- 1 - 70 -

‘Er werden verrassende ontdekkingen gedaan. Als het wiel langzaam draaide werden op de vloer geen ribbels gevormd, maar een diepe voor. Als het met voldoende snelheid draaide vormde zich het wasbord op de ondergrond, waarbij het geen verschil maakte of het werd aangedreven of dat het freewheelde. De afstanden van de ribbels werden lineair groter naarmate de snelheid hoger werd. Daarbij werd het zand niet naar voren geduwd, waarna het wiel er niet overheen reed om een volgende ribbel te maken, zoals algemeen werd aangenomen.’

Zo ver was ik die avond gekomen, en ik kon het niet opbrengen verder te gaan. M’n ouders waren inmiddels naar bed. Ik pakte een strip van Biggles, Het Bal van de Spitfire, omdat ik te moe was om te beginnen in het boek over zweefvliegen, en vloog in het eskader van Bigglesworth mee in een luchtgevecht tegen Duitsers in Messerschmitts en Junkers bommenwerpers. Dat duurde niet lang kwam ik de volgende ochtend achter, omdat het boek open lag op pagina achttien, met tekeningen van een gecrashte Spitfire in een Franse wei, met een stier op het punt stond aan te vallen. Ik kon me er niets van herinneren of het een stier was van Dick van Waaien.

De volgende dagen werkte ik aan mijn werkstukken voor m’n tentamen en draaide ik relaxed mee in het gezin met af en toe een film op de tv, waarbij Hetty tot driemaal toe toespelingen maakte op Brechtje. Het was weer een beetje het leven zoals dat was voordat de Spirit langs kwam, totdat er op Vrijdag een envelop op me lag te wachten toen ik thuis kwam van de bieb, met prints van mijn artikel en een brief.

‘Geachte heer de Vogel,
Wij vonden uw foto’s uniek en prachtig, vooral omdat ze zwart-wit waren en daarom zo pasten in de sfeer van de echte Spirit uit 1927. Met het interessant geschreven verhaal kunnen wij daar een boeiend, belangwekkend artikel van maken voor ons magazine. Omdat wij spoedig met de productie daarvan zullen beginnen verzoeken wij u ons aanstaande Maandag de bijschriften te mailen. De afdeling vormgeving is al gestart met de lay-out. De proeven die van de door u aangeboden feature zijn gemaakt sluiten wij hier bij in.
Met vriendelijke groet, Pascal Derboven.’

 


Click naar het artikel.

De brief las ik eerst zonder het mapje open te maken, alsof ie aan mijn vader was gericht. De proeven zagen er uit als gedrukt en dat gaf me een vreemd gevoel. Het waren dus niet de foto’s die terug kwamen, maar ze waren al aan de gang gegaan. Heb ik dat gemaakt, gefotografeerd en geschreven? Ze hadden de kop veranderd. Had ik dat geschreven? Zijn die foto’s echt van mij?
‘Je moet ze inlijsten,’ zei Hetty. ‘Jammer dat ze die foto niet hebben genomen van het vliegtuig dat uit zee komt binnen vliegen, en die waarop het over het Noord-Hollands kanaal naar de boerderij vliegt.’
‘The kick to see oneself in print,’ said my father.
‘Maar wat vreemd, dat ze de kop hebben veranderd,’ zei ik.
‘Dat een headline door een koppenmaker herschreven wordt kan gebeuren,’ zei ervaren Arnold. ‘Omdat die het meest in het oog springt en de toon zet van wat volgt en, daar gaat het voornamelijk om, omdat de strekking van het stuk moet passen in het ‘format’ van de titel, een ander woord voor de uitgave. En dit blad speelt niet in op de sensatie van een mysterieus geheim vliegtuig als een Vliegende Hollander, maar op de ontwikkelingen in de sociale geografie en ruimtelijke ordening. Vandaar van oudsher de titel van het blad. Dat heb je met de tekst ook heel goed aangevoeld.’
De waardering, en loftuitingen waren een warme douche, en tijdens het eten ging dat verder. Straks even naar Peter.
‘Laat je de proeven nog even aan Peter zien?’ vroeg m’n vader. ‘Hij zal wel opkijken, of heb je hem al gebeld?’
‘Ik heb al gebeld en gezegd dat ik een briefje had gekregen dat ik hem even wilde laten lezen,’ zei ik. ‘Ik ga tegen achten even langs.’

 

- 1 - 71 -

‘Dat is echt iets voor jou,’ zei Peter, ‘om niet te zeggen dat je proefdrukken had gekregen. Dit is werkelijk fantastisch! Oh, ze hebben zelf een kop gemaakt! Nou prima hoor! Pas helemaal bij de tekst en ook bij het blad. Heb je nog iemand van de redactie gesproken?’
‘Nee, de enige reactie was deze envelop.’
‘Dat is dan heel voortvarend verlopen,’ zei Peter. ‘Ik denk dat hier ook de actualiteit heeft meegeteld, omdat de Spirit nog helemaal niet in de media is geweest. Gek toch dat ze niet gebeld hebben. Maar het is wel een geweldig succes! Je kunt je ook nog verbazen over de keuze van de foto’s, maar dat is een vak apart, waarbij het totaalbeeld en de sfeer van de titel bepalend is maar ook het verhaal van elke foto en het ritme van alle artikelen achter elkaar. En dan moet je nog de bijschriften mailen. Ga je er mee naar Van Waaien?’
‘Ja, morgen rij ik er mee naar Dick. Die zal z’n ogen ook niet geloven.’
Liesbeth vroeg of we koffie wilden. Ze keek naar de proeven en zei dat ze vond dat het een verrassend artikel was geworden.
‘Dat is toch fantastisch voor zo’n jonge jongen!’ zei ze. ‘Wat een prachtige foto’s. Op spotters zal dat ook een heftige indruk maken. Je bent iedereen te vlug af geweest. Moet je er niet mee naar het Associated Press?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Ik wil de National Geographic de eer gunnen. Als het in het magazine heeft gestaan.’
‘Volgende week Zaterdag,’ zei Peter, ‘is er een meeting van de International Biggles Association in Nieuwegein, ga je mee?’

Morgen naar Koedijk en de volgende Zaterdag naar Nieuwegein, maar hoe zou ik m’n Zaterdagen nou spannender kunnen besteden?
‘Ik was net begonnen in Het Bal van de Spitfire, da’s toevallig. Ja, ik ga mee.’
‘Je vader zal wel trots op je zijn, en terecht. Het zal hem goed doen. Een zorg minder. Ik zal hem straks bellen om te zeggen wat ik er van vind.’
Maar wat zal Dick van het artikel vinden? En Brechtje? Zal ze zeggen dat ze het niet achter me gezocht had? Toch wel een knappe jongen. Dat is echt iets voor een jongen uit de grote stad. Zal ie mij wel aardig vinden, zo’n eenvoudig meisje van het koeienland? Als ik aan Brechtje denk, zie ik haar steeds met een paardenstaart. Ik zal eens vragen waarom ze haar haar niet laat groeien. Ik hoor het haar al zeggen: ‘Da’s toch veel de ouderwets! Die hadden meisjes in de tijd dat mijn ouders jong waren, nee vroeger nog.’ Daar had ik dus geen kijk op, volgens haar. Ze heeft er wel een gezichtje voor.
Later op de avond zat ik alleen met m’n vader, terwijl hij voor de derde keer keek naar de film over Watergate met Dustin Hoffman en Robert Redford en ik weer een van de boeken over de Spirit had opgepakt. M’n moeder was naar een vriendin. Ik had verteld dat Peter enthousiast had gereageerd, maar dat was voor m’n vader geen aanleiding om er over verder te praten.
‘Dat intrigeert me,’ zei ik, ‘de krat waarin de Spirit werd vervoerd. Dat zou een leuke keet kunnen zijn om op het terrein van Dick te zetten.’
Hij keek me aan alsof hij het niet begreep. Ook daarover praatten we niet verder. Ik probeerde het nog eens.
‘Peter vroeg of ik mee ging naar een meeting van de Biggles Association. Dat lijkt me wel wat.’
‘Moet je doen,’ zei hij, ‘Peter is daar helemaal gek mee. Dat boek dat ik heb, heb ik van hem gekregen, maar van de Biggles stripboeken heeft hij stapels en een hele rij pockets, te veel voor jou om te lezen. Dat is weer een heel andere kant van de literatuur. Hij heeft ook een paar boeken van Richard Bach, de schrijver van Jonathan Livingston Seagull. Die zou je eens moeten lezen, en van De Saint-Exupéry, en een handboek van Bach over het vliegen met kleine vliegtuigen zoals een Piper Cub, waar de Spirit veel van weg heeft.’
Al die wonderlijke, archaïsche interessen. De komende tijd zal ik me niet hoeven te vervelen.
‘Hoe loopt het nu met de rechtzaak?’ vroeg ik.
‘In de loop van de tijd dat die zaak nu alle kanten op wordt gesleept ben ik op een sluipende manier gaan geloven,’ zei m’n vader plotseling aangeslagen, kwaad en treurig, ‘dat die ratten het gevecht langer kunnen volhouden dan ik. Omdat ik al weer een tijd niets van de advocaat heb gehoord over de voortgang van de procedure weet ik niets meer dan waar ik zelf bang voor ben. Steeds opnieuw heb ik er over gedacht of er een alternatief was geweest, maar dat de smeerlappen mij dit geflikt hebben is wel het bewijs dat er al lang geen mogelijkheid meer was om samen te werken en dat de tegenwerking ondanks meditation alleen maar doelgericht steeds sterker werd. Uit alle gedachtegangen heb is dit de laatste optie waarmee ik begrijp dat ik er zelf niets aan had kunnen doen om te voorkomen dat al het geld werd opgemaakt. Er is ook geen manier te bedenken om het weer terug te krijgen. Dat ziet de advocaat ook wel. Het is moeilijk te verkroppen dat alles onder je handen wordt weggejat. Ik wou dat ik het positief en wijs anders kon vertellen Kees. Ik heb geprobeerd een metafoor te bedenken die me soelaas zou geven, dat het van hun een vorm van krankzinnigheid was waar ik geen invloed op had, een aanval van hebzucht, of een attaque van jaloezie, of andere natuurverschijnselen. De absurde, banale brutaliteit die alles slaat is dat zij nu een bedrag van mij claimen dat drie maal zo hoog is als waar ik recht op heb. Ik begrijp het niet. Ik kan niet bedenken hoe iemand dat kan bedenken.
Ik moet nota bene helemaal opnieuw beginnen, en ik ben op zoek naar een nieuwe droom. Ik zal morgen het nieuwe boek van David Mitchell kopen, Cloud Atlas. Ik zoek overal naar een nieuwe visie, bij de psychiater zoals je wel zult weten, bij hun en bij mezelf, en in poëzie die misschien nog niet geschreven is. Ik wil je hier niet mee belasten, maar het zou zo geheim mysterieus zijn en zo dreigend als je helemaal niet weet wat er zit achter mijn ballingschap. Het verbaast me noch dat ik je dit betrekkelijk rustig kan vertellen. Het enige dat ik ermee kan is een boek schrijven over dit soort praktijken en misschien wel in het bijzonder over pseudologica fantastica. Ik heb al toezeggingen gekregen van vijf slachtoffers die geïnterviewd willen worden. Het zou een schril realistisch boek kunnen worden.’ ’
‘Dat zou je moeten doen,’ zei ik. ‘Ik begrijp dat er zó veel gemiste kansen en teleurstellingen en machteloosheid door je hoofd spelen dat het bijna niet mogelijk is om op het belangrijkste te focussen, je talent en je capaciteiten die nog niet zo kritisch leeftijdgebonden zijn, en het belangrijkste gegeven dat je het, afgezien van je positie aan de maatschappelijke afgrond zoals jij die ziet, wel erg met mam hebt getroffen, en met ons, hoop ik. Dat is wat ik zelf zie. En die achterlijke non-valeurs, die zijn straks letterlijk alles kwijt. En daar komt bij dat als het onmogelijke je gelukt was, en je toch was gebleven, het dan was het tòch geheid mis gegaan.’
‘Ja, dat is waar,’ was het enige dat hij hoorbaar kon zeggen, ‘je hebt gelijk kerel. Mensen zijn als de wolken aan zee, je ziet ze ontstaan en weer vervluchtigen, verdwijnen in het niets.’

Ik had mijn vader niet eerder zó gedeprimeerd gezien. Ik kon niets anders opbeurends bedenken dan even mijn hand op zijn schouder te leggen. Of hij bang was dat ons huis verkocht moest worden durfde ik niet te vragen. Vechtend tegen de tranen ben ik naar mijn kamer gegaan.

 

- 1 - 72 -

Warm aangekleed reden Hetty en ik een beetje verkleumd op Zaterdagochtend om kwart voor elf het erf op bij de familie Van Waaien. Rekel kwam kwispelend op ons af, heel anders dan de eerste keer. Daarna lichtvoetig Brechtje, zonder paardenstaart, met d’r korte koppie. Spontaan gaf ze meteen Hetty een hartelijke zoen, maar mij toch ook.
‘Had je gebeld?’ vroeg ze aan mij. ‘Maar waarom zouden we er niet zijn? Pap zit in de hangar. Je kunt geen nieuwe foto’s hebben om te laten zien, want de Spirit is niet meer de lucht in geweest. Maar leuk dat jullie er zijn!’
Ze lachte, ook naar mij. Vond ze het leuk om ook mij te zien? Ze zag er sprankelend en fris uit, een briesje en niet wisselvallig! Nòg een zoen zou te veel zijn. Ik mocht het niet pushen.
We liepen naar de hangar. Dick zat aan de werktafel te schrijven. Hij leek druk en geconcentreerd maar keek blij verrast op.
‘We hebben niet op jullie gerekend,’ zei hij, ‘maar ik heb cake gehaald bij Roos in Bergen.’
‘Dan wacht ik even met te laten zien waarvoor we komen,’ zei ik.
‘Okay,’ zei Dick, ‘dan wachten we tot ik terug ben met de koffie.’
’Brechtje en Hetty gingen zitten en praatten over de rit die Brecht met een stel meiden ging maken naar de duinen van Schoorl. Hetty keek met vragende ogen naar mij alsof ik haar vader was. Ik knikte zonder iets te zeggen. Ze had in het Amsterdamse Bos een paar lessen gehad, maar ik had geen idee of ze zo’n rit wel kon maken en ik wilde dat niet ter discussie stellen alsof ik haar vader was. Dat moest ze dan zelf maar weten. Bij Schoorldam de brug over en dan naar Schoorl en daar omhoog de duinen in. Omdat ze jonger was dan Brecht kon ze van haar laarzen en kleding lenen. Ze keek me aan met rooie konen aan het begin van een spannend avontuur. Toch bleven ze zitten. Brechtje en ik hadden een schalks oogcontact dat werd onderbroken toen haar pap weer binnen kwam.
‘Ik weet niet hoe ik daar bij kwam,’ zei Dick, ‘maar ik dacht dat jullie zouden komen, misschien omdat Brechtje zoiets had gezegd, maar ik had appeltaart meegenomen.’
‘Pap,’ zei Brechtje opgetogen, ‘jij voelt het allemaal heel goed aan.’
‘Eerst taart,’ zei ik, ‘en dan pas pak ik de papieren uit de envelop, want er mag beslist geen slagroom op komen.’
‘En Kees,’ vroeg Dick, ‘waar ben je nu mee bezig?’
’‘Met m’n tentamen ben ik en passant nogal druk,’ zei ik, ‘en voor de aardigheid schrijf ik iets over washboarden, die ribbels in de weg bij stoplichten. En verder kreeg ik nog een briefje over de Spirit van de redactie van National Geographic dat ik zo zal laten lezen als de schoteltjes weg zijn.’
‘Moeten we ons nog verkleden?’ vroeg Dick.
‘Maak maar gekkigheid,’ zei ik, ‘maar je zult zien dat een keurige das wel het minste is.’
Brechtje ruimde de schoteltjes op en ik pakte de brief uit de envelop. Dick las ’m hardop voor, met een beetje Noord-Hollands accent.

‘Geachte heer de Vogel, Wij vonden uw foto’s uniek en prachtig, vooral omdat ze zwart-wit waren en daarom zo pasten in de sfeer van de echte Spirit uit 1927. Met het interessant geschreven verhaal kunnen wij daar een boeiend, belangwekkend artikel van maken voor ons magazine. Omdat wij spoedig met de productie daarvan zullen beginnen verzoeken wij u ons aanstaande Maandag de bijschriften te mailen. De afdeling vormgeving is al gestart met de lay-out. De proeven die van de door u aangeboden feature zijn gemaakt sluiten wij hier bij in. Met vriendelijke groet, Pascal Derboven.’

‘Dit is geweldig!’ zei Dick. ‘Laat zien!’
Ik pakte de proeven en legde die naast elkaar op de werktafel nadat ik deze eerst met m’n zakdoek had schoongeveegd. Op dat moment kwam de vrouw van Dick binnen, zei me hartelijk gedag, en met z’n vijven keken we naar het artikel. Mijn artikel, helemaal zelf geproduceerd. Ik was er beduusd onder.
‘Nòh Dick,’ zei ze, ‘wat prachtig! Daar heb je iets prachtigs gemaakt Kees!’
‘Hoe is het mogelijk!’ zei Dick. ‘Het is een prachtig artikel geworden, alsof het een reportage is uit 1927! Mijn complimenten!’
Brechtje legde een arm om me heen en zei dat ze het heel gaaf vond. Ik begon te gloeien en zou het liefst iets anders gaan doen, maar ik vond het wel heerlijk dat Brecht het ook zo mooi vond. Dat alleen al!

‘Kom Het,’ we gaan, kondigde Brechtje aan.
Als goeie vriendinnen liepen ze de hangar uit en kwamen even later gekleed als elegante paardrijdametjes, fiere Hollandse meiden, met metalen voetstappen op de paarden langs de open deur, op weg naar de duinen, Neeltje, Geertje, Keetje, Brechtje, Marieken. Eerst langs het kanaal, de brug van Schoorldam over en dan het hele stuk naar Schoorl in een tempo waar ik heel ongeduldig van zou worden.
Dick stond op en alsof hij iets hinderlijks had mede te delen zei hij: ‘We zouden van alles kunnen bespreken, maar ik heb een afspraak in Bergen met een wethouder die over de bestemmingsplannen gaat, een afspraak die ik niet kan afzeggen. Als ik je artikel kan laten zien zou dat een positieve bijdragen tot het gesprek kunnen leveren. Je hebt zelf al boeken gelezen over de Spirit, maar ik heb hier een handboek van Richard Bach, waarin wordt beschreven hoe je met ouwe staartwielvliegtuigen Piper Cub moet vliegen, en een oud boekje van Jonathan Livingston Seagull. Toen de koeien weg waren gehaald heb ik dat boekje gekocht bij de Bergense Boekhandel en heb dat aan het strand liggen lezen, aan de rand van de duinen. Die dagen onder de zeemeeuwen heb ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’
‘Dat handboek heb ik toevallig van Peter te leen gekregen,’ zei ik. ‘Ik ga straks in de cockpit zitten en het lezen op de meest geschikte plek.’
‘Dat is een goed idee,’ zei Dick. ‘Ik ga nu meteen weg. Tot straks. Vermaak je!’

 

- 1 - 73 -

Ik had wel met mijn neus tegen het raam gedrukt naar binnen gekeken maar niet in de cockpit gezeten. Ik schoof een opstaptrapje onder de deur van de Spirit, klom binnen en met een rilling over m’n rug ging ik met het boek op m’n schoot op het merkwaardig gevormde stoeltje zitten. Dit was de meest ideale plek om dit boek te lezen. Maar het lukte niet. De meters op het dashboard zo dicht bij, de periscoop waardoor Lindbergh naar voren kon kijken, de stick, de pedalen van het staartroer, aan het plafond het omhoog geklapte flat screen waarop de projecties van de digitale instrumenten in beeld komen onder het vooruitzicht van de videocamera op het dak. Ik gespte de veiligheidriem vast en probeerde me te concentreren op de voorwoord, las de eerste alinea driemaal opnieuw. Door de wonderlijk rechthoekige zijruit, dat zo vreemd onaërodynamisch niet in de stijl paste, kreeg ik het gevoel een indringer te zijn in een andere eeuw waar Dick meer in thuis hoorde.
De zon scheen over de deel door de open deuren op de chromen stoelen om de ronde tafel, was al voorbij de werktafel. Zelfs al zou de zon verder door draaien dan nog was de stoel in de schaduw van waaruit ik uitzicht had op de Spirit een betere plek om het boekje van de Seagull te lezen, niet in de cockpit maar in de chroomstalen lounge chair uit de twintiger jaren bij de ronde tafel, een prachtige styling voor een lobby van een themamotel aan een airstrip. M’n telefoontje trilde, het was m’n vader, die vroeg hoe het ging, en wat de reactie van Dick was op het artikel. Ik vertelde dat Brechtje met Hetty was gaan paardrijden en dat ik alleen zat te lezen en dat ik dacht tegen zessen thuis te zijn, of hij dat aan m’n moeder wilde zeggen.
‘Wat ga jij doen,’ vroeg ik.
Zou die depressie ook nog met andere middelen dan geneesmiddelen te bestrijden zijn? Het waren de omstandigheden had hij gezegd, niet iets biologisch. Hij ging lopend met m’n moeder naar de bieb op het Roelof Hartplein en zelf wilde hij even naar het Martyrium daar tegenover, de boekwinkel in de Van Baerle, om even kijken. Hij had met de eigenaar gepraat op een beurs van uitgeversrestanten en hoewel dat nooit meer ter sprake was gekomen, voelde hij zich daardoor thuis in de winkel, de romantische globetrotter. Dat waren zijn plannen. Wat zou hij vinden van mijn tijdsbesteding van de Zaterdag? Zou hij nog werk vinden? Zou hij uit zijn depressie komen? Kon zijn track record van de jaarverslagen van zijn befaamde ex-klanten, en de brochures en de speeches in deze tijd van malaise nog de aanleiding zijn om hem in te huren? Kon ik voor hem het voortouw nemen, over een maand doctorandus? De Vogel & De Vogel, rapportages en reportages. Ik schreef de woorden gecentreerd op een velletje papier en trok er een rechthoek omheen. Daaronder in een nieuwe rechthoek het regeltje van de disciplines tussen onze namen, op de achterkant alle gegevens. Onze beide emailadressen en de url van de website die ik Maandag zou laten deponeren: DeVogel.org. In plaats van met een stapeltje jaarverslagen, brochures en publicaties zou ik na de vakantie tijdens een gesprek even de website kunnen openen. Maandag zou ik dan ook naar Erwin rijden, een relatie van m’n vader bij drukkerij Aeroprint in Ouderkerk, die het kaartje zou kunnen uitvoeren en drukken, bij wijze van verrassing en eerste actie in samengespannen krachten om pap weer uit de modder te trekken. Een nieuwe dynastie in communicatieland. We hadden er wel eens schalks – een favoriet woordje van m’n vader – over gefilosofeerd, voordat hij uit zijn praktijk werd weggesaneerd, maar ik had nooit gedacht dat het nog eens menens zou kunnen worden. Zonder overleg zag ik het voor me. Het beeld werd steeds helderder. Was het de replica van het vliegtuig die mij inspireerde of de replica van de stoel? Was ik het zelf, de replica van m’n schrandere vader? ‘Je bent wat je gezien hebt en wat je voor ogen staat.’ Ik zou mijn vader weer leren vliegen!
Hij was het slachtoffer geworden van de nieuwe derde partner in zijn bureau, die hij op het nippertje buiten de deur had kunnen zetten, maar de tweede maal had hij zichzelf buiten gesloten. Het was zijn eigen fout geweest; hij vertelde er thuis over, waar ze mee bezig waren, over de koekoekstrategie van de nieuwe man, de valsspeler, en de vervalste jaarbalansen, de creatieve boekhouding aan de foute kant van de papierdunne rand van vervalsing en criminaliteit. Wij zouden van elkaar kunnen profiteren, mijn vader en ik, zijn kennis en ervaring en mijn goed opgeleide vitaliteit.
Opeens zag ik het helemaal voor me en het kaartje zou het eerste bewijs zijn van deze visie. Geen vogel als vignet, of twee vogels dus, maar wel de beide namen uit een ander lettertype, de moderne Thesis, die verkrijgbaar was in een schreefletter en ook als schreefloze letter. Welk lettertype verbeeldde dan van wie?

 

- 1 - 74 -

In het kolkend razen van de wind achter het vizier van mijn helm hoorde ik de vastberaden maar gevoelvolle stem van Dick: ‘Die dagen onder de zeemeeuwen heb ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’ En Hetty zat tegen de rijwind roepend te vertellen hoe zij het gehad had in de duinen.
‘In galop een duin op, en dan weer naar beneden, helemaal achterover leunend als in een western, Kees! Het was zó spannend en zó prachtig! En Brechtje, ik heb nog nooit zo’n leuke meid ontmoet! En ze vraagt steeds naar jou, en wat je studeert, en wanneer je klaar bent, en wat je gaat doen later.’
‘Geen boer worden!’ schreeuwde ik naar achteren.
‘Wat!?’
Het werd fris. Nog steeds geen voorjaar was het tegen de avond op de scooter erg fris. Hetty kroop tegen me aan. Heel zachtjes zat ze te zingen, of misschien wel heel hard, in d’r helm. De meisjes leken niet zo veel op elkaar dat ik Brechtje achterop had kunnen meenemen in plaats van haar nieuwe vriendin, zonder dat ze het thuis gemerkt hadden. Zou ik een keer de auto kunnen lenen? Pa zat toch aldoor thuis. Na het eten zou ik het kaartje maken en over mijn plan vertellen. Hetty, en niet Brechtje, dekte de tafel terwijl ze honderduit vertelde over haar avontuur. Nee, geen zadelpijn. Nog niet. Het was Hetty en niet Brechtje die daar druk in de weer was, pap en mam zeggend tegen m’n ouders, zo vertrouwd, zo harmonisch passend in onze Amsterdamse minicoterie.
‘Hoe was het voor jou?’ vroeg m’n vader.
‘Dick was héél verrast door het artikel,’ zei ik. ‘Hij leek het eigenlijk verbijsterend te vinden, maar op z’n Noord-Hollands bleef hij nuchter in het geven van een complimentje. In de middag moest ie weg en heb ik zitten lezen, een paar heel gave uren, in het verhaal van de zeemeeuw Jonathan.’
Na het tweede journaal ging ik naar m’n kamer, voerde ik het visitekaartje uit, maakte een print, sneed het uit en bleef er uren lang naar kijken en denken aan hoe de dag was verlopen, en wat ik denkelijk al had bereikt.

 


‘Die dagen onder de zeemeeuwen heb ik mijn belangrijkste vlieglessen gekregen.’
Dick had zich visualiserend vereenzelvigd met de meeuwen, was het vliegen geworden. Daardoor was de stap van veeboer naar vlieger heel vanzelfsprekend geweest, kennelijk. En Brechtje, wat hield haar bezig?
Om kwart over tien ging ik met het kaartje naar de huiskamer, maar wachtte met het te laten zien omdat de volle aandacht van alle drie volledig in beslag werd genomen door het zoveelste optreden van de overgebleven Idols. Ik kon Idols niet anders dan zien dan ‘camp’. Met één oog keek ik naar het programma, met het andere in een EOS-magazine. Ik moest het niet forceren, want als de stemming niet erg geschikt was kon ik het gesprek beter uitstellen. Het duurde lang en ik kon vond dat de wanprestaties niet opwogen tegen een aardig liedje. Tijdens de reclame vroeg m’n moeder of ik tevreden was.
‘Heel,’ zei ik. En ze glimlachte naar me.
‘Ja,’ zei ze, ‘ik kreeg al de indruk dat je heel tevreden was.’
‘Ik heb vanmiddag niet zitten lezen in het boek van Jonathan,’ zei ik, ‘maar ik heb geprobeerd me voor te stellen wat het is om te leren vliegen en daarbij heb ik over uw situatie gedacht. En ik kwam tot een gedurfd plan. Ik ben dan wel niet oud en wijs genoeg, maar ik hoop dat u daar met mij over wil praten, van gedachten wisselen.’
M’n vader kijkt mij anders aan dan ooit tevoren. Het lijkt wel dat we een gesprek van man tot man hebben.
‘Voor m’n studie,’ begon ik, ‘heb ik een boek gelezen over metaforen, een stijlfiguur waar u heel goed in bent, de letterlijke, taalkundige, of zeg maar literaire metaforen, of metaforen zoals in Neuro Linguistic Programming, NLP. Dat boekje van de meeuw is eigenlijk één onvoorstelbare, poëtische metafoor. Het verhaalt hoe Jonathan leert vliegen, maar ook wat de lucht voor karaktereigenschappen heeft waar hij mee moet leren dealen, maar ook letten op anderen, leren van anderen, en toch je eigen weg gaan, variaties maken, spelen, op je bek gaan, alles wat de meeste mensen in het leven leren, met vallen en opstaan. Kortom, de jongen leert zich vermannen.’

 

- 1 - 75 -

M’n vader luisterde zonder de neiging om direct commentaar te geven. Hij was rechter gaan zitten en keek mij aandachtig en vol interesse aan. Ik was er niet zeker van dat ik mij uit deze ingewikkelde, moeilijke redenering kon redden. Ik kon er veel mee winnen. Wij samen eigenlijk. Zoals een koorddanser probeerde ik niet naar beneden te kijken, maar concentreerde me op de gedachte achter het visitekaartje. We zouden samen op visite gaan bij nieuwe prospects. Dat moest ik nu voor ogen houden.
‘Hoewel ik er van overtuigd ben dat u het slachtoffer bent van doelgerichte zwendel, geloof ik dat het echt helemaal niets oplevert als u in de put gaat zitten. Dat is hard gezegd, maar ik geloof dat u er feitelijk niet omheen kunt dat op het koord naar beneden kijken fataal zou kunnen zijn. De gedachte zelfs maakt je onzeker, en in zaken zien prospects dat en laten je al vallen voordat je de kans krijgt op het koord te stappen.’
Nu wilde Arnold iets zeggen, maar ik was bang dat ik de draad zou kwijt raken, en maakte een gebaar waarmee ik aangaf dat hij niets moest zeggen.
‘Je bent niet te oud Arnold, om nog succesvol te zijn in je vak. Wat er gebeurd is is een ramp, maar als je huis in puin ligt, zoals in het journaal, dan ga je of ruimen, of bouwen, niet rouwen. Alleen moet je scherpzinnig zoeken naar contacten. Ik geloof dat je eerst moet kijken naar de bandbreedte van je talent en vaardigheden. Daarbij moet je bedenken dat er een ramp is gebeurd en dat je nu niet kan gaan zoeken naar de ideale opdrachtgever, waar je in je carrière jaren over hebt gedaan. En in het bedrijfsleven kennen alleen de gepensioneerde mensen je ouwe bureau, en niemand kent jouw kwaliteiten in met name jou als aanbieder. Ik kan met die HEAO-ers praten, en voor hun ben jij een ouwe lul. Mijn conclusie is dat ik me op zoek naar opdrachtgevers flexibel kan opstellen; voor de beter gekwalificeerde, oudere professionals ben ik de doctorandus in communicatie, voor die eigengereide jonge gasten kan ik me met jouw ervaring presenteren als een snel opererende freelancer die hun taal kan spreken en begrijpen. Ik zie die samenwerking als een combine als in de wielrensport, en ik heb al gedacht aan een business card.’
Ik liep naar de stoel waarin hij ademloos had zitten luisteren. Ik zag dat hij erg verrast en ontroerd was. Hij keek naar het kaartje en pakte m’n rechter hand en zei niks. Hij kneep een paar keer warm in mijn hand, en ik begreep dat hij niks kon zeggen.

‘Kees kerel,’ zei hij, zoals hij dat zei wanneer hij iets ging meedelen. ‘Kees...’ en zijn stem brak in een eindeloze stilte.
‘Kees,’ zei ik, ‘kerel, dat had je nou niet moeten doen!’
En wij barsten uit in een voor de tijd van de avond veel te hard lachen. Aan het schokken van zijn lijf voelde ik dat hij huilde, stil maar hard huilde. Hij wilde wat zeggen, maar het lukte niet. Ik zette zachtjes een cd op, vrolijke muziek, heerlijke muziek, de sound track van Amélie, Le Fabuleux Destin d’Amélie. Leuke vader, maar nu moest hij zelfstandig leren vliegen.
‘Morgen praten we verder,’ zei hij opgelucht lachend. ‘Of zit je weer op Koedijk?’
Ik nam het nieuw gekochte boek Cloud Atlas van David Mitchell mee naar m’n kamer, een heel dik boek van 530 pagina’s vol Engelse woorden. Het zou wel een tijd naast m’n bed liggen, totdat m’n vader het zou wegpakken.

 

- 1 - 76 -

Er was veel gebeurd in de eerste helft van het weekend, genoeg voor een hele week. En we hadden nog de hele Zondag. M’n moeder pakte me vast in de keuken, zeggende dat ik fantastisch was, en dat ze trots op me was.
‘Je vader heeft zijn oude spirit weer terug,’ zei ze, ‘er is een wonder gebeurd. Ik hoop nu maar dat er een beetje van blijft hangen. We zijn trots op je!’
Voordat de klokken van de naburige kerk hadden geluid hoorde ik in de gang al de lieve muziek van Amélie, die door mijn vader bleek te zijn opgezet. Hij zat in de stoel bij het raam en keek blij verrast op toen ik binnen kwam. Om op deze frisse, heldere ochtend een overmaat aan emotionaliteit te voorkomen wilde ik met een heel praktische opmerking de dag openen.
‘Alles het begint met ambitie,’ zei ik. ‘Voor de institutionalisering van onze joint forces hebben we om te beginnen al het artikel over de Spirit. Dat is een mooi begin van de profilering. We gaan morgen of overmorgen met Peter uit eten en betrekken hem er bij als de fotograaf. Dan zijn we compleet. We geven hem ook een visitekaartje, een business card, zodat hij niet onder eigen vlag voor ons gaat fotograferen. Dat geldt zowel voor de magazines als voor het bedrijfsleven, brochures en jaarverslagen.’
‘Dan zijn we compleet,’ zei m’n vader. ‘Als collega’s kunnen we elkaar dan tutoyeren.’
‘Maar als familie,’ zei ik, ‘houden we wel vast aan traditie en onze normen en waarden.’
‘Thee, koffie, cola of champagne?’ vroeg hij.
‘Roosvicee als u dat hebt,’ zei ik.
‘Zo ken ik je weer!’
Het was een miserabele tijd geweest waarin hij niet wist waar hij het zoeken moest, bij zichzelf, bij zijn ex-partners, bij het imploderen van de moraal, en de verdwijnen van de spirit in het bedrijfsleven, maar de zijne had hij weer terug.
‘Ik heb gisteravond nog een tijdje naar het kaartje gekeken en ik vond het steeds mooier en geschikter worden. Misschien kun je er mee naar Erwin, dan kan hij dat mooi uitvoeren en drukken. Ik zal aan Peter vragen of hij zijn gegevens mailt, of nee die heb ik al natuurlijk. Dan zijn we eind volgende week operationeel. Dat gaat snel.’
‘Alles wat goed is gaat snel,’ zei ik. ‘Ik moet nog wel even m’n bull halen.’

Hetty kwam gelijk met ons moeder binnen, met eitjes, toast, thee en alles wat een mooi Zondagochtendontbijt rijk en compleet maakt.
‘Heb je fijn gedroomd?’ vroeg Het aan mij.
‘En heb jij de cadans van het galop nog in je lijf?’ vroeg ik haar.
‘Het was een onvergetelijke dag,’ zei ze. ‘Mooier kon niet.’
‘De eerste keer van zo’n avontuur maakt ook de meeste indruk, zei ik. ‘Dat ben ik dan mooi misgelopen.’
‘Je had het best heel leuk gevonden, tussen al die meiden. En er zitten leuke bij hoor! Maar de leukste is Brechtje.’
‘Brechtje is de leukste. Dat had ik meteen al gezien.’
‘Even toasten,’ zei ons moeder, op een hardgekookt eitje tikkend.
Ze startte de cd van Amélie opnieuw. De zonnige stemming in de huiskamer en in onze hoofden werd daardoor geaccentueerd.
‘Ons gezin heeft een benarde tijd achter de rug met sombere vooruitzichten. Onze pap heeft zijn ontiegelijke best gedaan om spiritueel het hoofd boven water te houden, maar dat lukte hem de laatste tijd steeds minder. In de wandelgangen wordt zo’n depressie een dip genoemd, maar ik ervoer het als een heel diepe kuil. En pa zag geen kans om op eigen kracht daar uit te klimmen, totdat Kees gisteren zijn hand uitstak met een moedig bedacht idee.’
Ze keek Hetty aan, en ze ging verder met haar toast, nam ook een hap met aardbeien-halvajam.
‘Ik ben erg blij, en pappa is heel gelukkig dat Kees uit zichzelf heeft gezegd dat hij in de zaak komt als het ware. Het ziet er naar uit dat we niet hoeven te verhuizen, omdat we het gaan redden. We zijn heel trots op je Kees. We vinden dit een heerlijke en fantastische ontwikkeling.’
Nu kon ze niet meer droog verder gaan. Ze liet het kaartje dat ik had gemaakt aan Hetty zien, en vroeg daarbij aan haar of het niet een prachtig kaartje was.
‘Da’s nog eens wat anders dan dat suffe kaartje van je pap. Heel mooi! Mag ik het hebben?’
‘Nee,’ zei ik, ‘het kaartje moet nog gedrukt worden. Het wordt een dubbelklapje, met op de volgende pagina de namen en adressen en telefoonnummers. Dit is alleen het logo.’
‘Ik heb besloten dat er een eind is gekomen,’ zei pa, ‘aan mijn rol als slachtoffer van het creatief boekhouden van mijn ex-partners. Ik mag daardoor mijn eigen creativiteit niet verliezen. Dat mag ik zelf niet verspelen.’
M’n vader betrok nu ook Hetty in het gesprek door haar aan te kijken toen hij verder ging.
‘Doordat ik wat afstand heb kunnen nemen van de problemen met de koekoek in mijn zakelijke nest, heb ik de laatste tijd, mee kijkend naar de ambities van Kees, een overzicht gekregen over mijn eigen ambities en mijn eigen situatie. Een paar jaar geleden zou dat een helicopter view genoemd worden, maar nu noem ik het nu een bird’s eye view. Een vogeloog dus. Mamma had gezegd dat het mijn dood zou worden als ik nog langer bij die brekebenen zou blijven. Zij heeft daar trouwens een betere kijk op dan ik, maar na alle smeerlapperij, en na mijn geforceerde vertrek, was na veertig jaar wel mijn wereld in elkaar gestort. En nu heb ik opeens de spirit om een doorstart te maken. Ja Kees, je moet blijven dromen. Geïnspireerd door Kees heb ik een nieuw credo, and so the spirit is back in the family!’

 

- 1 - 77 -

De volgende dag was het alsof we met z’n allen op vakantie waren in ons eigen huis. Door de openhartige loftuitingen van m’n vader op Zondag hadden wij een andere betekenis voor elkaar gekregen, leek het. Net als op vakantie wist ik niet meer welke dag het was. Ik kon elk ogenblik verwachten dat m’n moeder me zou vragen stokbrood te halen en vier croissants. Hadden we nog genoeg jam? Hetty was vroeg genoeg opgestaan om voordat ze naar school ging nog een croissantje uit de magnetron mee te eten. Het was dus Maandag het was de eerste dag van een nieuw leven als zakenpartner van mijn vader. Hij zat weer op zijn oude praatstoel.
‘Laatst heb ik een documentaire gezien van Frans Bromet,’ zei hij, ‘over het faillissement van de fietsenfabriek ’t Mannetje, en nu ik daar over nadenk heb ik opeens een andere kijk op die flessentrekkers, die van ex-partners van me. Wat ik ervan geleerd heb is dat die man van ’t Mannetje zo stellig geloofde in zijn eigen leugens en oplichterij dat de jongens, die een deel van de zaak hadden overgenomen er geen kant mee op konden, en aanvankelijk ook hun advocaat niet. Op een gegeven moment waren die zo murw geluld dat ze dat de jongens ermee accoord gingen dat ze 37 klanten overnamen die het linke mannetje van wie het mannetje al een voorschot van de helft van de kosten van een peperdure fiets had gekregen. Zij verplichtten zich aan die klanten een fiets te leveren zonder verrekening van het voorschot dat de helft was van de verkoopprijs. De jonge Turk die de onderhandelingen deed begon te geloven in de goede bedoelingen en had niet in de gaten dat de valse voorstelling van zaken hem meer dan dertig duizend euro of meer zou gaan kosten en hij was blij dat de onderhandelingen rond waren. Maar de advocaat wist een gat in de redenatie te vinden en kon ’t mannetje uiteindelijk failliet laten verklaren. Wat ik uit alle argumentaties had opgepikt is dat ook ik ben stuk gelopen op de ondoordringbaarheid van het waarachtige geloof dat mijn ex-partners in hun eigen misrepresentatie van hun malversaties en de vervalste opstelling van de cijfers hadden. Wat ik er van geleerd heb is dat iedereen in zijn eigen droomwereld leeft en daar niet uit geschud kan worden, dat je in het algemeen mensen niet kunt veranderen, niet kunt wakker krijgen.’
Aan mijn vader zag ik dat het mogelijk was dat iemand uit zichzelf wakker kon worden als het goeie moment eenmaal gekomen was, maar ik bedacht er meteen bij dat dit waarschijnlijk nooit gold voor de tegenpartij. ‘I’ll make him see the light,’ had ik wel eens gelezen, maar dat had ik mijn vader nooit horen zeggen.

 

 
 
Terug naar de Phlog.