- 81 - |
"De mensheid," zei Tom, "is vaker door rampen getroffen, rampen die tot gevolg hadden dat de mensen van god los raakten. Ik geloof dat de zondvloed daar één van is."
"Geloof je dat werkelijk?" vroeg Anne.
"Ik geloof ook in het sprookje van het plattelandsmeisje dat een typisch West-Friese kijk op het leven heeft, nuchter en warmbloedig, wakker, maar dat is natuurlijk mijn persoonlijke impressie. Wakkere ogen, heel geestig ook."
"Wakker, dat zei je al eens een keer," zei Anne. "Terwijl jouw manier van denken volgens mij louter associatief is, da's mijn indruk. Want als jij die boot ziet van de havenmeester met de kreet Follow Me, dan zie ik jou denken aan een havenmeester die over het water loopt."
"Ja maar, dat bedenk jij! Zie je wel hoe geestig, dat bedoel ik nou!"
"Nee ik ben echt niet zo geestig als je denkt," zei Anne, ernstig kijkend, "maar ik vind het heel wel leuk dàt je dat denkt."
"Ik vind je wel een beetje dom dat je denkt dat je niet geestig bent, maar dat is ook wel weer heel leuk."
"Ik dacht dat je alleen maar geestig kan zijn," zei Anne, "als je intelligent bent, of is dat nou dom? Ik ben echt niet intelligenter dan een dom gansje. Daar komt Kees. Wat kijkt hij vrolijk."
"We gaan de Randstad na de ramp fotograferen, Tom," zei hij zichtbaar ingenomen.
"How come?" vroeg Tom.
"We hebben het geloof een keer gehad," zei Kees, "over empathisch medeleven, verantwoordelijkheid en verplichtingen jegens de maatschappij, dacht ik. In ieder geval kan ik wel foto's voor de overheid maken van de huidige situatie op de grond maar ben ik volstrekt ongeschikt, kan ik wel zeggen, om reddend te dweilen. De foto's die we gaan maken van de huidige situatie zullen een constructieve bijdrage zijn bij de reconstructie van de infrastructuur. Laten we vervroegd gaan lunchen, of nee Tom, ik heb je niet meer gehoord over Den Helder de bestemming die je al vanaf het begin van onze wandeling vanaf de Hoek in je planning had, here we are, of moet je nog verder? We hebben er de tijd voor om nog wat verder te vliegen."
"Deze tocht bleek nodig te zijn geweest," zei Tom, "om er achter te komen hoe belangrijk Den Helder voor mij was, maar verder dan Land's End hoef ik niet, want ik heb gevonden wat ik zocht."
"Een uitsmijter dan maar jongens?"
"Er is veel te vieren," zei Anne, "dat jij weer boven water bent, dat de ramp voor onze kleine kring van familie en vrienden geen fysiek leed heeft gebracht, dat Tom met je mee is gelopen. Laten we straks terug vliegen over de route die Tom had zullen lopen. Maar eerst die uitsmijter."
"Ja, er is veel te vieren," zei Kees.
Kees belde Brechtje om te zeggen dat de vlucht goed was verlopen, dat er fotovluchten waren geboekt, dat ze zouden lunchen en dat ze konden tanken, een grote onzekerheid die in de lucht hing totdat de havenmeester had gewelddaad er peut genoeg was.
"Dit is een mooi moment," zei Tom, "om te vertellen waar je het vliegbootbrevet haalde, in plaats van te praten over, even relaxen, even weg van alles."
"Ik hoop dat jullie je niet hebben verveeld," vroeg Kees. "Ik heb met verschillende mensen kennis gemaakt en heb daar een lang gesprek mee gehad. Alvast nog een koffie?"
"Nee, ik maar een cola," zei Anne, "met ijs." Koffie en cola werden besteld en gebracht. Het meisje van Land's End zei het vreemd te vinden dat er ondanks de weersomstandigheden toch nog gasten waren gekomen.
"We hebben nu geen tijd voor een demonstratie," zei Tom tegen Anne, "maar als je over een uurtje nog eens zou kijken, dan zou je zien dat het ijs helemaal gesmolten was. Dan zou je ook zien dat de waterspiegel niet gestegen was. Die ijsbergen bij Groenland zitten voor negentig procent onder water. Of dat nu wel of niet gesmolten is maakt voor het waterpeil niets uit. Wetenschappers weten dat. Politici hebben met hun uitleg en met hun boodschap hun eigen bedoelingen. De wereld van de wetenschappers en de wereld van de politici, en denk dan maar aan de wereld van de macht zijn lichtjaren van elkaar verwijderd."
De anderen keken een beetje beduusd voor zich uit.
Er stonden nog steeds witte koppen op het water, maar de windkracht was nu niet veel hoger meer dan rond zeven.
"Het weer wordt beter," zei Kees, "het blijft niet eindeloos zoals het was na de vloedgolf. Ik dacht net nog aan die lange wandeling en alles wat ik gedacht had, herinneringen aan hoe ik in de vliegerij terecht kwam en op Koedijk, en hoe ik vijf jaar geleden met Dick naar Oshkosh ging, waar hij al een paar keer eerder was geweest om de motoronderdelen en parts voor de Spirit te kopen, ditmaal gewoon om te kijken, om die happening daar aan mij te laten zien. Met m'n schoonvader op vakantie, dat was ook een happening! Oshkosh was de hemel voor zelfbouwers! We hebben daar veel fantastische zelfgebouwde vliegtuigen gezien, experimentals zoals die daar worden genoemd, en heel interessante mensen ontmoet, waaronder een meisje van een vliegschool, een ongelofelijke vrouw die een haven had voor watervliegtuigen en daarin vliegles bleek te geven, Terry Campbell. Ik had over vrouwen in de luchtvaart gelezen, over Amelia Earhart, Anne Morrow Lindbergh en Hanna Reitsch, de piloot van Hitler, en opeens ontmoette ik er zo één. Terry's vader had een Bonanza, de Mercedes onder de kleine vliegtuigen met een V-staart. Het vliegen zat van jongs af aan in haar genen, vertelde ze ons. Haar zoontje wilde ze ook leren vliegen en daarom wilde ze haar instructeurdiploma halen. Toen haar zoon Tyler elf werd mocht zij hem zelf les geven. Terry was al jong een ondernemend meisje en was een trimsalon voor honden begonnen. Ze had zes man personeel, zes meisjes. Maar de lucht trok harder dan de honden, en ze is nu de eigenaar en instructeur op de watervliegtuigen van de Norcal Aviation Seaplane Flying Service at Calaveras County Airport, San Andreas, California, als ik het goed heb. Toen ze hoorde ze dat die vliegschool te koop was, is nam ze meteen actie, een roestvrijstalen meid, nee van aluminium! Maar toch zo romantisch dat je het bijna niet geloven kan. Eén van de dochters van Amelia Earhart zoals zulke vrouwen in Amerika genoemd worden. Ik heb daar een enerverende, fantastische tijd gehad en een onverwoestbare spirit gekregen om de vliegschool uit te breiden en vluchten naar de Wadden te organiseren. Ik neem toch maar een pannenkoek, jammer dat ze hier niet van die Amerikaanse pancakes serveren. Dat moeten we zelf gaan doen. Even noteren."
|
- 82 - |
"In de ellende die het water heeft gebracht," zei Anne, "zitten wij te praten over jongens- en meisjesdromen. Het leek allemaal zo logisch en vanzelfsprekend, dat we niets konden doen aan die vliegtuigwrakken die de mensen bij jou hebben gestald, dat het leven voor ons gewoon doorgaat, het lijken wel in het water gevallen vakantiedagen. Ik kan me niet voorstellen dat we niets beters hadden kunnen doen terwijl het land om ons heen verzoop. Alles is verdwenen, kapot gegaan en dood en verloren, en de verzekeringsmaatschappij zal pas zal pas uitkeren als we een heel stuk verder zijn, en dan is het nog maar de vraag of je het geld ooit nog zal krijgen. Maar gaat het om dingen, kunnen we niets beters doen? Daar dacht ik aan toen je zo opgetogen terug kwam met je opdracht de ramp te fotograferen."
"Dat we nog geen van de eigenaren van de vliegtuigen hebben gezien," zei Kees, "verbaast me niets, want iedereen heeft grotere zorgen dan zijn wegvliegmachine. En dat je je afvraagt of we ons niet te egoïstisch distantiëren van onze maatschappelijke en ethische verantwoordelijkheid, daar kan ik in mee gaan. Bij alles wat ik doe en onderneem vraag ik me af of ik iets anders niet beter kan doen. Gaan we nu terug, en dan vliegen we over de route die Tom zou hebben gelopen, of blijven we nog wat langer hier en maken we een mindmap van de alternatieve routes of doelen waar we voor zouden kunnen kiezen. Wat vinden jullie, een uurtje extra?"
Anne en Tom knikten. Kees pakte een blocnote uit z'n tas, sloeg het voorblad naar achteren en legde het open op tafel.
"We zouden drie verschillende routes kunnen uitzetten voor elk van ons," zei Kees, "en dan is Brechtje er nog, als de grote afwezige. Ik geloof dat we beter een gemeenschappelijke bestemming kunnen kiezen, voor het gemak dan. Tom gaat met mij fotograferen, dus heeft hij een inbreng in de map, en nu Anne toch niet kan werken en bij ons woont en permanent lid van de familie is, zit ook zij in de brainstorm. Wat vinden jullie van 'The Future Spirit'?"
"Waarom nou weer in het Engels?" vroeg Anne.
"De Spirit hebben we al in het Engels," zei Tom, "dat gecombineerd met het Nederlandse woord toekomst kan niet anders dan krakkemikkig worden."
"Right," zei Kees, "that settles it. Dit motto zetten we bovenin. Alles wat naar dit doel leidt over vijf jaar in de tijd geplaatst noteren we van onder af."
"Je gaat wel erg snel," zei Anne.
"We vertrekken over 55 minuten," zei Kees, "als we eerst een consensus zouden moeten bereiken over de vormgeving dan komen we of niet weg, of we hebben geen vliegplan voor de volgende vijf jaar."
"Oké" zei Anne, "let's get this thing into the air."
"Als we gelijkelijk verdeeld vier horizontale lijnen trekken," zei Tom, "dan kunnen we er een vijfjarenplan van maken. Het eerste jaar de polders droog malen."
"Laten we die actie op een centrale lijn naar boven zetten," zei Kees.
"Dan het tweede jaar, of gaandeweg al eerder," zei Anne, "de hangar en het huis van Brechtje's ouders op orde brengen, en ook de vliegtuigen restaureren."
"Al snel in het eerste jaar, of eigenlijk meteen al," zei Tom, "de tweede verdieping van met motel helemaal gereed maken voor bewoning."
"De eerste unit op de tweede verdieping," zei Kees, "zou tijdelijk kunnen worden ingericht als kantoor, die daarnaast inrichten naar de persoonlijke smaak van Tom. Daaraan voorafgaande zullen we besprekingen hebben over een dienstverband."
"Dat betekent zoveel als een zakelijke verloving!" zei Anne, Tom aankijkend. "Wist jij dat? Dan is Kees sneller met zijn aanzoek dan ik!"
"Ik moest nog even naar Den Helder," zei Tom, "weet je nog?"
"Niemand praatte erover," zei Kees, "behalve Brechtje en ik. Brechtje weet altijd alles het eerste. En dan mijn ouders, die ik wil proberen over te brengen naar het motel. Zij logeren nog steeds bij vrienden in Arnhem, hoorde ik gisteren."
"Oh, dat is nieuw voor me!" riep Anne uit. "Wat ben jij toch een zonderling!"
"Ik hoorde het pas gisteravond laat. En ik heb daarnet iets kunnen regelen bij de helicopterdienst. M'n zusje Hetty komt dan ook mee."
"Dan zijn er nog een heleboel lijntjes in het eerste jaar voor de desk research," zei Tom, "dat kan toch in een brainstorm?"
"Shoot!" zei Kees.
"Het lijkt wel dat de wind verder afneemt," zei Anne.
"Dat heeft tot gevolg," zei Kees, "dat we terugvliegen met een snelheid van 170 knots, 200 mijl per uur."
"Per hour," zei Anne.
|
- 83 -
|
"Heb je al aan de toren laten weten hoe laat je weg wil," vroeg Anne.
"We hebben nog een half uur," zei Kees.
"Dan hebben we nog tijd om te praten over wat mij zo dwars zit," zei Anne. "Ik heb nou niet bepaald een opleiding gehad voor de zorg, maar er heeft ook bijna niemand een opleiding gehad voor het leven. Ik hoef het niet ver weg te zoeken, ik zou kunnen kijken of ik in Alkmaar wat zou kunnen betekenen. Ik weet hoe hulpeloos de meeste mensen zijn, en hoe vreemd de meeste ouderen in deze maatschappij staan. Ik weet zeker dat velen geen uitweg kunnen vinden uit deze goddeloze afvoerput."
"Afvoerput," zei Kees, "die term met betrekking tot de huidige situatie nog niet eerder gehoord. Dan zou Tom je op een ochtend kunnen brengen. Ik zal Geert vragen of hij ons een boot kan lenen, want anders hebben wij geen vervoer, een kleinere boot, dan kunnen wij de grote houden."
"Dan kun je wel bij mij komen slapen," zei Tom, voorzichtig glimlachend. "Dat is dan echt van de nood een ondeugd maken. Dan toch nog een aanzoek schat."
"Als je het maar waardeert," zei Kees. "Dat trekken we hier nog wat lijnen naar boven, Boot 1, Boot 2, Conciërge, Anne, Maatschappelijk Werk in Alkmaar, Pa, Ma, Hetty. Dick, Geertje, Brechtje. Omdat het een plattegrond wordt van de exploitatie van de komende vijf jaar zetten we ook aannemer Wildeboer er op. En vlieglessen van Tom. Anne moeten we nog invullen. Eerst maak ik de aantekening dat heel Alkmaar geëvacueerd is. Het ziekenhuis staat leeg in het water. Misschien kun je je diensten het beste aan de overheid aanbieden."
Brechtje had een hand op een knie van Tom gelegd en keek hem lief en vragend aan.
"Kennen jullie de fotografen van de FSA?" vroeg Kees. "Dat was in de jaren 1935 tot 1944 de Farm Security Administration in Amerika, een public relations bureau dat het Amerikaanse volk wilde informeren over de slecht maatschappelijke situatie van de boeren in de dust bowl, de gebieden waar grote droogte heerste. Een paar fotografen zijn met hun reportages wereldberoemd geworden, Walker Evans, Dorothea Lange. Ze staan in de boekenkast, ga straks maar kijken. Dat is min of meer ook een beetje de bedoeling van deze opdracht, om aan de bevolking van Nederland en aan de Tweede Kamer te laten zien dat migratie de onontkoombare consequentie is van de situatie in de ondergelopen gebieden. Er worden rekenmodellen en prognoses gemaakt, berekeningen en projecties van de gevolgen van wat er gebeurt als de lobbies voor de wederopbouw het winnen. Daar worden de foto's ook voor gebruikt, de luchtfoto's samen met de foto's van de fotografen die met boten het veld in worden gestuurd. Toen Amerika betrokken raakte in de tweede wereldoorlog kreeg het fotobureau een andere naam, en werden er hele andere foto's gemaakt voor wat eigenlijk propagandadoeleinden waren, vrouwen in fabrieken, die eensgezind jeeps, vliegtuigen en bommen aan het maken waren. Een proces van bewustmaking van de noodzaak om ingrijpende veranderingen door te voeren. Het zijn prachtige documentaire foto's. Er werden indrukwekkende tentoonstellingen mee gehouden. De foto's van de FSA hebben destijds de mensen geshockeerd en veel teweeg gebracht, politiek een enorm effect. Het was vooral de public relations ten dienste van de herhuisvesting van de arme boeren, de resettlement, de psychologische voorbereiding van een volksverhuizing. Omdat public relations van oorsprong mijn achtergrond is denk ik dat ik die opdracht heb gekregen."
"Nog tien minuten," zei Tom, "nog een laatste koffie?"
"Ik haal wel," zei Anne, "anders duurt het te lang."
"Het Verdronken Land van Saeftinghe," zei Tom, "is nu een prachtig natuurgebied geworden. Zou dat de toekomst van de randstad kunnen zijn vraag ik me af."
"In Saeftinghe woonden destijds, voordat het onder liep, niet zo veel mensen, vergeleken met hoeveel er woonden in de provincies die nu verdronken zijn. Het grote verschil is dat het land van Saeftinghe met eb natuurlijk droog kwam te liggen, en dat de randstad grotendeels altijd ver onder de zeespiegel ligt. Het is meer een klus voor onderwatercamera's. Maar ik vraag mij af of de regering misschien een geheime agenda heeft, en dat er grofweg is uitgerekend dat wederopbouw en betere bescherming tegen het stijgende water veel kostbaarder is dan nieuwbouw in het Oosten waar het hoger is."
"Wat zou de overeenkomst kunnen zijn," vroeg Tom, "tussen de fotografie van Nederland onder water en de droogte in de Amerikaanse dust bowl. Denk je dat de foto's inderdaad kunnen helpen bij het organiseren en financieren van een volksverhuizing of de wederopbouw van een heel land?"
"Het zullen uiteenlopende toepassingen zijn denk ik," zei Kees. "Dat kan documentatie ter archivering voor het nageslacht zijn, illustraties bij praatstukken voor het Centraal Planbureau, het is mij nog te onscherp, en ik moet het wel precies weten voordat ik begin. Die fotografie van de FSA wordt nu heel romantisch naar gekeken, maar in feite was het een heel scherp geplande reclameprogramma voor het land, gemanaged door een photo-editor die een overtuigd nationalist was. Toen het bureau later hernoemd werd tot The Office of War Information - de OWI - en er kranige vrouwen in de oorlogsindustrie in beeld kwamen, en mannen in de luchtmacht zoals Hitler gehoopt zal hebben dat die niet bestonden. Ik zal een memo over het gesprek sturen, als stimulans om een eenduidig standpunt, gezichtspunt, focussing point. Trouwens is het belangrijkste deel van de opdracht het maken van foto's die geschikt zijn voor Rijkswaterstaat. Het is tijd. Zullen we opvliegen?"
"Daar loopt de havenmeester al," zei Anne.
Kees zei dat hij alvast vooruit zou en lopen vroeg of Anne wilde afrekenen en op haar gemak met Tom wilde volgen. Hij rende naar de steiger, zei havenmeester Duiker hartelijk gedag en opende de canopy. Terwijl zij over de situatie praatten werkte Kees de checklist af. Hij startte de motor en Anne en Tom klommen ook naar binnen. Kees vroeg en kreeg permissie om te taxiën en gaf een seintje aan de havenmeester die de Watervogel aan een vleugeltip tussen de steigers vandaan trok en de Watervogel naar de brandstofpomp aan de havenmond waar een jonge man de rechter vleugeltip pakte en hielp met aanleggen. Er was geen tekort. Een kwartier later taxiede de Watervogel naar het ruige water van het Hollands Diep.
|
- 84 - |
Achterin zat Anne stil de handelingen van Kees te volgen, en keek daarbij ook af en toe naar Tom met wie ze een aanminnig oogcontact had als hij even achterom keek. Tom en Anne volgden in hun koptelefoon ook wat hij achtereenvolgens deed met de hendels en knopjes.
"Tom scant het hele wateroppervlak," zei Kees, "zover hij dat kan overzien, van links naar rechts en checkt van rechts naar links het water op boten, zwemmers, surfers, speedboats, waterscooters, vogels en alle ondenkbare obstakels op en in het water. We taxiën naar rechts zoals op de grond at a brisk walking pace, maar nu als een snelle zwemmer. De havenmeester houdt de baan ook scherp in de gaten, maar wij blijven zelf verantwoordelijk. Anne kijkt ook altijd mee, alsof haar leven er van af hangt, en eigenlijk is dat ook zo, en als je toch niks anders te doen hebt, waarom zou je het niet doen."
De klappen op het water leken een minder verontrustend effect op Tom te hebben dan bij de start vanaf het weiland van de Strip. Hij zat rustig in z'n stoel, z'n hoofd serieus van links naar rechts en terug draaiend. De wind had inmiddels force 6 gekregen en kwam nog steeds uit het Noordwesten, af en toe opende wat blauw tussen de wolken.
"Alsof er niets aan de hand is, is het alsof we op vakantie zijn in de Caribean," zei Tom.
"Alleen observeren Tom, niet bespiegelen," zei Kees cool. "Papa Hotel Lima Oskar Golf requests permission for takeoff ."
Het toerental minderde. Even was het stil in de koptelefoon, een kleine impasse in de gebeurtenissen. De kleine drijvers aan de vleugeltips kwamen beurtelings links en rechts met schitterende kralengordijntjes van druppels uit het water en zakten weer met een plonsje terug.
"Papa Hotel Lima Oskar Golf has permission for takeoff. We wish you a good flight. "
"Forty degrees of flaps, full throttle," zei Kees.
Soepel en resoluut duwde hij de gashendel geheel naar voren, het geluid van de bovenliggende motor hem zwol aan als een turbine, die de Watervogel 980 mijl verder kon brengen. Tom voelde Anne's hand op zijn linker schouder, en streelde zonder om te kijken, en zonder de woorden te zeggen die Kees ook in zijn koptelefoon zou horen, zijn hand gleed even over de beschikbare knie en bleef scherp het dansend panorama scannen. Het gaandeweg massiever wordende water klapte met steeds sneller opeenvolgende roffels tegen de betrekkelijk dunne bodemplaat van het vliegtuig, maar minder beangstigend dan bij de eerste takeoff vanaf het weiland in Koedijk. De klappen werden minder hard, de drijvers vlogen, een sliertje druppels lossend en het vliegtuig klom op de "step" en kwam al snel helemaal los.
"Lift off," zei Anne zachtjes.
"Airborn," zei Kees.
"Geese at fifteen hundred hours," zei Tom.
Er vloog een eskader ganzen in de richting van Texel dat snel naderbij kwam en wegzakte en snel onder de Watervogel door dreef.
"Flaps up, bank to the left, we set course to two hundred degrees."
Stijgend in een boog naar het Zuiden lagen ze even op koers naar IJsland, daarachter Groenland, verder draaiend lage even Schotland achter de einder, en Zuid Engeland, Het Kanaal en below sealevel de tunnel. Kees stopte de klim en de Watervogel vloog level, waardoor het uitzicht naar voren een stuk beter was geworden, Scheveningen, Hoek van Holland wat vager.
"Het lijkt toch wel wat beter weer te worden," zei Anne.
"Goed genoeg om foto's te maken," zei Kees, "dat gaan we doen, boven De Strip. Kijk Tom, nu je wat meer relaxed bent, kun je mooi naar links kijken."
Ze vlogen een paar honderd meter uit de kust en op een hoogte van 50 meter, zo hadden ze het smalle strand in beeld en een goed overzicht over wat er achter de duinen lag. Anne schoof naar de linker zitplaats achter Kees en ook zij had daar een goed uitzicht over wat kort geleden groen Noord Holland was.
"Lange Jaap," riep Anne, "die vuurtoren krijgt opeens een andere betekenis. De Donkere Duinen zo te zien krek eender als het was! In Nieuw Den Helder zie ik veel water in de straten glinsteren. Daar zie ik Julianadorp al, kun je niet wat minder snel, hoe hard gaan we eigenlijk?"
"Honderdvijftig," zei Kees.
"Oh."
"Honderdvijftig mijl."
"Er woont een vriendin van me in Julianadorp," zei Anne, "hoe zou het met haar zijn? Dat vraag ik me voortdurend af over mensen die ik gekend heb, het is zoals ik me voorstel dat het in de oorlog is gegaan, wat is er van Anne geworden, is ze vergast of hebben ze d'r laten verdrinken?"
"Wat bedoel je nou?" vroeg Tom.
"Nee, dat had ik niet zo moeten zeggen, dat hoorde ik ook. Je moet heel anders leren denken, minder emotioneel, met een strikt feitelijke instelling om je niet ondoordacht naar een verkeerde kant te laten meeslepen."
"Daar moet je een speciaal talent voor hebben," zei Kees, "en dat hebben maar weinig mensen, en juist daardoor zal bijna iedereen voorgoed z'n huis kwijt zijn, in stenen en geest, maar misschien heb ik dat mis, en zijn mensen gewoon overlevers, mensen die je in het journaal ziet in die gebieden die overstroomd zijn, waar alles door het afvoerputje is verdwenen, behalve de wil om te leven, om te overleven.
|
- 85 - |
Met haar neus tegen de ruit keek Anne naar het water beneden, ze zat stilletjes te huilen, en bij elk schokje van haar lichaam klapte haar neus plat om tegen de ruit. In de verte herkende ze Anna-Paulowna aan de kerk en de omgeving, en de Kleine Sluis waar zij jaren terug met haar vriendinnen had gezwommen. Ze vloog door de films van haar jeugd in deze omgeving, de lange fietsritten met de vriendinnen door de zon en de koude schaatstochten over de eindeloze sloten. Tom keek naar rechts, naar een boven de schitteringen van de zon in de wilde golven vliegende zeemeeuw, die hem deed denken aan Jonathan Seagull. Kees vertelde Tom over de effecten van de power settings, zodat die gedoceerd vertrouwd zou raken met de complexe techniek om de Watervogel in de lucht te houden en hoe veilig binnen de geplande tijd een gesteld vooraf bepaald doel te bereiken.
"Het wonderlijke is," zei Kees, "dat je op je gevoel moet vliegen als een meeuw, op basis van een veranderlijke drie dimensionale planning in denkbeeldige koerslijnen in de tijd. Je vliegt op je gevoel, by the seat of your pants, maar dan wel als een visionaire technicus. Het is te leren, want anders zouden er in de oorlog in zo'n korte tijd geen tienduizenden piloten zijn geweest."
"Je moet veel aanpassingsvermogen kweken," zei Tom, "om je te bewegen langs imaginaire, kunstmatige abstracte lijnen, waarvan Einstein zei dat geen enkele lijn recht was. Je hebt alleen nog niet gevraagd of ik me daarvoor wilde inzetten, of heeft Brechtje dat al ingeschat."
"We vliegen," zei Anne, "in deze wereld van de meest vreselijke rampen, die erg veel tijd vergen om te verwerken, vliegen we daar over heen met een snelheid die door niemand kan worden bijgehouden. Hoeveel was het, 200 mij per uur. Kijk uit je moet hier links af verdomme. Ik vind dat je met Tom een gesprek zou moeten hebben waarin je hem wat perspectieven voorstelt. Kijk eens naar links beneden, en niet vijf jaar vooruit. In vind ook dat je je plannen met Dick moet bespreken, omdat hij je partner is. Kijk eens naar beneden, alles is weg. Hoeveel mensen zijn er dood? Daar hoor ik je niet over! Hoeveel vrienden en kennissen zijn daar verdronken? Waar ben jij eigenlijk Kees?"
Voorbij Grote Keeten zei Kees dat Tom het stuur moest overnemen. Hij legde uit dat je door te drukken of te trekken omlaag of omhoog ging en door het te draaien kon kantelen, dat je op die manier een bocht maakte, en hij deed het voor. En hij demonstreerde dat je met het voetenstuur de bocht moest fine tunen, en dat als je eenmaal schuin lag je met het hoogteroer grotendeels de bocht maakte en dat je met het voetenroer moest voorkomen dat je omhoog ging of omlaag dook.
"Het gaat dan om een goeie coördinatie, en als voelt hoe dat gaat, dan doe je het vanzelf goed. 'You're in control' is wat er gezegd wordt als je het stuur overgeeft, en dan zeg jij 'I'm in cotrol.' Doe maar."
Tom naam het stuur over en zwenkte landinwaarts en weer terug. En er kwam een grote glimlach. Ze waren in het gebied op dat moment de enigen in de lucht.
Callantsoog kwam in beeld en ze waren er gelijk al weer over heen, en Anne dacht aan de tientallen keren dat ze door de bochten in de weg door het dorp was gereden, daarna kwam het Zwanenwater dat vroeger het enige water was achter de duinen, het natuurreservaat waar zij met haar moeder en Brechtje hadden lopen zoeken naar aparte plantjes, en waar Anne voor het eerst een aalscholver had gezien. Nu zag ze het aankomen en vloog er al boven. De mijlen omgerekend in kilometers vlogen ze nu driehonderd kilometer per uur. Boven het smalle strand vliegend kwam de kernreactor in beeld en ze vlogen er al weer langs. Anne wees Tom het pad waarover hij nog naar Den Helder onderweg zou zijn, en de stukken pad die geen aansluiting op elkaar hadden, een traject dat hij door het mulle zand had moeten lopen. St. Maartenszee, en Petten, dat heerlijk ongekunstelde Petten. In de verte zag Anne Wijk aan Zee en de Hoogovens, en dichtbij De Hondsbossche Zeewering. Ze kwam nu snel dichter bij huis en ze keek naar het Oosten, naar de plekken waar in de flikkerende waterspiegel groepen daken lagen, waar boten en bootjes voeren, en hier en daar een grote helicopter vloog waarvan de communicatie met Schiphol en De Kooy in Den Helder toe doorkwam in de koptelefoon.
In het Oosten kon Anne het verdronken Tuitjenhorn herkennen, waar ook een vriendin woonde, en heel in de verte Hoorn en dichter bij Alkmaar Stompetoren, het Medisch Centrum Alkmaar in het centrum van Alkmaar, de kerktorens, en nog dichterbij Koedijk, het vliegveld, de hangar, de wrakken, de windzak stond strak en bol als een uitnodiging om te landen. Er lag een rubberboot naast het huis van de ouders van Brechtje. Ze werden opgewacht.
"Ik maak een ruim circuit," zei Kees, "om nog even wat rond te kijken. Laten we de zee op gaan omdat we anders zó thuis zijn. Dan kun je nog even de feel krijgen. Dick zal ongetwijfeld naar de airband scanner luisteren. Ik zal melden dat we nog een klein ommetje maken."
Kees meldde het aan Schiphol en aan De Kooy, en intussen stuurde Tom pal naar het Westen, 270 graden. Even ten Noorden lag een zeilboot met de kiel naar boven. Kees meldde dat aan de kustwacht en gaf de lengte- en breedtegraden door. De man van de kustwacht bedankte voor de melding en zei dat de drie opvarenden inmiddels gered waren.
"Anne," zei Kees, "en Tom ook, ik geloof dat ik zo snel mogelijk moet proberen te vertellen waarom ik alleen maar naar de toekomst lijk te kijken."
De windmolens die in een lange rij uit de kust in zee hadden zo te zien de storm goed weerstaan, stonden nog in een keurige rij met de propellers in de vaanstand, waarvan sommige langzaam draaiden. Er lag een zeilboot zonder mast op het strand en hier en daar stonden containers. De branding was minder woest geworden, de windkracht was verder afgenomen, de vloedlijn was minder hoog. Onder de Watervogel door vloog een zwerm zeemeeuwen.
"Tussen die meeuwen," zei Anne, "zal ongetwijfeld een jonge Jonathan vliegen die nu het vliegen aan het leren is, die duikvluchten leert maken, formatievliegen, tegen stalling speed aan probeert langzaam te vliegen zonder uit de lucht te vallen."
Kees liet Tom zien hoe je een one minute turn maakte en hoe een two minute turn. Eerst werd Tom daar wat warrig van maar de tweede keer ging het beter. Zo gingen er al snel tien minuten voorbij en Kees nam het stuur weer over en zette koers naar Alkmaar, waar alleen een paar boten van het leger voeren met waarschijnlijk mensen van de ordehandhaving van de politie of van het leger, verder geen mens alleen maar water waarin talloze autodaken. Anne keek niet meer naar buiten maar naar het hoofd van Tom, die observeerde hoe Kees de remous beheerste.
"Het wordt een beetje tikkerig,' zei Kees, "zo boven de stad. Een andere keer zullen we proberen om veilig uit de lucht te vallen, net zo als Jonathan."
Anne keek naar buiten en zei hardop wat ze zag, "de Kaasmarkt, de Waag, de parkeergarage, de West-Friese brug, Van Til de woninginrichter, de Laurentiuskerk, de Langestraat, haar school, het Stedelijk Museum, het winkelcentrum De Mare, het meer van Geesterambacht dat nu alleen maar meer is geworden, het Noord-Hollands Kanaal, de Vlotbrug, de Kanaaldijk van Koedijk, en hier is de De Strip alweer!"
Haar stem werd steeds zachter, tot die over ging in snikken.
|
- 86 - |
"Forty degrees flaps," zei Tom.
"Forty degrees flaps affirmative," zei Kees. "Voorverwarming," en hij minderde het toerental tot bijna stationair.
"Gear down," zei Tom.
"Positive," zei Kees lachend, en op en neer zwevend zakte hij verder.
Zakkend naar tweeduizend voet stuurde Kees over de buitenwijk naar rechts om zo in het verlengde van de denkbeeldige glide path uit te komen. Daar lag de denkbeeldige landingsbaan. Hoogte vijfhonderd voet, driehonderd, honderd.
"Je mikt even verder dan de threshold," zei Kees, "dan kun je de snelheid regelen door iets vlakker of iets steiler te gaan want je moet landen met iets meer dan negenenvijftig mijl. Als bijna met z'n step het water raakt trek je de knuppel naar achteren en al vlug haal je de kist uit de lucht en dan landt ie vanzelf. Niet schrikken hoor. Omdat Anne zo rustig zit hoef je niet bevreesd te zijn." Tom zocht achter zich een knie van Anne, kneep daar niet in, maar streelde die zachtjes en warm. Het was duidelijk. Kees riep de hoogten af en zei na twintig voet: "Nu!" Tom gaf een klapje op Anne's knie, en aan weerszijden van de vliegboot vlogen met veel geraas twee watergordijnen omhoog. Onderin meteen weer gebonk en geklap, dat gaandeweg minder werd. Naast het huis deinde de rubberboot met de voltallige, zwaaiende grond-crew op de golven die waren veroorzaakt door de landing, en voer op de Watervogel af nadat het water een beetje tot rust was gekomen. Kees voer naar de luwte van de hangar, en toen hij een goeie plek had gevonden gooide Dick vanaf de boot twee ankers uit en maakte de lijnen aan de vleugeltippen vast, daarna een derde ankerlijn aan de staart. Kees deed de kap open en Brechtje riep enthousiast: "Ging goed hè!"
"In veel opzichten ging het mooier dan goed," riep Kees in de wind. "Ze ligt goed hè zo? Ik ga het je thuis allemaal rustig vertellen."
"We lagen hier niet de hele dag te wachten hoor," zei Brechtje, "we hebben nog wat gesleept in de hangar en in het motel, de hele dag geredderd, terwijl we jullie op de air band receiver volgden. Maar zoals je ziet is het water nog niets gezakt, dus ligt alles nog steeds stil wat dat betreft."
"Ik heb die vogel toch maar mooi geland is 't niet?" vroeg Tom.
"Dat kon Kees niet beter schat," zei Brechtje met een lachje.
"Zo blijf je leren," zei Kees luid. "Laten we thuis soep gaan eten!"
"Ik wou dat een gezellig etentje híer mogelijk was," zei Geertje, "maar dat zal nog wel een tijd duren."
"Kom, we varen meteen naar de Achterweg," zei Brechtje, "ik heb al soep klaar."
"Vond je het mooi?" vroeg Dick aan Tom. "De landing is wel spectaculair is het niet?"
"Het vliegen met zo'n vliegboot vind ik machtig mooi," zei Tom, "en de Watervogel is ook wel een heel bijzondere vogel. De landing is een ervaring die ik zou verwachten in Six Flags, dat was een heftige ervaring!"
"Had je wel eens eerder gevlogen op zo'n klein vliegtuig?"
"Op Zestienhoven, een paar keer, bij Van Overvest, op een Cessna. 150 en 172."
"Ja die kennen wij wel, de Van Overvest Senior was op Texel nog een van de laatste gevechtsvliegers in het begin van de tweede wereldoorlog, een legendarische man. Maar ga zitten, daar gaan we."
Brechtje stuurde de rubberboot met een fotogenieke hekgolf naar de Kanaaldijk en draaide bijdehand het Noord-Hollands Kanaal op in de richting van Schoorl met een snelheid die wat stoer was voor een andere stuurman dan een commando. Kees hield haar met zichtbaar genoegen in de gaten. Geertje knipoogde naar hem met een onmiskenbare moedertrots. Dick, die het allemaal had gezien, knikte met een glimlach.
Bij het aanleggen aan de steiger van de werf van Wildeboer vroeg Geert of ze soep kwamen eten, maar Brechtje zei dat ze daarvoor gelijk naar huis gingen omdat die daar al klaar stond. Geert zei dat hij erg benieuwd was hoe de vlucht was verlopen.
"Loop dan even mee," zei Brechtje.
"Je vader belde," zei Brechtje tegen Kees, "met een satelliettelefoon naar de onze, de jouwe, die jij was vergeten mee te nemen, om te zeggen dat ze niet nu zouden komen maar met een paar weken en dat hij nog zou bellen."
"Hoe komt het," vroeg Tom aan Geertje, "dat jullie beiden Geert heten? Zijn jullie familie?"
"In het dorp wordt verteld," zei Geertje, "dat ik een kind ben van Geert's vader, maar dat is gewoon een gebbetje, denk ik, want daar zouden mijn ouders op die manier toch nooit ruchtbaarheid aan willen geven. Nee, het is een stoere naam voor kinderen uit onze tijd, en dat zijn we ook, lijkt me." Ze lachte, dat was in ieder geval duidelijk. Allemaal lachend liepen ze om het verkeer niet te hinderen in ganzenpas over de Achterweg naar het huis van Kees en Brechtje, en de twee pronte, bewegelijke meiden half naast elkaar, voluit over de actualiteit pratend, Anne een paar maal vrolijk giechelend. Vanuit de verte kwam een snerpend tweetaktgeluid, gevolgd door twee glazen koepeltjes op wielen. Een gele en een blauwe Messerschmitt.
"Hier komen de broertjes Slik," zei Geert tegen Tom. "Dat zou een prachtverhaal kunnen zijn als het opgeschreven werd, als je er achter kon komen hoe het allemaal gelopen is. Niemand weet het, voor zover ik dat weet."
"Maar wat weet jij d'r dan van?" vroeg Tom.
|
- 87 - |
"Er woonden eens twee keuterboertjes in een huisje een end voorbij Kees," vertelde Geert. "Ik kende ze al vanaf dat ik heel jong was. Een beetje schuwe, iele vrijgezellen. Hier en daar brachten ze wel eens een kistje sla of een doosje aardbeien. Als je langs hun huisje kwam stonden daar die twee Kabinerollers, soms met het dak open, dan waren ze er mee bezig, dan hadden ze de Kabinen net gewassen of gepoetst. Opeens, ik denk een jaar of vijftien geleden, waren er twee jongens, tieners, ook heel schuw. Je zou zeggen dat je dan wel wat te weten zou komen, via school, of voetballen, en op de biljartclub, maar niks. Misschien heb je dat ook wel in de stad, dat er geheimen worden besproken in portieken en op verjaardagen, maar hier heb je echte ondoordringbare niet te doorbreken mysteries. Op biljartavonden circuleerden de wildste gissingen en fantasieën maar we zijn het fijne nooit aan de weet gekomen. De werkelijkheid kan soms zonderlinger zijn dan de verzinsels in een boek. En zonderlingen heb je overal, toch? Betrekkelijk snel achter elkaar waren die ouwe Sliks verdwenen, geruisloos dood en begraven, en hadden de jongens hun plaats ingenomen, hun zoons zoals ze genoemd werden, misschien wel echte. Het leven is soms veel fantastischer dan een boek. Neem Kees nou. Vroeger heb ik Kees de jongen gelezen en dat vond ik prachtig, zoals werd beschreven hoe hij het leven zag, dat was een belevenis. Die Kees vond ik al bijna een verzinsel, hoe die jongen die jongen liep te piekeren en te fantaseren. Maar later ontdekte ik dat er mensen in het echt leven die een boek zijn, die vergeleken met je eigen leven totaal helemaal ongeloofwaardig zijn."
"Tot voor kort, tot een week geleden, was ik industrieel ontwerper," zei Tom, "anderen maakten wat ik ontwierp, in de echte wereld zag je pas wat er van gemaakt werd. Sinds een paar dagen ben ik me er erg bewust van dat het leven zich aan je kan voordoen in verschillende lagen van bewustzijn."
Anne had een arm om Tom geslagen en stuurde hem door het hek, de innigheid zou niemand meer ontgaan.
"Hebben jullie tussen de middag gegeten?" vroeg Brechtje.
"Ja bij Land's End," zei Anne. "Heel eenvoudig, maar een kop soep heb ik wel erge trek in."
"En hoe was het verder Kees? Nog iets kunnen regelen?"
"Dat is een heel verhaal," zei Kees, "Via via kwam ik bij de zelfde man van Rijkswaterstaat waar ik al eerder zonder resultaat mee gepraat heb. En nu ben ik in het voordeel omdat ik het voordeel van een watervliegtuig heb en dat de geregelde piloot niet vliegt, en nu is het niet een harde discussie over geld geworden, maar de economie waarmee ik locaties kan fotograferen, dijken, wegen en kunstwerken. Ik heb een paar brochures meegenomen waar veel over de nieuwe technieken in dijkenbouw en waterkering in staat. Heel interessant. Qua onderwerpen en ook qua inkomsten."
"Laat eens kijken," zei Geert. "Misschien zou daar nog voor mij business in kunnen zitten."
"Dit is een totaal andere tak," zei Kees, "en jij hebt je ervaring en reputatie in de huizenbouw. Dit soort werk vereist andere mensen, andere machines, en ander geld. Voor jou barst het los in de civiele sector. Wat zul je je druk maken in een andere wereld."
"Ja, je hebt gelijk. Beter geen nieuw soort hoofdpijn. Slaap jij weer op de Strip vannacht Tom? Dat zou een hele geruststelling zijn."
"De wacht is zelfs uitgebreid," zei Brechtje, "ik vertel het maar even, voordat je het via de achterklap hoort. Anne slaapt er ook, bij Tom, die vormen nu een stel."
"Nòh!" zei Geert, "da's puur pittig nieuws! Leuk, en goed voor de veiligheid en zekerheid op de Strip. Da's prima zo! Heerlijke soep Geertje, dan ga ik nou d'rs op huis aan."
"Dan laat ik je de volgende keer wel die brochures zien," zei Kees.
"Oh, helemaal vergeten," zei Geert, "maar laat me ze toch maar even doorbladeren."
"Zo ken ik je weer Geert," zei Dick, "altijd slim geïnteresseerd."
Geert bladerde in een brochure van GeoDelft met de kust als onderwerp. En hij gaf zijn reacties terwijl hij de pagina's bekeek en bestudeerde.
"We gaan weer terug naar de kuil en de geulen die we vroeger groeven aan de dichterbij komende vloedlijn, maar dat met die zandworsten hebben wij toen niet over gedacht. Wat ik heel boeiend vind is die techniek met biocement-stabilisatie. Je kan van alles bedenken bij de bouw van huis, maar dit is mega, met steeds in je achterhoofd de veiligheid van het hele land. Dit is inderdaad te groot voor mij, voor mijn gevoel gaat mijn ambitie niet verder dan actieradius van zeg maar vijfentwintig kilometer, want ik wil met m'n eigen vertrouwde vakmensen werken. Ik wil mooie panden neerzetten in Alkmaar, en aparte villa's in de polder. Maar ik zou graag eens die mensen van Rijkswaterstaat willen ontmoeten, want de kustbescherming gebeurt hier om de hoek en ik ben een aannemer van bouwwerken. Wat ga jij voor ze doen?"
"Hier is een lange lijst van dijken en kunstwerken die ik ga fotograferen," zei Kees. "Ik zal je laten zien wat en hoe ik dat al een eerder gedaan heb, maar die foto's liggen op de strip, op m'n kantoor op de Strip. Van die foto's maken ze GIS-kaarten, en de infrarood-foto's gaan ze bestuderen op waterkeringkundige merites. Daar hebben we het later over als ik je meer kan laten zien."
"Dat was dus een goeie vlucht zo te horen," zei Geert. "Ik ben erg benieuwd hoe het verder gaat, maar nu ga ik toch echt. Wat een geluk, dat ik naar mijn eigen droge huis kan lopen en in een droog bed kan slapen, van dat geluk ben ik me steeds erg bewust. Om het gezellig te houden zeur ik verder niet over m'n business. Voorlopig kan ik het uitzingen."
|
- 88 - |
"Geert is wel een kei," zei Geertje. "Van veel mensen kun je nu in deze benarde tijden hun sterke kanten zien."
"Zijn huis staat niet onder water en z'n familie is niet verdronken," zei Dick, "dan kun je toch wel even zingen dunkt me."
"Sterke morele en asociale kanten," zei Brechtje, "waanzinnige, hysterische en lieve levenreddende kanten. Het kan bij veel mensen alle kanten op." Er viel een stilte. Boven de kam van de duinen achter de tuin vloog een helicopter naar het Noorden.
"Stom," zei Kees, "dat ik de airband receiver niet heb aanstaan, zodat je kunt horen wat ze aan het doen zijn.
"De vraag is voor welke rol we kiezen," zei Anne. "Daar denk ik steeds vaker aan."
"Ik geloof dat iedereen een persoonlijke eigen gave heeft en ook eigen beperkingen," zei Kees, "via de genen geërfd zonder dat we daar zelf iets aan kunnen doen, maar ons gedrag zal uiteindelijk worden ingegeven door onze typisch eigen persoonlijke kijk op het leven, zoals we het leven hebben gezien en ervaren, vooral door de plaatjes waar we ons aangetrokken voelen, films, emotionele beelden waarin we ons thuis voelen. Je hoort wel eens iemand zeggen die ie het anders ziet, nou dat geeft het ook heel goed weer, dat het er om gaat hoe iemand iets ziet, waar ie naar kijkt, hoe het wordt ervaren en gescreend en beoordeeld op persoonlijke betekenis."
"Waar je naar kijkt," zei Anne, "en hoe je daar naar kijkt, verklaart dan je gedrag?"
"Zo heb ik het altijd gezien. Zo zie ik dat maar er zijn miljarden andere visies."
"Het is heel zonderling hoe we hier nu zitten te praten," zei Dick, "terwijl Koedijk is leeg gelopen en vol met water, terwijl er in Alkmaar niemand meer is. Dit heeft een veel ingrijpender uitwerking dan de oorlog heeft gehad. Ik geloof dat de regering en de departementen er geen gat in zien. Zat er maar ergens een stop die je er uit kon trekken. De vraag die ik me steeds stel is wat we voor ons zelf kunnen doen en wat voor de gemeenschap. Geert zal straks twintig jaar keihard kunnen werken aan het bouwkundig herstel hier in de buurt en Alkmaar. We zouden de geëvacueerde mensen achterna kunnen gaan om die in geneeskundige of maatschappelijke zorg bij te staan, maar eerst moet het water weg. Als ik terug denk aan New Orleans maken wij het herstel niet meer mee. En dit is ook heel wat anders dan de steden aan de rivieren in de Oostbloklanden. Je kunt wel een visie hebben of een mening, maar als je geen verantwoordelijke, daadkrachtige bestuurder bent zou je er beter aan doen om met het piekeren daarover op te houden en je concentreren op wat je voor je zelf kunt doen. Waar het nu gebeurt is in het Oosten van het land. Alkmaar kun je nu alleen naar toe voor de archeologie."
"Voor een boerenschoonvader," zei Kees, "ben je bij nader inzien toch wel een wijze man."
"Boeren kijken altijd naar de lucht," zei Dick, "dat is voor stadsmensen zoiets als koffiedik. Morgen schijnt de zon weer."
"De lucht speelt wel een grote rol in het leven van een boer, is het niet?" zei Tom.
"Voor een boer die iets op z'n land verbouwt is het weer van groter belang dan voor een veeboer als ik was. Maar de lucht zat altijd wel in m'n hoofd, en de wind vanzelf."
"Je staat nu midden in het leven door de vliegerij," zei Tom, "heb je een idee hoe het zou zijn geweest wanneer je die niet in je leven was gekomen?"
"Ja, als. Als ik een veeboer was geweest met weinig interessen. Dan had ik niets meer dan herinneringen. Dan zat ik achter het huis te denken aan hoe ik vroeger als jongen dacht hoe ik het later zou doen met m'n beesten en m'n land, dan was ik misschien kinderlijk geworden, of kinds. Het stomme is dat je jezelf geen andere interessen kunt aanpraten, die heb je, of heb je niet. Maar gelukkig had ik die, en gelukkig ben ik altijd al ondernemend geweest. Maar als Kees niet met Brechtje iets had gekregen en als hij niet met het business plan was gekomen voor de vliegschool; ja als. Als al die mensen die hun huis hebben verloren, en hun baan kwijt zijn; ik heb geen idee waar zij naar zouden kunnen uitkijken. Niet alleen boeren hoor, maar iedereen. Ik kan voor hun niets bedenken. Voor mij persoonlijk wordt het geluk niet bepaald door wat ik materieel heb bereikt, maar voor velen ligt dat heel anders, dat heb ik wel begrepen uit de gespreken met de mensen die bij ons hun paarden stalden. Die hebben nooit naar de lucht gekeken of de zon in het water zien schijnen, denk ik. Maar al met al heb ik wel veel geluk gehad in het leven, met Geertje, met Brechtje, en met Kees nu. Wat mij is blijven verwonderen is dat iedereen het leven anders ervaart. Als ik naar de lucht kijk dan dan ben ik mij er soms bewust van dat iedereen iets anders ziet in die wolken of in het gat in het wolkendek. En dan al die mensen die alles zijn verloren en er helemaal geen gat meer in zien!"
"Waar zie jij dan wàt in," vroeg Tom, "als ik zo vrij mag zijn? Waar geloof je in, Dick?"
"Ik geloof alleen in de verbeelding, in een persoonlijke fantasie, die ik gelukkig vaak kan delen, met Geertje, en met Brechtje en met Kees, een atmosfeer die alles inhoudt waarbij ik me thuis voel. De rest is politiek."
"Toen rond tweeduizend de economie implodeerde," zei Kees, "toen had een kennis van mijn vader, de fotograaf Joost Guntenaar, de oplossing voor het opdrogen van zijn omzet gevonden. Hij ging uitvaarten fotograferen. Dat deed hij op een professionele, gevoelvolle manier. Na de uitvaart, een begrafenis of een crematie, kregen de mensen een mooi uitgevoerd boek, een fantastische herinnering aan de laatste uren en soms de laatste dagen van de overledene. Niemand had dat eerder gedaan. Hij had er zo'n succes mee dat hij ook gevraagd werd voor trouwtjes, maar dat deed hij niet. Veel mensen zullen net zo als Joost iets totaal nieuws moeten zoeken. Eigenlijk begint er noodgedwongen voor velen een geheel nieuw leven."
"Wil je op je tenen dansend," vroeg Anne, "of op platvoeten door het leven?"
|
- 89 - |
"Dansend of op platvoeten door het leven," zei Kees, "dat is een héél mooie, vooral heel toepasselijke metafoor! Waar zoek je naar in het leven? Hoe en wat wil je bereiken in het leven? Wil je ontdekken hoe het leven in z'n werk gaat of heb je dat wel een beetje in de gaten en zoek je troost? Je doel of meerdere doelen, dan kom ik weer op de mindmap. Die hoef je niet persé te tekenen, maar je zou hem wel in een misschien wat abstracte vorm in je hoofd in kaart moeten brengen, dan komt ie ook in je hart, dan wordt de mindmap een beetje de kaart voor je automatische piloot. Wil je vooruit kijken een uur, een dag, een week of vijf jaar? Sta je open voor alle impulsen en gedachten of visies van anderen of wil je onaantastbaar door het leven gaan. Mijn vader vertelde eens dat hij een jonkheer kende met wie hij over het leven had gepraat. Die jonkheer zei hem ongegeneerd dat hij onaantastbaar wilde worden. Misschien is dat ook wel het geheim van jonkheren. Hij praatte wat geaffecteerd, en hij zag er uit als een jonkheer, en eigenlijk was hij ook wel een echt edelman. Zijn dubbele naam ben ik even kwijt. Voor mij was hij een wonderlijke ontdekking, want door hem en zijn uitspraken realiseerde ik me dat je in dit leven, dat je deelt met anderen, die anderen dat leven kunnen ervaren in een heel andere dimensie, alles anders zien dan jezelf."
"Maar waar zoek jij zelf dan naar in het leven Kees?" vroeg Tom.
"Mijn grote liefde heb ik al gevonden, of zeg maar liefdes, want door m'n interesses heb ik ook het leven gevonden. Van jongs af ben ik verkenner, dat woord schiet me nu voor het eerst te binnen, terwijl ik dat mijn leven lang al ben."
"Door Kees is voor mij het leven heel levendig geworden," zei Brechtje, "want zonder hem zou ik een heel saai leven gehad hebben." Er vloog een Chinook over.
"Ik heb de indruk," zei Dick, "dat ze heen en weer vliegen voor de public relations, om de slachtoffers op de daken de indruk te geven dat hun redding nabij is. Vanaf het moment dat Kees die vloedgolf overkwam is het mis gegaan met Nederland, daarna is het inderdaad geen ogenblik meer saai geweest. Maar laten we eens kijken of het ons lukt om over onze situatie op z'n Noord-Hollands te denken. Anne wil jij notities maken? Wie zei er daarnet dat boeren altijd naar de lucht kijken?"
"Dat heb je zèlf gezegd, vader!" zei Brechtje. "Je kijkt wel naar de lucht maar je scant die vooral op ultralights."
"Van nu af aan zullen we het gesprek serieus houden," zei Dick. "De gebeurtenissen zijn zó ongelofelijk en zó ontstellend onwerkelijk dat wij ons voortdurend afvragen hoe het in godesnaam mogelijk is dat het allemaal is gebeurd. In de vage hoop dat de volgende dag het water weg is darren we naar de volgende dag, niet wetend wat we kunnen verwachten. Het is net zo als na de tsunami's in Azië, en de overstroming in New Orleans, dat de slachtoffers eindeloos hebben gewacht op hun redding, op daken van huizen en in hoge bomen, en velen te lang en tevergeefs, met de dood voor ogen, aan het eind van hun krachten. In Venezuela, in Guatemala, in Mexico, overal waar overstromingen zijn geweest kwam de hulp te laat of was onvoldoende. Als je naar de politie in Bergen zou gaan, zou je te horen krijgen dat zij je niet kunnen helpen. De bevolking in de grote steden is naar steden in het Oosten geëvacueerd, hier in het Westen is niemand meer, op patrouillerende politie na. Overal helpt en redt het leger. De overheid coördineert alle hulpacties. Ik geloof, Anne, dat als je beslist iets wilt doen je hier in de buurt oudere mensen kunt helpen. Uit wat er in de nieuwsuitzendingen wordt medegedeeld kunnen we niet opmaken wat de planning is voor welke gebieden. Eerst moeten de dijken dicht, en ik neem aan dat daar hard aan gewerkt wordt, daarna kan er pas worden gemalen. De rampscenario's die al jaren geleden waren uitgekiend, daar horen wij niets meer over. De vraag is wat wij kunnen doen tot we iets kunnen doen."
"In de gesprekken met Kees," zei Tom, "ben ik gaan geloven dat je als het even kan moet vasthouden aan een droom die alles of veel voor je betekent. En ik geloof dat ik een heel end in die droom van jullie kan meegaan, de droom van de vliegschool en het motel en alles er omheen, zoals de rondvluchten met de Watervogel, ik geloof dat ik ook ben gaan lijden aan een rondvliegend virus. Intussen heb ik me gesettled in mijn kamer en vind ik het een fantastisch idee om jullie gast, kraakwacht en trainee te zijn. Verder ben ik bang dat het wachten is op het terug vallend water. Misschien kun je hier in de gemeente toch meer te weten komen over wat de verwachtingen zijn."
"Als jullie in mijn droom mee kunnen gaan," zei Anne, "dan trek ik bij Kees in als halve kraakwacht, en dan ga ik bij de Westerkim of anders bij de politie vragen of zij daar weten wat ik achterbleven bejaarden kan doen, terwijl Kees voor z'n brevet gaat studeren. Of praat ik nu m'n mond voorbij."
"Nou dat is nou een positief geluid!" zei Geertje, "maar het is goed dat je bevestigt wat we al zagen."
"Er gebeurt steeds iets nieuws," zei Brechtje, "maar saai is het zeker niet. Alles ligt stil, financieel is het voor bijna iedereen een rampspoed, maar Kees heeft als een wonder werk genoeg om het Watervogel-bedrijf boven water te houden. Ik had al willen voorstellen om hem in Engeland te koop aan te bieden, want wat zou de bank er mee zou kunnen. Verder kunnen we niet anders dan vooruitlopen en voorbereiden en dingen doen die je moet laten liggen als je het daarvoor te druk hebt. Ik zou wel met Anne mee willen naar de Westerkim, dat is iets wat we niet kunnen uitstellen."
|
- 90 - |
Kees, die een tijdje de kamer was uitgeweest, kwam binnen met een stapeltje fotoboeken, waarvan hij het bovenste opensloeg en dat doorbladerend aan de anderen liet zien.
"Dit was uitgegeven," zei hij, "bij de tentoonstelling in het FOAM die ik heb gezien in het voorjaar, van tweeduizendzes, wereldberoemde foto's van de Farm Security Administration, het administratiekantoor van waar uit de arme Amerikaanse boeren uit de dertiger jaren werden bestuurd, geloof ik. Veel van de mensen die in dit boek staan hebben niet geweten dat zij onderwerp van een public relations programma waren. De Farm Security Administratie, dat vertelde ik al, was eigenlijk een organisatiebureau voor interne volksverhuizingen, dat fondsen probeerde te krijgen voor een gigantische volksverhuizing. Er kwam veel sympathieke aandacht voor de problemen van deze enorme bevolkingsgroep, maar van een verhuizing is het niet gekomen omdat de oorlog uitbrak die alle aandacht, energie en geld vroeg.
"Heeft iedereen al trek in de avondsalade die onze gastvrije Brecht heeft klaargetoverd?" vroeg Geertje.
Toen zij hongerige reacties kreeg ging ze meteen naar de keuken. Daar vandaan vroeg ze op nog net te volgen toon: "Waarom praten we helemaal niet over kennissen en bekenden omdat wij zoveel ouder zijn en jullie van de moderne generatie?"
"We denken er even over na," riep Kees, "tot zó aan tafel!" Over de Achterweg reden met veel gebulder en backfire onmiskenbaar twee Harley's langs.
"De broertjes Slik?" vroeg Tom.
"Dit zijn Jan en Willem," zei Kees, "de Slikken zijn niet verder gekomen dan hun Messerschmitts. Jan had al lang voor de ramp flink wat benzine gehamsterd voor deze uitjes. Ze mogen wel oppassen met die boerenjongens. Misschien had hij die benzine wel opgeslagen met het oog op de ontwikkelingen aan het oliefront, hij volgde dat allemaal tot op de barrel. Ze doen geen kwaad, maar de boerenknechten in de buurt zijn een beetje afgunstig." Geertje kwam binnen met een grote schaal en een stapel borden. Brechtje haalde bestek een placemats, 'outplacemats' van een outplacementbureau.
"Uit het oog uit het hart?" vroeg ze, iedereen aankijkend en als laatste Kees.
"Nog even over de Farm Security," zei Kees. "Ik herinner me net hoe het zat. Na de oorlog wist niemand meer hoe het echt zat, omdat alle aandacht ging naar de oorlog. Juist veel boerenknechten uit de dust bowl vochten aan het front. Oorspronkelijk heette de FSA de Federal Resettlement Administration, onder de nieuwe naam werd er 8 jaar gewerkt aan het vastleggen van de verwoestingen van de droogte. In die foto's heb ik vooral gezien dat desperate mensen er toen en daar anders uit zagen dan de mensen die we hier in Nederland op de foto's zullen zien, meer waardigheid. Misschien kwam dat omdat de mensen minder te verliezen hadden. Nu besef ik me dat ik daar veel meer over had moeten lezen, want er zullen ongetwijfeld parallellen zijn, tussen de killing droogte en de overstroming. Maar de tijden waren anders, en de mensen waren anders, een volk dat niet te vergelijke is met het Nederlandse, ik geloof dat alles essentiëler was. Zoals de mensen in Bangladesh anders zijn dan die in Libanon, of Israël. Ik ben het met Brechtje eens dat we in deze moeilijke tijden gewoon de Watervogel zouden kunnen verkopen, in Engeland bijvoorbeeld. We hebben wel geluk gehad. De foto's die ik ga maken van het rampgebied zie ik ook een beetje als de foto's die de schrijver De Saint-Exupéry maakte toen hij in de oorlog reconnaissance vluchten boven bezet Frankrijk maakte."
|
- 91 - |
"Hoe staat het met onze voedselvoorziening Brecht?" vroeg Anne, "en onze overlevingskansen?"
"De bakker heeft een flinke partij meel kunnen overnemen," zei Brechtje, "van een bakker uit Schagen die onder water staat. Slik komt straks weer aardbeien, sperziebonen, komkommers en sla brengen. De supermarkt was al snel praktisch leeg en er is geen nieuwe aanvoer. Ik heb een adres in Callantsoog, een particulier adres, daar zou ik misschien met de Méhari naar toe kunnen, anders moet Kees maar boodschappen doen in Engeland." Weer het gebulder van twee zware motorfietsen achterelkaar over de Achterweg in de andere richting.
"Daar gaan Long John en Big Bill weer," zei Dick, "misschien weten zij adressen. Maar laten we wat taken bedenken en verdelen, anders blijven we door elkaar praten."
"Ik stel voor om eerst weer eens naar de placemats te kijken," zei Brechtje, "en dan hier boven de tafel een brainstorm te ontketenen. Niemand heeft er trouwens iets van gezegd, maar de storm is gaan liggen. Even een toelichting voor Tom. Deze placemats zijn een onderdeel van een soort spel, die eigenlijk een leergang is. Het is uitgebracht door een outplacementbureau, en met behulp hiermee kunnen mensen die een nieuwe baan zoeken kijken waar ze staan en uitzoeken waar ze naar toe willen en kunnen. Van oorsprong is het een checklist, een lijst van memento's die je op ideeën brengen en inzicht geven. Je zoekt dan wel geen nieuwe baan, maar het kan je er toe brengen om gericht na te denken en te zoeken naar een volgende positie of doel in je leven."
"Ik ben nu al helemaal hier aanbeland," zei Tom, "in een heel ander leven, in een totaal andere omgeving, ver van huis, moet ik nog verder?"
"Mag ik dan zo vrij zijn," zei Anne, "zou ik zeggen dat je op basis van deze kaarten je verdere levensweg kunt verkennen en uitstippelen om dat aan te vullen en mogelijk te corrigeren?"
"Ja, alsjeblieft, jij zult dit spel wel meer hebben gespeeld."
"Je hebt geen huis meer, je hebt je omgeving verlaten op zoek naar een nieuwe, en je bent al praktisch waar je wezen wilde, met nieuwe vrienden en een liefje dat gek op je is."
"Oh," zei Tom, "ik schoot terug in het verleden, hoewel ik niet weet waar naar toe, want er is niks meer."
"Het is ook nog allemaal erg nieuw. Maar laten we eens kijken. Laten we eerst de placemats tegen elkaar aanleggen." Anne pakte de borden en het bestek bij elkaar en Brechtje bracht ze naar de keuken. Anne schoof twee bij twee de placemats tegen elkaar zodat ze één landkaart vormden, de outplacement wereld.
"Ik heb gewerkt," zei Anne, "bij het bureau dat deze kaart aan z'n relaties heeft gegeven en waar het ook zelf mee werkte, om op een inspirerende manier uitgerangeerde mensen een nieuw richtinggevoel te geven. Linksboven in de hoek ontspringt de levensrivier, het Verleden . Dat hele gebied is je jeugd, die periode, jet ouderlijk huis, het gezin, je schooltijd. Dromen en bedrog, plannen en tegenvallers. Linksonder is de kaart van het Heden . Samen met Kees ben je als het ware van het verleden in het heden gelopen. Daar vraag je je af waar je nu staat, wat nu je mogelijkheden zijn, en ook of je over je huidige situatie wel tevreden bent en of je daar wat aan zou moeten doen. Je kunt in het heden blijven, maar je kunt als je niet tevreden bent rondkijken en bedenken waar je hierna naar toe willen, wat je wil bereiken aan nieuwe doelen. Rechtsonder komt een gebied van Oriëntatie , rondkijken in de wereld van opportunities, nieuwe inzichten, impulsen, contacten, nieuwe liefdes, scheidingen, het los laten van blokken aan je benen, het lichten van ankers, draden doorknippen ook, plannen maken, voorbereidingen. Rechtsboven is de landkaart van de Toekomst , zoals je die al in de fase van oriëntatie voor ogen had. Het heden kan een nachtmerrie voor je zijn en de toekomst een droom waaraan je werkt om die te laten uitkomen."
"Wie wil er heden nog koffie?" vroeg Geertje.
"Het is een spel van metaforen," zei Kees. "Door de kaart word je geleid en gestimuleerd in het maken van gedachtesprongen waar je uit jezelf niet aan gedacht had. Het is geen orakel, maar het heeft wel een magisch effect op je inspiratie. We hebben van deze kaarten ook kaarten waar geen namen op staan, die je zelf kunt invullen, en deze kaarten kun je gebruiken om af te kijken, om op gedachten te komen. De blanco kaarten kun je invullen met een afwasbare fineliner, en net zo lang op broeien tot je klaar bent."
"Dan stel ik voor dat we straks," zei Tom, "de hele doos mee nemen naar ons motel en daar ons huiswerk gaan doen. Het lijkt me een waardevolle exercitie en ik heb het geluk dat ik mijn verdere levensweg op deze kaarten samen met Anne als coach kan uitstippelen, dat is voor ons beiden een spannend avontuur. Maar laten we dan wel algemene plannen maken op een korte en langere termijn, plannen die in m'n achterhoofd zitten, en waar dit gezelschap op kan reageren met kritische opmerkingen en suggesties, of met bijval, mag ook."
"Per direct stel ik een tweede koffie voor," zei Geertje, "met een heerlijk boterkoekje van bakker Bakker."
"Heerlijk idee," zei Kees. "Ga ik in mee. Verder moeten we een agenda maken, een to-do list. Ik schrijf het meteen op. 1. Checken wat Anne en Kees nodig hebben om zich te installeren op hun kamer in het motel. 2. Boeken brevet A. voor Tom. 3. In Bergen vragen hoe de stand van zaken is met de dijken en het droogmalen. Dick? (Ja, dat zal ík doen, morgen op de fiets.) 4. Dick: dan ook een gesprek met de assurantiemakelaar. 5. Dick: dan ook bij de politie vragen hoe de toestand van de wegen is. 6. Kees: in Den Helder definitieve lijst van de te fotograferen objecten vragen. 7. Brechtje: voorraadlijst maken van de inhoud van de provisiekast. 8. Nieuwe software downloaden van de gecorrigeerde kaarten van de TomTom."
"Zie ik daar een straaltje zon?" vroeg Geertje. "Ja, en een stukje blauw!"
"Ik zal dit nu meteen uittikken en uitdraaien," zei Kees, "dan kunnen Anne en Tom een exemplaar meenemen en corrigeren en aanvullen met vragen."
|
- 92 - |
Even over tienen, om het niet te laat te maken, lang voordat het donker zou worden, zagen Anne en Tom op weg naar het motel, omkijkend in de richting van de kust, dat boven de duinen de lucht verder was opengebroken. De wind was verder afgenomen, en de koppen op het water waren minder heftig. De temperatuur was volgens Anne zelfs aangenaam geworden.
"Dat belooft nog een mooie werkvakantie te worden," zei Tom. "Steeds probeer ik me de sfeer en de stemming voor te stellen van Indonesië na de tsunami, Zeeland na de watersnood, Venezuela naar de modderstromen, hoe men leeft na zo'n ramp, hoe de mensen in het leven staan, hun gevoel daarover, hun hoop, troost en teleurstelling en verbittering."
"Je lijkt Kees wel, met je snelle gedetailleerd manier van praten. Het lijkt ook wel een goed seizoen voor sick jokes te worden."
"Misschien is dat het wel waardoor het klikt."
"En waardoor klikt het volgens jou tussen ons?" vroeg Anne lief kijkend maar met ernst in haar stem.
"Jij bent een persoonlijk antwoord op mijn vragenlijstje, als ik het antwoord simpel mag houden, of wil je meer horen? Zal ik een landkaart van je maken?"
Uit de verte zagen ze dat er bij het motel een roeiboot met aanhangmotor wegvoer van de plek waar zij even later zouden hebben aangelegd. Zeggende dat dit de reden was waarom hij daar overnachtte, en dat hij als voorbeeld voor de omgeving een daad wilde stellen, nam Tom het stuurwiel van Anne over en gaf volgas en haalde snel de roeiboot in. Er was voor de twee jongens geen ontkomen aan en ze hielden in. Tom nam gas terug en de boot dook voorover, zette 'n even in z'n achteruit en lag stil naast de roeiboot.
"Wat deden jullie daar op verboden terrein?" vroeg hij aan de jonge gasten.
"We waren nieuwsgierig," zei de langste.
"Nu weet je dat het niet verlaten is," zei Tom kalm. "Dit is privé-terrein, en het wordt bewoond en bewaakt. Als ik je hier nog eens zie zul je zwemmend naar huis moeten zien te komen."
"Oké," zei de langste en kennelijk oudste jongen, nadat de onnozele brutaliteit waarmee hij Tom eerst had aangekeken uit z'n gezicht was verdwenen.
"Ga er maar van uit dat ik niet alleen waterpistool heb," zei Tom. "Goeienavond verder." Anne kende de jongens wel, zei ze, en ook dat het goed was dat hij zo was opgetreden. Niets zeggend dropen zij timide af. Tom spurtte snel naar de trap, rende naar boven en keek naar de kozijnen en ramen op de hele galerij en ging de hoek om naar de kant die haaks op de voorkant stond. Even was hij uit beeld en kwam weer naar beneden, roepend dat hij geen sporen van braak had gezien.
"Als bleek dat er wel ingebroken was," zei hij, "dan was ik snel nog even achter ze aangegaan, om te zien of ze spullen hadden meegenomen. Ze zullen wel niet meer terug komen, neem ik aan. Daarvoor waren het niet voldoende door de wol geverfde diehards. Laten we nog even om het pand heen varen en langs de hele benedengalerij en boven om de hoek kijken en dan naar de hangar. De wrakken zouden ook nog gesloopt kunnen worden. Ik ben wel nieuwsgierig, maar het is ook onze functie om actief een oogje in het zeil te houden, en indien nodig assertief, immers."
"Kees had geen betere conciërge kunnen vinden!" Ze voeren langzaam langs de rand van het veld, eerst langs de Watervogel die ongemoeid was gebleven, en verder, waakzaam checkend of het prikkeldraad over de hele lengte intact was, daarbij krabbelde Anne over Tom's rug, prikkeldraad spelend.
"Vroeger vormden de sloten een natuurlijke afscheiding, veertien dagen geleden nog," zei Anne. "Het prikkeldraad was toen niet zo menens. Toch gek, je kunt ons conciërge noemen, maar we zijn eigenlijk meer bewakers. Moeten we niet een waterpistool hebben? Zo'n enorm plastic apparaat uit de speelgoedwinkel, met een grote cilinder bovenop voor het water, kunnen we effectief het territorium bewaken. Speelde jij vroeger buiten, en wat voor spelletjes? Ik wil alles weten."
"Wacht maar tot we het spel met de Outplacemats spelen."
"Vanavond meteen al?" zei Anne tussen de zoenen door. "Ik wil eerst met jou spelen, persoonlijk en intiem, maar je mag kiezen." Terwijl hij haar intens en happy aankeek gaf hij gas, waarbij de boeg uit het water kwam en schoot met z'n tong naar binnen, en maakte een scherpe bocht naar rechts, naar de trap die naar hun kamer leidde.
"Als ik gas terug neem," zei Tom, nadat hij met een klik zijn tong weer had terug gezogen, "voel ik dat als een anticlimax. Maar wàt een dag!"
|
- 93 - |
"Ah, een tv-studio!" riep Tom uit. "James Bond was here!" Boven een lange smalle tafel langs de kant hingen als schilderijtjes in drie rijen van drie boven elkaar negen tv-monitoren, met beelden van de het motel, het woonhuis en de hangar, binnen en buiten.
"Dit tableau hing op kantoor beneden," zei Anne. "Ze hebben ze op tijd in het begin van de overstroming weggehaald en ik neem aan dat Geert die vanochtend hier heeft geïnstalleerd. Wonderlijk dat niemand daar iets van heeft gezegd. We moeten er wel even naar kijken of hier geen camera staat waarmee ze ons in Groet kunnen zien. Home entertainment."
Ze trok haar jack uit en haar sneakers en liet haar broek zakken, en zocht intussen de kamer rond naar een camera.
"De camera die onder de monitoren zit is voor de onderlinge communicatie," zei ze, "met de hangar, het woonhuis hier en ook het huis in Groet, maar die moet speciaal aangezet worden, die staat nu uit, want het rooie lampje brandt niet. De stroom komt van de windmolen, het systeem zal dus wel werken."
Hierna liep ze naar het bed en met een zwaai wierp ze het laatste kledingstuk uit.
"Of bezorg ik je overlast," vroeg ze olijk, "of kun je mijn schaamteloosheid appreciëren als intieme vertrouwdheid?"
"Overlast, zo had ik nog niet over ons innige relatie gedacht. Je vraagt het bijwijze van multiple choice, maar als je vragen hebt over hoe ik die relatie ervaar, kan ik je zeggen dat ik je beeldige manifestatie heel vanzelfsprekend en heerlijk vind. Overlast zei je? Je bent verrassend en een overweldigende spirituele jacuzzi."
Tom hing een petje over de lens van de camera, kleedde zich snel uit, en trok Anne mee in een gecontroleerde val op het bed.
"In de landkaarten Heden en Oriëntatie," zei Tom na een lange zoen, " vloeien onze levenslopen samen in de toekomst, waarna we de reis verder maken naar onze gezamenlijke Toekomst."
"Dat voel ik ook, een onmiskenbaar heel warm gevoel."
"Daar heb ik heel geen last van."
Na een tijdloze trip, waarop zij gevoelens en ervaringen en dromen deelden, kwamen zij weer boven water in hun dubbele motelkamer in Koedijk, op een weiland onder water, ten Noorden van Alkmaar. Op de monitoren was het donker en stil, het woonhuis dat tot aan de ramen in het water stond, zonder tuin, zonder tuinpad, de witte hangar temidden van vleugels en staarten van gedeeltelijk in het water verdwenen vliegtuigwrakken, de daartussen drijvende Watervogel, het interieur van de hangar, de galerij onder de kamer waar Anne en Tom, in het Westen, voorbij het Noord-Hollands Kanaal, het silhouet van de duinen waar zij met de armen om elkaar geslagen naar keken, de herinneringen van Anne en de toekomst van beiden.
"Wat een rijk leven had ik hier," zei Anne, "met Brechtje op onze paarden door de duinen. De gezelligheid bij de familie, waar ik altijd welkom was. De grote veranderingen in de familie, eerst de koeien weg, toen de paarden, alles met een optimistische, fantastische spirit."
Eerder dan ze verwachten zagen ze zonlicht in het Noordoosten, dat het uitzicht over het water tot aan de duinen volgens Anne een buitenlands tintje gaf. Alsof pootje badend liep ze naar de tafel, pakte de landkaarten en legde die naast het bed op de grond. Ze sleepte Tom naar de rand zodat hij de kaarten goed kon zien en ging naast hem liggen, arm om hem heen.
"Geografisch," zei Tom, "spreekt het landschap enorm tot mijn verbeelding," en hij liet daarbij zijn rechterhand over haar rug glijden, "en alles is zo makkelijk binnen bereik, en geheime plekken waar van het leven genoten kan worden, vergezichten op verstilde gelukzaligheid. Zullen we die namen opschrijven? Of kunnen we die beter geheim houden?"
Anne strekte haar rechter arm uit en kon met haar wijsvinger met moeite de kaart van Oriëntatie bereiken en wees op een punt op de kaart en zei "Hier!"
"Dat lijkt me een goeie plek," zei Tom.
"Hier bouwen de een klein vliegveld, De Strip genaamd."
"Dat onthouden we en zetten we op de blanco kaart. Een goeie start."
|
- 94 - |
Op het moment dat Anne en Tom De Strip op de kaart zetten stonden Kees en Brechtje op het dak van hun huis en keken in de richting van hun vliegveld.
"Zo wonderlijk en snel als dat gegaan is tussen Anne en Tom," zei Anne. "En heel vanzelfsprekend."
Over de duinkam kwamen twee meeuwen naar beneden en landden net over de scheiding met de ongeciviliseerde duinen en scharrelden daar wat rond totdat ze als op een signaal weer opstegen, in een bocht stijl omhoog klommen en langs de plek waar Kees en Brechtje stonden in de richting van het kerkje wegvlogen. Kees streelde Brechtje en zoende haar.
"Zo wonderlijk gaat het soms met die Noord-Hollandse meisjes," zei Kees. "Anne heeft Tom scherper op de kaart staan dan hijzelf ooit zal begrijpen, en ze weet meer van hem dan ik. Die intuïtie van haar is een combinatie van radar, infrarood, een nachtkijker en veel meer, net zoals jij die uitrusting hebt."
Dick kwam fluitend boven.
"Ik hoorde vogels op het dak," zei hij. "Ik hoop dat ik niet stoor. Komen jullie beneden? Mams heeft alles klaar staan voor een heerlijk bed & breakfast ontbijt."
"Je gaat toch niet zeggen," zei Kees, "dat ze ook pain de luxe broodjes heeft?"
"Die Amsterdammers zijn toch zó'n verwend volkje!"
"Maar die zitten nu toch ook in het water," zei Brechtje. "Anne zou zelf het ontbijt maken, dan hoeven ze niet zo vroeg al hierheen te vliegen. Opeens had ik het idee om de buitentrap van het motel door te trekken naar het dak en daarop een terras te maken. Wat vinden jullie daarvan?"
"En dan een penthouse op het dak als panoramabar," zei Dick. "Ja heel goed!"
"Dan mag jij je horecadiploma halen Brecht," zei Kees. "Uniek om van daar naar het starten en landen te kijken. Zal ik met je meegaan, Dick?"
"Nee, het lijkt me beter om ons daar niet als een commissie te presenteren, maar om met die mannen een gemoedelijk gesprekje te hebben. Wel stilletjes zo met z'n vieren is het niet?"
"Het was poepgezellig," zei Brechtje. "En later, als alles weer droog en hersteld is, dan is het weer net zo, op De Strip, op het terras op het dak."
"Wat vind jij van ons verliefde stel Kees, als combinatie?" vroeg Geertje.
"Ben je bezorgd om Anne? Ben je net gewend aan een Amsterdammer moet je nu wennen aan een Rotterdammer. Rotterdammers zijn doeners zonder flauwekul, maar Tom gaat emotioneel diep genoeg om Anne plezier mee te laten beleven. Hij heeft een goeie kijk op heel veel en hij is geen hartenbreker. Hij is een aanpakker, maar ook een levensgenieter, dat is nogal positief en plezierig al met al."
"En een hele geruststelling al met al," zei Geertje. "Het zou me erg aan het hart gaan als dit op een vluchtig avontuurtje zou uitdraaien. Het is een wonderlijke vent, heel strict en straight en toch ook een charmeur. En ik vraag me af, en dat bedoel ik heel niet naar, wat zij nou precies in hem ziet."
"Die combinatie misschien. Tom is z'n huis kwijt en z'n vriendin, die zonder afscheid naar Engeland is gevlucht en niets meer van zich heeft laten horen, en nu zoekt hij naar een nieuwe betekenis in het leven, naar nieuwe doelen, en staat hij open voor een nieuwe liefde. Hij heeft een fantastisch contact met Anne, het gaat heel mooi tussen die twee."
"Ik hoorde ze heel ernstig praten over die Outplacemats," zei Geertje, "is dat serieus? Het is toch maar reclame?"
"Het is geen reclamestunt," zei Kees, "je kunt er echt mee brainstormen over je carrière, en over je plaats in de maatschappij, maar ook over je persoonlijke levensweg vanuit het verleden naar de toekomst. Door die placemats word je gedwongen over je koers en je doelen na te denken en zelfs keuzes te maken. Leuk en leerzaam. Ze hebben het mee genomen naar hun kamer. Heb je overigens nog wat nodig uit Engeland? Volgende week ga ik wat onderdelen halen op een vliegveld bij Londen. Dan kan ik ook wel boodschappen doen."
"Ik vind het toch maar raar," zei Geertje, "dat een groot deel van Nederland onder water staat, dat alles tot stilstand is gekomen, en dat al die mensen die dood zijn geen rol meer spelen, en dat jij als een James Bond gewoon chique boodschappen gaat doen."
"Nee mam, niet gewoon alsof het mij niet raakt of helemaal niet aangaat. Ik ben me ernstig bewust van alle ellende en van de gigantische problemen, maar wat kan ik anders, ook m'n diensten aanbieden bij de Westerkim, of proberen in dienst van het leger te komen of het Rode Kruis? Het klinkt misschien absurd, maar met het maken van de foto's lever ik ook een bijdrage en het levert een inkomen op dat we nu niet hebben. Ik begin het steeds absurder vinden dat het lijkt dat we als het ware op vakantie zijn, terwijl er even verderop mensen zijn verdronken, op een vreselijke panische manier, zoals verdrinken een adembenemend waanzinnig einde van het leven is."
"Jij blijft ook altijd een schrijver Kees!" zei Geertje.
"En als de slachtoffers geluk hebben gehad en zelf het leven hebben behouden, dan kan het zijn dat ze hun kinderen hebben verloren, of hun ouders, hun geliefden en hun vrienden. Ik begrijp dat dit nooit te bevatten zal zijn, dat alles weg is dat je met het leven verbond, dat je hele leven weg is. Om te proberen me een beetje in te denken hoe zo'n ramp over komt denk ik steeds aan Beiroet en New Orleans, waar mensen temidden van het water of het puin razend zijn, of huilen, of heel nuchter praten over te nemen acties. En dan die evacués! M'n ouders hebben wel geluk gehad dat ze vrienden in Arnhem hadden, en dat ze er konden komen!"
|
- 95 - |
Tom had camerasysteem aangezet. Op de monitor in het midden, met het beeld van de hangar, stegen met veel heftig gespat twee zeemeeuwen op, en een oogwenk later kwamen ze boven het motel over, en vlogen over het nu kalmere water over het huis van Brechtje's ouders in de richting van Groet.
"Wat een plaatjes!" zei Tom. "En wat een heerlijke vakantie! Bij het wakker worden alsof in een droom een verrassende liefde naast je. Zalig ontbijt, en de wereld en het leven om ons heen is naar de knoppen. Dit is een waanzinnige film. Zou je niet naar de Westerkim?"
"Vanmiddag. Nu even genieten. Nog een croissant? Nog een verse jus?"
Na een verse plons van genot stelde Tom voor om verder te gaan met het huiswerk.
"Twee levensrivieren," zei hij, "als de Euphraat en de Tigris, daar waar het leven begon. Die hele eerste fase, die op de eerste kaart het Verleden wordt genoemd, die slaan we nu even over, want dat duurt net zo lang als analyse bij de psychiater. Het Heden is hier, waar we nu staan in het leven, waarvan we nu liggen te genieten, en het vreemde leven om ons heen en al wat er nu in ons omgaat. We gaan naar Oriëntatie om in een uitgelezen glorieuze Toekomst te komen, waar willen we naar toe? We willen migreren naar omstandigheden die passen bij onze DNA, onze intellectuele ontwikkeling en onze emotionele behoeften. Niet kietelen!"
"We moeten eerst de genotplekken ontdekken, eerst verkennen."
"Ik ben bang dat jij voor mij niet serieus genoeg bent."
"Het moet toch gebeuren, waarom dan niet op het juiste moment?"
Een uur later werden ze wakker van het geluid van een zware een speedboatmotor, met twee jongens, zagen ze op de monitoren. Tom schoot snel zijn broek en overhemd aan en ging de galerij op. De boot minderde vaart en met een langzaam draaiende motor gleed ze voorbij. Tom zei niks maar keek strak naar de jongens.
"Andere knapen dan gisteren," zei hij toen ze met grote snelheid naar het kanaal waren weggevaren. "Het is goed dat we nu hier zijn."
"Wat kan jij dreigend kijken!"
"Dat wist ik ook niet. In andere omstandigheden worden we soms op andere eigenschappen van onszelf aangesproken. Heb jij dat ook, dat je je anders voelt bij eb dan bij vloed? En weer heel anders bij springtij! En toch heb je in al die sferen de zelfde persoonlijkheid, het zelfde unieke karakter. De mens is een almaar veranderend en variërend fenomeen. Dat houdt me de laatste tijd erg bezig, hoe ons levenspad loopt, naar een bewust met voorbedachte rade gekozen doel, of een einddoel dat bereikt wordt door een opeenvolging van toevallige keuzes. Natuurlijk denk ik daar niet over als een filosoof, maar doordat ik zelf zo'n lange wandeling heb gemaakt. Verveel ik je misschien?"
"Wat een vreemde vraag! Voel je niet dat ik aan je lippen hang?"
"Dat ken ik helemaal niet."
"Ik zie zoveel nieuws door jou," zei Anne.
"En ik zie nu in werkelijkheid," zei Tom, "wat ik altijd gedacht heb, dat je als je je liefje ziet dan ook ziet wat zij ziet, en dat je daar ook wil zijn. Dat is voor mij het oergevoel van de liefde. Iemand heeft ooit eens de liefde beredeneerd vanuit het begrip bevestiging, dat is met andere woorden het zelfde, iets zien zoals de ander het ook ziet. Als je al die beelden op de kaart kunt zetten die je samen het zelfde beleeft, dan heb je de wereld in de kaart gebracht waar je samen woont. Wat vind je daarvan?"
"Ik heb vaak gezien dat Kees uren naar z'n navigatiekaarten zat te kijken, en stapels atlassen heeft, en ik heb gezien dat hij daar erg veel in ziet, maar nu zie ik dat je in kaarten veel meer kan zien. Ik kijk met je mee."
"Ik kijk naar streken die ik ken," zei Tom en streelde daarbij Anne over haar rug, "en streken die ik wil verkennen. Ik zie de mens als een organisme in een landschap, en mensen als beesten met streken. Dat zal heus niet uniek zijn, maar ik heb er nog nooit over gelezen en heb er nooit iemand iets over horen zeggen, of je zou het kunnen opzoeken op internet onder meekijken, ervaringen delen, een parallaxeffect, samen door het leven gaan."
"Het is een vorm van saamhorigheid, vind je niet, elkaars hand vast houden en gedachten en gevoelens delen. Er zullen mensen zijn die dat doen en ook dat gevoel hebben maar daar niet over praten, over de geologie van de ervaring, engel."
"Saamhorigheid," zei Tom, "horen en luisteren, samen het zelfde horen, zoals samen het zelfde zien en ervaren, al die zintuigen!"
Langzaam boog hij zich naar Anne, gleed met zijn tong van haar linker ooghoek over haar slaap naar haar oor.
"Wat ik hoor, en wat ik voel aan m'n zintuigen," zei Anne, "is duidelijk genoeg, maar laten we nu even wat van het voorgenomen huiswerk doen. Voor de Toekomst . Ik schrijf al wat namen en woorden op een blanco blaadje. Prieel. Vergezicht. Rijstebrijberg. Luwte. Inspiratiebron. Vogelnestje. Commitment . Fun. Nieuwe Griffels. Schone Leien. Epigonia."
"Briljant! En Heerlijkheid moet er ook nog bij! Dat ben jij en dat is waar we wonen."
"Dit is even genoeg. Laten we nu koffie gaan drinken bij de Vogels," zei Anne opgetogen.
|
- 96 - |
Op het kanaal zagen ze de twee jongens varen die in de ochtend op de Strip waren. Tom keek ze strak aan, maar stak als groet wel even z'n hand op. Bij het aanleggen bij Wildeboer werden ze begroet door Geert aan wie Tom vertelde over het bezoek van de jongens.
"Ga maar rustig verder, ik ga meteen kijken," zei Geert, "en ik zal ze duidelijk maken dat ze daar niet moeten terug komen, en dat het voor jou menens is, en dat ze beter de gok niet kunnen nemen. Je moet er rekening mee houden dat het een netwerkje is waarmee je te maken zou kunnen krijgen." Tom en Anne liepen naar de Achterweg en verder naar het huis van de Vogels. Vader Dick was al weer terug van zijn rondrit. Het eerste bakkie had men al gehad.
"Volgende week," zei Dick, "wordt begonnen met het sluiten van de dijk aan het kanaal. Daar zullen denkelijk twee weken mee gemoeid zijn. Daarna wordt gelijk met het malen begonnen. Het zal zo om en nabij drie maanden duren totdat het water weg is. Erg veel zullen we intussen niet kunnen doen. Er kan over de wegen geen vracht worden vervoerd, dus kunnen we geen vliegtuigwrakken laten ophalen om ze ergens anders te laten opknappen, en we kunnen geen materieel en geen materieel laten bezorgen. Het was een geluk dat de vlotbruggen vrijwel voortdurend open stonden, zodat veel jachten en bootjes met vluchtende mensen uit Alkmaar konden wegkomen. Nog even en we kunnen er vanzelf ook met de boot niet meer komen, maar mettertijd komt het voor ons weer allemaal goed."
"En verder nog iemand gesproken?" vroeg Brechtje.
"Ik ben naar de kapper geweest, en daar zag ik Jaap Bruynzeel, nog even met hem gepraat. Fijne vent. Hij is gestopt met werken. Volgend voorjaar komt hij een nieuw vliegtuig stallen. Wie nog meer? Koffie gedronken bij Nero. Naar wat mensen gezwaaid, Gerda met Mas. Geen mensen uit Koedijk gezien. Op de terugweg een praatje met de broertjes Slik. Het was als vanouds weer een goeie ochtend. En jullie, Tom, en Anne?"
"Gisteravond," zei Tom, "waren er twee jonge gasten met een bootje op De Strip. Vanochtend zagen we ze weer, op het kanaal. Ik vertelde het aan Geert die er direct op af zou gaan."
"Dat kun je wel aan Geert overlaten," zei Dick, "uiteindelijk is hij toch ook een beetje een bouwvakker, maar als je ze nog eens ziet kun je het beste de politie bellen, want zeker nu de mensen zijn geëvacueerd is het nog linker met al het leegstaande onroerend goed, en de politie zal voor de handhaving wel in dit soort lui geïnteresseerd zijn."
"En hebben jullie nog wat aan de kaarten gewerkt?" vroeg Kees.
"Ja," zei Anne, "ik heb hier een lijstje voor de twee laatste kaarten. Onderweg hier naartoe bedacht ik nog nieuwe. Doodlopende weg. Roundabout. Grensgeval. Infrastructuur. Netwerk. Doolhof. Nieuwe uitleg. Begraafplaats. Nieuwe liefde. Dagboek. Tweesprong. Ben ik nou nog wat vergeten? Het schiet me zo wel te binnen. Deze even noteren."
"Anne heeft thuis," zei Kees tegen Tom, "een grote kaart hangen van de school van Amsterdam, de Hogeschool Van Amsterdam. Daarop werden hun verschillende opleidingen in kaart gebracht. Ze heeft die kaart laten inlijsten en is er nota bene ook gaan studeren, gelijk twee richtingen, communicatie en organisatiekunde."
"En Brechtje?" vroeg Tom.
"Medicijnen, ook in Amsterdam."
"Daar hebben we samen op kamers gewoond," zei Brechtje, "heeft Anne dat niet verteld?"
"Wat hebben Tom en ik mekaar nou gezien de laatste jaren," zei Anne. "We moeten nog heel wat bijpraten."
"Je hebt inderdaad nog heel wat in te halen Tom," zei Brechtje, glimlachend. "En nu wonen júllie samen op kamers, een wonderlijk snelle verandering."
"Kennen jullie Kees uit Amsterdam?" vroeg Tom.
"Kees heeft ons hier op Koedijk gevonden," zei Brechtje, in Koedijk, "toen pap voor het eerste met de Spirit hier naar toe vloog. Hij had ons in Amsterdam nooit kunnen tegenkomen, omdat hij geen uitgaanstype is. Zoals het kan lopen hè!"
"Met die kaarten," zei Tom, "hebben we een spannende ontdekkingstocht gemaakt. Omdat we steeds verder gingen in het onbekende, ontdekten we steeds meer op ons levenspad. Hier heb ik er nog een paar. Werkterrein. Verhuisplannen. Verhuisdozen. Modelwoning. Uitzicht. Hypotheek."
"Zie je de weg al voor je Tom?" vroeg Dick. "Zou het misschien geen zin hebben als we met z'n allen op een goeie ochtend eens de kaarten op tafel leggen om te kijken wat we allemaal zouden kunnen ondernemen? Jullie met je privé-leven, voor zover we daarin kunnen delen, en de toekomst van ons aller vliegactiviteiten. Wat vind je daarvan?"
"Is het wel goed, vraag ik me af, als ik m'n kaarten op tafel zou leggen," zei Tom, "maar ik bedenk daar gelijk achter aan, dat zoals het de laatste tijd is gegroeid, er zo'n grote verwevenheid is ontstaan tussen ons en onze doelen dat duidelijkheid en openheid het beste is."
"Ik vind het nog steeds niet te volgen," zei Geertje, "dat jullie zo bezig zijn met plannen op kaarten waar geen land meer is."
"We rekenen er op," zei Kees, "dat het land weer boven water komt. Intussen kunnen we nieuwe mogelijkheden voor de Strip overdenken op een manier waar we anders geen tijd voor zouden hebben. Dick, heb je de bankman nog gesproken?"
"De limiet is ongewijzigd. Hij was opgelucht dat de hele omzet niet is verwaterd. Hij was nog even geestig door jou een geluksvogel te noemen."
"Dan kunnen we morgen al naar Londen," zei Kees.
"Het is wel absurd," zei Tom, "dat voor velen het levenspad steil naar beneden is gegaan, en voor sommigen onder water zelfs, en dat sommige anderen, de geluksvogels, in a steady climb zitten."
"You're invited to you join us."
|
- 97 - |
De volgende ochtend waren Kees en Brechtje al om acht uur, eight hundred hours , bij Tom aan de deur. Geert was meegekomen om de boot van de Watervogel terug te varen, en ook om te horen of er die nacht nog wat links was gebeurd.
"We hadden licht laten branden," zei Tom, "op de galerij en op onze kamer en op 206. Dat zullen we nu altijd doen in het vervolg, en het heeft waarschijnlijk een afdoend effect gehad, want vanochtend vroeg zag ik iemand in een Canadese kano weg peddelen, die nu ongetwijfeld weet dat hij hier niet moet inbreken."
"Daar heb je me niets van verteld," zei Anne. "Die jongen zal het vast en zeker doorvertellen, aan z'n linke vriendjes."
"Ik zal het straks meteen aan de politie in Bergen doorgeven," zei Geert, "want plunderen zijn ze wel fel op in Bergen, en wat zouden die gasten anders in 't zin hebben, zo vroeg in de ochtend."
"Hadden jullie vandaag niet naar de Westerkim zullen gaan?" vroeg Tom aan Anne en Brechtje.
"We stellen het een dag uit om mee te kunnen," zei Brechtje. "Geen uitstel." Het water was weer een beetje rustiger geworden.
"Windkracht 4 is niet meer dan een briesje," zei Geert. "Dat kan voor onze Engelandvaarders een mooie tocht worden."
De Engelandvaarders hadden zich snel geïnstalleerd. Kees had thuis het vliegplan gemaakt en doorgemaild naar Schiphol. Het was geen probleem om zo vroeg te vertrekken omdat er op een paar helicopters na in het Nederlandse luchtruim bijna niets anders zou vliegen. Kees gaf ook aan Tom een checklist om die mee te laten checken. Tom en de meisjes zetten hun koptelefoon op en Kees zei dat ze na de start een stukje pal naar het Noorden zouden doorvliegen, om even rond te kijken, en daarna een met een grote bocht koers zouden zetten naar het Zuiden, over Alkmaar, via Amsterdam weer naar de kust, en bij Rotterdam de oversteek zouden maken. De weersverwachting was niet ongunstig, een straffe Noordwester, geen neerslag. In de vroege uren nog een beetje mistig boven Engeland.
"Papa Hotel Lima Oskar Golf Seawind, VFR to Luton, Just airborne from Strip Koedijk proceeding via Amsterdam to Rotterdam, maintaining 2500 feet, request permission for crossing - North to South - of the Amsterdam CTR, standing by on your frequency." Schiphol wenste de PHLOG een safe flight. D e communicatie werd voortgezet met de koptelefoon op het hoofd zodat Tom het contact met de toren en met de hierna volgende verkeersleiders zou kunnen volgen. De meisjes hielden de telefoon op zodat ze met de twee mannen in contact bleven.
"Eerst even kijken naar de Hondsbossche Zeewering," zei Kees. "Dit ommetje is ook in het vliegplan opgenomen. Kijk restaurant Minkema, er zitten zowaar mensen op het terras. Ik stuur nu even uit de kust zodat we de dijk goed kunnen zien. Er komt een helicopter onze kant op, maar die zit lager. Nog even en hij vliegt aan de rechter kant beneden ons voorbij, een Chinook vanaf De Kooy." Twee grote achter elkaar vliegende schotels kwamen aan de landzijde over het water hun richting uit met daaronder een groot luchtschip, de Chinook.
"Wat zijn het toch gigantische molochen!" zei Brechtje. Ze zwaaide naar de man die bij een open deur stond en terug zwaaide.
"Kijk de dijk achter de grote dijk," zei Kees, "die hield het over de dijk slaande water tegen dat weer de zee in werd terug gepompt. Maar nu kwam het water van binnen uit, door andere gaten." Ze vlogen door tot het einde van de dijk waar draglines bezig waren met de bovenkant van de dijk. Ook daar werd gezwaaid.
"Het is wel een goed gevoel, dat er hard aan onze veiligheid gewerkt wordt," zei Kees, "maar ook dat er gezwaaid wordt, maar het zou wel heel kinderlijk zijn om het allemaal daarvoor te doen. Het is niet persoonlijk, maar het is wel het bijna volmaakte medium om een live en real time beeld van de wereld te krijgen."
"Maar je kunt zo niet inzoomen," zei Tom, "het kan ook niet persoonlijk worden, en dat is een gemis, als je het zo bekijkt.
"Het willen uitstijgen boven de rest," zei Kees, "is volgens mij niet de behoefte om groter en hoger te worden, maar zuiver om een groter overzicht te krijgen, een scherpere kijk op het leven, en de positie die je in het leven inneemt, het belang ook van jezelf, ten opzichte van de anderen om je heen. Ik droom ervan om eens als Mohammed van de berg beneden te komen met de wijsheid die ik zoek, niet voor anderen, maar voor mezelf. Het gaat mij er niet om een inzicht te krijgen in hoe iedereen met uiteenlopende beweegredenen emotioneel en emotieloos kil op elkaar in werkt en ook tegenwerkt. In het zakenleven noemen ze dat een helicopter view."
"Dat is een heel ander leven dan met een gitaar over het strand lopen," zei Brechtje.
Kees maakte een wijde 180 graden bocht naar rechts en zo vlogen ze in de richting van Alkmaar.
"Een vorm van mediteren, op een berg zitten," zei Tom, "of vissen aan een stille vliet."
"Vliegen is een extreem dure vorm om het leven te beschouwen," zei Brechtje, "maar wel fantastisch zolang het maar geen geld kost." Ze vlogen links van het centrum van Alkmaar. Het Noord-Hollands Kanaal dwars door de stad, met links en rechts daarvan, zonder begrenzing het water door de straten, de molen, het gerechtshof, en even verder met Medisch Centrum Alkmaar.
"Waar zijn de patiënten naar toe gebracht?" vroeg Anne. "of worden de hogere etages nog wel gebruikt?"
"Het hele leven wordt in beweging gehouden door geldstromen en het belangrijkste is er achter te komen hoe die lopen," zei Tom, "Als ik naar beneden kijk en de grafschriften bedenk van de denkbeeldige gezinnen die hier hebben gewoond, dan vraag ik me af door ten koste van wat het levensgeluk en het kapitaal verloren is gegaan. De meest wezenlijke vraag is volgens mij wat belangrijker werd gevonden dan optimale bescherming van onze landgenoten tegen hoog water, dus adequaat dijkonderhoud. Het is natuurlijk de hele regering die hierop kan worden aangesproken, maar waar komt de visie vandaan die de keuze ingeeft om te kiezen voor andere uitgaven die ongetwijfeld ook van levensbelang zijn. Maar het levensbelang van wie? Dat zijn vragen waar ik in het tv-journaal geen antwoord op krijg, en dat vind ik het meest storende, nee zeg maar het meest stuitende, van alles."
"Ja Tom," zei Kees, nadat hij even met de tower had gepraat, "de vraag is complex, allereerst is er de vraag of hier sprake is van asociale complotten, of van louter macht, of dat dit lange termijn levensvraagstukken zijn van opkomst en neergang van gemeenschappen, waar geen enkele god iets aan kan doen. Overigens vliegen we op een kalme kruissnelheid met 65% power 165 knots ofwel 180 mijl, wat in kilometers een aardig vaartje is."
"Als ik dit landschap abstract bekijk," zei Brechtje, "dan kan ik dat niet los zien van het ondenkbare leed dat de mensen hier geleden hebben, en dan zie ik alles wat er verloren is gegaan, en dan die duinen, is het niet gruwelijk dat die prachtige duinen een lang waddeneiland zijn geworden, en dat Alkmaar midden in zee ligt, wat een afgrijselijke nachtmerrie, het is nog veel erger dan ik voor ogen had."
|
- 98 - |
Anne had gezegd dat ze links wilde zitten, vermoedelijk omdat ze zo Tom een beetje van opzij kon zien. Zo kon Tom ook af en toe schuin naar achteren kijken, even oogcontact hebben en haar dan ook even haar rechter knie kon aanraken. Ze volgde de vliegroute op Google Earth op een pda van Kees. Met een gilletje riep dat ze het stadion van Dikke Dirk zag. Hierna riep ze als een reisleidster om wat ze beneden zag en wat ze op de kaart op de pda zag. Het Alkmaardermeer, waarvan de contouren in het water vaag te zien waren, dat denkbeeldig overging in het Uitgeestermeer, wat iedereen wist behalve Tom. Rechts, in de verte in een 'haze' de schoorstenen van de oude Hoogovens. De Watervogel zeilde met een hoge fluittoon over het water als een Zeearend, zonder noemenswaard z'n vleugels te bewegen. Anne meldde recht vooruit het Noordzeekanaal, links Amsterdam, aan de rand van een meer, rechts Haarlem en schuins rechts Hoofddorp dat herkenbaar was als een watercentrum waar uit vier windstreken bomenrijen naar toe liepen.
"Hier moeten ook de plassen liggen," zei Anne, "de Westeinder, de Brasem en de Kaag. Stop eens even Kees. Ze zijn niet herkenbaar, daar gaat het te vlug voor. Rechts aan zee ligt Den Haag."
"We vliegen nu boven Gouda," zei Kees, "en we buigen nu af naar het Zuidwesten. Links voor ons Rotterdam, kijk de Euromast, midden in het water, zoals alles in de stad. Die streep voor ons, die jullie nu niet zien is de Nieuwe Waterweg, en rechts Hoek van Holland. Het is jammer dat het te snel gaat om alles rustig te bekijken. We buigen nu verder af naar het Westen. Zeeland ziet er uit als in de Watersnoodramp van '54, maar de contouren zul je aan de dijken wel herkennen. Schouwen-Duiveland, Goeree-Overflakkee, Neeltje Jans, Walcheren. Kijk, Middelburg, midden in het meer waarin het ligt. We laten dit waterlandschap achter ons om het water van de Noordzee over te steken. We vliegen nog even door ." Kees meldde aan de tower dat hij de oversteek ging maken.
"En dan komen we straks terug," zei Anne, "en dan was alles weer als vanouds, al het water weg. Files op de wegen."
"Het is goed vliegweer," zei Kees, "smooth flying. De motor loopt als een zonnetje."
"Iemand koffie?" vroeg Brechtje.
Brechtje schonk uit een roestvrijstalen thermosfles vier bekertjes koffie in, en gaf nadat ze de bekertjes had terug gekregen in exchange een jodenkoek.
"Wil je het stuur overnemen, Tom?" vroeg Kees.
"Yep, willco" said Tom.
"You're in control."
"I am in control," Tom said.
De passagiers voelden geen verandering in het vlieggedrag. Kees draaide zich om naar de meisjes en keek ze zonder iets te zeggen glimlachend aan.
"We maken een two minute turn rechtsom," zei Kees. "Doe maar." Inmiddels had Kees al naar het Zuidwesten gestuurd en de kist laten stijgen en boven Walcheren hadden de piloten het zicht op de Belgische kust tot waar deze de bocht om ging bij Calais, vage kranen. Daar zou de oversteek al veel te Zuidelijk zijn. Anne liet de Qtek pda aan Tom zien met een vrijwel rechte horizontale lijn vanaf Walcheren naar Luton. Nadat Tom het schermpje had bekeken gaf hij de pda weer terug.
"Nu ga ik de bocht maken," zei hij.
Een kleine minuut keek hij stil voor zich uit en toen keek hij naar links, alsof hij afreed voor z'n rijbewijs, daarna naar rechts en vervolgens in de spiegel. Hierna bewoog hij met een kleine beweging het stuur naar rechts en de kolom naar achteren, en het was te voelen dat hij ook voetenstuur gaf, want het was een vloeiende beweging en de plane zakte niet onder de horizon. Kees gaf iets meer gas, en het resultaat was een heel soepele bocht. Voordat hij bij de 240 kwam vlakte Tom de helling af en bracht weer alles terug naar de standen als voor het inzetten van de bocht. Relaxed kijkend naar de kant waar iets anders vliegend vandaan kan komen, met kleine bewegingen de helling en de horizon corrigerend, en met snelle oogbewegingen de heading in de gaten houdend, vlakte Tom na een kleine twee minuten de helling af en vloog de Watervogel weer op de oorspronkelijke koers, niet hoger en niet lager.
"You did it!" riep Anne, en sloeg hem op de schouder.
"Perfect !" zei Kees, "by the seat of your pants, zou ik zeggen." Het had twee minuten geduurd en er was een wereld opengegaan en ze vlogen door alsof er in het vliegplan niet meer was gebeurd dan dat er twee minuten waren uitgeknipt.
"Ik heb opeens een idee voor nog een deviatie van de route. Zeg maar wat jullie er van vinden. Oorspronkelijk dacht ik naar Luton te vliegen en daar een taxi te nemen naar Noord Londen waar ik m'n onderdelen zou halen. Maar daarnet dacht ik opeens aan een vliegveldje bij Elstree, een strip, een klein veldje, iets groter dan het onze. Ik stel voor dat we daar landen en daar in een bed & breakfast de nacht overblijven. Dan hebben we alle tijd om relaxed weer via een scenic route terug te vliegen. Zo'n b&b is niet zo kostbaar, en bovendien zijn het bedrijfskosten."
Tom en de meisjes stemden van harte in met het plan. Kees belde met de toren van Elstree en kreeg permissie om te landen. En hij belde met Dick om te vertellen dat ze die nacht in Engeland zouden blijven. Ook van hem kregen ze permissie. Hij vertelde dat de politie de jongens te pakken had, en dat die op het bureau zaten om ondervraagd te worden. Waarop Kees zei dat het goed was dat dit nieuws ongetwijfeld de ronde zou maken in de kleine criminele kring.
Kees stelde de nieuwe koers in en zette de radiofrequentie op die van Elstree. Ze zaten al aardig in de richting, Tom hoefde alleen iets Noordelijker sturen, en dat deed hij graag. De zon brak door, schuin links van achteren kwamen de stralen de cockpit binnen. Anne volgde op de pda de route en zei wanneer er links of rechts iets interessants in beeld kwam.
"Hier komt de kust," zei Anne, "Als je in deze inham zou doorvaren naar het Westen, wat we óók zouden kunnen doen, dan zouden we uitkomen bij de Tower Bridge midden in Londen. Links op die landtong ligt Ramsgate. Die wat grotere plaats landinwaarts is Canterbury, dat als eerste a;s voorbeeld door de moffen zwaar is gebombardeerd. Rechts, met al die schepen in de inham is Harwich. Volgens mij vliegen we recht op ons doel af. Meer Noordelijker, rechts Ipswich, en dan schuin voor ons Clochester. Dan vliegen we zo over Chelmsford, niet zo hard Tom. Dan kun je straks het vliegveld van Stanstead zien."
"Ik neem wat gas terug," zei Kees, "want zo vliegen we er letterlijk overheen. Eerst komen we over een mooi meertje, maar dat kunnen jullie niet zien want we gaan er praktisch pal over heen. Ik had al gehoord dat de Barrier op de Thames het heeft gehouden, waardoor die kering een vreselijke wereldramp heeft voorkomen, anders hadden we hier denkelijk niet gevlogen. Links aan de rivier zie je Greenwich en de Barrier die nu gesloten is. Doordat het water grotendeels z'n uitweg over Nederland vond is het hier net niet over de Barrier heen gekomen." Greater London strekte zich uit als een web van straten en wegen tot de nevelige horizon, met roudabouts als knooppunten waartussen het verkeer heen en weer stroomde als onder een microscoop, waar Anne een tijdje met d'r neus tegen de ruit naar had zitten kijken totdat ze dat er weer een landmark in beeld was gekomen en zich opeens besefte dat ze zich had voorgenomen verslag te doen van de route en de plaatsen waar ze over vlogen.
"Links," zei Anne, "ligt Edgware, dat een deel van Greater London is, dat zich tot de horizon naar het Zuiden uitstrekt. Rechts St. Albans en nog verder naar het Noorden het vliegveld van Luton, waar we nu niet naar toe gaan. We naderen nu het eind van de vlucht, en ik verzoek u om de riemen vast te maken. Ook namens captain Kees de Vogel danken wij u dat u met ons het willen vliegen en we hopen dat u in de toekomst opnieuw voor ons zult kiezen."
"Duizend voet," zei Kees. "Twintig graden flaps. Minder power." Hij liet de flaps zakken, twintig graden. Omdat de Watervogel steeds lager vloog was de lucht tikkerig geworden, zoals Kees het noemde, door de onrust die veroorzaakt werd door de heuvels waarover ze vlogen. Tom werd er niet nerveus door, raakte niet gespannen, zat relaxed en scherp te sturen, en mengde zich ook niet in de gesprekken. In de verte werd de het vliegveldje al zichtbaar. Op het schermpje van Anne's mobieltje markeerde een grote pushpin Elstree Airport, praktisch in het verlengde van Edgware Road, die vanuit het centrum van Londen tot bijna bij het vliegveld loopt.
"Achthonderd voet. Gear down, wielen laten zakken. Dertig graden flaps. Baan 26," zei Kees, "We vliegen er recht op aan. Zeshonderd voet. I'm in control, ik neem het stuur over Tom. Je mag wel losjes maar actief meevoelen, maar niet meer sturen. Vijfhonderd voet. Nu aansturen op de drempel. Gas dicht. Hou de drempel in de gaten. Als de snelheid beneden de 59 komt, dan stuur je wat voor de drempel en dan laat je de snelheid wat oplopen, anders vallen we uit de lucht. Veertig graden flaps. Daarna stuur je weer op de drempel. Nu begint ie steeds meer te wiebelen. Dan moet je oppassen niet over te compenseren. Rustig. Verder zakken driehonderd voet. Tweehonderd voet. We gaan te hard, 63, beetje optrekken. Honderd voet. Vijftig. Mooi recht voor de baan. 61 mijl. Vijfentwintig. Verder zakken, gaat vanzelf. 59 mijl. Neus een beetje omhoog, mooi zo. Verder zakken. Touch down. Remmen. Rustig laten uitrollen. Aan het eind draaien we de baan af en rijden we terug naar het platform."
De meisjes klapten.
|
- 99 - |
Kees kreeg een plek toegewezen voor het stationsgebouw en zette de Watervogel daar neer. De havenmeester kwam Kees begroeten als een goede bekende en vroeg meteen naar de toestand in Holland.
"It's a biblical disaster," zei havenmeester Austin Merriweather . "Please tell me more over a cup of tea, if I may take the liberty to invite you all. It's about time for it, isn't it?" Alsof het speciaal voor de havenmeester gereserveerd was konden ze gaan zitten aan het vrije tafeltje voor het raam, met uitzicht op het platform.
"Dit is een ideale gelegenheid voor a cucumber sandwich," zei Kees.
"Dat klinkt wel even anders dan een komkommerboterham," zei Brechtje.
Kees vertelde Merriweather dat Schiphol onder water stond omdat het meters onder de zeespiegel lag, en dat alle vliegtuigen in het water stonden, dat het hele Westelijke deel van Nederland van Zeeland tot Friesland en Groningen onder water stond. Waarop Merriweather zei verschillende vliegers uit de Noordelijke provincies te kennen maar dat hij ze na de overstroming niet meer gezien had.
"Het is niet voor te stellen," zei Kees, "maar denk maar aan Bangladesh, alleen heeft daar niemand een vliegtuig. Het Westen van Holland ligt helemaal onder de zeespiegel en gedeeltelijk zelfs ver eronder, de mensen in de steden zijn geëvacueerd, sommige delen liggen wel zes meter of meer onder water. Het is niet te bevatten. Bij ons ligt de Strip onder water, en de vliegtuigen in de hangar en op het platform staan en liggen onder water, een paar van onszelf en een kleine vloot van mensen die ze bij ons gestald hebben, een aantal gliders en ultralights. Wij hebben het onvoorziene geluk gehad zelf deze amphibean te hebben, waar ik nu ook opdrachten voor heb, cartografische fotografie voor een groot overheidsproject. Maar by the way, komt u misschien uit Somerset?"
"Dat vroegen vroeger alleen mensen uit Holland, toen dat type Austin nog rond reed. Nee, ik kom uit Sevenoaks. Als ik Morris had geheten zou ik ongetwijfeld Oxford zijn genoemd, ik had wel geinige ouders, maar ik heb altijd in Sevenoaks gewoond. Nu woon ik hier in de buurt."
"Zijn jullie hier om het water even te ontlopen?" vroeg Merriweather.
"Een zakenvakantie van twee dagen," zei Brechtje, "maar het is moeilijk om een beetje distantie te krijgen van de rampzalige gebeurtenissen te krijgen."
"We zijn hier omdat we parts komen kopen voor de onboard aerial camera," zei Kees, "bij de dealer in Noord Londen, onder andere een filter voor in de bodem van het vliegtuig. Kunt u een goeie monteur aanbevelen om het oude te vervangen? Omdat bij ons al het land is overstroomd ligt het vliegtuig in het water, een echte amfibie. Dus moet het glaasje wel goed gemonteerd worden."
"Er werkt hier een goeie monteur op de strip," zei Merriweather, "die uit de marine komt, een heel precieze vent, bij King Avionics. Ik stel voor dat we er zo even naar toe lopen, als ik je daarmee kan helpen. Aan de voorkant van dit gebouw staat overigens een taxi, voor het geval dat je een taxi zou willen nemen. Misschien zou je het beste na het lunchuur kunnen gaan, zou ik zeggen."
Er werd afgesproken dat alleen Kees met de havenmeester zou meelopen naar de monteur en dat de anderen met nog een koffie zouden wachten. Bij King's ontmoetten ze de monteur, Henry Tallis, die zei stand-by te zullen staan als Kees met het venster zou langs komen.
Nadat Kees had uitgelegd wat er gedaan moest worden, en het belang dat - met een woordgrapje - ook waterdicht de instructies gevolgd moesten worden, zei Tallis dat het geen probleem was. "Ik zie het gewoon als een patrijspoort." Merriweather liep terug naar de toren en Kees naar het restaurant voor nog een koffie voordat hij met de anderen met een taxi naar de cameradealer zou gaan. Voordat ze zouden opstappen kwam Merriweather binnen met een boek.
"Laatst was ik aan het opruimen," zei hij, "en kwam ik dit weer tegen, van De Saint-Exupéry, onbekende notities, stukjes en verhalen, Wartime Writings uit de periode tussen '39 en '44. Verhalen die je vader je niet heeft verteld. Neem er de tijd voor, zolang je toch niet iets anders hoeft te doen dan je alleen maar met de business bezig te houden."
"Is zij de weduwe?" vroeg Kees, wijzend op de naam van de samenstelster Anne Morrow Lindbergh.
"De weduwe van de man van de Spirit of Saint Louis."
"Dit is ongelofelijk, maar dit is ongelofelijk! Maar ik heb je toch niet verteld dat mijn schoonvader een replica heeft? Ik heb er zelf in gevlogen! Zijn vrouw heb ik wel over gelezen, en foto's van gezien, maar dit boek ken ik niet!"
"You may have it," zei Merriweather grootmoedig.
"Austin, dit is fantastisch!" Merriweather lachte en zei: "Het is dunkt me beter bij jou op z'n plaats. Ik ben alleen maar een observator aan de zijlijn. Jij zit er midden in. De Saint kwam ook uit de tijd van de grote vliegbootroutes van Zuid Frankrijk naar Zuid Amerika. Ik zal eens kijken of ik daarover nog wat vinden kan. Ongetwijfeld niet in Nederland, en nu zeker niet. Het zijn vreselijke tijden."
Kees liep met Merriweather mee om te checken hoe het met de taxi zat en kwam na een kwartier weer terug en zei dat de auto voor de deur stond, geen taxi maar een huurauto, een Ford S-Max, omdat een taxi in het drukke verkeer, over de afstand die ze toch nog rijden moesten, volgens Merriweather gigantisch veel zou gaan kosten, en dat een huurauto veel goedkoper zou zijn, en dat ze de volgende dag dan misschien nog ergens naar toe zouden kunnen rijden.
Iedereen vond de fraaie mpv voor de reis wel zo plezierig. Kees reed en de rechter stoel bleek zijn praatstoel te zijn, hij vertelde dat zijn vader bevriend was geweest met Frans Halsema, die eens de opmerkelijke en onvergetelijke opmerking had gemaakt dat alles tijdelijk en lokaal was.
"Deze wijsheid kwam de laatste weken bij mij voortdurend boven. En ook op deze trip, want het lijkt wel dat het leven hier onverstoorbaar verder gaat, terwijl men hier nauwelijks weet of Nederland in feite nog bestaat. De Engelsen hebben India moeten afschrijven, als onlosmakelijk onderdeel van ook zo'n duizendjarig rijk, zoals wij Indië heb moeten loslaten, maar het is niet ondenkbaar dat wij zelfs ons eigen land in de toekomst moeten vergeten. Vasthouden en loslaten, in onze jeugd werd ons niet geleerd hoe we dat doen moesten. Ook Frans heeft dat zelf moeten ondervinden, toen zijn dood naderde."
"Lokaal," zei Anne, terwijl ze Tom's hand pakte, "daarbij denk ik aan onze relatie, en hoe het gelopen is. Hoe komt het dat jij je als Rotterdammer je tot Westfriezen aangetrokken voelt?"
"Vergeleken met Hagenaars zijn Rotterdammers nuchtere doeners, dat is wel een gevoelige overeenkomst met Westfriezen, verfrissend en inspirerend. Cool en gevoelig, en tegelijk, helder."
" Like in Den Helder? En waar kwam je ex vandaan? Toch niet uit Den Helder?"
"Mijn ex kwam uit Den Haag," zei Tom.
"En wat zijn Hagenaars dan voor lui?"
"Keurige kletstantes en kwebbels."
"Hoe is dat nou mogelijk?"
"Wat bedoel je, dat onmogelijk waar kan zijn dat de mensen in Den Haag zo zijn, of dat het ondenkbaar is dat ik daarmee heb omgegaan?" Kees had het adres van de dealer ingetoetst in de Qtek en Tom hield die in de hand om Kees de weg te wijzen. Het verkeer was druk, maar het stond niet stil. Victoria Road, ze reden er zonder oponthoud en zonder omwegen moeiteloos naar toe. Victoria Road.
"Dear Queen Anne," zei Tom, "zoals Kees al met andere woorden zei verschillen lokale mensen van lokaal tot lokaal, van kring tot kring, van gemeente tot gemeente, van stad tot dorp. Er zijn wat overeenkomsten, maar zelfs poepen doet iedereen anders, wat ze daarbij denken en dromen loopt vaak sterk uiteen denk ik zo, dat kan ik ruiken." Ze moesten in New Barnet zijn, een legpuzzelstukje dat ze in Noord Londen moesten vinden, een verlopen, vroeger energieke buurt die ontstaan was na de tweede wereldoorlog. Robin Thwaites was niet aanwezig, Simon Beer wel, en die haalde Jonathan Hill erbij, de technische man. Kees herhaalde de vraag die met de email in de hand waarin hij die gesteld had en ook een bevestiging op had gekregen, een camerafilter waarvan hij de glasharde zekerheid wilde hebben dat deze krasvast was, geschikt voor gebruik onder water.
"Dit type glas wordt ook wel gebruikt voor onderwatercinematografie," zei Hill, "maar het lijkt me niet nodig dat u ermee naar een gespecialiseerde werf gaat. Als een gekwalificeerde vliegtuigmonteur hem installeert dan is dat voldoende. En u staat nu op een vliegveld. Maar ik zou wel een gespecificeerde omschrijving op de rekening vragen voor de verzekeraar. Trouwens er vliegen meer vliegtuigen met een camera in de bodem. Ik zal een carteringfotograaf vragen of hij wat specifieks over kan melden. Dan zal ik mijn bevindingen straks aan je doormailen. Dan kan jouw monteur hem eventueel bellen."
|
- 100 - |
Na wat aarzelen kocht Kees een monitor die de groter was dan hij eerder had gezien, voor plaatsing in de cockpit. En hij kocht vijf extra accu's die hij al per email had besteld. De betaling werd telefonisch met de bank geregeld.
"Dat is een flink pak geld," zei Kees. "Wat een geluk dat niet alle functies in de infrastructuur van de communicatie tussen de banken zijn verwaterd. Er zijn dus kennelijk, zoals mijn bankman me al had verzekerd, backup systemen die zijn blijven werken. En nu rijden we naar de city. Het is toch wel heerlijk dat we nu vrij zijn om overal naar toe te rijden. We moeten er alleen wel voor zorgen dat we vóór vieren weer de stad uit zijn, omdat het anders veel te druk zal worden."
"Dan stel ik voor dat we naar Hemel rijden," zei Brechtje. "Dat is groot en sophisticated genoeg voor ons eenvoudige provincialen, en dan hebben we nog alle tijd om een hotel te zoeken."
"Ja, dat lijkt me een beter idee," viel Anne bij.
Tom tikte Hemel Hempstead in op de Qtek, en zei even later dat het snel en eenvoudig te bereiken was via de M25.
"Ons hotel is dicht bij het vliegveld," zei Kees. "Merriweather raadde het ons aan, en zou er twee kamers reserveren. We hoeven niet te zoeken, maar alleen maar het adres in te tikken en de scenic route kiezen. Dan gaat het allemaal vanzelf."
"Maar hoe zat het nu met die Hagenaars?" vroeg Anne.
"Dat zal ik je vanavond vertellen," zei Tom, "ik ga nu op de weg letten, en de omgeving. Vooruit kijken, en niet achteruit."
Bij St. Albans gingen ze van de snelweg af om op hun akkertje over kleinere wegen naar Hemel te rijden. Even verwarring bij TomTom, maar die pikte snel op wat de bedoeling was en gaf de route verder goed aan.
"Wat een verademing," zei Brechtje, "dat het leven hier heeft stil gestaan, dat er lokaal plekken zijn waar alles het zelfde is gebleven."
"Dat vinden veel mensen ook heel benauwend," zei Kees, "dat het leven hier nog net zo is zoals we het kennen uit de tv-serie Foyles War. Maar die mensen gaan ook niet in Milton Keynes, ten Noordwesten van Hemel. Dat is een stad die na de oorlog is gebouwd, maar ik geloof niet dat de mensen daar roots kunnen laten groeien. Morgenochtend laat ik eerst de filter monteren. Merriweather zou een afspraak maken. Misschien hebben we nog tijd om daar te gaan kijken, en scones eten in Milton Keynes."
Ze wandelden door Hemel Hempstead, door het grote winkelcentrum dat het karakter had van een Amerikaanse mall, en door de oude rustieke typisch Engels kleinsteedse straten. Het was alsof ze al heel lang niet meer in Alkmaar hadden gewinkeld, maar omdat het niet werkelijk zo lang geleden was hadden ze geen behoefte om iets te kopen.
" Let's have tea," zei Brechtje, toen ze langs een klassieke tearoom kwamen.
De thee was warm maar de ervaring was volgens Brechtje een beetje lauw, verlopen oud-Engels, en ze zei te denken dat je daarvoor naar een echt oud stadje moest. Kees kreeg een kort mailtje binnen van Jonathan Hill, met daarin de naam van het beste merk kit om de filter mee vast te zetten, en het telefoonnummer van de geconsulteerde monteur voor het geval dat de monteur van Kees behoefte zou hebben om eventueel met hem verder af te stemmen. Ze liepen in de zon te kijken in de etalages van muntenwinkels, een wapenwinkel, een winkel met Singer naaimachines, waartussen een theewinkel van Simon Lévelt als in Alkmaar en de winkel van de Duinstreek in de Stationsstraat in Bergen in het bijzonder volgens iedereen wel erg gemist werd.
"Hier moeten we het ook niet zoeken," zei Kees. "We rijden nog even naar het vliegveld om de monteur te spreken en daarna naar het hotel."
Tom tikte als volgende doel het vliegveld in, en de route verscheen op het schermpje.
"Om te beginnen de straat uit," zei Tom, "en dan rechts, maar wel links blijven rijden."
Al snel hadden ze het stop-and-go bij verkeerslichten achter de rug en reden ze op een tweebaansweg door de bossen. Tom zoomde op de Qtek in op de route om die beter te kunnen zien en zoomde weer uit voor een overview .
"Links en weer rechts de Two Waters Road op, bij het volgende grote kruispunt links, dan komen we op de A41, een snelle lokale snelweg. Nu kun je volgens mij even intrappen. Bij de volgende fly over passeren we de M25, de Londense rondweg, 12 uur. Bij het volgende knooppunt 9 uur links. Dichtbij, naar het Noorden ligt Leavesden Airport. Nu door de bebouwde kom van Leavesden. Naast de weg rijden we nu een stukje naast de M1 en even verder op er over heen. Kijk hoe ze kruipen, het lijkt wel stil te staan! Kijk links een meer. Achter de bomen en over het water ligt volgens de kaart achter de bomen het vliegveld. Links Dagger Lane. Flauwe bocht naar links. Hollandse weilanden. Nog een zijweg op rechts en dan bij de volgende T-kruising links Hogg Lane, en dan zijn we weer op de Strip."
Iedereen had stil zitten te kijken. Het was tamelijk mooi weer geworden, en inmiddels bijna vijf uur. Henry Tallis was nog aan het werk. Hij was al door Merriweather gebeld en hield er rekening mee dat hij de volgende ochtend de filter zou monteren, een serieus ogende man met een RAF-snor, en ook nog een lichtblauw button down shirt, druk bezig om een klus aan een propeller af te maken maakte hij de geruststellende opmerking dat de filter de volgende ochtend zou zijn gemonteerd als Kees zijn eitje nog niet had gegeten.
Voordat ze naar het hotel zouden rijden maakte Kees nog wat foto's voor de Phlog van de vliegtuigen op het platform in het warme zonlicht van de namiddag, en een paar landende en opstijgende vliegtuigen. Daarna toetste hij het adres in van het hotel en reden ze daar zonder zoeken naar toe. Eerst over kleine wegen door open terrein en op een hoek aan Rowley Lane de drukke A1 was het.
"Thank God It's Friday" was een groot, nogal nieuw volumineus motel in blokhutstijl van een geïnspireerd goed niveau, zoals Kees het kwalificeerde.
"Wat een dag!" zei Brechtje, nadat ze hadden ingecheckt, hun spullen naar de kamers hadden gebracht en zich in de lobby hadden geïnstalleerd in luie chesterfields om na de drukke dag te acclimatiseren. In een mahoniehouten twaalfvoetsjol zaten kinderen in stripboeken te lezen. Kees stuurde een paar foto's naar z'n Phlog, zodat zijn eigen ouders en de ouders van Brechtje konden zien wat ze allemaal meemaakten. Ze waren overeen gekomen om een half uur lui in de lobby te blijven zitten en praten, daarna naar hun kamer te gaan en te doen wat ze het liefste zouden willen en over een uur te gaan eten, to have a most pleasant dinner.
|