-
1- 30 -
|
Het enige bewijs
van het bestaan van de Spirit zat in de filmrolletjes die ik aan Peter
had gegeven, en de digitale foto-opname in mijn computer die nog geprint
moest worden, en ook de foto’s die op tafel lagen, die van Bestebreurtje,
maar die zouden ook net zo makkelijk jaren geleden gemaakt kunnen zijn,
of heel ergens anders dan waar Dick zei. Daar stond tegenover dat Dick
een nuchtere Noord-Hollander was, en vandaar ook geen fantast.
‘Die
foto’s van Bestebreurtje,’ zei Peter toen ik op Zondagmiddag
bij hem was, ‘zagen er uit als printjes van een fotowinkel, en niet
meer dan dat. Daarom heb ik er geen twijfel over dat het trucopnamen zouden
zijn. Ik heb naar het licht en de schaduwen gekeken en vooral de randen
van de contouren, waar ik de laatste tijd ik automatisch naar kijk, en
ik kreeg niet de indruk dat het foto’s waren waar iets mee gedaan
was. Die vader van jou ziet in alles een complot en misleiding. Het is
wel zo dat er steeds meer foto’s aan het licht zijn gekomen die
werden geënsceneerd of die trucages waren, zoals een bekende foto
die gemaakt werd in de Spaanse burgeroorlog, die er één
was in een rijtje op de filmstrip waarop de dodelijk getroffen soldaat
nog eens opnieuw poseerde. En er zijn foto’s waarop mensen digitaal
werden weggehaald, of toegevoegd, of gebouwen hoger werden gemaakt of
weggehaald. Daar hadden de fotografen een belang bij, maar wat zou nou
ooit het belang van Van Waaien kunnen zijn? Terwijl hij straks de beschikking
zou hebben over die prachtige foto’s van jou.’
‘Het
was een spontane opmerking van mijn vader,’ zei ik, ‘ik wilde
die niet zomaar in de lucht laten hangen. Hij zal er zeker op terug komen.’
Peter had een educatieve bui en zette mij aan het lezen van een stuk dat
hij de avond ervoor op de website van PhotoQ had gevonden, en gelijk voor
mij had geprint.
Daniel Koning pleit
voor beroepseed.
Een van de nestors van de Nederlandse fotojournalistiek, Daniel Koning,
pleit voor een beroepseed voor fotojournalisten en documentaire fotografen
waarin ze beloven ‘zuivere stukjes werkelijkheid’ te maken.
Dat biedt volgens hem een waarborg tegen digitale manipulatie.
Tijdens
de opening van zijn tentoonstelling in Foam sprak Daniel Koning een rede
uit die leerzaam is voor iedereen die is geïnteresseerd in fotojournalistiek.
Een citaat: ‘Wat steeds belangrijker wordt, zeker in een tijd dat
beeldmanipulatie zo eenvoudig is geworden, is de vraag: wie bedient de
camera? Fotojournalisten en documentaire fotografen zouden een soort beroepseed
moeten afleggen, waarbij ze, op straffe van uitzetting uit het ambt, beloven
zuivere stukjes werkelijkheid af te leveren. Zo zal het een krachtig medium
blijven, dat ene stilstaande beeld waar je zo lang naar kunt kijken als
je wilt. Het is de op één na mooiste toepassing van de documentaire
fotografie.’
‘Waarom,’ vroeg ik, ‘ga je zo door op digitale manipulatie,
terwijl ik nu juist dia’s heb gemaakt?’
‘Ik
dacht aan Zelig,’ zei Peter, ‘van Woody Allen, een minder
bekende film van hem. In die film zie je Zelig, die gespeeld wordt door
Allen, in bijeenkomsten met bekende grootheden, in voornamelijk zwart-wit
films. Het is eigenlijk een stukje geschiedschrijving dat in beelden een
beetje herschreven wordt. Dat is zó knap gedaan dat je helemaal
niet kunt zien dat de opnamen niet authentiek zijn. Als je op die manier
journaalbeelden zou brengen zou dat geschiedvervalsing zijn. Maar deze
film was fantastisch hoogtepunt van epische vertelkunst.’
‘Wat
is de overeenkomst met de Spirit?’
‘Ik
had geen overeenkomst met de Spirit voor ogen, of Lindbergh zou ook in
de film moeten zitten en ben ik hem vergeten.’
|
- 1 - 31 -
|
‘Maar wat vind jij dan van
dat initiatief,’ vroeg ik, ‘om zo’n beroepseed in te
stellen? Het lijkt wel dat je er tegen bent. Of ben je juist vóór?’
‘Vroeger,’
zei Peter, ‘vóór het digitale tijdperk, hadden we
het tijdperk van het fileermesje en de spuit. Toen hadden we daar helemaal
geen meningsverschillen over. Als er foto’s werden gebruikt die
om één of andere reden imperfect was dan werd die geretoucheerd.
Bij studio Meijboom zat een heel stel juffrouwen rimpels en wallen en
huidproblemen te corrigeren van de koninklijke familie. Daar maakte niemand
problemen over. Of men deed een oogje dicht. Als een foto voor een advertentie verbeterd moest worden,
plooien gladgestreken, een overstekende rat in een chique interieur, een
storend scheve lantarenpaal, rommel op de stoep, lelijke reflecties, bijna
elke foto werd wat aan gedaan, gesneden, geknipt, geplakt, hele montages,
geschaafd, hoorde je nooit wat over. Ik maakte laatst een foto van een
Aston Martin. Daar stond een heel storende felgele vrachtauto pal achter.
In plaats van dat ik ben gaan zoeken naar de eigenaar, die de auto heus
niet verzet zou hebben, terwijl ik de kans liep dat de eigenaar van de
Aston intussen zou wegrijden, besloot ik meteen een foto te maken en de
vrachtauto er later af te halen. In nieuwsfoto’s mensen weghalen
waardoor de foto sterker wordt, ik zie daar geen kwaad in. Als je burgemeester
Cohen tussen een stel raddraaiers zou zetten, kijk dan ga je met manipulatie
over de schreef. Dan wordt je foto ook wel sterker maar door het doelbewust
verdraaien van de werkelijkheid.’
Peter
gaf een stukje dat twee dagen eerder in De Volkskrant had gestaan, met
de opmerking dat de verschuiving van de werkelijkheid die altijd al in
elk medium werd toegepast.
‘In
de literatuur, de rechtspraak, in ballades, in films, en in verhalen op
verjaardagen, in opschepperij op het werk, in leugens, hofmakerij, bedenk
het maar. Met de mogelijkheden van PhotoShop lijkt het mij onzin om voor
de fotografie nu opeens in relatie met de legitimiteit een protocol op
te stellen.’
De column was van Remco Campert: Herinneringen.
De Werkgroep Fictieve Herinneringen ‘bestaat uit ouders die zich
door hun kinderen ten onrechte van incest beschuldigd wisten’, citeer
ik Trouw. Kort samengevat waren die kinderen slachtoffer geworden van
‘sturende’ therapeuten die fictieve herinneringen bij hen
wakker riepen niet alleen aan incest, maar ook aan babymoorden, dieroffers
en groepsmisbruik.
Therapeuten
moeten nu richtlijnen opstellen om te voorkomen ‘dat bij patiënten’
dergelijke ‘herinneringen’ worden oproepen, luidt een advies
van de Gezondheidsraad aan de minister van Volksgezondheid.
Laten
we deze treurige geschiedenis verlaten en vaststellen dat de Werkgroep
Fictieve Herinneringen ook een afdeling van de Vereniging voor Letterkundigen
zou kunnen zijn - de WFH, waarvan de initialen Willem Frederik Hermans
in non-fictieve herinnering brengen.
Overwogen wordt deze afdeling te laten opgaan in de Werkgroep Echte Herinneringen,
daar de grens tussen fictie en non-fictie soms moeilijk te trekken is.
Een samenwerking tussen beide werkgroepen zou in ieder geval haar vruchten
kunnen afwerpen. Het erelid, ervaringsdeskundige bij uitstek, Vladimir
Nabokov schrijft in zijn standaardwerk Geheugen, spreek: ‘Om enkele
van mijn jeugdherinneringen wat tijd betreft juist te ordenen moet ik
afgaan op kometen en verduisteringen; zoals historici dat doen ‘als
zij fragmenten van een sage onder handen nemen.’ Fictie en non-fictie
vermengen zich hier tot een nieuw product.
Op
het gebied van incest staat Vladimir Nabokov trouwens ook zijn mannetje,
getuige zijn roman Lolita. Fictieve incest natuurlijk, hoewel zo beschreven
dat het fictieve non-fictie wordt in de beleving van de lezer. De werkgroepen
kunnen aan de slag.
Losse
gedachte: hoe komt het dat een geur wel een herinnering kan oproepen,
maar een herinnering nooit een geur?’
|
- 1 - 32 -
|
| |
In wat een half uurtje leek was de
middag voorbij. Peter gaf het boek waarvoor ik was gekomen.
‘Het
zal een hele klus zijn,’ zei hij, ‘naast je werk voor school.
Met die foto van het WTC heb je wel iets aan het rollen gebracht.’
‘Ook
voor jou,’ zei ik, ‘als ik zo vrij mag zijn dat op te merken.’
Peter
draaide zijn stoel naar mij en het werd zijn praatstoel, hij ging er voor
zitten.
Aan
de muur hing een grote plaat van Biggles in een Spitfire, en andere platen
en foto’s. Op zijn werktafel stond een klein model van de Apollo
Lunar Module, naast de raket van Kuifje. Peter zag dat ik daar naar zat
te kijken.

‘Dromen,’
zei Peter, ‘je moet altijd blijven dromen, had de meester van Kees
de Jongen gezegd, in het boek van Theo Thijssen, dat is heel belangrijk.
En dat is ook zo, heb ik zelf ontdekt. En kijk maar naar de wereld. De
vooruitgang kreeg op talloze gebieden een stimulans, of een doorbraak
zelfs, door dromers. Daarom is het goed dat je je niet alleen cijfermatig
ontwikkelt maar ook als fantast. Kijk maar naar alles om je heen en je
ziet wat al die dromers hebben teweeg gebracht. Jules Verne, Edison, Einstein
van het relativisme, Otto van de Otto-motor, de automotor, Henry Ford,
Turing van de computer, ze hebben uitvindingen gedaan en weer andere mensen
op een idee gebracht, hele industrieën ontketend. Of je nu in de
gezondheidszorg terecht komt, in management of accountancy, of in de bouw,
of in zaken, in welke functie dan ook, om er uit te halen wat in je zit
zul je toch zo veel mogelijk moeten profiteren van je fantasie. Daar draait
alles om, fantasie. Misschien denk je wel dat ik je teveel aan het pushen
ben, maar ik moet wel, omdat ik zelf geen kinderen heb.’
Hij
lachte, liep weg en kwam na een tijdje terug met een borrel en een cola.
‘Of
wil je ook een borrel? Zie het als een proefwerk, zo’n initiatief,
zo’n verhaal, de kwaliteit, dat is allemaal interessant op je cv.
En de mannen waar je mee komt te praten als je gaat solliciteren zijn
ook allemaal als Kees de Jongen. In hun hart blijven ze allemaal jongetjes.
Dat je die prachtige foto die je hebt gemaakt bij het WTC, dat je die
hebt gemaakt met die top-camera, en de foto’s die van gisteren hebt
gemaakt, en het talent dat je hebt om daar een goed verhaal bij te schrijven;
dat is geen toeval, dat is talent.’
‘Ik
heb geen idee hoe en waar ik moet beginnen,’ zei ik.
‘Dat
kan ik me wel voorstellen, maar het is toch eenvoudiger dan je denkt,’
zei Peter. ‘En je kunt me altijd mailen en vragen wat ik er van
vind en ik kan je tekst redigeren, zoals dat altijd gebeurt. Ik ben dan
wel geen schrijver, maar ik heb wel veel ervaring met wat ze op redacties
doen. Als je straks thuis bent ga je eerst eens lekker lui zitten en terug
denken dan hoe je op het station stond te wachten. Dat je op weg was naar
Schiphol, nee naar Den Haag, naar een fototentoonstelling, wat al aangeeft
dat je erg in fotografie geïnteresseerd bent. Dat verklaart ook meteen
waarom je er achteraan bent gegaan. Natuurlijk weet je nu geen openingszin,
die schudt niemand uit z’n mouw, zelfs de beste schrijvers niet.
Daar moet je in vertrouwen voor gaan zitten.’
|
|
- 1 - 33 -
|
Wat had Peter gezegd en bedoeld met hoe ik het verhaal
moest beginnen? Hoe kon ik de eerste zin formuleren? Ik begon in gedachten
te vertellen hoe ik in het avontuur was gerold.
‘Nadat ik
mijn digitale fotocamera had gekocht zag ik er niets in om daarmee op die
Zaterdagochtend op goed geluk de stad in te gaan, om geschikte situaties
te vinden waar ik spannende foto’s van kon maken. Ik had bedacht dat
ik beter naar een fototentoonstelling kon gaan waar ik de aanloop kon nemen,
in de stemming kon komen, om mijn achterhoofd met inspiratie te vullen.
De daarvoor geschikte tentoonstelling, had ik uitgevonden, werd in Den Haag
gehouden. Daar zou ik met de trein naar toe gaan.’
Hiermee zou het platform gelegd zijn. Maar ik begon al snel te deleten en
herschreef de aanloop.
‘Die Zaterdagochtend zou er voor mij
een nieuwe periode in mijn leven beginnen had ik besloten, ik zou het leven
gaan verkennen met de digitale fotocamera die ik de dag ervoor had gekocht.
Tot laat had ik in de manual gelezen. En op die Zaterdagochtend zou ik mijn
eerste stappen zetten op het terrein van de fotografie op een tentoonstelling
van de grote fotografen in Nederland. Ik wilde daar om te beginnen even
in hun schaduw staan.’
Dit leek me beter. Ik mailde het naar Peter. Na een half uur kreeg ik een
reactie: ‘Prima, prima. Denk wel aan de ‘format’ van de
National Geographic, de stijl.’
Ik zag het, ik moest het verhaal binnen vliegen met de Spirit. Alle grond
was weggevallen. Het ging er niet om hoe de foto’s waren gemaakt,
of waarmee, maar het moest gaan om die vermetele Dick van Waaien en zijn
idee om zijn eigen record te vestigen. Welk record? Niet over de Atlantische
Oceaan. Niet over het IJsselmeer. Wilde hij zijn eigen situatie kunnen overzien?
Of het licht zien, of zijn eigen horizon? Zelf zag ik het licht, zag ik
dat ik niets wist, dat ik niets kon schrijven, nergens over. Waar lagen
de parallellen tussen Charles Lindbergh en Dick Van Waaien? Peter had verteld
dat het grootste gevaar voor een schrijver ‘procrastination’
was, een mooi woord voor uitstel. Eerst zou ik het boek over Lindbergh lezen,
morgenavond de foto’s bekijken, en me dan pas denken over een nieuwe
aanvliegroute. Zo moest ik het doen. Ik was tevreden, dat ik niet in paniek
was geraakt omdat ik het niet zou kunnen.
Gesaneerde
boer krijgt de spirit.
Ex-veehouder ontdekt
zijn toekomst voorbij z’n grasland.
Zoiets? Maar wat ziet de veeboer dan? Wat wil hij met dat vliegtuig? Had
hij een nieuwe dimensie in zijn leven ontdekt? Kon hij de Spirit onderbrengen
in een zakelijk profijtelijke onderneming? Is het een obsessie, een passie
zonder meer? Dit was het laatste dat ik schreef die Zondagavond. Ik wilde
net gaan lezen toen m’n mobieltje ging. Het was Brechtje!
‘Hoe
gaat het?’ vroeg ze. ‘We zijn allemaal erg benieuwd hoe de foto’s
zijn gelukt en toen zei ik dat ik je zou bellen.’
Het
was even stil. Ik zou meteen iets moeten zeggen om de stilte niet te lang
te laten duren.
‘Morgen
gaan de films pas naar het laboratorium. Dan zal ik van de selectie van
dia’s prints laten maken. En die zullen dan Woensdag pas klaar zijn.
Dan ben ik van plan om Zaterdag bij jullie langs te gaan om ze te laten
zien en dan kan ik met je vader verder praten over het verhaal. Ik kan niet
eerder omdat ik naar school moet. Het is wel een verrassing dat je belt.
Leuk hoor!’
‘Je
hebt dus wel het idee dat de foto’s geslaagd zijn?’
‘Ik
heb er niet aan getwijfeld dat ze mooi zijn geworden. Het is wel heel spannend
hoor! En het is fantastisch leuk om er op die manier zo bij betrokken te
raken. Spannend hoor!’
‘Tot
Zaterdag dan! Dag Kees.’
‘Dag
Brechtje, tot ziens.’
Dat
was Brechtje, hoe is het mogelijk! zei ik in mijzelf, bijna hardop. Zaterdag
zou ik haar weer zien. Wat zou ze met haar ouders over mij besproken hebben?
Ik ging weer naar de computer terug en schreef:
Met Dick van Waaien vliegen wij vanuit Noord-Holland
terug naar de tijd van Charles Lindbergh.
Immers, het gaat niet om mij en m’n foto’s, bedacht ik. Wel
bescheiden van die Kees, om zichzelf zo weg te cijferen, een echte journalist.
Wat is die Kees nou, fotograaf of journalist? hoorde ik Brechtje aan d’r
vader vragen. Ik mailde de headline aan Peter. Ik had geen haast met een
antwoord. Ik was nog niet eens begonnen. Eerst wilde ik nu meer over de
Spirit te weten komen.
|
- 1 - 34 -
|
‘We hebben je niet meer gezien gisteravond,’ zei m’n
moeder de volgende ochtend. ‘Zo kunnen we er een beetje aan wennen
dat je straks op kamers zult wonen. Is het spannend, met dat vliegtuig?’
‘Ik
ga me in dat vliegtuig verdiepen,’ zei ik, ‘er over lezen,
zodat ik er over kan schrijven hoe de piloot als eerste over de oceaan
is gevlogen, zodat ik een dubbelportret kan maken met de man van Koedijk.’
‘Gisteravond
belde er een meisje, Brechtje uit Koedijk. Heeft ze jou nog gebeld?
Ik zei dat ze je het beste op je nulzes kon bellen. Leuke stem.’
‘Ja,
ik heb haar gesproken,’ zei ik.
‘Een
leuke naam. Ze klonk ook leuk.’
‘Brechtje
is de dochter van de piloot,’ zei ik.
‘Leuk
hoor!’
Als
m’n moeder zou weten hoe leuk ze was zouden we nog lang niet uitgepraat
zijn, en ik begreep dat ik hier cool mee moest omgaan. Brechtje mocht
geen issue worden.
Die Maandag zou niet erg hectisch worden. Eerst naar de bibliotheek
me voorbereiden op m’nvolgende tentamen. Daar zat ik tot drie
uur toen ik een sms-je kreeg: ‘dia’s zijn binnen’.
Peter
was druk. Er hing een nieuwe plaat van een landschap op het prikbord.
De Mars Spirit.
‘Deze
foto heb ik van internet gehaald,’ zei Peter, ‘een landschap
dat werd doorgestuurd door de Spirit. Is het niet fantastisch! In 1927
als eerste over de oceaan en nu na een tocht van zeven maanden op Mars.
Het is net een foto van de Amerikaanse fotograaf Lewis Baltz. Hier heb
ik de dia’s, maar ik hou ze om ze te scannen. Dan zal ik ze converteren
naar zwart-wit. De kleuren files en de zwart-wit files zal ik je mailen.
Dan kun je met je verhaal verder. Wat vind je? Prachtig hè?’
Ze
waren indrukwekkend. Veel echter en mooier dan de authentieke foto’s
van de Spirit.
‘Van
de zwart-wit bestanden zal ik voor Dick van Waaien zwart-wit prints
maken. Ja joh, het wordt een spannend artikel! Proficiat!’
|
Landschap op Mars, verstuurd door de Spirit. |
Nog even het tekstje bij de foto van Mars: NASA's Mars Exploration
Rover Spirit appeared to be teetering on the brink of failure last week
when ground controllers lost contact with the craft sitting in Gusev
Crater, its arm extended to a rock as the scientific adventure was beginning.
Now, engineers are cautiously hopeful that Spirit will soon be restored
to full working order.
‘Ja, alles doet het weer. Die arm heb ik ook een foto van, kijk
eens hier!’
Peter
liet een paar verbluffend scherpe foto’s van de arm van de Rover
zien, en wat kleurenfoto’s van het hele voertuig.
‘Maar
dit landschap vind ik mooier. Een echte Baltz.’
‘Laten
we nog even naar de dia’s kijken,’ zei ik. ‘Die opname
van de Spirit die over zee komt aanvliegen past eigenlijk het meest
in het verhaal. In plaats van naar Le Bourget vliegt ze nu naar Schiphol.’
‘De
geschiedenis wordt herschreven,’ zei Peter. ‘Maar die boven
de vlotbrug past eigenlijk meer in dit verhaal, vind je niet? De boer
die naar zijn eigen levensbestemming vliegt. Wist je dat kadreren gezien
wordt als een kunst apart, het maken van uitsneden tijdens het maken
van de foto? Willen Diepraam is daar een meester in en Paul den Hollander,
voorafgegaan door Cartier-Bresson. Maar jij kan er ook wat van! Stuk
voor stuk zit het vliegtuig mooi in beeld ten opzichte van de achtergrond,
rekening houdend met het weergeven van de snelheid, en dan ook nog de
snelheid weermee je mee ‘pant’. Zo krijg je er extra spanning
in. Als fotograaf kijk je naar een foto door een denkbeeldig passe-partout.
Als je goed bent doe je dat al bij het maken van de opname. Daarom mochten
van Bresson zijn foto's ook niet gecropt worden, niet aangesneden. Het
wonderlijke van de foto's van Bestebreurtje is dat, hoewel het kiekjes
zijn van een amateur, toch heel spannend zijn gekadreerd. Kijk straks
maar eens en leg maar een papiertje over de bovenkant, de zijkanten
of de onderkant. Dat beviel me meteen al aan die prentjes, dat ze op
die manier gekradeerd snelle foto's zijn van een mysterieus vliegtuig.
Als we ze in zwart-wit printen komt er een kwaliteit bij. Dan ben je
geneigd om er klassieke foto's van te maken, maar ze zullen er nooit
authentiek uitzien omdat ze veel briljanter en scherper zullen worden
dan de foto's van de Spirit die we uit de boeken kennen. Je zou ze minder
scherp moeten maken en er krassen in retoucheren.’
‘Heb
je de dia’s?’ vroeg m’n vader. ‘Ik ben benieuwd.’
‘Nee,
Peter gaat ze scannen,’ zei ik. ‘Daarna zal hij ze me mailen.’
Er
zat hem iets dwars zag ik. Hij zag er opgewonden uit. The good old spirit
was gone. Er werd geen tv gekeken. Op Discovery waren weer krokodillen.
De Maandag was al bijna voorbij.
|
- 1 - 35 -
|
Het eerste wat ik zou moeten doen is een werkschemaatje
maken. Het tentamen bovenaan, lezen en wat ik gevonden heb misschien inpassen
in wat ik geschreven heb, en alles weer opnieuw door lopen, en dat Vrijdag
met m’n mentor bespreken. Het Spiritboek lezen en een opzet voor
het verhaal maken. Tussendoor naar Peter om te kijken naar de zwart-wit
printen. Dat zag er eenvoudig uit, zolang ik me er geen voorstelling van
kon maken hoeveel tijd en moeilijkheden het zou kosten, en of het wel
zou lukken. De titel van het Spiritverhaal schudde ik ook niet zomaar
uit m’n mouw.
‘Dat
heeft ie van z’n vader,’ hoorde ik m’n moeder in gedachten
tegen Liesbeth zeggen, ‘methodisch en rustig. Ja, ja! En het lijkt
wel dat ie verliefd is. Hij is zo heel anders de laatste dagen, zo vastberaden.
Een leuke stem heeft ze, dat meisje, dat is alles wat ik weet, de dochter
van die agrarische piloot, Brechtje. Oh ja, Peter heeft ze ook gezien.
Wat zei Peter er over?’
Ik
ging weer terug naar de woonkamer. M’n vader en moeder zaten in
een ernstig gesprek. M’n vader had problemen op z’n werk.
‘Wat
is er aan de hand?’
‘Je
vader,’ zei m’n moeder, ‘heeft onenigheid over hoe de
zaak wordt gerund. Maar hopelijk komen ze er uit. Er is een adviseur bij
gehaald.’
M’n
vader knikte naar me, met een glimlach, zichtbaar gedeprimeerd. Dat hij
problemen had met die ritselaars verbaasde mij niets. Het gedonder was
beslist groter dan hij wilde laten blijken.
Ik
zei truste en ging naar m’n kamer. Even later kwam m’n moeder.
‘Je
vader is nogal uit z’n doen,’ zei ze. ‘Ik ben er zelf
ook niet zo gerust op dat het goed afloopt. Gaat het goed met je?’
Ik
vertelde in het kort waar ik allemaal mee bezig was. Ze zei voorzichtig
dat ze bezorgd was dat het vliegtuigproject teveel van m’n tijd
zou kosten. Ik zei haar dat ik voor m’n tentamen al wel bijna klaar
was, dat ik daar niet over in zat. En dat ik deze week vooral ’s
avonds zou lezen in de boeken die ik over de Spirit had en dat ik Zaterdag
met de piloot verder zou praten, en dat het idee om er een verhaal van
de maken pas was gekomen nadat ik de foto’s had gemaakt. En dat,
omdat ze mooi waren geworden, de foto’s een goeie inspiratie waren
om er mee verder te gaan.
‘Van
de vlucht van Lindbergh moet ik het essentiële over te weten zien
te komen uit de boeken die ik nu heb, en dan moet ik uit het gesprek met
Van Waaien zijn deel halen voor het dubbelportret, want dat moet het worden.’
‘Klinkt
goed. Toch een geruststelling,’ zei m’n moeder. ‘Waarom
maak je niet ook een fotootje van Brechtje als je er toch bent?’
‘Ja,
ja!’
‘Da’s
toch leuk!’
Ze
pakte een boek over de Spirit en bladerde er in.
‘Zie
je Rosa nog wel eens? Ook zo’n paardrijmeisje.’
‘Mááám!
Rosa is verhuisd. Ze woont nu in Brussel. D’r vader heeft daar een
baan gekregen. Ze is dus doorgereden.’
Ze
kuste me op m’n voorhoofd, lachte naar me en ging een beetje meisjeachtig
de kamer uit. Moedertje.

|
- 1 - 36 -
|
Ook achteraf begrijp ik niet waarom, maar ik pakte
niet het boek over Lindbergh, maar het boek over Donald A. Hall, de man
die de Spirit ontwierp en bouwde, een van de grootse ingenieurs in de luchtvaartindustrie.
Het avontuur trok mij meer dan de technische kant. Met de jaren was Hall
een vergeten en mysterieuze figuur in het Lindbergh-verhaal geworden. Pas
in 1999 ontdekte de kleinzoon Nova Hall in een oude scheepskist in de garage
van de familie, waarin hij foto’s vond, negatieven, film, schaalmodellen,
en de persoonlijke correspondentie tussen grootvader Hall en Charles A.
Lindbergh, alles in een volmaakte staat. In het boek werd het verhaal verteld
over de mysterieuze man die het mogelijk maakte dat Lindbergh de plas over
kon komen. Later kwam ik er achter dat het niet een technisch verslag was
maar verhaal over teamwork, geloof en bevlogenheid. Het begon allemaal eind
Februari 1927, toen Lindbergh aan Hall vroeg of hij een vliegtuig kon ontwerpen
en meehelpen bouwen waarmee hij de oversteek kon maken. Snel rekende ik
uit dat er tot 20 Mei heel weinig tijd was geweest om het vliegtuig te ontwerpen,
te bouwen en te testen. De bouw moet wel een bijna even grote prestatie
zijn geweest als de vlucht. Aanvankelijk vond Hall het dan ook dat het niet
mogelijk om het vliegtuig gereed te hebben binnen de termijn die Lindbergh
wilde. Daarvoor werden er al talloze pogingen gedaan door mannen die al
bij de start verongelukten of onderweg uit de lucht vielen. Maar in zestig
dagen werd hun beider concept voor de recordpoging gerealiseerd, ontworpen
en gebouwd door de hard werkende mensen van de fabriek van Ryan Airlines.
Ik
bleef tot kwart over een lezen en besloot toen dat ik er niets mee opschoot
om nog langer door te gaan. In m’n achterhoofd had ik inmiddels een
heel andere benadering voor het verhaal gekregen en schreef een nieuwe headline.
Na 77 jaar vliegt de Spirit of St. Louis
over Nederland.
Wie had dat ook weer geschreven ‘In Nederland
gebeurt alles honderd jaar later?’
Die
Dinsdag was mijn vader thuis gebleven. Aan zijn gezicht te zien waren er
problemen. De keren dat ik de kamer binnen kwam stokte een nogal emotioneel
gesprek tussen hem en mijn moeder, dat hervat werd zodra ik de kamer uit
was. De derde keer, toen ik wilde gedag zeggen omdat ik de deur uit ging
zei hij dat hij zich een beetje zorgen maakte over mijn studie.
‘Ik
stel mij voor dat je met in gedachten steeds met het avontuur van de Spirit
bezig bent, en ju kunt maar op één kermis tegelijk dansen.’
‘Op
dit moment neemt mijn studie me niet zo in beslag,’ zei ik, ‘omdat
ik bezig ben om uittreksels te maken van stukken die ik op internet kan
vinden, en stukken die ik in de bibliotheek vind. Het is allemaal knippen
en plakken en redigeren. En dan ben ik weer even klaar. Het kost minder
inspanning dan het lijkt. En ik wil bij de foto’s een verhaal schrijven,
daar leer ik ook veel van.’
‘Als
je er inderdaad maar wat aan hebt dan lijkt het me een goed project,’
zei hij, en hij gaf me een klapje op de schouder. ‘We praten er een
andere keer nog wel verder over.’
|
- 1 - 37 -
|
Onderweg naar Peter vroeg ik me niet meer af of het een goed moment
was geweest om te praten met m’n vader verder; ik was te benieuwd
of de printen klaar waren. In gedachten probeerde ik notities te maken,
maar af en toe stapte ik toch van m’n fiets om ze op te schrijven.
Kijk, een jonge dichter, zullen de mensen gedacht hebben, of een student
politicologie, onze toekomstige minister president, of dat ik zo vergeetachtig
was dat ik mijn gedachten moest notuleren voordat ze weg waren, een
zeldzame vorm van dementie. Waarom rijdt deze vitale jongeman niet op
scooter, alsof ze zich niet hadden afgevraagd waarom ik niet op een
fiets reed als ik op m’n scooter was. Ja, dat hebben jullie goed
gezien, als de afstand groter is dan tien minuten rijden dan pak ik
mijn Vespa. En deze keurige , niet gejatte fiets misstaat mij overigens
geheel niet.
Het
verhaal van Donald Hall had ik veel aan, leek me, zodat ik niet meteen
obligaat met de held hoefde te beginnen, want in die tijd draaide het
voor Lindbergh eerder om de technische ontwikkelingen, de beperkingen
en de groter wordende mogelijkheden dan dat het om een obsessie ging.
De mensen die een historisch beeld hadden van de legendarische oversteek
wisten niks van wat er op de oversteek zelf was gebeurd, hoe Lindbergh
had gevochten tegen de slaap en onzekerheid, maar ze kenden de plaatjes
van de tickertape parade en van de krantenkoppen over de gekidnapte
baby. Brechtje, hoe zou het met Brechtje gaan?
De
foto’s, die zijn de basis, die zijn belangrijker dan de kop. Maar
de kop geeft de foto’s hun betekenis. Had ik dat zelf bedacht,
of kwam dat van Peter, Peter de peetoom?
Als
dit project nou zou zijn afgerond, hoe zou het dan verder gaan? Houden
journalisten dan verder contact, of was dat dan ook afgerond. Zouden
zij Brechtje dan niet meer zien, wel of niet mee uitgaan en wel of niet
verliefd op worden. Dat was toch geen manier van werken, of hoe zat
dat?
‘Kijk,
hier zijn ze,’ zei Peter, ‘kijk zelf maar of je er wat van
vindt.’
Groot geprint in zwart-wit zagen
de opnamen er imponerend uit. Dat zei ik ook, en ook dat het een pak
van m’n hart was dat ze gelukt waren.

‘Nu moet ik vlug verder,’ zei ik. ‘Wat een geluk allemaal
dat ze zo goed gelukt zijn.’
‘Ze
zijn goed geworden,’ zei Peter. ‘Bij elke opname is het
moment goed en ook de uitsnede voortreffelijk. In zwart-wit zien ze
er bovendien heel authentiek uit.’
‘Wat
dacht je van deze kop?’ vroeg ik, en in ik schreef hem op papier:
‘Na 77 jaar vliegt de Spirit of St. Louis
over Nederland.’
‘Sober, precies en to the point en geschikt voor de National Geographic,’
zei Peter. ‘En een goeie entree tot de tekst die volgt. Nu aan
de slag. Heb je al een idee hoe je verder gaat?’
Ik
vertelde van de boeken die ik naast het boek dat ik van hem te leen
had gekregen nog boeken van de bieb had en stukken van internet had
gehaald en een boek van m’n vader had over vliegtuighistorie waar
ook een goed stuk in stond.
‘Het
is allemaal heel boeiend,’ zei ik. ‘Maar ik vraag me wel
af of je niet veel meer moet weten van zo’n onderwerp als je er
over gaat schrijven.’
‘Dat
is een kwestie van geconcentreerd inlezen, wat je voor je studie ook
moet doen,’ zei Peter, ‘en het voordeel van de Spirit is
dat die heel spannend is. Ga zo verder kerel. Ik heb trouwens nog wat
documentatie op internet gevonden.’
Op
tafel lagen wat papieren met op het bovenste de Lunar Module als een
vlinderlicht presse-papiertje, de technische specificaties van de Spirit.
Ik maak een foto, nu weer met m’n eigen camera.
‘Er
is veel meer te vinden op de site waar ik dit vond. Ik geef je gelijk
even de URL.’
Hoe
veel moest ik nog lezen voordat ik kon gaan schrijven? Het was al bijna
Woensdag!

|
- 1 - 38 -
|
Liesbeth kwam met een borrel en Cola. Dat was het
signaal om nog even te blijven praten, en het gesprek kwam op mijn vader.
Peter vroeg hoe het met m’n vader ging; hij had ’m al een
tijdje niet gesproken, althans niet een echt gesprek gehad, en dat vond
hij jammer. Ik vertelde dat hij nogal ernstige problemen had met z’n
partner, en dat hij erg uit z’n doen was. Peter zei daarop dat hij
snel eens een keer zou langs gaan om bij te praten. Ze kenden elkaar vanaf
de lagere school, dus ze wisten heel goed van elkaar hoe zij beiden in
het leven stonden.
‘Ik vind het echt vreselijk voor Arnold,’
zei Peter. ‘Hij heeft altijd met zoveel energie die kar getrokken,
ondanks de lethargie van zijn partners, innoverend, voorop lopend in de
branche. En hij was dedicated and honest to the core, en dat hij door
deze amorele, criminele, wanpresterende klaplopers op die achterbakse
manier behandeld wordt, dat zijn partners hem vóór het binnenlopen
van de haven overboord hebben gewerkt, is een vreselijke dreun, ook voor
jullie, nog afgezien van de zwendel met de boeken en de balans en de financiële
gevolgen voor hem persoonlijk. De smeerlappen. Ik geloof dat je de komende
tijd mild moet zijn met je vader, juist nu als jij wat minder aandacht
van hem krijgt dan je zou willen hebben, en dat je deze situatie niet
de toon moet laten zetten voor je eigen toekomst. Je moet je focussen
op je eigen leven, zonder egoïstisch te worden, blijven dromen Kees.
Heb je een idee hoe je verder wil met het artikel?’
‘Na de headline,’ zei ik, ‘die ik later altijd nog kan
aanpassen, wil ik in de intro beschrijven waardoor Dick de lucht in wilde.
Dat zal ik Zaterdag hopelijk horen. Het lijkt me het mooiste om, zoals
in het spel werd gespeeld in Zelig, om Dick Lindbergh te laten ontmoeten,
maar daar zie ik nu nog geen mogelijkheid toe. Maar speelt dit al lang,
met die partners van m’n vader?’ vroeg ik, ‘want gisteren
zei hij tegen m’n moeder ‘Daar gaan we weer!’ Ik kreeg
de indruk dat dit al heel lang aan de gang is.’
‘De
eerste keer was jij nog veel te jong om daar iets over gehoord te hebben.
Je zal een jaar of acht zijn geweest. Nu ik daar aan terug denk was dat
de generale repetitie voor wat er nu speelt. Het is ontstellend dat Arnold’s
oudste partner, die ik aanvankelijk leerde kennen als een vriendelijke
maar wel wat onnozele figuur, zich aan het eind van z’n neergaande
carrière heeft ontwikkeld tot een geraffineerde dief.’
Mijn vader zat afwezig naar het journaal te kijken toen ik thuis kwam,
hij was ver weg.
‘Ik
heb de foto’s meegenomen,’ zei ik, en haalde ze uit de envelop
en gaf me aan m’n vader. Hij bekeek ze aandachtig en keek van de
printen op en hij lachte naar me.
‘Voor
een imaginair vliegtuig ziet het er waarachtig echt uit als de authentieke
Spirit of St. Louis. Je hebt wel geluk gehad dat je die man hebt gevonden
en dat hij zo meewerkt. Ik begrijp ook best dat je hier zo mee bezig bent,
maar ik vertrouw er ook op dat je het tentamen niet achterstelt. Het is
werkelijk een fantastische scoop en die foto’s hebben een geweldige
impact, ze zien er ook prachtig uit, vooral dat zwart-wit maakt het vliegtuig
zo authentiek historisch zou ik zeggen. Laat me zien wat je er verder
mee gaat doen. Ik ben trots op je jongen! En dat juist nu terwijl na de
eerste vlucht van de Wright Brothers de luchtvaart honderd jaar bestaat.
Laat je ze ook straks aan mamma zien? Wanneer ga je weer naar Koedijk?’
‘Zaterdag,
als het redelijk weer is. Want als het regent is het wel een hele expeditie
op de scooter.’
‘Als
het regent kunnen we altijd nog kijken hoe we de auto kunnen inzetten,’ zei hij met een knipoog.
‘Dat
is soms verwend word weet ik heus wel te waarderen hoor!’
‘De
tijdfactor is nu ook van groot belang. Ik zal je straks een kleine taperecorder
geven waarmee je het gesprek met de piloot kunt opnemen. Daar zul je veel
plezier aan hebben. En anders is het eigenlijk niet te doen.’
‘Ik
had ze wel dubbel willen hebben,’ zei ik, ‘dan kon ik ze inlijsten.
Ik moet nu vlug verder met lezen en schrijven. Met m’n tentamen
lig ik mooi op schema.’
M’n
moeder was verbaasd en vol bewondering en noemde ze wereldfoto’s.
Zou ze het wel voor mogelijk hebben gehouden dat ik zulk werk zou kunnen
maken? Intussen zou ik er op de HEAO niet eerder goeie sier mee kunnen
maken tot er iets is gepubliceerd, en dan zou het ook vanzelf gaan. Ik
zou dat ook moeten vergeten.
‘Met
je studie ging het veel beter dan we ons hadden kunnen wensen,’
zei m’n vader, ‘maar je hebt nu ècht de spirit te pakken,
is het niet?’
|
- 1 - 39 -
|
Ik had tot kwart over twee liggen
lezen in het grote Spirit-boek en aantekeningen gemaakt en aangegeven
welke delen ik min of meer zou moeten overnemen, maar de volgende ochtend
was ik toch weer om half acht aan het ontbijt. M’n vader was niet
opgestaan. M’n moeder schonk thee in en gaf me een eitje. Ze was
stil en zag er zorgelijk uit. Toen ik vroeg of m’n vader thuis bleef
ging zij zitten, roerde een tijdje in haar thee en keek mij gevoelvol
aan.
‘Je
vader,’ zei ze, ‘zal er met jou niet veel over praten. Hij
is erg depressief. Die partners van hem kunnen dan zogezegd wel zakenmensen
zijn, maar eigenlijk zijn het criminelen met een voor de wet waterdichte
cover-up. Je begrijpt niet hoe ze er mee weg komen. En pappa zit in een
diepe depressie.’
Even
dacht ik er over om over de situatie van m’n vader met m’n
moeder te praten die ochtend, en zeker op een ander moment met m’n
vader, want ik had meer vragen had dan ik kon stellen, maar m’n
moeder was me voor.
‘Zit
er maar niet zo over in,’ zei ze. ‘Iedereen doet wat ie kan.
Pappa zit erg in de put, maar wij kunnen hem daar niet uit halen, maar
hij heeft wel veel plezier in wat jij aan het doen bent.’
Ik
ging naar de bibliotheek om nog wat aan m’n werkstuk te werken,
waarna ik een afspraak had met m’n mentor. Tegen drieën was
ik thuis en kon ik weer verder aan m’n Spiritstuk, lezen en schrijven.
Het was al Woensdagmiddag.
In zijn voorkeursstoel trof ik mijn vader die naar een vioolconcert van
Grieg zat te luisteren, in tranen. Hij zette de muziek zachter zodat dat
er alle gelegenheid was voor een gesprek.
‘Hoe
gaat het Kees?’
‘Ik
denk steeds aan u,’ zei ik, ‘en ik wil er over praten, maar
aan de andere kant ook niet, omdat ik m’n hoofd wil houden bij waar
ik mee bezig ben.’
‘Ja,
ik zie het, en ik begrijp het kerel, maar het is goed dat je het zegt.’
M’n
vader pakte m’n hand, en het was goed dat hij dat deed. Ik kneep
even in de zijne en probeerde te formuleren waar ik de laatste tijd aan
had lopen denken.
‘Leef
bij de dag, carpe diem, zeg je wel eens, maar uit wat er nu gebeurd is
met je partners leer je toch weer dat je alles van te voren goed moet
plannen, en als dat voor je gevoel niet goed is gedaan, dat je dan toch
door moet gaan tot alles goed geregeld is.’
‘Daarvan
leer je dat je niet moet leven met kalenderwijsheden,’ zei hij,
‘zoals ‘Tel je zegeningen,’ die tellen en dan verder
niet naar de knelpunten kijken. Ik had zo’n partner die als hij
genoeg zegeningen had geteld nergens over wilde praten. Hij gebruikte
die zogenaamde wijsheid als een dooddoener, als een wapen in een onuitgesproken
maar achterbaks, laaghartig gevecht. En nou zit ik er mee. Het is goed
als je steeds blijft doordenken aan waar je mee bezig bent. Dat werkstuk
voor je tentamen, dat moet je schrijven, maar je leert er ook van. En
dat verhaal over de Spirit, dat heeft denk ik een inspirerend effect op
eigen leven, maar je krijgt ook op een intense manier een kijkje in het
leven van die ex-agrariër en zijn aantrekkelijke boerendochter.’
‘Nu
heb je het langs deze omweg toch voor elkaar dat je Brechtje ter sprake
hebt gebracht! Heb je opdracht van mamma gehad om een gesprek van man
tot man te hebben? Dit is een prachtige demonstratie van afstandsbediening.
Maar nu ga ik naar m’n kamer.’
Het was een grapje van hem. En ook van mij.
Long Island... Ik bladerde eindeloos steeds opnieuw in het boek van Cassagneres
en kon me niet concentreren, bleef steeds weer andere foto’s bestuderen,
en de onderschriften lezen die in het kort het verhaal vertelden. Long
Island is waar Dick z’n motor had gevonden, en waar vandaan Lindbergh
was opgestegen, van het Roosevelt Field. Hoe zou een echte feature writer
zo’n klus aanpakken? Het antwoord kon ik wel bedenken; colaatje
pakken, vanaf het begin gaan lezen, en me niet laten verleiden om steeds
opnieuw in het boek te gaan zappen. Ik moest terug naar het begin.
|
- 1 - 40 -
|
Die Donderdag was een vreemde dag,
zoals alle afgelopen dagen eigenlijk vreemde dagen waren geweest. Heel
vroeg, toen ik nog alleen op was, at ik een paar boterhammen, dronk een
kop thee, kleedde me aan alsof ik naar m’n werk ging, en ik begon
ook aan m’n werk, ging niet op m’n bed liggen lezen, maar
ging aan tafel zitten lezen, alsof in de bibliotheek, blocnote met fineliner
er bovenop voor de aantekeningen. De computer stond idle te wachten totdat
ik eventueel wat zou willen vragen aan Google, of stukken tekst zou willen
intikken. Zaterdag zou ik Brechtje zien. Hoe zou ze het vinden als ze
mij zo zou zien zitten? Zou ze me wel zien zitten, of staan. Als verwende
student in de grote stad? Op dat moment zou het licht over de weilanden
vanuit het Oosten de dag invullen. Ik hoorde duidelijk gehinnik van de
paarden in de stal. Of was het gegrinnik, van Brechtje? Alsof ik niet
wist dat er dauw op het gras kon liggen, of damp boven het water van de
sloten en dat er pareltjes op de grassprieten zaten. De dag begon anders
in de stad, dat was waar, maar daarom hoefde ik nog niet cool ver van
het leven te staan. Ik moest een foto van haar maken, en dan niet in zwart-wit,
zodat ik nu haar lichtblauwe ogen kon zien, uitkijkend over het land of
naar de duinen in de verte, naar het eerste zonlicht op het helmgras op
de topjes.
Na een tijdje was m’n moeder op. Ze klopte en kwam binnen en kwam
naast me staan.
‘Onze
redacteur,’ zei ze, en ze legde een hand op m’n schouder.
‘Ik denk dat je vader een beetje jaloers is, dat je zo geïnvolveerd
bezig bent.’
Hoe
zou Brechtje later omgaan met haar kinderen?
M’n
moeder had twee beschuiten voor me gemaakt.
‘Ik
was wat laat, en ik wist niet of je gegeten had. Oh, je hebt al thee.
Heb je al gegeten? Dan zijn deze voor de lekkerte.’
Met jam en met hagel. Zo doen we dat hier in de stad Brecht.
Mijn opa had nooit gevlogen, maar hij zou wel alles geweten hebben over
Lindbergh, en over de Uiver. Stonden de mensen in de stad verder van het
leven of zaten zij er juist meer midden in? M’n opa wist veel, misschien
wel omdat hij altijd in het Handelsblad zat te lezen. Was hij nou boerenslim
op z’n steeds, of was streetwise toch iets anders? En waren er andere
vogels in de stad dan op het platte land?
Op een boekenkastje in de zijsuite in het huis van m’n grootouders
stond een vliegtuig, de Uiver, ik zag het zó voor me, een foto
die op triplex was geplakt en uitgezaagd met een figuurzaag, met een steuntje
erachter, ik zag het zó voor me, en ik zag opeens die lijn in de
familie waarvan ik niets wist tot op dat moment. M’n opa kende ik
als bijzonder onhandig, niets anders ondernam dan werk mee naar huis nemen
van de zaak waar hij werkte of anders alleen maar de krant zat te lezen.
Maar op Zondagen maakte hij in z’n eentje fietstochten totdat hij
niet meer kon fietsen en in een rolstoel zat waar hij zelf niet mee rolde.
Waar kwam die interesse in de luchtvaart vandaan, waar ik nooit iets over
gehoord had? Misschien vond hij ook alleen maar die éne vliegtocht
naar Sydney spannend. Misschien was hij in stilte wel een avonturier.
Misschien had hij wel weg willen vliegen en kon hij dat niet meer nadat
hij verloofd was met het keurige lieve meisje dat in een heel nette damesmodezaak
werkte toen hij haar voor het eerst ontmoette.
Gerrit
de Vogel, mijn opa, was een stille man geweest, maar als hij Zondags om
vijf uur met het eten thuis kwam, had mijn vader verteld, deed hij uitgebreid
verslag van wat hij gezien had, onderweg naar Ransdorp, naar Muiderberg,
naar Vinkeveen, naar Nederhorst den Berg.
Ik
moest verder met lezen, maar steeds dacht ik aan m’n opa en m’n
vader. Mijn vader vertelde veel, over z’n opa, over de grappen die
hij had uitgehaald, de practical jokes, maar niet over wat hij in de oorlog
had meegemaakt.
|
- 1 - 41 -
|
Procrestination, daar scheen ik wel aan te lijden,
me niet concentreren op wat ik het eerste doen moet, lezen en aantekeningen
maken, stukken vertalen, m’n eigen verhaal schrijven. In plaats
daarvan zap ik nog even naar de website van Jan-Edward en kwam daar een
‘posting’ tegen van een stuk over fotomanipulatie in de media,
dat scherp aansloot op stellingen en nieuws over dat onderwerp dat ik
nog maar kortgeleden ook op internet tegen kwam; nu over een stuk dat
in de Volkskrant stond over Erik Terlouw, de scheidend art director van
dagblad Trouw, de plank mis sloeg waar het om fotografie ging:
Bij
het toepassen van foto's ging zijn voorkeur uit naar associatieve en sfeerrijke
beelden die hij naar eigen toezicht manipuleerde. Terlouw: ‘Dan
raak je aan de heilige kerk van de fotografie. In Engeland en Amerika
is foto-editing een normale zaak, maar hier mag nog geen snippertje van
een foto worden afgehaald. Alsof het een schilderij betreft; het lijkt
wel een soort vakbondsterreur.’
En
zo gaat deze egotripper nog even door: ‘Beeld moet aangesneden kunnen
worden. (...) Ik wens de regie te voeren (...) Ik fotografeer al mijn
hele leven. Ik kan goed kijken.’
Kortom:
hij maakt de foto's liever zelf, en beter, naar zijn onbescheiden mening.
Maar
hij kletst uit zijn nek. In Engelse en bovenal Amerikaanse journalistieke
media is het knoeien in en aan foto's volstrekt uit den boze. Over een
foto van een verdachte (O.J. Simpson) die een tintje donkerder wordt gemaakt
ontstaat al een enorme rel. Een fotojournalist die een persoon de aanwijzing
geeft zijn hand iets hoger te houden voor een foto wordt op staande voet
ontslagen. Om over het knippen in foto’s nog maar te zwijgen.
Helaas
zijn er veel beeldredacteuren in Nederland die een loopje nemen met de
realiteit en het werk van fotografen boven wie zij zich klaarblijkelijk
ver verheven voelen. Deze art directors zien zichzelf als kunstenaars,
die naar hartelust in foto’s mogen figuurzagen omdat ze het zelf
allemaal beter weten en kunnen dan de fotografen, die ze als minderwaardige
loopjongens beschouwen. Afgezien natuurlijk van die paar fotografen die
zelf al knoeien in hun foto's, voor hen wordt de loftrompet gestoken.
(Lees in dit verband ook het interview van enige tijd terug in Focus,
waarin ANP-chef Leo Blom zich lyrisch uitlaat over het ‘talent’
van Robin Utrecht.)
Ook
de prestigieuze World Press Photo-competitie ontkomt niet aan de terreur
van de art directors, die een foto niet beoordelen op fotografische kwaliteit,
maar op de twijfelachtige aanleiding die zij in een beeld zien om er een
pretentieus lulverhaal aan op te hangen, waarbij de foto waar het om ging
al snel uit het oog verloren wordt. Men
wil ‘iconen’ zien, ‘bijbelse taferelen’ liefst.
Het
wordt hoog tijd voor een grote voorjaarsschoonmaak in de Nederlandse fotografie
en de jury van World Press Photo. Weg met de zelfbenoemde kunstzinnige
kletsmajoors, en de plaatsen opvullen met doorgewinterde fotojournalisten
die wél enig besef hebben van goede fotografie en journalistieke
ethiek.
Zeg eens, Kees de Vogel, zouden we nu eindelijk
niet eens aan de slag gaan? Dat hoorde ik mezelf vragen, even voordat
mijn moeder binnen kwam, die zou van achter de deur nooit zoiets tegen
me zou zeggen. Ik moest mezelf onder handen nemen. Ze bracht me koffie
en een Bastogne-koek die ik wel gebruiken kon, want het harde werken had
me hongerig gemaakt. Nu was ik er klaar voor en begon ik fris opnieuw.
Maar er kwam een email met een foto binnen van Peter. Een nieuwe opname
van de Mars Spirit. Ik maakte er een print van en hing hem op, een klein
intermezzo.

|
- 1 - 42 -
|
Al zappend in het boek was ik begonnen
te zien dat er voor mijn artikel verschillende aanvliegroutes mogelijk
waren. Na een gedachtewisseling met mijn vader hierover had ik de volgende
invalshoeken bedacht: A. De uitdaging en de prijs die was uitgeloofd door
meneer Raymond Orteig, een Franse schaapherder uit de Pyreneeën die
emigreerde naar Amerika, die in New York twee grote hotels runde en die
op een bevlogen manier gefascineerd was door landverhuizingen, en als
het kon misschien wel indien nodig sneller dan met de boot naar Frankrijk
terug zou willen kunnen; B. Het verloop van de carrière van de
postvliegtuigpiloot Lindbergh met als hoogtepunt de geslaagde oversteek;
C. De technische prestatie, en de stunt van de bouw in een onmogelijk
korte tijd, waarvoor veel documentatiemateriaal beschikbaar was, met in
de spiegel de ambities van Dick van Waaien en de bouw van zijn Spirit;
D. Zen en de Kunst Van Het Vliegen Over Lange Afstanden; E. Het succesverhaal,
een Succes-agenda verhaal, of zeg anders maar Readers Digest verhaal,
over individueel doorzettingsvermogen; F. De mijlpaal in de ontwikkeling
van de internationale luchtvaart; G. Koedijk in dit perspectief als de
twin city van St. Louis, met luchtfoto’s van de weilanden van Dick,
het Noord-Hollands Kanaal, de duinen en Alkmaar.
We
hadden de 100-jarige herdenking gehad. Zo’n zelfde herdenking van
de vlucht van Lindbergh zou pas worden gehouden in 2027, dus moest ik
die mogelijkheden vergeten. Voor opname in de internationale editie van
de National Geographic zouden luchtfoto’s van de platte groene weilanden
voor de internationale lezers wel erg aantrekkelijk zijn.
Ik had nog geen letter geschreven, maar als ik een keuze had gemaakt wist
ik hoe ik het interview zou moeten inkleden. Dan kon ik meteen kijken
of er een goeie plek was bij het huis van Van Waaien voor de replica van
de krat waarin de Spirit werd terug vervoerd van Frankrijk naar Amerika.
Ik
wist heus wel dat ik de gedachte meteen uit m’n hoofd moest bannen,
maar toen ik die krat in het boek zag dacht ik meteen aan een huisje voor
Brechtje en mij. Dat zou dan een prachtig, bescheiden woonkeet kunnen
worden, om in samen te wonen, of anders een kantoortje van waar uit ik
rondvluchten zou kunnen organiseren. Allemaal onzin, maar toch een onwijs
gave gedachte, die ik Zaterdag zeker niet moest laten vallen, zeker niet
over moest praten.
Ik
wist het niet zeker, maar ik dacht dat de bouw van de Spirit door die
Nederlandse veeboer een goeie verhaallijn zou kunnen zijn, de droom van
die boer, en het technische avontuur, het voorbeeld van doorzettingsvermogen
en de hulp die hij kreeg in Oshkosh en misschien ook de vermelding van
de replica’s die er nog meer waren gebouwd. Dan zou ik het boek
intussen verder lezen en met een gele marker de passages markeren die
van belang waren en met die bagage Zaterdag naar Dick gaan om door hem
weer alles ondersteboven te laten gooien. Ik had de hele Vrijdag nog.
Dan had ik niks uitgesteld maar heel praktisch hard gewerkt, dacht ik,
en ik dacht ook aan wat Brechtje die dag zou doen, en hoe ze er Zaterdag
uit zou zien, en of ze naar me zou lachen.
|
- 1 - 43 -
|
Het werd Vrijdag zoals het gisteren Donderdag werd,
zelfde weer. Ik was vroeg en ontbeet met m’n moeder, terwijl m’n
vader nog niet op was.
‘Hoe
gaat het met je project, met het vliegtuig?’vroeg ze.
‘Het
krijgt vorm,’ zei ik. ‘maar alleen nog in m’n hoofd. Ik
heb een idee hoe ik het moet aanpakken. Vandaag ga ik verder inlezen, zoals
Peter dat noemt, en zal ik misschien al een aanzet maken van de tekst. Het
is heel spannend om te ervaren dat nog zonder dat ik iets geschreven heb
het steeds duidelijker begint te worden hoe het geschreven zou moeten worden,
of kunnen worden. Morgen het ik het interview met Van Waaien, de piloot,
en daar hangt toch ook veel van af welke kant het zou kunnen op gaan.’
‘En
dan zie je Brechtje natuurlijk ook,’ zei ze, een beetje plagerig!
‘Màaaám,
hou nou toch op mam, waarom zou ik me er op moeten verheugen om dat boerenmeisje
te zien?’
‘Die
leuke stem zegt toch aardig veel. Ze zal wel een heel goed meiske zijn.
Dat is toch geen bemoeizucht van mij, maar gewoon een poging tot een gezellig
ontbijtgesprekje. Is ze blond, of is ze al grijs?’
‘Ze
is muisgrijs en rond de eenenzestig, maar wel aardig.’
‘Sweet
sixteen,’ zei ze en ze bleef me glimlachend aankijken, een beetje
vragend. ‘Je denk dat ik een grapje maak, maar ik weet toevallig dat
die mensen daar heel goeie lui zijn, let op mijn woorden!’
Na het voorwoord van de schrijver, Ev Cassagneres, en een
inleiding over Raymond Orteig, de hotelman die de prijs uitloofde, van de
Breevoort en de Lafayette, werd er nogal wat aandacht gegeven aan een zekere
Eddie Rickenbackerm een coureur, die in de oorlog een bekende ‘air
ace’ werd boven Frankrijk. Hij inspireerde Orteig om zijn verheven
gevoelens van loyaliteit voor met zowel Amerika en zijn oude vaderland te
manifesteren, of zeg maar te vieren met het instellen van de prijs van 25.000
toenmalige dollars als beloning voor de eerste aviateur die met een zwaarder
dan lucht wegende vliegmachine de Atlantische Oceaan zou oversteken van
Parijs of de kust van Frankrijk naar New York, of van New York zonder tussenlanding
naar Parijs of de kust van Frankrijk. Een maand na het bekendmaken van de
prijs werd er een succesvolle non-stop oversteek gemaakt van Newfoudland
naar Ierland in een bommenwerper, waarvoor de aviateurs Alcock en Brown
50,000 dollar incasseerden. Maar Orteig vond een vlucht van New York naar
Parijs chiquer.
De technologie om zo’n oversteek te maken zou pas
acht jaar later beschikbaar zijn, nadat Orteig de prijs had bekend gemaakt.
Achteraf maakte dat de poging helemaal fantastisch, vermetel vond mijn vader
later een beter woord. Maar dit laat ik nu even staan.
Toen
werd aangekondigd dat er een poging gedaan door een zekere René Fonck,
ook een air ace, met 75 overwinningen in luchtgevechten op zijn naam, in
een viermotorig vliegtuig dat gebouwd zou worden door de bekende Russische
vliegtuigconstructeur Igor Sikorsky. En er werden door in totaal 101vliegers
pogingen gedaan om over de oceaan te vliegen, maar vanzelfsprekend ga ik
van hun geen melding maken, omdat ik niet van plan was een geschiedenisboek
te schrijven, maar over eerste succesvolle overtocht van de piloot die uiteindelijk
de grote historie zou maken, de postbode uit Little Falls, Minnesota met
een vliegtuig dat gebouwd zou worden door een vliegtuigbouwer die zijn bedrijf
had gevestigd in een voormalige visconservenfabriek in Zuid Californië.
Vanaf dat moment was de race pas goed begonnen.
|
- 1 - 44 -
|
Om half elf kwam m’n vader
met koffie en zette een cd op, honky-tonk.
‘Midden
twintiger jaren,’ zei hij, ‘de sfeer van die tijd. Ik hoop
dat het de toon zet.’
Hij
keek in de boeken en naar de tekst op het scherm.
‘Tom
was hier gek op,’ zei hij, ‘Hij speelde zelf in een band.
Als we in zijn 356 onderweg waren naar Zestienhoven speelde hij dit altijd.
Een bandje. Later heb ik deze cd gekocht.’
Tom
was tegen een berg gevlogen. M’n vader was daar toen erg door geschokt.
Door de binnenkomst van Tom, terwijl ik midden in m’n verhaal zat,
werd opeens alles anders. Het was vast wel goed bedoeld, als een bijdrage.
Maar abrupt was er de zwarte kant aan al die recordpogingen die mislukt
waren, de achterkant van de romantische maan, waar alle wrakken lagen.
‘Sla
die maar over,’ zei hij, wijzend op de vliegtuigen waarvan er wel
een groot deel in de golven verdwenen zullen zijn. ‘Dat is de macabere
kant van de vooruitgang. Dat kan je even noemen, maar het is niet opbeurend
en inspirerend om te lezen. Elke poging is een boek.’
‘Ja,
daar heb je gelijk in. Ik zal de tekst niet meer dan skimmen. Trouwens,
ik ben al verder, bij de man Lindbergh.’
‘Ik
hoorde dat je me tutoyeerde,’ zei m’n vader quasi verontwaardigd.
‘We zijn een keurig gezin, maar daar zit het ook niet in. Het is
eigenlijk een idiosyncrasie om je ouders in deze tijd nog zo ouderwets
deftig aan te spreken. Sinds wanneer doe je dat?’
‘Sinds
ik op eigen vleugels vlieg. Maar daar zul jij wel meer over weten, over
zelf vliegen.’
‘Sinds
Tom dood is ben ik zwaarder dan lucht geworden. Ik heb me wat afzijdig
gehouden, zodat u zich beter op uw project kunt concentreren. Ik vind
wel fantastisch wat je aan het doen bent.’
‘Pa,
je bent nu echt volwassen geworden!’
‘Over
het vliegen zeg ik niks meer, want dat kan je alleen maar van je apropos
brengen. Het is het mooiste, lijkt me, als je helemaal in dat verhaal
blijft zitten. Misschien wilde ik overigens alleen maar m’n naam
waar maken.’
‘Arnold?’
‘Ja
meneer de Vogel, een diepgewortelde drijfveer. En het schijnt dat jij
die geërfd hebt. Ik zeg even niks meer hierover.’
Hij
sloeg een arm om me heen, die pa, en zonder verder iets te zeggen liep
hij m’n kamer uit. Dit was voor hem een recordvlucht geweest. Een
tijdje later kwam m’n moeder zeggen dat ze naar een vriendin ging
en dat m’n pa met de lunch vader niet thuis zou zijn. Hetty zat
op school. De schrijver zat alleen in zijn honky-tonk kamer. Ik zette
de muziek wat zachter. Nou wist ik het wel. In de foto’s zag ik
nu filmbeelden, Elliot Ness, zwart-witte oude films, die m’n vader
wel eens huurde. Van die krantenmagnaat op z’n kasteel aan de Westkust,
Citizen Kane. Een icoon, had m’n vader gezegd, in de filmhistorie.
Inlezen... Ik las over de carrière van Lindbergh, die Slim werd
genoemd door zijn collega-vliegers, omdat ie zo lang en mager was. Wat
mij bezig hield was de vraag hoe Slim er toe kwam om de eerste te willen
zijn om over de oceaan te vliegen.
Na
een periode van barn storming, zwerven door de lucht en landen bij een
boerenschuur, waar hij bietste om ‘bite to eat’ en een plaatsje
in het hooi, reageerde Slim op een advertentie van de posterijen die voor
verschillende routes vliegers zocht. Hij reageerde en sloot een contract
voor de lijn St. Louis naar Chicago en terug. Waarover hij daar in zijn
open cockpit zat te dromen kon ik nergens vinden. Ook kon ik niks vinden
over hoe het contact was met zijn collega’s, de gesprekken die zij
hadden, waar ze elkaar toe aanspoorden. En daar ging het mij nou juist
om. Was het een stelletje opscheppers en uitdagers? Wel las ik over de
moed die in de familie heerste, maar wat is nou moed, de neiging om ergens
zonder een spier te vertrekken in te springen? Slim’s vader had
Vikingenbloed, van die mannen die met zeilkano’s met drakenkoppen
vanuit Scandinavië de oceaan overstaken. Slim’s opa was Ola
Mansson, lid van de regering van Zweden. Vandaar dat Lindbergh van huis
uit niet alleen een avonturier maar ook een persoonlijkheid van niveau.
Nu ik dit had gelezen begreep ik dat zijn keuze om luchtpostbode te worden
alleen maar gold als een aanloop naar iets belangrijkers. Als je wist
hoe zo’n levensloop verliep was die opeens niet zo romantisch mysterieus
meer, maar een genetisch gestuurde obsessie. Wat zou Dick van Waaien de
lucht in hebben getrokken? Zat dat ook in Brechtje d’r bloed?
In September 1926, en nou kwam het, maakte Slim met een ouwe dumpkist
uit de eerste wereldoorlog weer eens een nachtvlucht van St. Louis naar
Chicago toen hij voor het eerst serieus begon te denken over hoe het zou
zijn als hij niet naar Chicago zou vliegen maar naar Parijs, zoals mijn
vader wel eens hardop droomde wanneer we naar Den Bosch onderweg waren
en alles plezierig was; zullen we doorrijden naar Parijs?
|
- 1 - 45 -
|
Na vieren kwam Hetty thuis, en nadat ze had geroepen
of er iemand thuis was naar mijn kamer.
‘Wil
je nu journalist worden en geen Vespa-coureur meer?’ vroeg ze.
‘Als
ik klaar ben met m’n studie,’ zei ik, ‘begin ik mijn
carrière als krantenjongen of postbode, deze beroepen zijn in de
historie gebleken de meest veelbelovende springplanken te zijn voor een
succesvolle maatschappelijke toekomst. En jij?’
‘Ik
mik op een liefdesrelatie met een directielid bij Ahold,’ zei ze,
‘en een boerderij dicht bij het strand van Noord-Holland. Mag ik
mee morgen? Dan ga ik heel zoet met Brechtje met de poppen spelen.’
‘Het,
maak het me niet zo moeilijk, ik probeer heel professioneel een interview
met de piloot te maken, maar als jij mee komt wordt het een uitje, wat
het zeker niet mag worden. Trouwens, schrap die liefde maar uit die droomrelatie
van je, want het gaat dat soort mannen om iets heel anders in het leven.
Now, if you’ll excuse me, ik moet weer verder.’
‘Oh,
oh, ik zal je niet verder storen in het creatieve proces!’ zei ze,
en ze ging weer. Maar na twee minuten was ze weer terug, met een colaatje,
zeggende: ‘Ik geef je de tijd om je te bedenken.’
Op die avond in September, toen de zon onderging in het Westen, begon
het plan te dagen om die onmogelijke vlucht te maken. Stel, dacht hij,
dat ik in de lucht kon blijven en dat ik door kon vliegen naar het Oosten
en dat ik voldoende benzine zou kunnen meenemen om lang genoeg door te
kunnen vliegen. Hoeveel benzine zou een vliegtuig kunnen vervoeren? Hij
begon afwegingen te maken en filosofeerde over de toekomst van de luchtvaart
en hij dacht erover hoe hij de zakenwereld van hun belang zou kunnen overtuigen
om snel te vervoeren tussen St. Louis en Chicago, en tussen New York en
St. Louis, en zelfs tussen New York en Parijs. Lindbergh begon zich voor
te stellen dat om zoiets te financieren de fantasie van wereldreizigers
die de boot namen geprikkeld moesten worden door een onmogelijke vlucht
die de wereld een fabelachtig perspectief zou bieden, non-stop van New
York naar Parijs. Wat zal Van Waaien allemaal gedroomd hebben toen hij
nog veeboer was, en niet eens postbode? Ik las verder over de aanloop van Slim over de Plas, allemaal heel boeiend,
maar ik zou van al die wetenschap waarschijnlijk niets gebruiken, en toch
moest ik het lezen, zoals ik ook zoveel moest lezen voor m’n studie
dat ook overbodig leek. Maar had m’n vader gezegd, als je over tien
jaar tegen een situatie oploopt waarover je al eens hebt gelezen, dan kan
dat diepte geven aan je beoordeling.
‘Hoe
gaat het met je verhaal?’ vroeg m’n vader na het eten.
Ik
vertelde dat ik nog weinig geschreven had maar dat ik alleen al het relaas
over de aanloop machtig interessant vond.
‘Dat
is nou desk research, een vaag begrip, maar aan je slaap kun je merken dat
het echt werk is. Ik stel voor dat ik je morgen naar Koedijk breng en dat
ik je ophaal als je me belt. Ik ben dan intussen bij Jan. Het is nog heel
fris, dus waarom zou je niet kiezen voor comfortabel.’
‘Mag
ik dan mee?’ vroeg Hetty.
Kreeg
ze toch haar zin.
|
- 1 - 46 -
|
Ik vertelde over wat ik tot nu toe
over Lindbergh gelezen had.
‘De
opa van Lindbergh heette Ola Mansson en was een Zweed die lid was van
het parlement, waardoor Lindbergh een goede afkomst heeft. Daarnaast werkte
hij ook bij de Bank van Zweden. Toen hij verdacht werd van illegale praktijken
is hij toch gemigreerd naar Amerika, hoewel hij van zijn aanklacht werd
vrijgesproken. Nadat in Zweden het achtervoegsel son voor de zoon kwam
te vervallen noemde jij zichzelf Lindbergh. De Lindberghs vestigden zich
als een boerenfamilie in Minnesota, in een merengebied dat erg op Zweden
leek. Ola die zichzelf in z’n nieuwe land August noemde en z’n
vrouw Louisa die zich nu Louise noemde, kregen een zoon die zij Charles
noemden, die later les in chemie gaf op de high school. In 1902 kreeg
die een zoon die Charles werd genoemd met een tweede naam Augustus, die
in de wandeling formeel werd afgekort tot A. Charles A. Lindbergh. Het
waren dus boeren, net zoals Dick van Waaien. De vader van Charles was
lid van het Congres. De familie kwam daardoor geregeld in Londen en Parijs,
maar met de boot uiteraard. Dus boeren en mensen van de wereld, en dan
met Vikingenbloed, dat was de achtergrond van Charles. Het liefst wilde
Charles luchtvaarttechniek studeren, maar hij haalde het toelatingsexamen
niet. Via een opleiding lukte het niet om de lucht in te komen, maar hij
probeerde een andere route.’
‘Heb
je dit allemaal ook geschreven?’ vroeg Hetty.
‘Nee,
ik vind dit wel heel boeiend, maar ik zal dat allemaal moeten indikken
tot een alinea,’ zei ik. ‘Kijk, dat boek is al geschreven.
En het gaat hier om Dick van Waaien. Vind je het vervelend?’
‘Nee
ik vind het juist heel knap. Misschien wist Van Waaien het, dat Lindbergh
uit een boerenfamilie kwam.’
‘Nee
eigenlijk speelt dat helemaal geen rol,’ zei ik, ‘Zijn vader
was diplomaat, hij was net zo min een boer als wij doodgravers zijn.’
‘Hoe
zo, wat nóu weer?’
‘Onze
opa’s vader was doodgraver, of althans een kleine begrafenisondernemer,
of kraai zoals die mensen genoemd werden. Charles reed motor en wilde
vliegen en leerde vliegen bij de Nebraska Aircraft Corporation, en toen
wist hij zeker dat hij van de lucht wilde leven. De eerste tijd werkte
hij als een barnstormer en ook als wing-walker, in een groepje dat kermissen
af ging en shows gaf en mensen meenamen op rondvluchten. In 1923 kocht
hij zijn eerste, eigen vliegtuig, een occasion, in de lente van 1923 vloog
hij daarin voor het eerst solo. Er zijn allerlei interessante kleine anekdotes
die ik allemaal niet zal kunnen verwerken, zoals de vrouwelijke arts die
hij rondvloog in een tijd dat het water in de Wisconsin River zo hoog
stond dat zij niet aan de andere kant kon komen. Zulke avontuurtjes. Maar
ik ga weer verder met lezen, zodat ik nog wat meer weet wanneer ik morgen
onze eigen Lindbergh ga interviewen.’
‘Weet
je het zeker?’ vroeg ik m’n vader, ‘Kwart voor tien
lijkt me vroeg genoeg.’
Het
leek wel een voordracht van een kenner, terwijl ik alleen maar had verteld
wat ik gelezen had.
|
- 1 - 47 -
|
Die Zaterdagochtend bleek het kouder dan verwacht. De week ervoor was
het ook later geweest dat ik wegreed en over het algemeen minder fris,
en er stond toen minder wind. Hoewel ik de stoere journalist had willen
zijn, die door weer en wind achter zijn verhaal aan ging, was het toch
behaaglijk comfortabel om gereden te worden. Het was inmiddels een familie-editie
geworden, want m’n moeder ging ook mee. Ik had ook duidelijk gezegd
dat ik niet de indruk wilde wekken dat haar zoontje het niet alleen
kon organiseren, zodat ze begrijpend beloofde dat ik bij het hek zou
worden afgezet, en Hetty beloofde dat ze niet door het hek zou glippen
naar Brechtje in de paardenstal. Ze zouden doorrijden naar Jan en Loes
die m’n moeder al gebeld bleek te hebben.
Ik
had tot over enen zitten lezen, en wist nu voldoende voor een gesprek
met Dick over Slim, en ik begon ook meer te begrijpen van zijn drang
om de lucht in te gaan. Ik was niet vergeten de taperecorder waarmee
ik het gesprek zou opnemen.
‘Weet
je nou alles over de echte Spirit?’ vroeg Hetty over mijn stoel
naar voren leunend. ‘Weet je nou voldoende voor het gesprek? Ik
ben benieuwd wat de piloot van de foto’s zal vinden.’
‘Ik
heb over de vliegtochten gelezen die Lindbergh met z’n vader maakte
tijdens zijn campagne voor z’n herverkiezing voor het congres
en folders met politieke programma’s uit het vliegtuig dropte.
Daarna ging hij weer door met z’n barnstorming. Inmiddels zal
hij wel verdomd gaaf hebben leren vliegen. Wat een leven moet die man
gehad hebben! Als Army Cadet volgde hij een opleiding in een ultra snelle
tweedekker bij een luchtmacht training school en deed mee aan air races
in de buurt van St. Louis. Dat was in 1924. In die opleiding werd hij
getraind in precisie in navigatie en formatievliegen onder alle omstandigheden.’
Ik
vertelde dit niet alleen aan Hetty, maar m’n vader en moeder mochten
het ook horen. Ze zullen wel gedacht hebben dat ik ten opzichte van
m’n studie te ver was gegaan in m’n interesse.
‘Na
het halen van het diploma volgde Lindbergh voortgezette opleiding op
Kelly Field in San Antonio, in steeds snellere vliegtuigen. Na die opleiding
ging hij weer naar St. Louis waar hij een vliegtuig kocht waarmee hij
ging vliegen. Na een tijdje barnstormen reageerde hij op een advertentie
van de PTT – of heb ik dat al verteld? – en kreeg een contract
voor een route tussen St. Louis en Chicago. Of had ik dat al verteld?’
‘Dat
je dat allemaal kunt onthouden!’ zei Hetty.
‘D’r
is nog meer,’ zei ik, ‘maar dat zit in m’n achterhoofd.’
|
| - 1 - 48 -
|
‘Wat gebeurde er allemaal
op die tocht?’ vroeg m’n vader. ‘Was het niet een soort
reis naar de maan?’
‘Lindbergh,
zo zie ik hem op die tocht,’ zei ik, ‘vloog de toekomst tegemoet.
Volgens mij zou die tocht heel anders geweest zijn als die gemaakt was
van Europa naar Amerika. In het Oosten gaat de zon op. Amerika was het
avondland, hoewel dat gezien werd als het land van de toekomst. Ik heb
nu wel gelezen wat er allemaal gebeurd is onderweg, maar dat is het beeld
dat ik er van gekregen heb, een onmogelijke reis naar de bakermat.’
‘Eerlijk
gezegd,’ zei hij, ‘ voel ik me ook als op zo’n vlucht,
alleen weet ik niet welke kant op. Ik besef me dat ik je niet ongerust
zou mogen maken, maar als ik helemaal niets zeg heerst er zo’n stilte.
Dan zou je misschien de indruk kunnen hebben dat ik niet meer weet wat
ik aan het doen ben, dat ik in een wolk van lethargie terecht ben gekomen.
Ik ben toch wel min of meer mijn richtinggevoel kwijt. Je zou kunnen zeggen
dat ik nu op m’n automatische piloot vlieg. Ja, dat is het. Nee,
vergeet dit maar alsjeblieft. Ik ben heel geïnteresseerd in wat je
kunt vertellen over wat er op die tocht gebeurde.’
Was
het de metafoor die m’n vader bezig hield? Was zijn koers een hyperbool?
Van dat thuis zitten broeien leek hij toch ook niet helderder te worden.
‘Ik
heb gelezen wat er over geschreven is, maar ik begrijp nu dat je er nooit
achter kunt komen wat Lindbergh allemaal gedacht heeft.
Op de afgesproken tijd aangekomen bij de boerderij gaf m’n vader
een signaaltje met de claxon. Met een allerhartelijkste glimlach kwam
Brechtje naar het hek lopen, gevolgd door haar moeder en de hond.
‘Kom
binnen, rij verder,’ zei die. ‘Even een bakkie doen!’
M’n
moeder verexcuseerde zich, zich verontschuldigend naar mij kijkend. Met
een knikje liet ik haar weten dat ik me gewonnen gaf.
Brechtje liep voor de rest uit met me naar het huis.
‘Hoe
gaat het?’ vroeg ze. ‘Heb je al wat aan je verhaal geschreven?
En heb je in boeken nog iets over de oorspronkelijke Spirit kunnen vinden?’
‘Het
enige echte in dit verhaal ben jij,’ zei ik, en ik had meteen spijt
dat ik het gezegd had en met een voelbare blos liep achter haar het huis
in. Ze droeg paardrijlaarzen, mooie benen in een spannend strakke broek.
Ze was heel onecht, sprookjesachtig mooi, zo elegant bewegelijk. Ze draaide
zich om, lachend.
‘Paardepoep
kun je in verhalen niet ruiken’ zei ze, ‘maar in het echt
is het ook niet hinderlijk, je went eraan.’
|
- 1 - 49 -
|
Koffie en bokkenpootjes. De koffie
dreigde funest gezellig te worden. Hetty was met Brechtje naar de paarden
gelopen. Alsof bij afspraak werd er heel wonderlijk bijna niet over de
Spirit gepraat, misschien wel om het voor mij niet gecompliceerder te
maken. Na de tweede koffieronde kreeg ik oogcontact met m’n moeder
en gaf haar het signaaltje dat ze moesten opbreken. Met z’n allen
liepen we naar de paardenstal. Dick’s vrouw maakte de suggestie
dat we Hetty bij Brechtje zouden kunnen achter laten, maar gelukkig wist
m’n moeder dat te voorkomen, en ze hield ook stand toen Hetty zelf
zei dat ze wilde blijven.
 ‘Het
was een heel plezierige koffie, maar we hebben een lunchafspraak met vrienden
in Schoorl,’ zei ze. ‘Als Kees opgehaald wil worden zal hij
ons bellen en dan komt Arnold hem halen.’
 De
familie werd hartelijk uitgezwaaid.
 ‘Hetty
had best kunnen blijven,’ zei Brechtje. ‘Ze vond het erg leuk
bij de paarden. Je hebt een heel aardig zusje.’
 Vond
ze mij ook aardig? Hoe zou ik het aan moeten leggen met een paardenmeisje?
Had ik bij Dick niet mijn gezicht verloren door me zo door m’n ouders
te laten brengen? Misschien was het interview voor hem wel geen serieus
plan. Ik moest mezelf cool gedragen tegenover Brechtje, omdat anders mijn
contact met Dick gevaar zou lopen. Dick was voor ons uit naar de hangar
gelopen. Hij verwachtte misschien wel dat ik hem zou volgen, en niet dat
ik met zijn mooie dochter in het hooi zou gaan vrijen bij de paarden,
ik zelf ook niet, maar het speelde door mijn gedachten. Het was een vreemde
ochtend geworden. Ik zou me er op moeten voorbereiden dat alles in het
leven altijd anders kon lopen. En dit onverwachte contact leek heel beloftevol.
Ik maakte een zwaaiend gebaartje naar Brechtje en liep door naar de hangar.
Brecht haalde me in en hield me bij m’n arm staande en vroeg of
ik haar nog gedag kwam zeggen als ik wegging.
 ‘Maar
natuurlijk,’ zei ik. ‘Ik zie je straks nog.’
 Nu
was zij het die zwaaide.
 Dick
zat aan de ronde tafel in een boek te kijken, of te lezen. Het zal wel
kijken zijn geweest omdat hij er wel van uitgegaan zal zijn dat ik elk
moment bij hem zou komen zitten.
 ‘Dat
was een onverwacht leuk bezoek,’ zei hij. ‘Heb je nog wat
te lezen kunnen vinden over de Spirit?’
 ‘Eerst
wil ik de foto’s laten zien,’ zei ik. ‘Ik wilde er mee
wachten tot m’n ouders waren opgestapt, omdat me dat beter leek.’
 ‘Daar
heb je misschien wel goed aan gedaan,’ zei Dick, ‘maar nou
kan ik niet langer wachten. Laat eens zien!’
|

Eerst het geronk in de verte en toen was de Spirit
er weer.
|
|