Dinsdag 13 Januari 2004 11:02. Uit Oostelijke richting vliegt de Spirit of St. Louis
laag langs het WTC van Amsterdam, een kennelijke replica, vermoedelijk op weg naar Schiphol.

 



Verschijnt als feuilleton in Biggles News Magazine
pr@biggles.nl

- 1 - 01 -

Voor die ochtend was regen verwacht, maar toen ik op het eerste perron van station WTC stond te wachten op de trein waarmee ik naar Den Haag wilde om daar een fototentoonstelling te zien, begon opeens de zon te schijnen. In de tijd dat ik moest wachten kon ik nog mooi met mijn nieuwe digitale camera een plaatje maken van de stralende gebouwen aan de Zuidas.
‘Ga maar eens kijken wat voor werk je collega’s maken,’ had mijn vader gezegd.
In het dikke boek Century dat ik ook op mijn verjaardag had gekregen - die verwennerij kon ik wel waarderen - stonden alle wereldfotografen, eigenlijk had ik ze allemaal al gezien. Per fotograaf stond er maar één foto in en, ik wilde wel weer eens een keer echte afgedrukte foto’s zien, hoewel dat ik die zelf niet zou maken, maar me beperken tot fotograferen en op het computerscherm bekijken. Als ik foto’s zou kunnen verkopen dan zou ik een cd kunnen geven. Ik had een pet opgezet tegen de regen, want ik zag er niks in om met die natte slierten door het museum te lopen, maar nu zat de klep de camera in de weg en moest ik hem een beetje omhoog drukken.
Van de kant van Diemen kwam het geluid van een luidruchtige auto over de A10 mijn kant op. Vanaf het perron zou ik in een flits de bovenkant kunnen schieten, maar ik hield wel de camera klaar, op de langste tele-stand, die voor omgerekend naar een kleinbeeldcamera slechts 105 mm was, onvoldoende dus. Digitale zoom zou ik niet moeten gebruiken, had mijn oom Peter gezegd, omdat die een waardeloos grof resultaat zou geven. Toch stond ik klaar om mee te draaien. Dan zou ik maar één opname kunnen maken omdat het daarna zó lang zou duren eer het beeld door de elektronica was verwerkt dat ik niet een tweede zou kunnen maken. Het geluid kwam snel dichterbij. Boven de weg. Een klein vliegtuig. Aluminiumkleurig. Ik stelde scherp op een gebouwtje halverwege het WTC en wachtte een paar seconden tot het dat punt passeerde en drukte door. In een flits maar toch kalm. Om een tweede opname te maken zou de camera niet in slagen, wat met een gewone kleinbeeldcamera wel had gekund. Het vloog laag over de weg verder in de richting van het Nieuwe Meer. Daarna zag ik dat de opname prachtig was gelukt, scherp zo te zien, net op een goed moment, mooi in het kader, mooi in beeld voor het hoofdgebouw van het WTC, een wereldfoto. De trein kwam, maar ik stapte niet in. Ik belde mijn vader, en ik vertelde het. ‘Het was de Spirit of St. Louis,’ zei ik, ‘ik herkende het uit dat boek van u van het Air and Space Museum in Washington.’
‘Ik zal het telefoonnummer van de verkeersleiding van Schiphol zoeken, blijf even aan de lijn. Dan kun je bellen en het eventueel melden als je dat soms wil.’
Ik zoomde op de display in op het vliegtuig en het leek wel dat de naam op de motorkap stond. Geen voorruit. Een klein rechthoekig ruitje aan de zijkant. Hoe kon de piloot zien waar ie vloog, zo krap tussen de huizen. Het was ècht de Spirit!
‘Pa, het is ’m ècht!’
Hij gaf het nummer. Ik schreef het op in een notitieboekje, stopte de Contax TVS in de binnenzak van m’n jack en toetste het nummer in van Schiphol en vroeg naar de toren en zei dat ik haast had.
‘Bas Anker.’
De toren, inderdaad, rechtstreeks. Ik vertelde wat ik gezien had, en niet dat ik wilde melden dat het zo laag vloog, en dan nog wel rakelings langs het WIC.
‘Nee, we hebben daar het afgelopen kwartier daar geen vliegtuig op het scherm gehad. Ik heb wel een in Westelijke richting snel bewegende bliep gezien, maar dat was over de weg, die sneller bewoog dan de rest van het verkeer, over de A1, en verder over de A9 naar Haarlem. Zo laag kun je niet vliegen. Ik kan verder niets voor je doen. Verkeersveiligheid op de grond is niet mijn terrein. Ja de stip is nu voorbij Haarlem.’
Ik vertelde niet van de foto. Ik fietste weer naar huis. Wat nu verder? Naar een krant?
‘Ik dacht dat jij naar Den Haag was,’ zei m’n moeder.
Ik belde Peter. Peter was geen echte oom maar zo lang ik hem ken een vriend van mijn vader. Een inspirerende man, een fotograaf, met wie ik veel over zijn beroep had gepraat. Ik zei nog wel eens oom, maar dan meer om treiteren.
‘Ik zal even wat rond bellen,’ zei hij.
Het was nog vroeg in de ochtend.

 

- 1 - 02 -

Vijf minuten later belde Peter - wel een echte peetoom bleek weer eens - daar heb ik het nooit over, maar hij is het wel.
‘Kees, ik weet wat meer! Bij Rijkswaterstaat hebben ze een vliegtuig laag over de A9 in Noordelijke richting zien vliegen, in de richting van Alkmaar. Ze letten er nu speciaal op. Als ze meer weten bellen ze mij.’
Wat moest ik met die foto? M’n moeder kwam naar m’n kamer met een colaatje, wilde zeker meer weten. Ze zag nog net de foto van de Spirit voordat ik ‘m weg klikte.
‘Wat zie je er opgewonden uit,’ zei ze. ‘Wat een leuk oud vliegtuig.’
Toen ze weer weg was belde ik meteen Bas Anker.
‘De stip is Alkmaar gepasseerd,’ zei hij, ‘als je aan de lijn blijft vraag ik of er wat meer bekend is.’
Ze weten niet of het een ufo is of iets anders. Er kwam een dubbelgesprek binnen, Peet.
‘Kees, voorbij Alkmaar hebben ze langs het kanaal geen camera’s meer, dus daar houdt het voor hun op.’
‘Ik bel u straks terug,’ zei ik gehaast.
Na een tijdje meldde de toren zich weer: ‘Het duurde even, maar de stip is verdwenen, oostelijk van het Noord-Hollands Kanaal. Bij Koedijk. Dat is alles wat ik je nu kan zeggen. Misschien nog eens tot horens.’
Ik bedankte Anker. Hij besefte blijkbaar niet dat ik een foto had. Van Peter had ik geleerd dat je met dit soort ‘scoops’ voorzichtig moest zijn.
Koedijk! Tussen de vlaaien!
Wat nu!
Het was nog steeds vroeg. Er was veel gebeurd in korte tijd. Ik had nog een hele dag voor me. Ik belde Peter, want hij was immers een prof, en misschien had hij nog een tip.
‘Ik zou naar Den Haag,’ zei ik, ‘u weet wel naar die tentoonstelling, maar ik ben weer naar huis gegaan. Wat vindt u er van als ik op m’n brommer naar Koedijk rij om de Spirit daar te zoeken? Daar is hij van het radarscherm verdwenen. Ik heb net gezien dat de foto prachtig is geworden, en ook nog scherp.’
‘Dat zou ik zeker doen collega!’ zei Peter.
In zwart-wit was de foto nog mooier! Nog een dag wachten om er iets mee te doen? Ik zei dat ik ging. Anderhalf uur rijden schatte ik.
Die Kees, zou Peter misschien denken, d’r steekt toch wel iets goeds in die jongen. Of zoiets.

 

- 1- 03 -

Het was allemaal snel gegaan. Nog steeds was het vroeg. Ik zei tegen m’n moeder dat ik me bedacht had en op de scooter naar Alkmaar zou gaan, dat daar is iets interessanters te zien was. Ik deed de shawl om die me door haar werd aangeraden. Het zag er niet naar uit dat het nog zou gaan regenen, ik kon best op de scooter. Handschoenen.
‘Mag ik mee? Wat ga je doen?’ riep m’n zus van boven.
‘Nee, dit is iets voor jongens,’ riep ik terug.
‘Wat gaat ie doen?’ hoorde ik Hetty aan m’n moeder vragen, net voordat ik de deur dicht trok.
Het was best goed weer voor zo’n rit. Eerst naar de Hemweg, met de pont over, Koog aan de Zaan, beetje zijwind, niet te fris, mam.
De foto van de Spirit stond op de disk van m’n computer, die konden ze me niet meer afpakken. M’n telefoontje trilde.
‘Peter. Waar zit je?’
Ik zei Peter waar ik reed. Hij had geen contact meer met Schiphol gezocht. Hij raadde me aan om het verder rustig aan te doen. Ik reed weer door. Peter leek het ook wel spannend te vinden. Langs het moderne station van Zaandam naar Koog aan de Zaan, dan Zaandijk, bij het viaduct rechts over een tweebaansweg naar West Knollendam, Markenbinnen, aanelkaargeschreven, tot een T-kruising en daar links, links, langs het Alkmaardermeer links, niet meer dan een enkele motorboot, een flink vaartje nu, m’n moeder zou me niet zo snel moeten zien rijden, flauwe bocht naar rechts, heus wel voorzichtig, met aan de linker hand het Noord-Hollands Kanaal, aan het eind van deze smalle tweebaansweg links, een stukje over de snelweg tot de grote roundabout en daar de Alkmaar in. Dat ging ook sneller dan ik dacht en al vlug reed ik weer langs het kanaal. De route had ik me goed ingeprent. Een klein stukje langs het kanaal rechts van de weg en daar lag de vlotbrug al. Koedijk.
Wat nu? Even rustig worden, even een foto maken. Even kijken hoe ik het vliegtuig zou kunnen vinden. Een boerderij met voldoende land dat als airstrip zou kunnen dienen, had ik al bedacht, en logischerwijze in een oost-west richting omdat de wind meestal uit het westen komt.
Er kwam een man aanlopen.
‘Zo jongen, da’s een mooie scooter.’
Ik zei gedag en glimlachte.
‘Hebt u hier wel eens een klein vliegtuig laag zien overvliegen,’ vroeg ik op de man af.
‘Jawel,’ zei de man, ‘zo’n ultralight. Die’s van Van Waaien. Een allemachtig mooi ding.’
‘Kunt u mij zeggen waar die woont?’
‘Jawel, da’s aan de Nauertogt.’ De man spelde de vreemde naam.
‘Langs het kanaal staat halverwege het dorp een straatbordje dat het land in wijst. Kan niet missen. Nog niet zo lang geleden kwam ie nog over, een prachtig machien!’
Ik bedankte de man en reed rechts van het kanaal door het dorp totdat ik er uit reed, en inderdaad daar was een weg de polder in, Nauertogt. Grote propellers in de verte, windmolens. Nu langzaam. Een blaffende hond. Een man die z’n auto stond te wassen. Weer een heel stuk weiland. Bij het volgende huis reed ik nog langzamer. Een huis met twee grote schuren, daartussen een windzak, een heuse roodwitte windzak zo een die ook op vliegveldjes staat, beetje slapjes, er stond niet zo veel wind meer. Weer een hond, een herder. Er kwam een vrouw uit het huis. De hond blafte naar me vanachter het toegangshek.
‘Goed volk Rekel,’ zei de vrouw tegen de hond. ‘Hij doet niets,’ zei ze tegen mij, ‘hij is alleen heel waakzaam.’
De vrouw keek mij vriendelijk en vragend aan.

 

- 1 - 04 -

‘Is hier een tijdje geleden een klein vliegtuigje geland?’ vroeg ik.
‘Hoe kom je daar zo bij?’ vroeg de vrouw. ‘Vind je dat zo spannend dat je helemaal hier naar toe komt. Want je bent niet van hier is het niet?’
‘Aan het begin van het dorp zei iemand dat hier zo’n ultralight thuis hoorde,’ zei ik.
Ze lachte. ‘Ik zal mijn man roepen,’ zei ze. ‘Zet je scooter maar daar neer, naast de schuurdeur. Dan kunnen ze d’r langs.’
Ze liep naar de linker van de twee schuren en kwam even later terug met een man in een groene vliegersoverall . Zijn ogen waren vriendelijk maar hij vroeg streng wat ik zocht.
‘Ik hoorde dat u een ultralight hebt,’ zei ik, ‘zo een heb ik wel een op Lelystad gezien, maar daar waren ze zo druk mee dat ik er daar niets kon vragen. En ik mocht niet op het platform. Maar ik dacht zo dat ik u misschien kon vragen er iets over te vertellen.’
De man lachte en zei: ‘Ik kom er net vandaan, van Lelystad, tenminste, ik ben er langs gevlogen.’
Ik stelde mij voor en de man noemde zijn naam, Van Waaien.
‘Ik vroeg mij af,’ zei ik, ‘hoe het is om zo’n toestel te vliegen, en waar je allemaal kan landen, maar het is me duidelijk dat dit voor u ideaal is omdat u zo’n groot stuk land hebt.’
We stonden stil voor de deur van de schuur en we keken beiden naar het weiland en opeens viel er een lange stilte.
‘Waar kom je vandaan?’ vroeg de piloot.
‘Uit Amsterdam,’ zei ik.
‘Da’s toch wel vreemd,’ zei de man, ‘hoe weet je mij dan hier te vinden? Maar goed, ik heb inderdaad zo’n ultralight, twee zelfs. Kom maar even verder.’
Ik liep achter de man aan de schuur in, en daar stond een ultralight met z’n vleugel een beetje schuins over het frame gekanteld. Daarachter stond de Spirit. Ik voelde me blozen, en hoopte dat de man het niet zou zien. Daar stond ze! Ik stond stil bij de kleine driewieler van aluminium buizen met de gekantelde vleugel en zei dat ik die bedoelde.
‘Ja, zo een bedoel ik.’
Ik kreeg ook een vreemd gevoel omdat ik er zo om heen hand gedraaid.
‘Op Lelystad vlogen ze af en aan,’ zei ik, ‘en de lessers zaten praktisch bij elkaar op schoot. Dat lijkt me toch wel heel raar en niet erg plezierig om op die manier rond te vliegen.’
‘Ach,’ zei de man, ‘dat valt wel mee, zo gaat het maar een paar keer, totdat je solo mag, en dan vlieg je zoals je dat zelf wil, en waar je naar toe wil. Heerlijk een luchtje scheppen.’

 

- 1 - 05 -

‘Wat woont u hier fantastisch,’ zei ik, ‘wonen aan je eigen airstrip of zeg maar vliegveld. Een paar kilometer van de duinen en het strand. Het is net een film.’
‘Dat is heel wonderlijk gegaan,’ zei Van Waaien, ‘ik had hier koeien op het land lopen, veel koeien, en de schuren waren ook voor hun. Maar met de melkveehouderij ging het steeds slechter en zo moest ik de koeien weg doen. Al een tijdje werden er in die andere schuur een paar paarden gestald. Dat ben ik toen gaan uitbreiden, nee eigenlijk ging dat vanzelf. De mensen die hier hun paarden hadden staan vertelden het door en zo kwamen er steeds meer.’
Peter zou me hier moeten zien praten met de vlieger van de ufo. Hij zou elk ogenblik kunnen bellen. Dan wist ik niet goed wat ik moest zeggen. Als hij hoorde hoe mijn detectivewerk was verlopen zou hij dat wel knap en gaaf vinden. Intussen vond ik het steeds onprettiger vinden dat ik bij Van Waaien onder valse voorwendselen was binnen gedrongen. Eerst had ik nog gedacht dat ik het excuus kon hebben van een fotoreporter, maar dat was ik niet, want zo het leek had deze ex-veeboer niets illegaals gedaan. Terwijl ik mij omdraaide naar de Spirit vroeg ik mij af hoe ik het verder moest spelen. Voordat het wilde zei ik: ‘Meneer van Waaien, de Spirit is eigenlijk het vliegtuig waarvoor ik kom.’
‘Zo zo jongen,’ zei hij, ‘ik wist wel dat er iets niet helemaal klopte.’
Het zag er niet naar uit dat Van Waaien erg kwaad was. Hij keek me strak aan en zei even niks. Toch geschrokken? Was hij bang dat ik hem zou aangeven of zoiets? Hij draaide zich om en keek naar de Spirit.
‘Een tijdje, zei hij, ‘ben ik van plan geweest om de Spirit ‘De Spirit van Koedijk’ te noemen, om zodoende Koedijk eens internationaal op de kaart te zetten, maar tenslotte vond ik dat toch een flauwe grap, want in wezen is het wèl, hoewel een beetje aangepast, een replica van de echte Spirit uit St. Louis. Dat is ze namelijk. Het is een ultralight, een ultra licht vliegtuig dat onder die categorie valt. Bij de Rijksluchtvaartdienst weten ze er van, zijn ze meermalen tijdens de bouw komen inspecteren. Nee, ze weten ervan. Een ultralight, zo licht is ze. Daarvoor gelden andere regels dan kleine lichte vliegtuigen.’
M’n mobieltje trilde. Ja hoor, het was Peter weer. Ik liep even de schuur uit en zei dat het goed ging, dat ik de Spirit had gevonden en dat ik over een half uurtje zou terug bellen.
‘Hoe wist je hier van,’ vroeg Van Waaien, ‘heeft iemand het je verteld?’
We liepen samen op naar het aluminium vliegtuig. Hij leek niet kwaad, nee, het leek zelfs dat hij er wel plezier in had!

 

- 1 - 06 -

Ik voelde me nog erg opgelaten, maar ik vertelde het hele verhaal.
De vrouw kwam binnen. Ze leek helemaal niet op zo’n boerin die ik in deze streek verwacht had, eerder een chique maar lieve dame uit Zuid.
‘Jongens, willen jullie wat eten? En melk of koffie? Blijven jullie hier zitten Dirk?’
‘Koffie alstublieft,’ zei ik.
Ze lachte naar me en ging toen weer.
‘Het zat er natuurlijk dik in, dat ze me zouden traceren, dat moest een keer gebeuren,’ zei Van Waaien. Hij leek niet kwaad. ‘Niet eens ze, want ze hebben me oogluikend laten gaan zoals ik het zie. Maar jij was het die me helemaal tot hier heeft nagetrokken.’
Hij lachte.
‘Ik ben niet boos op je hoor! Het mooiste van de Spirit is dat de motor een echte Ryan is. Heb ik gevonden op een vliegveld op Long Island, maar het hele verhaal is een heel lang verhaal.’
We liepen naar de kant van de schuur, waar een werkbank stond en een draaibank, niet de apparatuur om koeien te melken. Op een vrij stukje van een werktafel met paperassen en boeken en prenten aan de muur, hingen ook foto’s van de Spirit. Mijn foto zou hier niet misstaan. Drie luie stoelen bij een ronde tafel en een rechte stoel bij een tafel aan de wand. Op de ronde tafel stond ook een stapel boeken. Mussen vlogen kwetterend naar binnen, naar hun nest, en na een duikvlucht vanuit de spanten van het dak naar buiten.
M’n mobieltje trilde. M’n vader. Dat kon ik er nu niet bij hebben.
‘Is het leuk? Waar zit je? Nog in Den Haag?’
‘Nee pap,’ ik heb iets leukers bedacht, ‘maar maak je geen zorgen, ik ben vanavond op tijd weer terug.’
‘Nou goed,’ zei hij, ‘ik vertrouw er op dat je niet door zeven sloten baggert.’
Sloten!
‘Sinds dat ik die foto maakte,’ zei ik, ‘vraag ik me af hoe u kunt vliegen zonder vóóruitzicht.’
‘Lindbergh zelf kon dat ook niet,’ zei Van Waaien, ‘want er zat een enorme benzinetank op de plaats van de passagier. Hij zat achter een paneel waar de meters en instrument op waren geplaatst. Hij kon voor zich uit kijken door z’n vliegtuig steeds een beetje te manoeuvreren, zoals een vliegtuig met een staartwiel naar de startbaan taxiet, beetje naar links, beetje naar rechts. Hij had ook een periscoop waardoor hij vooruit kon kijken.’
Zijn vrouw kwam de hangar binnen met de lunch, onze stewardess.

 

- 1 - 07 -

Ze legde even een hand op zijn schouder en keek mij vriendelijk aan. Een groot bord met bruine boterhammen, met kaas, oude kaas, brokkelige kaas, en worst. En koffie. Ze bleef er even bij staan en ging toen op de derde stoel zitten nadat ze een stapel boeken naar de grote tafel had verhuisd.
‘Zo kan je dan wel over de oceaan vliegen,’ vervolgde Van Waaien, ‘maar niet hier in Nederland. Maar daar heb ik wat op gevonden. Op het dak zit een videocamera die het beeld doorstuurt naar een flat screen op het instrumentenpaneel. Het is een groothoeklens, waardoor ik het zelfde uitzicht heb alsof er een voorruit in het vliegtuig zat. Voor de show kan ik het opklappen zodat er dan niets anders zichtbaar is dan de oorspronkelijke instrumenten. De inspecteur van de RLD heeft al gezegd dat hij er geen probleem in zag. Dus daar maak ik me geen zorgen over. Ik kan de camera ook een beetje naar boven en naar beneden draaien, zodat ik veel beter zicht heb dan in een normaal vliegtuig als ik boven de weg vlieg. En ik vlieg boven de weg, maar dat heb je al begrepen inmiddels, omdat ik daar op het radarscherm niet opval. Maar de toren die zal geen snelheidsovertreders doorgeven aan de verkeerspolitie, hoop ik. Zeg maar Dick, dat vind ik fijner dan meneer.’
‘Kom Dirk,’ zei mevrouw van Waaien, ‘ik ga weer naar binnen. Als jullie nog wat willen dan hoor ik het wel.’
‘Het duurt, hoop ik nog twee weken,’ zei Dick, ‘tot ik het luchtvaardigheidsbewijs zal krijgen van de RLD, maar daar wachten we niet op, dat is des te spannender. Intussen zal ik je helpen een mooie serie foto’s te maken. Ik begrijp natuurlijk best dat zoiets een enorme scoop voor je zou betekenen.’
‘Dan leen ik een camera van een vriend,’ zei ik, ‘zodat ik dia’s kan maken. Daar heb ik veel meer aan, omdat bladen beter van dia’s kunnen reproduceren als ze de foto’s groot willen plaatsen. Die vriend is een professioneel fotograaf en hij heeft daarvoor de geschikte apparatuur. Maar ik was helemaal vergeten de opname te laten zien die ik vanochtend heb gemaakt.’

 

- 1 - 08 -

‘Zo zo!’ zei Dick, ‘dat is enorm! Juist tegen die achtergrond! Zo Amerikaans! Het lijkt Manhattan wel. Prachtig! Dat is toch bij Amsterdam is het niet? Nou ik zie wel dat je het kan! Ik had gedacht dat we volgende week Zaterdag, als jij dan kan tenminste, nog een paar goeie foto’s zouden kunnen maken. Wat vind je?’
‘Dat is mooier dan ik kan dromen.’
‘Maar dan moet je het tegen niemand zeggen! Ik stel voor dat we beginnen boven de haven van IJmuiden, om 10:00 uur. Als je mij je mobiele nummer geeft kunnen we contact houden. Om die tijd is het prachtig om vanuit zee voor de Hoogovens langs te vliegen. Die als eerste
‘Als je dan naar het Noorden vliegt,’ opperde ik, ‘dan zou ik een vriend kunnen vragen of hij in Bergen aan Zee de volgende foto zou kunnen maken.’
Het was wel vreemd om meneer van Waaien bij zijn voornaam te noemen. Ik zou best wel populair over kunnen komen.
‘Nee,’ zei meneer van Waaien kortaf, ‘ik wil er geen andere fotografen bij betrekken. We doen het anders. Ik vlieg gewoon weer naar huis en we spreken af dat als jij al goeddeels onderweg bent naar Bergen aan Zee, dat ik weer van start ga. Wat vind je daar van?’
‘Ik zou ook nog een start en een landing willen fotograferen,’ zei ik, ‘maar dat kunnen we dan als laatste doen.
Opeens kwam het in me op dat sommige mensen zich geroepen voelen om hun familienaam waar te maken ik een beroep dat daarop aansluit. Ik vroeg of dat bij Van Waaien ook zo was gegaan.
‘Wat dacht je van Baksteen,’ vroeg Dick meteen daarop, ‘de chef van de verkeersvliegersvereniging? Het is te hopen dat Rijkswaterstaat en de Rijksluchtvaartdienst een niet al te best contact hebben, waardoor ze samen kunnen concluderen wat er gebeurd is, dat ik het was. De vlucht van vanochtend was de eerste grote vlucht. Het was de eerste keer. Niet een weddenschap van een mannen op een vliegclub, zoals dat in Engeland zo vaak gebeurde, die drieste piloten die onder bruggen door vlogen. Je moet me wel beloven dat je nog even wacht met die foto bij een krant aan te bieden, want dan gaat de show niet door. Ik zeg het maar om het gezegd te hebben, die echte persmensen zijn niet te vertrouwen. Muskieten.’
‘Ik ben nog lang geen echte,’ zei ik.

 

- 1 - 09 -

Tijdens de lunch zat ik in de stoel waaruit ik het best naar de Spirit kon kijken; ze werd steeds imposanter. Ik twijfelde er niet aan maar het was niet te geloven dat Van Waaien het vliegtuig zelf had gebouwd. Zoals ook die prachtig in schijfjes gedraaide aluminium voorkant, die rechtstreeks uit de fabriek van Bugatti leek te komen. Ik stond op en hij liep met me mee.
‘Zal ik je laten zien hoe ik toch een goed zicht naar voren heb, of moet je nu naar huis?’
Nee, er was dan wel veel gebeurd maar het was toch nog maar pas even voor tweeën. Ik had nog steeds last met meneer van Waaien te tutoyeren. Gelukkig kon ik het vaak vermijden als ik iets vroeg. Meneer Dick opende de deur, een heel licht deurtje, ultralight. Een lichtgewicht stoel. Hij gebaarde me te gaan zitten.
‘Ik ben een keer in Oshkosh geweest, in Amerika,’ zei hij. ‘Dat is een bijeenkomst van honderden zelfgebouwde vliegtuigen met hun bouwers. Daar heb ik ook Dick Rutan ontmoet, die met zijn ex-vrouw in zijn zelfgebouwde Voyager rond de wereld is gevlogen. Ik heb nog steeds contact met hem. Ik heb daar zoveel prachtige kistjes gezien, dat was fantastisch. Daar kreeg ik de vonk om iets groters te bouwen. In Amerika is dat veel makkelijker dan hier. Moeilijker in ieder gavel dan het boeren hier is geworden. Financieel is het ook niet eenvoudig, daarom probeer ik een sponsor te zoeken, vandaar dat die foto’s van jou me daarmee goed zouden kunnen helpen. Zo zie je maar hoe alles in elkaar grijpt. In heb al een balletje opgegooid bij de importeur van Breitling, van die pilotenhorloges.’
Dick had de camera aangezet en op het scherm voor me zag ik het weiland.
‘Lindbergh kon door een periscoop kijken,’ zei Dick. ‘Die heb ik niet ingebouwd. Dit is natuurlijk wel een hele verbetering. En als ik een beetje smokkel met dat neerklapbare instrumentenpaneel dan heb ik een mooie combinatie gemaakt, met de suggestie en veiligheid. De man van de RLD vond het een vondst, en dat is ook belangrijk.’
‘Je moet je ogen niet sluiten voor de nieuwe mogelijkheden,’ zei ik, en ik had meteen spijt van deze stomme opmerking. Het was alsof ik mijn opa hoorde praten. Rekel liep door het beeld. Daar kwam ook de vrouw van Dick binnen.
‘Gaan jullie vliegen?’ vroeg ze. ‘Ik kom vragen of jullie nog thee of koffie zouden willen hebben.’
‘Hebt u misschien cola?’ vroeg ik. Ja hoor.
‘Nee,’ zei Dick, ‘ik ga niet vliegen. Tot Zaterdag is het weer mooi geweest. Koffie graag.’
Ik dacht er over wat ik thuis moest zeggen. En dat ik Peter moest tegenhouden om zich er zelf actief mee te bemoeien. Ik pakte de stuurknuppel en stelde me voor hoe het zou zijn om te vliegen.
‘Toen mijn vader nog op de lagere school zat,’ zei ik, ‘maakte hij een fietstocht met jongens uit zijn klas naar Het Gooi. En in Bussum waren ze de weg kwijt en vroeg toen aan een mevrouw die in de tuin aan het werk was naar de weg. Waar komen jullie vandaan? Toen kwam ze met glazen ranja, de cola uit die tijd. En zo zit ik opeens hier.’

 

- 1 - 10 -

‘Ja maar,’ zei Dick, ‘dit is niet zo maar een tochtje. Dit is echt detectivewerk, voor het geval dat je dat was vergeten. Je was op zoek naar een geheim, misschien wel imaginair vliegtuig. Je lijkt Biggles wel. Ken je Biggles?’
‘M’n vader heeft een hele rij boeken over hem,’ zei ik, ‘ en stripboeken. Ik heb daar wel in gelezen, maar nu het echt is dacht ik daar niet aan. Hij heeft wel meer boeken over vliegen en hij heeft daar ook wel over verteld, over de tijd van de barnstormers.’
‘Stripboeken van Biggles, zijn die er ook al? Eigenlijk ben ík zo’n Barnstormer,’ zei Dick, ‘maar daar had je kennelijk nog niet aan gedacht.’
‘Die barnstormers van toen,’ zei ik, ‘waren, zoals ik het had begrepen, meer vliegende circussen waar je voor een dollar mee omhoog kon om naar je boerderij te kijken.’
‘Ik maakte maar een grapje,’ zei Dick, ‘ja zo was dat. Die mannen vlogen van het éne dorp naar het andere, landden in een weiland, hingen posters op in het dorp en wachtten tot er klanten kwamen. Maar dat was niet mijn bedoeling. Toen de koeien er nog waren was het een heel gedoe, moesten ze eerst van dit weiland naar een ander gebracht, zodat ik kon starten en landen. En nu is het eenvoudiger geworden, de baan is altijd beschikbaar. Alleen Rekel moeten we binnen houden.’
Al die tijd had Dick naast de Spirit gestaan en zat ik aan de stuurknuppel. Hij zette de camera uit, omdat die de accu zou leeg trekken. Dat was voor mij het sein om weer uit te stappen en te denken aan naar huis gaan. Inmiddels was het drie uur geworden. Op het moment dat ik had besloten om op te stappen kwam de vrouw van Dick de hangar binnen met een cola en koffie voor Dick. Als het te laat zou worden kon ik altijd even m’n moeder bellen. En voor de familie Van Waaien was mijn bezoek ook niet te veel leek wel. Ik moest wel Peter bellen om te zeggen dat hij over het avontuur met het vliegtuig niets aan m’n ouders moest zeggen. De vrouw van Dick kwam er bij zitten.
‘Ik hoef niet meer de deur uit,’ zei ze. ‘Mag ik even hier bij jullie komen zitten?’
Nee, ze was echt geen boerin, maar ze zal toch ook wel onder de koeien hebben gezeten vroeg, nam ik aan.
‘Vindt u het niet een beetje vreemd dat uw man vlieger is geworden?’ vroeg ik.
‘Nee hoor,’ zei ze, ’ik vind het juist heel leuk. Zo lang ik hem ken stond Dirk al in de lucht te kijken. Dat doen alle boeren trouwens, om te weten was ze met het gewas of de beesten moesten, maar voor Dirk ging het verder. Hij wilde de lucht in. In het begin vloog hij op Lelystad. Hij zeurde wel dat hij vanaf zijn eigen land wilde starten, maar praktisch was dat nogal lastig. In het weekend reed hij naar Lelystad. En af en toe ook wel eens door de week. Nee, hij zeurde niet echt, zo is Dirk niet. Maar toen de koeien weg gingen maakte hij meteen de grond gereed tot een landingsbaan. Inmiddels had hij al zijn eigen ultralight en op een goeie dag vloog hij hem over de dijk hier naar toe. Wat een dag! Ik met de auto over de dijk, en hij voor me uit, zo’n zegetocht was dat voor hem, alsof hij over de Atlantische Oceaan naar Europa vloog, alleen de andere kant op. Nou zeg, wat een dag!’
‘Ik heb nooit iets met auto’s gehad,’ zei Dick na een tijdje, ‘ik zie het hier tegenover ons op de weg naar Den Helder, ook als het geen mooi weer is, langzaam rijdend of stilstaand verkeer.’
Hij laat een foto zien en zegt dat de Spirit daarop op De Kooy staat.

 

- 1 - 11 -

Er vliegt een eskader mussen kwetterend de hangar uit. De windzak hangt een beetje slapjes, het is wel te zien dat de wind nog uit het Westen komt. De middag was omgevlogen. Om kwart over vier reed ik weg, hartelijk uitgezwaaid. Rekel! Rekel, terug komen! De middag was wel even anders verlopen dan in stilte door het museum in Den Haag. Het was best goed weer om terug te rijden. De zelfde weg weer. Ik had ook langs de kust kunnen rijden, maar dat was erg òm. Door de lucht vlogen ontelbare ultralights. Ik zag ze overal. Het zullen wel hallucinaties zijn geweest zou mijn vader gezegd hebben als ik hem het verhaal had verteld, maar dat kon ik niet, omdat ik het nog minstens een week geheim moest houden. Op de hoogte van Markenbinnen zat er een auto aan m’n bumper te toeteren, maar ik kon niet harder dan ik al reed. Als ik met een ultralight was dan had ik van al dat gejen en gedonder geen last gehad. Luid toeterend werd ik door de auto gepasseerd, terwijl hij mij op een link krappe manier sneed en bijna in de berm gedrukt. Niet zeuren, de man moest eens weten wat voor een spannende dag ik had gehad, daar kon ie van z’n levensdagen met z’n leasebak niet omheen.
Op de pont realiseerde ik me dat ik een verhaal moest hebben waarachter ik mijn project buiten de nieuwsgierigheid kon houden. En aan het eind van de bomenloze Spaarndammerstraat, onder het treinviaduct, realiseerde ik me dat ik Peter nog moest bellen, waarschuwen dat hij niets over de Spirit moest vertellen. Ik stopte en belde hem.
‘Maar dat is toch een fantastische scoop,’ zei hij verontwaardigd.
‘Daar wacht iedere fotojournalist z’n hele leven op. Daar zou ik zelf geen moment over twijfelen. Weet je het wel zeker? Als je langer wacht zijn anderen je voor! Weet je het wel zeker?’
‘Als ik het nu even cool bekijk,’ probeerde ik als antwoord, ‘weet nog niemand waar het vliegtuig vandaan komt en volgende week Zaterdag ga ik nog meer foto’s maken, een hele reportage. Het zou toch wel toevallig zijn als er iemand anders vandaag een mooiere foto gemaakt zou hebben dan ik. En trouwens, ik heb het beloofd. Houdt u het ook geheim?’
‘We hebben het er nog wel over,’ zei Peter. ‘Maar ik zal je gerust stellen. Ik zal er niet over praten. Ik hoop dat ik snel meer van je hoor.’
‘Misschien morgen,’ zei ik. ‘Dan kom ik naar u toe, maar ik bel eerst even.’
‘Ja tot morgen. Kalm aan hoor!’
Eerst Zondag, en dan nog een hele week. Ook nog flink wat aan m’n studie doen.
Voor mij was er die dag ontzettend veel gebeurd, maar voor de rest van de familie was de dag gewoon als een andere zaterdag. M’n vader was thuis, m’n moeder uiteraard, Hetty zat op d’r kamer, en mij werd gevraagd hoe ik het had gemaakt.
Ik zei dat ik het toch maar niks vond om met de trein te gaan terwijl ik toch m’n scooter had, en dat naar Den Haag voor de scooter te ver was en dat er in Alkmaar een tentoonstelling was met foto’s van het Vliegveld Bergen. Ik had een boekje gezien met foto’s van dat vliegveld, na de oorlog was het afgebroken, maar dat ik alleen dat boekje had gezien, en niet eens die dag, dat vertelde mijn verhaal niet.

 

- 1 - 12 -

M’n moeder had wel iets in de gaten van de spanning van mijn avonturen die dag. Maar ze zei er niets over, ze probeerde niet te vissen. Ze vroeg of ik het naar m’n zin had gehad, de hele dag weg op de scooter, heel voorzichtig eigenlijk, alsof ik met haar aanstaande schoondochter op stap was geweest. Ik pakte het boek van de Air and Space Museum en las het hoofdstuk over de Spirit. Dat kon toch moeilijk verdacht zijn. Er kwam niets over de verschijning van de laag overvliegende Spirit op het Journaal, zodat ik er geen spijt van hoefde te hebben dat ik niets met de foto had gedaan, terwijl het zo eenvoudig was geweest om hem naar het AP te mailen. Ik ging naar m’n kamer om weer even naar de foto te kijken. Op de gang hoorde ik iemand aankomen. Hetty. Net op tijd klikte ik de foto weg naar een andere. Ze zei dat ze wel had mee gewild naar Alkmaar. En dan even naar Bergen aan Zee. En dat ik beloofd had dat we een keer samen op de scooter weg zouden gaan. En of ik zou waarschuwen als ik weer eens op stap ging. Peter had in de middag nog gebeld, zei ze. Ik zei dat ik hem zou terug bellen. Hij vroeg of je al thuis was. Ze had een colaatje gebracht. Het leek wel dat ze iets wilde vragen, maar deed dat niet. Ik zou moeten oppassen en kon beter weer naar de rest gaan om minder argwaan te wekken. Het leek wel dat ik toch iets geheimzinnigs uitstraalde. Op de tv stond Foyle’s War aan, dat een favoriet programma van mijn vader was.
Ik pakte het boek weer, las verder en hield mijn vinger bij een ander hoofdstuk een stukje verder, The Pioneers of Flight, zodat ik als m’n moeder of wie dan ook mijn richting op kwam het andere hoofdstuk kon openslaan. Ik had geen zin om te kijken, hoewel het anders wel spannend zou zijn. M’n moeder zei dat Peter voor mij had gebeld, die had gezegd dat ik op m’n mobieltje niet bereikbaar was. Shit! Ik zei dat ik toen op de scooter onderweg geweest zal zijn. Ze ging er niet op in. Ze vroeg niet of ik hem al gesproken had. Ik zette het boek terug omdat ik toch niet kon lezen. Ik kon Peter moeilijk op mijn kamer gaan bellen en besloot dat tot Zondag uit te stellen. Ik vond het wel zonderling omdat ik immers niets links had uitgehaald. Ik verheugde me op volgende week, wanneer ik de dia’s kon laten zien. Iedereen zou dan opkijken! Dat heeft onze Kees toch maar slim gespeeld, zouden ze zeggen. En Peter zou trots op me zijn, en hij zou zeggen dat ik het niet van een vreemd had. Want dan zouden de foto’s toch wel gepubliceerd worden. Dan zou iedereen ze gezien hebben. Maar ik zou daar cool onder blijven, of zou dat tenminste proberen.

 

- 1 - 13 -

Er was niks op tv. Hetty was niet weggegaan. M’n vader en moeder zaten te lezen. Zelf had ik helemaal geen zin om de deur uit te gaan, ik zat op hete kolen. Hetty zei nijdig dat het een stomme avond was en zapte langs de kanalen. Op National Geographic begon net een docu over een poging van een microlight-vlieger om over de oceaan te vliegen.
‘Laat staan,’ riep ik.
‘Hij weer,’ riep ze uit, en ze stampte de kamer uit. ‘Ik ga naar José.’
M’n ouders reageerden niet. M’n moeder liep niet eens achter haar aan. Er hing een vreemde spanning, ik snapte niet waardoor. Toeval dat die vlieger opeens op de tv kwam? Moest ik Dick even waarschuwen? Je loopt te hard van stapel, zou m’n moeder zeggen. Nee, ze zou het niet zeggen, maar wel denken. Dat was dus ook een effect van opvoeding, dat je hoort wat je moeder zou denken. M’n vader had z’n boek laten zakken en keek naar de man die in de regen vliegend verslag gaf van zijn plannen en de vlucht.
‘Oh,’ zei hij, ‘we zijn Foyle’s War vergeten. Ik vond het al zo’n vreemde avond.’
Hij zapte niet naar de Engelse serie omdat hij zo te zien werd geboeid door de dare devil in z’n microlight. In de gids zoekend naar wat er over hem werd vermeld zag ik dat het een uur zou duren, dus moesten we er maar eens voor gaan zitten. Foyle’s was helemaal niet vermeld. Dat was een kleine opluchting. Dus zouden wij samen naar de vliegpogingen van die natte vogel kijken.
Brian Milton was de naam van de piloot, van beroep journalist, een bevlogen gedreven vlieger. Als introductie werd gezegd dat hij in 1998 met veel tegenslagen een geslaagde vlucht rond de wereld had gemaakt en dat hij nu als eerste in een microlight een non-stop vlucht wilde maken over de Atlantische Oceaan. In 1987 had hij al in 59 dagen al een vlucht gemaakt in een Dalgety Flyer van London naar Sydney toentertijd de langste vlucht in een microlight in de historie. Vergeleken met zijn eerdere vluchten zou een tochtje over de Atlantische Oceaan dus geen gewaagde onderneming worden. Misschien had hij er erg luchtig over opgegeven en zichzelf daarmee klem gezet, maar in ieder geval was zijn motto dat hij het liever niet overleefde dan met hangende pootjes terug zo komen.
‘Wel wonderlijk,’ zijn mijn vader, ‘dat hij vluchten heeft gemaakt over heel gevaarlijk gebied, en nu hij zou oud is de Oceaan over.’
‘Colaatje Kees?’ vroeg mijn moeder.
Ze leek het gezellig te vinden.

 

- 1 - 14 -

Voor de vlucht moest een speciaal gebouwde grote benzinetank van 416 liter worden geïnstalleerd, iets groter dan de standaard tank van 22 liter, en ook een andere vleugel.
Zijn inspiratie was Charles Lindbergh, vertelde Milton. Die was zijn ‘drive’, maar zijn handicap was ‘fear of heights’, hoogtevrees. Hij wilde de geschiedenisboeken halen. Zou Dick kijken?
De microlight wiebelde vreselijk. Milton had grote moeite om hem een beetje ‘level’ en op koers te houden. Het weer zat niet erg mee. Het regende. De snelheid was 116 km per uur. Van het vliegveld op Long Island vloog hij eerst over New York City naar het Vrijheidsbeeld, waar hij op een hoogte van 200 meter drie maal omheen cirkelde. Daarna werd koers gezet naar Halifax.
M’n moeder had haar tijdschrift weggelegd en zat met aandacht mee te kijken. Geen van drieën zei iets.
Ik begon steeds meer te beseffen dat de hele machine een kwetsbaar samenhangende constructie was, er ging steeds meer mis. De brandstofverbruiksmeter werkte niet meer. De benzinemeter, een doorzichtige slang aan de zijkant van de tank, wees aan dat er veel meer verbruikte werd dan was voorzien. Milton zei door alle geconcentreerde aandacht geen last van hoogtevrees te hebben. Het weer werd slechter, regen, en hij zat te dubben of hij zou tanken. Het werd snel mistig en donker. Naar Halifax zou zijn langste non-stop vlucht worden, 893 km. Met een flinke rugwind maakte hij een snelheid van 137 km per uur. Het werd steeds storender dat hij alsmaar moest bijsturen, geen moment voor zichzelf.
Af en toe werden de Engelse door Milton gesproken teksten als onderschriften stom vertaald, zodat ik probeerde om niet de ondertitels te lezen.
Ondertussen moest hij de cassettes van de videocamera’s verwisselen, voortdurend met een flashlight de kaart raadplegen, de gps, die Lindbergh niet had, de benzinemeter, de toerenteller, de hoogtemeter, en alles wat elke piloot nog meer in de gaten moet houden in zijn droge niet al te koude, winddichte cockpit. Het werd een steeds groter probleem voor Milton dat hij niet kon inschatten of hij Halifax zou halen op de snel minderende benzinevoorraad die nog over was.
Met de hakken over de sloot, terwijl de benzine al praktisch op was, en de motor sputterde, hokte en stokte, haalde hij, koud en nat, ternauwernood de air strip van Yarmouth. Milton werd warm onthaald. Pauze.

 

- 1 - 15 -

Dat is eerder een obsessie dan een plezierreis zei m’n vader. Weet je, ik denk dat deze Milton de zelfde man is als de uitvinder van de The Last Resort parachute, waarmee je uit een hoog gebouw kunt ontsnappen als problemen zijn. Hij nam een slok van de wijn die m’n moeder inmiddels op tafel had gezet. Als je je grote klant kwijt bent geraakt bijvoorbeeld, of brand. Ik weet me zelfs te herinneren dat die parachute uit Oostenrijk kwam. Dus komt ie toch niet uit de koker van Milton. Last Resort, ook een mooie naam voor een bejaardentehuis, maar dit paste in zo’n plat attachékoffertje. Voor een aftocht vanaf de 12de verdieping.
Hij keek naar mij. ‘Wel een tandje hoger dan een scooter, is het niet?’
De ‘flydat’ had niet gewerkt. Dat betekende dat Milton onderweg de data niet kon aflezen en niet wist wat de motor deed en achteraf wat ie gedaan had. Gelet op het schema zou hij ondanks alle handicaps snel van Halifax naar St. John moeten zien te komen, 443 km. Door de weersverwachting die in beeld kwam wist de kijker dat Milton in een storm terecht zou komen.
‘Ik zou zijn boek wel willen lezen, want het is nu een film, maar als journalist zal hij ook wel een boek hebben geschreven,’ zei ik. ‘Iets voor m’n volgende verjaardag.’
De problemen werden steeds groter. Milton kreeg geen toestemming om de oversteek te maken. Hij zou zijn toestel op de punten waarop het was veranderd en waarin het afweek van de fabrieksspecificaties weer moeten terug brengen in z’n oorspronkelijke staat. De grote tank moest worden vervangen door de oorspronkelijke kleine tank, 22 in plaats van 416 liter. Hij moest IFR hebben, waardoor hij blindelings zijn weg kon vinden via de bakens. Hij moest binnenverlichting hebben, in plaats van de drie flashlights. Een zekere dokte Terry hielp hem om zijn vlieger weer legaal te maken. Hij verstopte de grote tank zodat deze na de keuring weer terug geplaatst kon worden. En hij moest alles zelf doen, want wat hij deed was illegaal. Na de keuring demonteerde Milton de oorspronkelijke spullen, en monteerde de speciaal gebouwde onderdelen. Terwijl er honderden vliegtuigen vertrekken met een grotere tank. Maar hij niet.
De keuring leverde geen problemen op. In een afgelegen ruimte bracht hij de microlight weer in orde.
Heel vroeg in de ochtend terwijl het nog donker was, heel in het geheim, vertrok hij naar St. John.

 

- 1 - 16 -

Kort na de start vloog er op een afstand van vijftig meter een straaljager rakelings over hem heen. Hij wist niet wat hem overkwam. Hadden de autoriteiten hem toch in de gaten gehad. Nee, daarvoor kwam de jager te snel na zijn start. En als het iets te maken had met zijn stiekeme start dan zou hij terug komen. Maar hij kwam niet.
‘Nu moet het toch goed gaan,’ zei m’n vader, ‘anders ga je niet zo’n film maken en uitzenden.’
‘Wacht maar,’ zei ik. ‘Want we hebben nog maar een krap kwartier te gaan en hij is nog niet eens bezig met de oversteek.’
‘Ik vind het jammer,’ zei ik, ‘dat als hij over land vliegt dat wij daarvan geen beelden krijgen maar alleen dat bewegelijke hoofd dat je onder z’n helm niet kunt zien. Wat zal het prachtig zijn om daar te vliegen, bossen, rotsen, en geen fast food middenstand.’
‘Het is daar heel onherbergzaam,’ zei m’n vader, ‘In de winter wachten de havenstadjes op de zomer. Dan is er helemaal niets te beleven. Het is het land van hersenschimmen.’
‘Hoezo?’
‘Dat is de titel van een boek, als je het wil lezen heb ik het voor je.’
Milton kwam weer zonder benzine, te ver van Gander om daar te kunnen landen. Nergens wegen, nergens huizen. Hij landde op een stripje. Daar werd Milton weer hartelijk geholpen door een echtpaar, met onderdak en voedzame maaltijden. Hij tankte de tank vol en gaf gas. De vlieger kwam moeizaam op snelheid, kreeg wat hoogte maar zakte weer terug, bonkt op de baan, en klimt weer. Het is de zware tank, zei Milton in zijn real time commentaar en probeerde tegelijkertijd het vliegtuig onder controle te houden. De vlieger klapte weer op de baan, en met een knal brak de as van het linker achterwiel, en scheurend en schuivend kwam de microlight tot stilstand.
‘Ik móest het proberen,’ zei Milton, zichtbaar down and out en ontgoocheld.
In de aftiteling kwam de mededeling dat Milton 3000 dollar boete had gekregen van het Ministerie van Luchtvaart.
‘Een scooter,’ zei m’n vader. ‘Hoe heerlijk dat vliegen ook zal zijn, daar zie ik toch meer in!’
Ik zat er op te wachten, dit commentaar, een geestig verpakte wijze raad of een impuls tot tevredenheid. Waarom kan hij het niet laten en mij de vrijheid laten om het mijne er van te denken. Altijd zoiets als het laatste woord!

 

- 1 - 17 -

Ik ging naar m’n kamer. Eerst wilde ik op internet kijken wat ik over de Spirit kon vinden. Sommige sites bekeek ik uitgebreid. Het resultaat van Google was: 1 - 10 van circa 847,000. Zoekbewerking duurde 0.15 seconden. Daar zou ik dagen mee bezig zijn. Van Brian Milton vond ik de officiële, uitgebreide site van hemzelf. Zou ik voor later bewaren. Hoe was het mogelijk, dat er op die manier uren en dagen in ging zitten om iets op te zoeken!

Spirit of St. Louis - Milestones of Flight
Aircraft: Ryan NYP "Spirit of St. Louis". Pilot: Charles A. Lindbergh. ... Spirit of St. Louis" was named in honor of Lindbergh's supporters in St. ... www.nasm.si.edu/galleries/gal100/stlouis.html - 10k -
Spirit Of St. Louis Airport. Airport Information Newsletter Attractions Weather
Information to Residents Fair and Airshow Aviation Links Fair and Airshow, ...
StLouisMarathon.com is the home page for the Spirit of St. Louis Marathon, held in downtown St. Louis, Missouri, on April 3-4, 2004. ...
Beschrijving: Includes a 5K, 10K and 1-mile events with pictures, past results, contacts, registration event rules...
Categorie: Sports > Running > ... > North America > United States > Missouri
www.stlouismarathon.com/ - 21k - In cache - Gelijkwaardige pagina's
Spirit of St. Louis
Louis The Spirit of St. Louis. The Spirit of St. Louis is a wonderful plane. ... The
sites of the construction and final asembly of "Spirit of St Louis". ...
www.charleslindbergh.com/plane/index.asp - 35k - 19 jan 2004 - In cache - Amazon.com: Books: The Spirit of St. Louis
www.amazon.com/exec/obidos/tg/ detail/-/087351288X?v=glance -
Amazon.com: Books: The Spirit of St. Louis
www.amazon.com/exec/obidos/tg/ detail/-/0684852772?v=glance - [ Meer resultaten van www.amazon.com ]
Spirit Of St. Louis Credit Union - Welcome to Spirit of St. Louis Credit Union’s Web site. ... Copyright 2001-2002 ©
Spirit of St. Louis Credit Union Site Designed by The Spinning Room, LLC. Beschrijving: St. Louis. Serving select employee groups in St. Louis. Categorie: Business > Financial Services > ... > United States > Missouri
www.spiritstlcu.org/ - 42k - 19 jan 2004
CenterPointe Hospital - Home Page Intro
CenterPointe Hospital (formally Spirit of St. Louis Hospital) is a regional center
serving the behavioral health needs of children and adolescents from the ...
Beschrijving: Provides behavioral health services for children and adolescents. Located in St. Charles. Site also...
Categorie: Health > Medicine > ... > North America > United States > Missouri
www.bhcspiritofstlouis.com/ - 40k - 19 jan 2004 -
Barnes & Noble.com - Spirit of St. Louis
... Spirit of St. Louis (Airplane). Transatlantic flights. Award. ... skip navigation.
Spirit of St. Louis Charles A. Lindbergh, Reeve Lindbergh (Introduction). ...
btobsearch.barnesandnoble.com/booksearch/ isbnInquiry.asp?sourceid=00395996645644787198&btob=Y&end... - 50k -
Spirit of St. Louis, Aircraft Aviation Pictures Photos: Aircraft ...
PHOTOVALET (tm) Enter search term, PHOTOVAULT AVIATION Museum Aviation:
the Spirit of St. Louis, Images by Wernher Krutein and PHOTOVAULT. ...
www.photovault.com/Link/Technology/Aviation_Research/ Aircraft/SpiritofStLouis.html - 12k -

 

- 1 - 18 -

Toch nog goed geslapen Kees? Hoezo? M’n moeder zei dat ze nog even naar m’n kamer was gekomen, nadat ik niet meer was terug gekomen, en dat ik voor de computer had zitten te slapen en dat ze niet zeker wist dat ik helemaal wakker was geworden.
‘Oh ja,’ zei ik, ‘ik weet het weer. Ik ben niet lang doorgegaan.’
‘D’r stond een oud vliegtuig op het scherm, zoiets als in het boek dat je zat te lezen.’
Ik gaf geen antwoord. Het was ook geen vraag.
‘Ik ga straks even naar Peter,’ zei ik, meteen een goeie gelegenheid om in een goeie stemming niemand aan een complot te laten denken.
‘Vraag gelijk wanneer ze weer eens komen eten,’ zei m’n vader. ‘Ik heb ze zo lang niet gezien.’
Ze zaten nog te ontbijten. Maar het was goed dat ik vroeg was omdat Peter de deur uit zou gaan. Na een kopje koffie vroeg hij me mee te lopen naar de studio, dan kon hij gelijk z’n spullen pakken voor z’n klus die middag.
‘Hoe is het verder gegaan?’ vroeg Peter. ‘Ik ben vreselijk benieuwd!’
‘De piloot,’ vertelde ik, ‘woont aan zijn eigen air strip in Noord Holland. De Spirit heeft hij zelf gebouwd, en hij wacht nu op de goedkeuring, op een luchtwaardigheidsbewijs, dus moet hij heel voorzichtig zijn.’
‘Maar wèl over de randstad vliegen!’ zei Peter.
‘Ja, dat begrijp ik ook niet. Ik denkt dat hij het spannend vindt als een jongetje en dat niet kan wachten. Ik dacht dat die Noord-Hollanders zo nuchter waren. Het lijkt wel dat hij iemand bij de Rijks Luchtvaart Dienst kent.’
‘Heb je daar nog foto’s gemaakt?’
‘Nee, het vliegtuig stond in de hangar. Eerlijk gezegd heb ik er niet aan gedacht.’
‘Hoe nu verder? Heb je daar al een idee over? Het je daar over gepraat met de piloot?’
‘Komende Zaterdag gaan we nog een paar foto’s maken, boven IJmuiden vond hij een geschikte plek en op zijn vliegveldje. Maar hij wil er beslist geen andere fotograaf bij hebben, zei hij toen ik voorstelde dat jij meeging.
‘Misschien heb je je dat niet gerealiseerd,’ zei Peter, ‘maar die foto bij het WTC is een geluksshot. Met die digitale camera van je, hoe goed die lens ook is, kun je niet snel scherp stellen en het wegschrijven naar de card duurt te lang om nog een tweede foto te maken. En als je mooie foto’s wil hebben voor reproductie dan heb je dia’s nodig en zul je toch met een ouderwetse kleinbeeldcamera moeten fotograferen. Daar komt bij dat je op je scootertje met die spullen niet snel en veilig genoeg bent om je van de éne plek naar de andere te verplaatsten. Ik zal dan niet fotograferen maar ik kan je wel chaufferen. Dan kun je mijn Contax met een lange zoom gebruiken. En dan ben ik je sprekende manual. Een ingebouwde winder heb je trouwens ook nodig.’
Het klonk redelijk. Het was in ieder geval mooi aangeboden. Dat zei ik ook.
‘Maar ik weet niet goed hoe ik dat aan Van Waaien moet verkopen.’
‘Zeg dan dat ik gewoon een oom ben, en zeg dan niet dat ik een fotograaf ben. Het is te mooi om te laten lopen omdat het je niet lukt om opnamen te maken. Je mag mijn Contax gebruiken. Ik zal je onderweg zeggen hoe ie werkt. Als we snel zijn kunnen we in Bergen aan Zee ook nog opnamen maken. Man dit is een fantastische kans! Je moet er verder met niemand over praten. Ook niet tegen Liesbeth zeggen.’
Over het komen eten zei hij dat hij de komende week beter niet kon komen.
‘Kom Zaterdag maar om negen uur, dan zijn we vroeg genoeg. En ga nou intussen niet met je memory card naar een fotozaak. Wees voorzichtig dat niemand die opname van het WTC te zien krijgt!’

 

-1 - 19 -

De daarop volgende dagen duurden erg lang, het was alsof ik met een sterke tegenwind vloog. Woensdagmiddag belde Dick om te zeggen dat de weersverwachting gunstig was voor Zaterdag, dat het kon zelfs nog mooier kon worden. Hij wilde ook nog weten of ik paraat zou staan. Na een stilte vroeg hij of ik zwart-wit-foto’s kon maken, omdat hij die mooier zou vinden.
Vrijdag had ik alles gelezen wat ik op internet over de Spirit had kunnen vinden. Niet lang daarna belde Peter om te vragen of er nog nieuws was. Hij had niets in de kranten gezien of gelezen. Er was mij niemand voor geweest met de scoop. Het zou het mooiste zijn als ik bij de foto’s een verhaal zou hebben. Met wat ik inmiddels gelezen had, en wat ik van Dick had gehoord, zou ik dat ook kunnen schrijven. Daarbij moest ik wel voorzichtig zijn dat ik hem niet in problemen zou brengen met het verlenen van het luchtvaardigheidsbewijs. Tot Zaterdag zou ik nog kunnen proberen om het verhaal te schrijven in een krantenstijl. Die zoon van jou, hoorde ik de collega’s van mijn vader al zeggen, die heeft in zijn eentje ook wat gepresteerd, smart guy eh! Hij is iedereen te snel afgeweest.
Op internet kwam ik er achter dat er al eerder replica’s werden gebouwd door de EAA Aviation Foundation als eerbetoon aan Charles Lindbergh.
De eerste replica werd gebouwd in 1977 om de vlucht van Lindbergh over de Atlantische Oceaan te herdenken. Tussen 1977 en 1988 had 1300 vlieguren gemaakt. Het was dus best mogelijk om een luchtwaardige replica te bouwen! In zevenentachtig werd de Spirit naar Frankrijk verscheept om op Le Bourget de zestigjarige herdenking te vieren. De eerste replica ging naar EAA AirVenture Museum in Oshkosh in November 1988, om daar het hoogtepunt van het museum te worden. Oshkosh, waar Dick ook was geweest!
De EAA werd steeds gevraagd of ze met de Spirit wilden langs komen - stond allemaal op internet! - ook als stond het in het museum en was de Spirit officieel gepensioneerd.
Die vele vragen leidden er begin 1990 toe dat er een tweede vliegende replica werd gebouwd. In Mei 1991 was het klaar voor de eerste vlucht en sindsdien deed het haar opwachting in talloze shows.
Een belangrijk aandeel in de bouw werd geleverd door de David Claude Ryan Foundation, die opgericht was door T. Claude Ryan, de oprichter van de Ryan Aircraft Company, die de oorspronkelijke Spirit leverde. Andere belangrijke supporters in het project waren Stits Fabric Covering, Wicks’ Aircraft Supply, Hewitt Machine, JRS Enterprises, Ken Brock Manufacturing, Terra Avionics, II-Morrow, Inc., MacWhyte Company and Mr. Jack Hooker, schreef ik maar even over om deze gegevens niet kwijt te raken. Ik maakte een kopietje van de foto.

Deze tweede replica stond tentoon in de Ryan Hangar op EAA’s Pioneer Airport, dat deel uitmaakt van de AirVenture Museum. Er werden regelmatig demonstratievluchten gemaakt in het vliegseizoen en de derde Spirit vloog ook naar luchtvaartshows door het hele land.

 

- 1 - 20 -

De Vrijdagavond vloog om, en weer viel ik in slaap bij de computer. Maar Zaterdagochtend dronk ik al voor negenen thee bij Peter en Liesbeth.
‘Het is redelijk goed weer,’ zei Peter.
‘Wat gaan jullie doen,’ vroeg Liesbeth.
‘We gaan naar de kust,’ zei Peter, ‘wat fotograferen, maar meer om Kees in te weiden in de geheimen van de klassieke reflexcamera.’
‘Wil je nu toch fotograaf worden?’ vroeg Liesbeth aan mij, ‘terwijl je al bijna klaar bent met je studie?’
Peter keek met een bedenkelijke trek naar buiten en zei dat het tijd was om te vertrekken.
‘Je hebt toch geen afspraak?’ vroeg Lies.
‘Met Kees,’ zei Peter.
‘Ja maar,’ zei ze, ‘ik wil wel eens weten hoe dat zit. Heb je wel duidelijk gemaakt wat het voor een slopend beroep is, fotograaf? Ik gun het je heus wel, maar wij hadden trouwens wèl andere afspraken.’
‘Sorry Kees,’ zei Liesbeth, ‘ik hoop dat jullie een leerzame ochtend hebben.’
Onderweg reikte Peter me zijn kleinbeeldcamera aan en vertelde met welke verschillen ik had te maken tussen de digitale vestzak-Contax TVS en de grote kleingeld.
‘Die kleine van jou is werkelijk een juweeltje, een duur maar prachtig machientje van de hoogste kwaliteit, met een van de mooiste objectieven van de wereld, en voor het snelle werk is het een uitkomst, opnamen maken die meteen geschikt zijn voor de website, maar als we het echte snelle werk moeten schieten zoals een vliegtuig dan blijkt dat je niets onder controle hebt en dat je er juist niet snel mee kunt werken. Deze AX heeft een sluitersnelheid tot een achtduizendste, en een winder die vijf opnamen per seconde haalt, terwijl je bij die digitale eindeloos moet wachten tot de opname is weggeschreven naar de memory card. Als de eerste opname niet goed was heb je niks. Daarbij komt dat de resolutie van een dia wel honderd maal hoger is dan een opname van een digitale camera met 5 megapixel, zodat je met een dia veel meer kunt als er in reproductie meer scherpte en brilliance is vereist. De autofocus van de AX is veel sneller en kan je locken, vast zetten. Als we ter plaatse zijn zal ik je laten zien hoe dat in z’n werk gaat.’
Het was tamelijk stil op de weg met al wel volle auto’s op weg naar de Zwarte Markt.
‘Er is een tijdje,’ ging Peter verder, ‘een digitale reflexcamera van Contax geweest, maar daarvan is de productie inmiddels gestopt. De chip was samengesteld uit twee chips. Het krankzinnige was dat je echt de naad ertussen kon zien.’
We stopten bij de sluizen, en Peter zei dat we daar een goed standpunt hadden om de Spirit uit zee te zien aanvliegen en tegen de achtergrond van de hoogovens en door vliegend in de richting van het Noordzeekanaal.
M’n mobieltje ging. Dick. Wat een timing!

 

- 1 - 21 -

Het was Dick. Hij stond op het punt te starten.
‘Ik kom vanuit zee,’ zei hij. ‘Om ongeveer 10 uur vlieg ik over de pieren en daarna in één lijn laag over de sluizen en dan naar het Noordzeekanaal. Ben je er klaar voor? Daarna vlieg ik weer over de grote weg naar huis.’
‘Ik sta bij een zilveren auto ten Zuiden van de sluizen. Daar kan ik je vanuit zee zien komen. Wat vind je daarvan?’
‘Ja, dat is prima! Dan zie ik je daarna in Koedijk.’
‘Hij komt eraan,’ zei ik tegen Peter. ‘Om tien uur komt hij over.’
‘Laten we dan nu even oefenen, er zit al film in.’
Hij legde me uit hoe ik moest scherp stellen. Halverwege, midden tussen de pieren zou een mooi plek zijn.
‘Je zwaait de camera opzij, naar de pier in dit geval, en naar een punt waarop je kunt scherp stellen, dat ding daar op de pier. Je drukt halverwege, zoals op je eigen camera en je lockt de focus, net zoals op je eigen camera, door hem half ingedrukt te houden, in dit geval met de zoom helemaal ingeschoven tot 200 mm. Je kunt ’m ook anders locken maar dit werkt het snelste. Als het vliegtuig aan komt vliegen moet je je tot zover voorbereid hebben en op moment dat het vliegtuig op de gewenste plek komt druk je door en hou je de knop ingedrukt, zodat er snel een paar opnamen achter elkaar worden gemaakt. Dan vlug naar een plek hier recht voor ons, je kiest een plek om te focussen, maar daarna schuif je de zoom uit naar 70 mm, en nu trek je de camera mee van de linker sluisdeur naar de rechter, terwijl je de ontspanknop ingedrukt houdt. Dan schuif je de lens weer in tot 200 mm en focus je op het wegvliegende vliegtuig en maak je nog een paar opnamen. Vijf voor tien. Nu moeten we er voor klaar zijn.’
We praatten niet meer en wachtten, terwijl ik visualiseerde hoe ik te werk zou gaan. Een paar zeemeeuwen. Een oud zeilschip in de verte, afgemeerd aan het forteiland. De lucht waar ik elk moment het zilveren vliegtuig kon verwachten. Het was nog maar een week geleden dat ik de eerste foto maakte. Concentreren. Laat de Spirit maar komen. Daar kwam het, klein, boven zee vanuit het Noorden, het zwenkte onze kant op, en het zakte. Ik stelde scherp op dat ding op de pier, lockte, en zwaaide de camera naar het midden tussen de pieren. 200 mm. Met m’n linkeroog naast de camera kijkend hield ik het punt vast, met m’n rechter oog zag ik dat de Spirit steeds meer het beeld in de zoeker vulde. Ja!
‘Ja,’ zei Peter.
En ik drukte. Snel achterelkaar vijf opnamen. Toen naar rechts. 70 mm. Focussen op de man met de fiets achter het hek. Al helemaal naar links om de Spirit in de zoeker te krijgen en ’m daar te houden terwijl ik drukte. Daarna naar 200 mm en de wegvliegende Spirit volgen tot boven het kanaal. Weer een salvo van opnamen. Dat was het.

 

- 1 - 22 -

D’r achter aan! Snel terug naar de A9.
‘Zag je hem zwaaien?’ vroeg Peter.
‘Nee, ik had al mijn aandacht nodig om de contour in de zoeker te houden.’
‘Uiteindelijk moet je je zo concentreren dat je dat ook kunt zien. Wel een drieste kerel om zo illegaal hier rond te vliegen.’
‘Hij heeft z’n brevet voor zulk soort vliegtuigen, maar hij wacht nou juist op het luchtwaardigheidsbewijs voor deze Spirit,’ zei ik.
‘Dus toch illegaal.’
Snel naar het Noorden.
‘Hoe ben jij tot fotograferen gekomen?’ vroeg ik. ‘Of droomde je misschien van een ander fantastisch beroep?’
‘Ik zat altijd in atlassen te kijken,’ zei hij. ‘Ik weet niet waar dat op duidt. Nee mij stond niets bijzonders voor ogen, totdat ik een boek las waarin twee jonge amateur-fotografen de hoofdrol hadden. De scène die mij aansprak speelde in de Donkere Duinen van Huisduinen, bij Den Helder, daar struinden ze met een camera door de duinen totdat ze bij zee kwamen. Ze stopten bij de laatste duinenrij vanwaar ze beneden het strand het strand konden zien. In de branding kwam er een vaartuig boven water dat in de richting van het strand bewoog, steeds hoger uit de golven. Het reed op wielen het strand op. Die jongens begrepen meteen dat ze getuigen waren van iets heel bijzonders, en dachten gelijk aan iets crimineels. Ze doken meteen weg, zó dat ze nog wel een paar foto’s konden maken. Op dat moment besloot ik dat ik fotograaf zou worden. Toen ik nog een tiener was kocht ik een camera die ik altijd bij me had, voor het geval dat mij zelf zoiets ten deel zou vallen. Wat die jongens met die foto’s hebben gedaan weet ik niet meer. Op mij reizen door Zuid Amerika stond er opeens een voertuig voor mijn hotel aan het meer van Maracaibo, aan de kust in Venezuela. Uit de route die op de zijkant was afgebeeld bleek dat het uit New York kwam en een reis maakte van Vuurland naar het Noorden van Alaska. Toen wist ik dat mijn droom waar was. Ik heb het uitgebreid gefotografeerd, ook de cockpit van binnen. Achteraf vind ik dat ik het echtpaar had moeten proberen te spreken, maar waar ik niet aan dacht toen. Dat was één van mijn gemiste kansen. Zoiets als de Spirit of St. Louis lang het WTC zien vliegen.’
‘Sinds ik mijn camera heb, heb ik hem altijd bij me. In m’n binnenzak,’ zei ik.
De rondweg om Alkmaar was snel bereikt. Daarna was het een klein stukje langs het kanaal tot Schoorldam. Stukje terug en ik stond weer voor het hek van het erf van Dick. Hij kwam al aanlopen.
‘Dat kon niet missen,’ zei hij lachend, ‘de zelfde auto als bij de sluizen.’

 

- 1 - 23 -

‘En Kees,’ vroeg Dick lachend, ‘is het gelukt?’
‘Ik heb de foto’s boven IJmuiden niet met een digitale camera gemaakt,’ zei ik, ‘waardoor ik moet wachten tot ik het materiaal van het laboratorium terug heb.’
Ik vertelde dat Peter een vriend van mijn vader was, die zo goed was om mij zijn camera te lenen, en dat de foto’s daardoor beter zouden worden.
‘Je hebt hem verteld van de Spirit?’ vroeg Dick verrassend streng.
‘Kees is als een zoon voor me,’ zei Peter, ‘en ik begrijp dat u de Spirit voorlopig geheim wilde houden. Het vertrouwen dat u in Kees hebt gesteld zal ik niet beschamen. Ik vond dat Kees beter niet met mijn cameratas op zijn scootertje heen en weer kon rijden, dus is het ook een beetje eigenbelang dat ik hem chauffeer. Dit is voor mij wel een leuk uitje.’
Gelukkig vroeg Dick niet wat Peter voor een beroep had. We hadden ons op deze confrontatie domweg helemaal niet voorbereid. Maar zijn chaufferen was een geloofwaardige verklaring. Toch vond ik het wel beschamend om tegen de uitgesproken wensen van Dick hier een fotograaf bij te betrekken, ondanks dat ik zelf dacht er op aan te kunnen dat Peter niet met de scoop aan de haal zou gaan, zoals Peter blindelings mij altijd zijn camera zou uitlenen.
We liepen naar de hangar. De Spirit stond nog buiten. Peter hield zich een beetje afzijdig. Maar Dick draaide zich om en stelde voor om eerst koffie te drinken in het huis.
In zijn werkkamer stond een oude radio van het merk The Spirit of St. Louis. Er kwam oude jazzmuziek uit. Ook nog een liefhebber van jazz?

Aan de muur, boven een werktafel, hingen drie foto’s.
‘Ja,’ zei Dick, ‘die kreeg ik gisteren van een kennis opgestuurd. Ze zijn gemaakt even voordat ik over de Zuidas vloog. Die kennis wist van mijn vlucht die ochtend en maakte langs de route een paar foto’s. Die Bestebreurtje moet wel hard gereden hebben! Nu ik deze plaatjes zie weet ik zeker dat zwart-wit foto’s het mooiste zijn, waardoor je veel meer in de sfeer van die jaren komt en van de vlucht van Lindbergh. Kleur is in die plaatjes heel bevreemdend. Het lijkt wel een modelvliegtuig. Dat de Spirit steeds bijna de foto uitvliegt vind ik niet zo storend. Ik vond het erg leuk om ze te krijgen. Maar van jou hoop ik wat zorgvuldiger gemaakte foto’s te krijgen.’
‘Op internet,’ zei ik, ‘heb ik de Spirit als radiografisch bestuurd modelvliegtuig gezien. Dat zou wel iets voor mij zijn. Zodirect zou ik nog een paar foto’s van de echte Spirit willen maken, één op één. Misschien kun je touch and go doen, zodat ik foto’s heb van een start en van een landing.’
‘Waar zijn die foto’s gemaakt, weet u dat?’ vroeg Peter.
‘Boven de Eem, bij Eemdijk, die enorme aak die daar voer herinner ik mij nog goed,’ zei Dick. ‘En die onderste foto’s werden op Hilversum gemaakt. Het ging kennelijk een beetje te snel voor de fotograaf. Het was overigens heel stil die ochtend.’


De foto's van Arie Bestebreurtje.


De vrouw van Dick kwam de kamer binnen en groette ons hartelijk.
‘Zo Kees, wat leuk dat je er weer bent. En u bent zijn vader?’
‘Nee,’ zei Peter, ‘maar ik ben wel een goede vriend van zijn vader, waardoor ik Kees al zijn hele leven ken.’
‘Ik ben van nature nogal achterdochtig,’ zei Dick, ‘vandaar dat ik misschien een beetje onvriendelijk was.’
‘Oh Dirk,’ zei zijn vrouw, ‘was je weer een beetje te direct? Je hebt al koffie gemaakt? Dàt dus wel!’
Ze lachte ruimhartig naar d’r man en vroeg of wij niet nog een koffie wilden. En jij cola Kees?

 

- 1 - 24 -

Na een half uurtje praten over Lindbergh, de bouw van de voor hem door Ryan speciaal omgebouwde Spirit en speciale voorbereidingen, stelde Dick voor om nog wat te vliegen voor de officiële fotograaf, en dat wij daarna nog wat verder zouden praten. Peter deed zijn best om niet al te ‘eager’ over te komen.
‘Ik stel voor,’ zei Dick, ‘om te starten, een circuitje te draaien en dan weer te landen. Dan zou ik daarna weer willen opstijgen om naar de Hondsbossche Zeewering te vliegen. Dat is hier heel kort bij, bij restaurant Minkema in Hargen. Daar kun je me boven de dijk fotograferen en ook vanaf de dijk. Dan maak ik een rondje.’
Onderwijl was Dick’s vrouw weer binnen gekomen.
‘Dat is nog een heel programma,’ zei ze. ‘Willen jullie niet eerst een boterham? Ik heb er op gerekend.’
We zeiden alledrie ja.
‘Kaas Kees?’
Ze ging weer weg.
‘Je zei dat je in Oshkosh was geweest,’ zei ik tegen Dick. ‘Heb je daar misschien het Spirit-virus opgelopen?’
‘Daar zag ik beide replica’s, in het museum en in een hangar, even voordat het nog vliegende toestel voor een demonstratie de lucht in ging. Ik heb het zien starten. En ik heb het gehoord! Dat geluid! En ik heb het zien vliegen! En het is waar, in zo’n microlight zit je altijd te dagdromen van een echt vliegtuig. Ik kon de bouwtekeningen krijgen en ik heb daar met de bouwers nog eindeloos zitten praten en ik was ‘hooked’ zoals ze daar zeggen. Weer terug ben ik meteen naar de RLD gegaan om te horen welke procedures ik het beste bij de bouw kon volgen. Ze hadden er plezier in, dat scheelde. De motor die ik op Long Island kon kopen was helemaal gereviseerd door een geautoriseerd bedrijf, dus dat scheelt al. Een vriend van mij is meubelmaker en timmerman van scheepsinterieurs, en van hem zou ik ook veel hulp krijgen. Zo schoof alles in elkaar. Een jaar later ging ik kijken bij Stits die het materiaal zou leveren voor de bekleding van het geraamte. En van Terra Avionics kreeg ik gulle toezeggingen. Allemaal zorgden ze ook voor een niet geringe sponsoring, hoewel ik hier in Holland zit. Maar zoals je zei Kees, zo’n Breitling als hoofdsponsor, daar zou ik nog eens op willen terug komen.’

 

- 1 - 25 -

‘Maar we zouden weggaan,’ zei Dick.
‘Pap, ik ga met ga met Annie mee,’ zei een meisje dat haar hoofd om de hoek stak.
‘Ja Brecht,’ zei Dick, ‘ik ga ook even weg, maar met een uurtje ben ik weer terug. Dit is Kees die de Spirit komt fotograferen en dit is zijn oom Peter.’
‘Brechtj,’ zei ze, guitig, zou m’n moeder zeggen.
Ze lachte. Erg leuk. Een meisje dat ook in Amsterdam had kunnen wonen. Nee, juist niet. Maar ze was ook zeker geen boerendochter. Hoe zag een boerendochter er uit? Vond ze mij een enge stadsjongen? Ze zal me wel ondernemend vinden, om helemaal hier naar toe te komen om foto’s van der vader’s vliegtuig te maken. Misschien kan ik haar een andere keer weer terug zien. Brechtje. Een foto van haar maken als ik hier weer ben om de foto’s van de Spirit te laten zien, zou ze dat willen? Een pilotendochter!
‘Let’s go,’ zei Dick.
‘Ben je niet bang,’ vroeg ik aan Dick, ‘dat ze gekidnapt wordt?’
‘Ben je mal!’ zei Dick. ‘Zoiets halen ze hier niet in het hoofd!’
Hij trok zijn vliegersjasje aan en leek wel een beetje op Lindbergh, iets ouder. Zijn vrouw kwam naar buiten en Brechtje kwam weer terug het grintpad op rijden. Beetje verlegen lachend kroop de lange aviateur de cockpit binnen en startte met een paar ploffen de motor. Bijna vergat ik foto’s te maken. Terwijl Dick de motor weer warm draaide, en z’n checklist afwerkte, kwamen er een paar meisjes in paardrijkleding kijken. Ik maakte opnamen van verschillende standpunten. Peter stond met Brechtje te praten. Hij hield zich een beetje op de achtergrond, wat niks voor hem was, maar stak zijn duim op als teken dat ik het goed deed.
Dick gaf meer gas en vol gas, en langzaam begon de Spirit de geest te krijgen, kwam schokkend door de oneffenheden in de grasmat in beweging, begon sneller te rollen, en ik schoot, de camera met de Spirit mee trekkend m’n plaatjes, steeds focussend, daarbij de telelens niet naar een langer brandpunt schuivend, maar op het laatst wel tot 200 mm, en de Spirit klom naar het Westen. Ik zwaaide gedag naar Dick’s vrouw en Brechtje en rende naar de auto, maar ik bedacht me, want we hadden afgesproken dat Dick weer zou landen. Hij maakte een circuitje en in de verte kwam hij er al weer aan, zakte weer, verdween even uit het zicht achter de hangar en zakte lager en lager en landde, ik schoot en schoot, en de wielen rolden, en de staart zakte niet maar bleef horizontaal, en ik schoot, en Dick gaf weer gas en de wielen kwamen weer los, en de Spirit trok weer op. Nu konden we er wel achter aan. Via Schoorl naar Hargen aan Zee. Auto aan de roundabout zetten. Rennen naar de slagboom aan de afgang. M’n mobieltje!
‘Waar zitten jullie?’
‘Bij Minkema koffie te drinken!’
‘Dan zie je me zó! Boven de branding!’

 

- 1 - 26 -

Ik draaide een nieuwe film in de camera, liet Peter meekijken of ik het goed deed en we wachtten aan de Zuidkant van Simon Gutker, het standbeeld van een jutter.
‘Wat denk je Peter? Goed zo?’
‘Die Simon kijkt uit naar blond wrakhout dat hier aan land komt uit de Carribean. Ja licht op het beeld, anders wordt het te donker en vormeloos, en net als de Spirit voorbij het beeld is ‘shoot’, begin maar als de neus net te zien is! En focussen op de pier links, en krijg je ’m goed scherp. Boven de branding, daar komt ie aan!’
Ik focuste op de pier zodat de Spirit straks scherp zou zijn zodra die achter het beeld vandaan kwam, en hield onderwijl Dick in de gaten. 500 meter. 300 meter. Nog steeds de ontspanknop halverwege. 100. Ik drukte verder en de camera begon opnamen te maken, en de neus kwam te voorschijn, en de rest van het vliegtuig, en ik trok de camera mee, en verder, niet langer dan 2 of 3 seconden. Ik hoefde nog geen film te vernieuwen. Dick draaide 180 graden en kwam weer terug boven de dijk.
‘Focus op de slagboom,’ zei Peter, ‘rustig blijven. Zoom op 100 mm. Trek mee en begin wanneer ie op die hoogte goed in je frame zit.’
Deed ik. En ik was kalm. En ik hield de ontspanknop een paar frames ingedrukt. En het zou gelukt moeten zijn. En ik dacht even aan Brechtje. En ik zag dat de Spirit een heel eind verderop weer draaide. Ik had nog genoeg film, gelukkig. We renden naar beneden naar de waterlijn om zo veel mogelijk de ruimte te krijgen. Het was hier, maar dan op de hoogte van Huisduinen, dat Peter die auto uit zee had zien komen, nee die jongens in het boek. Concentreren!
‘Concentreren!’ zei Peter.
Daar kwam de Spirit! NU! En ik was kalm en ik zat in de zoeker en ik trok mee. En het was prachtig, het licht op de zilveren huid. Had ik Brechtje mee moeten vragen? Kunnen vragen? Had ze kunnen zien hoe ik de foto’s maakte van het trots vliegtuig van haar vader. Als de dia’s waren ontwikkeld zou ik ze aan haar kunnen laten zien als ik de volgende Zaterdag weer langs ging.
Dick belde en zei dat hij even de zee op ging en dan met twintig minuten over de ruïne in Bergen zou vliegen, of dat niet een mooi plaatje zou maken. We vonden van wel en spraken af dat we gelijk onderweg zouden gaan.
‘Geen klus voor een scooter,’ zei ik tegen Peter.

 

- 1 - 27 -

We gingen meteen onderweg. Inmiddels was de Spirit een stip boven zee geworden.
‘Vind je het leuk?’ vroeg Peter.
‘Ja, heel spannend, niet alleen omdat het dit onbekende vliegtuig is, maar ook hoe alles in elkaar grijpt.’
‘Ik heb er aan gedacht dat de foto’s die je nu aan het maken bent een verhaal bij zou moeten schrijven, het verhaal hoe Dick er toe gekomen is om de Spirit te bouwen en hoe hij dat heeft aangepakt, en dat aanbieden aan de National Geographic in Nederland. Dan kan je het gewoon in Nederlands schrijven. Wees maar niet bezorgd, je kunt het wel, en ik laat je niet zwemmen.’
Ik was wel angstig dat dit plan veel te ambitieus was voor mijn mogelijke talent. Hoe zou ik dat ooit kunnen? We reden binnendoor over Groet en Schoorl naar Bergen Binnen, parkeerden de auto op het Ruïneplein en keken naar de mogelijkheden, waar de Spirit vandaan zou komen en wat dan mogelijk de achtergrond zou worden.
Telefoontje van de Spirit. Hij kwam aanvliegen oer de Eeuwige Laan en zou de laatste honderd meter afbuigen naar het midden van het plein. Zo konden we hem zien aankomen. Als we nu bij het restaurant Tussen de Pilaren zouden gaan staan, kregen we beide goed in beeld, de Spirit en de ruïne. Geronk in de verte. Daar kwam ze, minderde hoogte en boog af naar het midden van het plein. Brandpuntafstand 70 mm. Sluitersnelheid 1/1000, overlegde ik met Peter. Ik pakte de Spirit op het matglas toen ze net over de huizen vloog en draaide mee en drukte de ontspanknop verder in en hield deze een tiental opnamen ingedrukt en ze was alweer over de huizen in Oostelijke richting verdwenen.
Dick belde en zei dat hij zou terugvliegen over het kanaal, maar nog een keer zou terug komen voor een foto boven de vlotbrug, een markante landmark van Koedijk.
We reden er naar toe en wachten aan de kant van het kanaal, ten Zuiden van de brug, zodat ik de Spirit boven brug zou kunnen pakken met achter de brug zicht op het Koedijk ten Noorden. Hij kwam er al aan. Ik kon me voorbereiden. Weer 70 mm, zodat ik zoveel mogelijk kanaal en dorp in beeld zou krijgen. 1/1000ste. Scherpstellen op een punt waar ik wilde beginnen. De Spirit oppakken, doordrukken en meebewegen. Nog een paar frames voor de terugweg over het kanaal. Daarna moesten wij weer omrijden via Schoorldam.

 

- 1 - 28 -

De Spirit stond met nog draaiende motor voor de hangar. Een paar paardrijmeisjes stonden in de opening te kijken naar hoe Dick aan de motor bezig was. Brechtje stond daar ook bij, ze zwaaide schuchter, met een vrolijk gebaartje. Wat er voor ons over bleef was gedag te zeggen, want de foto’s waarvoor wij kwamen waren gemaakt. We spraken af dat ik de volgende Zaterdag met de dia’s langs zou komen, en ik zei ook meteen dat ik met Dick zou willen praten omdat ik een verhaal bij de foto’s wilde schrijven. Dat plannetje viel in goede aarde. Dick reageerde geestdriftig met de opmerking dat hem dat een prachtig plan leek en dat uitgevers daar in combinatie met de foto’s daar zeker in geïnteresseerd zouden zijn.
‘Misschien wil je die foto’s mee die ik van die kennis kreeg?’ zei Dick, ‘Ik heb ze dubbel.’
‘Ja graag,’ zei ik, het zijn wel leuke opnamen. Dan heb ik nog een week om me voor te bereiden. En dan moet ik nog wat meer van jouw verhaal horen om een connectie te maken tussen die twee Spirits, die van Lindbergh en die van jou.’
‘Ik heb er alle vertouwen in,’ zei Peter, ‘dat Kees er iets interessants van maakt.’
‘Ik ga nu niet meer omhoog,’ zei Dick, ‘en het lijkt me dat ik er verstandig aan doe om nog maar een weekje of zo wachten met vliegen tot ik het luchtwaardigheidsbewijs in handen heb. En we hebben nu toch dunkt me genoeg foto’s om er een compleet verhaal van te maken. Ik heb nooit gedacht dat het bezoekje van Kees op zoiets zou kunnen uitdraaien.’
Dick gaf mij een vertrouwenwekkende glimlach en een klopje op mijn schouder. Zijn vrouw kwam het hek binnen rijden en zij en Brechtje liepen met Dick mee naar onze auto. Ze zwaaiden ons hartelijk uit toen we de weg op draaiden.

Eerst langs het kanaal. De brug over bij Schoorldam en verder langs het kanaal eerst langs Alkmaar de A9 op naar Amsterdam. Boven de duinen was de lucht licht dan de rest. Ik was stil geworden door alle belevenissen en het liefste zou ik helemaal niet willen praten maar ik zat ook met veel vragen.
‘Maandag zal ik de films laten ontwikkelen,’ zei Peter, ‘die lopen gewoon mee met ander werk. Dan doe ik ze wel in de middag in de bus. Of ik kom er in de avond mee langs. En mail mij dan straks even de digitale opname. Dan wordt die ook geprint.’
‘Vanavond zal ik thuis over dit geheime project vertellen,’ zei ik. ‘Ik hoop dat het geen problemen oplevert.’
‘Dat kan ik me niet voorstellen,’ zei Peter. ‘Maar als dat wel zo zou zijn moet je maar even bellen. Ik ken iemand die een boek over de Spirit heeft. Daar zou je dan meer aan hebben dan internet. Daar zou ik morgen achteraan kunnen gaan. Om iets te schrijven over de Spirit van Dick zou je alles moeten weten over de Spirit van Lindbergh, als ik je de suggestie mag doen. Laat maar weten hoe het loopt thuis.’
Peter vloog over de weg en ik vroeg hem of hij de spirit had gekregen. Hij lachte een beetje voor zich uit en minderde vaart, ging zelfs op de rechter rijbaan rijden.
Morgen zou ik eerst op internet verder kunnen zoeken naar meer info. Als het boek dan zou komen was dat helemaal ideaal. Ik zei dat ook, en dat ik het wel erg spannend vond.
‘Dit is zo’n moment,’ zei Peter, ‘dat ik het jammer vind dat ik zelf geen zoon heb. Als je in de komende tijd ergens mee zit, met dit project, of iets anders, dan kun je me altijd bellen hoor!’

 

- 1 - 29 -

Ze waren wel verrast thuis toen ze hoorden dat ik de hele dag met Peter had opgetrokken, maar er werd niet moeilijk over gedaan. Dat ik niets verteld had over de foto die ik de Zaterdag daarvoor had gemaakt van het vliegtuig, en alles wat daarop volgde zeiden ze niets van te begrijpen, dat ik het niet verteld had, en ik zei dat ik daar zelf ook niets van snapte.
‘Dat Alkmaar,’ zei m’n vader, ‘dat heb je dus zomaar verzonnen!’
Als ik er niet zo kalm onder was gebleven hadden we beslist ruzie gehad. Maar na het eten kon ik het hele verhaal vertellen en ook verslag doen van de rit naar Koedijk - boven Alkmaar - en het maken van de foto’s. Daarbij vertelde ik niet van Brechtje, het mooie meisje, de leukogende dochter van de piloot. Opeens herinnerde ik mij de foto’s die ik van Dick meekreeg en liet ze zien.
‘Dit is het vliegtuig,’ zei ik, ‘dat een kennis van de eigenaar vorige week Zaterdag fotografeerde bij Hilversum.’
‘Wel heel eigenaardig,’ zei m’n vader, ‘dat er helemaal niets van op het nieuws of in de krant is gekomen. Of heb ik dat toevallig gemist? Zouden het geen digitaal gemanipuleerde foto’s kunnen zijn? Daar heb ik laatst een heel programma over gezien.’
‘Ik heb het vliegtuig zelf gezien en gefotografeerd,’ zei ik. ‘Wat doe je nou vreemd om zoiets te veronderstellen.’
‘Ze kunnen nu van alles,’ hield mijn vader vol.
Hetty kwam binnen en vroeg of het vliegtuig te snel voor me was. Ik zei haar dat de foto’s niet van mij waren maar en dat er toch een heel bijzonder vliegtuig op stond.
‘Het heeft me erg verbaasd,’ zei ik. ‘Ik heb steeds de krant en het journaal in de gaten gehouden, omdat ik de primeur wilde.’
‘Hoe wilde je dat aanpakken?’ vroeg m’n vader.
‘Maandag krijg ik de dia’s die ik vandaag heb geschoten. Van de eerste opname wil ik een print naar het Associated Press brengen. En dan wil ik bij de hele fotoreportage een verhaal schrijven en dat aanbieden bij een magazine.’
‘Nou zeg, dat klinkt ambitieus! Fijn dat je dit allemaal met Peter kunt overleggen.’
M’n moeder lachte naar me toen ik zei dat ik naar m’n kamer ging.
‘Een goeie dag gehad hè?’
Wat nu? Ik wou dat ik Brechtje even kon bellen, zogenaamd om te vragen hoe het verder was gegaan. Misschien was ze wel met een vriendje in Alkmaar gaan stappen.

Na een tijdje denken aan de afgelopen dag printte ik een stuk dat een goed beeld zou moeten geven van de voorbereidingen die voorafgingen aan de bouw van de originele Spirit, om al even te lezen voordat ik het boek via Peter zou krijgen.
Zou Brechtje een dagboek hebben?

Naar de Spirit, hoofdstuk 30.