- 1 - 70 -
|
‘Er werden verrassende ontdekkingen
gedaan. Als het wiel langzaam draaide werden op de vloer geen ribbels
gevormd, maar een diepe voor. Als het met voldoende snelheid draaide vormde
zich het wasbord op de ondergrond, waarbij het geen verschil maakte of
het werd aangedreven of dat het freewheelde. De afstanden van de ribbels
werden lineair groter naarmate de snelheid hoger werd. Daarbij werd het
zand niet naar voren geduwd, waarna het wiel er niet overheen reed om
een volgende ribbel te maken, zoals algemeen werd aangenomen.’
Zo ver was ik die avond gekomen, en ik kon het niet opbrengen verder te
gaan. M’n ouders waren inmiddels naar bed. Ik pakte een strip van
Biggles, Het Bal van de Spitfire, omdat ik te moe was om te beginnen in
het boek over zweefvliegen, en vloog in het eskader van Bigglesworth mee
in een luchtgevecht tegen Duitsers in Messerschmitts en Junkers bommenwerpers.
Dat duurde niet lang kwam ik de volgende ochtend achter, omdat het boek
open lag op pagina achttien, met tekeningen van een gecrashte Spitfire
in een Franse wei, met een stier op het punt stond aan te vallen. Ik kon
me er niets van herinneren of het een stier was van Dick van Waaien.
De volgende dagen werkte ik aan mijn werkstukken voor m’n tentamen
en draaide ik relaxed mee in het gezin met af en toe een film op de tv,
waarbij Hetty tot driemaal toe toespelingen maakte op Brechtje. Het was
weer een beetje het leven zoals dat was voordat de Spirit langs kwam,
totdat er op Vrijdag een envelop op me lag te wachten toen ik thuis kwam
van de bieb, met prints van mijn artikel en een brief.
‘Geachte heer de Vogel,
Wij vonden uw foto’s uniek en prachtig, vooral omdat ze zwart-wit
waren en daarom zo pasten in de sfeer van de echte Spirit uit 1927. Met
het interessant geschreven verhaal kunnen wij daar een boeiend, belangwekkend
artikel van maken voor ons magazine. Omdat wij spoedig met de productie
daarvan zullen beginnen verzoeken wij u ons aanstaande Maandag de bijschriften
te mailen. De afdeling vormgeving is al gestart met de lay-out. De proeven
die van de door u aangeboden feature zijn gemaakt sluiten wij hier bij
in.
Met vriendelijke groet, Pascal Derboven.’
|
|
De brief las ik eerst zonder het mapje
open te maken, alsof ie aan mijn vader was gericht. De proeven zagen
er uit als gedrukt en dat gaf me een vreemd gevoel. Het waren dus niet
de foto’s die terug kwamen, maar ze waren al aan de gang gegaan.
Heb ik dat gemaakt, gefotografeerd en geschreven? Ze hadden de kop veranderd.
Had ik dat geschreven? Zijn die foto’s echt van mij?
‘Je
moet ze inlijsten,’ zei Hetty. ‘Jammer dat ze die foto niet
hebben genomen van het vliegtuig dat uit zee komt binnen vliegen, en
die waarop het over het Noord-Hollands kanaal naar de boerderij vliegt.’
‘The
kick to see oneself in print,’ said my father.
‘Maar
wat vreemd, dat ze de kop hebben veranderd,’ zei ik.
‘Dat
een headline door een koppenmaker herschreven wordt kan gebeuren,’
zei ervaren Arnold. ‘Omdat die het meest in het oog springt en
de toon zet van wat volgt en, daar gaat het voornamelijk om, omdat de
strekking van het stuk moet passen in het ‘format’ van de
titel, een ander woord voor de uitgave. En dit blad speelt niet in op
de sensatie van een mysterieus geheim vliegtuig als een Vliegende Hollander,
maar op de ontwikkelingen in de sociale geografie en ruimtelijke ordening.
Vandaar van oudsher de titel van het blad. Dat heb je met de tekst ook
heel goed aangevoeld.’
De
waardering, en loftuitingen waren een warme douche, en tijdens het eten
ging dat verder. Straks even naar Peter.
‘Laat
je de proeven nog even aan Peter zien?’ vroeg m’n vader.
‘Hij zal wel opkijken, of heb je hem al gebeld?’
‘Ik
heb al gebeld en gezegd dat ik een briefje had gekregen dat ik hem even
wilde laten lezen,’ zei ik. ‘Ik ga tegen achten even langs.’
|
- 1 - 71 -
|
‘Dat is echt iets voor jou,’ zei Peter, ‘om niet
te zeggen dat je proefdrukken had gekregen. Dit is werkelijk fantastisch!
Oh, ze hebben zelf een kop gemaakt! Nou prima hoor! Pas helemaal bij
de tekst en ook bij het blad. Heb je nog iemand van de redactie gesproken?’
‘Nee,
de enige reactie was deze envelop.’
‘Dat
is dan heel voortvarend verlopen,’ zei Peter. ‘Ik denk dat
hier ook de actualiteit heeft meegeteld, omdat de Spirit nog helemaal
niet in de media is geweest. Gek toch dat ze niet gebeld hebben. Maar
het is wel een geweldig succes! Je kunt je ook nog verbazen over de
keuze van de foto’s, maar dat is een vak apart, waarbij het totaalbeeld
en de sfeer van de titel bepalend is maar ook het verhaal van elke foto
en het ritme van alle artikelen achter elkaar. En dan moet je nog de
bijschriften mailen. Ga je er mee naar Van Waaien?’
‘Ja,
morgen rij ik er mee naar Dick. Die zal z’n ogen ook niet geloven.’
Liesbeth
vroeg of we koffie wilden. Ze keek naar de proeven en zei dat ze vond
dat het een verrassend artikel was geworden.
‘Dat
is toch fantastisch voor zo’n jonge jongen!’ zei ze. ‘Wat
een prachtige foto’s. Op spotters zal dat ook een heftige indruk
maken. Je bent iedereen te vlug af geweest. Moet je er niet mee naar
het Associated Press?’
‘Nee,’
zei ik. ‘Ik wil de National Geographic de eer gunnen. Als het
in het magazine heeft gestaan.’
‘Volgende
week Zaterdag,’ zei Peter, ‘is er een meeting van de International
Biggles Association in Nieuwegein, ga je mee?’
Morgen naar Koedijk en de volgende Zaterdag naar Nieuwegein,
maar hoe zou ik m’n Zaterdagen nou spannender kunnen besteden?
‘Ik
was net begonnen in Het Bal van de Spitfire, da’s toevallig. Ja,
ik ga mee.’
‘Je
vader zal wel trots op je zijn, en terecht. Het zal hem goed doen. Een
zorg minder. Ik zal hem straks bellen om te zeggen wat ik er van vind.’
Maar
wat zal Dick van het artikel vinden? En Brechtje? Zal ze zeggen dat
ze het niet achter me gezocht had? Toch wel een knappe jongen. Dat is
echt iets voor een jongen uit de grote stad. Zal ie mij wel aardig vinden,
zo’n eenvoudig meisje van het koeienland? Als ik aan Brechtje
denk, zie ik haar steeds met een paardenstaart. Ik zal eens vragen waarom
ze haar haar niet laat groeien. Ik hoor het haar al zeggen: ‘Da’s
toch veel de ouderwets! Die hadden meisjes in de tijd dat mijn ouders
jong waren, nee vroeger nog.’ Daar had ik dus geen kijk op, volgens
haar. Ze heeft er wel een gezichtje voor.
Later
op de avond zat ik alleen met m’n vader, terwijl hij voor de derde
keer keek naar de film over Watergate met Dustin Hoffman en Robert Redford
en ik weer een van de boeken over de Spirit had opgepakt. M’n
moeder was naar een vriendin. Ik had verteld dat Peter enthousiast had
gereageerd, maar dat was voor m’n vader geen aanleiding om er
over verder te praten.
‘Dat
intrigeert me,’ zei ik, ‘de krat waarin de Spirit werd vervoerd.
Dat zou een leuke keet kunnen zijn om op het terrein van Dick te zetten.’
Hij
keek me aan alsof hij het niet begreep. Ook daarover praatten we niet
verder. Ik probeerde het nog eens.
‘Peter
vroeg of ik mee ging naar een meeting van de Biggles Association. Dat
lijkt me wel wat.’
‘Moet
je doen,’ zei hij, ‘Peter is daar helemaal gek mee. Dat
boek dat ik heb, heb ik van hem gekregen, maar van de Biggles stripboeken
heeft hij stapels en een hele rij pockets, te veel voor jou om te lezen.
Dat is weer een heel andere kant van de literatuur. Hij heeft ook een
paar boeken van Richard Bach, de schrijver van Jonathan Livingston Seagull.
Die zou je eens moeten lezen, en van De Saint-Exupéry, en een
handboek van Bach over het vliegen met kleine vliegtuigen zoals een
Piper Cub, waar de Spirit veel van weg heeft.’
Al
die wonderlijke, archaïsche interessen. De komende tijd zal ik
me niet hoeven te vervelen.
‘Hoe
loopt het nu met de rechtzaak?’ vroeg ik.
‘In
de loop van de tijd dat die zaak nu alle kanten op wordt gesleept ben
ik op een sluipende manier gaan geloven,’ zei m’n vader
plotseling aangeslagen, kwaad en treurig, ‘dat die ratten het
gevecht langer kunnen volhouden dan ik. Omdat ik al weer een tijd niets
van de advocaat heb gehoord over de voortgang van de procedure weet
ik niets meer dan waar ik zelf bang voor ben. Steeds opnieuw heb ik
er over gedacht of er een alternatief was geweest, maar dat de smeerlappen
mij dit geflikt hebben is wel het bewijs dat er al lang geen mogelijkheid
meer was om samen te werken en dat de tegenwerking ondanks meditation
alleen maar doelgericht steeds sterker werd. Uit alle gedachtegangen
heb is dit de laatste optie waarmee ik begrijp dat ik er zelf niets
aan had kunnen doen om te voorkomen dat al het geld werd opgemaakt.
Er is ook geen manier te bedenken om het weer terug te krijgen. Dat
ziet de advocaat ook wel. Het is moeilijk te verkroppen dat alles onder
je handen wordt weggejat. Ik wou dat ik het positief en wijs anders
kon vertellen Kees. Ik heb geprobeerd een metafoor te bedenken die me
soelaas zou geven, dat het van hun een vorm van krankzinnigheid was
waar ik geen invloed op had, een aanval van hebzucht, of een attaque
van jaloezie, of andere natuurverschijnselen. De absurde, banale brutaliteit
die alles slaat is dat zij nu een bedrag van mij claimen dat drie maal
zo hoog is als waar ik recht op heb. Ik begrijp het niet. Ik kan niet
bedenken hoe iemand dat kan bedenken.
Ik moet nota bene helemaal opnieuw beginnen, en ik ben op zoek naar
een nieuwe droom. Ik zal morgen het nieuwe boek van David Mitchell kopen,
Cloud Atlas. Ik zoek overal naar een nieuwe visie, bij de psychiater
zoals je wel zult weten, bij hun en bij mezelf, en in poëzie die
misschien nog niet geschreven is. Ik wil je hier niet mee belasten,
maar het zou zo geheim mysterieus zijn en zo dreigend als je helemaal
niet weet wat er zit achter mijn ballingschap. Het verbaast me noch
dat ik je dit betrekkelijk rustig kan vertellen. Het enige dat ik ermee
kan is een boek schrijven over dit soort praktijken en misschien wel
in het bijzonder over pseudologica fantastica. Ik heb al toezeggingen
gekregen van vijf slachtoffers die geïnterviewd willen worden.
Het zou een schril realistisch boek kunnen worden.’ ’
‘Dat
zou je moeten doen,’ zei ik. ‘Ik begrijp dat er zó
veel gemiste kansen en teleurstellingen en machteloosheid door je hoofd
spelen dat het bijna niet mogelijk is om op het belangrijkste te focussen,
je talent en je capaciteiten die nog niet zo kritisch leeftijdgebonden
zijn, en het belangrijkste gegeven dat je het, afgezien van je positie
aan de maatschappelijke afgrond zoals jij die ziet, wel erg met mam
hebt getroffen, en met ons, hoop ik. Dat is wat ik zelf zie. En die
achterlijke non-valeurs, die zijn straks letterlijk alles kwijt. En
daar komt bij dat als het onmogelijke je gelukt was, en je toch was
gebleven, het dan was het tòch geheid mis gegaan.’
‘Ja,
dat is waar,’ was het enige dat hij hoorbaar kon zeggen, ‘je
hebt gelijk kerel. Mensen zijn als de wolken aan zee, je ziet ze ontstaan
en weer vervluchtigen, verdwijnen in het niets.’
Ik had mijn vader niet eerder zó gedeprimeerd gezien. Ik kon
niets anders opbeurends bedenken dan even mijn hand op zijn schouder
te leggen. Of hij bang was dat ons huis verkocht moest worden durfde
ik niet te vragen. Vechtend tegen de tranen ben ik naar mijn kamer gegaan.
|
- 1 - 72 -
|
Warm aangekleed reden
Hetty en ik een beetje verkleumd op Zaterdagochtend om kwart voor elf
het erf op bij de familie Van Waaien. Rekel kwam kwispelend op ons af,
heel anders dan de eerste keer. Daarna lichtvoetig Brechtje, zonder paardenstaart,
met d’r korte koppie. Spontaan gaf ze meteen Hetty een hartelijke
zoen, maar mij toch ook.
‘Had
je gebeld?’ vroeg ze aan mij. ‘Maar waarom zouden we er niet
zijn? Pap zit in de hangar. Je kunt geen nieuwe foto’s hebben om
te laten zien, want de Spirit is niet meer de lucht in geweest. Maar leuk
dat jullie er zijn!’
Ze
lachte, ook naar mij. Vond ze het leuk om ook mij te zien? Ze zag er sprankelend
en fris uit, een briesje en niet wisselvallig! Nòg een zoen zou
te veel zijn. Ik mocht het niet pushen.
We
liepen naar de hangar. Dick zat aan de werktafel te schrijven. Hij leek
druk en geconcentreerd maar keek blij verrast op.
‘We
hebben niet op jullie gerekend,’ zei hij, ‘maar ik heb cake
gehaald bij Roos in Bergen.’
‘Dan
wacht ik even met te laten zien waarvoor we komen,’ zei ik.
‘Okay,’
zei Dick, ‘dan wachten we tot ik terug ben met de koffie.’
’Brechtje en Hetty gingen zitten en praatten over de rit die Brecht
met een stel meiden ging maken naar de duinen van Schoorl. Hetty keek
met vragende ogen naar mij alsof ik haar vader was. Ik knikte zonder iets
te zeggen. Ze had in het Amsterdamse Bos een paar lessen gehad, maar ik
had geen idee of ze zo’n rit wel kon maken en ik wilde dat niet
ter discussie stellen alsof ik haar vader was. Dat moest ze dan zelf maar
weten. Bij Schoorldam de brug over en dan naar Schoorl en daar omhoog
de duinen in. Omdat ze jonger was dan Brecht kon ze van haar laarzen en
kleding lenen. Ze keek me aan met rooie konen aan het begin van een spannend
avontuur. Toch bleven ze zitten. Brechtje en ik hadden een schalks oogcontact
dat werd onderbroken toen haar pap weer binnen kwam.
‘Ik
weet niet hoe ik daar bij kwam,’ zei Dick, ‘maar ik dacht
dat jullie zouden komen, misschien omdat Brechtje zoiets had gezegd, maar
ik had appeltaart meegenomen.’
‘Pap,’
zei Brechtje opgetogen, ‘jij voelt het allemaal heel goed aan.’
‘Eerst
taart,’ zei ik, ‘en dan pas pak ik de papieren uit de envelop,
want er mag beslist geen slagroom op komen.’
‘En
Kees,’ vroeg Dick, ‘waar ben je nu mee bezig?’
’‘Met m’n tentamen ben ik en passant nogal druk,’
zei ik, ‘en voor de aardigheid schrijf ik iets over washboarden,
die ribbels in de weg bij stoplichten. En verder kreeg ik nog een briefje
over de Spirit van de redactie van National Geographic dat ik zo zal laten
lezen als de schoteltjes weg zijn.’
‘Moeten
we ons nog verkleden?’ vroeg Dick.
‘Maak
maar gekkigheid,’ zei ik, ‘maar je zult zien dat een keurige
das wel het minste is.’
Brechtje
ruimde de schoteltjes op en ik pakte de brief uit de envelop. Dick las
’m hardop voor, met een beetje Noord-Hollands accent.
‘Geachte heer de Vogel, Wij vonden uw foto’s uniek en prachtig,
vooral omdat ze zwart-wit waren en daarom zo pasten in de sfeer van de
echte Spirit uit 1927. Met het interessant geschreven verhaal kunnen wij
daar een boeiend, belangwekkend artikel van maken voor ons magazine. Omdat
wij spoedig met de productie daarvan zullen beginnen verzoeken wij u ons
aanstaande Maandag de bijschriften te mailen. De afdeling vormgeving is
al gestart met de lay-out. De proeven die van de door u aangeboden feature
zijn gemaakt sluiten wij hier bij in. Met vriendelijke groet, Pascal Derboven.’
‘Dit is geweldig!’ zei Dick. ‘Laat zien!’
Ik
pakte de proeven en legde die naast elkaar op de werktafel nadat ik deze
eerst met m’n zakdoek had schoongeveegd. Op dat moment kwam de vrouw
van Dick binnen, zei me hartelijk gedag, en met z’n vijven keken
we naar het artikel. Mijn artikel, helemaal zelf geproduceerd. Ik was
er beduusd onder.
‘Nòh
Dick,’ zei ze, ‘wat prachtig! Daar heb je iets prachtigs gemaakt
Kees!’
‘Hoe
is het mogelijk!’ zei Dick. ‘Het is een prachtig artikel geworden,
alsof het een reportage is uit 1927! Mijn complimenten!’
Brechtje
legde een arm om me heen en zei dat ze het heel gaaf vond. Ik begon te
gloeien en zou het liefst iets anders gaan doen, maar ik vond het wel
heerlijk dat Brecht het ook zo mooi vond. Dat alleen al!
‘Kom Het,’ we gaan, kondigde Brechtje aan.
Als
goeie vriendinnen liepen ze de hangar uit en kwamen even later gekleed
als elegante paardrijdametjes, fiere Hollandse meiden, met metalen voetstappen
op de paarden langs de open deur, op weg naar de duinen, Neeltje, Geertje,
Keetje, Brechtje, Marieken. Eerst langs het kanaal, de brug van Schoorldam
over en dan het hele stuk naar Schoorl in een tempo waar ik heel ongeduldig
van zou worden.
Dick
stond op en alsof hij iets hinderlijks had mede te delen zei hij: ‘We
zouden van alles kunnen bespreken, maar ik heb een afspraak in Bergen
met een wethouder die over de bestemmingsplannen gaat, een afspraak die
ik niet kan afzeggen. Als ik je artikel kan laten zien zou dat een positieve
bijdragen tot het gesprek kunnen leveren. Je hebt zelf al boeken gelezen
over de Spirit, maar ik heb hier een handboek van Richard Bach, waarin
wordt beschreven hoe je met ouwe staartwielvliegtuigen Piper Cub moet
vliegen, en een oud boekje van Jonathan Livingston Seagull. Toen de koeien
weg waren gehaald heb ik dat boekje gekocht bij de Bergense Boekhandel
en heb dat aan het strand liggen lezen, aan de rand van de duinen. Die
dagen onder de zeemeeuwen heb ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’
‘Dat
handboek heb ik toevallig van Peter te leen gekregen,’ zei ik. ‘Ik
ga straks in de cockpit zitten en het lezen op de meest geschikte plek.’
‘Dat
is een goed idee,’ zei Dick. ‘Ik ga nu meteen weg. Tot straks.
Vermaak je!’
|
- 1 - 73 -
|
Ik had wel met mijn
neus tegen het raam gedrukt naar binnen gekeken maar niet in de cockpit
gezeten. Ik schoof een opstaptrapje onder de deur van de Spirit, klom
binnen en met een rilling over m’n rug ging ik met het boek op m’n
schoot op het merkwaardig gevormde stoeltje zitten. Dit was de meest ideale
plek om dit boek te lezen. Maar het lukte niet. De meters op het dashboard
zo dicht bij, de periscoop waardoor Lindbergh naar voren kon kijken, de
stick, de pedalen van het staartroer, aan het plafond het omhoog geklapte
flat screen waarop de projecties van de digitale instrumenten in beeld
komen onder het vooruitzicht van de videocamera op het dak. Ik gespte
de veiligheidriem vast en probeerde me te concentreren op de voorwoord,
las de eerste alinea driemaal opnieuw. Door de wonderlijk rechthoekige
zijruit, dat zo vreemd onaërodynamisch niet in de stijl paste, kreeg
ik het gevoel een indringer te zijn in een andere eeuw waar Dick meer
in thuis hoorde.
De
zon scheen over de deel door de open deuren op de chromen stoelen om de
ronde tafel, was al voorbij de werktafel. Zelfs al zou de zon verder door
draaien dan nog was de stoel in de schaduw van waaruit ik uitzicht had
op de Spirit een betere plek om het boekje van de Seagull te lezen, niet
in de cockpit maar in de chroomstalen lounge chair uit de twintiger jaren
bij de ronde tafel, een prachtige styling voor een lobby van een themamotel
aan een airstrip. M’n telefoontje trilde, het was m’n vader,
die vroeg hoe het ging, en wat de reactie van Dick was op het artikel.
Ik vertelde dat Brechtje met Hetty was gaan paardrijden en dat ik alleen
zat te lezen en dat ik dacht tegen zessen thuis te zijn, of hij dat aan
m’n moeder wilde zeggen.
‘Wat
ga jij doen,’ vroeg ik.
Zou
die depressie ook nog met andere middelen dan geneesmiddelen te bestrijden
zijn? Het waren de omstandigheden had hij gezegd, niet iets biologisch.
Hij ging lopend met m’n moeder naar de bieb op het Roelof Hartplein
en zelf wilde hij even naar het Martyrium daar tegenover, de boekwinkel
in de Van Baerle, om even kijken. Hij had met de eigenaar gepraat op een
beurs van uitgeversrestanten en hoewel dat nooit meer ter sprake was gekomen,
voelde hij zich daardoor thuis in de winkel, de romantische globetrotter.
Dat waren zijn plannen. Wat zou hij vinden van mijn tijdsbesteding van
de Zaterdag? Zou hij nog werk vinden? Zou hij uit zijn depressie komen?
Kon zijn track record van de jaarverslagen van zijn befaamde ex-klanten,
en de brochures en de speeches in deze tijd van malaise nog de aanleiding
zijn om hem in te huren? Kon ik voor hem het voortouw nemen, over een
maand doctorandus? De Vogel & De Vogel, rapportages en reportages.
Ik schreef de woorden gecentreerd op een velletje papier en trok er een
rechthoek omheen. Daaronder in een nieuwe rechthoek het regeltje van de
disciplines tussen onze namen, op de achterkant alle gegevens. Onze beide
emailadressen en de url van de website die ik Maandag zou laten deponeren:
DeVogel.org. In plaats van met een stapeltje jaarverslagen, brochures
en publicaties zou ik na de vakantie tijdens een gesprek even de website
kunnen openen. Maandag zou ik dan ook naar Erwin rijden, een relatie van
m’n vader bij drukkerij Aeroprint in Ouderkerk, die het kaartje
zou kunnen uitvoeren en drukken, bij wijze van verrassing en eerste actie
in samengespannen krachten om pap weer uit de modder te trekken. Een nieuwe
dynastie in communicatieland. We hadden er wel eens schalks – een
favoriet woordje van m’n vader – over gefilosofeerd, voordat
hij uit zijn praktijk werd weggesaneerd, maar ik had nooit gedacht dat
het nog eens menens zou kunnen worden. Zonder overleg zag ik het voor
me. Het beeld werd steeds helderder. Was het de replica van het vliegtuig
die mij inspireerde of de replica van de stoel? Was ik het zelf, de replica
van m’n schrandere vader? ‘Je bent wat je gezien hebt en wat
je voor ogen staat.’ Ik zou mijn vader weer leren vliegen!
Hij
was het slachtoffer geworden van de nieuwe derde partner in zijn bureau,
die hij op het nippertje buiten de deur had kunnen zetten, maar de tweede
maal had hij zichzelf buiten gesloten. Het was zijn eigen fout geweest;
hij vertelde er thuis over, waar ze mee bezig waren, over de koekoekstrategie
van de nieuwe man, de valsspeler, en de vervalste jaarbalansen, de creatieve
boekhouding aan de foute kant van de papierdunne rand van vervalsing en
criminaliteit. Wij zouden van elkaar kunnen profiteren, mijn vader en
ik, zijn kennis en ervaring en mijn goed opgeleide vitaliteit.
Opeens
zag ik het helemaal voor me en het kaartje zou het eerste bewijs zijn
van deze visie. Geen vogel als vignet, of twee vogels dus, maar wel de
beide namen uit een ander lettertype, de moderne Thesis, die verkrijgbaar
was in een schreefletter en ook als schreefloze letter. Welk lettertype
verbeeldde dan van wie?
|
- 1 - 74 -
|
In het kolkend
razen van de wind achter het vizier van mijn helm hoorde ik de vastberaden
maar gevoelvolle stem van Dick: ‘Die dagen onder de zeemeeuwen heb
ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’ En Hetty zat tegen
de rijwind roepend te vertellen hoe zij het gehad had in de duinen.
‘In
galop een duin op, en dan weer naar beneden, helemaal achterover leunend
als in een western, Kees! Het was zó spannend en zó prachtig!
En Brechtje, ik heb nog nooit zo’n leuke meid ontmoet! En ze vraagt
steeds naar jou, en wat je studeert, en wanneer je klaar bent, en wat
je gaat doen later.’
‘Geen
boer worden!’ schreeuwde ik naar achteren.
‘Wat!?’
Het
werd fris. Nog steeds geen voorjaar was het tegen de avond op de scooter
erg fris. Hetty kroop tegen me aan. Heel zachtjes zat ze te zingen, of
misschien wel heel hard, in d’r helm. De meisjes leken niet zo veel
op elkaar dat ik Brechtje achterop had kunnen meenemen in plaats van haar
nieuwe vriendin, zonder dat ze het thuis gemerkt hadden. Zou ik een keer
de auto kunnen lenen? Pa zat toch aldoor thuis. Na het eten zou ik het
kaartje maken en over mijn plan vertellen. Hetty, en niet Brechtje, dekte
de tafel terwijl ze honderduit vertelde over haar avontuur. Nee, geen
zadelpijn. Nog niet. Het was Hetty en niet Brechtje die daar druk in de
weer was, pap en mam zeggend tegen m’n ouders, zo vertrouwd, zo
harmonisch passend in onze Amsterdamse minicoterie.
‘Hoe
was het voor jou?’ vroeg m’n vader.
‘Dick
was héél verrast door het artikel,’ zei ik. ‘Hij
leek het eigenlijk verbijsterend te vinden, maar op z’n Noord-Hollands
bleef hij nuchter in het geven van een complimentje. In de middag moest
ie weg en heb ik zitten lezen, een paar heel gave uren, in het verhaal
van de zeemeeuw Jonathan.’
Na
het tweede journaal ging ik naar m’n kamer, voerde ik het visitekaartje
uit, maakte een print, sneed het uit en bleef er uren lang naar kijken
en denken aan hoe de dag was verlopen, en wat ik denkelijk al had bereikt.
|
|
‘Die dagen onder
de zeemeeuwen heb ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’
Dick
had zich visualiserend vereenzelvigd met de meeuwen, was het vliegen geworden.
Daardoor was de stap van veeboer naar vlieger heel vanzelfsprekend geweest,
kennelijk. En Brechtje, wat hield haar bezig?
Om kwart over tien ging ik met het kaartje naar de huiskamer, maar wachtte
met het te laten zien omdat de volle aandacht van alle drie volledig in
beslag werd genomen door het zoveelste optreden van de overgebleven Idols.
Ik kon Idols niet anders dan zien dan ‘camp’. Met één
oog keek ik naar het programma, met het andere in een EOS-magazine. Ik
moest het niet forceren, want als de stemming niet erg geschikt was kon
ik het gesprek beter uitstellen. Het duurde lang en ik kon vond dat de
wanprestaties niet opwogen tegen een aardig liedje. Tijdens de reclame
vroeg m’n moeder of ik tevreden was.
‘Heel,’ zei ik. En ze glimlachte naar me.
‘Ja,’
zei ze, ‘ik kreeg al de indruk dat je heel tevreden was.’
‘Ik
heb vanmiddag niet zitten lezen in het boek van Jonathan,’ zei ik,
‘maar ik heb geprobeerd me voor te stellen wat het is om te leren
vliegen en daarbij heb ik over uw situatie gedacht. En ik kwam tot een
gedurfd plan. Ik ben dan wel niet oud en wijs genoeg, maar ik hoop dat
u daar met mij over wil praten, van gedachten wisselen.’
M’n vader kijkt mij anders aan dan ooit tevoren. Het lijkt wel dat
we een gesprek van man tot man hebben.
‘Voor
m’n studie,’ begon ik, ‘heb ik een boek gelezen over
metaforen, een stijlfiguur waar u heel goed in bent, de letterlijke, taalkundige,
of zeg maar literaire metaforen, of metaforen zoals in Neuro Linguistic
Programming, NLP. Dat boekje van de meeuw is eigenlijk één
onvoorstelbare, poëtische metafoor. Het verhaalt hoe Jonathan leert
vliegen, maar ook wat de lucht voor karaktereigenschappen heeft waar hij
mee moet leren dealen, maar ook letten op anderen, leren van anderen,
en toch je eigen weg gaan, variaties maken, spelen, op je bek gaan, alles
wat de meeste mensen in het leven leren, met vallen en opstaan. Kortom,
de jongen leert zich vermannen.’
|
- 1 - 75 -
|
M’n vader luisterde
zonder de neiging om direct commentaar te geven. Hij was rechter gaan
zitten en keek mij aandachtig en vol interesse aan. Ik was er niet zeker
van dat ik mij uit deze ingewikkelde, moeilijke redenering kon redden.
Ik kon er veel mee winnen. Wij samen eigenlijk. Zoals een koorddanser
probeerde ik niet naar beneden te kijken, maar concentreerde me op de
gedachte achter het visitekaartje. We zouden samen op visite gaan bij
nieuwe prospects. Dat moest ik nu voor ogen houden.
‘Hoewel
ik er van overtuigd ben dat u het slachtoffer bent van doelgerichte zwendel,
geloof ik dat het echt helemaal niets oplevert als u in de put gaat zitten.
Dat is hard gezegd, maar ik geloof dat u er feitelijk niet omheen kunt
dat op het koord naar beneden kijken fataal zou kunnen zijn. De gedachte
zelfs maakt je onzeker, en in zaken zien prospects dat en laten je al
vallen voordat je de kans krijgt op het koord te stappen.’
Nu
wilde Arnold iets zeggen, maar ik was bang dat ik de draad zou kwijt raken,
en maakte een gebaar waarmee ik aangaf dat hij niets moest zeggen.
‘Je
bent niet te oud Arnold, om nog succesvol te zijn in je vak. Wat er gebeurd
is is een ramp, maar als je huis in puin ligt, zoals in het journaal,
dan ga je of ruimen, of bouwen, niet rouwen. Alleen moet je scherpzinnig
zoeken naar contacten. Ik geloof dat je eerst moet kijken naar de bandbreedte
van je talent en vaardigheden. Daarbij moet je bedenken dat er een ramp
is gebeurd en dat je nu niet kan gaan zoeken naar de ideale opdrachtgever,
waar je in je carrière jaren over hebt gedaan. En in het bedrijfsleven
kennen alleen de gepensioneerde mensen je ouwe bureau, en niemand kent
jouw kwaliteiten in met name jou als aanbieder. Ik kan met die HEAO-ers
praten, en voor hun ben jij een ouwe lul. Mijn conclusie is dat ik me
op zoek naar opdrachtgevers flexibel kan opstellen; voor de beter gekwalificeerde,
oudere professionals ben ik de doctorandus in communicatie, voor die eigengereide
jonge gasten kan ik me met jouw ervaring presenteren als een snel opererende
freelancer die hun taal kan spreken en begrijpen. Ik zie die samenwerking
als een combine als in de wielrensport, en ik heb al gedacht aan een business
card.’
Ik liep naar de stoel waarin hij ademloos had zitten luisteren. Ik zag
dat hij erg verrast en ontroerd was. Hij keek naar het kaartje en pakte
m’n rechter hand en zei niks. Hij kneep een paar keer warm in mijn
hand, en ik begreep dat hij niks kon zeggen.
‘Kees kerel,’ zei hij, zoals hij dat zei wanneer hij iets
ging meedelen. ‘Kees...’ en zijn stem brak in een eindeloze stilte.
‘Kees,’
zei ik, ‘kerel, dat had je nou niet moeten doen!’
En
wij barsten uit in een voor de tijd van de avond veel te hard lachen.
Aan het schokken van zijn lijf voelde ik dat hij huilde, stil maar hard
huilde. Hij wilde wat zeggen, maar het lukte niet. Ik zette zachtjes een
cd op, vrolijke muziek, heerlijke muziek, de sound track van Amélie,
Le Fabuleux Destin d’Amélie. Leuke vader, maar nu moest hij
zelfstandig leren vliegen.
‘Morgen
praten we verder,’ zei hij opgelucht lachend. ‘Of zit je weer
op Koedijk?’
Ik
nam het nieuw gekochte boek Cloud Atlas van David Mitchell mee naar m’n
kamer, een heel dik boek van 530 pagina’s vol Engelse woorden. Het
zou wel een tijd naast m’n bed liggen, totdat m’n vader het
zou wegpakken.
|
- 1 - 76 -
|
Er was veel gebeurd in de eerste helft
van het weekend, genoeg voor een hele week. En we hadden nog de hele Zondag.
M’n moeder pakte me vast in de keuken, zeggende dat ik fantastisch
was, en dat ze trots op me was.
‘Je
vader heeft zijn oude spirit weer terug,’ zei ze, ‘er is een
wonder gebeurd. Ik hoop nu maar dat er een beetje van blijft hangen. We
zijn trots op je!’
Voordat
de klokken van de naburige kerk hadden geluid hoorde ik in de gang al
de lieve muziek van Amélie, die door mijn vader bleek te zijn opgezet.
Hij zat in de stoel bij het raam en keek blij verrast op toen ik binnen
kwam. Om op deze frisse, heldere ochtend een overmaat aan emotionaliteit
te voorkomen wilde ik met een heel praktische opmerking de dag openen.
‘Alles
het begint met ambitie,’ zei ik. ‘Voor de institutionalisering
van onze joint forces hebben we om te beginnen al het artikel over de
Spirit. Dat is een mooi begin van de profilering. We gaan morgen of overmorgen
met Peter uit eten en betrekken hem er bij als de fotograaf. Dan zijn
we compleet. We geven hem ook een visitekaartje, een business card, zodat
hij niet onder eigen vlag voor ons gaat fotograferen. Dat geldt zowel
voor de magazines als voor het bedrijfsleven, brochures en jaarverslagen.’
‘Dan
zijn we compleet,’ zei m’n vader. ‘Als collega’s
kunnen we elkaar dan tutoyeren.’
‘Maar
als familie,’ zei ik, ‘houden we wel vast aan traditie en
onze normen en waarden.’
‘Thee,
koffie, cola of champagne?’ vroeg hij.
‘Roosvicee
als u dat hebt,’ zei ik.
‘Zo
ken ik je weer!’
Het
was een miserabele tijd geweest waarin hij niet wist waar hij het zoeken
moest, bij zichzelf, bij zijn ex-partners, bij het imploderen van de moraal,
en de verdwijnen van de spirit in het bedrijfsleven, maar de zijne had
hij weer terug.
‘Ik
heb gisteravond nog een tijdje naar het kaartje gekeken en ik vond het
steeds mooier en geschikter worden. Misschien kun je er mee naar Erwin,
dan kan hij dat mooi uitvoeren en drukken. Ik zal aan Peter vragen of
hij zijn gegevens mailt, of nee die heb ik al natuurlijk. Dan zijn we
eind volgende week operationeel. Dat gaat snel.’
‘Alles
wat goed is gaat snel,’ zei ik. ‘Ik moet nog wel even m’n
bull halen.’
Hetty kwam gelijk met ons moeder binnen, met eitjes, toast, thee en alles
wat een mooi Zondagochtendontbijt rijk en compleet maakt.
‘Heb
je fijn gedroomd?’ vroeg Het aan mij.
‘En
heb jij de cadans van het galop nog in je lijf?’ vroeg ik haar.
‘Het
was een onvergetelijke dag,’ zei ze. ‘Mooier kon niet.’
‘De
eerste keer van zo’n avontuur maakt ook de meeste indruk, zei ik.
‘Dat ben ik dan mooi misgelopen.’
‘Je
had het best heel leuk gevonden, tussen al die meiden. En er zitten leuke
bij hoor! Maar de leukste is Brechtje.’
‘Brechtje
is de leukste. Dat had ik meteen al gezien.’
‘Even
toasten,’ zei ons moeder, op een hardgekookt eitje tikkend.
Ze
startte de cd van Amélie opnieuw. De zonnige stemming in de huiskamer
en in onze hoofden werd daardoor geaccentueerd.
‘Ons
gezin heeft een benarde tijd achter de rug met sombere vooruitzichten.
Onze pap heeft zijn ontiegelijke best gedaan om spiritueel het hoofd boven
water te houden, maar dat lukte hem de laatste tijd steeds minder. In
de wandelgangen wordt zo’n depressie een dip genoemd, maar ik ervoer
het als een heel diepe kuil. En pa zag geen kans om op eigen kracht daar
uit te klimmen, totdat Kees gisteren zijn hand uitstak met een moedig
bedacht idee.’
Ze
keek Hetty aan, en ze ging verder met haar toast, nam ook een hap met
aardbeien-halvajam.
‘Ik
ben erg blij, en pappa is heel gelukkig dat Kees uit zichzelf heeft gezegd
dat hij in de zaak komt als het ware. Het ziet er naar uit dat we niet
hoeven te verhuizen, omdat we het gaan redden. We zijn heel trots op je
Kees. We vinden dit een heerlijke en fantastische ontwikkeling.’
Nu
kon ze niet meer droog verder gaan. Ze liet het kaartje dat ik had gemaakt
aan Hetty zien, en vroeg daarbij aan haar of het niet een prachtig kaartje
was.
‘Da’s
nog eens wat anders dan dat suffe kaartje van je pap. Heel mooi! Mag ik
het hebben?’
‘Nee,’
zei ik, ‘het kaartje moet nog gedrukt worden. Het wordt een dubbelklapje,
met op de volgende pagina de namen en adressen en telefoonnummers. Dit
is alleen het logo.’
‘Ik
heb besloten dat er een eind is gekomen,’ zei pa, ‘aan mijn
rol als slachtoffer van het creatief boekhouden van mijn ex-partners.
Ik mag daardoor mijn eigen creativiteit niet verliezen. Dat mag ik zelf
niet verspelen.’
M’n
vader betrok nu ook Hetty in het gesprek door haar aan te kijken toen
hij verder ging.
‘Doordat
ik wat afstand heb kunnen nemen van de problemen met de koekoek in mijn
zakelijke nest, heb ik de laatste tijd, mee kijkend naar de ambities van
Kees, een overzicht gekregen over mijn eigen ambities en mijn eigen situatie.
Een paar jaar geleden zou dat een helicopter view genoemd worden, maar
nu noem ik het nu een bird’s eye view. Een vogeloog dus. Mamma had
gezegd dat het mijn dood zou worden als ik nog langer bij die brekebenen
zou blijven. Zij heeft daar trouwens een betere kijk op dan ik, maar na
alle smeerlapperij, en na mijn geforceerde vertrek, was na veertig jaar
wel mijn wereld in elkaar gestort. En nu heb ik opeens de spirit om een
doorstart te maken. Ja Kees, je moet blijven dromen. Geïnspireerd
door Kees heb ik een nieuw credo, and so the spirit is back in the family!’
|
- 1 - 77 -
|
De volgende dag was
het alsof we met z’n allen op vakantie waren in ons eigen huis.
Door de openhartige loftuitingen van m’n vader op Zondag hadden
wij een andere betekenis voor elkaar gekregen, leek het. Net als op vakantie
wist ik niet meer welke dag het was. Ik kon elk ogenblik verwachten dat
m’n moeder me zou vragen stokbrood te halen en vier croissants.
Hadden we nog genoeg jam? Hetty was vroeg genoeg opgestaan om voordat
ze naar school ging nog een croissantje uit de magnetron mee te eten.
Het was dus Maandag het was de eerste dag van een nieuw leven als zakenpartner
van mijn vader. Hij zat weer op zijn oude praatstoel.
‘Laatst
heb ik een documentaire gezien van Frans Bromet,’ zei hij, ‘over
het faillissement van de fietsenfabriek ’t Mannetje, en nu ik daar
over nadenk heb ik opeens een andere kijk op die flessentrekkers, die
van ex-partners van me. Wat ik ervan geleerd heb is dat die man van ’t
Mannetje zo stellig geloofde in zijn eigen leugens en oplichterij dat
de jongens, die een deel van de zaak hadden overgenomen er geen kant mee
op konden, en aanvankelijk ook hun advocaat niet. Op een gegeven moment
waren die zo murw geluld dat ze dat de jongens ermee accoord gingen dat
ze 37 klanten overnamen die het linke mannetje van wie het mannetje al
een voorschot van de helft van de kosten van een peperdure fiets had gekregen.
Zij verplichtten zich aan die klanten een fiets te leveren zonder verrekening
van het voorschot dat de helft was van de verkoopprijs. De jonge Turk
die de onderhandelingen deed begon te geloven in de goede bedoelingen
en had niet in de gaten dat de valse voorstelling van zaken hem meer dan
dertig duizend euro of meer zou gaan kosten en hij was blij dat de onderhandelingen
rond waren. Maar de advocaat wist een gat in de redenatie te vinden en
kon ’t mannetje uiteindelijk failliet laten verklaren. Wat ik uit
alle argumentaties had opgepikt is dat ook ik ben stuk gelopen op de ondoordringbaarheid
van het waarachtige geloof dat mijn ex-partners in hun eigen misrepresentatie
van hun malversaties en de vervalste opstelling van de cijfers hadden.
Wat ik er van geleerd heb is dat iedereen in zijn eigen droomwereld leeft
en daar niet uit geschud kan worden, dat je in het algemeen mensen niet
kunt veranderen, niet kunt wakker krijgen.’
Aan
mijn vader zag ik dat het mogelijk was dat iemand uit zichzelf wakker
kon worden als het goeie moment eenmaal gekomen was, maar ik bedacht er
meteen bij dat dit waarschijnlijk nooit gold voor de tegenpartij. ‘I’ll
make him see the light,’ had ik wel eens gelezen, maar dat had ik
mijn vader nooit horen zeggen.
|
|
| |
| |
|