Hoe komt het dat veel fotografen die de meest tot de verbeelding sprekende
foto’s maken, geen opleiding hebben gehad voor fotograaf, zonder
vier jaar studie aan de fotoacademie en zonder het diploma, toch een
goeie fotograaf werden? ‘Ik ben er in gerold’, is vaak het
antwoord, of ze hebben er begeesterd, bevlogen en scherp gefocust naar
toe gewerkt.
Als je iets heel graag wilt, dan lukt het ook, hadden de ouders gezegd.
Of juist niet. Een opleiding was niet mogelijk geweest, en om te bewijzen
dat de ambitie serieus was werd alles op alles gezet. Eén foto
kon de aanleiding zijn tot deze beroepskeuze, een gesprek, of een ontmoeting.
Ed van der Elsken in de stad bezig zien, of Rear Window. Of een tentoonstelling.
“Als ik het over kon doen dan zou ik alsnog een degelijke opleiding
willen volgen,” zegt Robert Mens, “of liever nog stage lopen
bij één van de beste, vooral om de zakelijke kneepjes
te leren. Maar zoals het nu is gelopen had ik een heleboel andere ervaringen
misgelopen.”
Gaat
het dan ook niet vooraleerst om je kijk op het leven, hoe je dat kadreert
en hoe en wanneer je dat vast legt. Daarmee had het gesprek afgelopen
kunnen zijn, want zo simpel is het immers, voor sommige fotografen,
en hebben zij geen behoefte om daar iets aan toe te voegen. Uit gêne?
Bij Robert Mens zit het in de genen. Dat kan dus ook.
Op zijn visitekaartje staat: Diagonal, Text & photo. Diagonaal,
dat éne woord zegt al bijna alles, het licht zijn kijk op het
leven toe. En Mens is ook een renaissancemens. Hij is zoals de indruk
die ik van hem kreeg uit zijn foto’s -en van die dag dat we beiden
op shooting waren in Enkhuizen- een scherpe maar zwierige man, hij ziet
alles en neemt alles op. Als het ècht de moeite waard is, legt
hij dat vast, ook als hij er nog niet direct een toepassing voor heeft.
Mens
bleek drie, nee vier stepping stones in zijn levensrivier te hebben
liggen.
Nu je een geziene fotograaf bent, verzucht je nu wel eens of dat beroep
een goeie keuze is geweest?
“Ja
natuurlijk. Kunstgeschiedenis is een letterenstudie, papier en boeken.
Ik heb er vaak aan getwijfeld, vaak gedacht hoe ik verder moest in de
toekomst. En dat kun je niet terug draaien, maar ik denk er wel eens
aan dat een bijgedragen zou kunnen hebben, de discipline van het vak,
het systematische, het ordenen en ook het commerciële. Ik denk
dat je het oog goeddeels moet hebben, dat valt ook verder te ontwikkelen,
maar een goede foto schiet je eerst met je ogen, dan pas met de camera.
Het is een fantastische ontdekkingsreis, die heel spelenderwijs is begonnen,
via reizen en later de magazines. Het is prachtig om je verhaal met
je beelden te combineren tot een totaal gebalanceerd verhaal. En dan
ook de breedte, sculptuur, zeilschepen, landschappen. Van huis uit zijn
er die hoofdlijnen, de vader die architect was en zeilde.”
Mens
deed gymnasium in Den Bosch en kunstgeschiedenis in Groningen. Hij studeerde
af op het Plan Zuid van Berlage vergeleken met de stadsuitbreiding van
Haarlem, de invoering van de woningwet.
“De
kunstgeschiedenis met een accent op architectuur en historische stedenbouw,
dat is voor mij altijd hand in hand gegaan, en daar is het publiceren
uit voorgekomen. In 1985 heb ik bij het architectuurmuseum de research
en de catalogus gedaan van de Le Corbusier-tentoonstelling. Daarna was
ik redacteur bij het vaktijdschrift De Architect, inclusief beeldredactie
en intensief overleg met fotografen, schrijven, interviewen, het beoordelen
van de aangeboden foto’s, dat hele proces. Heel mooi materiaal,
zoals van Jan Versnel. Dat alles kwam in mijn rugzak terecht en dat
bleek later weer van pas te komen. Architect Bonnema had een prachtige
villa voor zichzelf ontworpen in Friesland. Jan Versnel, van wie hij
had begrepen dat hij een toonaangevende architectuurfotograaf was, had
hij uitgenodigd om zijn villa te fotograferen. Op een ochtend zag hij
een man in de bosjes. Het bleek Versnel te zijn, die met z’n vingers
een rechthoek maakte. ‘Maar u hebt geen camera bij u’, had
Bonnema gezegd. ‘Ja maar’, had Versnel gezegd, ‘ ik
kom alleen maar kijken welke lichtval er op het huis is op welk tijdstip,
zodat ik een plan kan maken hoe ik het zal doen als ik de volgende keer
terug kom’. Dat vond Bonnema zó indrukwekkend, dat hij
wist dat hij echt een vakman was, een echte fotograaf. Het zijn ook
prachtige foto’s geworden.
Na
De Architect ben ik freelance gaan werken en heb toen mijn praktijk
verbreed. Ben gaan reizen, waarna de fotografie steeds belangrijker
werd. Al spoedig ging ik niet alleen voor de tekst op pad, maar ook
voor de foto’s. Nog steeds zoek ik het vooral in de Mediterrane
landen, geen stap meer zonder de camera.
Dan
was er nog mijn overgrootvader die in Arnhem fotograaf was. De heer
H.A. Mens, Fotograaf. Dus het zit al lang in de familie. In de oorlog
werd, het huis getroffen en waren alle ruiten kapot. Toen heeft overgrootvader
de ramen vervangen met de grote glasnegatieven uit de periode 1860-1870.
Het Rijksmuseum bleek echter nog een paar portretten van hem te hebben.
Zeiltochten
zijn voor mij de mooiste combinatie van fotograferen en schrijven. Langs
de kust van de Languedoc bijvoorbeeld, inclusief het verhaal over de
havenplaatsen. Omdat ik van meet af aan alleen maar op dia heb geschoten,
bouwde ik op die manier een prachtig archief op. Dat is nooit meer opgehouden.
De lezer die een zeilverhaal leest, ga ik van uit, vindt het ook leuk
om te lazen wat er op de wal te doen is. Daar komt mijn kunsthistorische
interesse weer van pas. Fotograferen is natuurlijk in essentie kijken
en je verbazen.”
Buiten is het inmiddels donker geworden. Als we nog eens meer
pagina’s ter beschikking hebben, zullen we terug komen, om verder
te praten over Slauerhoff, de kunst van het fotograferen van
zeilschepen, het anticiperen op situaties in wedstrijden, de lucht,
de wind, de stand van de zon en dan ook het een even helse als fascinerende
fotograferen vanuit een speedboat of helicopter.
Al
na half uur krijg ik met email een prachtfoto van zijn zilveren Aprilia
naast mijn eveneens Italiaanse zilveren Alfa Romeo, pendanten toevallig.
“Wat
een sierlijke, stralende vormen op zo’n sombere, druilerige dag.
Schoonheid tref je overal...,” zei Robert bij zijn afscheid.
Hans Arend de Wit