|
© The text and photopgraphs on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are. |
De tweelingzuster Het was zó'n strak programma dat ik in Milwaukee echt geen uurtje kon vrij maken om de Harley-Davidson fabriek van binnen te zien. Als voorbereiding had ik het adres wel bij me, maar ik kon zelfs een snel bezoekje er niet tussen schuiven. Vanaf half negen was ik al volgens schema en aan de hand van de shotlist aan het fotograferen in de South Mall supermarkt, en dat zou zo doorgaan tot in de avond, onderbroken door een lunch met de store manager. In de ochtend fotografeerde ik als locale kleur de Mall Steppers, vrouwen in de leeftijd van gepensioneerde dames, die in een straf tempo in hun eentje en ook wel als naaikransjes van twee of drie met elkaar pratend door de gangen stapten, keurige joggers die elkaar's gezelschap zochten en de linke trottoirs van de stad meden. Ze kwamen met de auto, en waagden zich verder niet op straat. In de Hyatt werd een Brewers Convention gehouden, maar in Milwaukee zat voor mij het werk erop. In de lobby raakte ik aan de praat met enkele congresgangers maar ik dronk niet meer dan een cola. De volgende ochtend reed ik alweer in mijn Pontiac vroeg terug naar Chicago, langs Lake Michigan. Even voor het havenplaatsje Racine werd ik rechts ingehaald door een Harley lowrider met bijna geen geluiddemper. We moesten alle twee stoppen voor een verkeerslicht, ik liet het rechter portierraam zakken, pakte mijn camera en maakte een paar opnamen. Toen we wegreden zag ik pas dat de jongen op de motor geen rechterhand had maar een chromen haak. De jonge, veelbelovende pianist, dacht ik. Hij zal gedacht hebben dat het mij om z'n haak ging, terwijl het mij om het geluid te doen was. Bij het volgende stoplicht sloeg hij linksaf. Hij zwaaide, met z'n haak. Het was heerlijk weer. De zon straalde van links de auto in. Ik zocht op de radio naar muziek die bij m'n stemming paste, Bill Evans, uit de zestiger jaren, een zonnige, lieve piano. Tot aan O'Hare Airport werd het een popzender, in het vliegtuig van Chicago naar Newark een film met Clint Eastwood. Op Newark huurde ik een andere auto, een Ford Taurus, om daarmee eerst naar vrienden in Montclair te rijden - praten over de huidige stand van zaken in de Formule 1, tegen een achtergrond van Mendelssohn - en de volgende dag naar Lancaster in Pennsylvania, waar ik een nieuwe superstore van Giant moest fotograferen, een nieuwe indeling, een nieuw front, en de mensen, van de manager tot de bag packers , winkelende huisvrouwen en gezinnen, kids waar de manager een praatje mee maakte - ' I didn't get my hug today! ' - binnen het zoeken naar de dingen op het boodschappenlijstje, het afrekenen en het inladen op het parkeerterrein. In de middag had ik mijn shotlist afgewerkt, niet later dan ik had gepland en gehoopt en kon ik doorrijden naar York, waar de motoren van Harley die gebouwd werden in Milwaukee in de frames werden gemonteerd, waar de hogs van de band rolden en voor het eerst hun gepatenteerde sound lieten horen. De volgende ochtend zou ik meelopen met een excursie en alles zien en ondergaan. Weer was ik aangewezen op een locale radiozender, geen strenge muziek van de Amish community maar country en western, en niet de New World Symphony va n Dvo?ák die ik in mijn hoofd had. In het tegenlicht van een laagstaande zon hoorde ik flarden oude muziek. Langs de brede betonnen freeway lagen flarden van kapotte vrachtwagenbanden. In de buurt van York haalde ik met een rustig vaartje een groep Harleys in, acht, negen, tien paar wielen. Als trailer voor de avond kwamen in de avondlucht de logo's van hotels in beeld. Zonder dat ik daar speciaal geboekt had reed ik alsof ik er bekend was op het logo af van een Holiday Inn, onder de enorme stenen baldakijn voor de ingang door en zette daar de auto weg. Zeven uur was voor buitenlandse begrippen te vroeg om de gaan eten, maar dat wilde ik wel. Het restaurant was een ruime ruimte met erg veel ronde tafels. Ik mocht aan de tafel zitten die ik had uitgekozen, een meter of tien rechts van een vleugel waar een in groen geklede pianiste stemmige, klassieke restaurantmuziek speelde, Schubert? Het zou een steak worden , well done . Het was een echte Amerikaanse holiday geworden, maar de verleidelijk mooie pianiste gaf er wel een oude wereld toon aan. Ik probeerde wat te schrijven op m'n pda; eigenlijk probeerde ik dit te schrijven, maar mijn ogen en m'n gedachten zwierven steeds weer naar haar, Doris Day, maar dan slanker. En ik stelde me voor hoe ze zou wonen, in een groene buitenwijk met brede lanen, in een grijs geverfd houten huis en laat zonlicht op de porch, een schommelstoel uiteraard. Pianomuziek door de screen door. Mendelssohn? Zou het een rustige ontmoeting worden als ik haar zou weerzien? Wat zou ik dan willen drinken. Cola? Toch een Baileys? Port? Whisky? Een spot in het plafond scheen op haar goudblonde haar, streek over haar schouders en beroerde haar rug, cool, en zwoel ook. Het was nog stil, straks zou het misschien vol zitten. Dan zou ze haar aandacht aan zoveel andere gasten moeten geven. Nu was ze er alleen nog voor mij, en voor de twee meisjes die aan een tafel naast me waren komen zitten, maar die ongegeneerd door haar recital heen zaten te roddelen, broddelen over hun werk, over guys op het werk. Dat stoorde me wel, het gebrek aan aandacht en waardering, en net niet hard genoeg zodat ik het kon volgen, salarissen, flirtations en plezier op de werkvloer. De dress van Doris was zo on-Amerikaans dat die me toch ook wel begon te bevreemden, een stijl die ik me kon voorstellen op het podium van de Kleine Zaal, daarom toch wel sfeervol, maar misschien een beetje fake. De steak was goed en het dessert was heerlijk, en ik voelde me ondanks het geroddel naast me buitengewoon gelukkig, ja. Was het Schubert? Van wie anders? Die armen, mooie ellebogen. Met niet-mooie ellebogen zou de muziek te hard en te mechanisch zijn geweest. De vleugel was geen Steinway, maar een Yamaha, het merk van de would-be Harley die ik bereed voordat ik een echte Amerikaanse twin had gekocht. Wat zou zij op haar vrije dagen doen. Zou ze morgen vrij hebben? Ik zou mijn terugreis kunnen uitstellen, en niet naar de Harley-Davidson fabriek kunnen gaan. Alleen maar een gesprekje op de porch. Als ik zo meteen naar m'n kamer zou gaan zou ik haar tenminste zachtjes zeggen 'that she had made my day'. En dan nog wat luisteren aan de tafel naast haar. En als dat zou lukken, dan gewoon rustig zien wat er van zou komen, in een pauze vragen of ik haar kon fotograferen, de porch in gedachten houdend. De muziek was te mooi om waar te zijn, maar steeds onbekender, waardoor het nog de hele avond zo zou kunnen doorgaan. Veel sneller dan ik later zelf had begrepen was ik opgestaan en naar de pianiste toegelopen, met over elkaar heen vallende blijken van waardering, met een stamelende hapering in mijn ouverture, omdat ik naar haar handen kijkend zag dat haar vingers de toetsten niet aanraakten, die leken te worden bespeeld door een onzichtbare tweelingzuster.
|