|
|
-
1 - 01 -
|
Voor
die ochtend was regen verwacht, maar toen ik op het eerste perron van
station WTC stond te wachten op de trein waarmee ik naar Den Haag wilde
om daar een fototentoonstelling te zien, begon opeens de zon te schijnen.
In de tijd dat ik moest wachten kon ik nog mooi met mijn nieuwe digitale
camera een plaatje maken van de stralende gebouwen aan de Zuidas.
‘Ga
maar eens kijken wat voor werk je collega’s maken,’ had mijn
vader gezegd.
In
het dikke boek Century dat ik ook op mijn verjaardag had gekregen - die
verwennerij kon ik wel waarderen - stonden alle wereldfotografen, eigenlijk
had ik ze allemaal al gezien. Per fotograaf stond er maar één
foto in en, ik wilde wel weer eens een keer echte afgedrukte foto’s
zien, hoewel dat ik die zelf niet zou maken, maar me beperken tot fotograferen
en op het computerscherm bekijken. Als ik foto’s zou kunnen verkopen
dan zou ik een cd kunnen geven. Ik had een pet opgezet tegen de regen,
want ik zag er niks in om met die natte slierten door het museum te lopen,
maar nu zat de klep de camera in de weg en moest ik hem een beetje omhoog
drukken.
Van
de kant van Diemen kwam het geluid van een luidruchtige auto over de A10
mijn kant op. Vanaf het perron zou ik in een flits de bovenkant kunnen
schieten, maar ik hield wel de camera klaar, op de langste tele-stand,
die voor omgerekend naar een kleinbeeldcamera slechts 105 mm was, onvoldoende
dus. Digitale zoom zou ik niet moeten gebruiken, had mijn oom Peter gezegd,
omdat die een waardeloos grof resultaat zou geven. Toch stond ik klaar
om mee te draaien. Dan zou ik maar één opname kunnen maken
omdat het daarna zó lang zou duren eer het beeld door de elektronica
was verwerkt dat ik niet een tweede zou kunnen maken. Het geluid kwam
snel dichterbij. Boven de weg. Een klein vliegtuig. Aluminiumkleurig.
Ik stelde scherp op een gebouwtje halverwege het WTC en wachtte een paar
seconden tot het dat punt passeerde en drukte door. In een flits maar
toch kalm. Om een tweede opname te maken zou de camera niet in slagen,
wat met een gewone kleinbeeldcamera wel had gekund. Het vloog laag over
de weg verder in de richting van het Nieuwe Meer. Daarna zag ik dat de
opname prachtig was gelukt, scherp zo te zien, net op een goed moment,
mooi in het kader, mooi in beeld voor het hoofdgebouw van het WTC, een
wereldfoto. De trein kwam, maar ik stapte niet in. Ik belde mijn vader,
en ik vertelde het. ‘Het was de Spirit of St. Louis,’ zei
ik, ‘ik herkende het uit dat boek van u van het Air and Space Museum
in Washington.’
‘Ik
zal het telefoonnummer van de verkeersleiding van Schiphol zoeken, blijf
even aan de lijn. Dan kun je bellen en het eventueel melden als je dat
soms wil.’
Ik
zoomde op de display in op het vliegtuig en het leek wel dat de naam op
de motorkap stond. Geen voorruit. Een klein rechthoekig ruitje aan de
zijkant. Hoe kon de piloot zien waar ie vloog, zo krap tussen de huizen.
Het was ècht de Spirit!
‘Pa,
het is ’m ècht!’
Hij
gaf het nummer. Ik schreef het op in een notitieboekje, stopte de Contax
TVS in de binnenzak van m’n jack en toetste het nummer in van Schiphol
en vroeg naar de toren en zei dat ik haast had.
‘Bas
Anker.’
De
toren, inderdaad, rechtstreeks. Ik vertelde wat ik gezien had, en niet
dat ik wilde melden dat het zo laag vloog, en dan nog wel rakelings langs
het WIC.
‘Nee,
we hebben daar het afgelopen kwartier daar geen vliegtuig op het scherm
gehad. Ik heb wel een in Westelijke richting snel bewegende bliep gezien,
maar dat was over de weg, die sneller bewoog dan de rest van het verkeer,
over de A1, en verder over de A9 naar Haarlem. Zo laag kun je niet vliegen.
Ik kan verder niets voor je doen. Verkeersveiligheid op de grond is niet
mijn terrein. Ja de stip is nu voorbij Haarlem.’
Ik
vertelde niet van de foto. Ik fietste weer naar huis. Wat nu verder? Naar
een krant?
‘Ik
dacht dat jij naar Den Haag was,’ zei m’n moeder.
Ik
belde Peter. Peter was geen echte oom maar zo lang ik hem ken een vriend
van mijn vader. Een inspirerende man, een fotograaf, met wie ik veel over
zijn beroep had gepraat. Ik zei nog wel eens oom, maar dan meer om treiteren.
‘Ik
zal even wat rond bellen,’ zei hij.
Het
was nog vroeg in de ochtend.
|
- 1 - 02 -
|
Vijf minuten later belde Peter - wel
een echte peetoom bleek weer eens - daar heb ik het nooit over, maar
hij is het wel.
‘Kees,
ik weet wat meer! Bij Rijkswaterstaat hebben ze een vliegtuig laag over
de A9 in Noordelijke richting zien vliegen, in de richting van Alkmaar.
Ze letten er nu speciaal op. Als ze meer weten bellen ze mij.’
Wat
moest ik met die foto? M’n moeder kwam naar m’n kamer met
een colaatje, wilde zeker meer weten. Ze zag nog net de foto van de
Spirit voordat ik ‘m weg klikte.
‘Wat
zie je er opgewonden uit,’ zei ze. ‘Wat een leuk oud vliegtuig.’
Toen
ze weer weg was belde ik meteen Bas Anker.
‘De
stip is Alkmaar gepasseerd,’ zei hij, ‘als je aan de lijn
blijft vraag ik of er wat meer bekend is.’
Ze
weten niet of het een ufo is of iets anders. Er kwam een dubbelgesprek
binnen, Peet.
‘Kees,
voorbij Alkmaar hebben ze langs het kanaal geen camera’s meer,
dus daar houdt het voor hun op.’
‘Ik
bel u straks terug,’ zei ik gehaast.
Na
een tijdje meldde de toren zich weer: ‘Het duurde even, maar de
stip is verdwenen, oostelijk van het Noord-Hollands Kanaal. Bij Koedijk.
Dat is alles wat ik je nu kan zeggen. Misschien nog eens tot horens.’
Ik
bedankte Anker. Hij besefte blijkbaar niet dat ik een foto had. Van
Peter had ik geleerd dat je met dit soort ‘scoops’ voorzichtig
moest zijn.
Koedijk!
Tussen de vlaaien!
Wat
nu!
Het
was nog steeds vroeg. Er was veel gebeurd in korte tijd. Ik had nog
een hele dag voor me. Ik belde Peter, want hij was immers een prof,
en misschien had hij nog een tip.
‘Ik
zou naar Den Haag,’ zei ik, ‘u weet wel naar die tentoonstelling,
maar ik ben weer naar huis gegaan. Wat vindt u er van als ik op m’n
brommer naar Koedijk rij om de Spirit daar te zoeken? Daar is hij van
het radarscherm verdwenen. Ik heb net gezien dat de foto prachtig is
geworden, en ook nog scherp.’
‘Dat
zou ik zeker doen collega!’ zei Peter.
In
zwart-wit was de foto nog mooier! Nog een dag wachten om er iets mee
te doen? Ik zei dat ik ging. Anderhalf uur rijden schatte ik.
Die
Kees, zou Peter misschien denken, d’r steekt toch wel iets goeds
in die jongen. Of zoiets.
|
- 1- 03 -
|

Het was allemaal snel gegaan. Nog steeds
was het vroeg. Ik zei tegen m’n moeder dat ik me bedacht had en
op de scooter naar Alkmaar zou gaan, dat daar is iets interessanters
te zien was. Ik deed de shawl om die me door haar werd aangeraden. Het
zag er niet naar uit dat het nog zou gaan regenen, ik kon best op de
scooter. Handschoenen.
‘Mag
ik mee? Wat ga je doen?’ riep m’n zus van boven.
‘Nee,
dit is iets voor jongens,’ riep ik terug.
‘Wat
gaat ie doen?’ hoorde ik Hetty aan m’n moeder vragen, net
voordat ik de deur dicht trok.
Het
was best goed weer voor zo’n rit. Eerst naar de Hemweg, met de
pont over, Koog aan de Zaan, beetje zijwind, niet te fris, mam.
De
foto van de Spirit stond op de disk van m’n computer, die konden
ze me niet meer afpakken. M’n telefoontje trilde.
‘Peter.
Waar zit je?’
Ik
zei Peter waar ik reed. Hij had geen contact meer met Schiphol gezocht.
Hij raadde me aan om het verder rustig aan te doen. Ik reed weer door.
Peter leek het ook wel spannend te vinden. Langs het moderne station
van Zaandam naar Koog aan de Zaan, dan Zaandijk, bij het viaduct rechts
over een tweebaansweg naar West Knollendam, Markenbinnen, aanelkaargeschreven,
tot een T-kruising en daar links, links, langs het Alkmaardermeer links,
niet meer dan een enkele motorboot, een flink vaartje nu, m’n
moeder zou me niet zo snel moeten zien rijden, flauwe bocht naar rechts,
heus wel voorzichtig, met aan de linker hand het Noord-Hollands Kanaal,
aan het eind van deze smalle tweebaansweg links, een stukje over de
snelweg tot de grote roundabout en daar de Alkmaar in. Dat ging ook
sneller dan ik dacht en al vlug reed ik weer langs het kanaal. De route
had ik me goed ingeprent. Een klein stukje langs het kanaal rechts van
de weg en daar lag de vlotbrug al. Koedijk.
Wat
nu? Even rustig worden, even een foto maken. Even kijken hoe ik het
vliegtuig zou kunnen vinden. Een boerderij met voldoende land dat als
airstrip zou kunnen dienen, had ik al bedacht, en logischerwijze in
een oost-west richting omdat de wind meestal uit het westen komt.
Er
kwam een man aanlopen.
‘Zo
jongen, da’s een mooie scooter.’
Ik
zei gedag en glimlachte.
‘Hebt
u hier wel eens een klein vliegtuig laag zien overvliegen,’ vroeg
ik op de man af.
‘Jawel,’
zei de man, ‘zo’n ultralight. Die’s van Van Waaien.
Een allemachtig mooi ding.’
‘Kunt
u mij zeggen waar die woont?’
‘Jawel,
da’s aan de Nauertogt.’ De man spelde de vreemde naam.
‘Langs
het kanaal staat halverwege het dorp een straatbordje dat het land in
wijst. Kan niet missen. Nog niet zo lang geleden kwam ie nog over, een
prachtig machien!’
Ik
bedankte de man en reed rechts van het kanaal door het dorp totdat ik
er uit reed, en inderdaad daar was een weg de polder in, Nauertogt.
Grote propellers in de verte, windmolens. Nu langzaam. Een blaffende
hond. Een man die z’n auto stond te wassen. Weer een heel stuk
weiland. Bij het volgende huis reed ik nog langzamer. Een huis met twee
grote schuren, daartussen een windzak, een heuse roodwitte windzak zo
een die ook op vliegveldjes staat, beetje slapjes, er stond niet zo
veel wind meer. Weer een hond, een herder. Er kwam een vrouw uit het
huis. De hond blafte naar me vanachter het toegangshek.
‘Goed
volk Rekel,’ zei de vrouw tegen de hond. ‘Hij doet niets,’
zei ze tegen mij, ‘hij is alleen heel waakzaam.’
De
vrouw keek mij vriendelijk en vragend aan.

|
- 1 - 04 -
|
‘Is hier een tijdje geleden
een klein vliegtuigje geland?’ vroeg ik.
‘Hoe
kom je daar zo bij?’ vroeg de vrouw. ‘Vind je dat zo spannend
dat je helemaal hier naar toe komt. Want je bent niet van hier is het
niet?’
‘Aan
het begin van het dorp zei iemand dat hier zo’n ultralight thuis
hoorde,’ zei ik.
Ze
lachte. ‘Ik zal mijn man roepen,’ zei ze. ‘Zet je scooter
maar daar neer, naast de schuurdeur. Dan kunnen ze d’r langs.’
Ze
liep naar de linker van de twee schuren en kwam even later terug met een
man in een groene vliegersoverall . Zijn ogen waren vriendelijk maar hij
vroeg streng wat ik zocht.
‘Ik
hoorde dat u een ultralight hebt,’ zei ik, ‘zo een heb ik
wel een op Lelystad gezien, maar daar waren ze zo druk mee dat ik er daar
niets kon vragen. En ik mocht niet op het platform. Maar ik dacht zo dat
ik u misschien kon vragen er iets over te vertellen.’
De
man lachte en zei: ‘Ik kom er net vandaan, van Lelystad, tenminste,
ik ben er langs gevlogen.’
Ik
stelde mij voor en de man noemde zijn naam, Van Waaien.
‘Ik
vroeg mij af,’ zei ik, ‘hoe het is om zo’n toestel te
vliegen, en waar je allemaal kan landen, maar het is me duidelijk dat
dit voor u ideaal is omdat u zo’n groot stuk land hebt.’
We
stonden stil voor de deur van de schuur en we keken beiden naar het weiland
en opeens viel er een lange stilte.
‘Waar
kom je vandaan?’ vroeg de piloot.
‘Uit
Amsterdam,’ zei ik.
‘Da’s
toch wel vreemd,’ zei de man, ‘hoe weet je mij dan hier te
vinden? Maar goed, ik heb inderdaad zo’n ultralight, twee zelfs.
Kom maar even verder.’
Ik
liep achter de man aan de schuur in, en daar stond een ultralight met
z’n vleugel een beetje schuins over het frame gekanteld. Daarachter
stond de Spirit. Ik voelde me blozen, en hoopte dat de man het niet zou
zien. Daar stond ze! Ik stond stil bij de kleine driewieler van aluminium
buizen met de gekantelde vleugel en zei dat ik die bedoelde.
‘Ja,
zo een bedoel ik.’
Ik
kreeg ook een vreemd gevoel omdat ik er zo om heen hand gedraaid.
‘Op
Lelystad vlogen ze af en aan,’ zei ik, ‘en de lessers zaten
praktisch bij elkaar op schoot. Dat lijkt me toch wel heel raar en niet
erg plezierig om op die manier rond te vliegen.’
‘Ach,’
zei de man, ‘dat valt wel mee, zo gaat het maar een paar keer, totdat
je solo mag, en dan vlieg je zoals je dat zelf wil, en waar je naar toe
wil. Heerlijk een luchtje scheppen.’
|
- 1 - 05 -
|
‘Wat woont u hier fantastisch,’
zei ik, ‘wonen aan je eigen airstrip of zeg maar vliegveld. Een
paar kilometer van de duinen en het strand. Het is net een film.’
‘Dat
is heel wonderlijk gegaan,’ zei Van Waaien, ‘ik had hier koeien
op het land lopen, veel koeien, en de schuren waren ook voor hun. Maar
met de melkveehouderij ging het steeds slechter en zo moest ik de koeien
weg doen. Al een tijdje werden er in die andere schuur een paar paarden
gestald. Dat ben ik toen gaan uitbreiden, nee eigenlijk ging dat vanzelf.
De mensen die hier hun paarden hadden staan vertelden het door en zo kwamen
er steeds meer.’
Peter
zou me hier moeten zien praten met de vlieger van de ufo. Hij zou elk
ogenblik kunnen bellen. Dan wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Als
hij hoorde hoe mijn detectivewerk was verlopen zou hij dat wel knap en
gaaf vinden. Intussen vond ik het steeds onprettiger vinden dat ik bij
Van Waaien onder valse voorwendselen was binnen gedrongen. Eerst had ik
nog gedacht dat ik het excuus kon hebben van een fotoreporter, maar dat
was ik niet, want zo het leek had deze ex-veeboer niets illegaals gedaan.
Terwijl ik mij omdraaide naar de Spirit vroeg ik mij af hoe ik het verder
moest spelen. Voordat het wilde zei ik: ‘Meneer van Waaien, de Spirit
is eigenlijk het vliegtuig waarvoor ik kom.’
‘Zo
zo jongen,’ zei hij, ‘ik wist wel dat er iets niet helemaal
klopte.’
Het
zag er niet naar uit dat Van Waaien erg kwaad was. Hij keek me strak aan
en zei even niks. Toch geschrokken? Was hij bang dat ik hem zou aangeven
of zoiets? Hij draaide zich om en keek naar de Spirit.
‘Een
tijdje, zei hij, ‘ben ik van plan geweest om de Spirit ‘De
Spirit van Koedijk’ te noemen, om zodoende Koedijk eens internationaal
op de kaart te zetten, maar tenslotte vond ik dat toch een flauwe grap,
want in wezen is het wèl, hoewel een beetje aangepast, een replica
van de echte Spirit uit St. Louis. Dat is ze namelijk. Het is een ultralight,
een ultra licht vliegtuig dat onder die categorie valt. Bij de Rijksluchtvaartdienst
weten ze er van, zijn ze meermalen tijdens de bouw komen inspecteren.
Nee, ze weten ervan. Een ultralight, zo licht is ze. Daarvoor gelden andere
regels dan kleine lichte vliegtuigen.’
M’n mobieltje trilde. Ja hoor, het was Peter weer. Ik liep even
de schuur uit en zei dat het goed ging, dat ik de Spirit had gevonden
en dat ik over een half uurtje zou terug bellen.
‘Hoe
wist je hier van,’ vroeg Van Waaien, ‘heeft iemand het je
verteld?’
We
liepen samen op naar het aluminium vliegtuig. Hij leek niet kwaad, nee,
het leek zelfs dat hij er wel plezier in had!
|
- 1 - 06 -
|
Ik voelde me nog erg opgelaten, maar ik vertelde het
hele verhaal.
De vrouw kwam binnen. Ze leek helemaal niet op zo’n boerin die ik
in deze streek verwacht had, eerder een chique maar lieve dame uit Zuid.
‘Jongens,
willen jullie wat eten? En melk of koffie? Blijven jullie hier zitten Dirk?’
‘Koffie
alstublieft,’ zei ik.
Ze
lachte naar me en ging toen weer.
‘Het
zat er natuurlijk dik in, dat ze me zouden traceren, dat moest een keer
gebeuren,’ zei Van Waaien. Hij leek niet kwaad. ‘Niet eens ze,
want ze hebben me oogluikend laten gaan zoals ik het zie. Maar jij was het
die me helemaal tot hier heeft nagetrokken.’
Hij
lachte.
‘Ik
ben niet boos op je hoor! Het mooiste van de Spirit is dat de motor een
echte Ryan is. Heb ik gevonden op een vliegveld op Long Island, maar het
hele verhaal is een heel lang verhaal.’
We liepen naar de kant van de schuur, waar een werkbank stond en een draaibank,
niet de apparatuur om koeien te melken. Op een vrij stukje van een werktafel
met paperassen en boeken en prenten aan de muur, hingen ook foto’s
van de Spirit. Mijn foto zou hier niet misstaan. Drie luie stoelen bij een
ronde tafel en een rechte stoel bij een tafel aan de wand. Op de ronde tafel
stond ook een stapel boeken. Mussen vlogen kwetterend naar binnen, naar
hun nest, en na een duikvlucht vanuit de spanten van het dak naar buiten.
M’n
mobieltje trilde. M’n vader. Dat kon ik er nu niet bij hebben.
‘Is
het leuk? Waar zit je? Nog in Den Haag?’
‘Nee
pap,’ ik heb iets leukers bedacht, ‘maar maak je geen zorgen,
ik ben vanavond op tijd weer terug.’
‘Nou
goed,’ zei hij, ‘ik vertrouw er op dat je niet door zeven sloten
baggert.’
Sloten!
‘Sinds
dat ik die foto maakte,’ zei ik, ‘vraag ik me af hoe u kunt
vliegen zonder vóóruitzicht.’
‘Lindbergh
zelf kon dat ook niet,’ zei Van Waaien, ‘want er zat een enorme
benzinetank op de plaats van de passagier. Hij zat achter een paneel waar
de meters en instrument op waren geplaatst. Hij kon voor zich uit kijken
door z’n vliegtuig steeds een beetje te manoeuvreren, zoals een vliegtuig
met een staartwiel naar de startbaan taxiet, beetje naar links, beetje naar
rechts. Hij had ook een periscoop waardoor hij vooruit kon kijken.’
Zijn
vrouw kwam de hangar binnen met de lunch, onze stewardess.
|
- 1 - 07 -
|
Ze legde even een hand op zijn schouder en keek mij
vriendelijk aan. Een groot bord met bruine boterhammen, met kaas, oude kaas,
brokkelige kaas, en worst. En koffie. Ze bleef er even bij staan en ging
toen op de derde stoel zitten nadat ze een stapel boeken naar de grote tafel
had verhuisd.
‘Zo
kan je dan wel over de oceaan vliegen,’ vervolgde Van Waaien, ‘maar
niet hier in Nederland. Maar daar heb ik wat op gevonden. Op het dak zit
een videocamera die het beeld doorstuurt naar een flat screen op het instrumentenpaneel.
Het is een groothoeklens, waardoor ik het zelfde uitzicht heb alsof er een
voorruit in het vliegtuig zat. Voor de show kan ik het opklappen zodat er
dan niets anders zichtbaar is dan de oorspronkelijke instrumenten. De inspecteur
van de RLD heeft al gezegd dat hij er geen probleem in zag. Dus daar maak
ik me geen zorgen over. Ik kan de camera ook een beetje naar boven en naar
beneden draaien, zodat ik veel beter zicht heb dan in een normaal vliegtuig
als ik boven de weg vlieg. En ik vlieg boven de weg, maar dat heb je al
begrepen inmiddels, omdat ik daar op het radarscherm niet opval. Maar de
toren die zal geen snelheidsovertreders doorgeven aan de verkeerspolitie,
hoop ik. Zeg maar Dick, dat vind ik fijner dan meneer.’
‘Kom
Dirk,’ zei mevrouw van Waaien, ‘ik ga weer naar binnen. Als
jullie nog wat willen dan hoor ik het wel.’
‘Het
duurt, hoop ik nog twee weken,’ zei Dick, ‘tot ik het luchtvaardigheidsbewijs
zal krijgen van de RLD, maar daar wachten we niet op, dat is des te spannender.
Intussen zal ik je helpen een mooie serie foto’s te maken. Ik begrijp
natuurlijk best dat zoiets een enorme scoop voor je zou betekenen.’
‘Dan
leen ik een camera van een vriend,’ zei ik, ‘zodat ik dia’s
kan maken. Daar heb ik veel meer aan, omdat bladen beter van dia’s
kunnen reproduceren als ze de foto’s groot willen plaatsen. Die vriend
is een professioneel fotograaf en hij heeft daarvoor de geschikte apparatuur.
Maar ik was helemaal vergeten de opname te laten zien die ik vanochtend
heb gemaakt.’
|
- 1 - 08 -
|
‘Zo zo!’ zei Dick, ‘dat is enorm!
Juist tegen die achtergrond! Zo Amerikaans! Het lijkt Manhattan wel. Prachtig!
Dat is toch bij Amsterdam is het niet? Nou ik zie wel dat je het kan! Ik
had gedacht dat we volgende week Zaterdag, als jij dan kan tenminste, nog
een paar goeie foto’s zouden kunnen maken. Wat vind je?’
‘Dat
is mooier dan ik kan dromen.’
‘Maar
dan moet je het tegen niemand zeggen! Ik stel voor dat we beginnen boven
de haven van IJmuiden, om 10:00 uur. Als je mij je mobiele nummer geeft
kunnen we contact houden. Om die tijd is het prachtig om vanuit zee voor
de Hoogovens langs te vliegen. Die als eerste
‘Als
je dan naar het Noorden vliegt,’ opperde ik, ‘dan zou ik een
vriend kunnen vragen of hij in Bergen aan Zee de volgende foto zou kunnen
maken.’
Het
was wel vreemd om meneer van Waaien bij zijn voornaam te noemen. Ik zou
best wel populair over kunnen komen.
‘Nee,’
zei meneer van Waaien kortaf, ‘ik wil er geen andere fotografen bij
betrekken. We doen het anders. Ik vlieg gewoon weer naar huis en we spreken
af dat als jij al goeddeels onderweg bent naar Bergen aan Zee, dat ik weer
van start ga. Wat vind je daar van?’
‘Ik
zou ook nog een start en een landing willen fotograferen,’ zei ik,
‘maar dat kunnen we dan als laatste doen.
Opeens
kwam het in me op dat sommige mensen zich geroepen voelen om hun familienaam
waar te maken ik een beroep dat daarop aansluit. Ik vroeg of dat bij Van
Waaien ook zo was gegaan.
‘Wat
dacht je van Baksteen,’ vroeg Dick meteen daarop, ‘de chef van
de verkeersvliegersvereniging? Het is te hopen dat Rijkswaterstaat en de
Rijksluchtvaartdienst een niet al te best contact hebben, waardoor ze samen
kunnen concluderen wat er gebeurd is, dat ik het was. De vlucht van vanochtend
was de eerste grote vlucht. Het was de eerste keer. Niet een weddenschap
van een mannen op een vliegclub, zoals dat in Engeland zo vaak gebeurde,
die drieste piloten die onder bruggen door vlogen. Je moet me wel beloven
dat je nog even wacht met die foto bij een krant aan te bieden, want dan
gaat de show niet door. Ik zeg het maar om het gezegd te hebben, die echte
persmensen zijn niet te vertrouwen. Muskieten.’
‘Ik
ben nog lang geen echte,’ zei ik.
|
- 1 - 09 -
|
Tijdens de lunch zat ik in de stoel waaruit ik het
best naar de Spirit kon kijken; ze werd steeds imposanter. Ik twijfelde
er niet aan maar het was niet te geloven dat Van Waaien het vliegtuig zelf
had gebouwd. Zoals ook die prachtig in schijfjes gedraaide aluminium voorkant,
die rechtstreeks uit de fabriek van Bugatti leek te komen. Ik stond op en
hij liep met me mee.
‘Zal
ik je laten zien hoe ik toch een goed zicht naar voren heb, of moet je nu
naar huis?’
Nee,
er was dan wel veel gebeurd maar het was toch nog maar pas even voor tweeën.
Ik had nog steeds last met meneer van Waaien te tutoyeren. Gelukkig kon
ik het vaak vermijden als ik iets vroeg. Meneer Dick opende de deur, een
heel licht deurtje, ultralight. Een lichtgewicht stoel. Hij gebaarde me
te gaan zitten.
‘Ik
ben een keer in Oshkosh geweest, in Amerika,’ zei hij. ‘Dat
is een bijeenkomst van honderden zelfgebouwde vliegtuigen met hun bouwers.
Daar heb ik ook Dick Rutan ontmoet, die met zijn ex-vrouw in zijn zelfgebouwde
Voyager rond de wereld is gevlogen. Ik heb nog steeds contact met hem. Ik
heb daar zoveel prachtige kistjes gezien, dat was fantastisch. Daar kreeg
ik de vonk om iets groters te bouwen. In Amerika is dat veel makkelijker
dan hier. Moeilijker in ieder gavel dan het boeren hier is geworden. Financieel
is het ook niet eenvoudig, daarom probeer ik een sponsor te zoeken, vandaar
dat die foto’s van jou me daarmee goed zouden kunnen helpen. Zo zie
je maar hoe alles in elkaar grijpt. In heb al een balletje opgegooid bij
de importeur van Breitling, van die pilotenhorloges.’
Dick
had de camera aangezet en op het scherm voor me zag ik het weiland.
‘Lindbergh
kon door een periscoop kijken,’ zei Dick. ‘Die heb ik niet ingebouwd.
Dit is natuurlijk wel een hele verbetering. En als ik een beetje smokkel
met dat neerklapbare instrumentenpaneel dan heb ik een mooie combinatie
gemaakt, met de suggestie en veiligheid. De man van de RLD vond het een
vondst, en dat is ook belangrijk.’
‘Je moet je ogen niet
sluiten voor de nieuwe mogelijkheden,’ zei ik, en ik had meteen spijt
van deze stomme opmerking. Het was alsof ik mijn opa hoorde praten. Rekel
liep door het beeld. Daar kwam ook de vrouw van Dick binnen.
‘Gaan
jullie vliegen?’ vroeg ze. ‘Ik kom vragen of jullie nog thee
of koffie zouden willen hebben.’
‘Hebt
u misschien cola?’ vroeg ik. Ja hoor.
‘Nee,’
zei Dick, ‘ik ga niet vliegen. Tot Zaterdag is het weer mooi geweest.
Koffie graag.’
Ik
dacht er over wat ik thuis moest zeggen. En dat ik Peter moest tegenhouden
om zich er zelf actief mee te bemoeien. Ik pakte de stuurknuppel en stelde
me voor hoe het zou zijn om te vliegen.
‘Toen mijn vader nog
op de lagere school zat,’ zei ik, ‘maakte hij een fietstocht
met jongens uit zijn klas naar Het Gooi. En in Bussum waren ze de weg kwijt
en vroeg toen aan een mevrouw die in de tuin aan het werk was naar de weg.
Waar komen jullie vandaan? Toen kwam ze met glazen ranja, de cola uit die
tijd. En zo zit ik opeens hier.’
|
- 1 - 10 -
|
| ‘Ja maar,’ zei Dick,
‘dit is niet zo maar een tochtje. Dit is echt detectivewerk, voor
het geval dat je dat was vergeten. Je was op zoek naar een geheim, misschien
wel imaginair vliegtuig. Je lijkt Biggles wel. Ken je Biggles?’
‘M’n vader heeft een hele rij boeken over hem,’ zei
ik, ‘ en stripboeken. Ik heb daar wel in gelezen, maar nu het echt
is dacht ik daar niet aan. Hij heeft wel meer boeken over vliegen en hij
heeft daar ook wel over verteld, over de tijd van de barnstormers.’
‘Stripboeken
van Biggles, zijn die er ook al? Eigenlijk ben ík zo’n Barnstormer,’
zei Dick, ‘maar daar had je kennelijk nog niet aan gedacht.’
‘Die
barnstormers van toen,’ zei ik, ‘waren, zoals ik het had begrepen,
meer vliegende circussen waar je voor een dollar mee omhoog kon om naar
je boerderij te kijken.’
‘Ik
maakte maar een grapje,’ zei Dick, ‘ja zo was dat. Die mannen
vlogen van het éne dorp naar het andere, landden in een weiland,
hingen posters op in het dorp en wachtten tot er klanten kwamen. Maar
dat was niet mijn bedoeling. Toen de koeien er nog waren was het een heel
gedoe, moesten ze eerst van dit weiland naar een ander gebracht, zodat
ik kon starten en landen. En nu is het eenvoudiger geworden, de baan is
altijd beschikbaar. Alleen Rekel moeten we binnen houden.’
Al
die tijd had Dick naast de Spirit gestaan en zat ik aan de stuurknuppel.
Hij zette de camera uit, omdat die de accu zou leeg trekken. Dat was voor
mij het sein om weer uit te stappen en te denken aan naar huis gaan. Inmiddels
was het drie uur geworden. Op het moment dat ik had besloten om op te
stappen kwam de vrouw van Dick de hangar binnen met een cola en koffie
voor Dick. Als het te laat zou worden kon ik altijd even m’n moeder
bellen. En voor de familie Van Waaien was mijn bezoek ook niet te veel
leek wel. Ik moest wel Peter bellen om te zeggen dat hij over het avontuur
met het vliegtuig niets aan m’n ouders moest zeggen. De vrouw van
Dick kwam er bij zitten.
‘Ik
hoef niet meer de deur uit,’ zei ze. ‘Mag ik even hier bij
jullie komen zitten?’
Nee,
ze was echt geen boerin, maar ze zal toch ook wel onder de koeien hebben
gezeten vroeg, nam ik aan.
‘Vindt
u het niet een beetje vreemd dat uw man vlieger is geworden?’ vroeg
ik.
‘Nee
hoor,’ zei ze, ’ik vind het juist heel leuk. Zo lang ik hem
ken stond Dirk al in de lucht te kijken. Dat doen alle boeren trouwens,
om te weten was ze met het gewas of de beesten moesten, maar voor Dirk
ging het verder. Hij wilde de lucht in. In het begin vloog hij op Lelystad.
Hij zeurde wel dat hij vanaf zijn eigen land wilde starten, maar praktisch
was dat nogal lastig. In het weekend reed hij naar Lelystad. En af en
toe ook wel eens door de week. Nee, hij zeurde niet echt, zo is Dirk niet.
Maar toen de koeien weg gingen maakte hij meteen de grond gereed tot een
landingsbaan. Inmiddels had hij al zijn eigen ultralight en op een goeie
dag vloog hij hem over de dijk hier naar toe. Wat een dag! Ik met de auto
over de dijk, en hij voor me uit, zo’n zegetocht was dat voor hem,
alsof hij over de Atlantische Oceaan naar Europa vloog, alleen de andere
kant op. Nou zeg, wat een dag!’
‘Ik
heb nooit iets met auto’s gehad,’ zei Dick na een tijdje,
‘ik zie het hier tegenover ons op de weg naar Den Helder, ook als
het geen mooi weer is, langzaam rijdend of stilstaand verkeer.’
Hij
laat een foto zien en zegt dat de Spirit daarop op De Kooy staat.

|
- 1 - 11 -
|
Er vliegt een eskader mussen kwetterend
de hangar uit. De windzak hangt een beetje slapjes, het is wel te zien dat
de wind nog uit het Westen komt. De middag was omgevlogen. Om kwart over
vier reed ik weg, hartelijk uitgezwaaid. Rekel! Rekel, terug komen! De middag
was wel even anders verlopen dan in stilte door het museum in Den Haag.
Het was best goed weer om terug te rijden. De zelfde weg weer. Ik had ook
langs de kust kunnen rijden, maar dat was erg òm. Door de lucht vlogen
ontelbare ultralights. Ik zag ze overal. Het zullen wel hallucinaties zijn
geweest zou mijn vader gezegd hebben als ik hem het verhaal had verteld,
maar dat kon ik niet, omdat ik het nog minstens een week geheim moest houden.
Op de hoogte van Markenbinnen zat er een auto aan m’n bumper te toeteren,
maar ik kon niet harder dan ik al reed. Als ik met een ultralight was dan
had ik van al dat gejen en gedonder geen last gehad. Luid toeterend werd
ik door de auto gepasseerd, terwijl hij mij op een link krappe manier sneed
en bijna in de berm gedrukt. Niet zeuren, de man moest eens weten wat voor
een spannende dag ik had gehad, daar kon ie van z’n levensdagen met
z’n leasebak niet omheen.
Op
de pont realiseerde ik me dat ik een verhaal moest hebben waarachter ik
mijn project buiten de nieuwsgierigheid kon houden. En aan het eind van
de bomenloze Spaarndammerstraat, onder het treinviaduct, realiseerde ik
me dat ik Peter nog moest bellen, waarschuwen dat hij niets over de Spirit
moest vertellen. Ik stopte en belde hem.
‘Maar
dat is toch een fantastische scoop,’ zei hij verontwaardigd.
‘Daar
wacht iedere fotojournalist z’n hele leven op. Daar zou ik zelf geen
moment over twijfelen. Weet je het wel zeker? Als je langer wacht zijn anderen
je voor! Weet je het wel zeker?’
‘Als
ik het nu even cool bekijk,’ probeerde ik als antwoord, ‘weet
nog niemand waar het vliegtuig vandaan komt en volgende week Zaterdag ga
ik nog meer foto’s maken, een hele reportage. Het zou toch wel toevallig
zijn als er iemand anders vandaag een mooiere foto gemaakt zou hebben dan
ik. En trouwens, ik heb het beloofd. Houdt u het ook geheim?’
‘We
hebben het er nog wel over,’ zei Peter. ‘Maar ik zal je gerust
stellen. Ik zal er niet over praten. Ik hoop dat ik snel meer van je hoor.’
‘Misschien
morgen,’ zei ik. ‘Dan kom ik naar u toe, maar ik bel eerst even.’
‘Ja
tot morgen. Kalm aan hoor!’
Eerst
Zondag, en dan nog een hele week. Ook nog flink wat aan m’n studie
doen.
Voor
mij was er die dag ontzettend veel gebeurd, maar voor de rest van de familie
was de dag gewoon als een andere zaterdag. M’n vader was thuis, m’n
moeder uiteraard, Hetty zat op d’r kamer, en mij werd gevraagd hoe
ik het had gemaakt.
Ik
zei dat ik het toch maar niks vond om met de trein te gaan terwijl ik toch
m’n scooter had, en dat naar Den Haag voor de scooter te ver was en
dat er in Alkmaar een tentoonstelling was met foto’s van het Vliegveld
Bergen. Ik had een boekje gezien met foto’s van dat vliegveld, na
de oorlog was het afgebroken, maar dat ik alleen dat boekje had gezien,
en niet eens die dag, dat vertelde mijn verhaal niet.
|
- 1 - 12 -
|
M’n moeder had wel iets in de gaten van de spanning
van mijn avonturen die dag. Maar ze zei er niets over, ze probeerde niet
te vissen. Ze vroeg of ik het naar m’n zin had gehad, de hele dag
weg op de scooter, heel voorzichtig eigenlijk, alsof ik met haar aanstaande
schoondochter op stap was geweest. Ik pakte het boek van de Air and Space
Museum en las het hoofdstuk over de Spirit. Dat kon toch moeilijk verdacht
zijn. Er kwam niets over de verschijning van de laag overvliegende Spirit
op het Journaal, zodat ik er geen spijt van hoefde te hebben dat ik niets
met de foto had gedaan, terwijl het zo eenvoudig was geweest om hem naar
het AP te mailen. Ik ging naar m’n kamer om weer even naar de foto
te kijken. Op de gang hoorde ik iemand aankomen. Hetty. Net op tijd klikte
ik de foto weg naar een andere. Ze zei dat ze wel had mee gewild naar Alkmaar.
En dan even naar Bergen aan Zee. En dat ik beloofd had dat we een keer samen
op de scooter weg zouden gaan. En of ik zou waarschuwen als ik weer eens
op stap ging. Peter had in de middag nog gebeld, zei ze. Ik zei dat ik hem
zou terug bellen. Hij vroeg of je al thuis was. Ze had een colaatje gebracht.
Het leek wel dat ze iets wilde vragen, maar deed dat niet. Ik zou moeten
oppassen en kon beter weer naar de rest gaan om minder argwaan te wekken.
Het leek wel dat ik toch iets geheimzinnigs uitstraalde. Op de tv stond
Foyle’s War aan, dat een favoriet programma van mijn vader was.
Ik
pakte het boek weer, las verder en hield mijn vinger bij een ander hoofdstuk
een stukje verder, The Pioneers of Flight, zodat ik als m’n moeder
of wie dan ook mijn richting op kwam het andere hoofdstuk kon openslaan.
Ik had geen zin om te kijken, hoewel het anders wel spannend zou zijn. M’n
moeder zei dat Peter voor mij had gebeld, die had gezegd dat ik op m’n
mobieltje niet bereikbaar was. Shit! Ik zei dat ik toen op de scooter onderweg
geweest zal zijn. Ze ging er niet op in. Ze vroeg niet of ik hem al gesproken
had. Ik zette het boek terug omdat ik toch niet kon lezen. Ik kon Peter
moeilijk op mijn kamer gaan bellen en besloot dat tot Zondag uit te stellen.
Ik vond het wel zonderling omdat ik immers niets links had uitgehaald. Ik
verheugde me op volgende week, wanneer ik de dia’s kon laten zien.
Iedereen zou dan opkijken! Dat heeft onze Kees toch maar slim gespeeld,
zouden ze zeggen. En Peter zou trots op me zijn, en hij zou zeggen dat ik
het niet van een vreemd had. Want dan zouden de foto’s toch wel gepubliceerd
worden. Dan zou iedereen ze gezien hebben. Maar ik zou daar cool onder blijven,
of zou dat tenminste proberen.
|
- 1 - 13 -
|
Er was niks op tv. Hetty was niet weggegaan. M’n
vader en moeder zaten te lezen. Zelf had ik helemaal geen zin om de deur
uit te gaan, ik zat op hete kolen. Hetty zei nijdig dat het een stomme avond
was en zapte langs de kanalen. Op National Geographic begon net een docu
over een poging van een microlight-vlieger om over de oceaan te vliegen.
‘Laat
staan,’ riep ik.
‘Hij
weer,’ riep ze uit, en ze stampte de kamer uit. ‘Ik ga naar
José.’
M’n
ouders reageerden niet. M’n moeder liep niet eens achter haar aan.
Er hing een vreemde spanning, ik snapte niet waardoor. Toeval dat die vlieger
opeens op de tv kwam? Moest ik Dick even waarschuwen? Je loopt te hard van
stapel, zou m’n moeder zeggen. Nee, ze zou het niet zeggen, maar wel
denken. Dat was dus ook een effect van opvoeding, dat je hoort wat je moeder
zou denken. M’n vader had z’n boek laten zakken en keek naar
de man die in de regen vliegend verslag gaf van zijn plannen en de vlucht.
‘Oh,’
zei hij, ‘we zijn Foyle’s War vergeten. Ik vond het al zo’n
vreemde avond.’
Hij
zapte niet naar de Engelse serie omdat hij zo te zien werd geboeid door
de dare devil in z’n microlight. In de gids zoekend naar wat er over
hem werd vermeld zag ik dat het een uur zou duren, dus moesten we er maar
eens voor gaan zitten. Foyle’s was helemaal niet vermeld. Dat was
een kleine opluchting. Dus zouden wij samen naar de vliegpogingen van die
natte vogel kijken.
Brian
Milton was de naam van de piloot, van beroep journalist, een bevlogen gedreven
vlieger. Als introductie werd gezegd dat hij in 1998 met veel tegenslagen
een geslaagde vlucht rond de wereld had gemaakt en dat hij nu als eerste
in een microlight een non-stop vlucht wilde maken over de Atlantische Oceaan.
In 1987 had hij al in 59 dagen al een vlucht gemaakt in een Dalgety Flyer
van London naar Sydney toentertijd de langste vlucht in een microlight in
de historie. Vergeleken met zijn eerdere vluchten zou een tochtje over de
Atlantische Oceaan dus geen gewaagde onderneming worden. Misschien had hij
er erg luchtig over opgegeven en zichzelf daarmee klem gezet, maar in ieder
geval was zijn motto dat hij het liever niet overleefde dan met hangende
pootjes terug zo komen.
‘Wel
wonderlijk,’ zijn mijn vader, ‘dat hij vluchten heeft gemaakt
over heel gevaarlijk gebied, en nu hij zou oud is de Oceaan over.’
‘Colaatje
Kees?’ vroeg mijn moeder.
Ze
leek het gezellig te vinden.
|
- 1 - 14 -
|
Voor de vlucht moest een speciaal gebouwde grote benzinetank
van 416 liter worden geïnstalleerd, iets groter dan de standaard tank
van 22 liter, en ook een andere vleugel.
Zijn
inspiratie was Charles Lindbergh, vertelde Milton. Die was zijn ‘drive’,
maar zijn handicap was ‘fear of heights’, hoogtevrees. Hij wilde
de geschiedenisboeken halen. Zou Dick kijken?
De
microlight wiebelde vreselijk. Milton had grote moeite om hem een beetje ‘level’ en op koers te houden. Het weer zat niet erg mee. Het
regende. De snelheid was 116 km per uur. Van het vliegveld op Long Island
vloog hij eerst over New York City naar het Vrijheidsbeeld, waar hij op
een hoogte van 200 meter drie maal omheen cirkelde. Daarna werd koers gezet
naar Halifax.
M’n
moeder had haar tijdschrift weggelegd en zat met aandacht mee te kijken.
Geen van drieën zei iets.
Ik
begon steeds meer te beseffen dat de hele machine een kwetsbaar samenhangende
constructie was, er ging steeds meer mis. De brandstofverbruiksmeter werkte
niet meer. De benzinemeter, een doorzichtige slang aan de zijkant van de
tank, wees aan dat er veel meer verbruikte werd dan was voorzien. Milton
zei door alle geconcentreerde aandacht geen last van hoogtevrees te hebben.
Het weer werd slechter, regen, en hij zat te dubben of hij zou tanken. Het
werd snel mistig en donker. Naar Halifax zou zijn langste non-stop vlucht
worden, 893 km. Met een flinke rugwind maakte hij een snelheid van 137 km
per uur. Het werd steeds storender dat hij alsmaar moest bijsturen, geen
moment voor zichzelf.
Af
en toe werden de Engelse door Milton gesproken teksten als onderschriften
stom vertaald, zodat ik probeerde om niet de ondertitels te lezen.
Ondertussen
moest hij de cassettes van de videocamera’s verwisselen, voortdurend
met een flashlight de kaart raadplegen, de gps, die Lindbergh niet had,
de benzinemeter, de toerenteller, de hoogtemeter, en alles wat elke piloot
nog meer in de gaten moet houden in zijn droge niet al te koude, winddichte
cockpit. Het werd een steeds groter probleem voor Milton dat hij niet kon
inschatten of hij Halifax zou halen op de snel minderende benzinevoorraad
die nog over was.
Met
de hakken over de sloot, terwijl de benzine al praktisch op was, en de motor
sputterde, hokte en stokte, haalde hij, koud en nat, ternauwernood de air
strip van Yarmouth. Milton werd warm onthaald. Pauze.
|
- 1 - 15 -
|
Dat is eerder een obsessie dan een plezierreis zei
m’n vader. Weet je, ik denk dat deze Milton de zelfde man is als de
uitvinder van de The Last Resort parachute, waarmee je uit een hoog gebouw
kunt ontsnappen als problemen zijn. Hij nam een slok van de wijn die m’n
moeder inmiddels op tafel had gezet. Als je je grote klant kwijt bent geraakt
bijvoorbeeld, of brand. Ik weet me zelfs te herinneren dat die parachute
uit Oostenrijk kwam. Dus komt ie toch niet uit de koker van Milton. Last
Resort, ook een mooie naam voor een bejaardentehuis, maar dit paste in zo’n
plat attachékoffertje. Voor een aftocht vanaf de 12de verdieping.
Hij
keek naar mij. ‘Wel een tandje hoger dan een scooter, is het niet?’
De ‘flydat’ had niet gewerkt. Dat betekende dat Milton onderweg
de data niet kon aflezen en niet wist wat de motor deed en achteraf wat
ie gedaan had. Gelet op het schema zou hij ondanks alle handicaps snel van
Halifax naar St. John moeten zien te komen, 443 km. Door de weersverwachting
die in beeld kwam wist de kijker dat Milton in een storm terecht zou komen.
‘Ik
zou zijn boek wel willen lezen, want het is nu een film, maar als journalist
zal hij ook wel een boek hebben geschreven,’ zei ik. ‘Iets voor
m’n volgende verjaardag.’
De
problemen werden steeds groter. Milton kreeg geen toestemming om de oversteek
te maken. Hij zou zijn toestel op de punten waarop het was veranderd en
waarin het afweek van de fabrieksspecificaties weer moeten terug brengen
in z’n oorspronkelijke staat. De grote tank moest worden vervangen
door de oorspronkelijke kleine tank, 22 in plaats van 416 liter. Hij moest
IFR hebben, waardoor hij blindelings zijn weg kon vinden via de bakens.
Hij moest binnenverlichting hebben, in plaats van de drie flashlights. Een
zekere dokte Terry hielp hem om zijn vlieger weer legaal te maken. Hij verstopte
de grote tank zodat deze na de keuring weer terug geplaatst kon worden.
En hij moest alles zelf doen, want wat hij deed was illegaal. Na de keuring
demonteerde Milton de oorspronkelijke spullen, en monteerde de speciaal
gebouwde onderdelen. Terwijl er honderden vliegtuigen vertrekken met een
grotere tank. Maar hij niet.
De
keuring leverde geen problemen op. In een afgelegen ruimte bracht hij de
microlight weer in orde.
Heel
vroeg in de ochtend terwijl het nog donker was, heel in het geheim, vertrok
hij naar St. John.
|
- 1 - 16 -
|
Kort na de start vloog er op een afstand van vijftig
meter een straaljager rakelings over hem heen. Hij wist niet wat hem overkwam.
Hadden de autoriteiten hem toch in de gaten gehad. Nee, daarvoor kwam de
jager te snel na zijn start. En als het iets te maken had met zijn stiekeme
start dan zou hij terug komen. Maar hij kwam niet.
‘Nu
moet het toch goed gaan,’ zei m’n vader, ‘anders ga je
niet zo’n film maken en uitzenden.’
‘Wacht
maar,’ zei ik. ‘Want we hebben nog maar een krap kwartier te
gaan en hij is nog niet eens bezig met de oversteek.’
‘Ik
vind het jammer,’ zei ik, ‘dat als hij over land vliegt dat
wij daarvan geen beelden krijgen maar alleen dat bewegelijke hoofd dat je
onder z’n helm niet kunt zien. Wat zal het prachtig zijn om daar te
vliegen, bossen, rotsen, en geen fast food middenstand.’
‘Het
is daar heel onherbergzaam,’ zei m’n vader, ‘In de winter
wachten de havenstadjes op de zomer. Dan is er helemaal niets te beleven.
Het is het land van hersenschimmen.’
‘Hoezo?’
‘Dat
is de titel van een boek, als je het wil lezen heb ik het voor je.’
Milton
kwam weer zonder benzine, te ver van Gander om daar te kunnen landen. Nergens
wegen, nergens huizen. Hij landde op een stripje. Daar werd Milton weer
hartelijk geholpen door een echtpaar, met onderdak en voedzame maaltijden.
Hij tankte de tank vol en gaf gas. De vlieger kwam moeizaam op snelheid,
kreeg wat hoogte maar zakte weer terug, bonkt op de baan, en klimt weer.
Het is de zware tank, zei Milton in zijn real time commentaar en probeerde
tegelijkertijd het vliegtuig onder controle te houden. De vlieger klapte
weer op de baan, en met een knal brak de as van het linker achterwiel, en
scheurend en schuivend kwam de microlight tot stilstand.
‘Ik
móest het proberen,’ zei Milton, zichtbaar down and out en
ontgoocheld.
In
de aftiteling kwam de mededeling dat Milton 3000 dollar boete had gekregen
van het Ministerie van Luchtvaart.
‘Een
scooter,’ zei m’n vader. ‘Hoe heerlijk dat vliegen ook
zal zijn, daar zie ik toch meer in!’
Ik
zat er op te wachten, dit commentaar, een geestig verpakte wijze raad of
een impuls tot tevredenheid. Waarom kan hij het niet laten en mij de vrijheid
laten om het mijne er van te denken. Altijd zoiets als het laatste woord!
|
- 1 - 17 -
|
Ik ging naar m’n kamer. Eerst wilde ik op
internet kijken wat ik over de Spirit kon vinden. Sommige sites bekeek
ik uitgebreid. Het resultaat van Google was: 1 - 10 van circa 847,000.
Zoekbewerking duurde 0.15 seconden. Daar zou ik dagen mee bezig zijn.
Van Brian Milton vond ik de officiële, uitgebreide site van hemzelf.
Zou ik voor later bewaren. Hoe was het mogelijk, dat er op die manier
uren en dagen in ging zitten om iets op te zoeken!
Spirit of St. Louis - Milestones of Flight
Aircraft: Ryan NYP "Spirit of St. Louis". Pilot: Charles A.
Lindbergh. ... Spirit of St. Louis" was named in honor of Lindbergh's
supporters in St. ... www.nasm.si.edu/galleries/gal100/stlouis.html -
10k -
Spirit Of St. Louis Airport. Airport Information Newsletter Attractions
Weather
Information to Residents Fair and Airshow Aviation Links Fair and Airshow,
...
StLouisMarathon.com is the home page for the Spirit of St. Louis Marathon,
held in downtown St. Louis, Missouri, on April 3-4, 2004. ...
Beschrijving: Includes a 5K, 10K and 1-mile events with pictures, past
results, contacts, registration event rules...
Categorie: Sports > Running > ... > North America > United
States > Missouri
www.stlouismarathon.com/ - 21k - In cache - Gelijkwaardige pagina's
Spirit of St. Louis
Louis The Spirit of St. Louis. The Spirit of St. Louis is a wonderful
plane. ... The
sites of the construction and final asembly of "Spirit of St Louis".
...
www.charleslindbergh.com/plane/index.asp - 35k - 19 jan 2004 - In cache
- Amazon.com: Books: The Spirit of St. Louis
www.amazon.com/exec/obidos/tg/ detail/-/087351288X?v=glance -
Amazon.com: Books: The Spirit of St. Louis
www.amazon.com/exec/obidos/tg/ detail/-/0684852772?v=glance - [ Meer resultaten
van www.amazon.com ]
Spirit Of St. Louis Credit Union - Welcome to Spirit of St. Louis Credit
Union’s Web site. ... Copyright 2001-2002 ©
Spirit of St. Louis Credit Union Site Designed by The Spinning Room, LLC.
Beschrijving: St. Louis. Serving select employee groups in St. Louis.
Categorie: Business > Financial Services > ... > United States
> Missouri
www.spiritstlcu.org/ - 42k - 19 jan 2004
CenterPointe Hospital - Home Page Intro
CenterPointe Hospital (formally Spirit of St. Louis Hospital) is a regional
center
serving the behavioral health needs of children and adolescents from the
...
Beschrijving: Provides behavioral health services for children and adolescents.
Located in St. Charles. Site also...
Categorie: Health > Medicine > ... > North America > United
States > Missouri
www.bhcspiritofstlouis.com/ - 40k - 19 jan 2004 -
Barnes & Noble.com - Spirit of St. Louis
... Spirit of St. Louis (Airplane). Transatlantic flights. Award. ...
skip navigation.
Spirit of St. Louis Charles A. Lindbergh, Reeve Lindbergh (Introduction).
...
btobsearch.barnesandnoble.com/booksearch/ isbnInquiry.asp?sourceid=00395996645644787198&btob=Y&end...
- 50k -
Spirit of St. Louis, Aircraft Aviation Pictures Photos: Aircraft ...
PHOTOVALET (tm) Enter search term, PHOTOVAULT AVIATION Museum Aviation:
the Spirit of St. Louis, Images by Wernher Krutein and PHOTOVAULT. ...
www.photovault.com/Link/Technology/Aviation_Research/ Aircraft/SpiritofStLouis.html
- 12k -
|
- 1 - 18 -
|
Toch nog goed geslapen Kees? Hoezo? M’n moeder
zei dat ze nog even naar m’n kamer was gekomen, nadat ik niet meer
was terug gekomen, en dat ik voor de computer had zitten te slapen en dat
ze niet zeker wist dat ik helemaal wakker was geworden.
‘Oh
ja,’ zei ik, ‘ik weet het weer. Ik ben niet lang doorgegaan.’
‘D’r
stond een oud vliegtuig op het scherm, zoiets als in het boek dat je zat
te lezen.’
Ik
gaf geen antwoord. Het was ook geen vraag.
‘Ik
ga straks even naar Peter,’ zei ik, meteen een goeie gelegenheid om
in een goeie stemming niemand aan een complot te laten denken.
‘Vraag
gelijk wanneer ze weer eens komen eten,’ zei m’n vader. ‘Ik
heb ze zo lang niet gezien.’
Ze
zaten nog te ontbijten. Maar het was goed dat ik vroeg was omdat Peter de
deur uit zou gaan. Na een kopje koffie vroeg hij me mee te lopen naar de
studio, dan kon hij gelijk z’n spullen pakken voor z’n klus
die middag.
‘Hoe
is het verder gegaan?’ vroeg Peter. ‘Ik ben vreselijk benieuwd!’
‘De
piloot,’ vertelde ik, ‘woont aan zijn eigen air strip in Noord
Holland. De Spirit heeft hij zelf gebouwd, en hij wacht nu op de goedkeuring,
op een luchtwaardigheidsbewijs, dus moet hij heel voorzichtig zijn.’
‘Maar
wèl over de randstad vliegen!’ zei Peter.
‘Ja,
dat begrijp ik ook niet. Ik denkt dat hij het spannend vindt als een jongetje
en dat niet kan wachten. Ik dacht dat die Noord-Hollanders zo nuchter waren.
Het lijkt wel dat hij iemand bij de Rijks Luchtvaart Dienst kent.’
‘Heb
je daar nog foto’s gemaakt?’
‘Nee,
het vliegtuig stond in de hangar. Eerlijk gezegd heb ik er niet aan gedacht.’
‘Hoe
nu verder? Heb je daar al een idee over? Het je daar over gepraat met de
piloot?’
‘Komende
Zaterdag gaan we nog een paar foto’s maken, boven IJmuiden vond hij
een geschikte plek en op zijn vliegveldje. Maar hij wil er beslist geen
andere fotograaf bij hebben, zei hij toen ik voorstelde dat jij meeging.
‘Misschien
heb je je dat niet gerealiseerd,’ zei Peter, ‘maar die foto
bij het WTC is een geluksshot. Met die digitale camera van je, hoe goed
die lens ook is, kun je niet snel scherp stellen en het wegschrijven naar
de card duurt te lang om nog een tweede foto te maken. En als je mooie foto’s
wil hebben voor reproductie dan heb je dia’s nodig en zul je toch
met een ouderwetse kleinbeeldcamera moeten fotograferen. Daar komt bij dat
je op je scootertje met die spullen niet snel en veilig genoeg bent om je
van de éne plek naar de andere te verplaatsten. Ik zal dan niet fotograferen
maar ik kan je wel chaufferen. Dan kun je mijn Contax met een lange zoom
gebruiken. En dan ben ik je sprekende manual. Een ingebouwde winder heb
je trouwens ook nodig.’
Het
klonk redelijk. Het was in ieder geval mooi aangeboden. Dat zei ik ook.
‘Maar
ik weet niet goed hoe ik dat aan Van Waaien moet verkopen.’
‘Zeg
dan dat ik gewoon een oom ben, en zeg dan niet dat ik een fotograaf ben.
Het is te mooi om te laten lopen omdat het je niet lukt om opnamen te maken.
Je mag mijn Contax gebruiken. Ik zal je onderweg zeggen hoe ie werkt. Als
we snel zijn kunnen we in Bergen aan Zee ook nog opnamen maken. Man dit
is een fantastische kans! Je moet er verder met niemand over praten. Ook
niet tegen Liesbeth zeggen.’
Over
het komen eten zei hij dat hij de komende week beter niet kon komen.
‘Kom
Zaterdag maar om negen uur, dan zijn we vroeg genoeg. En ga nou intussen
niet met je memory card naar een fotozaak. Wees voorzichtig dat niemand
die opname van het WTC te zien krijgt!’
|
-1 - 19 -
|
De daarop volgende dagen duurden erg lang, het was
alsof ik met een sterke tegenwind vloog. Woensdagmiddag belde Dick om
te zeggen dat de weersverwachting gunstig was voor Zaterdag, dat het kon
zelfs nog mooier kon worden. Hij wilde ook nog weten of ik paraat zou
staan. Na een stilte vroeg hij of ik zwart-wit-foto’s kon maken,
omdat hij die mooier zou vinden.
Vrijdag
had ik alles gelezen wat ik op internet over de Spirit had kunnen vinden.
Niet lang daarna belde Peter om te vragen of er nog nieuws was. Hij had
niets in de kranten gezien of gelezen. Er was mij niemand voor geweest
met de scoop. Het zou het mooiste zijn als ik bij de foto’s een
verhaal zou hebben. Met wat ik inmiddels gelezen had, en wat ik van Dick
had gehoord, zou ik dat ook kunnen schrijven. Daarbij moest ik wel voorzichtig
zijn dat ik hem niet in problemen zou brengen met het verlenen van het
luchtvaardigheidsbewijs. Tot Zaterdag zou ik nog kunnen proberen om het
verhaal te schrijven in een krantenstijl. Die zoon van jou, hoorde ik
de collega’s van mijn vader al zeggen, die heeft in zijn eentje
ook wat gepresteerd, smart guy eh! Hij is iedereen te snel afgeweest.
Op
internet kwam ik er achter dat er al eerder replica’s werden gebouwd
door de EAA Aviation Foundation als eerbetoon aan Charles Lindbergh.
De
eerste replica werd gebouwd in 1977 om de vlucht van Lindbergh over de
Atlantische Oceaan te herdenken. Tussen 1977 en 1988 had 1300 vlieguren
gemaakt. Het was dus best mogelijk om een luchtwaardige replica te bouwen!
In zevenentachtig werd de Spirit naar Frankrijk verscheept om op Le Bourget
de zestigjarige herdenking te vieren. De eerste replica ging naar EAA
AirVenture Museum in Oshkosh in November 1988, om daar het hoogtepunt
van het museum te worden. Oshkosh, waar Dick ook was geweest!
De EAA werd steeds gevraagd of ze met de Spirit wilden langs komen - stond
allemaal op internet! - ook als stond het in het museum en was de Spirit
officieel gepensioneerd.
Die
vele vragen leidden er begin 1990 toe dat er een tweede vliegende replica
werd gebouwd. In Mei 1991 was het klaar voor de eerste vlucht en sindsdien
deed het haar opwachting in talloze shows.
Een
belangrijk aandeel in de bouw werd geleverd door de David Claude Ryan
Foundation, die opgericht was door T. Claude Ryan, de oprichter van de
Ryan Aircraft Company, die de oorspronkelijke Spirit leverde. Andere belangrijke
supporters in het project waren Stits Fabric Covering, Wicks’ Aircraft
Supply, Hewitt Machine, JRS Enterprises, Ken Brock Manufacturing, Terra
Avionics, II-Morrow, Inc., MacWhyte Company and Mr. Jack Hooker, schreef
ik maar even over om deze gegevens niet kwijt te raken. Ik maakte een
kopietje van de foto.

Deze tweede replica stond tentoon in de Ryan Hangar op EAA’s Pioneer
Airport, dat deel uitmaakt van de AirVenture Museum. Er werden regelmatig
demonstratievluchten gemaakt in het vliegseizoen en de derde Spirit vloog
ook naar luchtvaartshows door het hele land.
|
- 1 - 20 -
|
De Vrijdagavond vloog om, en weer viel ik in slaap
bij de computer. Maar Zaterdagochtend dronk ik al voor negenen thee bij
Peter en Liesbeth.
‘Het
is redelijk goed weer,’ zei Peter.
‘Wat
gaan jullie doen,’ vroeg Liesbeth.
‘We
gaan naar de kust,’ zei Peter, ‘wat fotograferen, maar meer
om Kees in te weiden in de geheimen van de klassieke reflexcamera.’
‘Wil
je nu toch fotograaf worden?’ vroeg Liesbeth aan mij, ‘terwijl
je al bijna klaar bent met je studie?’
Peter
keek met een bedenkelijke trek naar buiten en zei dat het tijd was om te
vertrekken.
‘Je
hebt toch geen afspraak?’ vroeg Lies.
‘Met
Kees,’ zei Peter.
‘Ja
maar,’ zei ze, ‘ik wil wel eens weten hoe dat zit. Heb je wel
duidelijk gemaakt wat het voor een slopend beroep is, fotograaf? Ik gun
het je heus wel, maar wij hadden trouwens wèl andere afspraken.’
‘Sorry
Kees,’ zei Liesbeth, ‘ik hoop dat jullie een leerzame ochtend
hebben.’
Onderweg
reikte Peter me zijn kleinbeeldcamera aan en vertelde met welke verschillen
ik had te maken tussen de digitale vestzak-Contax TVS en de grote kleingeld.
‘Die
kleine van jou is werkelijk een juweeltje, een duur maar prachtig machientje
van de hoogste kwaliteit, met een van de mooiste objectieven van de wereld,
en voor het snelle werk is het een uitkomst, opnamen maken die meteen geschikt
zijn voor de website, maar als we het echte snelle werk moeten schieten
zoals een vliegtuig dan blijkt dat je niets onder controle hebt en dat je
er juist niet snel mee kunt werken. Deze AX heeft een sluitersnelheid tot
een achtduizendste, en een winder die vijf opnamen per seconde haalt, terwijl
je bij die digitale eindeloos moet wachten tot de opname is weggeschreven
naar de memory card. Als de eerste opname niet goed was heb je niks. Daarbij
komt dat de resolutie van een dia wel honderd maal hoger is dan een opname
van een digitale camera met 5 megapixel, zodat je met een dia veel meer
kunt als er in reproductie meer scherpte en brilliance is vereist. De autofocus
van de AX is veel sneller en kan je locken, vast zetten. Als we ter plaatse
zijn zal ik je laten zien hoe dat in z’n werk gaat.’
Het
was tamelijk stil op de weg met al wel volle auto’s op weg naar de
Zwarte Markt.
‘Er
is een tijdje,’ ging Peter verder, ‘een digitale reflexcamera
van Contax geweest, maar daarvan is de productie inmiddels gestopt. De chip
was samengesteld uit twee chips. Het krankzinnige was dat je echt de naad
ertussen kon zien.’
We
stopten bij de sluizen, en Peter zei dat we daar een goed standpunt hadden
om de Spirit uit zee te zien aanvliegen en tegen de achtergrond van de hoogovens
en door vliegend in de richting van het Noordzeekanaal.
M’n
mobieltje ging. Dick. Wat een timing!
|
- 1 - 21 -
|
Het was Dick. Hij stond op het punt
te starten.
‘Ik
kom vanuit zee,’ zei hij. ‘Om ongeveer 10 uur vlieg ik over
de pieren en daarna in één lijn laag over de sluizen en
dan naar het Noordzeekanaal. Ben je er klaar voor? Daarna vlieg ik weer
over de grote weg naar huis.’
‘Ik
sta bij een zilveren auto ten Zuiden van de sluizen. Daar kan ik je vanuit
zee zien komen. Wat vind je daarvan?’
‘Ja,
dat is prima! Dan zie ik je daarna in Koedijk.’
‘Hij
komt eraan,’ zei ik tegen Peter. ‘Om tien uur komt hij over.’
‘Laten
we dan nu even oefenen, er zit al film in.’
Hij
legde me uit hoe ik moest scherp stellen. Halverwege, midden tussen de
pieren zou een mooi plek zijn.
‘Je
zwaait de camera opzij, naar de pier in dit geval, en naar een punt waarop
je kunt scherp stellen, dat ding daar op de pier. Je drukt halverwege,
zoals op je eigen camera en je lockt de focus, net zoals op je eigen camera,
door hem half ingedrukt te houden, in dit geval met de zoom helemaal ingeschoven
tot 200 mm. Je kunt ’m ook anders locken maar dit werkt het snelste.
Als het vliegtuig aan komt vliegen moet je je tot zover voorbereid hebben
en op moment dat het vliegtuig op de gewenste plek komt druk je door en
hou je de knop ingedrukt, zodat er snel een paar opnamen achter elkaar
worden gemaakt. Dan vlug naar een plek hier recht voor ons, je kiest een
plek om te focussen, maar daarna schuif je de zoom uit naar 70 mm, en
nu trek je de camera mee van de linker sluisdeur naar de rechter, terwijl
je de ontspanknop ingedrukt houdt. Dan schuif je de lens weer in tot 200
mm en focus je op het wegvliegende vliegtuig en maak je nog een paar opnamen.
Vijf voor tien. Nu moeten we er voor klaar zijn.’
We
praatten niet meer en wachtten, terwijl ik visualiseerde hoe ik te werk
zou gaan. Een paar zeemeeuwen. Een oud zeilschip in de verte, afgemeerd
aan het forteiland. De lucht waar ik elk moment het zilveren vliegtuig
kon verwachten. Het was nog maar een week geleden dat ik de eerste foto
maakte. Concentreren. Laat de Spirit maar komen. Daar kwam het, klein,
boven zee vanuit het Noorden, het zwenkte onze kant op, en het zakte.
Ik stelde scherp op dat ding op de pier, lockte, en zwaaide de camera
naar het midden tussen de pieren. 200 mm. Met m’n linkeroog naast
de camera kijkend hield ik het punt vast, met m’n rechter oog zag
ik dat de Spirit steeds meer het beeld in de zoeker vulde. Ja!
‘Ja,’ zei Peter.
En ik drukte. Snel achterelkaar vijf opnamen. Toen naar rechts. 70 mm.
Focussen op de man met de fiets achter het hek. Al helemaal naar links
om de Spirit in de zoeker te krijgen en ’m daar te houden terwijl
ik drukte. Daarna naar 200 mm en de wegvliegende Spirit volgen tot boven
het kanaal. Weer een salvo van opnamen. Dat was het.
|
- 1 - 22 -
|
D’r achter aan! Snel terug naar de A9.
‘Zag
je hem zwaaien?’ vroeg Peter.
‘Nee,
ik had al mijn aandacht nodig om de contour in de zoeker te houden.’
‘Uiteindelijk
moet je je zo concentreren dat je dat ook kunt zien. Wel een drieste kerel
om zo illegaal hier rond te vliegen.’
‘Hij
heeft z’n brevet voor zulk soort vliegtuigen, maar hij wacht nou juist
op het luchtwaardigheidsbewijs voor deze Spirit,’ zei ik.
‘Dus
toch illegaal.’
Snel
naar het Noorden.
‘Hoe
ben jij tot fotograferen gekomen?’ vroeg ik. ‘Of droomde je
misschien van een ander fantastisch beroep?’
‘Ik
zat altijd in atlassen te kijken,’ zei hij. ‘Ik weet niet waar
dat op duidt. Nee mij stond niets bijzonders voor ogen, totdat ik een boek
las waarin twee jonge amateur-fotografen de hoofdrol hadden. De scène
die mij aansprak speelde in de Donkere Duinen van Huisduinen, bij Den Helder,
daar struinden ze met een camera door de duinen totdat ze bij zee kwamen.
Ze stopten bij de laatste duinenrij vanwaar ze beneden het strand het strand
konden zien. In de branding kwam er een vaartuig boven water dat in de richting
van het strand bewoog, steeds hoger uit de golven. Het reed op wielen het
strand op. Die jongens begrepen meteen dat ze getuigen waren van iets heel
bijzonders, en dachten gelijk aan iets crimineels. Ze doken meteen weg,
zó dat ze nog wel een paar foto’s konden maken. Op dat moment
besloot ik dat ik fotograaf zou worden. Toen ik nog een tiener was kocht
ik een camera die ik altijd bij me had, voor het geval dat mij zelf zoiets
ten deel zou vallen. Wat die jongens met die foto’s hebben gedaan
weet ik niet meer. Op mij reizen door Zuid Amerika stond er opeens een voertuig
voor mijn hotel aan het meer van Maracaibo, aan de kust in Venezuela. Uit
de route die op de zijkant was afgebeeld bleek dat het uit New York kwam
en een reis maakte van Vuurland naar het Noorden van Alaska. Toen wist ik
dat mijn droom waar was. Ik heb het uitgebreid gefotografeerd, ook de cockpit
van binnen. Achteraf vind ik dat ik het echtpaar had moeten proberen te
spreken, maar waar ik niet aan dacht toen. Dat was één van
mijn gemiste kansen. Zoiets als de Spirit of St. Louis lang het WTC zien
vliegen.’
‘Sinds
ik mijn camera heb, heb ik hem altijd bij me. In m’n binnenzak,’ zei ik.
De
rondweg om Alkmaar was snel bereikt. Daarna was het een klein stukje langs
het kanaal tot Schoorldam. Stukje terug en ik stond weer voor het hek van
het erf van Dick. Hij kwam al aanlopen.
‘Dat
kon niet missen,’ zei hij lachend, ‘de zelfde auto als bij de
sluizen.’
|
- 1 - 23 -
|
‘En Kees,’ vroeg Dick lachend, ‘is
het gelukt?’
 |