De Staande Mast Route
lijkt wel op het Pieterpad
voor de pleziervaart.




Zoals veel wandelaars hun hele leven dromen van het helemaal aflopen van hetlegendarische Pieterpad heb ik met tussenpozen gedacht dat het boeiend zou zijn om de Staande Mastroute varen, en dan zonder de mast te strijken. Maar ik had nooit iets in Willemstad te zoeken, en ook niet in Delfzijl. Meerdere malen had ik aan het Spaarne heel lang voor een open brug gestaan, omdat een armada van schepen en bootjes passeerden. Ik had geen uitgesproken vragen, maar ik wilde er wel iets meer over weten. Ik had behoefte om er een beetje over te kletsen, met de brugwachter of een passant. Een alternatief voor het Spaarne in Haarlem bleek de Schinkel in Amsterdam te zijn, en nog wel de sluis waar ik in mijn jeugd veel had rond gehangen. Op een drukke Zaterdagmiddag zegt Piet van Hoeve, de sluismeester, dat hij voor mij geen minuutje de tijd heeft, dat ik beter vroeg in de ochtend kan komen als zijn dienst begint en het nog stil is in de kolk. Dat zou de daarop volgende Maandagochtend worden, zes uur. Er is een heel jonge, heel vrouwelijke sluismeesteres, Selina, die doortastend de schippers vraagt, en soms gebiedt, om door te varen tot achterin de sluis. “Als je niks zegt meren ze af zodra ze binnen zijn.” Vriendelijk en kordaat.




Terwijl ik met haar meeloop vertelt ze dat vanuit de container ook de bruggen van de Riekerhaven worden bediend. “Maar dat is door de week. Dat hadden we er nou niet bij kunnen hebben, nu het zo extreem druk is.” Vóór de sluis, aan de kant van De Nieuwe Meer is het buitengewoon druk, een paar enorme kuisers, veel sloepen, in de verte komt een vrachtschip aan. Maar ze weet het te mannen, geeft aanwijzingen, resoluut en kalm. Ik maak de foto’s. Iedereen is op doorvaart naar het IJsselmeer, of de stad. Een jacht met een gestreken mast. ‘Misschien kun je daar even een praatje maken,’ oppert Selina langs de kolk snellend. Nee, er is druk vertier in een sloep waar ik eerst een foto van wil maken.









De volgende keer dat er geschut wordt vaart, voorafgaand aan de pleziervaart, een grote beurtvaarder met een vaartje de kolk binnen. Een jonge schipper (m) gooit op het eind de trossen om de bolders, zachtjes en gelijkmatig komt het schip stil te liggen. Een jonge, vrolijke, elegante schipper (v) komt uit de stuurhut naar beneden. Er blijft nog maar een geultje over voor de andere boten. Het lijkt aannemelijk dat door het tactvolle optreden van Selina nergens paniek en ruzie ontstaat. Iedereen is in een beetje feestelijke stemming. Of is iedereen gay omdat men op weg is naar ‘Gay Parade’?









Om 24:00 gaan de bruggen open.

De Maandag daarop is het om 06:00 uur bladstil rond de kolk en weer is het zonnig. Piet van Hoeve en Hans Zeilinga hebben nu alle tijd om te praten; er wordt geen enkel schip geschut. Vanuit de duiventil vanwaar uit de verkeersbrug en de spoorwegbrug worden bediend heb ik een panoramisch uitzicht over de spiegelgladde Nieuwe Meer. Links, in grote rust, de haven van de WVA, met de starttoren die ik heb zien bouwen, waarvan nu alleen de pijlers nog staan. Over stuurboord, aan de steiger, liggen een paar schepen met hoge masten. “Daar gaat het allemaal om in mijn belangstelling.”
Van Hoeve is van huis uit beurtschipper, en heeft zijn leven op en rond het water gezeten; hij heeft nu een baan naar zijn hart. Terug in het kantoor pakt hij een ANWB-kaart en we lopen met de vinger de hele route langs. De sluis is een vitaal punt op de helft van de route, de slagader die van Zuid naar Noord loopt. Met wie kan ik over de route beter praten dan met Van Hoeve?
Aan het loket worden meerdere malen vragen gesteld over de mastroute. “’s Nachts kunnen ze in een uur door Amsterdam zijn. Wij zijn 24 uur per dag operationeel.
Maar je moet wachten tot 12 uur ’s nachts voor de spoorbruggen, bij de Singelgracht en bij ons. Wij moeten dat aanvragen, telefonisch, nee niet schriftelijk. Eerst de spoorbrug. Daar moet toestemming voor gevraagd worden, waarna de brug wordt vrij gegeven. Dan de metrobrug. De verkeersbrug regelen wij zelf. Als die open staan begint het invaren. Dat geeft nogal een strubbelingen, want de meeste schippers zijn kleurenblind en varen gewoon door rood licht. Zodra de deur open is moet je ook naar buiten want als je dat niet doet is de kolk met twee schepen al vol.
Als alles er niet in kan dan moeten ze terug, want anders kunnen de bruggen niet dicht. Om te beginnen zeggen we al bij het loket dat ze moeten aansluiten, en dan roepen we het nog eens door de luidsprekers. Dan kan het nog voorkomen dat je nog de muur op moet. Acht van de tien mensen kennen de regels niet of handelen er niet naar. Ze lijken soms wel blind en doof want ze zitten op het water alsof ze het rijk alleen hebben. Zodra ze voorbij de deur zijn gaat de motor af. Dan moet ik naar beneden. Laatst gebeurde het dat we nog een half uur bezig zijn geweest en stond er een file van 12 km. Als er aanwijzingen worden gegeven kijken ze om zich heen alsof ze niet gehoord hebben. Wij hebben afspraken met de ambulances, zodat ze of de Overtoombrug of de Zeilbrug kunnen nemen, maar het gebeurt wel dat er toch een met loeiende sirene voor de slagboom staat, terwijl het dan soms om mensenlevens gaat. Of mensen met een slok op die bijna het gat in rijden. Als de pleziervaart wist wat er allemaal bij komt kijken dan zou er wel meer begrip zijn voor wat de gevolgen voor zijn voor het verkeer over de weg.




Om 22:30 uur liggen er al wel zo’n twintig schepen aan twee steigers voor de sluis. Even voor twaalf, 23:50, maken de schepen zich los van de steiger. Het licht springt op groen. De bruggen gaan achter elkaar open en de schepen varen langzaam op naar de kolk. “Het is een spoorboekje,” had één van de opvarenden gezegd. “We zijn over zee van Den Helder naar de Grevelingen gezeild, en waren op vakantie in die buurt. De mast strijken is voor ons ondenkbaar, en we moesten voor de kinderen bij opa en oma zijn in Amstelveen. Er is niets romantisch aan de mastroute. Voor de kinderen is het veel leuker, hier en daar de wal op. Maar voor ons is het veel wachten, stressen om de tijden te halen, wakker blijven, afzien dus, en in donker varen.”




Foto's en tekst Hans Arend de Wit

 

 

Terug naar Switch Image Features.