- 1- 30 -

Het enige bewijs van het bestaan van de Spirit zat in de filmrolletjes die ik aan Peter had gegeven, en de digitale foto-opname in mijn computer die nog geprint moest worden, en ook de foto’s die op tafel lagen, die van Bestebreurtje, maar die zouden ook net zo makkelijk jaren geleden gemaakt kunnen zijn, of heel ergens anders dan waar Dick zei. Daar stond tegenover dat Dick een nuchtere Noord-Hollander was, en vandaar ook geen fantast.
‘Die foto’s van Bestebreurtje,’ zei Peter toen ik op Zondagmiddag bij hem was, ‘zagen er uit als printjes van een fotowinkel, en niet meer dan dat. Daarom heb ik er geen twijfel over dat het trucopnamen zouden zijn. Ik heb naar het licht en de schaduwen gekeken en vooral de randen van de contouren, waar ik de laatste tijd ik automatisch naar kijk, en ik kreeg niet de indruk dat het foto’s waren waar iets mee gedaan was. Die vader van jou ziet in alles een complot en misleiding. Het is wel zo dat er steeds meer foto’s aan het licht zijn gekomen die werden geënsceneerd of die trucages waren, zoals een bekende foto die gemaakt werd in de Spaanse burgeroorlog, die er één was in een rijtje op de filmstrip waarop de dodelijk getroffen soldaat nog eens opnieuw poseerde. En er zijn foto’s waarop mensen digitaal werden weggehaald, of toegevoegd, of gebouwen hoger werden gemaakt of weggehaald. Daar hadden de fotografen een belang bij, maar wat zou nou ooit het belang van Van Waaien kunnen zijn? Terwijl hij straks de beschikking zou hebben over die prachtige foto’s van jou.’
‘Het was een spontane opmerking van mijn vader,’ zei ik, ‘ik wilde die niet zomaar in de lucht laten hangen. Hij zal er zeker op terug komen.’

Peter had een educatieve bui en zette mij aan het lezen van een stuk dat hij de avond ervoor op de website van PhotoQ had gevonden, en gelijk voor mij had geprint.

Daniel Koning pleit
voor beroepseed.

Een van de nestors van de Nederlandse fotojournalistiek, Daniel Koning, pleit voor een beroepseed voor fotojournalisten en documentaire fotografen waarin ze beloven ‘zuivere stukjes werkelijkheid’ te maken. Dat biedt volgens hem een waarborg tegen digitale manipulatie.
Tijdens de opening van zijn tentoonstelling in Foam sprak Daniel Koning een rede uit die leerzaam is voor iedereen die is geïnteresseerd in fotojournalistiek. Een citaat: ‘Wat steeds belangrijker wordt, zeker in een tijd dat beeldmanipulatie zo eenvoudig is geworden, is de vraag: wie bedient de camera? Fotojournalisten en documentaire fotografen zouden een soort beroepseed moeten afleggen, waarbij ze, op straffe van uitzetting uit het ambt, beloven zuivere stukjes werkelijkheid af te leveren. Zo zal het een krachtig medium blijven, dat ene stilstaande beeld waar je zo lang naar kunt kijken als je wilt. Het is de op één na mooiste toepassing van de documentaire fotografie.’

‘Waarom,’ vroeg ik, ‘ga je zo door op digitale manipulatie, terwijl ik nu juist dia’s heb gemaakt?’
‘Ik dacht aan Zelig,’ zei Peter, ‘van Woody Allen, een minder bekende film van hem. In die film zie je Zelig, die gespeeld wordt door Allen, in bijeenkomsten met bekende grootheden, in voornamelijk zwart-wit films. Het is eigenlijk een stukje geschiedschrijving dat in beelden een beetje herschreven wordt. Dat is zó knap gedaan dat je helemaal niet kunt zien dat de opnamen niet authentiek zijn. Als je op die manier journaalbeelden zou brengen zou dat geschiedvervalsing zijn. Maar deze film was fantastisch hoogtepunt van epische vertelkunst.’
‘Wat is de overeenkomst met de Spirit?’
‘Ik had geen overeenkomst met de Spirit voor ogen, of Lindbergh zou ook in de film moeten zitten en ben ik hem vergeten.’

 

- 1 - 31 -

‘Maar wat vind jij dan van dat initiatief,’ vroeg ik, ‘om zo’n beroepseed in te stellen? Het lijkt wel dat je er tegen bent. Of ben je juist vóór?’
‘Vroeger,’ zei Peter, ‘vóór het digitale tijdperk, hadden we het tijdperk van het fileermesje en de spuit. Toen hadden we daar helemaal geen meningsverschillen over. Als er foto’s werden gebruikt die om één of andere reden imperfect was dan werd die geretoucheerd. Bij studio Meijboom zat een heel stel juffrouwen rimpels en wallen en huidproblemen te corrigeren van de koninklijke familie. Daar maakte niemand problemen over. Of men deed een oogje dicht. Als een foto voor een advertentie verbeterd moest worden, plooien gladgestreken, een overstekende rat in een chique interieur, een storend scheve lantarenpaal, rommel op de stoep, lelijke reflecties, bijna elke foto werd wat aan gedaan, gesneden, geknipt, geplakt, hele montages, geschaafd, hoorde je nooit wat over. Ik maakte laatst een foto van een Aston Martin. Daar stond een heel storende felgele vrachtauto pal achter. In plaats van dat ik ben gaan zoeken naar de eigenaar, die de auto heus niet verzet zou hebben, terwijl ik de kans liep dat de eigenaar van de Aston intussen zou wegrijden, besloot ik meteen een foto te maken en de vrachtauto er later af te halen. In nieuwsfoto’s mensen weghalen waardoor de foto sterker wordt, ik zie daar geen kwaad in. Als je burgemeester Cohen tussen een stel raddraaiers zou zetten, kijk dan ga je met manipulatie over de schreef. Dan wordt je foto ook wel sterker maar door het doelbewust verdraaien van de werkelijkheid.’
Peter gaf een stukje dat twee dagen eerder in De Volkskrant had gestaan, met de opmerking dat de verschuiving van de werkelijkheid die altijd al in elk medium werd toegepast.
‘In de literatuur, de rechtspraak, in ballades, in films, en in verhalen op verjaardagen, in opschepperij op het werk, in leugens, hofmakerij, bedenk het maar. Met de mogelijkheden van PhotoShop lijkt het mij onzin om voor de fotografie nu opeens in relatie met de legitimiteit een protocol op te stellen.’


De column was van Remco Campert: Herinneringen.

De Werkgroep Fictieve Herinneringen ‘bestaat uit ouders die zich door hun kinderen ten onrechte van incest beschuldigd wisten’, citeer ik Trouw. Kort samengevat waren die kinderen slachtoffer geworden van ‘sturende’ therapeuten die fictieve herinneringen bij hen wakker riepen niet alleen aan incest, maar ook aan babymoorden, dieroffers en groepsmisbruik.
Therapeuten moeten nu richtlijnen opstellen om te voorkomen ‘dat bij patiënten’ dergelijke ‘herinneringen’ worden oproepen, luidt een advies van de Gezondheidsraad aan de minister van Volksgezondheid.
Laten we deze treurige geschiedenis verlaten en vaststellen dat de Werkgroep Fictieve Herinneringen ook een afdeling van de Vereniging voor Letterkundigen zou kunnen zijn - de WFH, waarvan de initialen Willem Frederik Hermans in non-fictieve herinnering brengen.
Overwogen wordt deze afdeling te laten opgaan in de Werkgroep Echte Herinneringen, daar de grens tussen fictie en non-fictie soms moeilijk te trekken is. Een samenwerking tussen beide werkgroepen zou in ieder geval haar vruchten kunnen afwerpen. Het erelid, ervaringsdeskundige bij uitstek, Vladimir Nabokov schrijft in zijn standaardwerk Geheugen, spreek: ‘Om enkele van mijn jeugdherinneringen wat tijd betreft juist te ordenen moet ik afgaan op kometen en verduisteringen; zoals historici dat doen ‘als zij fragmenten van een sage onder handen nemen.’ Fictie en non-fictie vermengen zich hier tot een nieuw product.
Op het gebied van incest staat Vladimir Nabokov trouwens ook zijn mannetje, getuige zijn roman Lolita. Fictieve incest natuurlijk, hoewel zo beschreven dat het fictieve non-fictie wordt in de beleving van de lezer. De werkgroepen kunnen aan de slag.
Losse gedachte: hoe komt het dat een geur wel een herinnering kan oproepen, maar een herinnering nooit een geur?’

 

- 1 - 32 -

In wat een half uurtje leek was de middag voorbij. Peter gaf het boek waarvoor ik was gekomen.
‘Het zal een hele klus zijn,’ zei hij, ‘naast je werk voor school. Met die foto van het WTC heb je wel iets aan het rollen gebracht.’
‘Ook voor jou,’ zei ik, ‘als ik zo vrij mag zijn dat op te merken.’
Peter draaide zijn stoel naar mij en het werd zijn praatstoel, hij ging er voor zitten.
Aan de muur hing een grote plaat van Biggles in een Spitfire, en andere platen en foto’s. Op zijn werktafel stond een klein model van de Apollo Lunar Module, naast de raket van Kuifje. Peter zag dat ik daar naar zat te kijken.

‘Dromen,’ zei Peter, ‘je moet altijd blijven dromen, had de meester van Kees de Jongen gezegd, in het boek van Theo Thijssen, dat is heel belangrijk. En dat is ook zo, heb ik zelf ontdekt. En kijk maar naar de wereld. De vooruitgang kreeg op talloze gebieden een stimulans, of een doorbraak zelfs, door dromers. Daarom is het goed dat je je niet alleen cijfermatig ontwikkelt maar ook als fantast. Kijk maar naar alles om je heen en je ziet wat al die dromers hebben teweeg gebracht. Jules Verne, Edison, Einstein van het relativisme, Otto van de Otto-motor, de automotor, Henry Ford, Turing van de computer, ze hebben uitvindingen gedaan en weer andere mensen op een idee gebracht, hele industrieën ontketend. Of je nu in de gezondheidszorg terecht komt, in management of accountancy, of in de bouw, of in zaken, in welke functie dan ook, om er uit te halen wat in je zit zul je toch zo veel mogelijk moeten profiteren van je fantasie. Daar draait alles om, fantasie. Misschien denk je wel dat ik je teveel aan het pushen ben, maar ik moet wel, omdat ik zelf geen kinderen heb.’
Hij lachte, liep weg en kwam na een tijdje terug met een borrel en een cola.
‘Of wil je ook een borrel? Zie het als een proefwerk, zo’n initiatief, zo’n verhaal, de kwaliteit, dat is allemaal interessant op je cv. En de mannen waar je mee komt te praten als je gaat solliciteren zijn ook allemaal als Kees de Jongen. In hun hart blijven ze allemaal jongetjes. Dat je die prachtige foto die je hebt gemaakt bij het WTC, dat je die hebt gemaakt met die top-camera, en de foto’s die van gisteren hebt gemaakt, en het talent dat je hebt om daar een goed verhaal bij te schrijven; dat is geen toeval, dat is talent.’
‘Ik heb geen idee hoe en waar ik moet beginnen,’ zei ik.
‘Dat kan ik me wel voorstellen, maar het is toch eenvoudiger dan je denkt,’ zei Peter. ‘En je kunt me altijd mailen en vragen wat ik er van vind en ik kan je tekst redigeren, zoals dat altijd gebeurt. Ik ben dan wel geen schrijver, maar ik heb wel veel ervaring met wat ze op redacties doen. Als je straks thuis bent ga je eerst eens lekker lui zitten en terug denken dan hoe je op het station stond te wachten. Dat je op weg was naar Schiphol, nee naar Den Haag, naar een fototentoonstelling, wat al aangeeft dat je erg in fotografie geïnteresseerd bent. Dat verklaart ook meteen waarom je er achteraan bent gegaan. Natuurlijk weet je nu geen openingszin, die schudt niemand uit z’n mouw, zelfs de beste schrijvers niet. Daar moet je in vertrouwen voor gaan zitten.’

 

- 1 - 33 -

Wat had Peter gezegd en bedoeld met hoe ik het verhaal moest beginnen? Hoe kon ik de eerste zin formuleren? Ik begon in gedachten te vertellen hoe ik in het avontuur was gerold.

‘Nadat ik mijn digitale fotocamera had gekocht zag ik er niets in om daarmee op die Zaterdagochtend op goed geluk de stad in te gaan, om geschikte situaties te vinden waar ik spannende foto’s van kon maken. Ik had bedacht dat ik beter naar een fototentoonstelling kon gaan waar ik de aanloop kon nemen, in de stemming kon komen, om mijn achterhoofd met inspiratie te vullen. De daarvoor geschikte tentoonstelling, had ik uitgevonden, werd in Den Haag gehouden. Daar zou ik met de trein naar toe gaan.’

Hiermee zou het platform gelegd zijn. Maar ik begon al snel te deleten en herschreef de aanloop.

‘Die Zaterdagochtend zou er voor mij een nieuwe periode in mijn leven beginnen had ik besloten, ik zou het leven gaan verkennen met de digitale fotocamera die ik de dag ervoor had gekocht. Tot laat had ik in de manual gelezen. En op die Zaterdagochtend zou ik mijn eerste stappen zetten op het terrein van de fotografie op een tentoonstelling van de grote fotografen in Nederland. Ik wilde daar om te beginnen even in hun schaduw staan.’

Dit leek me beter. Ik mailde het naar Peter. Na een half uur kreeg ik een reactie: ‘Prima, prima. Denk wel aan de ‘format’ van de National Geographic, de stijl.’

Ik zag het, ik moest het verhaal binnen vliegen met de Spirit. Alle grond was weggevallen. Het ging er niet om hoe de foto’s waren gemaakt, of waarmee, maar het moest gaan om die vermetele Dick van Waaien en zijn idee om zijn eigen record te vestigen. Welk record? Niet over de Atlantische Oceaan. Niet over het IJsselmeer. Wilde hij zijn eigen situatie kunnen overzien? Of het licht zien, of zijn eigen horizon? Zelf zag ik het licht, zag ik dat ik niets wist, dat ik niets kon schrijven, nergens over. Waar lagen de parallellen tussen Charles Lindbergh en Dick Van Waaien? Peter had verteld dat het grootste gevaar voor een schrijver ‘procrastination’ was, een mooi woord voor uitstel. Eerst zou ik het boek over Lindbergh lezen, morgenavond de foto’s bekijken, en me dan pas denken over een nieuwe aanvliegroute. Zo moest ik het doen. Ik was tevreden, dat ik niet in paniek was geraakt omdat ik het niet zou kunnen.

Gesaneerde boer krijgt de spirit.

Ex-veehouder ontdekt zijn toekomst voorbij z’n grasland.

Zoiets? Maar wat ziet de veeboer dan? Wat wil hij met dat vliegtuig? Had hij een nieuwe dimensie in zijn leven ontdekt? Kon hij de Spirit onderbrengen in een zakelijk profijtelijke onderneming? Is het een obsessie, een passie zonder meer? Dit was het laatste dat ik schreef die Zondagavond. Ik wilde net gaan lezen toen m’n mobieltje ging. Het was Brechtje!
‘Hoe gaat het?’ vroeg ze. ‘We zijn allemaal erg benieuwd hoe de foto’s zijn gelukt en toen zei ik dat ik je zou bellen.’
Het was even stil. Ik zou meteen iets moeten zeggen om de stilte niet te lang te laten duren.
‘Morgen gaan de films pas naar het laboratorium. Dan zal ik van de selectie van dia’s prints laten maken. En die zullen dan Woensdag pas klaar zijn. Dan ben ik van plan om Zaterdag bij jullie langs te gaan om ze te laten zien en dan kan ik met je vader verder praten over het verhaal. Ik kan niet eerder omdat ik naar school moet. Het is wel een verrassing dat je belt. Leuk hoor!’
‘Je hebt dus wel het idee dat de foto’s geslaagd zijn?’
‘Ik heb er niet aan getwijfeld dat ze mooi zijn geworden. Het is wel heel spannend hoor! En het is fantastisch leuk om er op die manier zo bij betrokken te raken. Spannend hoor!’
‘Tot Zaterdag dan! Dag Kees.’
‘Dag Brechtje, tot ziens.’
Dat was Brechtje, hoe is het mogelijk! zei ik in mijzelf, bijna hardop. Zaterdag zou ik haar weer zien. Wat zou ze met haar ouders over mij besproken hebben? Ik ging weer naar de computer terug en schreef:

Met Dick van Waaien vliegen wij vanuit Noord-Holland terug naar de tijd van Charles Lindbergh.


Immers, het gaat niet om mij en m’n foto’s, bedacht ik. Wel bescheiden van die Kees, om zichzelf zo weg te cijferen, een echte journalist. Wat is die Kees nou, fotograaf of journalist? hoorde ik Brechtje aan d’r vader vragen. Ik mailde de headline aan Peter. Ik had geen haast met een antwoord. Ik was nog niet eens begonnen. Eerst wilde ik nu meer over de Spirit te weten komen.

 

- 1 - 34 -

‘We hebben je niet meer gezien gisteravond,’ zei m’n moeder de volgende ochtend. ‘Zo kunnen we er een beetje aan wennen dat je straks op kamers zult wonen. Is het spannend, met dat vliegtuig?’
‘Ik ga me in dat vliegtuig verdiepen,’ zei ik, ‘er over lezen, zodat ik er over kan schrijven hoe de piloot als eerste over de oceaan is gevlogen, zodat ik een dubbelportret kan maken met de man van Koedijk.’
‘Gisteravond belde er een meisje, Brechtje uit Koedijk. Heeft ze jou nog gebeld? Ik zei dat ze je het beste op je nulzes kon bellen. Leuke stem.’
‘Ja, ik heb haar gesproken,’ zei ik.
‘Een leuke naam. Ze klonk ook leuk.’
‘Brechtje is de dochter van de piloot,’ zei ik.
‘Leuk hoor!’
Als m’n moeder zou weten hoe leuk ze was zouden we nog lang niet uitgepraat zijn, en ik begreep dat ik hier cool mee moest omgaan. Brechtje mocht geen issue worden.

Die Maandag zou niet erg hectisch worden. Eerst naar de bibliotheek me voorbereiden op m’nvolgende tentamen. Daar zat ik tot drie uur toen ik een sms-je kreeg: ‘dia’s zijn binnen’.
Peter was druk. Er hing een nieuwe plaat van een landschap op het prikbord. De Mars Spirit.
‘Deze foto heb ik van internet gehaald,’ zei Peter, ‘een landschap dat werd doorgestuurd door de Spirit. Is het niet fantastisch! In 1927 als eerste over de oceaan en nu na een tocht van zeven maanden op Mars. Het is net een foto van de Amerikaanse fotograaf Lewis Baltz. Hier heb ik de dia’s, maar ik hou ze om ze te scannen. Dan zal ik ze converteren naar zwart-wit. De kleuren files en de zwart-wit files zal ik je mailen. Dan kun je met je verhaal verder. Wat vind je? Prachtig hè?’
Ze waren indrukwekkend. Veel echter en mooier dan de authentieke foto’s van de Spirit.
‘Van de zwart-wit bestanden zal ik voor Dick van Waaien zwart-wit prints maken. Ja joh, het wordt een spannend artikel! Proficiat!’


Landschap op Mars, verstuurd door de Spirit.


Nog even het tekstje bij de foto van Mars: NASA's Mars Exploration Rover Spirit appeared to be teetering on the brink of failure last week when ground controllers lost contact with the craft sitting in Gusev Crater, its arm extended to a rock as the scientific adventure was beginning. Now, engineers are cautiously hopeful that Spirit will soon be restored to full working order.

‘Ja, alles doet het weer. Die arm heb ik ook een foto van, kijk eens hier!’
Peter liet een paar verbluffend scherpe foto’s van de arm van de Rover zien, en wat kleurenfoto’s van het hele voertuig.
‘Maar dit landschap vind ik mooier. Een echte Baltz.’
‘Laten we nog even naar de dia’s kijken,’ zei ik. ‘Die opname van de Spirit die over zee komt aanvliegen past eigenlijk het meest in het verhaal. In plaats van naar Le Bourget vliegt ze nu naar Schiphol.’
‘De geschiedenis wordt herschreven,’ zei Peter. ‘Maar die boven de vlotbrug past eigenlijk meer in dit verhaal, vind je niet? De boer die naar zijn eigen levensbestemming vliegt. Wist je dat kadreren gezien wordt als een kunst apart, het maken van uitsneden tijdens het maken van de foto? Willen Diepraam is daar een meester in en Paul den Hollander, voorafgegaan door Cartier-Bresson. Maar jij kan er ook wat van! Stuk voor stuk zit het vliegtuig mooi in beeld ten opzichte van de achtergrond, rekening houdend met het weergeven van de snelheid, en dan ook nog de snelheid weermee je mee ‘pant’. Zo krijg je er extra spanning in. Als fotograaf kijk je naar een foto door een denkbeeldig passe-partout. Als je goed bent doe je dat al bij het maken van de opname. Daarom mochten van Bresson zijn foto's ook niet gecropt worden, niet aangesneden. Het wonderlijke van de foto's van Bestebreurtje is dat, hoewel het kiekjes zijn van een amateur, toch heel spannend zijn gekadreerd. Kijk straks maar eens en leg maar een papiertje over de bovenkant, de zijkanten of de onderkant. Dat beviel me meteen al aan die prentjes, dat ze op die manier gekradeerd snelle foto's zijn van een mysterieus vliegtuig. Als we ze in zwart-wit printen komt er een kwaliteit bij. Dan ben je geneigd om er klassieke foto's van te maken, maar ze zullen er nooit authentiek uitzien omdat ze veel briljanter en scherper zullen worden dan de foto's van de Spirit die we uit de boeken kennen. Je zou ze minder scherp moeten maken en er krassen in retoucheren.’
‘Heb je de dia’s?’ vroeg m’n vader. ‘Ik ben benieuwd.’
‘Nee, Peter gaat ze scannen,’ zei ik. ‘Daarna zal hij ze me mailen.’
Er zat hem iets dwars zag ik. Hij zag er opgewonden uit. The good old spirit was gone. Er werd geen tv gekeken. Op Discovery waren weer krokodillen. De Maandag was al bijna voorbij.

 

- 1 - 35 -

Het eerste wat ik zou moeten doen is een werkschemaatje maken. Het tentamen bovenaan, lezen en wat ik gevonden heb misschien inpassen in wat ik geschreven heb, en alles weer opnieuw door lopen, en dat Vrijdag met m’n mentor bespreken. Het Spiritboek lezen en een opzet voor het verhaal maken. Tussendoor naar Peter om te kijken naar de zwart-wit printen. Dat zag er eenvoudig uit, zolang ik me er geen voorstelling van kon maken hoeveel tijd en moeilijkheden het zou kosten, en of het wel zou lukken. De titel van het Spiritverhaal schudde ik ook niet zomaar uit m’n mouw.
‘Dat heeft ie van z’n vader,’ hoorde ik m’n moeder in gedachten tegen Liesbeth zeggen, ‘methodisch en rustig. Ja, ja! En het lijkt wel dat ie verliefd is. Hij is zo heel anders de laatste dagen, zo vastberaden. Een leuke stem heeft ze, dat meisje, dat is alles wat ik weet, de dochter van die agrarische piloot, Brechtje. Oh ja, Peter heeft ze ook gezien. Wat zei Peter er over?’
Ik ging weer terug naar de woonkamer. M’n vader en moeder zaten in een ernstig gesprek. M’n vader had problemen op z’n werk.
‘Wat is er aan de hand?’
‘Je vader,’ zei m’n moeder, ‘heeft onenigheid over hoe de zaak wordt gerund. Maar hopelijk komen ze er uit. Er is een adviseur bij gehaald.’
M’n vader knikte naar me, met een glimlach, zichtbaar gedeprimeerd. Dat hij problemen had met die ritselaars verbaasde mij niets. Het gedonder was beslist groter dan hij wilde laten blijken.
Ik zei truste en ging naar m’n kamer. Even later kwam m’n moeder.
‘Je vader is nogal uit z’n doen,’ zei ze. ‘Ik ben er zelf ook niet zo gerust op dat het goed afloopt. Gaat het goed met je?’
Ik vertelde in het kort waar ik allemaal mee bezig was. Ze zei voorzichtig dat ze bezorgd was dat het vliegtuigproject teveel van m’n tijd zou kosten. Ik zei haar dat ik voor m’n tentamen al wel bijna klaar was, dat ik daar niet over in zat. En dat ik deze week vooral ’s avonds zou lezen in de boeken die ik over de Spirit had en dat ik Zaterdag met de piloot verder zou praten, en dat het idee om er een verhaal van de maken pas was gekomen nadat ik de foto’s had gemaakt. En dat, omdat ze mooi waren geworden, de foto’s een goeie inspiratie waren om er mee verder te gaan.
‘Van de vlucht van Lindbergh moet ik het essentiële over te weten zien te komen uit de boeken die ik nu heb, en dan moet ik uit het gesprek met Van Waaien zijn deel halen voor het dubbelportret, want dat moet het worden.’
‘Klinkt goed. Toch een geruststelling,’ zei m’n moeder. ‘Waarom maak je niet ook een fotootje van Brechtje als je er toch bent?’
‘Ja, ja!’
‘Da’s toch leuk!’
Ze pakte een boek over de Spirit en bladerde er in.
‘Zie je Rosa nog wel eens? Ook zo’n paardrijmeisje.’
‘Mááám! Rosa is verhuisd. Ze woont nu in Brussel. D’r vader heeft daar een baan gekregen. Ze is dus doorgereden.’
Ze kuste me op m’n voorhoofd, lachte naar me en ging een beetje meisjeachtig de kamer uit. Moedertje.

 

- 1 - 36 -

Ook achteraf begrijp ik niet waarom, maar ik pakte niet het boek over Lindbergh, maar het boek over Donald A. Hall, de man die de Spirit ontwierp en bouwde, een van de grootse ingenieurs in de luchtvaartindustrie. Het avontuur trok mij meer dan de technische kant. Met de jaren was Hall een vergeten en mysterieuze figuur in het Lindbergh-verhaal geworden. Pas in 1999 ontdekte de kleinzoon Nova Hall in een oude scheepskist in de garage van de familie, waarin hij foto’s vond, negatieven, film, schaalmodellen, en de persoonlijke correspondentie tussen grootvader Hall en Charles A. Lindbergh, alles in een volmaakte staat. In het boek werd het verhaal verteld over de mysterieuze man die het mogelijk maakte dat Lindbergh de plas over kon komen. Later kwam ik er achter dat het niet een technisch verslag was maar verhaal over teamwork, geloof en bevlogenheid. Het begon allemaal eind Februari 1927, toen Lindbergh aan Hall vroeg of hij een vliegtuig kon ontwerpen en meehelpen bouwen waarmee hij de oversteek kon maken. Snel rekende ik uit dat er tot 20 Mei heel weinig tijd was geweest om het vliegtuig te ontwerpen, te bouwen en te testen. De bouw moet wel een bijna even grote prestatie zijn geweest als de vlucht. Aanvankelijk vond Hall het dan ook dat het niet mogelijk om het vliegtuig gereed te hebben binnen de termijn die Lindbergh wilde. Daarvoor werden er al talloze pogingen gedaan door mannen die al bij de start verongelukten of onderweg uit de lucht vielen. Maar in zestig dagen werd hun beider concept voor de recordpoging gerealiseerd, ontworpen en gebouwd door de hard werkende mensen van de fabriek van Ryan Airlines.
Ik bleef tot kwart over een lezen en besloot toen dat ik er niets mee opschoot om nog langer door te gaan. In m’n achterhoofd had ik inmiddels een heel andere benadering voor het verhaal gekregen en schreef een nieuwe headline.

Na 77 jaar vliegt de Spirit of St. Louis over Nederland.

Wie had dat ook weer geschreven ‘In Nederland gebeurt alles honderd jaar later?’
Die Dinsdag was mijn vader thuis gebleven. Aan zijn gezicht te zien waren er problemen. De keren dat ik de kamer binnen kwam stokte een nogal emotioneel gesprek tussen hem en mijn moeder, dat hervat werd zodra ik de kamer uit was. De derde keer, toen ik wilde gedag zeggen omdat ik de deur uit ging zei hij dat hij zich een beetje zorgen maakte over mijn studie.
‘Ik stel mij voor dat je met in gedachten steeds met het avontuur van de Spirit bezig bent, en ju kunt maar op één kermis tegelijk dansen.’
‘Op dit moment neemt mijn studie me niet zo in beslag,’ zei ik, ‘omdat ik bezig ben om uittreksels te maken van stukken die ik op internet kan vinden, en stukken die ik in de bibliotheek vind. Het is allemaal knippen en plakken en redigeren. En dan ben ik weer even klaar. Het kost minder inspanning dan het lijkt. En ik wil bij de foto’s een verhaal schrijven, daar leer ik ook veel van.’
‘Als je er inderdaad maar wat aan hebt dan lijkt het me een goed project,’ zei hij, en hij gaf me een klapje op de schouder. ‘We praten er een andere keer nog wel verder over.’

 

- 1 - 37 -

Onderweg naar Peter vroeg ik me niet meer af of het een goed moment was geweest om te praten met m’n vader verder; ik was te benieuwd of de printen klaar waren. In gedachten probeerde ik notities te maken, maar af en toe stapte ik toch van m’n fiets om ze op te schrijven. Kijk, een jonge dichter, zullen de mensen gedacht hebben, of een student politicologie, onze toekomstige minister president, of dat ik zo vergeetachtig was dat ik mijn gedachten moest notuleren voordat ze weg waren, een zeldzame vorm van dementie. Waarom rijdt deze vitale jongeman niet op scooter, alsof ze zich niet hadden afgevraagd waarom ik niet op een fiets reed als ik op m’n scooter was. Ja, dat hebben jullie goed gezien, als de afstand groter is dan tien minuten rijden dan pak ik mijn Vespa. En deze keurige , niet gejatte fiets misstaat mij overigens geheel niet.
Het verhaal van Donald Hall had ik veel aan, leek me, zodat ik niet meteen obligaat met de held hoefde te beginnen, want in die tijd draaide het voor Lindbergh eerder om de technische ontwikkelingen, de beperkingen en de groter wordende mogelijkheden dan dat het om een obsessie ging. De mensen die een historisch beeld hadden van de legendarische oversteek wisten niks van wat er op de oversteek zelf was gebeurd, hoe Lindbergh had gevochten tegen de slaap en onzekerheid, maar ze kenden de plaatjes van de tickertape parade en van de krantenkoppen over de gekidnapte baby. Brechtje, hoe zou het met Brechtje gaan?
De foto’s, die zijn de basis, die zijn belangrijker dan de kop. Maar de kop geeft de foto’s hun betekenis. Had ik dat zelf bedacht, of kwam dat van Peter, Peter de peetoom?
Als dit project nou zou zijn afgerond, hoe zou het dan verder gaan? Houden journalisten dan verder contact, of was dat dan ook afgerond. Zouden zij Brechtje dan niet meer zien, wel of niet mee uitgaan en wel of niet verliefd op worden. Dat was toch geen manier van werken, of hoe zat dat?
‘Kijk, hier zijn ze,’ zei Peter, ‘kijk zelf maar of je er wat van vindt.’
Groot geprint in zwart-wit zagen de opnamen er imponerend uit. Dat zei ik ook, en ook dat het een pak van m’n hart was dat ze gelukt waren.


‘Nu moet ik vlug verder,’ zei ik. ‘Wat een geluk allemaal dat ze zo goed gelukt zijn.’
‘Ze zijn goed geworden,’ zei Peter. ‘Bij elke opname is het moment goed en ook de uitsnede voortreffelijk. In zwart-wit zien ze er bovendien heel authentiek uit.’
‘Wat dacht je van deze kop?’ vroeg ik, en in ik schreef hem op papier:

‘Na 77 jaar vliegt de Spirit of St. Louis over Nederland.’

‘Sober, precies en to the point en geschikt voor de National Geographic,’ zei Peter. ‘En een goeie entree tot de tekst die volgt. Nu aan de slag. Heb je al een idee hoe je verder gaat?’
Ik vertelde van de boeken die ik naast het boek dat ik van hem te leen had gekregen nog boeken van de bieb had en stukken van internet had gehaald en een boek van m’n vader had over vliegtuighistorie waar ook een goed stuk in stond.
‘Het is allemaal heel boeiend,’ zei ik. ‘Maar ik vraag me wel af of je niet veel meer moet weten van zo’n onderwerp als je er over gaat schrijven.’
‘Dat is een kwestie van geconcentreerd inlezen, wat je voor je studie ook moet doen,’ zei Peter, ‘en het voordeel van de Spirit is dat die heel spannend is. Ga zo verder kerel. Ik heb trouwens nog wat documentatie op internet gevonden.’
Op tafel lagen wat papieren met op het bovenste de Lunar Module als een vlinderlicht presse-papiertje, de technische specificaties van de Spirit. Ik maak een foto, nu weer met m’n eigen camera.
‘Er is veel meer te vinden op de site waar ik dit vond. Ik geef je gelijk even de URL.’
Hoe veel moest ik nog lezen voordat ik kon gaan schrijven? Het was al bijna Woensdag!

 

- 1 - 38 -

Liesbeth kwam met een borrel en Cola. Dat was het signaal om nog even te blijven praten, en het gesprek kwam op mijn vader. Peter vroeg hoe het met m’n vader ging; hij had ’m al een tijdje niet gesproken, althans niet een echt gesprek gehad, en dat vond hij jammer. Ik vertelde dat hij nogal ernstige problemen had met z’n partner, en dat hij erg uit z’n doen was. Peter zei daarop dat hij snel eens een keer zou langs gaan om bij te praten. Ze kenden elkaar vanaf de lagere school, dus ze wisten heel goed van elkaar hoe zij beiden in het leven stonden.

‘Ik vind het echt vreselijk voor Arnold,’ zei Peter. ‘Hij heeft altijd met zoveel energie die kar getrokken, ondanks de lethargie van zijn partners, innoverend, voorop lopend in de branche. En hij was dedicated and honest to the core, en dat hij door deze amorele, criminele, wanpresterende klaplopers op die achterbakse manier behandeld wordt, dat zijn partners hem vóór het binnenlopen van de haven overboord hebben gewerkt, is een vreselijke dreun, ook voor jullie, nog afgezien van de zwendel met de boeken en de balans en de financiële gevolgen voor hem persoonlijk. De smeerlappen. Ik geloof dat je de komende tijd mild moet zijn met je vader, juist nu als jij wat minder aandacht van hem krijgt dan je zou willen hebben, en dat je deze situatie niet de toon moet laten zetten voor je eigen toekomst. Je moet je focussen op je eigen leven, zonder egoïstisch te worden, blijven dromen Kees. Heb je een idee hoe je verder wil met het artikel?’
‘Na de headline,’ zei ik, ‘die ik later altijd nog kan aanpassen, wil ik in de intro beschrijven waardoor Dick de lucht in wilde. Dat zal ik Zaterdag hopelijk horen. Het lijkt me het mooiste om, zoals in het spel werd gespeeld in Zelig, om Dick Lindbergh te laten ontmoeten, maar daar zie ik nu nog geen mogelijkheid toe. Maar speelt dit al lang, met die partners van m’n vader?’ vroeg ik, ‘want gisteren zei hij tegen m’n moeder ‘Daar gaan we weer!’ Ik kreeg de indruk dat dit al heel lang aan de gang is.’
‘De eerste keer was jij nog veel te jong om daar iets over gehoord te hebben. Je zal een jaar of acht zijn geweest. Nu ik daar aan terug denk was dat de generale repetitie voor wat er nu speelt. Het is ontstellend dat Arnold’s oudste partner, die ik aanvankelijk leerde kennen als een vriendelijke maar wel wat onnozele figuur, zich aan het eind van z’n neergaande carrière heeft ontwikkeld tot een geraffineerde dief.’

Mijn vader zat afwezig naar het journaal te kijken toen ik thuis kwam, hij was ver weg.
‘Ik heb de foto’s meegenomen,’ zei ik, en haalde ze uit de envelop en gaf me aan m’n vader. Hij bekeek ze aandachtig en keek van de printen op en hij lachte naar me.
‘Voor een imaginair vliegtuig ziet het er waarachtig echt uit als de authentieke Spirit of St. Louis. Je hebt wel geluk gehad dat je die man hebt gevonden en dat hij zo meewerkt. Ik begrijp ook best dat je hier zo mee bezig bent, maar ik vertrouw er ook op dat je het tentamen niet achterstelt. Het is werkelijk een fantastische scoop en die foto’s hebben een geweldige impact, ze zien er ook prachtig uit, vooral dat zwart-wit maakt het vliegtuig zo authentiek historisch zou ik zeggen. Laat me zien wat je er verder mee gaat doen. Ik ben trots op je jongen! En dat juist nu terwijl na de eerste vlucht van de Wright Brothers de luchtvaart honderd jaar bestaat. Laat je ze ook straks aan mamma zien? Wanneer ga je weer naar Koedijk?’
‘Zaterdag, als het redelijk weer is. Want als het regent is het wel een hele expeditie op de scooter.’
‘Als het regent kunnen we altijd nog kijken hoe we de auto kunnen inzetten,’ zei hij met een knipoog.
‘Dat is soms verwend word weet ik heus wel te waarderen hoor!’
‘De tijdfactor is nu ook van groot belang. Ik zal je straks een kleine taperecorder geven waarmee je het gesprek met de piloot kunt opnemen. Daar zul je veel plezier aan hebben. En anders is het eigenlijk niet te doen.’
‘Ik had ze wel dubbel willen hebben,’ zei ik, ‘dan kon ik ze inlijsten. Ik moet nu vlug verder met lezen en schrijven. Met m’n tentamen lig ik mooi op schema.’
M’n moeder was verbaasd en vol bewondering en noemde ze wereldfoto’s. Zou ze het wel voor mogelijk hebben gehouden dat ik zulk werk zou kunnen maken? Intussen zou ik er op de HEAO niet eerder goeie sier mee kunnen maken tot er iets is gepubliceerd, en dan zou het ook vanzelf gaan. Ik zou dat ook moeten vergeten.
‘Met je studie ging het veel beter dan we ons hadden kunnen wensen,’ zei m’n vader, ‘maar je hebt nu ècht de spirit te pakken, is het niet?’

 

- 1 - 39 -

Ik had tot kwart over twee liggen lezen in het grote Spirit-boek en aantekeningen gemaakt en aangegeven welke delen ik min of meer zou moeten overnemen, maar de volgende ochtend was ik toch weer om half acht aan het ontbijt. M’n vader was niet opgestaan. M’n moeder schonk thee in en gaf me een eitje. Ze was stil en zag er zorgelijk uit. Toen ik vroeg of m’n vader thuis bleef ging zij zitten, roerde een tijdje in haar thee en keek mij gevoelvol aan.
‘Je vader,’ zei ze, ‘zal er met jou niet veel over praten. Hij is erg depressief. Die partners van hem kunnen dan zogezegd wel zakenmensen zijn, maar eigenlijk zijn het criminelen met een voor de wet waterdichte cover-up. Je begrijpt niet hoe ze er mee weg komen. En pappa zit in een diepe depressie.’
Even dacht ik er over om over de situatie van m’n vader met m’n moeder te praten die ochtend, en zeker op een ander moment met m’n vader, want ik had meer vragen had dan ik kon stellen, maar m’n moeder was me voor.
‘Zit er maar niet zo over in,’ zei ze. ‘Iedereen doet wat ie kan. Pappa zit erg in de put, maar wij kunnen hem daar niet uit halen, maar hij heeft wel veel plezier in wat jij aan het doen bent.’
Ik ging naar de bibliotheek om nog wat aan m’n werkstuk te werken, waarna ik een afspraak had met m’n mentor. Tegen drieën was ik thuis en kon ik weer verder aan m’n Spiritstuk, lezen en schrijven. Het was al Woensdagmiddag.

In zijn voorkeursstoel trof ik mijn vader die naar een vioolconcert van Grieg zat te luisteren, in tranen. Hij zette de muziek zachter zodat dat er alle gelegenheid was voor een gesprek.
‘Hoe gaat het Kees?’
‘Ik denk steeds aan u,’ zei ik, ‘en ik wil er over praten, maar aan de andere kant ook niet, omdat ik m’n hoofd wil houden bij waar ik mee bezig ben.’
‘Ja, ik zie het, en ik begrijp het kerel, maar het is goed dat je het zegt.’
M’n vader pakte m’n hand, en het was goed dat hij dat deed. Ik kneep even in de zijne en probeerde te formuleren waar ik de laatste tijd aan had lopen denken.
‘Leef bij de dag, carpe diem, zeg je wel eens, maar uit wat er nu gebeurd is met je partners leer je toch weer dat je alles van te voren goed moet plannen, en als dat voor je gevoel niet goed is gedaan, dat je dan toch door moet gaan tot alles goed geregeld is.’
‘Daarvan leer je dat je niet moet leven met kalenderwijsheden,’ zei hij, ‘zoals ‘Tel je zegeningen,’ die tellen en dan verder niet naar de knelpunten kijken. Ik had zo’n partner die als hij genoeg zegeningen had geteld nergens over wilde praten. Hij gebruikte die zogenaamde wijsheid als een dooddoener, als een wapen in een onuitgesproken maar achterbaks, laaghartig gevecht. En nou zit ik er mee. Het is goed als je steeds blijft doordenken aan waar je mee bezig bent. Dat werkstuk voor je tentamen, dat moet je schrijven, maar je leert er ook van. En dat verhaal over de Spirit, dat heeft denk ik een inspirerend effect op eigen leven, maar je krijgt ook op een intense manier een kijkje in het leven van die ex-agrariër en zijn aantrekkelijke boerendochter.’
‘Nu heb je het langs deze omweg toch voor elkaar dat je Brechtje ter sprake hebt gebracht! Heb je opdracht van mamma gehad om een gesprek van man tot man te hebben? Dit is een prachtige demonstratie van afstandsbediening. Maar nu ga ik naar m’n kamer.’
Het was een grapje van hem. En ook van mij.

Long Island... Ik bladerde eindeloos steeds opnieuw in het boek van Cassagneres en kon me niet concentreren, bleef steeds weer andere foto’s bestuderen, en de onderschriften lezen die in het kort het verhaal vertelden. Long Island is waar Dick z’n motor had gevonden, en waar vandaan Lindbergh was opgestegen, van het Roosevelt Field. Hoe zou een echte feature writer zo’n klus aanpakken? Het antwoord kon ik wel bedenken; colaatje pakken, vanaf het begin gaan lezen, en me niet laten verleiden om steeds opnieuw in het boek te gaan zappen. Ik moest terug naar het begin.


- 1 - 40 -

Die Donderdag was een vreemde dag, zoals alle afgelopen dagen eigenlijk vreemde dagen waren geweest. Heel vroeg, toen ik nog alleen op was, at ik een paar boterhammen, dronk een kop thee, kleedde me aan alsof ik naar m’n werk ging, en ik begon ook aan m’n werk, ging niet op m’n bed liggen lezen, maar ging aan tafel zitten lezen, alsof in de bibliotheek, blocnote met fineliner er bovenop voor de aantekeningen. De computer stond idle te wachten totdat ik eventueel wat zou willen vragen aan Google, of stukken tekst zou willen intikken. Zaterdag zou ik Brechtje zien. Hoe zou ze het vinden als ze mij zo zou zien zitten? Zou ze me wel zien zitten, of staan. Als verwende student in de grote stad? Op dat moment zou het licht over de weilanden vanuit het Oosten de dag invullen. Ik hoorde duidelijk gehinnik van de paarden in de stal. Of was het gegrinnik, van Brechtje? Alsof ik niet wist dat er dauw op het gras kon liggen, of damp boven het water van de sloten en dat er pareltjes op de grassprieten zaten. De dag begon anders in de stad, dat was waar, maar daarom hoefde ik nog niet cool ver van het leven te staan. Ik moest een foto van haar maken, en dan niet in zwart-wit, zodat ik nu haar lichtblauwe ogen kon zien, uitkijkend over het land of naar de duinen in de verte, naar het eerste zonlicht op het helmgras op de topjes.

Na een tijdje was m’n moeder op. Ze klopte en kwam binnen en kwam naast me staan.
‘Onze redacteur,’ zei ze, en ze legde een hand op m’n schouder. ‘Ik denk dat je vader een beetje jaloers is, dat je zo geïnvolveerd bezig bent.’
Hoe zou Brechtje later omgaan met haar kinderen?
M’n moeder had twee beschuiten voor me gemaakt.
‘Ik was wat laat, en ik wist niet of je gegeten had. Oh, je hebt al thee. Heb je al gegeten? Dan zijn deze voor de lekkerte.’
Met jam en met hagel. Zo doen we dat hier in de stad Brecht.
Mijn opa had nooit gevlogen, maar hij zou wel alles geweten hebben over Lindbergh, en over de Uiver. Stonden de mensen in de stad verder van het leven of zaten zij er juist meer midden in? M’n opa wist veel, misschien wel omdat hij altijd in het Handelsblad zat te lezen. Was hij nou boerenslim op z’n steeds, of was streetwise toch iets anders? En waren er andere vogels in de stad dan op het platte land?
Op een boekenkastje in de zijsuite in het huis van m’n grootouders stond een vliegtuig, de Uiver, ik zag het zó voor me, een foto die op triplex was geplakt en uitgezaagd met een figuurzaag, met een steuntje erachter, ik zag het zó voor me, en ik zag opeens die lijn in de familie waarvan ik niets wist tot op dat moment. M’n opa kende ik als bijzonder onhandig, niets anders ondernam dan werk mee naar huis nemen van de zaak waar hij werkte of anders alleen maar de krant zat te lezen. Maar op Zondagen maakte hij in z’n eentje fietstochten totdat hij niet meer kon fietsen en in een rolstoel zat waar hij zelf niet mee rolde. Waar kwam die interesse in de luchtvaart vandaan, waar ik nooit iets over gehoord had? Misschien vond hij ook alleen maar die éne vliegtocht naar Sydney spannend. Misschien was hij in stilte wel een avonturier. Misschien had hij wel weg willen vliegen en kon hij dat niet meer nadat hij verloofd was met het keurige lieve meisje dat in een heel nette damesmodezaak werkte toen hij haar voor het eerst ontmoette.
Gerrit de Vogel, mijn opa, was een stille man geweest, maar als hij Zondags om vijf uur met het eten thuis kwam, had mijn vader verteld, deed hij uitgebreid verslag van wat hij gezien had, onderweg naar Ransdorp, naar Muiderberg, naar Vinkeveen, naar Nederhorst den Berg.
Ik moest verder met lezen, maar steeds dacht ik aan m’n opa en m’n vader. Mijn vader vertelde veel, over z’n opa, over de grappen die hij had uitgehaald, de practical jokes, maar niet over wat hij in de oorlog had meegemaakt.

 

- 1 - 41 -

Procrestination, daar scheen ik wel aan te lijden, me niet concentreren op wat ik het eerste doen moet, lezen en aantekeningen maken, stukken vertalen, m’n eigen verhaal schrijven. In plaats daarvan zap ik nog even naar de website van Jan-Edward en kwam daar een ‘posting’ tegen van een stuk over fotomanipulatie in de media, dat scherp aansloot op stellingen en nieuws over dat onderwerp dat ik nog maar kortgeleden ook op internet tegen kwam; nu over een stuk dat in de Volkskrant stond over Erik Terlouw, de scheidend art director van dagblad Trouw, de plank mis sloeg waar het om fotografie ging:
Bij het toepassen van foto's ging zijn voorkeur uit naar associatieve en sfeerrijke beelden die hij naar eigen toezicht manipuleerde. Terlouw: ‘Dan raak je aan de heilige kerk van de fotografie. In Engeland en Amerika is foto-editing een normale zaak, maar hier mag nog geen snippertje van een foto worden afgehaald. Alsof het een schilderij betreft; het lijkt wel een soort vakbondsterreur.’
En zo gaat deze egotripper nog even door: ‘Beeld moet aangesneden kunnen worden. (...) Ik wens de regie te voeren (...) Ik fotografeer al mijn hele leven. Ik kan goed kijken.’
Kortom: hij maakt de foto's liever zelf, en beter, naar zijn onbescheiden mening.
Maar hij kletst uit zijn nek. In Engelse en bovenal Amerikaanse journalistieke media is het knoeien in en aan foto's volstrekt uit den boze. Over een foto van een verdachte (O.J. Simpson) die een tintje donkerder wordt gemaakt ontstaat al een enorme rel. Een fotojournalist die een persoon de aanwijzing geeft zijn hand iets hoger te houden voor een foto wordt op staande voet ontslagen. Om over het knippen in foto’s nog maar te zwijgen.
Helaas zijn er veel beeldredacteuren in Nederland die een loopje nemen met de realiteit en het werk van fotografen boven wie zij zich klaarblijkelijk ver verheven voelen. Deze art directors zien zichzelf als kunstenaars, die naar hartelust in foto’s mogen figuurzagen omdat ze het zelf allemaal beter weten en kunnen dan de fotografen, die ze als minderwaardige loopjongens beschouwen. Afgezien natuurlijk van die paar fotografen die zelf al knoeien in hun foto's, voor hen wordt de loftrompet gestoken. (Lees in dit verband ook het interview van enige tijd terug in Focus, waarin ANP-chef Leo Blom zich lyrisch uitlaat over het ‘talent’ van Robin Utrecht.)
Ook de prestigieuze World Press Photo-competitie ontkomt niet aan de terreur van de art directors, die een foto niet beoordelen op fotografische kwaliteit, maar op de twijfelachtige aanleiding die zij in een beeld zien om er een pretentieus lulverhaal aan op te hangen, waarbij de foto waar het om ging al snel uit het oog verloren wordt. Men wil ‘iconen’ zien, ‘bijbelse taferelen’ liefst.
Het wordt hoog tijd voor een grote voorjaarsschoonmaak in de Nederlandse fotografie en de jury van World Press Photo. Weg met de zelfbenoemde kunstzinnige kletsmajoors, en de plaatsen opvullen met doorgewinterde fotojournalisten die wél enig besef hebben van goede fotografie en journalistieke ethiek.

Zeg eens, Kees de Vogel, zouden we nu eindelijk niet eens aan de slag gaan? Dat hoorde ik mezelf vragen, even voordat mijn moeder binnen kwam, die zou van achter de deur nooit zoiets tegen me zou zeggen. Ik moest mezelf onder handen nemen. Ze bracht me koffie en een Bastogne-koek die ik wel gebruiken kon, want het harde werken had me hongerig gemaakt. Nu was ik er klaar voor en begon ik fris opnieuw. Maar er kwam een email met een foto binnen van Peter. Een nieuwe opname van de Mars Spirit. Ik maakte er een print van en hing hem op, een klein intermezzo.

 

- 1 - 42 -

Al zappend in het boek was ik begonnen te zien dat er voor mijn artikel verschillende aanvliegroutes mogelijk waren. Na een gedachtewisseling met mijn vader hierover had ik de volgende invalshoeken bedacht: A. De uitdaging en de prijs die was uitgeloofd door meneer Raymond Orteig, een Franse schaapherder uit de Pyreneeën die emigreerde naar Amerika, die in New York twee grote hotels runde en die op een bevlogen manier gefascineerd was door landverhuizingen, en als het kon misschien wel indien nodig sneller dan met de boot naar Frankrijk terug zou willen kunnen; B. Het verloop van de carrière van de postvliegtuigpiloot Lindbergh met als hoogtepunt de geslaagde oversteek; C. De technische prestatie, en de stunt van de bouw in een onmogelijk korte tijd, waarvoor veel documentatiemateriaal beschikbaar was, met in de spiegel de ambities van Dick van Waaien en de bouw van zijn Spirit; D. Zen en de Kunst Van Het Vliegen Over Lange Afstanden; E. Het succesverhaal, een Succes-agenda verhaal, of zeg anders maar Readers Digest verhaal, over individueel doorzettingsvermogen; F. De mijlpaal in de ontwikkeling van de internationale luchtvaart; G. Koedijk in dit perspectief als de twin city van St. Louis, met luchtfoto’s van de weilanden van Dick, het Noord-Hollands Kanaal, de duinen en Alkmaar.
We hadden de 100-jarige herdenking gehad. Zo’n zelfde herdenking van de vlucht van Lindbergh zou pas worden gehouden in 2027, dus moest ik die mogelijkheden vergeten. Voor opname in de internationale editie van de National Geographic zouden luchtfoto’s van de platte groene weilanden voor de internationale lezers wel erg aantrekkelijk zijn.

Ik had nog geen letter geschreven, maar als ik een keuze had gemaakt wist ik hoe ik het interview zou moeten inkleden. Dan kon ik meteen kijken of er een goeie plek was bij het huis van Van Waaien voor de replica van de krat waarin de Spirit werd terug vervoerd van Frankrijk naar Amerika.
Ik wist heus wel dat ik de gedachte meteen uit m’n hoofd moest bannen, maar toen ik die krat in het boek zag dacht ik meteen aan een huisje voor Brechtje en mij. Dat zou dan een prachtig, bescheiden woonkeet kunnen worden, om in samen te wonen, of anders een kantoortje van waar uit ik rondvluchten zou kunnen organiseren. Allemaal onzin, maar toch een onwijs gave gedachte, die ik Zaterdag zeker niet moest laten vallen, zeker niet over moest praten.
Ik wist het niet zeker, maar ik dacht dat de bouw van de Spirit door die Nederlandse veeboer een goeie verhaallijn zou kunnen zijn, de droom van die boer, en het technische avontuur, het voorbeeld van doorzettingsvermogen en de hulp die hij kreeg in Oshkosh en misschien ook de vermelding van de replica’s die er nog meer waren gebouwd. Dan zou ik het boek intussen verder lezen en met een gele marker de passages markeren die van belang waren en met die bagage Zaterdag naar Dick gaan om door hem weer alles ondersteboven te laten gooien. Ik had de hele Vrijdag nog. Dan had ik niks uitgesteld maar heel praktisch hard gewerkt, dacht ik, en ik dacht ook aan wat Brechtje die dag zou doen, en hoe ze er Zaterdag uit zou zien, en of ze naar me zou lachen.

 

- 1 - 43 -

Het werd Vrijdag zoals het gisteren Donderdag werd, zelfde weer. Ik was vroeg en ontbeet met m’n moeder, terwijl m’n vader nog niet op was.
‘Hoe gaat het met je project, met het vliegtuig?’vroeg ze.
‘Het krijgt vorm,’ zei ik. ‘maar alleen nog in m’n hoofd. Ik heb een idee hoe ik het moet aanpakken. Vandaag ga ik verder inlezen, zoals Peter dat noemt, en zal ik misschien al een aanzet maken van de tekst. Het is heel spannend om te ervaren dat nog zonder dat ik iets geschreven heb het steeds duidelijker begint te worden hoe het geschreven zou moeten worden, of kunnen worden. Morgen het ik het interview met Van Waaien, de piloot, en daar hangt toch ook veel van af welke kant het zou kunnen op gaan.’
‘En dan zie je Brechtje natuurlijk ook,’ zei ze, een beetje plagerig!
‘Màaaám, hou nou toch op mam, waarom zou ik me er op moeten verheugen om dat boerenmeisje te zien?’
‘Die leuke stem zegt toch aardig veel. Ze zal wel een heel goed meiske zijn. Dat is toch geen bemoeizucht van mij, maar gewoon een poging tot een gezellig ontbijtgesprekje. Is ze blond, of is ze al grijs?’
‘Ze is muisgrijs en rond de eenenzestig, maar wel aardig.’
‘Sweet sixteen,’ zei ze en ze bleef me glimlachend aankijken, een beetje vragend. ‘Je denk dat ik een grapje maak, maar ik weet toevallig dat die mensen daar heel goeie lui zijn, let op mijn woorden!’

Na het voorwoord van de schrijver, Ev Cassagneres, en een inleiding over Raymond Orteig, de hotelman die de prijs uitloofde, van de Breevoort en de Lafayette, werd er nogal wat aandacht gegeven aan een zekere Eddie Rickenbackerm een coureur, die in de oorlog een bekende ‘air ace’ werd boven Frankrijk. Hij inspireerde Orteig om zijn verheven gevoelens van loyaliteit voor met zowel Amerika en zijn oude vaderland te manifesteren, of zeg maar te vieren met het instellen van de prijs van 25.000 toenmalige dollars als beloning voor de eerste aviateur die met een zwaarder dan lucht wegende vliegmachine de Atlantische Oceaan zou oversteken van Parijs of de kust van Frankrijk naar New York, of van New York zonder tussenlanding naar Parijs of de kust van Frankrijk. Een maand na het bekendmaken van de prijs werd er een succesvolle non-stop oversteek gemaakt van Newfoudland naar Ierland in een bommenwerper, waarvoor de aviateurs Alcock en Brown 50,000 dollar incasseerden. Maar Orteig vond een vlucht van New York naar Parijs chiquer.

De technologie om zo’n oversteek te maken zou pas acht jaar later beschikbaar zijn, nadat Orteig de prijs had bekend gemaakt. Achteraf maakte dat de poging helemaal fantastisch, vermetel vond mijn vader later een beter woord. Maar dit laat ik nu even staan.
Toen werd aangekondigd dat er een poging gedaan door een zekere René Fonck, ook een air ace, met 75 overwinningen in luchtgevechten op zijn naam, in een viermotorig vliegtuig dat gebouwd zou worden door de bekende Russische vliegtuigconstructeur Igor Sikorsky. En er werden door in totaal 101vliegers pogingen gedaan om over de oceaan te vliegen, maar vanzelfsprekend ga ik van hun geen melding maken, omdat ik niet van plan was een geschiedenisboek te schrijven, maar over eerste succesvolle overtocht van de piloot die uiteindelijk de grote historie zou maken, de postbode uit Little Falls, Minnesota met een vliegtuig dat gebouwd zou worden door een vliegtuigbouwer die zijn bedrijf had gevestigd in een voormalige visconservenfabriek in Zuid Californië. Vanaf dat moment was de race pas goed begonnen.

 

- 1 - 44 -

Om half elf kwam m’n vader met koffie en zette een cd op, honky-tonk.
‘Midden twintiger jaren,’ zei hij, ‘de sfeer van die tijd. Ik hoop dat het de toon zet.’
Hij keek in de boeken en naar de tekst op het scherm.
‘Tom was hier gek op,’ zei hij, ‘Hij speelde zelf in een band. Als we in zijn 356 onderweg waren naar Zestienhoven speelde hij dit altijd. Een bandje. Later heb ik deze cd gekocht.’
Tom was tegen een berg gevlogen. M’n vader was daar toen erg door geschokt. Door de binnenkomst van Tom, terwijl ik midden in m’n verhaal zat, werd opeens alles anders. Het was vast wel goed bedoeld, als een bijdrage. Maar abrupt was er de zwarte kant aan al die recordpogingen die mislukt waren, de achterkant van de romantische maan, waar alle wrakken lagen.
‘Sla die maar over,’ zei hij, wijzend op de vliegtuigen waarvan er wel een groot deel in de golven verdwenen zullen zijn. ‘Dat is de macabere kant van de vooruitgang. Dat kan je even noemen, maar het is niet opbeurend en inspirerend om te lezen. Elke poging is een boek.’
‘Ja, daar heb je gelijk in. Ik zal de tekst niet meer dan skimmen. Trouwens, ik ben al verder, bij de man Lindbergh.’
‘Ik hoorde dat je me tutoyeerde,’ zei m’n vader quasi verontwaardigd. ‘We zijn een keurig gezin, maar daar zit het ook niet in. Het is eigenlijk een idiosyncrasie om je ouders in deze tijd nog zo ouderwets deftig aan te spreken. Sinds wanneer doe je dat?’
‘Sinds ik op eigen vleugels vlieg. Maar daar zul jij wel meer over weten, over zelf vliegen.’
‘Sinds Tom dood is ben ik zwaarder dan lucht geworden. Ik heb me wat afzijdig gehouden, zodat u zich beter op uw project kunt concentreren. Ik vind wel fantastisch wat je aan het doen bent.’
‘Pa, je bent nu echt volwassen geworden!’
‘Over het vliegen zeg ik niks meer, want dat kan je alleen maar van je apropos brengen. Het is het mooiste, lijkt me, als je helemaal in dat verhaal blijft zitten. Misschien wilde ik overigens alleen maar m’n naam waar maken.’
‘Arnold?’
‘Ja meneer de Vogel, een diepgewortelde drijfveer. En het schijnt dat jij die geërfd hebt. Ik zeg even niks meer hierover.’
Hij sloeg een arm om me heen, die pa, en zonder verder iets te zeggen liep hij m’n kamer uit. Dit was voor hem een recordvlucht geweest. Een tijdje later kwam m’n moeder zeggen dat ze naar een vriendin ging en dat m’n pa met de lunch vader niet thuis zou zijn. Hetty zat op school. De schrijver zat alleen in zijn honky-tonk kamer. Ik zette de muziek wat zachter. Nou wist ik het wel. In de foto’s zag ik nu filmbeelden, Elliot Ness, zwart-witte oude films, die m’n vader wel eens huurde. Van die krantenmagnaat op z’n kasteel aan de Westkust, Citizen Kane. Een icoon, had m’n vader gezegd, in de filmhistorie.

Inlezen... Ik las over de carrière van Lindbergh, die Slim werd genoemd door zijn collega-vliegers, omdat ie zo lang en mager was. Wat mij bezig hield was de vraag hoe Slim er toe kwam om de eerste te willen zijn om over de oceaan te vliegen.
Na een periode van barn storming, zwerven door de lucht en landen bij een boerenschuur, waar hij bietste om ‘bite to eat’ en een plaatsje in het hooi, reageerde Slim op een advertentie van de posterijen die voor verschillende routes vliegers zocht. Hij reageerde en sloot een contract voor de lijn St. Louis naar Chicago en terug. Waarover hij daar in zijn open cockpit zat te dromen kon ik nergens vinden. Ook kon ik niks vinden over hoe het contact was met zijn collega’s, de gesprekken die zij hadden, waar ze elkaar toe aanspoorden. En daar ging het mij nou juist om. Was het een stelletje opscheppers en uitdagers? Wel las ik over de moed die in de familie heerste, maar wat is nou moed, de neiging om ergens zonder een spier te vertrekken in te springen? Slim’s vader had Vikingenbloed, van die mannen die met zeilkano’s met drakenkoppen vanuit Scandinavië de oceaan overstaken. Slim’s opa was Ola Mansson, lid van de regering van Zweden. Vandaar dat Lindbergh van huis uit niet alleen een avonturier maar ook een persoonlijkheid van niveau. Nu ik dit had gelezen begreep ik dat zijn keuze om luchtpostbode te worden alleen maar gold als een aanloop naar iets belangrijkers. Als je wist hoe zo’n levensloop verliep was die opeens niet zo romantisch mysterieus meer, maar een genetisch gestuurde obsessie. Wat zou Dick van Waaien de lucht in hebben getrokken? Zat dat ook in Brechtje d’r bloed?

In September 1926, en nou kwam het, maakte Slim met een ouwe dumpkist uit de eerste wereldoorlog weer eens een nachtvlucht van St. Louis naar Chicago toen hij voor het eerst serieus begon te denken over hoe het zou zijn als hij niet naar Chicago zou vliegen maar naar Parijs, zoals mijn vader wel eens hardop droomde wanneer we naar Den Bosch onderweg waren en alles plezierig was; zullen we doorrijden naar Parijs?

 

- 1 - 45 -

Na vieren kwam Hetty thuis, en nadat ze had geroepen of er iemand thuis was naar mijn kamer.
‘Wil je nu journalist worden en geen Vespa-coureur meer?’ vroeg ze.
‘Als ik klaar ben met m’n studie,’ zei ik, ‘begin ik mijn carrière als krantenjongen of postbode, deze beroepen zijn in de historie gebleken de meest veelbelovende springplanken te zijn voor een succesvolle maatschappelijke toekomst. En jij?’
‘Ik mik op een liefdesrelatie met een directielid bij Ahold,’ zei ze, ‘en een boerderij dicht bij het strand van Noord-Holland. Mag ik mee morgen? Dan ga ik heel zoet met Brechtje met de poppen spelen.’
‘Het, maak het me niet zo moeilijk, ik probeer heel professioneel een interview met de piloot te maken, maar als jij mee komt wordt het een uitje, wat het zeker niet mag worden. Trouwens, schrap die liefde maar uit die droomrelatie van je, want het gaat dat soort mannen om iets heel anders in het leven. Now, if you’ll excuse me, ik moet weer verder.’
‘Oh, oh, ik zal je niet verder storen in het creatieve proces!’ zei ze, en ze ging weer. Maar na twee minuten was ze weer terug, met een colaatje, zeggende: ‘Ik geef je de tijd om je te bedenken.’

Op die avond in September, toen de zon onderging in het Westen, begon het plan te dagen om die onmogelijke vlucht te maken. Stel, dacht hij, dat ik in de lucht kon blijven en dat ik door kon vliegen naar het Oosten en dat ik voldoende benzine zou kunnen meenemen om lang genoeg door te kunnen vliegen. Hoeveel benzine zou een vliegtuig kunnen vervoeren? Hij begon afwegingen te maken en filosofeerde over de toekomst van de luchtvaart en hij dacht erover hoe hij de zakenwereld van hun belang zou kunnen overtuigen om snel te vervoeren tussen St. Louis en Chicago, en tussen New York en St. Louis, en zelfs tussen New York en Parijs. Lindbergh begon zich voor te stellen dat om zoiets te financieren de fantasie van wereldreizigers die de boot namen geprikkeld moesten worden door een onmogelijke vlucht die de wereld een fabelachtig perspectief zou bieden, non-stop van New York naar Parijs. Wat zal Van Waaien allemaal gedroomd hebben toen hij nog veeboer was, en niet eens postbode? Ik las verder over de aanloop van Slim over de Plas, allemaal heel boeiend, maar ik zou van al die wetenschap waarschijnlijk niets gebruiken, en toch moest ik het lezen, zoals ik ook zoveel moest lezen voor m’n studie dat ook overbodig leek. Maar had m’n vader gezegd, als je over tien jaar tegen een situatie oploopt waarover je al eens hebt gelezen, dan kan dat diepte geven aan je beoordeling.
‘Hoe gaat het met je verhaal?’ vroeg m’n vader na het eten.
Ik vertelde dat ik nog weinig geschreven had maar dat ik alleen al het relaas over de aanloop machtig interessant vond.
‘Dat is nou desk research, een vaag begrip, maar aan je slaap kun je merken dat het echt werk is. Ik stel voor dat ik je morgen naar Koedijk breng en dat ik je ophaal als je me belt. Ik ben dan intussen bij Jan. Het is nog heel fris, dus waarom zou je niet kiezen voor comfortabel.’
‘Mag ik dan mee?’ vroeg Hetty.
Kreeg ze toch haar zin.

 

- 1 - 46 -

Ik vertelde over wat ik tot nu toe over Lindbergh gelezen had.
‘De opa van Lindbergh heette Ola Mansson en was een Zweed die lid was van het parlement, waardoor Lindbergh een goede afkomst heeft. Daarnaast werkte hij ook bij de Bank van Zweden. Toen hij verdacht werd van illegale praktijken is hij toch gemigreerd naar Amerika, hoewel hij van zijn aanklacht werd vrijgesproken. Nadat in Zweden het achtervoegsel son voor de zoon kwam te vervallen noemde jij zichzelf Lindbergh. De Lindberghs vestigden zich als een boerenfamilie in Minnesota, in een merengebied dat erg op Zweden leek. Ola die zichzelf in z’n nieuwe land August noemde en z’n vrouw Louisa die zich nu Louise noemde, kregen een zoon die zij Charles noemden, die later les in chemie gaf op de high school. In 1902 kreeg die een zoon die Charles werd genoemd met een tweede naam Augustus, die in de wandeling formeel werd afgekort tot A. Charles A. Lindbergh. Het waren dus boeren, net zoals Dick van Waaien. De vader van Charles was lid van het Congres. De familie kwam daardoor geregeld in Londen en Parijs, maar met de boot uiteraard. Dus boeren en mensen van de wereld, en dan met Vikingenbloed, dat was de achtergrond van Charles. Het liefst wilde Charles luchtvaarttechniek studeren, maar hij haalde het toelatingsexamen niet. Via een opleiding lukte het niet om de lucht in te komen, maar hij probeerde een andere route.’
‘Heb je dit allemaal ook geschreven?’ vroeg Hetty.
‘Nee, ik vind dit wel heel boeiend, maar ik zal dat allemaal moeten indikken tot een alinea,’ zei ik. ‘Kijk, dat boek is al geschreven. En het gaat hier om Dick van Waaien. Vind je het vervelend?’
‘Nee ik vind het juist heel knap. Misschien wist Van Waaien het, dat Lindbergh uit een boerenfamilie kwam.’
‘Nee eigenlijk speelt dat helemaal geen rol,’ zei ik, ‘Zijn vader was diplomaat, hij was net zo min een boer als wij doodgravers zijn.’
‘Hoe zo, wat nóu weer?’
‘Onze opa’s vader was doodgraver, of althans een kleine begrafenisondernemer, of kraai zoals die mensen genoemd werden. Charles reed motor en wilde vliegen en leerde vliegen bij de Nebraska Aircraft Corporation, en toen wist hij zeker dat hij van de lucht wilde leven. De eerste tijd werkte hij als een barnstormer en ook als wing-walker, in een groepje dat kermissen af ging en shows gaf en mensen meenamen op rondvluchten. In 1923 kocht hij zijn eerste, eigen vliegtuig, een occasion, in de lente van 1923 vloog hij daarin voor het eerst solo. Er zijn allerlei interessante kleine anekdotes die ik allemaal niet zal kunnen verwerken, zoals de vrouwelijke arts die hij rondvloog in een tijd dat het water in de Wisconsin River zo hoog stond dat zij niet aan de andere kant kon komen. Zulke avontuurtjes. Maar ik ga weer verder met lezen, zodat ik nog wat meer weet wanneer ik morgen onze eigen Lindbergh ga interviewen.’
‘Weet je het zeker?’ vroeg ik m’n vader, ‘Kwart voor tien lijkt me vroeg genoeg.’
Het leek wel een voordracht van een kenner, terwijl ik alleen maar had verteld wat ik gelezen had.

 

- 1 - 47 -

Die Zaterdagochtend bleek het kouder dan verwacht. De week ervoor was het ook later geweest dat ik wegreed en over het algemeen minder fris, en er stond toen minder wind. Hoewel ik de stoere journalist had willen zijn, die door weer en wind achter zijn verhaal aan ging, was het toch behaaglijk comfortabel om gereden te worden. Het was inmiddels een familie-editie geworden, want m’n moeder ging ook mee. Ik had ook duidelijk gezegd dat ik niet de indruk wilde wekken dat haar zoontje het niet alleen kon organiseren, zodat ze begrijpend beloofde dat ik bij het hek zou worden afgezet, en Hetty beloofde dat ze niet door het hek zou glippen naar Brechtje in de paardenstal. Ze zouden doorrijden naar Jan en Loes die m’n moeder al gebeld bleek te hebben.
Ik had tot over enen zitten lezen, en wist nu voldoende voor een gesprek met Dick over Slim, en ik begon ook meer te begrijpen van zijn drang om de lucht in te gaan. Ik was niet vergeten de taperecorder waarmee ik het gesprek zou opnemen.
‘Weet je nou alles over de echte Spirit?’ vroeg Hetty over mijn stoel naar voren leunend. ‘Weet je nou voldoende voor het gesprek? Ik ben benieuwd wat de piloot van de foto’s zal vinden.’
‘Ik heb over de vliegtochten gelezen die Lindbergh met z’n vader maakte tijdens zijn campagne voor z’n herverkiezing voor het congres en folders met politieke programma’s uit het vliegtuig dropte. Daarna ging hij weer door met z’n barnstorming. Inmiddels zal hij wel verdomd gaaf hebben leren vliegen. Wat een leven moet die man gehad hebben! Als Army Cadet volgde hij een opleiding in een ultra snelle tweedekker bij een luchtmacht training school en deed mee aan air races in de buurt van St. Louis. Dat was in 1924. In die opleiding werd hij getraind in precisie in navigatie en formatievliegen onder alle omstandigheden.’
Ik vertelde dit niet alleen aan Hetty, maar m’n vader en moeder mochten het ook horen. Ze zullen wel gedacht hebben dat ik ten opzichte van m’n studie te ver was gegaan in m’n interesse.
‘Na het halen van het diploma volgde Lindbergh voortgezette opleiding op Kelly Field in San Antonio, in steeds snellere vliegtuigen. Na die opleiding ging hij weer naar St. Louis waar hij een vliegtuig kocht waarmee hij ging vliegen. Na een tijdje barnstormen reageerde hij op een advertentie van de PTT – of heb ik dat al verteld? – en kreeg een contract voor een route tussen St. Louis en Chicago. Of had ik dat al verteld?’
‘Dat je dat allemaal kunt onthouden!’ zei Hetty.
‘D’r is nog meer,’ zei ik, ‘maar dat zit in m’n achterhoofd.’

 

- 1 - 48 -

‘Wat gebeurde er allemaal op die tocht?’ vroeg m’n vader. ‘Was het niet een soort reis naar de maan?’
‘Lindbergh, zo zie ik hem op die tocht,’ zei ik, ‘vloog de toekomst tegemoet. Volgens mij zou die tocht heel anders geweest zijn als die gemaakt was van Europa naar Amerika. In het Oosten gaat de zon op. Amerika was het avondland, hoewel dat gezien werd als het land van de toekomst. Ik heb nu wel gelezen wat er allemaal gebeurd is onderweg, maar dat is het beeld dat ik er van gekregen heb, een onmogelijke reis naar de bakermat.’
‘Eerlijk gezegd,’ zei hij, ‘ voel ik me ook als op zo’n vlucht, alleen weet ik niet welke kant op. Ik besef me dat ik je niet ongerust zou mogen maken, maar als ik helemaal niets zeg heerst er zo’n stilte. Dan zou je misschien de indruk kunnen hebben dat ik niet meer weet wat ik aan het doen ben, dat ik in een wolk van lethargie terecht ben gekomen. Ik ben toch wel min of meer mijn richtinggevoel kwijt. Je zou kunnen zeggen dat ik nu op m’n automatische piloot vlieg. Ja, dat is het. Nee, vergeet dit maar alsjeblieft. Ik ben heel geïnteresseerd in wat je kunt vertellen over wat er op die tocht gebeurde.’
Was het de metafoor die m’n vader bezig hield? Was zijn koers een hyperbool? Van dat thuis zitten broeien leek hij toch ook niet helderder te worden.
‘Ik heb gelezen wat er over geschreven is, maar ik begrijp nu dat je er nooit achter kunt komen wat Lindbergh allemaal gedacht heeft.

Op de afgesproken tijd aangekomen bij de boerderij gaf m’n vader een signaaltje met de claxon. Met een allerhartelijkste glimlach kwam Brechtje naar het hek lopen, gevolgd door haar moeder en de hond.
‘Kom binnen, rij verder,’ zei die. ‘Even een bakkie doen!’
M’n moeder verexcuseerde zich, zich verontschuldigend naar mij kijkend. Met een knikje liet ik haar weten dat ik me gewonnen gaf.
Brechtje liep voor de rest uit met me naar het huis.
‘Hoe gaat het?’ vroeg ze. ‘Heb je al wat aan je verhaal geschreven? En heb je in boeken nog iets over de oorspronkelijke Spirit kunnen vinden?’
‘Het enige echte in dit verhaal ben jij,’ zei ik, en ik had meteen spijt dat ik het gezegd had en met een voelbare blos liep achter haar het huis in. Ze droeg paardrijlaarzen, mooie benen in een spannend strakke broek. Ze was heel onecht, sprookjesachtig mooi, zo elegant bewegelijk. Ze draaide zich om, lachend.
‘Paardepoep kun je in verhalen niet ruiken’ zei ze, ‘maar in het echt is het ook niet hinderlijk, je went eraan.’

 

- 1 - 49 -

Koffie en bokkenpootjes. De koffie dreigde funest gezellig te worden. Hetty was met Brechtje naar de paarden gelopen. Alsof bij afspraak werd er heel wonderlijk bijna niet over de Spirit gepraat, misschien wel om het voor mij niet gecompliceerder te maken. Na de tweede koffieronde kreeg ik oogcontact met m’n moeder en gaf haar het signaaltje dat ze moesten opbreken. Met z’n allen liepen we naar de paardenstal. Dick’s vrouw maakte de suggestie dat we Hetty bij Brechtje zouden kunnen achter laten, maar gelukkig wist m’n moeder dat te voorkomen, en ze hield ook stand toen Hetty zelf zei dat ze wilde blijven.
‘Het was een heel plezierige koffie, maar we hebben een lunchafspraak met vrienden in Schoorl,’ zei ze. ‘Als Kees opgehaald wil worden zal hij ons bellen en dan komt Arnold hem halen.’
De familie werd hartelijk uitgezwaaid.
‘Hetty had best kunnen blijven,’ zei Brechtje. ‘Ze vond het erg leuk bij de paarden. Je hebt een heel aardig zusje.’
Vond ze mij ook aardig? Hoe zou ik het aan moeten leggen met een paardenmeisje? Had ik bij Dick niet mijn gezicht verloren door me zo door m’n ouders te laten brengen? Misschien was het interview voor hem wel geen serieus plan. Ik moest mezelf cool gedragen tegenover Brechtje, omdat anders mijn contact met Dick gevaar zou lopen. Dick was voor ons uit naar de hangar gelopen. Hij verwachtte misschien wel dat ik hem zou volgen, en niet dat ik met zijn mooie dochter in het hooi zou gaan vrijen bij de paarden, ik zelf ook niet, maar het speelde door mijn gedachten. Het was een vreemde ochtend geworden. Ik zou me er op moeten voorbereiden dat alles in het leven altijd anders kon lopen. En dit onverwachte contact leek heel beloftevol. Ik maakte een zwaaiend gebaartje naar Brechtje en liep door naar de hangar. Brecht haalde me in en hield me bij m’n arm staande en vroeg of ik haar nog gedag kwam zeggen als ik wegging.
‘Maar natuurlijk,’ zei ik. ‘Ik zie je straks nog.’
Nu was zij het die zwaaide.
Dick zat aan de ronde tafel in een boek te kijken, of te lezen. Het zal wel kijken zijn geweest omdat hij er wel van uitgegaan zal zijn dat ik elk moment bij hem zou komen zitten.
‘Dat was een onverwacht leuk bezoek,’ zei hij. ‘Heb je nog wat te lezen kunnen vinden over de Spirit?’
‘Eerst wil ik de foto’s laten zien,’ zei ik. ‘Ik wilde er mee wachten tot m’n ouders waren opgestapt, omdat me dat beter leek.’
‘Daar heb je misschien wel goed aan gedaan,’ zei Dick, ‘maar nou kan ik niet langer wachten. Laat eens zien!’


Eerst het geronk in de verte en toen was de Spirit er weer.


Hoofdstuk 50 en verder.