© The images & text on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are.
Features, articles, sailing, Hans Arend de Wit

 

- 51 -

"Wanneer zijn we er nou, pap?" vroeg Tom aan Kees. "Is het nog ver?"
Kees keek op de routeplanner van z'n pda en zag dat het niet ver meer was.
"Het zal zo lang niet meer duren m'n jongen."
Op de vierkante paddestoelen van de ANWB las Kees de namen op van de plekken waar ze langs zouden komen en ook die ze rechts zouden laten liggen, Koepelduin, Sandervlak, Reggers, Soeckebacker, De Krim.
"Wat ben jij toch een wonderlijke vogel," zei Tom.
"Deze plekken ken ik uit de atlas," zei Kees, "van toen ik als jongen uren naar kaarten zat te kijken, en er virtueel over heen vloog en in en de topografie in me opnam om later de streken in het echt terug zien vanuit de lucht."
Boven het geweld van de harde wind kwam vanuit het Zuiden het karakteristieke geluid van een Chinook, een zware helicopter met twee rotors, een vrachthelicopter van het leger, laag over de mannen, die zich verzetten tegen de windstroom van de rotors die leek op een trechter van een tornado.
"Het redden van mensen van daken," zei Tom, "dat is toch wel heel iets anders dan een ludieke demonstratie tijdens de Vlootdagen in Den Helder."
"Waar zou je in gedropt willen worden Tom?" vroeg Kees. "Stel dat de Chinook je oppikte, niet dat ik dat voor je kan regelen, maar stel, waar zou je dan een nieuwe start willen maken? En bedenk dan eens dat je terug kan vliegen in de tijd. Inmiddels heb je geleerd van je fouten die je hebt gemaakt in het leven, die je nooit meer opnieuw zou maken, stel dat zuks echt kan, waar zou je dan naar willen terugkeren, naar welke situatie, welk moment? Het moment dat je een keuze maakte voor je beroep, voor een vriendschap, een kritiek moment dat je op een splitsing in het leven stond. Wij hebben nu een kaart op m'n pda, waarmee we kunnen voorkomen dat we in de sompige weilanden rond Heiloo verdwalen, maar in ons geestelijk leven drentelen of rennen we alle kanten op zonder dat we ons beseffen waar de ingeslagen weg ons naar toe zou kunnen leiden. Romantische weggetjes die uitkomen op een vuilstort, luisterrijke bomenlanen die dood lopen op een kale muur, steigers in de haven met boten die ons kunnen brengen naar plaatsen waar we helemaal niet zullen aarden. We vertrouwen op de automatische piloot, maar zonder te weten waar voor òns een gelukkige toekomst zou kunnen liggen, en zonder enige kennis van navigatie vliegen we er in, in ons ongeluk. Kijkend naar de vriendenkring van mijn ouders ben ik tot de conclusie gekomen dat het een kwestie van tijd is, dat je heel lang achter elkaar goeie beslissingen kunt nemen totdat je in een emotionele, of zeg maar onbezonnen stemmin,g een foute afslag neemt. We volgen een innemende glimlach, een emotioneel gebaar, een fantastisch reisplan en we raken ons huis kwijt. Of anderen trekken bij je in, eerst met een weekendtas en dan de koffer in en weg ben je. Of je loopt met een vreemde man mee richting Den Helder. Wat wacht er op je in Den Helder, of wat verwacht je?"

- 52 -

"Ik heb in mijn diensttijd in Den Helder gelegen," zei Tom, "maar actieve dienst op zee heb ik gelukkig kunnen vermijden. Uiteindelijk heb ik mijn diploma instrumentmaker gehaald. Maar van m'n uniform heb ik na een tijdje wennen wel plezier van gehad, met Ellen. Ellen was de eerste aan wie dacht ik toen ik hoorde dat mijn recente ex op de boot naar Harwich zat. Na mijn diensttijd wilde ik iets concreets gaan doen, fijne instrumenten maken. Misschien is het wel mis gegaan omdat ik ook in mijn relatie vooral het tastbare zocht. Ze was een zalige, openhartige, warme mooie prachtmeid, die Ellen. Maar we waren eerlijk gezegd verre van compatibel, toch ik heb wel inspirerende herinneringen aan haar. Ik was op weg terug naar haar zogezegd."
"In een boek dat ik eens gelezen heb," zei Kees, "met dit thema van de second chance, kreeg   de hoofdpersoon de kans alle keuzes opnieuw te maken. Telkens als hij een keuze had gemaakt realiseerde hij zich later dat hij die keuze in een eerder leven ook al eens had gemaakt en óók fout. Was je misschien vergeten wat de totale eeuwige innigheid met Ellen destijds in de weg stond? Dat klinkt wel erg patriarchaal maar ik zou je toch willen suggereren om te proberen je dat eens voor de geest te halen? Als ik jou was zou ik eerst alles uit m'n kop laten waaien, de weersomstandigheden zijn daar heel geschikt voor."
Volgens de paddestoelen kwam Egmond steeds dichter bij. Een stukje voor Soeckebacker kwam een splitsing. Links, en dan weer rechtdoor, dwars door een ven, wild water, wilde lucht erboven.
"Nu is het nog maar een heel klein stukje," zei Kees. "Ik ken dit meertje van over het strand vliegen."
"Oh, ik zou nog lang kunnen doorlopen zo," zei Tom, "maar ik heb wel een verduvelde honger gekregen."
"Ik zal je verklappen dat ik daar op heb gerekend," zei Kees, "Als dit een film was zou het verrassend zijn geweest als ik je niets had verteld, maar ik ken daar de eigenaar van een hotel, die bij mij op de vliegclub lest. Als wij binnen komen zal hij z'n best doen om ons binnen zijn huidige mogelijkheden te verwennen, zoals hij bij ons ook altijd welkom is."
Het dorp binnen komend namen de mannen de straat die naar de boulevard leidde.
"Vroeger hadden wij een tante Tini," zei Kees, "die woonde in Den Helder, eerst aan de Kerkgracht bij het monument van Dorus Rijkers, de legendarische mensenredder op zee, dat moet je wel kennen. Later woonde zij aan de rand van een nieuwe wijk, uitkijkend op de Donkere Duinen. Heel vroeger ben ik daar een paar keer geweest. Dat leek me toen een ideale plek om te wonen. Tante Tini was een fantastische vrouw, beeldschoon maar met de inborst van een commando. In de oorlog was zij koerier, zat zij in de verbindingen dus, bracht een illegaal blaadje rond. Met gevaar voor eigen leven uiteraard. Mijn vader vertelde anecdotes over haar ontmoetingen met de Wehrmacht en hoe zij die mannen om de tuin wist te leiden. Was zij zo stoutmoedig van huis uit, heb ik mij altijd afgevraagd, of is zij dat door de omstandigheden zo geworden. Anderen, die misschien wel even sympathiek waren als tante Tini, maar een totaal andere set morele criteria hadden, werden fout in de oorlog. Nu ik dit loop te vertellen bedenk ik opeens dat mijn Brechtje een jonge tante Tini is, lief en stoutmoedig. Zou ik altijd naar tante Tini op zoek zijn geweest? Daar is het, dat witte pand, Zeezicht."

- 53 -

Grote drukte in het restaurant van Zeezicht. Mensen zaten bij elkaar op de stoelleuning, anderen stonden er omheen, te praten, verhit of verlegen naar woorden zoekend.
"Hé Kees!" riep een man in zwart, "waar ben jij hier ergens geland?"
"Dit is Tom, en dit is Henk de waard van Zeezicht," zei Kees. "We zijn komen lopen uit Rotterdam. Nu pas denk ik aan dat liedje 'Toen wij uit Rotterdam vertrokken, vertrokken wij uit Rotterdam.' Ik was in Rotterdam toen die vloedgolf kwam en zoals je weet is er geen vervoer over de weg mogelijk. Ik heb m'n auto daar niet ten onder zien gegaan maar ik ben meteen naar de Hoek gevlucht. En door de duinen ben ik hier naar toe gelopen. Kun je ons hebben vannacht?"
"We zitten prop en propvol, zoals je ziet," zei Henk, "maar voor jullie heb ik altijd een geheim kamertje gereserveerd. Dat heeft een goeie herbergier toch altijd, plek voor een onverwachte gast? En ook eten? Zo lang het er is. Zonder ruzie kan ik in de eetzaal geen plaats creëren maar kom, dan gaan we naar boven."
Verboden toegang. Privé. Een woonkamer in een klein appartement op de derde verdieping.
"Het is stil hier," zei Henk, "want we zijn uiteraard druk in de zaak. Noortje zal zodirect met jullie eten komen. Wat willen jullie drinken? Hoe is het thuis? Onze telefoon doet het hoor!"
"Twee pils graag Henk" zei Kees. "Ik heb Brecht geregeld gesproken. Het huis staat hoog en droog zoals je weet. M'n schoonouders zijn ondergelopen maar konden worden overgebracht naar ons huis."
"Doe de groeten aan Dick en Geertje als je ze ziet. We hebben een logeerkamer aan het eind van de gang, dat is een beetje behelpen, maar gezien de omstandigheden lijkt me dat een goeie oplossing, want kijk jongen, ik kan er niemand uitgooien, zelfs de Duitsers niet die hier toevallig ook zitten, godbetert."

"Nee Henk, dit is een rijker onthaal dan ik zou kunnen dromen."
"Voor mij is de onverwacht plezierige verrassing nog groter," zei Tom.
"Nog even Henk," zei Kees, "wat is het laatste nieuws?"
"Ik heb alleen maar gewerkt," zei Henk, "en teveel losse kreten opgevangen om je een helder beeld te geven, maar zet anders even de tv aan, dan hoor je het laatste nieuws. Het is op alle zenders, ook op CNN, de hele dag door."
Henk zei dat er niet veel keus was maar dat hij een goed maal voor de mannen zou laten maken. Kees zette de tv aan.

- 54 -

Helicopterbeelden van overstromingen over de lager gelegen delen van het land.
"Ook hier weer is Murphy's Law operationeel," zei Tom. "Als er iets mis gaat dan gaat alles mis wat er mis kan gaan."
De éne dijk na de andere was doorgebroken en langzaam liepen de polders vol, elke dijk op een andere manier met gaten door verschillende oorzaken. Zandzakken die niets uithaalden. Draglines die niets konden uitrichten. Henk kwam binnen met twee diepe borden nasi en pils.
"Gezien de omstandigheden toch nog een culinair rijsthoogstandje. Als jullie meer willen, bel dan alsjeblieft even naar de keuken. Nummer 2. Eet smakelijk jongens!"
Kees belde Brechtje aan wie hij vertelde waar hij ging eten en ook zou blijven slapen.
"Thuis is alles onder controle," meldde hij. "Maar ze komt ons niet halen omdat boven Heiloo het verkeer helemaal vast zit en de duinpaden zijn afgezet."
Na het verzadigende eten ging Tom voor het raam staan en gaf commentaar op wat hij buiten zag en wat hij op de tv hoorde. Kees ging naast hem staan. In de ruit zagen zij interviews met verslagen en boze mensen in bootjes in de provincie. In grote steden voer het leger in boten door de grachten en haalde lijken uit het water, ook dieren. Met amfibievoertuigen werden patiënten van ziekenhuizen en verzorgingstehuizen geëvacueerd. Dwars door deze beelden heen, halverwege de top van de duinen en het schuimende gebulder van de branding aan de voet, stonden kinderen te praten, te duwen, en te vrijen, en zaten elkaar achterna.
"Dansen op de vulkaan," zei Kees.
"Dit is het zelfde als leven in de randstad," zei Tom. "Ook op een mooie zomerdag loop voortdurend de kans plotseling het leven te moeten verlaten, maar dit heeft een bijbelse omvang. Ik zou willen weten waar de verantwoordelijkheden liggen bij de verdediging tegen het water, hoe de keuzes tot stand zijn gekomen tussen de verschillende opties, keuzes tussen welvaart en welzijn en veiligheid en voor welke groepen. En dat is waar het eigenlijk uiteindelijk op neerkomt. Het is niet alleen het water dat ik zo benauwend vind in dit leven hier, maar de chaos die er onder schuil gaat. Het zou nu toch wel eens tijd worden dat kernachtig gezegd zou moeten worden wat er verwacht kan worden en wat er gedaan moet worden."
"Misschien is dat al wel op de tv geweest," zei Kees. "Voor een overstroming als deze is in ieder geval al wereld wijd gewaarschuwd. Vervolgens bepalen de beleidsmakers in de regering hoeveel wordt besteed aan de voorkoming ervan. In 2006 heb ik een documentaire gezien over de solar storm die in 2011 verwacht zou kunnen worden. Aan de erupties van biljoenen tonnen geëlektrificeerde gassen zijn we ontsnapt, waardoor niet alle computers op tilt zijn geslagen, en we niet nu al in de middeleeuwen zijn terecht gekomen, met kapotte elektriciteitsnetten, op gigantische dodenakkers, zonder productiemiddelen, zonder voedsel en zonder geneesmiddelen. In die documentaire stonden de mensen van de wereldsteden met schrik gefascineerd te kijken naar het Noorderlicht dat door die erupties werd veroorzaakt, zoals die kinderen beneden onder de indruk zijn van het geweld van de zee, net zo als de Aurora Borealis is dit de opmaat tot de ellendige chaos die nu gaat volgen, verdrinking, bacteriën, virussen, honger, dodelijke ziekten, moord en doodslag. Tegen de solar storm was niets te doen."
"We staan hier op de drempel van de jongste geschiedenis."

- 55 -

Vanuit het restaurant beneden kwam gezang. 'We gaan nog niet naar huis...', en 'Leise Servus...' Henk kwam binnen met drie koffie en ging zitten.
"De oorlog heb ik nèt niet meegemaakt," zei hij, "dus mijn haat heb ik uit geërfd, of het zit in mijn genen. Maar die paar Duitsers beneden zou ik er wel willen uittrappen, ik kan er niks aan doen. Het is maar goed dat mijn vader dit niet meer hoeft mee te maken, want dan zouden met een grote zwiep al in de richting van hun eigen huis onderweg zijn geweest. Mijn vader heeft zó met ze aan de stok gehad in de oorlog, dat toen ze daarna hier terug kwamen op vakantie, hij hun banden lek prikte en 's nachts hun kuilen egaliseerde. Een godsgruwelijke teringhekel had ie aan ze! Daar dacht ik daarnet nog aan, dat wij de Hollandse Waterlinie hadden, en het effect kan je nu aan den lijve ondervinden. Maar ik ga weer naar m'n gasten."
Kees en Tom liepen niet terug naar het raam maar bleven naar het journaal kijken.
"Nederland is getroffen," zei de nieuwslezer, "door een catastrofe, die naar het zich laat aanzien, groter is dan de watersnoodramp van een halve eeuw geleden, waarvan de gevolgen nog nauwelijks in kaart zijn gebracht, maar vergaande gevolgen zal hebben voor de samenleving. Inmiddels is vast komen staan dat de reeks van achtereenvolgende vloedgolven werd veroorzaakt door het losbreken van een grote ijsmassa van het vasteland van Groenland. Op veel plaatsen in Noord en Zuid Holland, Noord Brabant, Utrecht en Friesland raakten door het hoge water dijken verzadigd en braken op zwakke plekken door. Op talloze plaatsen stroomt het water ongecontroleerd de polders binnen. In deze provincies werd de noodtoestand afgekondigd."
Er kwam een satellietfoto op de tv.
"En camera's liegen niet," zei Tom.
Eerst zagen de mannen niet waar de foto van was, maar Kees herkende opeens in de lange streep land door het water de duinenrij waarover zij in Egmond waren gekomen.
"Ik was even de weg kwijt," zei Kees, "Zo'n voorstelling had ik van Nederland als kaart nog niet gemaakt, met al dat water, de helft verdwenen. Daar waar het wat vlekkerig is zijn de polders nog niet helemaal volgelopen. Ik krijg het er koud van. Een kouwe natte angstdroom."  

- 56 -

Op het strand was het stiller en donkerder geworden, en het rumoer vanuit het restaurant beneden storender. Kees zette het geluid van de tv harder. Bij het zien van de beelden van wadende slachtoffers keken de mannen daar zwijgend en roerloos naar en kregen een kleur, en tranen in de ogen.
"In m'n achterhoofd heb ik vaag het beeld van mezelf als wegloper," zei Kees, "maar ik heb geen idee hoe ik daar bij kom. Intussen zitten wij in al deze ellende lekker in een hotelletje aan zee."
"Rotterdam is helemaal onder het water verdwenen," zei Tom schor. "M'n herkomst is virtueel geworden, we hebben nu alleen maar een toekomst."
Hij bleef langs de tv voor zich uit staren. Kees zei een tijdje niets. Beneden keken de gasten in het restaurant blijkbaar ook naar het journaal want de drukte was verstomd.
"Ik geloof dat iedereen in shock is," zei Kees, "het is ook niet te bevatten. In hun uitingen waren de tsunami-slachtoffers en ook de inwoners van New Orleans destijds nog redelijk bij zinnen, want de meesten hadden nog zinnige tot zelfs optimistische teksten. Als je niks hebt, en als je leven en je geluk niet afhangt van het bezit van spullen dan zal je zo'n ramp op een heel andere manier verwerken."
Er volgde een verklaring van de oorzaken van de ramp en een verslag van de noodtoestanden in de verschillende provincies en steden, en een overzicht van de hulpacties die liepen en de acties op gang werden gebracht, hulp van legereenheden die niet onder water waren geraakt en hulp uit Duitsland, Engeland en van Amerika van een in Duitsland gelegerde divisie.
Hierna volgde een interview met de vrouw die bij Rijkswaterstaat verantwoordelijk was voor de bescherming van ons land tegen hoog water, zowel uit de rivieren als vanuit zee. De mannen zaten zó intens te kijken dat ze nauwelijks merkten dat Henk weer koffie bracht en ook even naar de tv had staan kijken. Even wilde Kees iets zeggen, maar deed dat toch niet. Henk ging stilzwijgend de kamer weer uit met blaadje met lege kopjes en glazen.
"Ik vraag me steeds af," zei Kees, "en dat doe ik al vanaf de eerste nieuwsbeelden die we in Scheveningen zagen, aldoor vraag ik mij af waar en waarom er leemten in de verslaggeving zit, wat ons doelbewust wordt onthouden en waar misschien gewoon niet aan gedacht wordt om achter aan te gaan, om na trekken, en om scherp ter discussie te stellen. Misschien zijn er te veel belangen om het nieuws ongecensureerd uit te zenden. Waar veel mensen toch het meest in geïnteresseerd zullen zijn dunkt me is waardoor deze ramp heeft kunnen ontstaan, en of die niet voorkomen had kunnen worden, waarom en waardoor geliefde familie is weggenomen, of vrienden en bekenden het leven met de dood hebben moeten bekopen. En wat de kansen van herstel zijn, hoe lang dat gaat duren en wat de kosten zijn, en of die wel opgebracht kunnen worden. Hoeveel mensen zijn er dood en waar woonden die? Voor velen zal deze ramp onoverkomelijk rampzalige gevolgen hebben. Deze zwarte kant zie ik heel niet terug in de toon en de inhoud van het journaal. Het is allemaal praktische informatie, waarbij de feiten over aantallen slachtoffers zijn weggelaten."
Een tijd stonden ze zwijgend voor het raam naar de zee te kijken.

- 57 -

"Het lijkt wel minder te waaien," zei Tom, "De stilte na de storm."
"Ja, daar zeg je wat," zei Kees. "Is Irena inmiddels ver weg?"
"Sssstt," zei Tom, achterom naar de tv wijzend.
De vrouw van Rijkswaterstaat zette uiteen onder welke omstandigheden en hoe dijken het konden begeven, over de manieren waarop een dijklichaam ondermijnd en gesloopt kan raken, het 'opbarsten' van een dijklichaam, en 'piping', het fenomeen van het wegspoelen van zand onder de dijk door zandmeevoerende wellen, waardoor de afsluitende laag achter de dijk opbarst, waardoor 'pijpen' ontstaan, die zich vanuit het binnenste van de dijk verder ontwikkelen naar de buitenkant van de dijk, het zand weg spoelen en de dijk inzakt en de doorbraak onvermijdelijk is.
"Laat ik het zó zeggen," zei Tom, "toen ik Irena een keer figuurlijk wat naar me toe wilde trekken, trok zij zich zachtjes terug, lief en heel vriendschappelijk hoor. Maar wel duidelijk."
Na de springvloed had zich dat op veel plaatsen voorgedaan, vervolgde de vrouw van Rijkswaterstaat, daar waar de belasting groter werd dan de sterkte van het dijklichaam, daar waar het verval over de dijk dat de opwaartse druk onder de afsluitende laag veroorzaakt, groter is dan de neerwaartse druk van de werking van de zwaartekracht.
"Ja, ja, waarom geen overzicht van alle doorbraken," zei Tom, "en de stand van zaken?"
"Hiermee laat ze zien dat er door die piping eigenlijk geen zand tegen gewassen is," zei Kees.
Na de spokeswoman van Rijkswaterstaat kwam 'de waterkoning', Willem Alexander, die met medeleven met de slachtoffers vertelde van de impact die de ramp in menselijke zin had gehad op de gemeenschap en monetair op de economie, en wat werd ondernomen om hulp te bieden, beelden van amfibische trucks en rubberboten, Chinooks van ook het Duitse en Amerikaanse leger. De koning memoreerde de ontelbare slachtoffers maar zei ook dat er nog geen tellingen waren gedaan. In een ander kort verslag, zonder geluid toen Kees een telefoongesprek had, voer Willem Alexander op een kleine boot door een niet herkende stad. Daarop volgden beelden van Máxima die in een rubberboot Leiden bezocht.
"De Koningin gaat op bezoek," zei Tom, "zoals koninginnen bij zulke rampen op bezoek gaan, in kaplaarzen. Ook nu weer is ze fantastisch."
Even voordat Kees de tv uitzette zei de minister van Economische Zaken dat de gevolgen van een niet te overziene omvang waren en dat hij nog niet had laten doorrekenen welke dimensies de schade zou hebben. De reacties op de beurzen van Londen en New York waren dat de Dutch internationals a disastrous plunge hadden gemaakt.
"Een plons," zei Tom. "Een witte waterlelie op z'n revers zou hem niet misstaan."
"Of kroos."

- 58 -

De rumoerige nacht was vrijwel slapeloos veel te vroeg overgegaan in een kille ochtend. Op de gang kwam Kees Henk tegen die vroeg of ze op de kamer wilden blijven omdat hij daar voor hun de goede gastheer zou kunnen zijn wat niet zou lukken tussen de landverhuizers in het restaurant, met voldoende brood en beleg.
"Het is een beetje een nerveus makende chaos beneden, met een tekort aan het één en ander," zei Henk. "Kom nog eens terug, zou ik zeggen, wanneer dit allemaal voorbij is."
"Wat denk je," vroeg Kees, "zou het nog eens als vroeger kunnen worden?"
"Volgens mij," zei Henk, "lopen die polders vol tot er niet meer bij kan, en kunnen ze dan pas de gaten dichten en beginnen met pompen, net zoals destijds in Zeeland."
"Dus hard werken," zei Tom, "en geduld opbrengen."
"Ik ben erg benieuwd," zei Henk, "hoe het verder zal gaan met de vliegerij op Koedijk, maar als je het mij vraagt zal het in de loop van de tijd wel lukken om dat opnieuw van de grond te krijgen, denkend aan jullie spirit en doorzettingsvermogen. Geef maar even een seintje wanneer jullie met het ontbijt iets te kort komen."
De zon kwam over de duinen en wierp een fel licht op de branding die iets minder heftig leek dan de vorige avond maar nog steeds in de schaduw doorrolde tot aan de voet van de duinen, waar de golven trokken aan het wrakhout van de zomerhuisjes die daar trapsgewijs in twee rijen hadden gestaan. Op zee, voorbij de zich tegen de donkere, jachtende wolkenlucht fel wit en torenhoog aftekenende windmolens, tot aan de mistige horizon, voeren geen schepen, maar waren eindeloos meer en hogere rollers dan anders.
"Ik wil even niet denken," zei Kees tegen Tom, "aan hoe ik als vogel naar het strand zwevend op m'n vlucht door een wiek verrast word!"

Kijkend naar het uitzicht belde Kees Brechtje en bracht verslag uit van de afgelopen avond en het ontbijt, en zei dat hij binnen een half uur samen met Tom weer op pad zou gaan.
Terwijl Kees met Brechtje praatte gebaarde hij naar Henk dat hij betalen wilde, maar Henk liet met z'n hoofd schuddend weten dat hij niet wilde afrekenen.
"Ik heb zulke onbetaalbaar mooie ervaringen gehad bij jullie," zei Henk, "ik ben blij dat ik iets kan terug doen."
"Dit is Noortje," zei Kees tegen Tom toen een fiere vrouw de kamer binnen kwam, "de drijvende kracht achter het hotel."
Noortje zei Kees hartelijk gedag en vroeg hoe het met hem ging en hoe de situatie thuis was. Ze gaf de mannen een lunchpakketje. Met z'n vieren gingen ze naar beneden en rechtstreeks naar de voordeur.
"Ik wens jullie een goeie wandeling," zei Noortje, "en doe Brecht alsjeblieft de hartelijke groeten."

- 59 -

Tegen de Noordwester in duwend liepen de jongens even over achten de verlaten boulevard af naar het Noorden.
"Volgens mij," zei Tom luid, "zijn we net op tijd weg, voordat de ongewassen gasten op het ontbijt zouden aanvallen. Nu gastheer zijn is een opgave die me zwaarder lijkt dan een reddingsoperatie!"
"Zijn het de windmolens," vroeg Kees, "die de ochtendnevel hier naar toe blazen?"
"Het is voor het eerst dat ik het zie," zei Tom. "het project van de Noordzeewind, heb ik me destijds vreselijk over verbaasd, en ook kwaad over gemaakt, omdat van deze vorm van energiewinning van meet af aan bekend en duidelijk was dat het in percenten bijna niets zou opleveren. Het motto was dat de schone energie altijd gratis beschikbaar was. Hoe is het mogelijk dat de volksvertegenwoordiging daar een handtekening onder heeft kunnen zetten."
"Wij hebben ook zo'n windmolen op het vliegveld," zei Kees, "voornamelijk omdat we de financiering voor een kernreactor niet rond konden krijgen."
Aan het eind van de rij huizen hield de boulevard op en de weg boog met een hoek van minder dan negentig graden abrupt landinwaarts en liep dalend buiten het dorp naar de weg die langs de duinen slingerend naar Bergen liep, als die niet onder water stond.
"Omdat we niet weten," zei Kees, "of we verder kunnen over de grote weg, over de N511, kunnen we volgens mij het beste de duinpaden aanhouden die het dichtst langs het stand lopen. Met de pda in de hand kunnen we op de kaart zien hoe we het beste kunnen lopen. Daar komt bij dat ik hier eigenlijk bijna blindelings de weg ken, doordat ik vaak over dit gebied heen heb gevlogen, maar net als in de lucht ga je toch op pad met verschillende navigatiesystemen. Maar Tom, wat zou je nu liever doen dan apparaten ontwerpen?"
"Een tijdje geleden ben ik bezig geweest om een beurs te krijgen voor Ben & Jerry's Climate Change College. Da's wel een heel andere kant van het leven op aarde."
"Daarbij denk ik dat het niet gaat om klimaatverandering en ook niet om het smelten van de ijskap, maar om nieuwe smaken! Waarom houd je dat zo bezig dat je zou kiezen voor een heel nieuwe carrière, een heel nieuwe levenslijn zou ik zeggen, een nieuwe levensbeschouwing zelfs?"
Beschut door de duinen woei het minder hard op het pad. Een paar honderd meter alleen de wind en het geknars van het schelpenpad. Een meeuw die een eindje meezeilde en een paar die boven een duintop hingen. Dunne plekken in het wolkendek schoven over waardoor het even ophelderde.
"Langzaam aan werd me gewaar dat mijn levensweg dood liep," zei Tom, "dat bleek uit alles, dat werd manifest en leek wel onherroepelijk. Mijn relatie was vastgelopen en ik was daardoor totaal mijn inspiratie kwijt geraakt. Onze gesprekken ontspoorden telkens in een impasse van grote kribbigheid. In m'n werk kon ik met geen mogelijkheid meer het nut zien in wat ik moest ontwerpen."

Het pad liep een beetje af en weer omhoog. Het was nog vroeg, er liepen of fietsten maar weinig anderen over het pad, maar ze waren er wel. Een jongen op een scooter, een jong echtpaar met een felgele buggy, een stel op een tandem van De Fietsfabriek met twee kinderen achterop. Een man en een vrouw van in de vijftig, waarvan de vrouw liep te huilen. Laag vlogen twee Chinooks over.

- 60 -

"Je kijk op het leven," zei Tom, "wordt bepaald door de schaal waarin je het leven hebt gezien, hebt ervaren, het leven op aarde, de onderlinge afstanden tot je eigen positie, de onderlinge verhoudingen, de relaties. In het begin van je leven zou je misschien meer profijt hebben van enig onderricht in navigatie, ontdekken waar de gebieden liggen die persoonlijk van waarde zouden kunnen zijn, de waarden in het leven, en de weg hoe daar te komen. Kun je me volgen?"
"Ik vlieg pal rechts van je," zei Kees, die Tom van opzij aankeek, "wel om je heen blijven kijken hoor! Maar ga verder."
Er sprongen twee konijnen het pad over, bleven even om zich heen kijken en sprongen weer verder. Kees keek naar de kaart en zei dat de tocht voorspoedig verliep. Hij stopte toen een jongen en een meisje naar hem liepen en vroegen hoe ze naar Egmond konden lopen.
"Ga zo door," zei Tom, "rechts aanhouden, kan niet missen, het ligt er nog als je opschiet."
De mannen liepen in een oude tempo verder.
"Dat was niet aardig van me," zei Tom . "Wie weet wat ze hebben meegemaakt. Het valt me trouwens op hoe kalm veel voorbijgangers zijn, de zelfde mensen die op verjaardagen min of meer hysterisch opscheppen over hun positie op hun werk, hun volgende auto, hun vakanties, de manier waarop zij anderen een lesje hebben gegeven. Die zelfde mensen hebben de afgelopen dagen nu een lesje gekregen, en hebben misschien ingezien wat er nu werkelijk van belang is in het leven, hoe betrekkelijk de waarde is van alles dat ze hun leven hebben laten beheersen, hoe liefdeloos en uitzichtloos zij hebben geleefd. Veel mensen die onderweg zijn, met achterlating van alles dat zij hebben opgebouwd aan spullen en reputatie, weten dat ze op weg zijn naar een nieuw leven. Een vorm van reïncarnatie. In zo'n ogenblik waarin ik even in de ogen kijk van een voorbijganger, verbeeld ik me soms te zien dat er een inzicht is in het leven."
Een paar honderd meter zei Tom niks meer, waarna hij stil hield om iets te zeggen.
"Ik ben blij dat ik met je ben meegelopen, wil ik je even zeggen," zei hij, "want al lopend en pratend en in de achteruitkijkspiegel kijkend, zie alles een stuk helderder en scherper. Ik ben me erg bewust van de vluchten die m'n gedachten maken, alles is zo lucide, zo helder. Hadden de slachtoffers in New Orleans dat ook, zulke visioenen? Het leven kan in een ommezien voorbij zijn, ik wil er van nu af aan optimaal uithalen wat er in zit. Maar ik zou nu wel een espresso willen."
"Iedereen heeft een eigen kijk op het leven," zei Kees, "die krijg je van huis mee, waardoor iedereen de wereld en het leven verschillend ziet, anders focust en andere connecties en betekenissen ziet, dingen los ziet die voor een ander onlosmakelijk verbonden zijn. Er zijn eindeloos veel combinaties van kijken, van visies, en ervaringen, terwijl geen enkele visie objectief en absoluut waar is. Lopend over dit pad zal iedereen de wandeling totaal anders ervaren, omgeven en geïnspireerd door sterk uiteenlopende impressies. Wat mij altijd sterk heeft bezig gehouden zijn de overlappingen van de mindmaps van mensen die met elkaar kennis maken, liefde of afkeer registreren, zonder dat ze vaak weten waar dat door wordt veroorzaakt. Hoe intuïtie werkt, voordat je genoeg van elkaar weet om er de vinger op te leggen. Wij denken zoveel meer dan waar we erg in hebben en weg mee weten. Het zijn volgens mij de bespiegelingen waar je het meest aan hebt, de overpeinzingen die je buiten je eigen kringetje krijgt."
"Daarom wil ik graag nog een stukje met je oplopen," zei Tom.

- 61 -

Ondanks de straffe wind en de sombere, dreigende wolken was het redelijk plezierig weer geworden. De wandelaars en fietsers oogden niet als vakantiegangers maar vluchtelingen, landverhuizers, met een beheerste paniek in de ogen.
"We zijn in beeld," zei Tom, "we lopen dwars door het journaal. Ik heb eens gelezen   dat volgens de Maya kalender aan het eind van dit jaar de wereld aan z'n eind zou komen."
"Volgens de Long Count Calendar van de Maya's zou op 21 December 2012 het eind van een periode komen, dus alleen maar een periode. Volgens de Short Count system zou pas op 13 October 4772 het eind van de wereld komen. Ook wordt er beweerd dat op die dag in de melkweg een astronomisch grote ramp zou plaats grijpen. De Maya's geloofden, of hadden dat uitgerekend, dat de vierde wereld zou eindigen in een catastrofe en dat er dan een vijfde wereld zou ontstaan die de laatste zou zijn voor de mensheid. Ik vind het allemaal erg verward geformuleerd en verwarrend, maar ik had het wel in m'n achterhoofd toen ik het huis aan de voet van een duin betrok. Ik geloof niet dat er op het niveau van het tv-journaal of in een praatprogramma naar aanleiding van de Maya-kalender een wetenschappelijk acceptabele discussie zal komen over levensverwachting van de aarde."
Het pad liep uit op een driesprong. Bij een paddestoel stonden zwaar bepakte mensen te overleggen of ze het pad naar het strand moesten nemen of het pad dat meer naar het Oosten liep. Geen van de mensen had een kaart. Kees vroeg waar ze naar toe wilden en vertelde dat in beide richtingen het pad dood liep en liet dat ook zien op de gps. Het gesprek eindigde in gevloek en onenigheid en Kees nam de afslag naar links, langs een meertje. Tom volgde. Fel wit tegen de donkere wolken boven het meertje cirkelden zeemeeuwen, veel gekrijs. Na een bocht naar het Noorden hield het pad op bij een meertje dat een stuk kleiner was. Door het gesjok door het mulle zand liep het tempo terug naar langzamer dan gekuier. Met de wielen weggezakt in het zand blokkeerde een BMW SUV de loop.
"Op slot," zei Tom, die de bestuurdersdeur probeerde. "Bij de aankoop geen les genomen. Wat zou die man of vrouw voor ogen hebben gestaan toen ze voor deze auto kozen? Was het romantiek die leidde tot de koopbeslissing of een praktische drijfveer?"
Op de gps zagen de mannen dat ze over een gebied liepen dat Transvaal heette. Hierna lag er opeens weer een pad.
"Hierover lopen we regelrecht Bergen aan Zee binnen," zei Tom en hij belde Brechtje om dat te melden.
Ze kwamen langs gebieden, die volgens de gps de namen Kokkendal en Achterveld hadden. In de verte kwamen de silhouetten in beeld van de appartementen aan zee.

- 62 -

"Dit is voor mij allemaal onbekend terrein," zei Tom. "Zeeland lag voor ons dichter in de buurt, daar kwamen we wel geregeld in de zomervakanties. In mijn ogen zijn het ook andere mensen die hier wonen. Weer heel anders dan in Friesland of in de Achterhoek. En Limburg is voor mij al een ander land."
Er kwam een politieagent op een crossmotor over het pad aanrijden.
"Hebt u misschien een BMW SUV in het zand zien zitten?"
"Op Transvaal," zei Kees, "even van het pad af. Daar de voetstappen volgen."
De motoragent reed verder.
"Toen ik nog een jongetje was kwam ik hier al," zei Kees, "in de eerste zomervakanties, met m'n ouders. In Bergen Binnen. Dan fietsten we naar Bergen aan Zee om daar naar het strand te gaan. Altijd zon en warm in mijn herinnering. In de avond door Bergen wandelen. In m'n eentje fietste ik ook wel hier door de duinen. Die agent ken ik nog. Hij mij ook wel, maar is nu even heel formeel. Hij rijdt nog steeds op een BMW. Vroeger was er een boswachter die ook op een BMW over deze paden reed."
De motor kwam weer terug. De agent stak als groet z'n hand op.
"Mijn vader kwam hier na de oorlog met zijn ouders," ging Tom verder, "daardoor zijn we eigenlijk geen volbloed Amsterdammers. En mijn vader's vader woonde een tijd op Castricum, dus deze streek zit wel in ons bloed, dat moet je kunnen terugvinden in het dna. Eén van de familieverhalen is dat mijn vader met een bevriende fotograaf filosofeerde over landverhuizing. Dat was in het begin van de zestiger jaren toen er iemand had gewaarschuwd voor het onderlopen van Nedcerland, wat in hun kringetje een hot issue werd. Mijn vader dacht toen aan Noorwegen. Hij was copywriter en die vriend kon alleen maar eigenwijs fotograferen. Geen van beide vrienden sprak Noors, en hoe ze hadden bedacht hoe ze dan economisch zouden overleven is voor mijn vader denkelijk ook nooit helemaal duidelijk geworden. Maar toen al leefde de gedachte aan het einde."
Tegen de middag liepen ze links om langs het Parnassiapark Bergen aan Zee binnen. Midden op straat en op de opritten in de beschutting van de huizen stonden groepjes jongelui te praten.
"De BMW stond hier voor de deur," vertelde een man met stemverheffing aan de jongens en meisjes die om hem heen stonden, "helemaal gepakt. We waren in het huis om af te sluiten."
Kees hield even stil keek op z'n gps.
"Toen we buiten kwamen was ie weg! De andere auto staat nog in de garage. We wilden door de duinen naar IJmuiden."
"We eten een hamburger op het terras," zei Kees, "en dan lopen we weer snel verder."
Hij belde Brechtje, een kort gesprek, en zei daarna tegen Tom dat Brechtje had geprobeerd om hun met de Méhari op te halen, maar dat de weg was versperd. Ze aten haastig een hamburger en duwden zich door de tegenwind over de boulevard, kijkend naar de woeste branding, langs de gesloten restaurants en het markante pension van drie etages, naar het eind en liepen langs Het Zeehuis, en de duinen in.
"Hier is niets te zien," zei Kees, "en niets anders te vinden dan herinneringen aan   vrienden op het terras van De Duinerij. Steeds weer heb ik het benauwende gevoel dat het allemaal onherroepelijk voorbij en verleden tijd is. Terwijl ik zelf niet in de ellende zit zoals al die mensen die overal bezig zijn hun hoofd boven water te houden, het is niet te bevatten."



- 63 -

"Daarnet, op het duinpad," zei Tom, "liep een vrouw met een spirit in haar gezicht en in haar manier van lopen die me erg frappeerde, waaruit bleek dat haar geen zee te hoog zou gaan, en het werd me weer eens te meer duidelijk dat iedereen deze ramp verwerkt, vitaal of tobberig, als de finale van het scenario dat men geleefd heeft, zoals het karakter dat zich heeft ontwikkeld dat ingeeft, ondernemend of het lot afwachtend, met een instelling die herkenbaar en zelfs voorspelbaar is in de manier van lopen, met de motoriek, of zeg maar met de eigenzinnige vorm van coördinatie of ongecoördineerdheid, of soms zelfs een wereldvreemde stunteligheid. Het voetpad en het trottoir beleef ik als de bühne van het leven."
"Tom, kerel," zei Kees, "je bent typisch een ontwerper of regisseur, die voortdurend bezig is alles te verbeteren tot aan de motoriek van de passanten toe, presentatie, styling, alles. Heb je bij mij nog aantekeningen gemaakt? Hoe kom ik bij jou over? Ik kan dit nu rustig vragen omdat ik toch bijna thuis ben."
"Wat mij opviel," zei Tom, "was dat je nogal in jezelf was en dat je geen gemaniëreerd loopje had, en zeker geen Amsterdams loopje waarmee je een bestudeerde indruk op anderen wil maken, maar ook geen cadans die je op de been houdt. Soms zie je achter iemands ritme een onbewuste gedachtegang die helpt om elke volgende stap te maken, om elke komende impasse te overbruggen."
"Als jij fotograaf was," zei Kees, "stel ik me zo voor, dan zou je in de achtergrond van de computerprocedures in je hoofd alsmaar bezig zijn met Photoshop, de glimlach van Mona overzetten op het smoeltje van Lisa, alles wat stoort weghalen, pukkels, proppen op straat, deuken uit auto's halen, struiken planten voor onooglijke bouwvallen in de achtergrond, palen rechtzetten of weghalen, imperfecties in het wegdek, rommel in het gras, in overdrachtelijke zin dus. Wat vind je daar van?"
"Volgens mij is typisch een geval van projectie," zei Tom. "stel ik me zo voor, maar zelf kan ik me niet als fotograaf voorstellen, en dat ontwerpwerk van mij is veel abstracter. Daar zitten geen imperfecties in, en als ik dat zou willen, om het echt te maken, dan zou ik er een filter over heen moeten leggen. Nee, zelfs als geintje kan ik hier niet in mee gaan."
"Het was zo maar een ingeving," zei Kees, "denkend aan hoe jij volgens mij het mooie en perfecte zoekt in iets of iemand. Zo maar een wild guess."
"A trifle wilder than, I'd say, a well considered guess."
"Vroeger fietste ik hier vaak," zei Kees, "als we hier op vakantie waren, maar sinds ik hier woon lopen deze paden alleen nog maar door mijn herinneringen. Er is altijd iets te doen dat dringender is dan de behoefte om hier te fietsen en in vergetelheid weg te vliegen door het geluid van de wind door de naaldbomen, of daardoor juist geïnspireerd te worden. In Bergen aan Zee hoef ik nooit een boodschap te doen, en ik ken daar niemand die ik even zou moeten opzoeken. Maar op een mooie zomeravond eten we wel eens in De Duinerij. Dan lopen we even langs de vloedlijn en dan weten we weer waar we wonen. Dan nemen we alles weer op in ons bewustzijn. De zee zijn we altijd gewaar achter de duinen. En zo werkt het niet alleen voor iemand die van huis uit een Amsterdammer is."
"Wacht je dan tot je pensionering om te genieten van deze omgeving? Ik wist niet dat het zo mooi hier was."
Er reed een rij scooters langs, de manen gingen opzij om ze de ruimte te geven, al snel daarna overstemde de wind in de kruinen het gesnerp van de uitlaatjes. Met een zwiep van een voet schoof Kees de afgerukte takken die op het pad lagen er naast. Er lagen ook nogal wat eikels, maar daar was geen beginnen aan. Kees ging daarvoor niet uit de pas lopen maar als er een eikel toevallig voor z'n schoen kwam dan schoot ie die ook het zand in.
"In de maatschappij, en in onze business," zei Kees, "is het vaak heel verleidelijk om dat ook te doen, en ik zou zo uit m'n hoofd een hele rij namen kunnen noemen van eikels die mij het leven zuur hebben gemaakt, en uit naam van mijn vader weet ik er ook een eindeloze reeks, en misschien helpt dat ook nog zelfs."

- 64 -

Uit de richting van Schoorl kwam moeizaam tegen een helling op van minstens vijf graden een kleine colonne over de hele breedte van het pad de mannen tegemoet, een gele bakfiets van de Fietsfabriek volgeladen met koffers en tassen, met daarop een jonge vader in een fel blauw t-shirt met het Lego-logo en in de bak een blond jongetje ook met een rood t-shirt met het logo van Superman, daarachter, met lang blond wapperend haar een jonge vrouw met een roze t-shirt met de naam "Elle".
"Elle est maman," zei Tom, en hij ging van het pad af. "Wat een binken zijn jullie," zei hij luid tegen de jongens. "Maar jij bent een super mom," zei hij tegen de moeder.
Hij keek ze na totdat ze de bocht om waren en voegde zich rennend weer bij Kees, die langzaam was doorgelopen.
"Wat bezielt die mensen," zei hij, "wat beweegt ze, wat voor geluk streven zij na? Hoe gaat het verder en hoe loopt het af? Dikwijls word ik bij het zien van zo'n gezinnetje heel verdrietig. Heb jij eigenlijk kinderen?"
"Jij staat daar letterlijk bij stil hè, bij kinderen van anderen. Nee wij hebben geen kinderen, maar ik prijs me gelukkig dat mijn ouders ze wel hebben gekregen. In het heel Nederland is de noodtoestand afgekondigd. Het jonge gezinnetje kun je alleen maar zien tegen deze achtergrond, de oude idealen gelden niet meer, met het oog op de toekomst gaan deze mensen nu op hun instinct af, zoals in de oorlog."
De telefoon van Kees ging, Brechtje.
"Nog een paar honderd meter en we zijn bij de Berenkuil. Nee, geen koffie, we lopen met versnelde pas naar huis."
"De laatste dagen is het mij steeds duidelijker geworden," zei Tom, "dat ik een eigenaardige tic heb die steeds meer opspeelt, de neiging om mensen te zien als reportagefoto's, snapshots uit hun leven terwijl ze langs lopen, ja, je maakte al een opmerking in die richting over Photoshop, maar manipulatie wordt daarbij niet toegepast. Ik maak geen geintje, het lijkt wel dat ik de voorbijgaande mensen steeds meer als zodanig ben gaan zien, als personages in een patholoog, een phlog, een photo logbook."
"Ik zag dat je snel een foto maakte van die mensen met die bakfiets. Heb je altijd gefotografeerd?"
"Wat weten wij nu eigenlijk van elkaar?" zei Tom. "Ik hoor jou niet kankeren over wat er gebeurd is op het vliegveld, of maar zelfs mopperen. Hoe verwerk je deze tegenslag?"
"Ik zie jou ook niet in zak en as zitten nadat je vriendin is weggevaren. Maar de gevolgen van de vloedgolf houden me heus wel danig bezig. Ik ben er stil van zelfs. Voortdurend zie ik de fantasieën van al die persoonlijke catastrofes voor me. Van de gevolgen die de ramp voor ons heeft heb ik geen idee, maar we komen steeds dichter bij. Ik zal het vlug allemaal zien."
"Van huis uit ben ik geen hartstochtelijk fotograaf, maar ik maakte voornamelijk foto's van de producten die ik had ontworpen, en ook wel van dingen die mij vanuit m'n beroep fascineerden, en dat is eigenlijk wel bijna alles, maar geen mensen. Het wonderlijke is dat ik zo'n phlog heel boeiend vind, en sinds een tijdje heb ik steeds vaker de neiging om een frappant beeld te bevriezen op de chip en dat op een eigen website te zetten."
Zich nauwelijks inhoudend liepen de mannen de wat dalende weg af langs het bezoekerscentrum van Schoorl.
"Daarnet liep er een vrouw voor ons," zei Tom, "die een spirit had   waaruit ik opmaakte dat haar geen zee te hoog zou gaan en ik bedacht dat iedereen die deze catastrofe zou verwerken zoals men geleefd heeft, vitaal of hebberig, zoals het karakter dat ingaf, positief of zwaartillend, zoals je kan zien aan de motoriek, de manier van lopen, schoorvoetend of lichtvoetig. Onze lopende medemens zie ik als personages op een schouwtoneel."
"Jij bent volgens mij typisch een ontwerper die voortdurend bezig is te bedenken hoe de operationele processen verbeterd kunnen worden, tot aan de motoriek van de figuranten, de styling en de presentatie toe. Heb je bij mij nog verbeteringen op het programma staan? Hoe kom ik op jou over? Ik kan dit nu rustig vragen omdat ik toch bijna thuis ben."
"Wat mij opviel," zei Tom, "was dat je nogal in jezelf gekeerd bent en dat je geen gemaniëreerd loopje hebt waarmee je je naar de buitenwereld op een presenteert of manifesteert, en ook dat je geen cadans hebt ontwikkeld die je op de been houdt. Soms zie je dat achter iemands ritme onbewust een gedachtegang impulsen geeft die de mens verder brengt of naar een doel laat toe werken."
"We zijn we er nu bijna," zei Kees, "nog maar een kleine kilometer als we snel lopen."

 

- 65 -

De smalle geasfalteerde weg die evenwijdig aan de duinen naar het Noorden liep was gedeeltelijk door zand ondergestoven en nauwelijks breed genoeg voor één auto en een bolderkar. De eerste tweehonderd meter, links van het parkeerterrein tot waar de duinen oprezen, een ruwe, onbestemde vlakte met ongeordende struiken en vennetjes, en rechts, bijna geheel schuil gaand achter hoog struikgewas en bomen, een paar witgeschilderde zomerverblijven. Daarna gingen de weg en de open ruimte over in een tunnel van overhangende, in de harde wind zwiepende bomen.
"Aan deze weg wonen we," zei Kees, "de Achterweg, parallel even verder ligt de Herenweg."
Tom hield stil bij een weiland dat doorzicht gaf naar de Herenweg, waar auto's door diepe plassen reden tussen gordijnen van opspattend water. Daarachter, verder het land in naar het Oosten, nu geen weilanden meer maar een meer, zonder witte zeilbootzeiltjes, een binnenzee onder een dramatische wolkenlucht.
"Dit ziet er dan nog arcadisch uit," zei Kees, "maar vergis je niet, de echte misère is hier niet ver vandaan, in Alkmaar, waar de stad helemaal onder water staat. Daar bij die bomenrij ligt het Noord-Hollands Kanaal, en even naar het Zuiden ligt Koedijk. In dat meer dus."
Er kwamen meer huizen aan de rechter kant en links liepen met struiken begroeide duinen stijl omhoog. Een pad kronkelde met hopen paardedrollen de duinen in. Mensen die voorbij fietsen zeiden hoi, of stapten even af om Kees te vragen hoe hij het maakte, en hoe de tocht was geweest, iedereen wist dat hij uit Rotterdam was komen lopen en dat dit het laatste stukje was.
"Zie je het Tom? Voel je de warmte? Begrijp je dat ik hier niet meer weg wil?"
Aan de duinkant, achter een lang houten hek van golvende planken lag een leeg parkeerterrein, met aan het eind een garage waarvan de deur gesloten was. Kees liep vooruit een paadje naast de garage op. Door de open zijdeur kwam even een woudgroene Landrover in beeld en daarnaast een Franse legergroene Méhari. Helemaal achterin stond een constructie die Tom als soort niet kon thuis brengen.  
"Hier wonen we," zei Kees. "Nu begrijp je misschien dat ik ook zwemmend thuis had willen komen."
"Spannend en cool, in een garage," zei Tom, "in een garage wonen met achter uitzicht op de duinen?"
De rozenbottelstruiken opzij duwend liepen ze verder over het smalle paadje langs de garage naar achteren. Deels schuil gaand achter bomen en struiken stond een huis met aluminium muren die schitterden in een straaltje zon dat door de wolken brak , een massieve kubus van drie verdiepingen met een aluminium bekleding, met verticale en horizontale spleten als ramen.
"Jeez man!" riep Tom uit, "dat is precies het materiaal als van de Spirit of St Louis, dat is precies iets voor jou, de piloot en z'n huis!"
"Het is ook precies iets voor een melkmeisje. Het materiaal is het zelfde als waar de opslagtanks voor melk van gemaakt worden, met een almaar herhaald patroon van gefreesde schijfjes. Daar is ze."
Een energiek en enig mooi meisje, een jonge vrouw in een groene overall en 'wellies', heavy duty groene kaplaarzen, kort donker haar, sprekende ogen.
"Brechtje. We zijn nèt terug van de strip," zei Brechtje en glimlachte vriendelijk naar Tom die ze een hand gaf. "Schat, schat, wat heerlijk je er bent! Dat moet een waanzinnige wandeling geweest zijn."
Een man een vrouw kwamen in de deuropening. Geertje van Waaien een liefogende kordate vrouw en haar rijzige Dick man met ogen die altijd de horizon scannen.
"M'n ouders, Tom," zei Brechtje, "en m'n vriendin Anne."
Kees zoende z'n schoonmoeder en omhelsde z'n schoonvader, en Tom gaf ze een hand en Brechtje sloeg haar armen geëmotioneerd om Kees heen. Tom keek verrast naar Anne, die met haar in de wind golvende blonde haar   op Tom toe liep en op het laatste moment zich inhield en hem nèt geen zoen gaf. Tom die dit gezien had glimlachte innemend naar haar. De vader en moeder gingen voorop het huis weer binnen. De meisjes liepen voor Tom en Kees uit naar de kubus, Brechtje rank en slank en welbewust en Anne wat zwieriger, zichtbaar ingenomen met het gebeuren.
"Wat heb ik lang op dit moment gewacht!" zei Brechtje achterom kijkend. "Voordat we na de middag naar de Strip gingen heb ik soep gemaakt. Daar is het nu een mooi moment voor."
"Toen ik met de watertaxi tegen die vloedgolf in voer," zei Kees, "toen dacht ik aan het moment waarop ik weer zou thuis komen, op dit moment, heb ik gebeden eigenlijk, en je ziet het werkt! Maar soep is een verrassing!"

- 66 -

Kees glimlachte toen hij zag dat ook Tom zichtbaar van de soep genoot.
"Het is nog niet zo lang geleden," zei Kees, "dat wij op de Strip in een zeecontainer woonden, heel simpel, in feite niet zo heel veel anders dan hier. Met dat verschil dat dit huis stevig genoeg is om met een helicopter op het dak te landen, maar dan zouden we wel eerst de terrasspullen moeten wegbergen. Eerst bouwden we het containermotel op de Strip en maakte we dat profijtelijk en daarna bouwden we dit huis."
"Steeds een stapje verder," zei Dick van Waaien. "Het goeie van de toekomst is dat ie stapje voor stapje komt, zodat je je er gaandeweg vertrouwd mee kunt maken."
"Met de golf was de toekomst er opeens," zei Tom, "als een auto-ongeluk."
"Ja," zei Dick, "de toekomst kan inderdaad pardoes uit de lucht komen vallen."

In contrast met de gesloten voorgevel was de achterkant van het huis een open glazen wand, een schuifpui met uitzicht op de duinen die in de achtertuin vormden, schaars bedekt door helmgras en een paar struiken blond omhoog liep. Er stond niets open, het waaide te hard. Brechtje kwam met soep en stokbrood binnen, en zette alles neer op de grote tafel tegenover de glaswand.
"Kom soep na een vermoeiende voetreis terug in de schoot, maar voorzichtig, ze is heet."
"Hoe is de situatie hier," vroeg Kees, "en in de rest van het land?"
"Ik geloof," zei Dick, "dat de regering toch veuls te zuinig is geweest en dat de plannen voor de verhoging en de versteviging van de dijken over een te lange termijn tot in de toekomst werden gepland. De toekomst kwam te vroeg. Het waren extreme omstandigheden, da's waar, maar dat die er zouden komen werd ook op gerekend, werd van alle kanten voor gewaarschuwd. Uiteindelijk hebben alle dijken het begeven en is heel Nederland dat onder het N.A.P. lag ondergelopen."
Tom's ogen gingen terug naar de foto's aan de bijna blinde muur, zwart-wit foto's van de Spirit of St. Louis. Links midden in een landing en rechts een wrak met afgebroken vleugels.
"Dat bedoel ik nou," zei Dick, "dat ongeluk ineens uit de lucht kan komen vallen. Kees maakte de rechter foto een paar seconden later dan de linker. Niet alleen als ik naar die foto's kijk prijs ik de dag. Voordat die golf van ontzetting over ons land spoelde was de Spirit al weer goeddeels gerestaureerd. Dat we hier letterlijk hoog en droog kunnen zitten prijs ik nog meer."
"Kom Tom," zei Anne opgewekt, "je soep, voordat er weer een golf komt."
Onder de soepkommen lagen placemats, landkaarten met een opdruk van een carrièrebureau, Outplacemats. Tom nam een hap van z'n soep, zei dat die verrukkelijk was, nam een stuk stokbrood en schoof z'n soepkom van de placemat en las aandachtig de namen op de kaart.
De provincie of het land dat onder zijn soepkom lag droeg de naam Heden. Grote steden hadden de namen Judging, Feeling, Perceiving, Thinking en de plaats aan zee had de naam De Springplank.
"De Springplank, wat is dat?" vroeg Tom aan z'n tafeldame.
"Daar werk ik," zei Anne.
"Waar precies dan?"
"In LeMo, afkorting voor Leermoment., aan de weg die Traject van Coaching en Advies heet. De namen zijn metaforen in de wereld van Outplacement, mijn professie."
"Wat is het doel van deze kaarten?" vroeg Tom. "Dit vind ik wel heel intrigerend."
"Dat zal ik je vertellen als je je soep op hebt, laat dat een aansporing wezen. Dan neem ik ook nog een halve kom."
Kees en Brechtje en haar ouders praatten over de situatie op de Strip, het zweefvliegcentrum op Koedijk. Tom keek even vermaakt naar Anne en dan door de glazen deuren naar het van de regen glanzende houten deck dat een voortzetting was van de vloer in de kamer. Zijn blik klom over het duin naar de top en de wolken. Ondertussen at hij door en las hard op schuins de woorden van plekken en plaatsen op de kaart.
"Er zijn vier verschillende placemats," zei Anne. "Als de tafel is afgenomen zul je zien dat je ze tegen elkaar kunt leggen. In vier verschillende fasen worden de stappen gevolgd van iemand die wordt begeleid op de zoektocht naar een andere werkkring. Iedereen heeft andere mogelijkheden. Op die trajecten help ik mensen hun weg te vinden."
"Bergen van Geluk, en Fun," zegt Brechtje. "Kijk maar bij Anne in De Toekomst."
Tom ging naast Anne zitten en voelde de gelukzalige warmte van haar dij en haar lijf en heeft moeite om de namen te lezen.
"Fotoalbum, Feestbeest, Valkuil, Eindeloze Vakanties," leest Kees op van de placemat onder zijn soep, plaatsen in het Verleden.
"Account executive, Sales Representative, Management Consultant, Piloot," leest Dick op van de outplacemat Oriëntatie.
"Weet je al waar jouw doel ligt in   de toekomst?" vroeg Anne.
"Mijn voorlopig doel van deze wereldreis ligt in Den Helder, maar ik kom hier weer terug als dat kan en mag."
"Ik heb vanochtend je kamer op de Strip klaar gemaakt Tom," zei Brechtje. "In dit huis hebben we alleen nog de bank als slaapplaats. En op de Strip heb je een ruime droge kamer en privacy in het verder lege motel. De elektriciteit komt van een windmolen. Je hebt er zelfs tv, dus het is echt geen behelpen."
"Het is een droom van een uitnodiging," zei Tom, "het is echt meer dan fantastisch, maar ik had me voorgenomen om naar Den Helder te gaan, en dat is nog steeds mijn volgende doel."
Anne leek teleurgesteld en legde een hand op de rechterhand van Tom terwijl ze zei dat een doel het belangrijkste in het leven was. Ze stond op en ging voor het raam staan. Aan haar houding dacht Tom te zien dat ze een beetje nerveus was, terwijl ze volgens zijn inschatting gewoonlijk relaxed was, en ook dat ze haar huis kwijt was, haar eigen plek in het leven.

- 67 -

"Ga je mee op de Strip kijken Tom?" vroeg Dick.
"Ja natuurlijk! Ik ben heel geïnteresseerd, buitengewoon zelfs. Dan hoop ik straks dit huis nog verder te mogen bekijken."
Moeder Geertje zei dat ze thuis zou blijven, en voegde er voor Tom aan toe dat het nu ook in het vredige dorpje in deze benarde tijden niet meer ouderwets veilig was.
"We gaan even snel heen en weer," zei Brechtje.
"Doe maar kalm aan," zei Geertje.
Anne was op het laatst ook meegegaan. Op de Achterweg lagen nieuwe takken. Er was bijna geen verkeer. De formatie van vijf gekaplaarse wandelaars liep als schoolkinderen steeds uit elkaar om de plassen te ontwijken, een stukje Achterweg en daarna de Heerenweg tot aan het huis van Wildenboer, de aannemer. Geert Wildeboer kwam meteen naar buiten toen het groepje het erf opliep. Geholpen door Geert schoven Brechtje en Anne de rubberboot van het hellinkje het water in, Brechtje ging achter het stuurwiel zitten en startte de zware houtboard achterop. Iedereen sprong in de boot en Brecht voer weg over het onder water staande weiland, naar het gat in de dijk naast het huisje De Witte Roos aan de kanaaldijk. Ze stuurde door het gat rechts het Noord-Hollands Kanaal op en gaf daar gas. De boeg kwam omhoog en achter de boot ontstond een bruisende hekgolf die tegen de beschoeiing op beide oevers als twee golven terug kaatsten en in het midden van het kanaal weer tegen elkaar sloegen. Tom keek daarnaar en zag ook de vastberaden, praktische blik waarmee Brechtje de rubberboot op koers hield en ook zag hij hoe Anne naar hem keek. Ze lachten naar elkaar. Brechtje stuurde door de open brug van Schoorldam tot aan Koedijk waar aan de stuk dijk weg was.
"Hier is het!" zei ze tegen Tom.
Ze stuurde ze naar bakboord door het gat regelrecht in de richting van de witte windemolen in de verte, naar de Strip waar aan de rand een hoge windmolen stond. Rechts een gebouw van twee langwerpige vleugels.
"M'n nieuwe huis!" zei Tom tegen Anne.
Ze lachte naar hem en zei: "Fantastisch is het niet?"
Brechtje stuurde wat naar bakboord in de richting van een watervliegtuig dat geheel intact op het water dreef. Kees zat er stil naar te kijken en zei niets. Hij veegde herhaaldelijk in z'n ogen.
"Nu zie ik in het echt," zei hij, "wat tot nu toe niet tot me is doorgedrongen, wat ik niet heb geloofd."
Brechtje sloeg een arm om hem heen. Ze stuurde achter het watervliegtuig om langs een plek waar een paar vleugels uit het water staken.
"Het is een absurd gezicht," zei ze, "en in de hangar is het erger dan je je zal hebben voorgesteld, maar het meeste materiaal is kunststof   moet je wel rekenen."
"Wij zullen ons ook hier weer door heen slaan Kees," zei Dick, en sloeg hem op de schouder.
Hij veegde zijn tranen van de binnenkant van z'n brillenglazen.
"Dit heb ik mij inderdaad niet kunnen voorstellen,' zei hij. "Wat een ramp! Maar nu moet ik me gedragen als een West-Fries nu ik geen Amsterdammer meer ben, en nuchter gaan doen wat ik kan doen."
"Ik heb ook gehuild schat," zei Brechtje, "de eerste keer, en ik kon niet slapen, dat lijkt me normaal."
Ze stuurde de boot naar het huis van haar ouders, waarin het water aan de binnenkant van de lege kamers tegen de ramen klotste, waaruit de meubels naar de tweede verdieping waren gesjouwd, en ze stuurde weer terug naar De Watervogel die als een zeemeeuw op het ruwe water lag te klappen en te trekken aan de landvasten, de PH-LOG. De geknotte wilgen aan de slootkant stonden erg laag, de koppen dreven op het water.
"Even stil leggen Brecht," zei Kees, "een paar foto's maken."
En Kees maakte foto's van de delen van de vliegtuigen die boven het water uit kwamen. Een Cessna en twee Ultralights. Terwijl de boot wegvoer maakte Kees nog een paar foto's van de Watervogel die heel wit afstak tegen de donkere lucht, met de motorgondel aan de kloeke staart vooruitstekend als het meest tekenende kenmerk.
"Met haar is niets gebeurd, wat een wonder. Op mijn wandeling heb ik veel gedacht over het leven, en over de onherstelbare rampspoed die het water heeft teweeg gebracht, en steeds weer kwam ik terug op de zelfde conclusie, dat ik heel bevoorrecht ben dat ik nu mezelf de kans kan geven om met de mijnen heel positief uit deze ellende te springen. Terwijl heel veel mensen emotioneel of maatschappelijk hun hoofd niet meer boven water zullen kunnen houden heb ik het geluk dat wij als familie en als team de vitaliteit en de spirit hebben om de draden weer op te pakken en weer aan te trekken. Door onze spirit zullen we dit alles ontstijgen. Nu ik word geconfronteerd met de brokstukken van ons centrum zie ik een junkyard maar ik gelukkig kan hier doorheen kijken."
"We moeten bedenken wat we kunnen doen voordat het water zakt," zei Geert.
"We kunnen nu niet zo veel doen," zei Dick, "voor dweilen is het te vroeg en er is geen droge plek om de schoongemaakte spullen naar toe te brengen. Het zal nog een hele tijd duren eer de gaten in de dijken zijn gemaakt en de polder is leeg gemalen. Daar is nu het wachten op."
"Wat een goed idee om de boot bij Geert te leggen schat," zei Kees tegen Brechtje.
"Laten we nu eerst even naar de kamer van Tom kijken," zei ze.
Brechtje stuurde naar een trap die buitenom naar een galerij liep.
"In wezen zijn het twee stapels zeecontainers," zei Dick, "die we hebben verbouwd. Eenvoudiger en goedkoper kan het nauwelijks. En qua stijl past het heel goed bij het simpele, heldere en constructieve waar wij liefhebber van zijn. Geert ging daar helemaal in mee en heeft wel het leeuwendeel voor z'n rekening genomen, haast ik me te zeggen."
Geert glimlachte en knikte naar Tom. Het gezelschap ging de trap op. Bij de eerste kamer op de galerij zei Brechtje dat ze die als kantoor had ingericht, en dat daardoor de computers niet nat waren geworden. Terwijl het water aan het stijgen was konden de meubels van de begane grond nog net naar de eerste verdieping worden versjouwd met jongens die tijdens de doorbraak op het centrum. Bij de tweede kamer zei Brechtje dat ze die niet had volgepropt met meubels van beneden maar die in z'n oorspronkelijke staat had gehouden. Ze deed de deur open en gebaarde dat Tom binnen moest kijken. Anne ging mee naar binnen, terwijl ze hem passant even aanraakte.
"Ik ben erg onder de indruk van de gastvrijheid," zei hij, "en ik voel ook een grote behoefte om mee te werken aan herstel, en bovenal heb ik een fantastisch gevoel over de familie, en ik dacht aan de regel op de Outplacemat die ik daarnet heb gelezen:  "Zij die opgeven zullen nooit weten hoe dicht ze bij hun doel waren." Door deze regel werd ik er weer aan herinnerd dat ik eerst door moet naar Den Helder."
"Daardoor ben je ook helemaal tot hier gekomen," zei Anne.
"En inmiddels in een nieuw leven."

- 68 -

"De Watervogel," zei Kees tegen de wind in naar Dick die voor hem zat, "kan zó mee gevlogen worden. Alleen de wielen intrekken, "gear up" and go!"
"Waar zou je naar toe willen?" vroeg Dick.
"Den Helder, voor foto's."
Op de terugweg zag het water rondom het huis en de hangar er grimmiger dan op de heenweg, door de lichtval en de windrichting waren de witte koppen op de golven bedreigend geworden.
"Heb je met iemand afgesproken in Den Helder?" vroeg Anne aan Tom, waarbij zij haar hand op de zijne legde.
"Er is genoeg dat me hier zou kunnen houden," zei Tom.
Uit het Noordwesten kwamen straffe windvlagen die over het Noord-Hollands Kanaal striemden. Door het stampen van de boot op het ruwe water en het overslaande buiswater stopte de groep met het zich schreeuwend met elkaar te verstaan. De lucht werd donkerder. Brechtje stuurde door het gat weer het kanaal. Met een vaart voeren ze door de openstaande brug van Schoorldam en door het volgende gat over bakboord langs De Witte Roos naar het erf van Wildeboer.
Thuis in de aluminium kubus stond Geertje in het keukengedeelte te koken en had bijna het avondeten klaar.
"Kom je hier vaak?" vroeg Tom aan Anne.
Af en toen kwam er wat zonlicht over het duin op het houten terras voor de ramen, die kraakten door de windvlagen. De struiken en bomen in het groene decor waren onafgebroken zwiepend in beweging.
"Anne is als een tweede dochter voor ons, en ook een zusje," zei Geertje. "Ze kwam jaren geleden met haar paard dat ze bij ons stalde. Dat was toen net de koeien weg waren, en dat is al langer dan tien jaar geleden. Ze was hier toen het water kwam."
"Ik vind het fantastisch," zei Tom, "dat je zo ver bent gekomen in je werk. Je zou een Rotterdamse kunnen zijn, zo energiek en daadkrachtig. Dat had ik niet verwacht van een koeienmeisje. Terwijl er een golf van ontzetting over ons land spoelt staan jullie je mannetje. Niet alleen nuchter, maar benevens cool en warm tegelijk. Heel wakker, is dat niet een goed woord?"
"Benevens," zei Anne en ze lachte.
"Dat floepte eruit," zei Tom. "We leefden toch al in een tijd van migratie had ik begrepen, maar ik ben nu gaan begrijpen dat de meeste van ons onze plaats in de wereld totaal zullen moeten herbezien om te bepalen hoe we de rest van ons leven gelukkig kunnen zijn op een manier die het meest bij ons past. En daarbij zou jij ons, heb ik begrepen, als geen ander op een lumineuze manier in kunnen adviseren met je outplacemats."
"Jongens, niet kibbelen hoor!" riep Geertje uit de open keuken.
Tom keek lachend naar Anne, gaf haar vluchtig een kusje en liep naar Geertje.
"Je hoeft om mijn contact met Anne niet bezorgd te zijn hoor Geertje," zei Tom, "ik plaag haar niet, vind haar juist een fantastische meid, nee héél leuk zelfs."
"Wij houden veel van haar," zei Geertje zachtjes, "en we letten een beetje op haar, meer nog dan Brechtje zelfs. Hoe vind je het hier?"
"Het is als een droom, dit huis, de inrichting, de mensen, de mentaliteit, de onderneming, wat hier in de lucht hangt. Terwijl half Nederland om ons heen verzuipt."
"Daar denk ik voortdurend aan, maar terwijl ons huis toch ook onder water staat. We gaan aan tafel. Maar goed dat je me gerustgesteld hebt."
Het leek inmiddels kennelijk vanzelfsprekend dat Tom naast Anne zat. Ze wees hem op een quote op de nog lege placemat op Tom's plaats aan tafel. "Never be afraid to try something new. Remember that an amateur built an ark that survived a flood while a large group of professionals built the Titanic."
"Dat is uit het boekje Swanson's Unwritten Rules of Management," zei ze. "Die placemats staan vol gisse reminders, links, connecties, eye openers en suggesties."
"Ja, eye openers," zei Tom, "die zie ik wel."

- 69 -

"Vroeger," zei Dick, en hij wachtte even tot iedereen stil was, "en die tijd kunnen wij ons nog levendig herinneren, zou onze vader ons zijn voorgegaan in gebed. Intussen zijn we dat verleerd en zouden wij zelfs de woorden niet kunnen vinden. Maar deze dag is zo speciaal en dit avondeten is zo'n bijzondere gelegenheid in ons leven dat ik voel dat wij daar even bij stil zouden moeten staan. Ons zijn persoonlijke verliezen bespaard gebleven, en de materiele schade zullen wij door heel hard werken grotendeels zelf kunnen herstellen. En het wegvallen van de inkomsten op de Strip zullen we mettertijd kunnen inhalen. Terwijl op korte afstand hier vandaan mensen al hun bezittingen zijn kwijtgeraakt of zelfs dierbaren hebben verloren, hebben wij alleen maar praktische problemen. Daarom vind ik dat wij de voorzienigheid dankbaar mogen zijn, dat wij er zo goed van af zijn gekomen. Ik hoop dat het eten vandaag jullie extra goed zal smaken."
De stilte werd geaccentueerd door de wind en het kraken van de ramen, vallend, nog groen blad, woei in kringen over het deck. Iedereen keek naar Dick die anders altijd zo stil was en van weinig woorden als hij niet iets te vertellen had over praktische zaken en vliegtuigen en iedereen glimlachte stil en sprak een hartverwarmend eet smakelijk uit.
"Ik zie het als een groot geluk," zei Geertje, "dat wij de spirit hebben om zo goed gemutst in het leven te staan. Je zal het toch maar treffen dat je het niet ziet zitten. Kees, we zijn enorm opgelucht en blij dat je weer terug bent!"
"Petje af voor zo'n toespraak ma!" zei Kees.

Na het eten opperde Kees om van gedachten te wisselen over de te ondernemen acties op de eerstvolgende dagen. Tom zou niet de daarop volgende dag naar Den Helder afreizen maar de dag daarna. Kees zou proberen de dijkgraaf te benaderen om van hem te horen welke voorspelling hij zou geven. Totdat het water weer gezakt was zouden de ouders van Brechtje hun huis niet op orde kunnen brengen om dat weer voor bewoning geschikt te maken. Om tien uur zouden ze naar het journaal kijken om meer te weten te komen over de situatie in het land. En voordat het donker zou worden, werd afgesproken, zou Tom naar z'n kamer worden gebracht op de strip.
De nieuwslezer gaf een overzicht van de hulpacties, maar nog geen definitieve aantallen doden en gewonden en ook geen begrotingen van schades en schattingen van termijnen waarop begonnen kon worden aan het hestellen van de schade, omdat door het uitvallen van vaste en grotendeels ook de mobiele telefoon de communicatie stagneerde. Het Duitse leger had honderdduizenden inwoners van grote steden naar het Oosten overgebracht. In veel gebieden begon het water te zakken, maar nog nergens kon worden begonnen aan het herstel van huizen en gebouwen omdat de veel wegen ernstige schade hadden geleden, waardoor er geen vervoer van arbeiders en materialen mogelijk was.
"Wat kunnen wij dan wèl doen?" vroeg Kees. "Zolang ik niks constructiefs en profijtelijks kan doen op de Strip zou ik luchtfoto's kunnen maken met de Watervogel. Ik ga als cartografisch fotograaf m'n diensten aanbieden aan de overheid. Jammer dat we geen helicopter hebben."

- 70 -

Tom werd vanuit een diepe slaap gewekt door een geluid waarvan hij dacht dat het van een zware bootmotor was, maar het bleek pas half vijf te zijn. De motor stopte, met snelle passen kwam iemand de trap op en de kamer binnen, Anne. Ze sloot de deur en liep in langzaam naar Tom, zich met een glimlach naar hem toe buigend. Ze ging op haar knieën naast het bed zitten, kuste hem op z'n neus en zei zachtjes dat ze hem kwam halen, maar nog even niet.
"Ik heb hier heerlijke dromen," zei Tom, "zoals deze, nu weet je het meteen. Ik weet niet of ik hierin gestoord wil worden."
Op haar knieën deed Anne haar jack uit en trok haar truitje over haar hoofd. Met een sprongetje wipte ze uit haar flatjes, liet haar slacks inclusief haar slipje zakken en duwde Tom met haar lichaam opzij om zelf ruimte te krijgen.
"Alsof het zo bedoeld was," zei ze, "werd ik vanochtend heel vroeg wakker en droomde dat ik de boot pakte om nog even met jou verder te communiceren, en zo heb ik het maar laten gebeuren, want je had natuurlijk net zo goed zelf gisteravond de boot kunnen nemen en hier naar toe kunnen varen, maar ik was al lang blij dat ik je kon wegbrengen, want dan hadden we ons uitstapje gisteravond niet gehad en dan hadden we nu niet op deze manier met elkaar even apart kunnen zijn. En we zijn oud genoeg om dat zelf te sturen. Ik geloof ook niet dat dit gezien onze leeftijd echt stout is, en zo droom je nog eens iets unieks. De bakker gaat om zes uur open. Ik had gedacht om croissants voor de familie te halen en dan meteen jou mee te nemen. Wat vind je daarvan?"
"Dan knijp ik even in je arm om je te laten voelen of je droomt of niet. Waar mag ik allemaal knijpen?"
"Strelen is beter. Ik wil overal voelen hoe volmaakt deze droom is, en om kwart voor zes varen we weg en zullen we als in een droom naar bakker Bakker varen."
Ook door de vogels die in de knotwilgen wakker waren geworden zouden ze niet meer in slaap kunnen vallen. Eindeloos stond de tijd stil en vloog op het horloge een uur voorbij als een fractie.
"Wat ben je een heerlijke meid! Heb je een briefje opgehangen met de message dat je naar mij toe ging Anne dear?"
Ik heb een geel plakkertje geplakt op de plek waar anders de contactsleutel van de boot hangt, met de tekst: Ben naar de bakker en haal Tom op. Dan zitten we compleet om half acht aan het ontbijt!"
"Maar lieverd, dan heb je voor de terugweg de tijd veel te ruim gerekend! Je doet ons tekort."
Terwijl Anne probeerde verstaanbaar te vertellen, dat ze de boodschap op de gele sticker zó suggestief geformuleerd had dat niemand zou bedenken dat er een uur voor hun in de hemel tussen zou kunnen zitten, liet Anne zich meevoeren door de suggestieve handelingen van Tom en kwam ze weer ontkleed op bed terecht.
"We houden de tijd in de gaten," zei hij, "dat verzeker ik je en ook dat we alle beschikbare tijd goed zullen benutten."
Wap, wap, wap, er vloog een zware helicopter over.
"Naar Den Helder," zei Anne. "Ben je daar eigenlijk wel eens geweest?"
"Ik heb er gelegen, zoals ze dat zeggen. Toen ik bij de marine zat. Ik was als de dood voor het varen, maar ik zat aan wal. Die zeemansverhalen, net zo iets als visserslatijn."
"Maar je bent nu toch ook hier gekomen, over ruw water zelfs!"
"Daar had ik niet aan gedacht."
Tom streelde Anne, hoge golven. Zijn tong werd door de hare belet om iets verstaanbaars te zeggen.
"Bijna vergeten. Maar nu is het toch tijd geworden om te vertrekken. Ik heb eindeloos genoten van dit verblijf aan de wal."
Weer geheel gekleed en met de kraag omhoog vlogen ze over de koppen van de golven naar het kanaal, af en toe de schroef even uit het water.
"Het waait heel wat minder zeg," zei Anne, "beduidend zelfs!"
"Dat heb ik niet gemerkt."

- 71 -

"Je hoeft niet naar de bakker Kees!" riep Brechtje naar boven.
"Hoezo?" vroeg Kees toen hij beneden kwam.
"Anne is naar de bakker en haalt Tom op van de Strip, staat op dit briefje, dat op de plek hing van de contactsleutel van de boot."
"Wie van die twee is volgens jou op vrijerspad?"
"Ze hadden beiden nogal aardigheid in elkaar," zei Kees, "zoals ze met elkaar praatten, naar elkaar keken, plagen en een gebaartje."
"Wat is hij eigenlijk voor een jongen? Wat doet ie?"
"Hij is industrieel ontwerper, en nogal ontwikkeld, goed in z'n vak geloof ik, met een scherpe kijk op mensen en de stijl van hun apparaten. Terwijl we onderweg waren naar Scheveningen belde hij met z'n toekomstige ex-vrouw die onvermoed op een boot naar Engeland bleek te zitten. Stel je voor, zo'n abrupt einde. Maar daar hebben we verder niet over gepraat. Hij lijkt me erg karaktervast, maar wat dat nu bij hem precies inhoudt kan ik je niet zo vlug vertellen. Wat we onderweg met elkaar besproken hebben was nogal bespiegelend, en je ziet pas wie iemand is als hij om een oordeel wordt gevraagd, of ongevraagd z'n oordeel geeft. Het was eigenlijk wel een heel plezierige tocht. Hij is als de dood voor water, hoewel hij in de marine heeft gezeten. Vandaar dat hij van Scheveningen naar IJmuiden een fiets heeft genomen, terwijl hij mee had kunnen varen. Hij is plezierig gezelschap en hij heeft aandacht voor de ander. Het lijkt er op dat hij beslist heeft dat hij een nieuw leven is begonnen. Onderweg zijn nogal wat mensen tegengekomen en we hebben met allerlei mensen gepraat en het was frappant hoe makkelijk hem dat afging, het tegenovergestelde van mij. Ook kinderen. Hij neemt iedereen serieus, en laat iedereen in z'n waarde. Plezierig gezelschap. Iemand om mee op te trekken. En nu is ie met Anne brood halen, die daar kennelijk ook veel aardigheid in heeft."
"Zou je hem willen voorstellen aan je beste vriendin, de leukste, fijnste meid van Noord-Holland? Ja, je hebt hem mee naar huis genomen, dus zal dat wel."
"Ik ga even naar het dak, de meeuwen voeren."

- 72 -

Anne zat met een vastberaden blik aan het stuurwiel van de rubberboot, met waterspatten tussen de sproetjes in haar gezicht en op de blanke huis van haar gespannen handen, en keek af en toen met zachte ogen naar Tom die zich goed vasthield maar niet erg angstig leek.
"Jullie zijn al zo lang vriendinnen," zei hij, "en jullie zijn zo verschillend. Brechtje is een beetje jongensachtig, wat ik heel leuk en prachtig vind hoor, en jij bent zo sierlijk, terwijl je ook zo vastberaden bent, en dat dan midden in de polder, voor mij is dat een wonderlijk geval van typecasting."
Ze boog naar hem over en gaf hem een zoen.
"Dit is een typisch geval van improvisatie," zei ze.
Door het gat in de dijk bij De Witte Roos weer het weiland op, en vandaar naar het erf van Wildeboer. Geert stond ze op te wachten, zo vroeg als het was.
"Ik hoorde jullie aankomen. Wel een ongewoon geluid over het weiland. Het weer is beter geworden, maar ik ben bang dat er nog niet veel gedaan kan worden. De gemalen zijn nog wel een tijdje bezig, en dan de wegen nog."
"Hopelijk heeft de bakker nog voldoende meel voor onze croissants," zei Anne. "Geert, ik zie je nog wel vandaag, anders wens ik je een goeie dag!"
Hand in hand gingen ze over plassen springend, er omheen swingend en sliertend, over de Heerenweg naar de bakker, langs de campings die links van de weg achter hoge hagen lagen, die vol stonden met caravans die bewoond waren, grote tenten en sheltertjes van mensen die het geluk hadden gehad om deze plek op tijd te kunnen bereiken. Kinderen speelden op het gras met een bal alsof ze vakantie hadden.
"De omstandigheden zijn grimmig," zei Tom, "en de meeste mensen zullen desperaat zijn. Wij zweven hier op wolken naar de bakker voor croissants, terwijl de mensen achter de hagen in het water staan en alles kwijt zijn. Dit is zo vreselijk absurd, dat als een camera van het journaal ons zo registreerde dat er gedacht zal worden dat we van Heiloo zijn."
"Op het journaal heb ik mensen gezien op de overstroomde Maasoevers, die welgemoed en optimistisch aan het dweilen en soppen waren, en zeiden dat het veel tijd en werk kostte, maar dat ze de moed niet lieten zakken. Deze ramp heeft gevolgen die tigmaal groter zijn en ook mateloos treuriger. Wij zullen ons geen voorstelling kunnen maken van al het leed. Wat een bijzondere ochtend! Wanneer ga je naar Den Helder? Heb je met iemand afgesproken?"
"Ik was van plan om morgen na de croissants op te stappen."
"Kees is van plan om met de Watervogel naar Den Helder te vliegen," zei Anne, "dat zou dan mooi uitkomen. Het is nog niet zo lang geleden dat hij daarmee gevlogen heeft dus die ligt alsof er niets gebeurd is, stand-by om te vertrekken."
"Da's ook toevallig! Heeft ie dat verteld?"
Bij de bakker stonden de mensen tot buiten in de rij.
"Dag Anne," zei de bakker, "je tasje staat al klaar, Brechtje heeft gebeld. Prettige dag verder."
Langs het witte kerkje op de heuvel naar de Achterweg, de tunnel van groen.
"Het is nog niet zo heel lang geleden," zei Anne, "dat ik onderweg al een croissant op at, wat ik dan weer corrigeerde door er een minder te nemen en een boterham met kaas in plaats van de croissant met jam."
"Daar ben je toch dan niet dik van geworden," zei Tom in haar oor en kuste haar lippen.
"Het zal wel te zien zijn," zei Anne zachtjes, "maar we kunnen ons toch wel inhouden, is het niet?"
"Nee, we zullen niet publiekelijk genieten van een droomsoesje."
Net voordat ze de hoek van de garage om liepen en het grasveld naar het huis zouden over steken kneep Tom nog even in de linker hand van Anne.
"Hi!" kwam een groet uit de lucht.
Kees zwaaide vanaf het terras op het huis en ging verder met het voeren van de meeuwen.

- 73 -

"We komen naar boven!" riep Anne opgewekt.
"Nogal winderig hier," zei ze op het terras.
"Hoe was het?" vroeg Kees.
"Toch wel een beetje onverwacht heftig," zei Anne.
"Nee, dat bedoel ik niet," zei Kees glimlachend.
"Was druk bij de bakker. Ik vraag me af hoe lang we nog brood kunnen krijgen. Maar wat ga jij nu doen Kees?"
"Ik ga kijken of ik morgen de Watervogel kan laten vliegen. Ik wil naar Den Helder, kijken of ik daar foto-opdrachten kan krijgen."
"Weet Tom dat al?"
"Dat zal een verrassing voor hem zijn, maar ik weet het pas als we vliegen. Maar heb je het naar je zin hier, ondanks dat je werd gedwongen voor het water te vluchten?"
"Ik vind de hele situatie erg eng, maar ik ben heel blij dat ik de gelegenheid krijg om hier te wachten tot ik weer terug kan. We moeten het er eens over hebben wat ik intussen voor nuttigs kan doen."
"Ja, het water zal binnen niet al te lange tijd weer gaan zakken."
"Het is de vraag wat er in de stad en in de straat en vooral wat er met m'n huis is gebeurd. Het is wel erg griezelig!"
Tom kwam boven, met drie bekers koffie.
"Brechtje laat zich excuseren," zei hij lachend, "maar ze heeft wel de koffie en de croissants klaar. Dus we kunnen zo weer naar beneden."
De ouders van Brechtje zaten al aan tafel.
"Wat staat er op het programma vandaag?" vroeg Dick aan Kees. "Blij dat je weer thuis bent? Er kan nog niks gedaan worden. De genie en een paar aannemingsmaatschappijen werken aan de dijken, maar er kan nog niet gemalen worden, dus kunnen wij nog niks."
"Ik ga de Watervogel checken," zei Kees. "Ik wil wel eens kijken of ik kan vliegen vanaf de onder water staande strip. Eerst maar eens kijken."
"Ik ga mee," zei Dick.
"Ik ook," zei Geertje.
"We gaan met z'n allen," zei Brechtje. "Anne kan toch niet naar d'r werk."
"Kan ik nou helemaal niets doen?" vroeg Tom. "Een boodschap hier of daar?"
"Je zou een boek kunnen lezen," zei Kees, "maar daarvoor is het nu een beetje te onrustig in huis. We gaan zo weg."
"Wat hebben wij het rijk en wat een geluk!" zei Geertje, "we zitten thuis en droog, en we hebben een heerlijk ontbijt met zingende vogels in de tuin. Het heeft ook geen zin om je hoofd te breken over alle leed in Alkmaar, want hoe zou je daar kunnen helpen? Probeer je eigen hoofd hier maar boven water te houden."

- 74 -

Dick liet aan Tom het boek zien over de watersnoodramp van 1 Februari 1953, een met foto's geïllustreerd verslag van Kees Slager van de Zeeuwse ramp van bijna zestig jaar geleden, van wat er gebeurde in "het land van leed en kerels". Een reconstructie van de watersnood van 1953.
"Na de stormvloed van 1134," vertelde Dick, "wisten de bewoners van de slikgronden in het deltagebied van Rijn, Maas en Schelde zich stand te houden op hun terpen en wierpen dijken op om zich tegen de zee te beschermen. Maar die konden toch niet voorkomen dat de zee herhaaldelijk vernietigend toesloeg en dit probleem werd nooit afdoende opgelost omdat er onenigheid bleef over de verantwoordelijkheid voor het dijkonderhoud. Dat ging eeuwen zo door, totdat Thorbecke zich beijverde om elke provincie z'n eigen Provinciale Waterstaat te laten oprichten. Ik heb dit boek ademloos gelezen en met stijgende verbazing drong het tot me door dat de ramp niet voorkomen had kunnen worden, maar dat als het minder hard had gestormd, en als er geen springtij was geweest, dan had de ramp toch niet voorkomen kunnen worden, omdat de vloedplanken in de coupures - de plekken waar de dijk voor de weg werden onderbroken - niet tijdig in de daarvoor gemaakte sleuven geplaatst werden, zoek waren, of domweg vergeten werden. Er waren wel protocollen maar in de paniek werd daar niet aan gedacht. Alles stond in de protocollen, maar die werden vergeten. Na een uur of elf werden de telefooncentrales niet meer bemand en was het niet mogelijk om de verantwoordelijke mensen te bellen. Het was Zaterdagavond en de mensen praatten op feestjes en in cafés over niets anders dan het hoogwater, maar niemand kwam tot actie omdat de keringen het tot nog toe hadden gehouden. Ik sloeg het boek weer eens open en ik realiseerde me dat er frappante overeenkomsten zijn tussen de ramp van toen en deze ramp. Het was namelijk ook volle maan en giertij. Over een breed front van Schotland tot Groenland, draaide de wind met kracht 11 tot 12 met snelheden tot 135 kilometer per uur naar het Noordwesten, en duwde een gigantische waterberg door de trechter van de Noordzee naar onze kust. In de havens stond het water bij eb al zo hoog als bij vloed, en toch gingen dijkgraven en burgemeesters en veel mannen op verantwoordelijke posten naar bed, alsof in hun dromen de storm zou gaan liggen. Het openbare leven was een draaikolk geworden van miscommunicatie tussen informatie-, communicatie- en bevelsystemen. Sluisdeuren van havens en duikers tussen polders werden niet dichtgedraaid. Daardoor liep de zee toen die hoog genoeg kwam door de niet gesloten coupures onbelemmerd de polders binnen, en daarna van de éne polder in de andere."
Anne kwam met koffie.
"Omdat de tv-journalistiek nog niet zo veel deed aan waarheidsvinding is nooit helemaal openbaar geworden wat er in doofpotten verdween. Om te beginnen onttrokken ontstellend veel mannen zich aan hun verantwoordelijkheid, en anderen maakten kleine tot grote, levensbedreigende fouten, waarvan de grootste was dat heel veel mensen willens en wetens niet werden gewaarschuwd. Grote stukken van Zeeland bleven tot wel tot driekwart jaar onder water staan. Ik vraag me af hoeveel langer het nu zal duren, want wat er nu gedaan moet worden eer alles is hersteld is een veelvoud van toen. Het was drieenvijftig, dus de bebouwde kommen waren aanzienlijk kleiner, en waren er veel minder huizen dan nu die te kampen hadden met wateroverlast, en in het ondergelopen gebied lagen geen grote steden. Een ander verschil is dat er de laatste tientallen jaren huizen werden gebouwd op plekken die eigenlijk heel link waren, in polders die dieper lagen dan vijf of zes meter beneden NAP. De evacuaties zijn in omvang veelvouden, en ook de problemen de randstad een enorme randstad is, en omdat we van een industrieland een servicemaatschappij zijn geworden zal het geld voor de wederopbouw niet toereikend zijn."
"Mijn ouders," zei Kees, "die in Amsterdam op de Goudkust wonen, zouden als katten op een heet zinken dak zitten als ze nog niet weg hadden kunnen komen."
"Nu zul je zien wat voor soort mensen er in de regering zitten," ging Dick verder. "En daar om heen beunhazen en fraudeurs, opportunisten, oplichters en valse vrienden. Terwijl een eenvoudige rechtzaak al minstens vijf jaar kan duren zal je nu levenslang moeten vechten om recht te krijgen in het onrecht dat je is aangedaan. De vraag is wat in de toekomst het verschil zal zijn tussen Bangladesh en Nederland, als we er van uit gaan dat er ooit aan herstel begonnen zal worden."

- 75 -

"Alkmaar is geheel geëvacueerd, moet je voorstellen!" zei Geertje. "Het is een spookstad, een spookfilm. In niet-geëvacueerde gebieden worden mensen door miscommunicatie of door dommigheid, net zoals zestig jaar geleden, vanuit vliegtuigen gebombardeerd, heb ik gehoord, met vaten drinkwater en pakken brood die in het water vallen en mensen verpletteren die op zolder zitten. Er drijven lijken door de straten, net zo als na de tsunami van 2004. Toen barstte ook nog die vulkaan op Java en werd er gezegd dat die mensen dan maar niet op een vulkaan moesten gaan wonen. En dat is wat wij hebben gedaan, op een vulkaan wonen."
"Voordat ik in Rotterdam woonde," zei Tom, "woonde ik op het platteland van Zuid Holland, dat tegen het water werd beschermd door de Schielandse Hoge Zeedijk, die de kering is langs de Noordkant van de Hollandse IIssel, tussen Schiedam en Gouda, die miljoenen daar achter wonende mensen beschermt. En in drieënvijftig is die Hoge Zeedijk doorgebroken, heb ik gehoord, en het water stroomde ook nu tot aan de duinen bij Scheveningen en Katwijk."
"Zo'n dijk," zei Dick, "is een aaneenschakeling van zwakke plekken. En er hoeft er maar één te zijn die het begeeft en de hele hoge dijk verliest z'n functie. De techniek is op een fantastische manier verder ontwikkeld, kijk maar naar de Maeslantkering, maar de mens behoudt nog steeds een sleutelfunctie, en de techniek is toch niet blind te vertrouwen, kijk maar naar de Maeslantkering. En protocollen of niet, in drieënvijftig werden de dijken door zuinigheid op veel plaatsen onvoldoende scherp nagelopen op bouwkundige betrouwbaarheid, want voorafgaande aan dijkbreuken spoten op verschillende plaatsen de stenen uit de straat omhoog. "
Opeens stond er een wat woest uitziende, ongeschoren man in de tuin. Kees schoof de schuifpui een stukje open en de wind joeg door de kamer, en de man riep: "Jullie wonen hier alsof er niets gebeurd is, terwijl in Alkmaar de mensen verzuipen!"
Kees vroeg of de man koffie wilde. Hij kwam bedeesd binnen en voordat hij verder iets kon zeggen zei Kees: "De mensen in Alkmaar zijn geëvacueerd. Wij beraadslagen nu nèt over wat wij kunnen doen. Maar waar komt u vandaan?"
"Uit Alkmaar," zei de man, "ik ben het meteen ontvlucht."
"Wilt u een boterham?" vroeg Brechtje.
De man at alsof hij dagen niet gegeten had. Hij vertelde dat hij onderweg was naar Petten, waar een broer woonde. Hij keek strak voor zich uit en zweeg een tijd.
"Het was afgrijselijk in Alkmaar," zei hij. "Die beelden zullen mij altijd bijblijven. Nadat ik eindeloos bezig ben geweest om mijn vrouw uit de auto te krijgen, die tot de ramen in het water stond, heb ik haar zó de straat uit zien drijven, met een noodgang als een speedboat. Ze was toen al verdronken."
Iedereen was stil. Toen Kees een jack aantrok, en aanstalten maakte om de deur uit te gaan, nam de man afscheid, zeggende dat het hem verrast had dat hij zo plezierig was binnen gevraagd.
"Het komt nu wel dicht bij," zei Anne aangeslagen.
"We zullen nooit deze ramp kunnen bevatten," zei Kees. "Elke tragedie is een novelle, of een boek zelfs, waarvan we er maar een paar zullen kunnen lezen. Afgezien van de watersnood van drieënvijftig is er een overeenkomst met de ramp van New Orleans. Weet je nog dat de burgemeester president Bush bedankte voor alles wat hij niet voor de stad had gedaan? Bush die zo onbegrijpelijk lang op zich had laten wachten en die veel te laat onvoldoende ingreep. Het zijn de bestuurders die niet ingrijpen, of op z'n liberaalst gezegd aarzelen, en het zijn niet de mensen die zouden kunnen helpen maar zij die aangestuurd moeten worden, die uit zichzelf niets kunnen uitrichten omdat ze dan buiten hun boekje gaan. Na het water komen de machtspelletjes en de persoonlijke drijfveren om uit de ellende iets van waarde te slepen."


- 76 -

"Moet je horen," zei Dick even uit het watersnoodboek opkijkend, "dit heb ik onderstreept: 'Het rare is dat ik amper gemerkt heb wat er om me heen gebeurde. Ik heb ook niet gehoord dat ze besloten om de sirene te laten loeien. Ik was alleen maar bezig met het water, om dat tegen te houden. Tijd om te denken of in paniek te raken heb ik mezelf eigenlijk niet gegund. Zelfs toen ik zag dat we het niet zouden redden ben ik bezig gebleven. Tegen beter weten in. Je wou het gewoon niet geloven dat het mis zou gaan.' Alsof het gisteren geschreven is."
Anne schonk opnieuw koffie in, hoewel Kees met z'n jack aan klaar stond om op te stappen.
"Wat mij nu het meest bezig houdt," ging Dick verder, "is dat er niet alleen praktische problemen zijn maar dat er zich emotioneel rampen afspelen. Het is heel moeilijk om je voor te stellen wat het in deze ramp is om een watersnoodslachtoffer te zijn. Vroeger hadden de mensen niet zo veel spullen, drie boeken en zes stoelen en een tafel en dat wat er in de linnenkast lag. Nu vormen de spullen een logistiek probleem."
"Denk je daarbij aan òns pap?" vroeg Brechtje.
"Ik denk vanzelf ook aan jullie," zei Dick, "maar vooral aan hoe het zo is gelopen de laatste decennia, met hobby's, de ruime mogelijkheden, de uitgavenpatronen en de vrije tijd. Ik heb er geen negatieve bedenkingen bij maar ik zie dat het voor veel mensen een onoverkomelijk probleem is om zo veel te moeten achter laten. Het absurde is dat veel mensen al lang geleden zichzelf hebben verzopen in hun spullen. De kenmerken van hun eigen karakter zijn overspoeld door die van de merken van hun spullen."
"Het is toch wel rampzalig," zei Kees die weer was gaan zitten, "dat de mobieltjes niet werken waardoor ik geen contact met mijn ouders kan krijgen, maar dat zal nog wel een tijd duren, omdat eerst de centrales boven water moeten komen en opdrogen, en dan maar hopen dat ze weer operationeel kunnen worden. Als dan ook de email het weer zal doen, dan zullen de servers verzuipen in de spam. Ik neem aan dat mijn ouders geëvacueerd zullen zijn en dat Hetty bij het Rode Kruis werkt. De flat zal nèt niet onder water staan, maar de elektriciteit is uitgevallen, het voedsel is op, en de winkels staan onder water. Niemand werkt. Alles ligt stil. Iedereen komt financieel in problemen waar ik me geen voorstelling van kan maken. In New Orleans hebben we gezien hoe criminelen een epidemie werden. Ik denk dat veel mensen zich zullen gedragen alsof het tijdelijk is, maar al heel snel zal het vineer verweerd zijn en zullen zich gedragen als in een slangenkuil of een beerput."
"Is Hetty een zus van je?" vroeg Tom aan Kees.
"Zullen we nu naar de Strip gaan?" vroeg Brechtje. "De tijd vliegt."
Anne keek naar Tom en vroeg: "En jij?"
Tom keek haar steels aan en knikte, en bracht de kopjes naar de keuken.
Kees vergrendelde de schuifpui naar het terras, schakelde het alarm in en sloot de voordeur met drie sloten. Op kaplaarzen liepen ze over het paadje langs de garage achterelkaar naar de Achterweg.

- 77 -

"Nog even wat uit de garage pakken," zei Kees en de deur kantelde omhoog.
Tom wachtte, de anderen liepen door.
De lampen die gelijk aanfloepten wierpen een fel licht op een groene Méhari en schuin daarachter een kar met een goudkleurige, omgekeerde paraplu.
"Wat zijn dit voor voertuigen?" vroeg Tom.
"De mooiste staat onder de hoes, maar die laat ik een andere keer zien. Het is het mooiste speelgoed dat ik ken."
Kees pakte een zwemvest uit een kist in de laadbak van de Méhari, en ze liepen weer naar
buiten terwijl de deur dicht zakte. De meeste mensen die op de smalle weg vol gevallen blad langs fietsten of bromden waren volgens Kees inwoners van de gemeente. Een paar bakfietsen van De Fietsfabriek waren van mensen die wel "Hoi!" zeiden maar import waren. Snel lopend haalden ze de iedereen vlug in.
"Tegen de achtergrond van de watersnood," zei Kees, "is deze moon vehicle wel erg over the top, een sinistere droom. Maar alle nieuwe ontwikkelingen ontstaan in particuliere dromen."
"Moon vehicle? Ik dacht dat het een beach buggy was."
"Het is een echte Lunar Vehicle, van Nasa. Die hebben Dick en ik in Amerika op een veiling op de kop getikt. Rijdt echt hoor."
"Ik ben benieuwd wat er onder het zeildoek staat."
Even voor Wildeboer haalden ze de anderen in. Geert vroeg of ze koffie kwamen drinken.
"Da's aardig van je," zei Brechtje, "maar we hebben net uitgebreid gegeten en gedronken, en da's maar goed ook want nu hebben we de tijd om wat nuttigs doen. Weet je iets over de situatie in Alkmaar?"
"Alle inwoners," zei Geert, "zijn geëvacueerd. Dat moet een gigantische operatie zijn geweest, met een armada van cruiseschepen over het Noord-Hollands Kanaal naar Amsterdam en vandaar naar Elburg en met bussen verder, en hoger op voor de zekerheid. Het is film. Heel onwerkelijk. Ik zei net nog tegen m'n vader dat het land in shock is. Als in de oorlog zijn er mensen die heel ongeëmotioneerd en werktuigelijk existeren, en er zijn er die deze ramp als een ramp ervaren en hysterisch zijn geworden, of mensen, ik heb ze gezien, die apathisch zijn, alles uit hun handen hebben laten vallen."
Geert liep mee naar de boot en vroeg of hij nog ergens mee zou kunnen helpen, dat hij alle tijd had omdat hij toch niets te doen had voordat het water gezakt was. Tom ging als laatste aan boord. De zware rubberboot voer met zeven man over het weiland door het gat in de dijk naar het kanaal, en over het kanaal naar het gat voorbij de brug van Schoorldam. In de verte de roodwitte windzak. Tijdens de vaart werd niet veel gezegd omdat de boot luidruchtig stampte en klapperde op de nog steeds hoge golven. Vlagen buiswater vlogen in de gezichten, druppels kropen over de sproeten van Anne.
De Watervogel lag met z'n neus in de wind naar het Noordwesten, met uitzicht op het huis van Kees' schoonouders. Kees vroeg Brechtje of zij langszij wilde sturen en gaf het wiel over. De boot en het vliegtuig deinden ongelijk op de golven op en neer.
Kees ontgrendelde de kap die zachtjes omhoog bewoog. Zich aan de rand van de Watervogel vast houdend stapte hij op de rand van de boot en zwaaide z'n rechter been in de cockpit. Het volgende moment zat hij op de linker stoel.
"Als je niet wegvliegt," zei Brechtje, "dan vaar ik even pappa en mamma naar huis. Daarna kom ik meteen weer terug."
Brechtje voer naar de andere kant van het vliegtuig en daar stapte Tom in de stoel naast die van Kees, en Brechtje voer met haar ouders en Anne naar het huis. Kees sloot de kap en het was stil, rond het glas het geruis van de wind, en van onderen tegen de romp het geklots van het water.
"De wielen hebben we even niet nodig," zei Kees en haalde een schakelaar om, en er kwam een zacht gebrom van onderen, en het geluid van het sluiten van een deksel.
"Ik heb eens een Catalina langs het strand zien vliegen," zei Tom, "maar dit is helemaal fantastisch. Zoals de turbine boven de romp hangt, da's wel heel spectaculair. En de manier de canopy opent, dat doet me een beetje denken aan de Saab Aero, maar dan andersom. Wat doen jullie hier mee. Van wie is het?"
"Van de vliegschool. Als occasion gekocht in Oshkosh, voor rondvluchten, over de Waddenzee. Ja, alles komt uit Amerika. Dick heeft daar destijds de halve Spirit gekocht, de tekeningen, de motor, de avionics en onderdelen, en het vliegtuig zelf afgebouwd. Na het ongeluk wilde hij weer eens terug, gedreven door een vliegvirus dat hij in Oshkosh had opgelopen. En daar zagen we deze Seawind staan. Daar hebben we beiden van gedroomd en met de bank gepraat die mee droomde."

- 78 -

Kees startte de motor, die een paar schijnbaar onwennige omwentelingen maakte maar daarna ogenblikkelijk zachtjes fluitend en zonnig draaide. Tom zag op een schermpje van de achteruitkijkmonitor in het instrumentenpaneel de propeller eerst langzaam draaien en daarna een glanzende aluminium schijf worden.
"Ik had niet anders verwacht," zei Kees, "maar ik heb wel de hele voettocht aan dit moment lopen denken, wat een hemelse muziek!"
Hij zette de motor uit en daar was het geluid weer van het natuurlijke geklots tegen de onderkant. Vanaf het huis kwam Dick aanvaren met de rubberboot. Kees opende de canopy. Daarop kwam Dick langszij.
"Geert is samen met Brechtje en Anne," zei Dick, "voor zover dat mogelijk druk met het naar de zolder sjouwen van het restant van de meubelen. Ze kunnen niet meer doen dan wat ze gedaan hebben en ze zijn klaar om weer terug te varen. Jullie ook?"
Tom stapte over in de boot. Dick voer om naar de andere kant en Kees stapte ook in. Dick stuurde naar het motel. Kees en Geert klommen snel de trap op, liepen tot het eind de galerij af, bij alle ramen even naar binnen kijkend en verdwenen uit het gezicht toen ze de hoek om gingen naar de andere kant van het L-vormige gebouw en kwamen na een tijdje weer terug.
"En nu soep," zei Geert. "Geen sporen van braak. Het is een veilig gevoel dat het alarm werkt. Toch ben ik vannacht nog even wezen kijken. Het ziet er hier verlaten uit, maar de kamers op bovengalerij zouden een prachtig onderkomen kunnen zijn voor de mensen die onderdak zoeken. De vraag is of jullie dat willen."
"Ik dacht aan m'n ouders," zei Kees, "maar eerst moet ik er achter komen hoe hun situatie is."
"Als je morgen in Den Helder bent," zei Dick, "dan zou je dat misschien via de autoriteiten kunnen uitzoeken."
"Ga je naar Den Helder?" vroeg Tom.
"Het was bedoeld als een verrassing voor je, ga je mee?" vroeg Kees. "Of vind je luchtzakken net zo eng als golfdalen?"
"Nee, ik heb een paar keer gevlogen op Zestienhoven, dat vond ik niet zo eng als varen in een vliegende storm. Dit komt mooi uit."
"Moet je misschien ook in Den Helder zijn?" vroeg Kees aan Anne.
"Dat heeft geen haast, maar het zou wel mooi uitkomen."
"Dan gaan we vroeg, achthonderd uur."


- 79 -

De volgende ochtend werd er om vierhonderd uur op de ruit van Tom's kamer getikt en hij was meteen wakker, begreep waar hij was en wie er aan de deur zou zijn, en zonder iets te zeggen zweefden zij samen naar het bed en in high spirits gleed Tom bij Anne binnen.
"That was a really wonderful takeoff if not too slippery!" fluisterde Tom toen ze dromerig door de hemel vlogen.
"Maar zeg eens," vroeg Anne, "wat moet je nou in Den Helder. Kees gaat zogezegd echt een long way om je ten dienste te zijn."
"Toen ik in Den Helder lag, lag Peggy als Marva daar ook, lagen we daar samen zogezegd. Dit zong ze wel eens: Ben je nu echt blij, Jij die vogelvrij, Door het leven gaat, Daar geen ziel je vraagt, Wat je doet of laat, Waar je komen moet en gaat, Blijf dan waar je bent... Terwijl Kees op die lange wandeling van z'n Brechtje droomde en ook natuurlijk van De Watervogel, toen dacht ik aan Peggy en met mijn ex in Engeland dacht ik er aan dat ik zou moeten kijken hoe het met haar gaat. Een paar stappen terug in m'n leven. Eerst dacht ik er aan om naar een nieuwe einder te trekken, en misschien wel met haar."
"Wel verdomme!" riep Anne uit. "Ga ik daarvoor bij het krieken van de dag naar de bakker!"
"Maar dit is niet het hele verhaal!" zei Tom. "Om te beginnen was het een goed verhaal, om een nieuw leven te beginnen, met iemand waar ik heel plezierig mee verkeerd heb. Maar de aantrekkingskracht naar de einder is de laatste tijd verschoven naar heel dichtbij. Voordat we opstijgen zal ik straks aan Kees uitleggen wat mijn plannen zijn, lieverd."
"Dan kunnen we nu nog wel een keer opstijgen."
Na het ontbijt met verse croissants gingen het drietal om zevenhonderdvijfentwintig uur op weg naar de Strip. Brechtje bracht Kees, Tom en Anne naar de vliegboot en bleef stand-by in de rubberboot tot de canopy was gesloten.
"We hebben ruim voldoende brandstof voor naar Den Helder en zelfs terug," zei Kees, "en eventueel extra in de tank achterin, voor het geval dat we in Den Helder niet kunnen tanken."

Brechtje bleef op een afstand kijken naar hoe de motor werd gestart en gaandeweg meer toeren maakte, terwijl Kees kennelijk de checklist afwerkte en aan De Kooy vroeg om te mogen opstijgen, "Papa Hotel Lima Oskar Golf requests clearance for takeoff from Strip Koedijk."
Kees kreeg toestemming, stak zijn duim naar Brechtje omhoog die de laatste lijn van de boei los gooide. Alle drie zwaaiden ze en De Watervogel draaide en voer langzaam naar de Zuidoosthoek van de Strip. Kees had van de toren op Schiphol permissie gekregen om op te stijgen, want Brechtje hoorde dat Kees vol gas gaf en vaart maakte in de richting van haar ouderlijk huis over de golven denderend 'on the step' kwam, snel meer hoogte kreeg, en naar rechts zwenkte, naar het Noorden. Brechtje gaf zelf ook gas en voer langs het motel en zette koers naar het Noord-Hollands Kanaal. Ze kon nog net De Watervogel in de verte noordwaarts in de nevel zien verdwijnen, terwijl zij zelf sinds de start al buiten Anne's gezichtsveld was verdwenen.
Al meteen toen een hoogte van 1500 voet bereikt was vroeg Kees aan de toren van het militaire vliegveld De Kooy om op het Marsdiep te mogen landen en daarna te mogen taxiën naar de voor watervliegtuigen bestemde steiger in De Nieuwe Haven. In het begin was Tom te angstig om geen paranoïde visioenen te zien, maar na een paar minuten zag hij tot zijn ontsteltenis dat zij vlogen over wat hij dacht dat Noord Holland was Schagen moest zijn. Water, water en water en daken in het water en particuliere jachten en boten van de genie, vol met mensen.
"Dit had ik me niet voorgesteld," riep Tom en hij keek achterom naar Anne die zat te huilen. Hij legde een hand op een knie en streelde die. Zij keek hem hulpeloos aan, knikte met een lieve glimlach, kneep in z'n hand en sloot haar ogen.
"Ik zie nu ook de mensen in de politiek voor me," zei Kees in de koptelefoon, "die andere prioriteiten hadden dan een optimaal onderhoud van de dijken. Kijk die man daar bij de kerk die in een roeiboot een vlot trekt. Dit is verdomd ècht de zondvloed!"

Na een vlucht van minder dan tien minuten daalde Kees tegen de wind in over de haven en zakte buiten de haven meteen tot landingshoogte. Er lagen geen schepen of boten in de glide path, zodat de landing gelijk kon worden doorgezet. De koppen op de golven, verzekerde Kees, zouden geen beletsel vormen. Dat Anne al meermalen had meegevlogen en niet in het minst angstig leek was voor Tom een grote geruststelling.
"Hoe lang zouden we er niet over gelopen hebben!" zei Kees.
Tom keek voortdurend naar de handelingen van Kees en putte uit de zelfverzekerde uitdrukking van zijn gezicht voldoende hoop dat het goed zou aflopen. Hardop zei Kees wat hij aan het doen was, waaruit Tom opmaakte dat hij wist wat hij aan het doen was.
"Ik heb dan wel een met kracht 5 gevlogen," riep Tom in het microfoontje, "maar dit is toch niet te vergelijken op de schaal van heftig!"
Kees gebaarde met z'n hand dat Tom hem nu met zulke opmerkingen niet moest storen. Ten degrees flaps! Twenty degrees flaps! Thirty degrees flaps! Forty degrees flaps! Riep ook de power settings af en de spoed van de propeller. Opeens klappen tegen de romp, beukende golven en heftiger, heftig geroffel, dreunende klappen, water, fontein op the ruit, hartkloppingen, de vaart nam af, en de kist bleef drijven, de waanzin voorbij.
Kees sprak met de tower van De Kooy, draaide de danig deinende vliegboot en stuurde de watervogel de haven in. Tom draaide zich om naar Anne die hem aankeek met natte ogen en glimlachte. Haar koptelefoon lag op d'r schoot en ze gebaarde Tom hem ook af te zetten, en ze boog zich naar hem toe, pakte z'n hand en zei dat zo'n vlucht anders mooier was omdat het uitzicht net zo als het weer nu niet zo meewerkten. Er kwam een speedboat op De Watervogel af met een lichtkrant met een tekst "FOLLOW ME" . Het vliegtuig deinde nog hevig maar in de beschutting van de haven werd het minder. Kees stuurde achter de boot aan.

- 80 -

"Dat had ik niet zo mogen zeggen," zei Anne met rode ogen, "over het uitzicht. Dat moet je deleten. Het is allemaal zo tragisch, zo onbegrijpelijk, niet te bevatten."
"Ook wij zijn ons huis kwijt," zei Tom. "Zonder dat we precies weten hoe grijpt het iedereen aan op een andere manier."
De havenmeester had zijn boot aangelegd, rende op de Watervogel af en hielp Kees met aanwijzingen voor het manoeuvreren en afmeren. De canopy ging open, een frisse zeewind woei door de cockpit. Kees stapte over naar de steiger en legde een Perzisch tapijtje op de stoel zodat Tom daarover ook kon uitstappen. Anne zei de havenmeester hartelijk gedag en vroeg hem hoe het met hem ging.
"Morgen Remmert, hoe gaat het?"
"Persoonlijk gaat het goed, in de haven is het druk vandaag. Het is echt weer om op vakantie te gaan."
"Kan er straks getankt worden?" vroeg Kees.
Dat was mogelijk.
"Als jullie maar gaan koffie drinken in Het Kombuis," zei Kees, "dan kom ik daar straks naar toe. See ye later, ok?"
Ze liepen naar Land's End, het enige herkenningspunt uit Tom's verleden.
"Volgens mij," zei Anne, "heb je Kees niet gezegd dat je wel of niet hier zou blijven. En je hebt geen tandenborstel bij je. Zal ik je wegbrengen? Ik zou die Peggy nu ook wel eens willen zien."
"Nee," zei Tom, "Ik ga liever met jou koffie drinken. Dat is geen moeilijke keus. Konden we maar even naar onze kamer op de Strip, zo'n gevoel heb ik. Weet je trouwens wat Kees hier gaat doen?"
"Kees heeft van hier uit luchtfoto's gemaakt en hij nu wil kijken of hij nieuwe opdrachten kan krijgen. De inkomsten zijn bijna onmisbaar voor de exploitatie van het vliegtuig."
"Ik vraag mij af hoe ie dat doet, sturen en fotograferen."
"Kees maakt geen foto's voor de vvv maar cartografische foto's. Zulke foto's worden horizontaal en waterpas op een bepaalde hoogte gemaakt. Daarbij houdt hij geen camera in de hand, want de camera zit in achterin in de bodem gemonteerd. De zoeker is het scherm van de laptop. De automatische piloot houdt dan het vliegtuig waterpas. Maar hoe was jouw leven hier in Den Helder en hoe lang is dat geleden?"
"Ik was een feestvarken met watervrees, en ik heb hard gewerkt om uiteindelijk meesterinstrumentmaker te worden voordat mijn diensttijd er op zat, dus ga maar na hoe oud ik was en hoe lang geleden dat is, mijn vorige leven."
"Nu lijk je wel twintig, niet veel ouder. Inmiddels is een week geleden voor bijna iedereen in Nederland het vorige leven. Wij hebben het ondenkbare geluk een nieuw leven te kunnen beginnen zonder gehinderd te worden door sleepankers uit het vorige."
"Ja het was ondenkbaar zalig vanochtend, en nu, en alsmaar," zei Tom, en hij hield stil en hield Anne stil tegen zich aan, haar lang in de ogen kijkend, en zei zachtjes "Wij bouwen een relatie als een virtuele ark van Noach, zodat we weer opnieuw kunnen beginnen in een andere wereld, profiterend van onze ervaringen en inzichten, maar niet belemmerd door andere verplichtingen dan de belangrijkste aan onszelf, waarachtig ons zelf te zijn."
"Als je het mij vraagt," zei Anne, "heb je al de mooiste baan van de wereld, conciërge van een vliegveld met de allersympathiekste baas die je maar wensen kan, of had je dat nog niet in de peiling?"
"Dit is zo'n verrukkelijke vakantie geworden, hier heb ik nog nooit serieus van gedroomd. Mijn leven was al een nachtmerrie geworden voordat de vloed kwam. Anders gezegd was de   vloed er al voordat het water kwam. Aan die ellende kwam een einde aan toen ik hoorde dat mijn vrouw op de boot naar Engeland zat. Een paar dagen voordat de vloed kwam heb ik een documentaire gezien over het beleg van Leningrad. Toen besefte ik dat ik moest proberen te overleven. Volgens de inofficiële cijfers zijn daar in die verwoeste stad ruim twee miljoen mensen een vreselijke dood gestorven. Toen stond voor mij als een paal boven water dat ik een andere weg moest vinden om mijn eigen leven te redden, geestelijk zowel als fysiek."
"Kon ze ook niet koken? Nee sorry lieverd, dat klinkt gemener dan ik bedoelde."
"Ik leefde als een ramptoerist in m'n eigen huis. Dat klinkt geestiger dan ik werkelijk bedoel."
"Hoe lang zal Kees bezig zijn?" vroeg Tom.
"Je hebt het zelfde horlogemerk als Kees!"
"Dat heb ik gezien, maar Kees heeft een Emergency waar een zender in zit waarmee je op elke plek op aarde een hulpdienst een signaal kunt sturen als je tegen een berg bent gevlogen of boven zee geen peut meer hebt. Als instrument- en modelmaker spreekt zo'n fijne tijdmeter erg tot m'n verbeelding. Op de mijne zit een rekenschijf, ook erg handig als je calculator het niet meer doet."
"We hebben nog wel tijd voor een zoen van 180 seconden. Give or take a second."
"Kan jij eigenlijk koken?"
"Vertel eens, waar zit die interesse in spullen in?"
"In beginsel ben ik een spullenmaker, een product designer, maar dat is niet het begin. Het begon met fascinatie in mooi ontworpen dingen, en heb ze toen zelf willen ontwerpen.
Dingen zijn voor mij ook sprookjes. Het zijn sprookjes waarmee je je zelf omgeeft. Zoals iemand een kruisje draagt bijvoorbeeld die erg is begaan met de zonden en de verlossing van de mensen, voor mij een sprookje maar voor hen een levensvervulling of een levensopgave. En een Breitling is voor mij de wereld van de luchtvaart, van pioniers en van vliegers zoals De Saint-Exupéry en Richard Bach, sprookjes, maar voor mij een niche van de werkelijkheid waar ik thuis hoor."
"Het is alsof ik Kees hoor, hoewel Kees niet zoveel praat. Het is voor mij ook niet zo verwonderlijk dat jullie zo'n end samen hebben gelopen. Maar toch eigenlijk wel wonderlijk!"
"Dan is er het sprookje van de zondvloed, maar er zijn nu geologische bewijzen gevonden dat die bijbelse ramp ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden."
"De zondvloed," vroeg Anne, "is de etymologische betekenis daarvan eigenlijk zondevloed, weet jij dat?"

Verder naar hoofdstuk 81.

Terug naar hoofdstuk 1.

 

To the Phlog.