- 1 - 50 - |
Ik pakte de printen uit de envelop, die van de Zuidas
bovenop.
‘Zo
is het begonnen,’ zei ik.
‘Ja,
dat bedoel ik,’ zei Dick opgetogen. ‘Ik vind zwart-wit in foto’s
toch al veel mooier dan kleur, maar juist in zwart-wit wordt de Spirit pas
echt. Prachtig zeg, tegen de rook van de Hoogovens! En deze, boven de vlotbrug!’
Dick
keek lang naar elke foto. Ik pakte de taperecorder van m’n vader en
zette die op de tafel, en zette ’m gelijk aan.
‘Boven
de ruïne, prachtig zeg!’ riep Dick uit. ‘Ik had je daar
helemaal niet gezien, uiteraard.’
Brechtje
kwam de hangar binnen, met koffie en cola. Ze pakte een foto op die d’r
vader op tafel had gelegd, die van de Zuidas. Ze zei niks, en pakte een
andere, en keek naar mij, met die grote ogen, kijkers zou m’n moeder
zeggen, wat een kijkers!
‘Het
lijkt de echte wel,’ zei ze, ‘wat prachtig hè pap!’
‘Dit
is de echtste echte,’ zei ik, ‘toen ik de printen zag toen ze
klaar waren had ik al foto’s op internet gezien, en in boeken, en
was het net of de foto’s in die tijd waren genomen. Boven het Noord-Hollands
Kanaal klopt het helemaal, en de foto van het WTC is eigenlijk net science
fiction.’
‘Ze
zijn zo onwerkelijk,’ zei Brechtje, ‘maar ik vind ze wel heel
prachtig hoor. Eerst kwam m’n vader over vliegen in een ultra-light
en nu in een historisch vliegtuig.’
Ze
gaf me de cola.
‘Zo,
dat heb je wel verdiend, wat een práchtige foto’s!’
‘Ik
had niet verwacht dat ze zó mooi zouden worden,’ zei Dick.
Brechtje bleef naar de foto’s kijken. Ze keek me aan, de Mona Lisa,
pakte de foto waarop de Spirit in IJmuiden van zee komt en zei: ‘Het
is net alsof je gaat landen pap.’
‘Ik
zakte wat voor onze fotograaf. Op de volgende foto zie je dat ik weer level
vloog.’
‘Ben
je echt fotograaf?’ vroeg ze. ‘Ik heb gehoord dat je een verhaal
over m’n pap gaat schrijven.’
‘Mijn
oom Peter,’ zei ik, ‘die is de fotograaf, en mijn vader schrijft,
zo zijn de taken verdeeld. Om het nog vager te maken is Peter geen oom van
me, maar heb ik hem tot een paar jaar geleden wel altijd oom genoemd.’
‘En
wie ben jij dan?’ vroeg ze.
‘Mijn
vader en m’n oom hebben zogezegd deze klus aan mij uitbesteed. Maar
als ik het zo vertel denk je dat ik alles fantaseer, hoewel het toch wel
waar is. Als je het wil horen vertel ik het je een andere keer, want ik
wil nu je vader interviewen.’
‘Mag
ik daar bij blijven?’ vroeg ze.
‘Nee
Brech,’ zei Dick, ‘je kunt nu beter even met je paardjes gaan
spelen.’
Ze
liep naar me toe alsof ze me zou gaan zoenen, leek het, maar zwenkte op
het laatste moment af en de hangar uit.
‘Hebben
jullie geen honger?’ riep ze, zich omdraaiend. ‘Het is er de
tijd voor!’
‘Ja
Brech, mamma is weg,’ zei Dick, ‘als jij wat zou willen maken
zou dat prachtig zijn.’
Even
checken, de taperecorder liep. Even was m’n hoofd leeg en wist ik
niet hoe het verder moest, maar toen kwam de vraag die mij het meeste bezig
hield vanzelf boven.
‘Hoe
ben je tot vliegen gekomen, Dick?’ vroeg ik.
|
- 1 - 51 -
|
‘De eerste impuls om te gaan
vliegen kreeg ik op Lelystad, waar een sproeivliegtuig stond geparkeerd.
Dat zette me aan het denken. We gingen koffie drinken op het terras, waar
ik in gesprek kwam met een man die op Lelystad bleek te werken. Sjoerd
Schokker vertelde me van alles over sproeivliegtuigen. Ik was toen als
veeboer net weggesaneerd, zoals dat heet, en ik begon een nieuwe toekomst
voor mezelf te zien, misschien dan wel niet hier maar in Canada. Ik had
dat vliegen altijd mooi gevonden, maar ik kon nooit zomaar even weg om
op Lelystad op het terras te gaan zitten. Ik zag het helemaal voor me.
Vanaf dat moment liet het me niet meer los. Omdat je niet meteen op een
sproeivliegtuig kan gaan lessen ging ik kijken bij een vliegschool waar
je kon leren met ultralights te vliegen, waar ook die Sjoerd bleek te
werken. Dat was het begin.’
Brechtje
kwam weer de hangar binnen, met tosti’s en melk. De zon scheen op
de blonde haartjes van haar armen. Een andere keer zou ik wel eens een
foto van haar willen maken, met die armen. Andere keer. Dat zag ik ook
helemaal voor me. Ik zou ze willen strelen, die mooie huid, met die goudgele
engelenhaartjes, helmgras in een duinpannetje aan zee, geruis van de branding.
Ze
had geluisterd naar wat haar vader mij vertelde. Ze ging stilletjes zitten,
knipoogde even naar me, en keek naar haar vader.
‘Ik
werd door de lucht gegrepen, en omdat ik daar opeens tijd voor had las
ik over de historie van het vliegen en vliegtuigen, vanaf het begin. De
koeien waren weg en we waren met de paarden begonnen, vergeleken met vroeger
had ik opeens tijd om andere dingen te doen, me voor iets anders te interesseren
dan melken en gras, en alles wat daar bij kwam, met vakanties iemand inhuren.
Brechtje had grotendeels de paarden onder haar hoede genomen daardoor
hoefde ik daar dankzij haar meestentijds niet zelf naar te kijken.’
Dick
keek naar haar met een blik vol waardering, en Brechtje keek lachend naar
haar vader, een plaatje, nu in kleur met een blos op haar wangen, delicaat
en kordaat in alle bescheidenheid. Terwijl Dick een beetje de bouw had
van Lindbergh, was Brechtje meer een tenger balletdanseresje, een fotomodelletje
van David Hamilton, zulke foto’s.
Er dwarrelden twee giechelende meisjes de hangar binnen. Brechtje stelde
ze voor, Neeltje en Maria. Het gegiechel was gelijk over. Dick keek naar
haar met een blik vol waardering, en Brechtje keek lachend naar haar vader,
een plaatje, nu in kleur met een blos op haar wangen, delicaat en kordaat
in alle bescheidenheid. Terwijl Dick een beetje de bouw had van Lindbergh,
was Brechtje meer een tenger balletdanseresje, een fotomodelletje van
David Hamilton, zulke foto’s. Er dwarrelden twee giechelende meisjes
de hangar binnen. Brechtje stelde ze voor, Neeltje en Maria. Het gegiechel
was gelijk over.
|
- 1 - 52 -
|
‘Ben jij de fotograaf?’
vroeg Neeltje, naar de foto’s kijkend. ‘Mag ik ze zien?’
Ik
knikte.
‘Het
staat er briljant op, voor een geheim vliegtuig,’ zei Maria. ‘Wat
voor soort foto’s maak je nog meer?’
‘Van
elfjes en kabouters,’ zei ik. ‘Maar daarvoor moet je meer
geluk dan talent hebben, en het lijkt er op dat ik vandaag geluk heb.’
Ik
had het eerder gezegd dan bedacht.
‘Dan
moet je eens naar Siemen van hiernaast lopen,’ zei Neeltje.
Het
leek dat Dick het vervelend vond dat we in ons gesprek werden gestoord
en ik verwachtte al dat hij de suggestie zou doen dat ze maar weer eens
moesten gaan buiten spelen. Brechtje zag dat en pakte de foto’s
vriendelijk en kordaat (weer dat woord) van de meisjes af.
‘Kom
jongens,’ zei ze, ‘we gaan naar buiten, dan kan Kees een foto
van ons maken en dan gaan we meteen rijden en Kees moet weer verder praten
met m’n vader, want daarvoor is hij hier.’
Het
was een wonderlijk gevoel om achter de meisjes aan te lopen. Hoe zou Hamilton
dat gedaan hebben of Helmut Newton? Die zou ze vanaf het begin veelbetekenend
hebben aangekeken en het initiatief hebben genomen. Die hadden hun gespecialiseerde
reputatie mee, en die hadden daar ook ervaring mee. Hoe had ik die meisjes
half uit de kleren kunnen krijgen? Was het juist goed dat zij het initiatief
hadden genomen. Zou elk initiatief van mij daardoor juist mislukt zijn?
De meisjes liepen naar de paardenstal en kwamen met een paard terug.
‘Drie
paarden zou te veel worden, dacht ik zo’ zei Brechtje. ‘En
met één wordt toch de sfeer mooi gezet, dacht ik zo. Wat
vind jij Kees?’
Ik
dacht even aan Lady Godiva, die Engelse die naakt te paard door het stadje
reed. Maar voor zo’n foto was haar haar te kort. Brecht ging in
het midden staan, Neel links en Marie rechts van haar.
‘Stel
je voor,’ zei ik, bedacht ik als een brainwave, ‘stel je voor
dat je een fantastische rit heb gemaakt die dolletjes was, en dat je net
bent aangekomen. Denk aan een rit die je vorige week hebt gemaakt.’
‘Toen
was Neeltje gevallen, dat was niet echt leuk,’ zei Brechtje. ‘Maar
ik begrijp wat je bedoelt.’
Ze
praatten met elkaar, wat ik niet kon verstaan, maar de stemming kwam er
in.
‘Kijk
nu even naar de camera,’ zei ik, ‘en niet naar mij, alleen
de camera.’
Deed
ik dat goed zo? Ga door met praten en met lachen! Het zag er mooi uit,
het was een plaatje en dat moest het ook worden.
‘Even
leeg kijken,’ zoals Paul Huf dan zei, en het lukte. Ik drukte.
|
- 1 - 53 -
|
Hoe zou het nu met Rosa gaan? Hoe zou het verder
tussen ons zijn gelopen als ze niet was verhuisd? Ik zwaaide cool naar
de meisjes, draaide me gelijk om en liep terug naar de hangar waar Dick
naar de foto’s zat te kijken.
‘Heb
je de foto van de meisjes ook in zwart-wit gemaakt?’ vroeg hij.
‘Dit is toch wel erg mooi!’
‘Alles
leuk en aardig,’ hoorde ik in gedachten m’n vader zeggen,
‘maar er moet nu productief gewerkt worden.’
‘De
meisjes heb ik in kleur gefotografeerd,’ zei ik, ‘omdat ik
hun niet zag in het kader van het artikel. En als ze achteraf beter wel
in het artikel opgenomen zouden kunnen worden, dan kan ik altijd nog de
kleur eruit halen, maar er nooit meer in brengen.’
‘Dacht
je niet even aan een aanslag op het WTC toen je de Spirit daar op af zag
vliegen?’ vroeg Dick.
Nu
geen zijsprongen meer maken en niet denken aan wat ik die dag deed.
‘Ik
weet nog dat m’n moeder m’n vader belde omdat ze dacht dat
er een vliegtuig in het WTC aan de Zuidas was gevlogen, omdat ze niet
dacht aan de torens in New York, die ze wel kende omdat ze er boven op
had gestaan.’ Maar toen ik de Spirit aan zag vliegen was ik alleen
gefascineerd, en verrast omdat ik eerst dacht dat er een sportwagen aan
kwam bulderen. Wat zit er voor motor in?’
Zo,
nu vlogen we weer.
‘Een
originele negen cylinder Wright J-5-C Whirlwind, die ik na veel hier en
daar vragen gevonden heb op Curtiss Field, een vliegveld op Long Island,
niet ver van het veld vanwaar Lindbergh gestart is, dat Roosevelt Field
heet. De motor had een output van 223 pk, en nog steeds, en de topsnelheid
destijds was 124 mijl per uur. Als de motor is ingelopen kan ik rustig
een kruissnelheid aanhouden van 100 mijl.’
Dick
gaf mij een foto van de motor, zo te zien een authentieke foto van de
fabriek.

|
- 1 - 54 -
|
‘Ik kan beter in m’n verhaal nog even terug
gaan naar het sproeivliegtuig. Door Sjoerd Schokker was ik op een ultra-light
gaan lessen, en ik las over navigatie en radiocommunicatie, je zou het studeren
kunnen noemen, en over aërodynamica. Door de week reed ik naar Lelystad
en vloog een uur of soms twee, maar het meeste leerde ik op het terras in
gesprekken met andere cursisten. En ik heb met een paar piloten gepraat
over sproeien wat daar aan mogelijkheden in zaten, en langzaamaan werd het
me duidelijk dat er voor mij als nieuweling geen emplooi was. Maar wonderlijk
genoeg bleef de lucht trekken.’
Dick
kon of wilde het niet uitleggen. Nu zat ik met een gebrek aan interviewtechniek
en aan talent om in zo’n situatie verder te komen. Ik dacht aan hoe
mijn vader dat zou aanpakken, maar ik wist zelf niet hoe.
‘Was
je ongelukkig,’ vroeg ik, ‘omdat je de koeien kwijt was? En
was je op zoek naar een nieuw werkterrein, of zoiets?’
‘Ik
heb het niet goed begrepen,’ zei Dick, ‘Ik was gelukkig met
mijn vrouw en dochter, maar verder was ik mijn huis kwijt en was ik zoekende.
De paarden waren gekomen, en daar wist ik voldoende van om dat draaiende
te houden. Met dat sproeien dacht ik een interesse met een business te kunnen
combineren. Dat hield met van het piekeren af. Het was misschien wel kinderlijk,
maar ik wist op dat moment niks beters. Dus om kort gaan ging ik er dieper
op door. Ik leende boeken van Sjoerd en praatte weer met andere mensen.
Ik haalde m’n klein A brevet, en wist even niet wat ik verder zou
kunnen. Ik ben een nuchtere West-Fries en ik loop niet zo met m’n
hoofd in de wolken te dromen, maar toen ik Bas leerde kennen greep het me
toch steeds meer, die vliegerij. Een stuk weiland achter m’n huis
heb ik geëgaliseerd en kon het zo gebruiken als airstrip. Ik kocht
een occasion ultralight, die daar achterin staat, en parkeerde die in m’n
schuur, deze schuur dus. Toen werd het een vliegende storm, alles ging zo
snel. Ik leende een video over eigenbouw vliegtuigen in Oshkosh van Bas,
die je nog wel eens zult ontmoeten, in binnen twee weken vlogen we er naar
toe, naar de meeting die daar eens in het jaar wordt gehouden, net twee
weken nadat ik de video had gezien, honderden van die kit planes, waartussen
de meest fantastische. Dat was een andere wereld opeens voor een boer uit
Koedijk.’
Dick
schonk koffie in uit een thermoskan en een cola voor mij. Hij keek naar
buiten en keek toen mij aan en wachtte even voor hij verder ging.
‘Of
wil je koffie?’ vroeg hij. ‘Twee liefhebbers op stap, je weet
misschien wel hoe dat gaat, je steekt elkaar aan, en je probeert plannen
te bedenken waardoor je de vliegplannen kunt uitvoeren. Ik had de financiële
ruimte om iets nieuws te beginnen. Zonder te denken aan een business plan
en aan de haalbaarheid had ik een droom waar ik niet meer uit ontwaakte.’
De
vrouw van Dick kwam de hangar binnen met soep.
‘Ik
heb nog niet zo’n pakje,’ zei ze, ‘maar Dirk zegt dat
het me heel goed zou staan. Maar de functie heb ik al wel, de algehele verzorging.’
Ik
liet de taperecorder aan staan, omdat elke terloopse opmerking van waarde
kon zijn.
|
- 1 - 55 -
|
De vrouw van Dick bleef bij ons zitten.
Uit haar reacties en toevoegingen bleek dat ze had meegeleefd met alles
waar Dick mee bezig was geweest.
‘Als
je Dirk niet kent,’ zei ze, ‘zou je kunnen zeggen dat het
een bevlieging van hem is, maar dat geloof ik niet, daarvoor is hij toch
te nuchter. Het is enerzijds een mythe, maar ik geloof stellig dat hij
met iets heel praktisch plan komt.’
‘In
het kort bedacht ik het volgende,’ zei Dick. ‘Dat vliegtuig
heeft me uit de drek gehaald, zonder dat ik naar een psycholoog ben gegaan.
Dat is geen geneeskundige uitvinding van mijzelf maar het ging toevallig
voor mij op. Vroeger bouwde ik al zweefvliegtuigen, en nu ben ik geïnspireerd
met een nieuwe vitaliteit bezig iets op te bouwen. Op Lelystad heb ik
gezien hoe dat daar ging en dat sprak mij enorm aan. Ik heb land genoeg
om een echte start- en landingsbaan te maken. De kennis die nodig is om
een klein vliegveld te runnen kan ik inhuren. Zo’n stuk als waar
jij nu mee bezig bent kan de eerste stap zijn naar bekendheid, en om te
mensen te intrigeren hier een keer te komen kijken. Ik ken mensen in de
gemeenteraad die me hebben gezegd dat het krijgen van een vergunning niet
zo moeilijk zal zijn. Van al dat land dat ik heb kan ik makkelijk een
zweefvliegveld maken, dat ook geschikt is voor ultralights. Als ik wat
verder ben zal ik de Spirit omdopen tot de Spirit van Koedijk. Voor de
oorlog was er ten zuiden van Bergen een vliegveld, het vliegveld van Bergen,
maar dat is verdwenen. Ik heb er nog foto’s van in een boek staan.
Aan de éne kant is het een hobby, maar er ligt ook een zakelijk
plannetje aan ten grondslag. Ik heb de Spirit gebouwd nadat ik gefascineerd
was geraakt in het museum in Boston zag en daarna in het museum in Oshkosh,
waar ik ook nog eens de tweede replica zag vliegen, en de Spirit van Koedijk
zal een tot de verbeelding sprekende bezoekerstrekker worden.’
Ik
zei Dick dat ik begon te begrijpen hoe zijn ambitie was ontstaan en gegroeid
was.
‘Het
toeval wilde dat jij me fotografeerde op mijn eerste grote vlucht,’
zei Dick, ‘jij bent ook een volhouder.’
De
vrouw van Dick pakte de soepkommen bij elkaar, legde even een hand op
mijn schouder en zei voordat ze wegliep: ‘Ik geloof niet echt dat
het toeval is, maar goed is het wel. Misschien wil je mij in het vervolg
Geertje noemen, dat zou ik wel plezierig vinden.’
Dick
liet een foto zien van een zweefvliegtuig op vliegveld Castricum.
|
|
‘Dit is het vliegveld bij Castricum voor zweefvliegtuigen,’
zei Dick. ‘Zo zijn er ook nog vliegvelden op Texel, in de Wieringermeer
en het betrekkelijk onbekende veld van Langeveld. Hier op Koedijk is nog
een mooie plek voor nog een veld. Er gaan nu steeds meer stemmen op om
van de Noordelijke provincies een recreatief gebied te maken. Daar gok
ik op. We hadden al op dat éne paard gewed door een schuur in te
richten als paardenstal. Dat is gaan lopen. Maar ik wilde verder. Ik dacht
te kunnen inspelen op het gebied van de recreatie. We hebben dat land,
wat doen we er mee? Toen je mij twee weken geleden zag langs vliegen was
het voor jou nog een mysterie waar dat vliegtuig vandaan kwam. Voor mij
was het dat totaal niet, dat is toch een wonderlijk verschijnsel, net
als in een detective. Het is waar dat ik wilde vliegen maar binnen de
ambitie van de projectontwikkeling van ons land, want anders zou het vliegen
niet veel meer zijn een spannende hobby.’
Van
een mysterieus vliegtuig, dat ongehinderd door de overheid kon rond vliegen,
was ik nu terecht gekomen in een project waarvan de regels werden bepaald
door het ministerie van ruimtelijke ordening. Het begon al laat te worden.
Met wat ik nu wist en had gehoord, dacht ik met schrijven te kunnen beginnen.
Waarover had ik nog niets gehoord? Over de bouw. Daarover zou ik Dick
nog kunnen bellen. Ik zou m’n vader kunnen bellen, om me te halen.
Geertje kwam binnen en vroeg of ik wilde blijven eten, misschien omdat
ze mogelijk niet wist dat ik opgehaald zou worden. Brechtje was nog niet
terug. Haar zou ik dan niet meer zien.
|
| - 1 - 56 -
|
De volgende ochtend, Zondagochtend,
werd ik wakker uit de droom van het interview. Nu moest het er van komen
dat ik verder ging met het artikel. Ik had voldoende materiaal om het
te schrijven en te illustreren. Ik zou naar Peter kunnen gaan om nog even
te overleggen, maar al wetend wat hij zou zeggen moest ik gewoon beginnen,
de laatste poging tot een titel zoeken en er voor gaan zitten.Met tape
hing ik de foto van het WTC voor me, haalde een colaatje, startte de computer
en sloot Word weer. Vastbesloten om met een uurtje of zo mezelf opnieuw
op te starten riep ik gedag en nam ik de fiets naar Peter, flink hard
doortrappen.
‘Hi
pardner!’ Peter said. ‘All goes well?’
Aan
de muur hing een foto die van internet was geplukt, van de Rover Spirit
op Mars.
|
Mars Spirit Rover
|
‘Die foto moet je maar niet aan Dick van
Waaien laten zien,’ zei Peter, ‘want anders moet hij die ook
nog bouwen. Het is wel een mooi karretje.’
Op
tafel lag de print-out van een tekst die betrekking had op de Mars Spirit
Rover.
Major news from Mars Rover
to be announced Tuesday
BY SPACEFLIGHT NOW
Posted: March 1, 2004
Tuesday promises to be a pivotal day in Mars exploration as NASA announces ‘significant findings’ from the Opportunity Rover.
BY JUSTIN RAY
Follow the mission of NASA's ‘Spirit’ Mars Exploration Rover-A
at Gusev Crater and the landing of ‘Opportunity’ MER-B on the
Red Planet! Reload this page for the very latest on both rovers. Use our
text only page for faster downloads.
‘Ze sturen van dag tot dag rapporten over wat de Spirit Rover heeft
gedaan,’ zei Peter. ‘Kijk, maar het verslag van gisteren toen
jij de startbaan van Van Waaien liep te inspecteren.’
Dick
liet de tekst van het rapport scrollen en printte het uit.
SATURDAY, FEBRUARY 28, 2004
Having completed its investigations at the first Rock Abrasion Tool grinding
patch on the rock outcrop, the Mars rover Opportunity has moved slightly
to reach the area dubbed ‘Guadalupe.’ On Friday night (U.S.
time), the RAT was used to grind a tiny hole in this latest rock target.
‘The
Rover looked at the patch with its microscope both before and after the
grinding session. Then it placed its Mossbauer Spectrometer against the
newly exposed interior material of the rock for a long reading of data that
scientists use to identify what iron-containing minerals are present in
the target,’ NASA reported.
‘Opportunity
also used its Miniature Thermal Emission Spectrometer during the sol to
assess the composition of an outcrop feature dubbed ‘Shoemaker
Wall.’ It took images of ‘Guadalupe’ with its panoramic
camera before and after the use of the Rock Abrasion Tool.’
On
Saturday evening, Opportunity was scheduled to continue using its tools
on the robotic arm to examine the rock interior exposed by the ‘Guadalupe’ grind.
Meanwhile,
Spirit approached a rock called ‘Humphrey’ on Friday.
‘The
initial 3.5 meter (11.5 feet) drive toward the rock was cut short at only
2.5 meters (8.2 feet) due to a built-in software safety. Rover engineers
quickly adjusted the software restriction and drove the final meter of that
planned drive, plus the 0.9 meters (about 3 feet) that put the rover in
the best position for brushing ‘Humphrey’ with the rock abrasion
tool,’ NASA said.
‘Before
approaching the rock, Spirit used its Alpha Particle X-ray Spectrometer
to investigate the areas the Rock Abrasion Tool will brush and grind.’
‘Unlike
the last rock abrasion tool sequence on the rock called ‘Adirondack,’
the planned procedure for ‘Humphrey’ will include brushing three
separate areas of the rock. After brushing, Spirit will back up and examine
the brushed areas with the instruments on its arm. The science team will
then decide the best place to grind into ‘Humphrey’ - it could
be one of the three brushed areas or another section altogether. The hope
is to remove as much dust as possible so the instruments on Spirit’s
arm can get a pre-grinding ‘read’ on the rock coating and then,
after grinding, study beneath the coating and surface.’
Once
the RAT’ing and science collection is completed on Humphrey, Spirit
will either ‘investigate an interesting rock behind it, or continue
on toward Bonneville Crater’.
‘Alsof er iemand in die Spirit zit,’ zei ik.
‘Terwijl
tezelfdertijd De Nederlandsche Vereeniging Van Huisvrouwen kampt met een
imagoprobleem en afstevent op een faillissement, zoals ik net op het ANP
las.’
|
- 1 - 57 -
|
Lichte bewolking en roze tonen van de weerschijn van de opkomende zon.
Een grote stilte. Hoe zouden ze dat in Koedijk ervaren? Met vogelgezang?
Brechtje zal er geen idee van hebben hoe je hier wakker wordt. Met een
telefoontje bleek dat ik bij Peter kon langs gaan.
‘Hoe
gaat het?’ vroeg Peter. ‘Hangin’ in limbo eh?’
‘Op
het journaal,’ zei ik, ‘hoorde ik dat een zekere Gert de
Roo, hoogleraar in de ruimtelijke wetenschappen in Groningen, vond dat
het aan visie ontbrak in de Nota Ruimte van het ministerie van VROM
en dat zijn eigen visie was dat er van de Noordelijke provincies het
beste één groot Center Parc gemaakt moest worden. Dat
ligt precies fantastisch op de route van Van Waaien, want Dick wil van
zijn land, en misschien het land van zijn buren bedenk ik opeens, een
zweefvliegcentrum maken.’
‘Dat
lijkt me prachtig,’ zei Peter, ‘zweven boven de duinen,
waar ze het breedst zijn. Met dat Noorden zal wel Groningen en Friesland
worden bedoeld, maar voor Noord-Holland geldt eigenlijk het zelfde,
de industrie langs de Zaan weg. Alles kwijnt en verdwijnt. We zijn een
soort Bangladesh geworden. Maar hoe gaat het met je vader? Die heb ik
al een tijdje niet gezien en gesproken.’
‘Het
gaat niet goed met mijn vader,’ zei ik. ‘Hij is heel erg
afwezig, heel ver weg. Een gesprek vermijdt hij. Het is mij wel duidelijk
dat hij door die ratten van de zaak er is uitgewerkt. Dat hem dat overkomt!
Het ergste is dat ze hun afspraken niet nakomen en hij zonder inkomen
zit. Ik begrijp niet dat zoiets mogelijk is. Hij heeft er al een paar
keer met een advocaat over gepraat. Maar het lijkt mogelijk te zijn
dat ze er met leugens, listen en falsificaties nog mee wegkomen ook.
Ik weet niet wat er precies speelt. M’n vader is razend teleurgesteld,
en dat is te zien. Het is dat ik zo energiek ben waardoor ik door kan
gaan, maar verder hangt er een sfeer thuis als op een begrafenisreceptie.
Jarenlang werd er een fortuin aan verlies gemaakt, zonder dat de heren
aanspreekbaar waren op de kosten. Er werd geknoeid met de boeken. En
nu is al het geld weg. Ook zijn pensioen.’
‘Je
vader is te keurig voor deze smerige wereld. Hij heeft zich ontwikkeld
op een manier waar ik bewondering voor heb. Maar nu op een moment in
zijn carrière waarop iedereen met pensioen gaat moet hij nog
eens opnieuw een praktijk opbouwen, of iets heel anders gaan doen. Dat
is heel, heel wrang. Daarom ben ik blij dat ik me een beetje met jou
kan bemoeien. Daar heeft Arnold nu geen gelegenheid voor. Dat is een
tragedie, waar wij geen oplossing voor kunnen bedenken. We kunnen hem
wel helpen als hij kan aangeven waarmee. Laten we eerst even kijken
naar die Gert de Roo.’
Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het Noorden des Lands
Contouren voor het Noorden
Gert de Roo
Er kwamen 5 A4-tjes uit de printer.
De
op 15 januari van dit jaar verschenen Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening
is nog in de inspraakfase. In de media zijn inmiddels een paar punten
van kritiek genoemd: de groene en rode contouren rondom natuur- en bouwgebieden
zouden belemmerend werken, en er zou ruimte moeten zijn voor een ‘culturele
revolutie in het planningsproces’ en voor meer betrokkenheid van
burgers en maatschappelijke organisaties bij het maken van inrichtingsplannen
voor Nederland. Hoe is de nota eigenlijk in het Noorden ontvangen?  Gert
de Roo vat het voor ons samen.
De rest van de tekst gaf geen inzicht in de plannen en geen in aansluiten
op de stelling dat het Noorden zou moeten worden ingericht als een recreatiepark.
Gert de Roo is planoloog bij de basiseenheid Planologie van de Faculteit
Ruimtelijke Wetenschappen (RUG).
|
- 1 - 58 -
|
‘Ik kan het er niet uit halen,’ zei ik.
‘Maar ik kan me wel voorstellen dat er in de inrichting, of zeg maar
ordening van het land, meer ruimte wordt toegedacht aan recreatie, dat lijkt
me logisch. In Groningen is de industrie verdwenen, strokarton, scheepsbouw
en wat al niet meer. Met al die verhuizingen van ambtenaren uit Den Haag
is het ook niet goed gekomen. En dan al die koeien die ook daar weggesaneerd
werden, en de landbouw die niet in de plaats kwam van de lege weiden. Ik
kan het me wel voorstellen dat de planologen van al dat land nu een pretpark
willen maken.’
Hoe
zou Peter zich handhaven in de vreselijk veranderende wereld van de fotografie?
Dat kon ik hem niet rechtstreeks vragen. Ik zou nu moeten schrijven, maar
wat licht op het onderwerp is misschien nog wel belangrijker. Hij praat
met me als een collega. Daar kan geen opleiding tegen op.
‘Zij
die vandaag de foto’s bestellen,’ had hij gezegd, ‘kunnen
ze niet beoordelen. Ze willen alles digitaal, terwijl dia’s wel honderd
maal meer dynamiek en resolutie levert. Maar, zeggen ze, er is geen geld
meer voor de scans. Dus die kostenpost werd naar mij overgeheveld, want
ik moet van het digitale materiaal dat uit de camera komt de gecorrigeerde
platen maken. Dan kan ik meteen wat pukkels weghalen en papier op straat,
want daar vallen ze nu dan wel over, over alles waar ze over kunnen zeuren.
Dat kan je toch wel even corrigeren! De autokosten worden ook niet meer
vergoed. Hoe vertel ik het mijn vrouw? ‘Take it or leave it.’
Dat is de basis van mijn contact met de opdrachtgevers. Als je mij vraagt
hoe ik mijn beroep beleef dan vertel ik over de opdrachten in het verleden.
Mijn reizen in Amerika, de opdrachten van het bedrijf dat in ‘verschrijvingen’ bijna een historie is geworden van zwendel en teloorgang. De wereld van
gedreven, integere, dedicated photographers is bijna verdwenen.’
Waarom
wijdt Peter mij niet in in de geheime wereld van conman ship, falsificaties
en bluf, maar laat hij mij de traditie van mijn vader voort zetten, van
intelligente, goedwillende onnozelheid?
‘Je
moet gehaaider worden,’ had hij gezegd. ‘Eerlijke liefde is
de basis voor elke goeie beroepsuitoefening. Maar dat is niet genoeg. Als
je de liefde hebt gevonden, dan begint het pas, met public relations, waar
geen opleiding voor is.’
Wat nu? Ik had een nieuwe kop bedacht en schreef die op en liet deze aan
Peter zien.
De Spirit van Koedijk vliegt
naar een nieuwe wereld van recreatie.
‘Ja, ik zie
het.’ zei hij, ‘koeien die er niet meer zijn en andere bestemmingen
voor het land. Alles zit er in. Nu moet je je er op voorbereiden dat de
National Geographic het wel eens niet zou willen opnemen, dan zul je de
tekst voor een ander blad, andere titel zeggen ze, met een andere approach
moeten herschrijven. Maar prima, prima, je bent een zoon van je vader!’
‘Meteen
al de Spirit van Koedijk, geen tweetraps raket. Nu Dick beslist heeft dat
hij de recreatie in wil zou hij gelijk de aandacht op Koedijk moeten leggen
als het nieuwe zweefvliegcentrum en recreatiepark.’
‘Good
thinking,’ zei Peter. ‘Eigenlijk zou je je ook moeten bezig
houden met het verwoorden van een business plan. Dat zou echt iets voor
je vader zijn. Maar zie maar.’
|
- 1 - 59 -
|
Terwijl Peter koffie ging halen schreef
ik een outline voor de tekst, een schema.
1. De Spirit van Koedijk vliegt een nieuwe wereld van recreatie binnen.
(De kop alweer veranderd.)
2. De intro waarin de lezer in de tekst getrokken moet worden.
De veeboer raakt zijn vee kwijt. In het vacuüm van zijn lege weilanden
pakt hij een oude jongenshobby op, het maken van zweefvliegtuigen.
3. Leert vliegen in een ultra-light en wordt gegrepen door de historie
van honderd jaar vliegen. Leest en praat daarover.
4. Maakt een reis naar Washington en Oshkosh.
5. Raakt geboeid door de Spirit of St. Louis en praat met mensen van het
museum en krijgt de bouwplannen van de Spirit.
6. Vindt een motor op Curtiss Field op Long Island.
7. Bouwt in een jaar een replica en krijgt de droom van een vliegcentrum.
8. Maakt maiden flight naar Lelystad, over Hilversum en Amsterdam weer
terug en fotosessies boven IJmuiden en de dijk.
9. Uitwerking plannen voor de bouw van het centrum.
‘Ik zal beginnen met het schrijven van de tussenkoppen,’ zei
ik.
‘Ja
zeg, heel goed zo,’ zei Peter. ‘Het is goed om te beginnen
met de tussenkoppen omdat je zo het verhaal kan structureren. Laat dat
ook aan je vader zien.’
Liesbeth
kwam binnen met Jan Sorber, een oude bekende van Peter en mijn vader.
Jan bleek de situatie te kennen en ook zijn problemen rond een doorstart.
‘Veel
jonge mensen,’ zei Jan, ‘hebben aspiraties tot middelmatigheid,
als een filosofie en als een geloof. Die zijn zelfs beneden het peil gekomen
waar het beste als standaard wordt gesaboteerd door vaak zelfs minder
dan het middelmatige. Wij komen uit de flowerpowertijd. Het is voor je
vader veel moeilijker dan vroeger om business te krijgen. Als je vroeger
de mogelijkheid kreeg om jezelf te presenteren als je pitchte voor een
account, dan werd je kwaliteit beoordeeld door professionals, terwijl
je nu niet eens de gelegenheid krijgt om een gesprekje te hebben. Je wordt
niet terug gebeld en de heao-er is er niet en komt nooit. Brieven, faxen
en emails halen niets uit, hebben geen enkel affect. En als, indien, het
toch zou lukken omdat een baas je heeft doorverwezen, of zeg maar terug
verwezen, dan zit je met het volgende communicatieprobleem; de heao’er
blijkt, net zo als zijn leeftijdgenoten, een betweter te zijn die geen
enkele kijk op zaken heeft, en de moraal heeft van een struikrover. Zulke
eigenwijze jongedames en jongeheren, laten zich niet hinderen door de
normen en waarden zoals wij die kennen, en zijn volgens ons asociale brekebenen
en voor je vader een extra struikelblok.’
Liesbeth
kwam met een koffiepot.
‘Wij
houden niet van katten, maar wel van tompoezen,’ zei ze. ‘Zo
Jan, even onder de grachtengordel uitgeglipt? Had je het net over Arnold?’
Jan
knikte en zei dat hij Arnold binnenkort zou opzoeken.
‘Konden
maar weer eens iets gezamenlijks organiseren,’ zei Liesbeth, ‘zoals
naar het museum in Groningen.’
‘Ik
zal eens polsen,’ zei Jan. ‘Ik denk dat Arnold diep in een
depressie zit.’
‘Ik
weet niet veel van depressies,’ zei ik. ‘Mijn vader was altijd
al een vitale dromer, maar nu zegt hij bijna niets meer. Hij trekt zich
terug en sluit zich af. Ik denk dat hij geen uitweg ziet. Mijn moeder
vangt mijn vader fantastisch op, maar dat is niet voldoende.’
|
- 1 - 60 -
|
‘Hoe gaat het met jou Kees,’ vroeg Jan.
‘En met je studie?’
‘Afgezien
van de situatie thuis,’ zei ik, ‘gaat het wel goed. Ik ben
bezig met m’n tentamens en dat gaat goed, daar heb ik geen problemen
mee. En ik ben samen met m’n oom met een spannend project bezig.
Kijk maar naar de plaat die daar hangt.’
‘1927
als ik het wel heb,’ zei Jan. ‘Dat is wel een scoop zeg! Maar
nu zie ik opeens dat het ’t WTC hier in Amsterdam is! Dat is dan
wèrkelijk een scoop!
‘Het
is waar,’ zei Peter, ‘het is een geweldige journalistieke
primeur, maar het is niet een project van ons samen. Kees heeft de foto’s
gemaakt, heeft het interview gehad met de piloot die eigenaar is en tevens
de bouwer. Als een echte Biggles is hij er in z’n eentje achteraan
gegaan, heeft het vliegtuig gevonden in een schuur ergens in Noord-Holland,
heeft de man geïnterviewd, en is nu bezig het verhaal te schrijven.
Ik heb alleen maar de prints gemaakt.’
‘Het
lijken wel authentieke foto’s uit die tijd,’ zei Jan. ‘Werkelijk
prachtig. Wat spannend zeg!’
‘Het
aardige,’ zei Peter, ‘is dat de man die deze Spirit heeft
gebouwd een gesaneerde veeboer is uit de kop van Noord-Holland, maar een
echte ondernemer blijkt te zijn en met een scherpe zakelijke visie inspeelt
op de nieuwe nota ruimtelijke ordening, en straks zijn eigen recreatieluchthaven
bouwt, heel fascinerend. Dat hij ook nog zelf dat bijzondere, legendarische
vliegtuig heeft gebouwd is het helemaal een bizar verhaal. Het bewijst
ook dat het vermogen van de mens tot liefde veelzijdig kan zijn, dat één
persoon liefde kan opvatten voor het land, voor dieren maar ook voor machines,
vliegmachines.’
‘Liefde,
dat was de moeder van alles,’ zei Jan, ‘Arnold en ik kwamen
uit de tijd van de macht van de bloem, dat was de filosofie en van het
geloof in het geluk voor allen. Onze grootvaders hadden met succes gestreden
voor het recht voor allen en ons werd het gegeven het geluk voor ieder
te laten zien. Wij zagen dat de samenleving een persiflage was, gedomineerd
door de gemakzucht van de regelgever, de regent en de onmacht van het
klootjesvolk, de consument van de die regels. Onze doel was te ervaren
dat de werkelijkheid onverbloemd was, waar ieder toegang moest hebben.
Geestverruiming was de ingang tot het geluk was en de pil maakte het vrijen
tot een gelukzalige activiteit die het elfde gebod zou worden. De vrije
geest was eeuwen lang beperkt door verboden van de regenten en verdoemenis
door de dienders van de religie. Voor ons was Lucy in de sky, de submarine
was yellow en de boots were made for walking. Wij gingen lachend mee als
onze ouders de politie belden om ons te arresteren omdat we misdadigers
waren met het sticky in onze mond en haar tot over de nek. Wij boeiden
onze hooggeleerde heren en dwongen ze hun leerstof af te stemmen op wat
wij van het studievak passend vonden in ons beleving van het geluk voor
allen. Heerlijke tijd de revolutie van de zestiger jaren. De sollicitant
die door de regent werd afgewezen omdat hij op een fiets zonder stang
aan kwam rijden. Gegild van het lachen hebben toen een regent de burgermeester
Van Hall belde toen hij een vrouw de tram Lijn 1 door het centrum zag
besturen. De geest ontdeed zich van de knellend burgertrutterij toen we
tot grote ontreddering van de dienders over de grachten Johnson molenaar
yelden. Arnold, jouw vader Kees, en ik genoten ervan. Jouw beeld van hem
later van verbittering is niet de werkelijkheid in hem maar jouw verbeelding
ervan. De communicatie was fout en zat een grote gap in. Arnold was niet
verbitterd, maar hij was gelukkig en droomde van de macht van de bloem.
Jij was degene die dat niet kon zien en het resultaat dat jij sprak over
de problemen met zijn exen. Nee voor ons was het geen partneruil maar
partnerverbreding. Het christendom had in het jaar nul de normale partnerverbreding
verengd als verkiezingstunt als de sleutel tot een lang leven immers met
een maagd beginnen en niet meer krijg je geen sief of sjanker. Dus daar
ga je niet aan dood en kan je de heer langer dienen. De hemelse ongerechtigheid
is dat voor ons. Wij zijn niet verbitterd gestorven, maar gelukzalig ingeslapen
in onze dromen die toen werkelijkheid waren. En nu ben jij de verloren
zoon en hij niet de verloren vader. Jij hebt de angst om te vliegen naar
hoger sferen jij bent gewoon de Icarus die naar beneden donderde. Daarom
roep je nu dat het geloof en de filosofie de prediking van de middelmatigheid
is, het gebrek aan aspiratie is de angst om je een buil te vallen, omdat
jij denkt dat je vader een gevallen engel was. Nee hij stierf in het geloof
van jouw ongeloof en droomde dat jouw zoon in zijn aspriaties zou terugkeren.
Liesbeth keek mij aan en zag dat ik huilde en ik zei: ‘Jan jij bent
de eerste die ik zo over mijn vader hoor praten. Zouden wij dan allen
de losers zijn omdat wij onze vaders niet konden geloven?’
‘Ja,’
zei Jan. ‘Ik denk het wet en daarom heb ik mijn bedrijf dat Communication
Concept heet gefocust op het dichten van the gap in communication. Wat
de zender denkt te zenden ontvangt de ontvanger door het membraan van
de zelfselectie. De losersgeneratie was veel aan de drank als enige vriend
in nood. Vandaar de campagne die ik meeontwikkelde om de gap manifest
te maken: ‘Drank maakt meer kapot dan je lief is.’
Liesbeth
keek Jan aan omdat ze zag dat ik sprakeloos bleef en zei: ‘Jan het
is beter dat je nu ophoudt want hij kan er niet tegen. Je hebt te veel
bij hem losgemaakt.’
Jan
stond op en gaf mij een visitekaartje met de naam ‘Communication
Concept’, zeggende: ‘Er staat ook een emailadres op.’
Toen
hij weg was zag ik dat op het kaartje ook de naam van mijn vader stond.
|
- 1 - 61 -
|
‘Dat is weer een heel ander
boek,’ zei ik. ‘Het boek van de eeuw van mijn vader. Zoals
Jan het vertelde had ik het wel gehoord, maar dit was de hele geschiedenis
in een verdichte vorm. Maar het wonderlijke is dat Jan Icarus noemde.
Zijn niet heel veel mensen daar altijd mee bezig, het ontstijgen van hun
benarde situatie, uit het tranendal, zoals die vroeger werd genoemd? En
dan de onverwachte link met Dick van Waaien, is dat niet een wonderlijk
toeval. Sorber zou denk ik zó een prachtige filosofische, wervende,
boeiende, explicerende tekst kunnen schrijven voor het zweefvliegcentrum.
Zweefvliegcentrum Icarus.’
‘Dat
zou hij inderdaad kunnen,’ zei Peter, ‘als geen ander, maar
die klus is eerder voor jou dan wie ook. Daar moet je naar toe werken.’
‘Wat
Jan Sorber vertelde over die flowerpowertijd heb ik niet eerder zo helder
horen verwoorden. Het verwondert me dat mijn vader me niet verteld heeft
dat die periode zo’n ommekeer had teweeg gebracht, dat het zo’n
invloed op hem heeft gehad. Dat hij er zo door veranderd is. En dat hij
misschien nu met de ellendige gevolgen zit.’
‘Ik
begrijp dat je dat denkt,’ zei Peter. ‘Ik denk daar zelf ook
steeds vaker aan. De achterliggende vraag is natuurlijk of ik door een
andere inzet of een andere opstelling, door andere activiteiten, of door
lidmaatschappen van bepaalde clubjes, of door de omgang met andere mensen,
of zelfs door de vestiging in een ander land, meer bereikt zou hebben,
of althans minder zorgen zou hebben of minder twijfels. Maar elke ontwikkeling
is het gevolg van een voorgaande. Elk talent is, of geërfd, genetisch
of anderszins, langzaam gegroeid of ontwikkeld. Je kan van de éne
dag op de andere niet iets anders gaan doen, hoewel er mensen zijn die
geloven dat zoiets juist wel kan, of zou moeten kunnen. Uiteraard heb
ik daar met je vader vaak over gepraat. En we hebben nooit op een punt
gestaan waarop we een andere weg hadden kunnen inslaan. Ik ben er altijd
alert op geweest, als ik bij bedrijven op bezoek was, in binnen- en buitenland,
of er misschien andere opties voor mij ware. Van je vader weet ik dat
hij ook altijd zo rond keek. Hij had dan overigens de handicap dat hij
geen afscheid kon of wilde nemen van zijn oudste partner, de vriend die
hem er nu uiteindelijk heeft uitgewerkt. Als je daar aan denkt vraag je
jezelf nog sterker af of en wat je fout hebt gedaan, of aan kansen hebt
laten lopen.’
‘Is
dit ook een levensles voor mij?’ vroeg ik timide.
‘Zo
was het niet bedoeld in ieder geval. En ik geloof dat de historie zich
niet herhaalt, maar dat alle ontwikkelingen evolueren. Wel geloof ik dat
je steeds moet proberen je te laten inspireren en overal wat achter te
zoeken, zelfs achter de meest vanzelfsprekende woorden, gewoon stil staan
achter de simpelste woorden, bewust luisteren naar wat je hoort en zelf
zegt. En kijken, blijven kijken.’
‘Het
is wel een beetje laat, maar blijf je lunchen?’ vroeg Liesbeth,
om de hoek van de deur.
|
- 1 - 62 -
|
Het was allemaal anders gelopen dan ik mezelf had beloofd,
maar het was goed om Jan Sorber ontmoet te hebben, en het was goed om met
Peter te hebben gepraat, want het begon allemaal wat duidelijker voor me
te worden hoe ik de tekst moest schrijven, wat ik moest schrijven en wat
niet. Ik kon er zó voor gaan zitten. Om alles op mijn schijf door
de wind op z’n plaats te laten waaien, te laten defragmenteren zodat
ik thuis weer een overzicht had, fietste een stukje om, over het Museumplein,
het decor van de kunststoffen kale platanen op het grint, stille waterspiegel
van de vijver, door de Spiegelstraat naar Scheltema. Even kijken, even zappen,
op de afdeling Luchtvaart. Een boek over zweefvliegen, ik koop het.
‘Wist
je dat het grote verschil,’ had mijn vader laatst gezegd, ‘in
de omgang met media tussen mijn generatie en de jouwe is dat wij vroeger
iets lazen, ons er grondig verdiepten, en pas daarna in de bieb iets anders
zochten, en dat jullie links en rechts alles oppikken dat je interesseert,
dat daardoor een heel ander mensensoort is ontstaan? Zoiets had hij gezegd.’
Een
ander leven kon ik me niet goed voorstellen, zonder internet, zonder televisie.
Een soort middeleeuwen zonder plaveisel, zonder betaalbaar vervoer, zonder
email, zonder sms, bijna zonder vakantie, maar als je rijk was wel een schrijfmachine,
met carbonpapier.
‘De
mens had vleugels gekregen,’ vervolgde mijn vader. ‘Mijn moeder
had weer een ander verhaal, die vond het zo fantastisch dat zij in haar
leven alles had meegemaakt, het elektrisch licht, de telefoon, de auto,
de radio, de stofzuiger en de televisie. Op mijn beurt vind ik het fantastisch
dat we na de communicatie met het tafelmodel telefoon nu het format Jong-Zuid
hebben, de mobielsoap met Georgina Verbaan.’
Bij
Scheltema las ik in De Telegraaf een stuk over A2-racers, niet het computerspel,
maar de nagespeelde werkelijkheid op de echte A2, twee would-be coureurs
die op de A2 gelijk starten en flat out, links en rechts inhalend, over
de vluchtstrook rijdend, alles rechts passerend, met snelheden boven de
tweehonderd afstormen op de afslag van een brug waarop zij een u-turn kunnen
maken en over diezelfde A2 weer terug kunnen racen naar de eindstreep. Een
spannend onderwerp voor een interview. In de zelfde krant stond een stuk
over wat Karl Kruszelnicki wist te melden over de laatste ontwikkelingen
in de formule 1 racerij. Zoeken we allemaal op.
Weer thuis, om over drieën kon
ik gaan beginnen aan de tekst, maar mijn vader vroeg hoe het ging en waar
ik mee bezig was. Ik nam er alle tijd voor en liet het boek zien. Hij was
verbaasd, over mijn ontmoeting met Jan Sorber.
Ik
zei hem dat ik een zin had overgeschreven uit de Volkskrant, die betrekking
had op de bouwfraudes, ‘...frauduleuze uitlokking tot vrijwillig vertrek’.
‘Dat
was het toch?’ vroeg ik. ‘Zo is het toch gegaan?’
‘Ja,’
zei hij, ‘zo zou je het kunnen noemen. Maar als je het breder bekijkt
blijkt het een incident te zijn dat overal voorkomt, in elke partnership.
Wie is er bijvoorbeeld nog getrouwd met z’n eerste vrouw!’
‘Als
je het zo bekijkt, zei ik, ‘dan kun je het zien als een ongeluk in
het verkeer, dat niemand uit de weg kan gaan.’
‘Ja
Kees,’ zei m’n vader, terwijl hij een hand op m’n schouder
legde, ‘zodra je je in het verkeer begeeft loop je een risico. Daar
gaan de verzekeringsmaatschappijen zelfs van uit. In feite was mijn partnership
even risicovol, maar daar had ik nooit zo over gedacht. Hoewel er steeds
ernstige aanrijdingen waren bleef ik er van uit gaan dat we door konden
rijden, dat we de eindstreep zouden halen, in de vorm van het pensioen.
En even voor het eind reed hij mij van de weg af. Dat had ik niet voorzien.
Daar had ik ook niet in voorzien.’
‘Hoe
zijn de vooruitzichten nu?’ vroeg ik.
‘De
rechtbank heeft het kort geding afgewezen, dus kan ik voorlopig niet rekenen
op al het geld dat ze verschuldigd zijn. Inmiddels ben ik bezig ander werk
en andere inkomsten te vinden. Als adviseur, als consultant, ben ik niet
te oud.’
‘Waarom
ga je niet eens met Jan praten,’ opperde ik, ‘het lijkt wel
dat die alles in de gaten heeft, de forward-thinking ontwikkelingen in het
bedrijfsleven, tot en met het drugsgebruik in de goot. Op de weg terug uit
de stad zag ik Jan nog eens, en maakte een fotootje van hem, wat ik eigenlijk
bij Peter had moeten doen, kijk maar. Was dat toeval?’
Ik liet de foto aan mijn vader zien.
|
|
‘Wie is dat meisje?’ vroeg pap.
‘Weet
ik niet. Ik maakte de foto, heb gedag gezegd en ben weer doorgereden.’
|
- 1 - 63 -
|
Ouwe Arnold draaide zich om. Zijn stem klonk gebroken.
Gebroken, verslagen, ernstig gedeprimeerd, slachtoffer van de moderne a-moraal.
Donkere wallen onder z’n ogen, een beetje gemaskeerd door het frame
van z’n bril, maar ik zag ze.
‘Jan
is een crack,’ zei hij. ‘Toen we veel met elkaar optrokken en
samenwerkten verbaasde het me steeds opnieuw dat hij letterlijk alles zo
scherp zag. En nog steeds misschien.’
‘Waarom
ga je niet eens met hem praten,’ zei ik, ‘want in je eentje
draai je in kringetjes rond, en kom je er niet uit.’
‘Had
Peter dat gezegd?’
‘Nee,
Peter heeft er niets op die manier over gezegd. Maar ik kreeg wel de indruk
dat je je erg afsloot.’
‘Zo,
zo!’ zei hij, ‘een zoon van z’n vader. Maar je hebt gelijk,
ik zal hem eens bellen. Mooi boek zeg. Ga je zweefvliegen?’
‘Dick
van Waaien wil een zweefvliegcentrum bouwen.’
‘Ja,
die kan ook niet van de lucht leven, ook weggesaneerd, die moet ook wat.’
‘Dick
wil juist van de lucht leven. Deze boer is heel slim bezig.’
‘Ja,’
zei m’n vader, ‘hij is een slimme man. Daar heb je wat aan.
‘Ga
jij nou maar met Jan praten, dan hou ik wel contact met Dick.’
‘Sinds
wanneer tutoyeren wij elkaar?’ vroeg mijn vader glimlachend. ‘Is
mij iets ontgaan?’
‘Sinds
de rollen zijn omgedraaid,’ zei ik, en ik gaf hem een klap op z’n
schouder. ‘Ol’ man.’
‘Laat
je me het lezen, als je wat geschreven hebt?’ vroeg hij met een vitaliteit
die weer verrassend was.
‘Sure
will,’ zei ik.
Ik ging nu snel naar m’n kamer. Was ik te ver gegaan? Had ik mijn
hand overspeeld? Had ik mijn vader juist een goeie impuls gegeven? Daarover
zullen we meer horen in de volgende aflevering van Jong-Zuid hebben, the
hottest mobile soap op het net.
Als ik de outline voor het verhaal bij Peter op de computer had geschreven
dan had ik die naar mezelf kunnen doormailen en had ik hem nu niet in hoeven
kloppen. So it goes, als je even niet oplet. Na een kwartier had ik ’m
weer en kon ik beginnen met schrijven.
|
- 1 - 64 -
|
Ex-veeboer uit Koedijk
gaat in luchtrecreatie.
Generatie na generatie waren
zij veeboeren, maar de melk-quota deden Dick van Waaien de das om. Zijn
koeien werden weggesaneerd. Van Waaien kreeg problemen bij het vinden
van een economische profijtelijk bestemming voor zijn lege weilanden.
In het maatschappelijk en emotioneel vacuüm van zijn lege weilanden
pakte hij een hobby op uit de tijd van zijn jongensjaren en begon weer
zweefvliegtuigen te maken die hij liet vliegen in de duinen van Schoorl
en kreeg daar in de stilte nieuwe impulsen om uit het dal te kruipen.
Hij had niet de droom om nu opeens maatschappelijk een hoogvlieger te
worden, maar binnen een jaar werd hij toch zo gezien op het dorp. Hij
was in de put terecht gekomen, maar daar zelfstandig uitgekomen.
Na de sanering een nieuwe koers.
Dick
bleef niet als kleine Dicky op zijn melkkrukje in de lucht zitten turen,
maar leerde op Lelystad vliegen in een ultralight. Hij kreeg weer een
koers in zijn leven. Gegrepen door de artikelen over de honderdjarige
historie van de luchtvaart besteedde hij al zijn tijd aan het lezen en
praten daarover. Achteraf gezien ziet hij deze periode van nietsdoen en
contemplatie als een retraite die hem nieuwe energie heeft gegeven. In
die tijd vond Dick nieuwe kracht om het leven op een andere manier op
te pakken.
De Spirit of St. Louis inspireert tot een grote
sprong.
Geënthousiasmeerd
door mensen van de vliegschool maakte Van Waaien een reis naar Washington,
waar hij het National Air and Space Museum bezocht en vervolgens Oshkosh,
waar de jaarlijkse bijeenkomst van experimentele zelfgebouwde vliegtuigen
werd gehouden.
In
Washington zag hij voor het eerst de authentieke, echte Spirit of St.
Louis en raakte daardoor gefascineerd. In het museum van Oshkosh vond
hij een replica. Daar had hij een gesprek met iemand die er alles over
wist, met wie hij samen een hangar ging waar een vliegende replica stond,
waarmee op vliegshows werd gevlogen. Dick praatte met de piloot die het
vliegtuig vloog en hij werd daar ter plaatse overvallen door een virus.
(Hetty kwam binnen. ‘Wat heb jij een rooie kop zeg, wat zit je te
schrijven? Ben je weer met dat vliegtuig bezig? Ik wist niet zeker dat
je thuis was.Ik haal een colaatje voor je, zonder dat je daar iets tegenover
hoeft te stellen.’ Ze bleef nog wat hangen en bladeren in de boeken,
en ging toen weer stilletjes weg.)
Plannen kregen vorm in het museum.
In
de museumshop kocht Dick twee boeken over de Spirit en las daar in tot
in de kleine uurtjes. De volgende dag ging hij weer naar het museum en
nu om te praten met de man die verantwoordelijk was voor het onderhoud
van de Spirit en die ook alles wist over de bouw. Zo raakte Dick van Waaien
steeds hoger in de wolken. Hij was zijn koeien al vergeten.
In
de namiddag zou Jim Keyhoe, de museumman, Dick kopieën geven de bouwtekeningen.
Op Lelystad had hij gehoord dat in de Nota Ruimte aanbevelingen gedaan
zouden worden over de bestemming van de vrijgekomen weidegrond voor recreatie
en het één aan het ander koppelend begon Dick een vergezicht
te krijgen waarin zijn weiland waren ingericht als vliegveld, zoals in
Amerika zoveel particulieren een stukje van hun land daarvoor hadden vrijgemaakt.
Met een baseball cap op met het logo van Nasa kreeg Dick de spirit van
een Amerikaan die zijn blijk op de einder had gericht. Die zou hij niet
meer kwijt raken, had zijn vrouw gezegd. Dick had een andere kijk op zijn
leven gekregen, en vooral op zijn toekomst. Die avond ging hij eten bij
de museum die hem voor ‘a casual dinner’ thuis had uitgenodigd.
De mannen brainstormden tot laat over de bouw, over hoe Dick deze zou
moeten aanpakken, en de materialen die daarvoor nodig waren.
Er bleek nog een originele motor te bestaan.
Keyhoe
wist een nog goeie Whirlwind motor te staan op Curtiss Field op Long Island,
en zegde toe de mensen daar te bellen.
Dick
had nog niets van zijn boerendoortastendheid verloren. In een dag tijd
hadden de bouwplannen vorm gekregen en waren zij al van de grond gekomen.
De gereviseerde motor was het begin van de realisatie.
Na
een telefoontje met een motorenrevisiebedrijf op Curtiss Field op Long
Island bleek dat de motor er nog was en Van Waaien werd uitgenodigd te
komen kijken. Jim Keyhoe stak zijn nek uit en kreeg nog meer voor elkaar,
in de vorm van sponsoring het materiaal voor de bespanning van het geraamte,
de wielen en de veerpoten, en nog meer materiaal, in ruil voor foto’s
van de bouw voor de public relations van de leveranciers. Na een bezoek
aan het revisiebedrijf en de toelichting op de plannen werd de motor aan
Van Waaien geschonken.
De Spirit werd gebouwd in wat eens de koeienschuur was.
De
koeienschuur op Koedijk werd ingericht als vliegtuigfabriek. Houtbewerkingmachines
werden in leen afgestaan door de Gamma in Alkmaar. Een leverancier leverde
de avionics voor een vermelding als compensatie, een Amerikaanse bandenfabriek
de banden. Een andere dan de oorspronkelijke leverancier maakte de oorspronkelijke
benzinetanks voor de destijds standaard Ryan, omdat met deze versie van
de Spirit geen Atlantische vlucht niet gepland was.
In een recordtijd van zes maanden was de Ryan luchtwaardig.
Gedemonteerd
werd het op een flatbed naar Lelystad vervoerd en daar in elkaar gezet.
Op de gedenkwaardige Maandag 12 Januari 2004 werden er paar succesvolle
proefvluchten gemaakt, en in totaal twintig touch-and-goes. De volgende
dag, Dinsdag 13 Januari 2004, om 09:30 uur startte de Spirit voor een
vlucht die onopgemerkt de media gemaakt werd via vliegveld Hilversum naar
Koedijk Noord-Holland, waar het om 11:33 uur een behouden landing maakte.
Van vliegtuigbouwer tot projectontwikkelaar.
De
succesvolle vlucht van het vliegtuig, dat officieel de Spirit van Koedijk
werd genoemd, was de eerste fase van het ambitieuze project van Dick van
Waaien, weggesaneerde veeboer, die maatschappelijk een doorstart maakte
in een beroep dat wezenlijk anders is dan het beroep waarin hij door de
overheid geforceerd gedwongen mee moest stoppen.
In een onmogelijk korte tijd behaalde Van Waaien zijn brevet voor kleine
privé-vliegtuigen en schoolde hij zichzelf om tot vliegtuigbouwer,
met het doel een zweefvliegcentrum te beginnen achter de Duinen van Schoorl,
gemeente Bergen.
De
sympathieke ex-veeboer Van Waaien staat niet meer op klompen maar in Ecco’s,
met beide benen op de grond, als een vitale, nuchtere, spirituele Noord-Holllander
van het formaat van Charles Lindbergh, die zijn toekomst ruim ziet. Hij
is met de gemeente Bergen en met het Ministerie van VROM in onderhandeling
over toestemming voor de bouwplannen voor zijn zweefvliegcentrum en de
geplande recreatieve bungalows aan de rand van het vliegveld. Hij is over
zijn plannen in gesprek met het Ministerie van Luchtvaart en Rijkswaterstaat
en hoopt spoedig toestemming te krijgen voor de uitvoering van zijn ambitieuze
initiatieven.
|
- 1 - 65 -
|
Ik was opgewonden en uitgeput en leeg. Tussen de alinea’s
door had ik gegeten en was zonder toetje meteen weer verder gegaan. Toen
ik de laatste regel had geschreven, de regel waarvan ik op dat moment dacht
dat het de laatste was of kon zijn, kon ik de tekst niet meer lezen en had
ik geen idee meer wat het resultaat was. Ook niet toen ik de tekst geprint
had. Ik bladerde nog wat in het boek The Untold Story en voelde alles tintelen.
Was dat een teken van dorst? Ik nam de tekst mee naar de familie en schonk
een cola in. Mijn moeder en zus zaten te lezen en m’n vader zat te
kijken naar een documentaire over het leven op de savannen in Afrika. Hij
reageerde niet toen ik schuin achter hem ging staan, terwijl cheeta’s
achter een antilope aanzaten. Antilope omdat ze het beste kunnen rennen?
Nee, impala, een Chervrolet Impala, maar met de wegligging en wendbaarheid
een Europese sportwagen. De impala werd gegrepen en één van
de twee cheeta’s begon de kas te plunderen terwijl de ander de wacht
hield en oplette of andere beesten ze in de gaten had, of de politie, of
de aasgieren die al snel boven de plek van de inbraak rondcirkelden en even
later landden en toezagen hoe de ene cheeta zich tegoed deed, even later
afgelost door de andere. M’n vader was gegrepen. Hij maakte een notitie
op een klein blokje.
‘Hoeveel
woorden?’ dacht ik. ‘Is het makkelijk te lezen? Had ik het toch
niet moeten lezen en checken op stijl- en spelfouten? Was ik niets vergeten
van wat ik kunnen of moeten opnemen? Had de tekst een logische opbouw? Kon
de tekst zappend gelezen worden? Was hij begrijpelijk voor leken en ongeïnteresseerden?
Was hij begrijpelijk, kwam Dick begrijpelijk over, of als fantast? Was ie
geloofwaardig? Wat zou Arnold er van vinden? Moet ik niet een half uur later
opnieuw proberen?’
Hij
keek op en pakte de A4-tjes en begon te lezen en keek niet meer steels naar
de zadeljakhals die de volgende was die een greep uit de kas deed. Senior
las aandachtig en pakte het tweede A4-tje. Zo ver was ik al. Hij keek naar
me op en glimlachte. Zijn bleek gleed naar beneden en bleef even hangen
bij de rooie fineliner die ik in m’n hand gereed hield. Hij las weer
verder tot hij het laatste A4-tje onder de andere schoof en hij keek weer
omhoog, wilde iets zeggen, slikte, knipperde met z’n ogen, gaf mij
de papieren en liep langs me heen naar de kamerdeur. Het duurde een tijdje
tot hij terug kwam. Hij sloeg een arm om me heen en zei eerst een tijdje
niets, alsof hij naar woorden zocht en zei toen zachtjes: ‘Kees, het
is fantastisch! Ik ben jaloers, nee niet jaloers natuurlijk, maar trots
en ook opgelucht. Wat goed zeg! Ik zat niet met een virtuele, rooie pen
te corrigeren maar kon gewoon, door te lezen, niet gewoon maar geboeid.
M'n complimenten!’
Zijn
ogen glinsterden. Door mij?
‘Eerst
die foto’s, en nu dit verhaal!’ zei hij. ‘Wat is het aandeel
van Peter hierin?’
‘Peter
heeft de foto’s geprint,’ zei ik.
M’n
moeder stond op en pakte de tekst uit de handen van m’n vader en ze
lachte naar me. Wat een feest! Hetty keek op van d’r Elle. Die zou
moeten wachten tot m’n moeder het eerste A4-tje had gelezen.
‘Komt
Brechtje ook in het verhaal voor?’ vroeg ze.
‘Brecht
is een ander verhaal,’ zei ik.
‘Je
hoeft niet zo te blozen als het alleen maar een verhaal is,’ zei ze.
M’n
moeder had tranen in d’r ogen, ook al. Nu Hetty nog.
‘Het
is net als toen ik een artikel van Arnold las,’ zei ze, ‘z’n
eerste artikel. Het komt allemaal terug. En dan die Dick, wat een kanjer
is dat! Hij is geen verhaal, zo is ie ècht.’
Nu moet ik het zelf lezen, en kijken
of ik Dick niet nog kenmerkender kan beschrijven, het geestige in hem, al
was het maar met één woord, die grote, rustige kanjer van
Koedijk. De Vogel geworden Kanjer van Koedijk.
|
- 1 - 66 -
|
Na deze presentatie mailde ik de
tekst aan Peter en begon hem nu zelf te lezen, gehinderd door mijn vader
die me niet los liet. Was de antilope in die docu mijn vader? Zou hij
nu alles wat tegenstreeft in films en boeken als een metafoor beleven
voor zijn eigen teloorgang, of hoe heet zoiets? Hij zal ook wel beseft
hebben dat de cheeta’s van een andere soort waren, terwijl in zijn
geval de roofbeesten uit eigen kring waren. Er werd kort op de deur geklopt
en mijn vader stapte binnen, en trok een rolstoel bij naast de mijne.
‘Ik
heb alleen maar gezegd dat ik je stuk prachtig vond,’ zei hij, ‘maar
ik zou er meer over willen zeggen.’
‘Shoot,’
zei ik. ‘Be my guest. Be my dad.’
‘Niet
alleen de tekst vond ik verrassend,’ zei hij, ‘maar ook de
manier waarop je het hele project hebt aangepakt, als een professionele
feature writer. Het zal een hele ontdekking voor je zijn geweest dat je
het kon.’
Ik
knikte.
‘Ik
was niet veel ouder dan jij nu toen ik mijn eerste feature produceerde,
en ik kan me nog levendig herinneren hoe me dat bezig hield. Dat was een
heel stimulerende ontdekking, en stimulansen zijn de shots waardoor je
verder komt en ook verder wil. Het is nog niet zo lang geleden dat teleur-
of zeg maar teloorstellingen er de oorzaak van zijn dat ik niet verder
wilde, en niet verder kon. Zulke stimulansen kunnen je hele kijk op het
leven ontregelen, kapot maken, en ook jezelf. Waardoor je helemaal de
spirit verliest.’
‘Ja
pa,’ zei ik, ‘ik heb het zien gebeuren.’
‘Ik
heb geen enkele kritiek of kanttekening. Zo’n puntig verslag laat
niet toe dat je iets persoonlijks schrijft over de man achter de Spirit,
maar misschien kun je in je verhaal iemand anders iets over hem laten
zeggen. Hij is zo’n bijzondere man. Er zitten veel dimensies aan
dit verhaal, waardoor het zo rijk is. Afgezien van de legende, afgezien
van de techniek en de romantiek, waardoor lezers misschien weer het boek
over de tocht gaan lezen, is er ook de overwinning van de man die weggesaneerd
is en weer uit de sloot kruipt. Dick is Icarus. Dick is een voorbeeld
voor de spirit die je eruit haalt. Voor mij is dit verhaal ook een stimulans
om weer met een andere spirit naar mijn mogelijkheden te kijken.’
‘Nog
wat drinken?’ vroeg mijn moeder in de deuropening.
‘Een
borrel,’ zei m’n vader.
‘Koffie
alstublieft,’ zei ik.
Ze
was benieuwd natuurlijk hoe het bezoek verliep, en ze kon zien dat het
goed was.
‘Ik
zal eens kijken,’ zei ik, ‘wat ik nog kan bedenken en toevoegen.’
‘De
spirit hebben of de spirit krijgen, daar gaat het om in het leven. Dat
heb ik weer eens beseft toen ik bij Dick was. Ik schrijf, en moet daarvoor
wel denken, en ook nadenken. Dat heb ik nu even vlug gedaan, het laatste
kwartier. Ik ben geen prater, maar interviewen kan ik wel, omdat ik het
anderen wil laten zeggen, wat ik dan weer kan redigeren. Ik ben meer een
redacteur en een chroniqueur in het leven. Dat is voor mij als vader wel
een handicap, zoals je misschien zelf al wel bedacht hebt.’
‘Je
bent als de horlogemaker,’ zei ik, ‘die geen gevoel voor timing
heeft.’
‘Maar
ik hoop dat dit gesprek voor jou niet te laat is,’ zei hij. ‘Ik
moet een aanleiding hebben, een thema, lof een voorzet. Dit artikel van
jou is opeens een prachtige aanleiding. Een lezer is veel sneller en veel
vluchtiger dan ik als hij je tekst leest, en ik ben niks tegen gekomen
waar ik op- of aanmerkingen op heb. Dus dat is nogal eenvoudig. Onderwerpen
als ruimtelijke ordening en bestemmingsplannen zul je niet dieper op kunnen
ingaan, omdat de mensen van de overheid elkaar tegenspreken als er niet
iets is vastgelegd. Overal zijn belangen mee gemoeid. Een analogie met
de vlucht van Lindbergh kun je niet of nauwelijks opnemen omdat je dan
te veel woorden krijgt. Ik vind het mooi afgerond zo. Je kunt even niks
meer doen. Met die prachtfoto’s erbij ben je overgeleverd aan de
beoordeling van de redactie en de bladmanager. Nadat je een cd hebt opgestuurd
ben je gedoemd te wachten, totdat zij bellen, of totdat je een redacteur
hebt gesproken.’
Een
borrel en koffie. En ze liet ons na een knipoog meteen weer alleen.
‘Een
mooier gesprek dan dit kan ik me niet voorstellen,’ dacht ik, en
zei ik ook.
‘Veel
mensen die schrijven kunnen niet schrijven,’ zei pap, ‘maar
jij kunt het. Daar ben ik erg blij om. Ik hoop dat je het ergens geplaatst
kunt krijgen. Misschien kun je het als werkstuk bij de beoordeling ook
nog laten meetellen in je opleiding.’
|
- 1 - 67 -
|
Peter belde. Hij zei dat hij de tekst
heel goed vond, had geen op- of aanmerkingen. En hij vroeg of ik de tekst
al aan m’n vader had laten lezen en hoe hij had gereageerd. Niet
wat ie er van vond maar hoe hij had gereageerd.
‘Heel
goed,’ zei ik. ‘Hij zit naast me. Ik geef je hem even.’
‘Heya
pardner,’ zei m’n vader in mijn mobieltje.
Het
werden brokstukken. Ik hoorde natuurlijk wat m’n vader zei.
‘Ja,
Van Waaien is een meer dan prima vent. – Wat een plannen! Wat een
spirit! – Het zou inderdaad fantastisch zijn als Kees daar bij betrokken
werd. – Inderdaad de tekst is heel goed geworden. – Ja, met
Sorber moeten we weer eens een afspraak maken. Da’s lang geleden.
– Ook aan Liesbeth!’
‘Volgens
mij,’ zei m’n vader, ‘heb jij net je diploma gekregen.
Peter vindt de tekst uitmuntend.’
‘Ik
wil er eerst nog naar kijken,’ zei ik. ‘Ik heb ’m zelf
nog niet gelezen.’
‘Als
je het verhaal door loopt,’ zei pa, ‘zul je misschien nog
wel een opening vinden om Dick als mens in neer te zetten. Maar dat moet
je op je gemak doen, niet nu meteen. Even laten inklinken. Zullen we nog
even naar de kamer gaan? Je bent de laatste tijd zo vaak zo ver weg. We
willen je wel weer eens even zien.’
‘Waar
was u al die tijd met uw gedachten, pa?’ vroeg ik aarzelend.
‘Ik
zocht troost en nieuwe impulsen. In gedachten ging ik onwillekeurig steeds
de weg terug. Ik was mijn spirit kwijt en heb die overal gezocht. Maar
sinds ik je tekst heb gelezen is er weer een beetje terug. De oorzaak
van mijn afwezigheid is simpelweg het wegdromen naar opdrachten waar ik
ooit aan werkte, waar ik me gelukkig bij voelde. Maar de klanten zijn
weg en dit is niet de tijd om zulke opdrachten te zoeken. En bij bladen
krijg je nu nog maar een grijpstuiver. Dat is geen doom denken, maar de
realiteit die van alle kanten bevestigd wordt. De wereld is radicaal en
onomkeerbaar veranderd.’
‘In
welke andere functies zou u uw talenten kunnen gebruiken? vroeg ik.
‘Ik
vraag het me de hele dag af, als ik de krant lees, het journaal zie, op
straat fiets. Ik weet het niet. Dat klinkt erg vertwijfeld voor een vader,
of zeg maar depressief, maar ik kan er niet om heen draaien. Het heeft
ook veel te maken met mijn leeftijd. Die van jou werkt tenminste erg in
je voordeel. Ik probeer voortdurend om een andere kijk op mijn mogelijkheden
te krijgen. Dit gezegd hebbende is het misschien wat minder een mysterie
voor je dat ik me zoveel minder vitaal in het leven beweeg. Ik leg me
er niet bij neer dat mijn state of mind een depressie zou zijn, en ik
zal ongetwijfeld een uitweg vinden uit deze impasse, een nieuwe weg. Maar
hoe gaat het verder met jou, nu we toch eindelijk zitten te praten?’
Ik wilde weer terug naar m’n tekst, maar dat wij nu eindelijk in
gesprek waren was zo belangrijk dat ik niet weg kon lopen.
‘Laatst,’
zei ik, ‘zag ik een documentaire over Jeff Koons, die mij op een
vliegtuig zette vol nieuwe gedachten, die schitterend aansluiten op een
werkstuk dat ik over digital imaging moet maken voor de UVA, en mij ook
aan het denken gezet over mijn opleiding.
De
stelling is: De digitale camera is het einde van de fotografie.
Ik
wil daar nog met Peter over praten, maar inmiddels heb ik hierover al
heel wat artikelen, en interviews met gerenommeerde fotografen.
Ik
kwam ik er achter dat al die fotografen een verschillende visie hadden,
hoewel het allemaal echt goeie fotografen zijn. Het gaat om de stellingname
van een groep fotografen die denken dat de enige waarachtige manier van
fotografen die van Henri Cartier-Bresson is, dat wil zeggen opnamen gemaakt
met een standaard lens die full frame worden geprint en niet aangesneden.
Het waren Cartier-Bresson, Lange, Weston, Adams en anderen die rebelleerden
tegen de richting in de fotografie die Pictorialism werd genoemd, fotografen
die zich bedienden van manipulatie in de donkere kamer, sandwich prints,
retouche, montages en ook decorstukken en kostuums. Maar wat is nu waarachtig
en wat is gekunsteld. Er wordt algemeen aangenomen dat de velden achter
La Giaconda niet in de buurt lagen van DaVinci’s studio, dat hij
de achtergrond er met knippen en plakken achter heft gezet! Het maken
van mooie beelden vergt artistieke visie en vakmanschap, die je kan bereiken
met chemicaliën of grote bedrevenheid in Photoshop. Veel achtergronden
in klassieke schilderijen werden geschilderd door stagiaires terwijl de
meester de mensen schilderde en de handen. Er werd zelfs vooruit gewerkt
en het schilderij al klaar was, waar het gezicht en de handen dan nog
in geplakt moesten worden, waardoor veel schilderijen er zo vreemd uitzien.
Zodra je de term fotografie en schilderkunst loslaat en deze kunst beschouwt
in termen van images, dan zijn er opeens geen problemen. Mijn stelling
is dat dit pseudo-problemen zijn, bedacht door pseudo-kenners, die zich
bediend hebben van een hilarisch toegepaste semantische spielerei en een
geraffineerde bedrevenheid in het syllogisme.’
M’n
vader zat me met een verbaasde blik aan te kijken.
‘Kees
jongen, wat een verhaal. En die Jeff Koons?’
‘Die
Koons is een art director, die langs de rand van kitsch met knippen en
plakken, met echt een schaar en lijm, collages maakt en die door een hele
fabriek met schilderarbeiders laat uitvoeren, eigenlijk net zo als Breughel
vroeger, en al die andere kunstfabrieken. Het is door onwetendheid van
dit fenomeen dat kunstliefhebbers heel verheven ideeën over kunst
hebben gekregen.’
‘Ik
heb nu al een paar maal gelezen dat steeds meer mensen de virtuele werkelijkheid
boven de echte, waarachtige. Dus zal dat pseudo-probleem opgelost worden
door de tijd. Het is me duidelijk dat je goed bezig bent, met alles waar
je mee bezig bent. Dat was heel goed te horen.’
|
- 1 - 68 -
|
Maandag weer naar de UVA, een vreemde anticlimax. Eerst zette ik de
foto’s en de tekst op een cd, schreef een briefje naar National
Geographic en deed de bubbelenvelop op de bus. Een vreemd leeg gevoel.
Peter
had geopperd dat ik bij het kantoor bij de Amstel zou langs gaan, en
ik zag dat helemaal voor me, dat ze de envelop zouden aanpakken als
van een koerier. Op mijn gestamelde vraag of ik de hoofdredacteur zou
kunnen spreken zou met verbazing worden gereageerd. Er zou niet gevraagd
worden waarom mijn vader niet zelf was gekomen, maar de gezichtsuitdrukking
van de juffrouw aan de balie was voldoende om de postzegels die ik toch
al bij me had voor de deur op de envelop te plakken en deze alsnog op
de hoek op de bus te doen. Gelukkig kon men op de redactie bij ontvangst
niet zien dat ik een koerier was, en zou de ‘contribution’ professioneel behandeld worden. Misschien zou de familienaam dan nog
een aanbeveling zijn. Is deze Kees niet een zoon van Arnold de Vogel?
Die jongelui, die toch maar mooi de capaciteiten van hun ouders erven,
hebben toch maar mooi een makkie in het leven, terwijl wij hier op de
redactie alleen maar het krummelwerk mogen doen. Dan zou Brechtje ook
wel goed zitten, met zulke ouders! Brechtje. Hoe kon ik nu verder met
Brechtje? Op de romantische tour een feature maken met mooie plaatjes
over paardrijmeisjes voor Yes? Of alleen maar over haar, Brechtje, leuk,
gaaf, cool, mooi en lief, scherpzinnig, doortastend, geestig en laconiek,
een zonnig briesje door een duinpannetje. Zijn dat mijn woorden?
Voordat
ik naar de UVA zou gaan, waar ik tot drie uur zou blijven en daarna
nog even naar de bieb, en daarna langs Peter, keek ik thuis nog even
op internet met Google en ik weet niet meer wat ik intikte, iets met ‘slant of light’, en plaatjes kreeg van ribbels in de woestijn
en in wegdekken, waarover ik meer zou willen weten en misschien wel
schrijven omdat die ribbels me die altijd geïntrigeerd hadden,
en hoe die ontstaan waren, als ze nog te vinden waren. Voor het maken
van de foto’s zou ik vooral moeten zoeken naar ribbels en een
moment waarop ik die kan fotograferen bij een effectieve, lage zonnestand.
Ik schreef snel op wat er in m’n hoofd opkwam.
Ik
veranderde van plan. Voordat ik naar de UVA fietste reed ik eerst langs
bij Peter. Hij was thuis. Ik legde mijn plannetje voor.
‘Wat
vind jij daar van?’
‘Daarvoor
moet je bij Rijkswaterstaat zijn,’ zei hij. ‘Het is een
vreemd fenomeen, dat ik de laatste jaren minder heb opgemerkt.’
‘Ik
heb al wat opgeschreven,’ zei ik, en ik liet een A4-tje zien.
Met
een vermaakte grijns las Peter het op.
‘Op een provinciale weg naderen
wij soms een kruispunt met onverwacht vreselijk dreunend roffelende
wielen, een wasbord, niet alleen op die éne route over de Veluwe,
maar ook op wegen in onze vakantielanden, ten Zuiden, ten Oosten van
ons land en ook in Groot Brittanië, waar de wegen over het algemeen
toch wel mooi glad zijn, smooth and winding country lanes.Wasborden,
werden die in de weg ingebouwd om de verkeersdeelnemers voordat zij
een kruispunt over scheurden tijdig wakker te schrikken? En op welke
kruispunten dan? Een deskundige bij Rijkswaterstaat verzekerde ons dat
er geen organisatie is of dienst die de kruispunten daarvoor selecteren
en daarna het wegdek behandelen. We kunnen wakker geschrikt worden door
wasborden op zand- en grintwegen, waar je ze min of meer zou kunnen
verwachten, maar ook in keurige wegdekken van asfalt, op wegen en alle
kruispunten over de hele wereld. Er zitten zelfs op sommige plaatsen,
hoewel minder schokkend, wasborden in spoorrails. Hoewel weinig automobilisten
echt weten hoe die hobbels in het wegdek komen wordt wel algemeen gedacht,
weten we inmiddels, dat er een eenvoudig verklaarbare oorzaak zal zijn,
maar toen wij er achter probeerden te komen bleek dat wasborden zelfs
onder wegenprofessionals al jaren veel onenigheid is. Daarbij wordt
over het algemeen aangenomen dat het de remmende banden zijn die het
wegdekmateriaal al remmend voor zich uit duwen en net zoveel als de
homogeniteit van het materiaal toelaat, totdat het materiaal een bepaald
volume heeft gekregen en de band er over heen rolt en het proces zich
herhaalt, en sterker zelfs. Maar deze uitleg bleek niet juist en zelfs
onzin te zijn.’
‘Ik zou er wel verder mee willen. Wat vind je er van?’
‘Het
is echt iets voor Quest,’ zei Peter. ‘Maar ik ben nu wel
erg benieuwd naar wat er achter zit, of onder.’
Ik
was opgetogen met mijn nieuwe project.
|
- 1 - 69 -
|
Het was weer enerverend om met Peter
verder te praten en zo plezierig even met Liesbeth dat ik bijna was blijven
eten toen Liesbeth dat vroeg. Thuis was de sfeer heel anders. M’n
vader zat nietszeggend vriendelijk te lezen. Hij vroeg niets en ik zei niets.
Toen ik even terug kwam in de kamer probeerde ik een gesprek, we hadden
nog een uur voordat we zouden gaan eten, maar het mislukte meteen.
Ik bleef een tijdje leeg kijken naar de printen van de foto’s van
de Spirit, en ik had kunnen beginnen met het verwoorden van de plannen voor
het zweefvliegcentrum, denkend aan de woorden van mijn vader, dat ik Dick
daarin behulpzaam zou kunnen zijn. Maar ik pakte de wasborden weer op, alsof
ik leed aan een virtuele verslaving.
Op internet vond ik een artikel dat in het Januari-nummer had gestaan van
de Scientific American van Dr. Keith B. Mather, Vice Chancellor voor Research
and Advanced Studies aan de University of Alaska, dat een verklarend en
zo te zien afdoende antwoord gaf op de vragen. Toen hij nog werkte aan de
University of Melbourne, had Mather ontdekt dat als voertuigen over ongeplaveide
wegen reden in de binnenlanden van Australië deze niet een gelijkmatige
stofwolk opwierpen, maar stofwolken die in vlagen werden opgeworpen door
de snel dansende wielen. Dat waren dus al golven, golfjes, rimpels, maar
het leek me lachwekkende onzin om daar een verband in te zien met de ribbels.
Toch werd er een apparaat gebouwd, waarmee de interactieve bewegingen van
een over een weg rollend wiel werden nagebootst. Een wiel met een diameter
van 5 inch werd aan een stang over een circuit van zand met een diameter
van 24 inch rond gerold, en bizar genoeg ontstonden er in het zand kleine
ribbels met een tussenruimte van een paar inch. Hier op voortbordurend en
voortbouwend construeerde Mather een wat geraffineerder uitgewerkt apparaat,
elektrische motor die een afgeveerd wiel aandreef, en een toerenteller,
zó gebouwd dat de parameters zoals het gewicht, de wieldiameter en
de veerkracht van de veer onafhankelijk van elkaar verstelbaar waren.
Eten!
Wat draaide de tijd snel als je daar tekort aan had! ‘Wat
ben je aan het doen?’ vroeg m’n vader.
‘Vingeroefeningen
van een aspirant doctorandus in de communicatiewetenschappen,’ zei
ik, maar ik vertelde het toch. ‘Een aardigheidje met wasborden op
straat, die ribbels in het asfalt bij stoplichten. Ik bewerk een artikel
dat ik op internet heb gevonden. Ik denk dat ik er niet mee verder zal gaan,
maar ik vind het even erg boeiend. Misschien kan ik er iets mee, als het
maar niet te veel tijd vergt. Ik ga eerst nog een stuk afmaken voor de UVA
en dan beginnen aan een communicatieplan voor The Cow Dike Spirit Center,
en ik denk dat ik dat kan gebruiken voor m’n tentamen.’
Hetty
vroeg wanneer ik weer naar Koedijk zou gaan. ‘Als
ik een plan had,’ zei ik, ‘dan zou ik Zaterdag kunnen gaan.’
‘Mag
ik dan mee?’ vroeg ze. ‘Ik
was nog niks van plan,’ zei ik, ‘misschien, het hangt natuurlijk
ook van het weer af.’ Ik
wilde Brechtje wel weer zien, maar dat zei ik niet. En ik wilde meer over
de Spirit lezen. Dat zou makkelijk kunnen omdat ik voor de tentamens bijna
klaar was. Na het yoghurtje ging ik meteen weer verder met de ribbels. |
|
|