreep op de kajuit, gleed uit en viel met z'n gezicht naar beneden op z'n rechter arm op het gangboord, tussen de railing waar die ter plaatse lager was, en de kajuit. De motor maakte ronkend meer toeren en de boot sprintte naar achteren en voer weg van de steiger en lag meteen weer stil. Met een grote vaart kwam Klaas de stuurhut uit en boog zich over Kees en vroeg of hij iets gebroken had en hoe het ging.
"Beetje geschrokken," zei Kees, en probeerde te gaan staan, gleed uit en lag weer.
Klaas trok hem op aan z'n linker hand.
"Zo, ik ben aan boord," zei Kees, "niks aan de hand, laten we maar vlug gaan."
"Zoals je wil," zei Klaas, "laten we eerst maar eens naar buitengaats gaan."
Zich links en rechts vastgrijpend liep Klaas naar de stuurhut en liet de boegschroef draaien die een zwiep aan de voorkant gaf en de boot met de voorplecht in de richting van de mond van de haven draaide. Vol gas, en de boot veerde naar voren. De steiger stond inmiddels vol met mensen die naar de manoeuvres keken. Een jongetje zwaaide. Z'n moeder hield hem tegen om met de boot mee te rennen.
"Michiel de Ruyter," zei Klaas glimlachend. "Neem even het roer over, en hou deze koers aan. Ik hoorde van Oscar dat je vlieger bent, dan kun je dit ongetwijfeld beter dan excelleren met de hink-stapsprong."
Kees stuurde de boot met de stalen blik van een stuurman, eerst te veel overreageren totdat hij er feeling voor kreeg en de boot vooral haar eigen gang liet gaan, haar liet wegdraaien maar haar net zo goed weer uit zichzelf terug liet komen.
"Zie je wel dat het goed gaat!" zei Klaas, "in wezen is er niet zo'n verschil tussen water en lucht. Dat heb ik van m'n vader geleerd."
In het kombuis dat iets lager dan de stuurhut lag zat Klaas in het Engels te telefoneren. Kees probeerde in het overstemmende, bulderend lawaai de gesprekken niet te volgen en concentreerde zich op het sturen, keek af en toe naar het kompas en probeerde mee te luisteren naar de gesprekken die Klaas had met z'n mobieltje.
"Zie je wel dat het 't zelfde is als een vliegtuig," riep Klaas, "niet steeds corrigeren maar ruwweg de koers aangeven, op elke afwijking van de koers naar bakboord volgt toch weer een afwijking naar stuurboord. "Sta je te peinzen over het gebeurde? En wat er gebeurd is met je familie en vrienden en je financiële bron van bestaan? Als het zulk weer is als dit woon ik op m'n schip, dan kan ik nog alle kanten op in het leven als het mis gaat."
"Ik denk aan van alles," riep Kees, "en iedereen, aan mijn vluchten hier langs de kust, ook wel met tikkerig weer, naar Zestienhoven en Midden Zeeland, en aan mijn vader die vroeger voor jouw vader heeft gewerkt. Jaarverslagen."
Het was een tijdje wat stiller in de storm, bij elk dal in de golven kreunde de boot.
"Da's ook toevallig, dat onze vaders elkaar hebben gekend! De mijne leeft niet meer. Ik heb wel met zwaarder weer gevaren dan dit en zelfs een keer omgegaan, maar daar is ze op gebouwd, en ze komt weer boven, geen paniek. Ik vaar nu niet uit om de zee uit te dagen, maar wat mij betreft mag het gebeuren. Ik zal je zeggen wat je doen moet als het zover is. Als je de koers in de gaten houdt en de radar, dan kan je eigenlijk niks gebeuren."
"Ik wil even mijn vrouw bellen," zei Kees, "neem jij even over?"
"I'm in control," zei Klaas.
"You're in control."
|
- 44 - |
Kees zette zich schrap, in de hoek leunend tegen de achterwand.
"Hoe gaat het?" vroeg hij, luid pratend om boven het lawaai uit te komen.
"Da's ook toevallig schat, ik wist niet dat ze van de tv waren. ... We zijn al bijna bij IJmuiden. Het gaat sneller dan ik dacht. Kun je me komen halen? Je bent nog steeds mijn chauffeur, ook al kom je niet. Ik hou van je. Kan het echt niet? ... En de vliegtuigen? ... Tot straks lieverd! Ik vaar snel verder."
Kees keek naar het radarscherm en riep naar Klaas: "Kwartiertje nog?"
"Ja een stief kwartiertje zoals jullie dat zeggen in Noord Holland, ik zal IJmuiden vragen of ik binnen mag komen en waar ik kan liggen."
Kees toetste belde een ander nummer. Na een tijdje kreeg hij contact.
"Tom, Kees, we varen met een kwartiertje IJmuiden binnen. Waar ben jij nu? ... Ik bel nog wel als ik op de kant sta."
"Tom had toch mooi kunnen meevaren." zei Klaas.
"Hij was als de dood voor het woeste water begreep ik. Hij heeft meer schade opgelopen dan wateroverlast thuis. Waar ga je hier na naartoe?"
"Mensen wegbrengen naar de overkant, naar Harwich."
Rechtsboven in het radarscherm schoven langzaam de pieren van IJmuiden naar beneden. Klaas zoomde in. Met de semafoor werd hij naar binnen gepraat. Klaas minderde toeren. De pieren draaiden in het scherm, er bewogen twee stippen buitengaats, terwijl de Noorderzon in het midden van het scherm naar binnen voer.
"Ik zou een paar uur willen afmeren om mensen te laten opstappen," zei Klaas.
"Uiterst bakboord aanhouden," waren de aanwijzingen uit de semafoor, "tussen de buitenpieren de Buitenhaven, dan het Noorderbuitenkanaal, Hoogovenkanaal. Aan het begin van de Hoogovenhaven aan bakboord ziet u twee coasters liggen waar u tijdelijk aan kunt meren."
Klaas zette de motor in z'n vrij. Er keek een man over de railing van de coaster en Klaas riep hí! De man riep dat hij twee trossen omlaag zou gooien en deed dat. Klaas en Kees vingen ze op en sloegen ze om een bolder. Daarna gooide de man een touwladder omlaag, en kwam daarna zelf naar beneden.
"Mooi schip," zei hij om zich heen kijkend. "Komen jullie boven een bakkie doen? Kossen, Jan Kossen, ik ben de schipper van die praam hierboven, de Delfzijl."
Klaas zette de motor af, deed de deur van de stuurhut op slot en de drie mannen klommen naar boven.
|
- 45 - |
"Waar komen jullie nou vandaan met dit weer?" vroeg Kossen.
"Daar is ze voor gebouwd," zei Klaas. "Heb je al gehoord wat nu precies de oorzaak is geweest van die vloedgolf?"
"Er is van IJsland een groot stuk gletsjer in zee geschoven op een moment van hoogtij, en een Noordwester deed samen met springtij de rest, alles bij elkaar een samenloop van omstandigheden. In de trechter van de Noordzee is dat de vloedgolf geworden. In de eeuwigheid is het een rimpel, maar die heeft wel veel schade aangericht en veel leed veroorzaakt. Dat dit eens zou gebeuren hing al jaren in de lucht en daar hadden we ook niet tegen beschermd kunnen worden. En het was dan nog maar een rimpel, want die vloedgolf had ook nog vele malen hoger kunnen zijn. De schade zal megagigantisch zijn, maar op zo'n korte termijn kan dat niet worden ingeschat, en het dodental is ook bij benadering nog niet bekend. De elektriciteit is in alle ondergelopen gebieden uitgevallen, dus daar ook de communicatie. Wat onder water staat is Zeeland, een deel van Noord Brabant, Zuid Holland, Noord Holland, de IJsselmeerpolders uiteraard, Friesland en een groot deel van Groningen, waar ik vandaan kom. De Waddeneilanden ook. En een groot deel van Utrecht. Uit Duitsland is het leger onderweg dat ons zal ontzetten. De golven sloegen over de dijken en bijna overal gaten."
Uit de jachthaven aan de overkant stoof een rubberboot in de richting van de coaster. De golven waren minder hoog geworden, maar de boot werd nog alle kanten opgesmeten, grote klappen, veel overslaand water.
"En de toekomst voor het land als geheel, is daar iets over gezegd?" vroeg Klaas.
"De polders zullen worden leeggepompt, dat zal maanden duren. Dan het herstel van de wegen, en daarna de huizen en de gebouwen. Voordat het bedrijfsleven en de handel weer op gang zijn gekomen, zouden wij dat nog beleven? Nee, ook als je deze ramp een wat filosofisch bekijkt kunnen we die niet relativeren."
Beneden werd de naam van Klaas geroepen. Het bleek Tom te zijn. Tom klom op de Noorderzon en zwaaide naar boven. De andere man tilde de fiets op vanuit de dansende rubberboot en gaf deze aan Tom die hem op het dek legde.
"Dat doet ie niet slim," zei Klaas.
Tom kreeg koffie.
"Hard doorgetrapt!" zei Kees.
"Ja, en geen wind mee," zei Tom. "Maar storm tegen. Veel ellende gezien. Bijna werd m'n fiets afgepakt. Nog gevochten. En als ik dacht aan hoe jullie op zee tegen de klippen op aan het klappen waren dan voelde ik me toch gelukkig dat ik op de fiets zat."
"Maar het was een geluk," zei Klaas, "dat je daar op kon blijven zitten. Het geeft wel aan wat ons te wachten staat."
|
- 46 - |
"Wat ga jij nu doen?" vroeg Tom aan Klaas. "Ik ben al bezig geweest om als ruilhandel de fiets te verkopen aan de man van de rubberboot, omdat hij me eerst niet wilde brengen. Hij zei dat ik de brug over het Spuikanaal niet over mocht omdat dat daar de sluis is doorgebroken. Maar toen hij hoorde dat ik op de Noorderzon moest zijn heeft hij me zonder vergoeding toch nog gebracht."
"Mijn passagiers komen met een half uur," zei Klaas. "Dus dan ben ik weer weg."
"Dan gaan wij nu ook maar weer eens verder kijken," zei Kees.
"Laat die fiets maar op de boot liggen, want dan breng ik hem wel weer naar Oscar," zei Klaas. "Ik zal hem op het dek vastsjorren, een buitje moet ie wel tegen kunnen. Tenzij je niet met Kees meeloopt lijkt me dat mooi geregeld zo."
"Dat is prima geregeld zo!"
"Nog even een bakkie voor jullie gaan?" vroeg Kossen.
"Dan haal ik alvast je tas," zei Klaas tegen Kees.
"Hoe was het onderweg?" vroeg Kossen.
"Het was drukker dan op een mooie Zondagmiddag," zei Tom. "Ik ben op goed geluk zo dicht mogelijk langs zee door de duinen gereden over de Zeereep zoals dat gedeelte heet en in Katwijk heb ik een fietskaart gekocht. In Zandvoort was het ontstellend druk met mensen uit Haarlem. Die hoefden alleen maar de Zandvoortselaan uit te rijden toen het water kwam en die waren droog overgekomen, maar voor die ongelukkige mensen in Amsterdam is het te laat geweest om in Zandvoort te geraken. Het was absurd, al die zonnige herinneringen aan die badplaatsen. Het onbezorgde leven dat tot aan de horizon altijd zo zou blijven. Ondanks het weer zaten de terrassen vol, en ik vroeg mij af hoe lang de restaurants nog voedsel en drank zouden hebben, en wat daarna? Al die vragen waar niemand een antwoord op weet! Ik kan me een film herinneren die in de oorlog speelde, met drommen mensen in IJmuiden, die allemaal over zee wilden wegkomen. Maar nu staan de wegen onder water, ze kunnen nu niet eens een haven bereiken."
Klaas klom over de railing met de tas van Kees. De mannen namen afscheid, klommen op de coaster aan de kade en vandaar over de loopplank langs de Hoogovenhaven richting Velsen Noord, boven het Noordzeekanaal. Geen rookpluimen. Er werd nergens gewerkt, de arbeiders zullen hun werkplek niet hebben kunnen bereiken, en daarbij zal hun gezin alle prioriteit hebben gekregen.
|
- 47 - |
"Even Brechtje bellen," zei Kees. "Hé meidje! Ik ben te voet onderweg van de haven van IJmuiden, naar Velsen Noord en dan verder huiswaarts, samen met die jongen met wie ik van Hoek van Holland naar Scheveningen ben gelopen. ... Denk maar dat ik voor een klus in het buitenland zit. ... Morgen zal ik al wel weer thuis zijn moet je maar rekenen. ... Ja, het is allemaal te gek om bij stil te staan. ... Goed te horen! Dag lieverd!"
"Ik mis die vieze rookpluimen!" zei Tom.
De jongens verhoogden het tempo.
"In de polders stijgt het water nog steeds," zei Kees. "Die kommen lopen langzaam vol. Maar hoe ging je tocht verder?"
"De parkeerplaatsen langs de boulevard stonden vol. Veel geschreeuw omdat men daar niet verder kon. Grote paniek. Vechtpartijen. Tot de piramides in de bocht en daar ben ik de Waterleidingduinen in gereden. Bij Parnassia was het even als vanouds, of zeg maar zoals het er dit weekend zou hebben uitgezien nadat er een paar bussen waren aangekomen. Het stormde dan wel, maar het was ideaal geweest om daar een kop soep te eten. Alle stoelen bezet, een mierenhoop. De zee stond tot aan de duinvoet. Schreeuwende kinderen. Paniek en ruzie. Het enige dat ik kon bedenken was dat ik nergens bij moest stil staan en niet denken maar verder moest gaan."
"What's your heading?" vroeg Kees. "Waarom loop je eigenlijk verder naar het Noorden? En waarom lopen wij nu deze kant op? We moeten trouwens terug, want we kunnen het beste de zee aanhouden en hierlangs kom je in Beverwijk. Kijk maar op de kaart. Sorry hoor, maar ik kan me hier aardig oriënteren omdat ik hier vaak overheen heb gevlogen."
Ze liepen weer terug langs de coasters. De Noorderzon was vertrokken. De weg splitste zich, de mannen hielden rechts aan, liepen langs een binnenmeertje, en daar was de vakantiezee, oneindig wild water met heftig spattende rollers. Voor Tom was het een storm die nat, plakkerig en zout van links kwam, voor Kees een harde wind op elf uur. Het praten moest met stemverheffing, maar er werd een lange tijd gezwegen, totdat ze de Noordkant van het vuile fabriekslandschap waren gepasseerd. En daar lag een dorp uit een science fiction film, een herinnering aan ongekunsteld zonnige verpozing, Wijk aan Zee.
"Bij mijn mooie herinneringen aan dit oude dorp," zei Kees, "een liefelijke plaats zonder poeha, is alles wat je ziet doortrokken van paniek, verdriet, dood, oudedagsvoorzieningen en aanleunwoningen. Het water zal hier niet komen de eerste tijd, maar de ramp gaat niet aan deze huizen voorbij."
|
- 48 - |
In de beschutting van de huizen konden de mannen met elkaar communiceren zonder te schreeuwen. Alle parkeerplaatsen waren vol. Als in het hoogseizoen liepen er dichte drommen over middenweg, gezinnen, hele families besloegen de hele weg en eenlingen deden telkens een stapje opzij.
"De blikken van die mensen," zei Tom, "die zie je soms ook rond ziekenhuizen, met het zweet in je bilnaad en toch onverzettelijk doorgaan."
"Deze mensen zijn vooral echte Noord Hollanders zo te zien, uit Beverwijk denkelijk, en de polders in de omgeving. Kijk, een vrouw in verwachting. In 2005 werd in New Orleans een meisje geboren dat Katrina werd genoemd. Laten we even koffie drinken."
Op het terras waar zij langs liepen stonden mensen op. De mannen schoten snel aan de tafel en bestelden wat te eten. Er was nog.
"Ik wil dat niet minachtend typeren," zei Tom, "maar het lijkt me dat iedereen een karikatuur van zichzelf is geworden, nee, zo bedoel ik het niet. Die vrouw met die twee kinderen, die oogt twee keer zo triest als ze er misschien twee dagen geleden uitzag, als ik me dat goed voorstel. En die actieve vent links van haar is waarschijnlijk nu actiever dan een week geleden. Zo worden volgens mij beschouwende mensen beschouwender. Heb je daar ooit van gehoord. Sjoemelaars werden keihard fout in de oorlog, iedereen is rücksichtslos zichzelf zonder even stil te staan bij de mores. Optimistische types worden optimistischer dan reëel. Ik denk steeds aan beelden uit het Journaal, van slachtoffers van overstromingen en aardbevingen, van mensen die hun wereld in elkaar zagen storten."
"Maar hoe is dat met jezelf gegaan? Wie ben jij nu geworden, Tom?"
"Daar loop ik steeds over te denken."
"Tweemaal zoveel als anders?"
"Ik ben tot nu toe alleen maar bezig geweest om met de meest sophisticated hulpmiddelen geraffineerde dingen te maken, maar dat werk vond ik toch al niet meer zo bevredigend, en denkend aan wat dit dan allemaal heeft opgeleverd begon ik het ridicuul te vinden. Ik hoop dat ik op deze tocht zal ontdekken op welke plek in mezelf op m'n gemak zal voelen, en waar ik een bron van inspiratie zal vinden. Ik ben een vrij man nu, daar moet ik van profiteren."
"Wat zit je naar me te kijken?" riep een man agressief naar Tom, "heb ik iets van je gepikt?"
Tom schudde van nee en stond op, waarna de man een andere kant op keek.
|
- 49 - |
"Laten we maar meteen gaan," zei Kees, "we moeten nog een eindje. Maar eerst voor de zekerheid nog even naar de kaart kijken. Schaal 1:25000. Wat vind je hiervan? En dat slaat ook op die boze man. ' Je kijk op het leven wordt bepaald door de schaal waarin je het leven hebt gezien.' Die man heeft misschien nooit om zich heen gekeken en nooit enige afstand genomen."
"Hij heeft iets van een rozenkweker. Altijd bezig om bladluis te betrappen."
"Je hebt jezelf wel goed geanalyseerd," zei Kees. "We moeten nu even de kaart raadplegen want er loopt geen pad direct langs het strand. En als we dit pad hier waren opgelopen waren we in een loop weer terug gekomen. We moeten langs Heliomare, een ziekenhuis in het Noorden van het dorp, en dat zal met richtingborden worden aangegeven, daarna langs een pompstation in de duinen. En dan is het verder een lang pad, dwars door de duinen. Dan komen vóór het donker is in Egmond aan Zee, schat ik."
Kees belde Brechtje en vertelde waar ze liepen. "Ik denk voortdurend aan je, anders was ik wel hier op het feest gebleven."
De harde wind was iets minder hard geworden. De trottoirs stonden vol geparkeerd. Tussen de auto's stonden mensen te praten.
'Geen bordjes meer met 'Zimmer Frei'," zei Kees. "Deze mensen hier zijn allemaal vluchtelingen, allemaal lotgenoten. Maar hoe moeten de verhuurders aan het voedsel voor de Frühstück komen?"
"Al die vragen," zei Tom, "en daar is er geen woord Duits bij. 'Hoe komen we in Den Haag?' en 'Gaat het jullie meer om stemmen dan om mensenlevens?' al die vragen waar iedereen mee zit!"
"Maar reken intussen maar," zei Kees, "dat de regeerders met hun schaapjes op het droge zitten!"
Buiten het dorp, links, het gebouwencomplex van Heliomare, met een overvol parkeerterrein.
"Ik heb het idee," zei Kees, "dat je daar eigenlijk het beste af bent, omdat de voedselvoorziening in het ziekenhuis wel door legerhelicopters verzorgd zal worden."
Het begon heel fijn te motteren.
"Het volgende doel is het pompstation," zei Kees. "Een landmark als ik langs de kust vloog, maar in het echt ziet het er uit als een locatie voor een sciencefictionfilm."
De camera's aan de gevel draaiden met de mannen mee terwijl zij passeerden. Bordjes die aangeven hoe het daar heette kwamen overeen met de namen op de kaart, die maar heel even open werd gevouwen om hem niet te nat te laten worden. Russenduin, Noorderduin, Leenscheuterwei, Infiltratieveld, het waterwingebied van het pompstation, met een rij lange parallel aan elkaar lopende sloten. Vogels vlogen op van achter een struik en bleven even boven de mannen in de lucht hangen. Van Oldenborghweg. Stilte in de storm. Een lang recht stuk zonder wandelaars en brommers.
"Nu schieten we op!" zei Tom.
|
- 50 - |
"Hier achter, rechts ligt het zweefvliegveld van Castricum," zei Kees. "Ben ik een paar keer geweest, collega's van me. Tot hier is het water niet gekomen. Ze kunnen zo weg vliegen, alleen is het weer erg ongunstig. Het is al weer droog." Veel meeuwen.
"Hoe was het contact met die lange," vroeg Tom.
"We hebben alleen maar wat gewisseld over praktische zaken als doe even dit of doe dat, niet over onze vaders die elkaar hebben gekend. Heel toevallig weet ik van een vriend van mijn vader dat Klaas als jongetje bij hem in de groentewinkel kwam. Maar we hebben verder nergens over gepraat. Zoals ieder mens heeft ook hij verschillende windstreken in z'n karakter, en ik geloof ook best dat hij heel aardig kan zijn. Ook een boender kan z'n zachte kanten hebben."
"Ook al kunnen die meeuwen overal naar toe," zei Tom, "blijven ze toch hier, maar goed, ze wonen hier. En dat zeggen de mensen ook. Als je van huis gaat en je komt later weer terug als de oorlog voorbij is, of als het droog gevallen is, dan zitten er andere mensen in. Jij bent toch van huis uit een Amsterdammer? Hoe ben je dan verzeild in Groet? Je woont nu ideaal, had je daar op gerekend?"
"Als ik dat allemaal zou vertellen," zei Kees, "om je alles te laten begrijpen, dan zou ik mijn levensverhaal moeten vertellen, en daar is het nog te vroeg voor. In telegraafstijl dan. Toen ik net van school kwam ik in contact met een piloot van een bijzonder vliegtuig dat ik over Amsterdam had zien vliegen. Dat was van een weggesaneerde melkveeboer op Koedijk, die dus geen koeien meer had maar wel veel land. De boer was gek met vliegen, met een hangglider langs het strand, en hij bouwde een replica van The Spirit of St. Louis. Daar wilde ik meer van weten en zo heb ik hem ontmoet. Met de Spirit vestigde hij zich in dat wereldje van ultralights en zweefvliegers, met respect en waardering. Ik kwam veel bij die mensen, en ik werd verliefd op Brechtje, de dochter. We konden het goed met elkaar vinden en wij stimuleerden elkaar, en zonder het daar te zoeken had ik mijn geluk in Koedijk gevonden. Na een tijdje kwamen we op het lumineuze idee om een zweefvliegschool te beginnen op dat lege land. Een ideale ligging, zo achter de duinen. Zweefvliegtuigen en ultralights. Na wat zoeken vond ik een stapel zeecontainers die we lieten ombouwen tot vier rijen kamers met een echte hotelaccommodatie. Eerst woonden Brechtje en ik in zo'n container en later, toen de vliegschool van de grond kwam, lieten we een huis in Groet bouwen, beetje afgelegen aan de Achterweg, aan de voet van de duinen, van de weg af staat het onzichtbaar achter het groen. Hemelsbreed staat dat dicht bij de boerderij van mijn schoonouders die naast de vliegschool wonen. Van zo'n leven had ik nooit gedroomd, maar de werkelijkheid is wel een droom geworden. De droom van het vliegen. De droom van de ideale vrouw. De droom van het entrepreneur zijn."
"Wat een droom!" zei Tom.
"We schieten goed op, maar we zullen toch wel moeten proberen om vandaag nog in Egmond onderdak te vinden. Het lijkt me een bit scary om in het donker door de duinen te lopen."
Een driesprong, een splitsing naar links en rechts, links, langs het Uitzichtduin en dan weer naar het Noorden over de Vlewose Weg.
"Nu is het nog stevig doorstappen en dan lopen we zo met een vaartje Egmond binnen," zei Kees.
|