Kees en de Spirit
|
- 2 - 01 -
|
Op een heiige, zonnige Maandagochtend, met de opwinding in m'n achterhoofd over de plotselinge, spannende plannen van Zondag met onze tekstschrijverscombinatie, voelde ik mij op m'n scooter als een jonge ondernemer, de eerste dag van mijn nieuwe leven als zakenpartner van mijn vader, met onder m'n jack de cd waarop ik het ontwerp van ons visitekaartje had gezet, langs de Amstel naar de drukker in Ouderkerk, nevel boven het water, mistige zon boven de weilanden, ver in de verte aan de andere kant van de snelweg de Arena met het gesloten dak. Het was een kleine zakenreis. Terwijl hij keek naar de print-outs van de business cards vroeg Erwin op de drukkerij hartelijk naar mijn vader.
'Zó, zó,' merkte hij op, 'dàt ziet er indrukwekkend uit! Gaan jullie ook een familiebedrijf beginnen? Da's een mooi ontwerp zeg! Zo wonderlijk als het kan lopen. Jouw vader was één van de eerste klanten van mijn vader toen hij de drukkerij begon op het oude Schiphol. Vandaar de firmanaam Aeroprint ook. Onze dtp-er zal het ontwerp omzetten in Indesign, in de zelfde letters, alles het zelfde. Dat komt er mooi uit te zien. En deze Peter, is hij jullie derde partner?'
'Ja,' zei ik, 'Peter is een fotograaf die met ons gaat samenwerken. Een oude vriend van mijn vader.'
'Oh,' zei Erwin, 'dan ken ik hem wel, heb ik wel eens foto's van gezien. Voor het eind van de week zullen de kaartjes klaar zijn. Ik zal je een seintje geven. Je mobiele nummer staat op het kaartje, als het klopt. Ik zal je nu even bellen. Famous last check.'
Hij lachte. In m'n binnenzak begon m'n mobieltje te trillen. Het nummer was goed.
'Nu m'n vader nog,' zei ik, 'maar Peter niet, want hij weet nog van niks.'
Op de terugweg was de nevel boven het water al bijna vervlogen. Een skiff gleed over het water. Door het motorgeluid heen hoorde ik het ruisen van het boeggolfje van de skiff in de stilte van de rivier wat me deed denken aan een boek dat ik had gelezen. Deze herinnering was het sein om bij een bank te stoppen, m'n helm af te zetten en te gaan zitten. Ik zag de zon in het water en alles waar ik mee bezig was en al hetgeen dat in het verschiet lag, een praktijk waar ik praktisch niet eerder aan gedacht had, in een samenwerking met m'n vader en met Peter. Het zag er naar uit dat ik een tweeling zou worden, een schrijvende fotojournalist. En ik wilde vliegen, en ik wilde Brechtje naast me op de bank, in m'n armen en in het gras. Of was dat soms allemaal te veel gevraagd?
'Wat zei Erwin,' vroeg m'n vader. 'Wat vond ie er van?'
'Hij vond het een mooi ontwerp en vertelde van hun familiebedrijf. Deze week zijn ze klaar. Vrijdag kan ik ze halen. Mar wat kunnen we nu al doen? Oh, ik ben helemaal het briefpapier vergeten, dat is stom!'
'Dat kunnen we eventueel in de loop van de week doen,' zei m'n vader. 'Dat heeft geen haast. We mailen alleen maar, en als we wat zouden versturen gaat het kaartje er bij. Als Erwin het logo heeft gemaakt is dat briefpapier er ook vlug. We moeten eerst een website hebben. Het gaat te vlug allemaal. Het website-adres moet ook nog op het kaartje komen. We moeten eerst kijken of de naam nog vrij is en die gelijk aan provider doorgeven, en ook aan Erwin mailen. Daarvoor is het niet te laat. Een ander punt is de planning op de tijdslijn. Daar heb ik over nagedacht en het ook met mamma over gepraat en wij vinden beiden dat je vakantie moet hebben tot half, zeg maar elf September. Straks ben je hopelijk doctorandus, maar we zullen het lot niet uitdagen en dat nog niet je bachelorstitel op je kaartje zetten.'
'In een jongensboek,' zei ik, 'zou ik nu jippie roepen. En dit ís feitelijk een jongensboek.'
De volgende dagen stuurde de website provider Vuurwerk de gegevens voor de site en Friso, de zoon van een vriendin van m'n vader zou de site zó maken dat ik na instructie die zelf kon uitbreiden en veranderen. En ik kon nadenken over wat ik tot September zou kunnen doen.
|
- 2 - 02 -
|
De tijdlijn die voor me lag was leeg, zonder tentamens en zonder een moeilijke zoektocht naar een nieuwe stageplaats, en tot de grote dag van de uitreiking van de bull hoefde ik ook geen docenten van de UVA meer te zien, en ik was er zeker van dat ik binnenkort Bachelor in Communicatie zou zijn. Het economisch en maatschappelijk klimaat en vooral de spirit in het bedrijfsleven was kil en griezelig, maar buiten was het aangenamer geworden, en langzaamaan zou er licht groen aan de bomen komen en zou het al spoedig minder koud worden voor de scooter, zodat ik de meer en verder weg zou kunnen. Er waren een paar bestemmingen waar ik de komende tijd op aan zou sturen, Lelystad en de Van Waaien's, maar Zaterdag zou ik eerst met Peter met de auto naar de verenigingsbijeenkomst van de Bigglesvereniging in Nieuwegein.
Vrijdagochtend belde Erwin om te zeggen dat de kaartjes klaar waren en ik reed langs een zonnige rivier naar de drukkerij. Ze waren prachtig geworden en trots voelde ik dat de plannen concreet waren geworden, hoewel ik tegelijkertijd besefte dat het decor was. Met zes doosjes in een linnen tasje reed ik weer terug als mededirecteur van een in Amsterdam gevestigd media concern, vrolijk en vitaal op een urban scooter. Thuis zat m'n vader met Peter te praten.
'Dat komt mooi uit,' zei ik, 'nu je toch op visite bent krijg je gelijk je kaartje.'
Ik gaf één kaartje. Hij keek verrast naar de voorkant, klapte het dubbelklapje open, zei dat hij de typografie erg mooi vond en vroeg lachend of er niet een sollicitatieprocedure aan vooraf had moeten gaan. M'n vader zei daarop dat hij in het geheim de voorgaande decennia al op proef was geweest. Peter zei dat hij zich vereerd voelde en dat hij graag mee deed. M'n moeder kwam binnen met vier champagneglazen en kwam er bij zitten.
'Arnold, Peter en Kees,' zei ze, 'dit is een gedenkwaardig moment, de oprichting van de Vennootschap van de Drie Media Musketiers. De vooruitzichten waren al een tijdlang voor Arnold erg somber, maar door de ambitieuze activiteiten van onze Biggles keerde het tij. Lieve Arnold, zoals je al zei is de spirit weer terug in ons gezin. Lieve Kees, ik heb altijd geloofd dat je enorme capaciteiten hebt, maar dat je zó vlug al zo'n sprong zou maken vind ik helemaal fantastisch. Daar ben ik erg blij om en ik ben hartstikke trots op je. En jij bovenste beste Peter, het zat er dik in dat jullie combinatie nog eens geïnstitutionaliseerd zou worden tot een joint venture heeft me niet verbaasd, wel dat het zo lang geduurd heeft.'
Met een hernieuwde doeltreffende zekerheid liet m'n vader de kurk ploffen en schonk de glazen in. We klonken en lachten.
'Het is heel bijzonder en uitzonderlijk verheugend, ondanks al die bijvoeglijke naamwoorden,' zei hij terwijl we een slokje namen, 'dat jullie mij de ruimte hebben gegeven om mijn teleurstelling en verdriet te verwerken en te herstellen van mijn depressie. De laatste maanden was het een grootse ervaring om te zien dat Peter al die aandacht aan Kees heeft gegeven waartoe ik zelf niet in staat was. En ik zag dat het goed was zo!'
M'n moeder had uit de doosjes van ons alledrie een kaartje gepakt en keek er aandachtig naar met een vergenoegde uitdrukking.
'Mag ik er één van ieder van jullie?'
In een sfeer van vertrouwde genoeglijkheid aten we croissants bij de koffie en praatten we tot midden in de middag over magazines, redacties en opportunities op het gebied van jaarverslagen en prachtbrochures zoals ze die noemen.
|
- 2 - 03 -
|
Om kwart voor tien stond de Saab van Peter voor de deur en om half elf parkeerden we naast 't Veerhuis in Nieuwegein. Het leek me dat op de plek waar nu in de architectuur van de tachtiger jaren een partycentrum stond nooit het echte veerhuis zou hebben gestaan. Het lag mooi centraal voor de Biggles fans in het hele land. Omdat we vroeg waren klommen we eerst tussen de flats een stenen trap op die zoals we veronderstelden op de rivier uitkwam. Een weidse, sombere stilte. Het had zó maar kunnen gaan sneeuwen. De voorzitter Marvel liep op Peter af. Zij bleken elkaar te kennen. Het gesprek kwam op de Spirit, en dat was logisch ook omdat het hele avontuur in de geest van de verhalen van Biggles te liggen. Marvel luisterde geboeid naar wat Peter er over vertelde tot ik het aanvulde met het verhaal van mijn belevenissen en de plaatsing van het verhaal in de National Geographic. Marvel had geïnteresseerd geluisterd en zei dat ze geloofde dat het, uitgaande van de manier waarop ik het verteld had, ook wel goed geschreven zou zijn en vroeg of zij het in afleveringen in het Biggles News Magazine mocht plaatsen.
'Het is ook echt news,' zei ik, 'en ik stel het op prijs als het verhaal in het Magazine wordt geplaatst, want ik word dan gelezen door een club mensen die bij uitstek in dit vliegtuig geïnteresseerd zullen zijn. Het lijkt me voor uw lezers ook eigenlijk heel cool dat ik als Biggles achter die vreemde, mysterieuze kist ben aan gegaan. Ik hoop dat uw lezers dat ook zo zullen ervaren. Ik voel me vereerd zelfs!'
Marvel maakte om één minuut voor elf een eind aan het gesprek toen zij een minuut later de vergadering moest openen.
Een andere wereld, van mannen die in hun jeugd de boeken van een zekere Captain Johns hadden gelezen, mannen zo oud als Peter en ouder, die de Bigglesboeken hadden verzameld en meermalen gelezen.
We raakten in gesprek met Peter van Melis, Aviation Photographer, die een verhaal vertelde over de musea die hij had bezocht in Engeland en Amerika, en de schietstoel die hij thuis had als leesstoel. Zulke mannen.
Langs de muren van de zaal stonden tafels met boeken en spullen die te maken hadden met hun aller idool. De vergadering ging over een verantwoording van de uitgaven en inkomsten en de plannen van de vereniging. Een hot item was het geld en de hulp die het bestuur tekort kwam om het blad op tijd bij de leden te krijgen en de sjouwkracht die nodig was om zo'n dag als deze te organiseren. Na de vergadering bood ik Marvel spontaan mijn hulp aan, maar zoals ze al tijdens de vergadering had gezegd kon ik beter wachten tot er een lijstje was gemaakt van de verschillende soorten van assistentie waar behoefte aan was. Daar zou ik even op moeten wachten, zei Marvel.
Daarna liepen we langs de tafels met rijen boeken, pockets en gebonden boeken van verschillende uitgevers in het Engels, Nederlands, maar ook andere talen. De boeken waren over de hele wereld verschenen. Er lagen tekeningen op posterformaat, en originele zwart-wit tekeningen van stripboeken. Ik kocht een dvd met een film, een stripboek en een originele zwart-wit tekening van een pagina met tekeningen van Spitfires en het drietal dat de hoofdrollen in de boeken vervulden, een gezelschap waar ik nu ook in thuis hoorde.
'Zo'n vereniging,' zei Peter op de terugweg, 'is een heel wonderlijk fenomeen. Het is een gezelschap van uiteenlopende typen mensen, van jong tot oud en allen met een verschillende achtergrond, zoals ik dat ook ken van mensen die gegrepen zijn door de Tweede Wereldoorlog, zoals ik zelf een diep en warm gevoel heb voor de boeken van Nevil Shute, die ook verfilmd zijn, in overwegend bruine tinten, bijna chamois, hoewel daarin toch ook een rooie postauto om de hoek kan komen. Er zal met filters gewerkt zijn. Maar wordt iemand nu gegrepen door Biggles, vraag ik me af. Dat hadden we aan Marvel kunnen vragen. Een andere keer dan maar. Jij zult trouwens wel af en toe contact met haar hebben, dan kun jij het haar vragen.'
|
- 2 - 04 -
|
We schoten snel op. Af en toe het gebrom van de motor en vooral de uitlaat als de turbo extra kracht leverde wanneer we een sloom rijdende auto inhaalden.
'Ik stel me voor,' zei ik, 'dat niet alleen de Biggles-fans, maar iedereen, zijn of haar visie op het leven ontleent aan afgerond complex van belevenissen, een wereld. Hoewel de mens maar een klein deel van z'n hersencapaciteit gebruikt kan ie toch niet veel meer bevatten dan wat ie praktisch nodig heeft om in leven te blijven.'
Het was even stil terwijl ik dacht aan het vervolg aan wat ik probeerde te formuleren.
'Een geloof is daarbij ook zo praktisch,' zei Peter, 'omdat het een afgerond wereldbeeld bezorgd, zodat het niet nodig is om te goochelen met verschillende visies en wisselende inzichten. Je kan niet èn Jehova's getuige zijn èn Moslim, èn vegetariër zijn èn De Telegraaf lezen of Trouw. En iedereen is zo kwetsbaar dat als hij een ander ziet die vol zelfvertrouwen getuigt van een heel andere opvatting, hij die als levensbedreigend ervaart.'
'Mijn vader,' zei ik, 'had een vriend, Leo, die een passage uit een boek kon navertellen en daarbij ook kon zeggen op welke bladzij de alinea stond. Dat waren heel scherpzinnige observaties die hij kon voorlezen als het ware uit boeken die mijn vader ook had gelezen, maar die voor hem toch weer een heel nieuw licht op het besproken thema wierpen. Dus waar zit het verschil nu in, tussen het éne brein en het andere? Ik denk dat het zit in de leerprocessen die worden geïnitieerd als je focust op verschijnselen die je boeien en hoe je die ervaringen kan combineren met andere ervaringen. Het is volgens mij een misverstand dat je als baby met een schone lei begint. Dat is inmiddels achterhaald en erfelijkheid speelt hierin ook een grote rol. Soms verbaas ik mij zelf over gedachten die ik mijn vader had kunnen horen uitspreken. It all comes forth from the same old rut. En dan is er het mysterie van de osmose tussen twee mensen dat ik zie als mijn moeder een gedachte formuleert op een manier die typisch van mijn vader is. Maar waar hadden we het ook weer over? Ja, over de 'waste' van capaciteit in ons brein. Dan denk ik aan het verschil tussen spontane herinnering van toepasselijke passages uit al die duizenden boeken die Leo heeft gelezen, en iemand die niet eens kan begrijpen wat ie leest in een roddelblad, een vorm van verkeerd begrepen socialisme. Volgens mij zit in het verschil in het onderlinge onderscheid in inspiratie, in de spirit waarmee iemand geboren is, en de ambiance waarin die kan groeien, die manier waarop ervaringen absorbeert en categoriseert, en het leven dat je leidt waardoor de spirit levendig is en blijft. En het verschil zit er in of je naar je navel staart, of naar je pik kijkt, of op zoek bent naar de heilige geest.'
We naderden zienderogen Amsterdam, de ziekenbunker van het AMC rechts. Peter minderde vaart om rechts af te slaan naar Zuid.
'Die opleiding van je heeft je geen windeieren gelegd,' zei hij lachend, mij warm een klapje op de knie gevend.
'Die spirit,' vervolgde ik snel om geen tijd te verliezen terwijl we mijn straat naderden, 'zie ik voor het gemak als een operating system van een computer, zoals katholieken het nieuwe testament als
Operating System
gebruiken. Je hebt er het meeste plezier van als je het geen conflicterende instructies geeft, de spirit is eigenlijk ook een systeem dat evolueert en krachtiger werkt naarmate het meer leert van z'n eigen functioneren.'
'Dat is een mooie metafoor om mee af te sluiten vandaag,' zei Peter toen wij voor de deur van mijn huis stopten. 'Geen windeieren dus!'
|
- 2 - 05 -
|
Zondag zou het volgens het weerbericht mooi genoeg worden om op de scooter naar Lelystad te rijden. Daar wilde ik bij de in ultralichte microlight vliegtuigjes gespecialiseerde vliegschool daarover meer te weten komen. In m'n achterhoofd vloog een vage droom rond waarin ik een proefles nam. Ik wilde ook het nieuwe Aviodrome zien. Een ambitieus wenslijstje. Het eerste stuk van de route door de stad leek het wel snel te gaan, heel geconcentreerd krap en snel langs de auto's. Daarna langs het Amstel Station de oude weg naar Het Gooi, eerst een stuk langs de Weesper Trekvaart. Dan een heel stom stuk langs de Maxis. Hoogspanningsmasten die me uitnodigen om te beklimmen om m'n hoogtevrees kwijt te raken. Onverwacht aardig wat zeilen vanaf de brug op deze toch nog wel heel frisse dag.
Onder de brug door, langs het Muiderzand 2. De Marina. Nieuwe woontorens in de verte aan de het water. De weg maakte een bocht naar rechts, naar het Noorden. Verspreid staande stilstaande windmolens, gigantische propellers, niet een park, maar te hooi en te gras, een wonderlijke opstelling. Eskaders vogels trokken in V-vorm over de weg voor me het land in. De oude tweebaansweg over de dijk langs het IJsselmeer, waarover ik in een snelle tocht lang geleden met m'n vader gereden had, die nu op de scooter eindeloos veel langer bleek. Heel fris, verdomd fris. Doe je je warme shawl om? Ik had mijn walkman moeten meenenem, met De Dijk, tegen de eenzaamheid. Ik kon me niet voorstellen dat ik 'm niet om had gedaan; ik had er plezier van gehad, ook van m'n gevoerde motorhandschoenen, en m'n fleece sokken. Het gaat heus goed mam!
Een hoog geluid achter me haalde me snel in, een lichtblauwe Saab tweetakt uit het begin zestiger jaren reed me voorbij. Een gevoel van geluk stroomde door me heen. Ik had het niet koud meer. De Saab verdween in het verdwijnpunt van het perspectief van de polder en de chauffeur zou waarschijnlijk niet in de gaten hebben gehad dat hij Biggles was gepasseerd die undercover als een boerenknecht op weg was naar het vliegveld om dat te observeren op tactische mogelijkheden voor de toekomst. Zoiets.
Ik stapte twee maal af om foto's van de molens te maken en gelijk even het geraas in m'n helm te dimmen.
|
|
Ter hoogte van Almere meldde een groot bord dat de Oostvaardersweg tot 2050, of 2005, was afgesloten, zodat ik weer een eind naar het Oosten moest sturen. Langzaamaan was de trip een straffe expeditie geworden. Ik zou Brechtje de foto's laten zien om mijn verhaal een alibi te geven. Zou ze mij een cool adventurer vinden, als Biggles de vlieger-detective?
Een eindeloze vierbaans rijksweg met schielijk passerende auto's pal langs me. Ik zocht argumenten om door te zetten en vond die niet, ik was te ver heen met mijn campagne om te draaien, wat niet eens mogelijk was omdat er in de verste verte geen brug in zicht was. Links, op een paar honderd meter, rooie pakhuisachtige herenhuizen met een puntdak. Ongemerkt was ik een vreemd land binnen gereden. M'n mobieltje trilde. Het was m'n vader.
'Waar zit je Kees?' op verontruste toon.
'Ik ben onderweg naar Lelystad.'
'Ben je nou helemaal! Ik had niet begrepen dat je vandaag wilde. Dat hadden we toch samen kunnen doen! Dit is gekkenwerk! Hoe laat ben je dan wel niet weggegaan? Waar ben je nu?'
M'n zakenpartner.
'Links van me in de verte hoge rooie woontorens met een puntdak. Maar alles is in orde, ik rij gewoon door.'
'Ik weet niet wat ik zeggen moet,' zei hij. 'Er zit dus niets anders op dan dat je door gaat, begrijp ik. Als het niet meer zou gaan, zet je scooter dan op bij een pomp, dan kom ik je halen. Ook als je terug wil en je het te koud vindt.'
Dit was voor mij het signaal om beslist niet terug te keren. Ik dacht als een marinier, en aan Brechtje, en ik vond dat ik in de lijn van Biggles beslist onversaagd door moest gaan, desnoods bevroren vingers moest riskeren. In de middag zou het trouwens minder koud worden. Volhouden, doorkarren, Lelystad in de verte, Donkervoort rechts, en de fabriek van Giant. Zonder dat ik hem in de spiegel zag flitste er een smal ding langs me en zwiepte met een zwaai schuin liggend als een motor naar rechts en bleef op een afstand van een kleine dertig meter voor me rijden. Geen auto, geen motor, een rijmachine met een hoog James Bondgehalte. Ik zat als figurant in een film! Straks zou het opstijgen en afzwaaien en verdwijnen zoals de Spirit. Nadat het een paar honderd meer voor me had gereden trok het snel op en nam het de afslag naar Lelystad. Ik had al de camera gepakt om hem te pakken. Toen hij begon voor te sorteren remde ik snel, stopte en pakte hem toen hij door de bocht aan de overkant op de kruising af reed. Een nieuw project?!
|

|
- 2 - 06 -
|
Toen ik de kruising over reed was het science fiction vehicle al uit het zicht verdwenen. In de verte vloog een vliegtuig haaks over de weg naar de groene vlakte rechts naast de weg. En nog een. Een startbaan kwam in beeld, het vliegveld, Lelystad Airport.
Op de hoek van het veld de trap die ik ooit eens eerder had gezien, een wenteltrap, nee twee wenteltrappen van ongelijke hoogte, tegen elkaar aanhangend, de hoogste, die misschien vijf meter hoog was, had een grotere draaicirkel dan de iets lagere. Het kunstwerk zag er uit als een plastische metafoor. Maar van wat? Ik stapte af. De camera hing nog op mijn buik met de lens uitgeschoven. Ik maakte een foto, een staand beeld van het standbeeld, een sokkel voor een grote man, een trap om op te stijgen, of uit de hemel neder te dalen, niet een trap die naar de cabinedeur van een groot vliegtuig gerold kon worden want het had geen wielen. Een harmoniemodel van een symbolische vliegtuigvertrek- en aankomsttrap, voor de bemanning en voor de passagiers.
|
|
De levensloop van de mens omhoog, uiteindelijk naar de hemel, maar met ongelijke kansen door het verschil in draaicirkel, spiralerende, ongelijke tijdslijnen, toch wel onderling met elkaar verbonden als een klimplant. Of andersom, na verheven maar vruchtloze pogingen om hoger te groeien een trap na, zoals mijn vader die kreeg?
Welke bestemming hadden die trappen, die opeens ook in mijn gedachten stonden? Een trap in een boekje van Paul Gallico, met welke titel? En de trap van Wittgenstein, die een ladder gebruikte als metafoor voor zijn overtreffende gedachtegang, een ladder die zijn lezer kon laten vallen nadat hij of zij hem niet meer nodig had. De trap aan de rand van the airport - van, ja van wie eigenlijk, van Lely? - bood de mogelijkheid om langs twee routes een doel te bereiken. De trap van Lely was ook een monumentaal maar luchtig decorstuk om dramatisch op neder te dalen. My God, when doest thou come down from thy throne to us miserable netherlings?
'Ben je niet even omhoog gelopen?' hoorde ik m'n moeder vragen.
Nee, ik wilde de goden niet verzoeken.
'Die foto is prachtig voor een poster voor Lelystad Airport,' hoorde ik mijn vader zeggen.
Nu weer zelfstandig en cool verder!
Naast restaurant De Arend dat ik herkende van een eerder bezoek aan het vliegveldje op de Arendweg stond een glazen stationsgebouw dat ik niet eerder gezien had, met niet te missen fraaie, gigantisch grote hoofdletters de naam LELYSTAD AIRPORT in het glas. Aan de kant van het platform een nieuwe verkeerstoren markant in rood en wit. Over de baan hoverde een kleine, rooie Robinson helicopter, hing roerloos stil, dook wat voorover en spoedde na een momentje voorwaarts over de baan. De droombaar kleinste helicopter die misschien wel zo veel kostte als een Ferrari zou voor mij altijd wel onbereikbaar aan de andere kant van het hek blijven.
Bij Vliegclub Flevo, naast De Arend hadden ze Sjoerd Schokker al een tijd niet meer gezien. Microlites? Dan kun je beter door lopen naar de Skyriders, naar Willem van Lieshout, daar ben je aan het goeie adres, nummer 15. Van Lieshout was er. Het was een vliegschool. Een ultralite als die van Dick van Waaien hadden ze niet meer. Zo was het begonnen, maar bij de Skyriders vlogen ze er niet meer mee.
'Loop even mee naar de hangar,' zei Van Lieshout, 'dan kun je zien hoe de microlite er vandaag de dag uit ziet.'
Daar stonden drie microlites, van zo dicht bij toch nog aardig imposant. Op het platform was een filmcrew bij een grote, enorme, witte tweedekker bezig met opnamen voor een reclamespot voor Amstel Bier, grote lampen, schermen om het licht mee te bouncen. Weinig activiteit, een parachutist die op de grond zittend een blad zat te lezen. Onder luid geschreeuw sprong iemand uit de open cabinedeur.
Ik had genoeg geld gespaard, en nog aardig wat tegoed voor m'n verhaal, genoeg om een proefvlucht te maken. Dat was meteen mogelijk, met een minuut of tien. Ik kon pinnen.
De foto's op en boven Lelystad Airport.
|
- 2 - 07 -
|
Op een deur in het kantoor hing een kaart van het gebied rond Lelystad, met de vermeldingen van bakens, radiofrequenties en gegevens voor piloten. Aan de muur een ingelijste advertentie van een firma Plaskon, zo te zien van net na de oorlog, of misschien wel in de oorlog, want op de zijkant van het afgebeelde vliegtuig, naast de vlieger in een lederen vliegerjack met beige bontkraag, met een lederen pilotenkap met ingebouwde koptelefoon, zaten Japanse vlaggen voor de vijanden die hij had neergehaald. De kopzin was: "Learned to do it in a plywood plane!" Plywood, dat klonk geruststellend! Maar veel vliegtuigen werden destijds van hout gemaakt. Net zoals na de oorlog de eerste DKW's, triplexauto's. Learned to do what? Plaskon zal dan wel de houtboer zijn geweest, of nee, onder Plaskon stond in een balkje: resin glue , lijm dus, waarmee de plane in elkaar was gezet.
Nadat Van Lieshout klaar was met de voorbereidingen van de vlucht liepen we weer naar de planes. Hij rolde de Tecnam 2000RG naar buiten, de PH-3M2.
'Deze kist is wel heel wat anders dan een Cessna,' zei Van Lieshout. 'Het silhouet lijkt er wel een beetje op, maar er zit vijftig jaar tussen. Er werd gebruik gemaakt van nieuwe technieken en nieuwe materialen. En het vliegt aanzienlijk fijner. Deze noemen wij de Juliette.'
Vanuit de hangar maakte ik een foto. De Amstel crew liep nog steeds te hangen.
Van Lieshout zei dat wat hij nu ging doen hoorde bij de standaard check die voorafging aan elke vlucht en hij lichtte toe wat hij deed. Masterswitch off. Brandstof peilen in de hoofdtank en de vleugeltanks. Motorinspectie, op lekkage, oliepeil, waterpeil, rubbers, uitlaat, bougies. En de walk-around. Prop (propeller), neuswiel, motorsluiting, landingsgestel, vleugel rechts, rolroer, romp, stabilo, richtingroer, romp, vleugel links, rolroer, landingsgestel, pitotbuis, motorsluiting, cockpitkap.
Daarna kroop hij in de cockpit, hardop zeggend hoe hij dat deed: rechtervoet, en been, en hoofd gebogen eerst. Daarna deed hij het zelfde aan de rechterkant. Ik kroop links van hem, rechtervoet, en been, en hoofd gebogen eerst. Vervolgens deed ik de autogordel om. Nog even verder met de check. Cockpitkapsluiting, veiligheidsriemen, test intercom, ontvangst radio, brandstofpomp aan, 5 seconden, brandstofpomp uit, remmen vast, choke uit, prop clear.
Van Lieshout reikte me een koptelefoon aan, klikte switches om, startte de motor, die meteen mooi rond draaide, en vroeg permissie aan de toren om te mogen starten, een kort gesprekje dat ik door de koptelefoon goed kon volgen. Het was allemaal snel gegaan. Een helicopter hing in de verte boven het platform, maar voordat we bij de mooie, roodwit gestreepte conische verkeerstoren kwamen we gingen al rechtsaf. Langs de Noordoostkant van het veld taxieden we naar de startbaan. Een windzak naast de taxibaan gaf sloom aan dat er nog steeds geen wind was. De startbaan was een grasveld, een weiland als in Koedijk.
'Fijn voor de banden,' zei Van Lieshout.
Aan het begin van het gras stopten we. Eerst een check, checken of alles naar behoren functioneerde. Om te laten horen wat er allemaal bij komt kijken om op te stijgen noemde de captain de checkpunten hardop in de koptelefoon. Had ik de recorder maar meegenomen.
Roeren.
Trim neutraal.
Altimeter.
Magneto 1.
Magneto 2.
Temp water.
Temp oil.
Fuel pressure.
Time.
Choke in.
Flaps neutral.
Van Lieshout keek naar links en naar rechts.
Brakes on.
Power. En hij gaf gas.
Brakes off.
|
- 2 - 08 -
|
We begonnen direct te rollen, 10, 20, 30 kilometer per uur. 40. Het gras voelde steeds minder geaccidenteerd. 50. We leken al te vliegen. 60. Bij 65 trok Van Lieshout de stick een beetje naar zich toe en de neus kwam omhoog, op de checklist 'rotatie'.
Ik dacht aan Koedijk en aan Brechtje en aan de Spirit, en aan de plannen van Dick, maar er kwam geen moment meer de gelegenheid om te vragen naar de Spirit van Dick van Waaien, of naar Dick zelf, die waarschijnlijk gelest had bij de man die nu naast me zat.
De groene vloer zakte snel weg, de bomen, de huizen van Lelystad in de verte.
Gear up. Wielen omhoog.
Ik zat op de plaats van de vlieger. Terwijl we nog steeds stegen zette mijn passagier een linker bocht in. We zeilden rustig naar zee, naar het IJsselmeer. Ik keek naar buiten en zag de weg waar ik op mijn miniatuurscooter had gereden en maakte een foto van de weg. Het was stil boven, ook omdat er geen wind stond. Maar ook als het wel waait was dit een stabiel vliegtuig, had de captain gezegd, veel stabieler dan een Cessna 150 of 172, 'forgiving'.
Omdat er geen wind was stonden de verticale wentelwieken van NUON beneden nog steeds stil, en zouden geen stroom leveren, anders dan zonnepanelen die ook onder een bewolkte hemel energie leverden. Ik stelde me voor dat deze enorme windmachines aan het draaien werden gebracht als er onvoldoende thermiek was waardoor de zweefvliegtuigen aan de grond moesten blijven, maar ik stelde geen vragen aan de captain.
Afhankelijk van de stand van de zon ten opzichte van het raam van mijn deur kwam een rode ' glare ' in de zoeker van de camera, die ook in de foto's zou komen, waardoor die opnamen waardeloos zouden zijn. In de verte priemden de naaldachtige schoorstenen van de ectriciteitcentrale aan de rand van het meer in beeld. Weer een foto. Daar voorbij links het koopvaardijschip de Batavia en daarachter de outlet met de zelfde naam.
'Het is mooi boven,' zei Willem, 'maar wel erg heiig.'
'Oh, Juliet, how sweetly thou flyest,' dacht ik.
Ik herkende de Oostvaardersweg die hier een zanddijk was, onder ingrijpende reconstructie, waardoor in niet had kunnen doorrijden. Een foto. En dan weer naar het Oosten, eerst de rijksweg, de markante fabriek, of zeg maar atelier, van Donkervoort, vanaf de grond gezien een majestueuze verschijning waarvan de allure teniet werd gedaan door het kale land er omheen. Een foto. Daarnaast de fabriek, of misschien wel het kantoor van Giant.
'We zetten de landing in,' zei Van Lieshout, 'vanaf hier moet ik me aan de landingsprocedures houden.'
We zakten. Het circuit van de Rijksdienst Wegverkeer. Lager. Van Lieshout meldde de hoogte in voeten, alsof we een trap afliepen, zo eenvoudig zou het zijn, touch down, uitrollen en terug taxiën naar het platform. Hij las weer de weer de punten op zijn denkbeeldige checklist.
Gear down. Wielen omlaag.
Gas dicht, stick op 110 kilometer per uur.
Flaps.
Nadat wij tot stilstand waren gekomen voor de hangar de laatste punten op de checklist:
Masterswitch off.
Blokken voor de wielen.
Tijd noteren.
|
- 2 - 09 -
|
De filmcrew hing rond de tweedekker alsof er intussen niets was gebeurd. In het kantoor schreef Van Lieshout het certificaat van mijn luchtdoop. Toch wel opgewonden wilde ik er niet langer rond hangen en zei een beetje besluiteloos gedag. Toen hij even niet in het kantoor was liep ik via de hangar weer naar het platform waar ik misschien wel helemaal niet mocht komen om even bij de filmcrew te kijken. Daar was zo weinig te beleven en ik was te rusteloos om daar te blijven rondhangen en keek wat in de hangars. Door een raampje in een deur zag ik de driewieler van de heenweg.
De deur zat niet op slot. Ik maakte vlug een paar foto's. Het was heel stil in de van de rest van de hangar afgescheiden ruimte. Langs de kant stond een werkbank en een rijdbare gereedschapscabinet van Snap-On Tools. Boven de werkbank hing een bord met gereedschap. Carver, stond er als merk op. Ik deed twee stappen achteruit om een foto van verder af te nemen en bonste tegen iemand op.
'Had je die nog niet eerder gezien?' vroeg de man die achter me stond. 'Wat vind je er van?'
De man waar ik tegen op was gebotst keek mij vriendelijk aan.
'Ik zag hem rijden,' zei ik, 'toen ik vanochtend naar Lelystad reed. Dat was wel spectaculair. Ik had 'm een keer eerder in TopGear gezien, maar was vergeten dat het een Nederlands mobiel was. Dat is toch zo?'
Ik stelde mij voor en gaf de man m'n kaartje, dat hij met aandacht bekeek en las.
'Scherpe vogel ben jij zeg!' zei de man en hij stelde zich voor. 'John Bakker. Maar wat doe je precies voor werk?'
'Ik schrijf,' zei ik. 'Artikelen voor bladen. U bent de eerste aan wie ik m'n kaartje geef, het komt net van de drukker.'
'Journalist dus,' zei hij.
'Op z'n Amerikaans noemen ze zo'n functie feature writer,' zei ik. 'Ik vorm vanaf morgen een team met mijn vader. Die schrijft als tekstschrijver en speech writer voor bedrijven en non-profitorganisaties.'
'Dat klinkt interessant,' zei Bakker. 'Dat je al zo'n goeie job hebt, ik dacht dat je student was!'
Ik vertelde van het artikel over de Spirit, hoe ik die op het spoor was gekomen, gefotografeerd had en het verhaal had geschreven.
'Ik zie dit als een gelukstreffer,' zei ik, 'maar ik zou graag verder gaan in die richting. Ik heb communicatie gestudeerd, zodat mijn werkterrein heel breed kan zijn, maar dit vind ik wel heel spannend. Daarnet heb ik voor het eerst zelf gevlogen, in een microlite van hiernaast. ook zelf de hand aan de stick.'
Ik vertelde van de plannen die Dick van Waaien had, om van zijn weilanden aan de kust een vliegcentrum te bouwen. Bakker leek dat interessant te vinden. Op het schermpje achterop de camera liet ik de foto's zien die ik van de Carver op de snelweg had gemaakt, en een paar minuten eerder daar in de hangar.
'Dat zijn mooie foto's,' zei Bakker. 'Als je meer over de Carver te weten wil komen zou je naar de website kunnen kijken.'
Bakker schreef de url op: www.carver.nl
'Mag ik je kaartje houden? Dat is handig als ik iets over teksten wil weten.'
Hij gaf mij zijn kaartje, deed de buitendeur open, stapte in de Carver, knikte vriendelijk en reed de Arendweg op. Ik deed de deur dicht en reed op de scooter naar de uitgang van de Airport, langs de nieuwe Aviodrome, dat ik deze keer niet wilde bekijken. In een flits zag ik door een hek en door de bomen langs de weg de replica van het oude bakstenen stationsgebouw van het oude Schiphol.
|
- 2 - 10 -
|
Op de terugweg had ik van de kou niet veel last, verwarmd door de 'hot issues' die mij bezig hielden. Ik maakte in gedachten notities.
A. Aanzet tot een artikel over een windmolenmonteur.
B. Brechtje.
C. Carver.
D. Dick van Waaien, en de ontwikkeling van z'n vliegcentrum.
E. Emailadressen verzamelen van tijdschriftenredacties.
F. Fijne West-Friese meid, Brechtje.
G. Gevecht van de windmolenmonteur als ridder heeft met Nuon.
Zo had ik opeens een thema: de elektromonteur die in zijn carrière omhoog valt, wiens dagtaak zich in de lucht afspeelt, met een ambitie om hoger te komen maar die eindigt met diepe dwanggedachten.
Een tijd lang kwamen er geen andere gedachten en beelden binnen dan die over en van de weg en het bedompte vrijetijdsverkeer. Ten Westen van de weg een mooie, ouderwetse lentemiddag. Achter me bleef een tijdje het geluid van een motor meerijden. De Carver. Het geluid werd hoger en het was dan ook Bakker die een gebaar maakte als willende koffiedrinken. Hij bleef voor me uit rijden en sloeg af bij het wegrestaurant. Ik volgde.

|
 |
'Ik zag je wegrijden,' zei Bakker, 'maar ik moest nog even iemand spreken op Lelystad. Dan kan ik je nu vragen of je tijd hebt om een kop koffie te drinken.'
We gingen zitten aan een tafel met uitzicht op de Carver en mijn Vespa.
'Heb je geluncht?' vroeg Bakker.
We aten beiden een uitsmijter, dronken daarbij melk en daarna koffie.
'Vertel eens,' zei Bakker, 'hoe werkt dat nou als je freelance voor bladen werkt?'
'Met een visitekaartje ben je niet echt een nieuwe business begonnen. Het gaat als in elk ander métier, tegen mensen aanlopen en geluk afdwingen. Ik heb communicatie gestudeerd, maar dat helpt je niet op weg, want het gaat erom een motiverende communicatie tot stand te brengen met een hoofdredacteur, de figuur die wat in je schrijfwerk ziet, en in mijn geval ook m'n foto's. Daarmee heb ik wel een voordeel omdat ik een artikel compleet kan aanleveren. Dan gaat het erom dat het erom dat het vanaf dat moment voor de komende tijd wel zou moeten passen in de redactieformule, of het een vervulling is van een behoefte.'
Bakker zat aandachtig te luisteren, maar het was alsof hij op iets zat te wachten dat ik nog niet verteld had.
'Ik heb niet echt een specialisatie,' zei ik, 'maar ik ben wel gek op alles waarmee de mens door de ruimte kan bewegen. Dat varieert van schoenen en wandelstokken tot skeelers, motoren tot de Aston Martin DB4. En van de Robinson helicopter tot een BeeDee.'
'De BeeDee?!''Die mini jet plane waar James Bond mee vloog, ik weet niet meer in welke film.'
'Ik had zo'n voorgevoel dat je een grote interesse had in vliegen en vliegtuigen,' zei Bakker, 'maar laten we elkaar tutoyeren. Ik ben jonger dan ik lijk, en jij lijkt volgens mij ouder dan je misschien bent. Die vliegerij is een eindeloze rij boeken met jongensavonturen, geschreven en ongeschreven. Ik ben bezig met een prospectus voor een vliegtuigproject, en ik kreeg de indruk uit je verhaal dat je goed kan schrijven, vooral ook omdat het verhaal over de Spirit of St. Louis wordt geplaatst in één van de meest gerespecteerde magazines ter wereld.'
John bestelde nog een koffie voor ons beiden.'
Ik zal benieuwd en geïnteresseerd gekeken hebben, maar ik zei niet dat ik benieuwd of verrast was. Achteraf gezien geloof ik ook dat dit sterker was, cool zelfs.
De foto's die ik maakte op het parkeerterrein.
|
- 2 - 11 -
|
'Dat vliegtuigproject,' vertelde John, 'is een plan om een gyrocopter te bouwen die een beetje de Carver als uitgangspunt heeft, een snelle driewieler met het kantelsysteem.
De start daarvoor heeft een heel lange aanloop nodig, en in die fase zitten we, het onderzoeken van wettelijke regelgeving, onderzoeken van patenten, en gesprekken met mogelijke financiers. Tot mijn veertigste heb ik er hard naar toe gewerkt om daarna iets heel anders te kunnen doen. Dat keerpunt kwam na de verkoop van mijn bedrijven. Om te beginnen ben ik gaan vliegen in Noord Frankrijk, in Lille. Dat vond ik prachtig, en ik was er steeds mee bezig, en ik dacht er steeds harder over hoe mooi het zou zijn als ik vanuit Frankrijk rechtstreeks naar huis zou kunnen vliegen. Ik heb een flink stuk grond bij m'n huis en hoe mooi zou het niet zijn als ik daar zou kunnen landen. Om er achter te komen of dat idee uitvoerbaar was ben ik in de regelgeving gedoken en dacht eraan om te beginnen aan een ultralight, maar die bleek te beperkt, omdat ik daarmee niet zou kunnen landen als het te hard waaide. Vliegend boven Frankrijk kwam ik op het idee dat een gyrocopter om naar mijn huis te vliegen misschien wel geschikt zou kunnen zijn. Ik kon daar een mooie aanvliegroute nemen, een stukje over de weg, en prachtig op mijn eigen land landen.
Ik kocht een Carver. Dat was een openbaring. Daarmee wilde ik de lucht in. Ik legde het idee voor aan de mensen van Spark die de Carver hadden ontwikkeld, vooral om te vragen of ik niet een denkfout had gemaakt. Spark is een design en engineering firma die voortgekomen is uit Van den Brink, het bedrijf dat de Carver op de weg heeft gebracht. Ik zag al helemaal voor me dat mijn ideeën gecombineerd zouden worden in de vorm van een soort Carver. Mijn idee was dat ik een reis grotendeels vliegend zou afleggen en dat ik in de buurt van mijn bestemming zou landen en vandaar over de weg naar het adres zou rijden. De mensen van Spark zagen er veel in en maakten een voorontwerp. Dat ontwerp liet ik in kranten en magazines plaatsen met het idee om reacties te krijgen. En die kwamen. Er kwamen vragen over verschillende aspecten van het ontwerp, of die niet anders uitgevoerd zouden kunnen worden. Dat heeft me weer opnieuw denken aan het gezet, en er werd een nieuw ontwerp gemaakt, voor een driewieler die veel makkelijker over de weg zou kunnen rijden, met het oorspronkelijke kantelsysteem van de Carver, en zó dat de rotor en de propeller praktisch en fraai en veilig ingeklapt konden worden. Begin tweeduizenddrie begon ik met investeerders te praten. Die fase zitten we nu middenin. Dat is in het heel kort hoe ik bezig ben geweest om het plan van de grond te krijgen. Inmiddels is er een samenwerkingsverband ontstaan waar Spark in zit, en Van den Brink, de NLR, en TNO.'
'James Bond liet zien dat de gyrocopter een fantastisch vervoermiddel is,' zei ik.
Langs de sansevieria zagen we hoe mensen naar de Carver stonden te kijken.
'Je denkt misschien dat de gyrocopter van James Bond trucage is, omdat veel beelden in die films stunts en trucages zijn. Maar het is in de werkelijkheid gewoon heel goed mogelijk om ons op die manier te verplaatsen. Het is natuurlijk allemaal niet nieuw. In de vijftiger jaren vloog er in Amerika al de Aerocar. Daar zijn overigens maar een paar exemplaren van gebouwd. Het was een vreemde auto, met wielen buiten de body met cycle wings, een vehikel dat niet geriefelijk reed, en dat als vliegtuig nogal lomp was. De vleugels en de motor werden zó opgevouwen dat ze als een trailer achter de auto meegenomen kon worden. Het was een hot item in bladen als Popular Mechanics, maar de Aerocar had niet die geweldige voordelen te bieden waardoor hij populair kon worden.
Een auto krijg je tegenwoordig bijna niet meer gecertificeerd. De Smart bijvoorbeeld mag in Amerika niet rijden. De Carver is in het voordeel omdat die als vervoermiddel wordt gerekend tot de categorie motorfietsen en is daardoor niet zo moeilijk te certificeren. En daarbij komt dat de Carver een veilige motorfiets is. Wij hadden een autogyro voor ogen, een autogyro of gyrocopter. Het is mogelijk om die te certificeren, maar je moet daarvoor slimme dingen bedenken en tussen de regels doorfietsen. Spark heeft niet een klein autootje ontworpen, de Carver is een gedurfd, volwaardig nieuw voertuig. Vanaf het begin heb ik gekeken naar wat er al op de markt was, en ik ben niet te werk gegaan als meneer Sikorski, die met z'n bolhoed op iets dat hij from scratch ontworpen en gebouwd heeft.'
|
- 2 - 12 -
|
'Wat een leven,' dacht ik, 'deze man die wil zelf het freewheelen in zijn vrije tijd zelfs profesionaliseren.'
'De Carver kocht ik in Juli 2003 en heb daar dagelijks in rond gereden om er proefondervindelijk achter te komen wat ie op de weg deed, onder verschillende omstandigheden en in weer en wind. Als je er dagelijks in rond rijdt kom je er achter wat je zou willen veranderen, daar praat ik geregeld over met de mensen van Spark, en met de input van ons allemaal krijgen we een beeld van hoe de Carver in zijn gecombineerde vlieg- en rijfunctie vorm gegeven moet worden. Ondertussen kijken we naar de regelgeving, de luchtvaartregelgeving en de regels op de weg. Voor de lucht is er een speciale klasse kleine helicopters, daar willen wij ook onder vallen.'
'Zo groot als de Robinson?'
'Nee, nee, hij wordt iets groter dan de Carver nu is. We hebben nu een concept dat heel anders is dan de eerste illustratie, waarin je in de rijstand de propeller niet eens meer ziet, want ook op de weg is de luchtweerstand van kritisch belang.'
'Hoe hard rijdt de Carver eigenlijk?'
'Die rijdt 185. In ons concept zal ie ongeveer net zo hard rijden, en dat zal ook de vliegsnelheid zijn. Op de weg is ie dan overpowered, maar in de lucht heb je de power wel nodig. De Carver heeft 65 pk, en voor de gyrocopter denken wij aan tweehonderd pk. De samenwerkende partijen willen de ontwikkeling van de gyrocopter in Nederland houden. Het technisch vermogen is hier aanwezig, met de financiering ligt het wat anders.
'Het lijkt me wel een probleem,' opperde ik voorzichtig, 'om in Nederland zo'n geavanceerd project van de grond te krijgen.
'In Nederland wordt daarvoor niet makkelijk geld beschikbaar gesteld. Ideeën zijn er genoeg, maar er is steeds minder risicokapitaal. In de tweede wereldoorlog was er ontzettend veel mogelijk. In no time werden totaal nieuwe vliegtuigen en tanks ontwikkeld. Daar was iedereen mee bezig en van alle kanten kwam feedback. In Nederland kan je nu alleen geld krijgen als het product er al is en als de verkoop al bewezen is. Voor een nieuw product is er een klein bedrag voor de ontwikkeling en een groot bedrag voor de marketing. Het is nu de omgekeerde wereld. Er zijn steeds meer entrepreneurs die hun producten nu in het buitenland laten produceren omdat Nederland zich uit de markt heeft geprijsd. Ik hoorde laatst in Eindhoven een scherpe uiteenzetting die deze trend illustreert: We hebben hoogleraren die leraren opleiden, die vakmensen opleiden, die als je dan geluk hebt al die kennis omzetten in een product. En dat product moet dan al dat geld opbrengen dat door al die leraren in werd geïnvesteerd om het te realiseren. En wat gebeurt er dan? Dan laten we dat product in China maken. En dat product moet dan al dat geld opbrengen dat wij er in gestopt hebben.'
'Zou het in Amerika niet veel sneller gaan?' vroeg ik.
'In Amerika heb je 'small cap', aandelen voor kleine aandeelhouders. Dat is in Amerika een grote pool waar je geld uit kan krijgen voor nieuwe producten. Als je nu komt bij de grote kapitaalverschaffers, willen die nul risico en maximaal rendement: morgen op de markt en overmorgen wegwezen met de opbrengst. Als de ontwikkeling even een beetje tegen zit dan duurt het drie maanden langer. Daar kan je bij de pensioenfondsen niet mee aankomen. Dat is het probleem nu, dat je niet de rust hebt om een nieuwe ontwikkeling de tijd te geven die daarvoor nodig is. Alles is korte termijn. In Amerika leeft dat anders onder de mensen. Als ze daar zouden horen over ons project dan zouden de mensen kunnen denken dat ze mee deden om het fileprobleem op te lossen. Daar speelt een emotionele betrokkenheid mee voor de kleine medeaandeelhouder in een aansprekelijk project. Ons project heeft in potentie die aansprekelijkheid, want de auto is aan het eind van z'n ontwikkeling. Er worden steeds weer nieuwe gadgets bedacht, maar die voegen wezenlijk niets meer toe. Als je met honderd pk in de file staat schiet je met driehonderd pk niet sneller op. Het gaat alleen maar over emotie met die auto's; of hij rijdt 210 of hij rijdt 240, allemaal paarden in een oude droom. Daar schiet je niet mee op, omdat je op de wegen niet meer kunt doorrijden. De lucht boven ons land en boven ons wegennet is vrij en gratis, dat is er allemaal om benut te worden, maar we doen er niks mee.
Ik werk nu aan de oplossing van mijn eigen idee en mijn eigen fileprobleem, maar zo is het vroeger ook met de auto begonnen. De auto's waren in het begin ook heel duur, maar door de aantallen werden de kosten lager. En gaandeweg werden de wegen gebouwd. De snelwegen kwamen ook pas zo'n vijftig jaar geleden.'
|
- 2 - 13 -
|
'De rest van de wereld loopt op ons uit,' zei John.
'Had Goethe dat niet gezegd, dat in Nederland alles honderd jaar later gebeurt?'
'Nee, dat was Heine. We hebben nu dat Innovatie Platform, maar weet je welke producten in Nederland nog slagen? Dat is een nieuwe keukenmixer. Geen risico, grote marges, en als het maar iets technisch is gaat de productie naar het buitenland. De pensioenfondsen gaan met hun miljarden naar het buitenland, naar de winkelcentra in Amerika. Dat er hier nieuwe producten ontwikkeld en geproduceerd kunnen worden en op die manier de pensioenen kunnen worden zeker gesteld, dat besef is er hier niet, de termijn is te kort. We zitten hier in een stadspark, alle herrie makende industrie weg, beetje consumeren en de wereld adviseren. Terwijl in India inmiddels een gigantische pool van ingenieurs is ontstaan. Elke dienstverlener houdt een andere man aan het werk, maar in een fabriek houdt een arbeider zes anderen aan het werk. Reken maar uit. Dat Nederland op die manier leeg loopt, dat besef is er niet voldoende.'
'Dit gaat niet meer over economie, maar over het neerstorten ervan,' zei ik.
'Stork wil alleen maar onderdelen maken, geen risico lopen met een eindproduct . Zo is het ook gegaan met de auto-industrie, en de scheepsbouw. De Nederlandse industrie wil alleen maar toeleverancier zijn en op baaldagen in het park zitten. Stork zou makkelijk die Fokkers kunnen bouwen, daar is nog steeds een markt voor. Het probleem zit in de aansprakelijkheid. Toeleveren is makkelijk. Als je nou kijkt naar de Carver, daar zijn wel honderd toeleveranciers bij betrokken. Als naar de beurs kijkt dan zie je een goed bedrijf waarvan de aandelen zakken omdat het wel niet beter zal worden. En de beurs was de weg voor bedrijven om geld aan te trekken. Maar zo gaat het niet meer. Het gaat om de kwartaalberichten, waar op korte termijn bij voortduring een steeds stijgende lijn in moet zitten, niet om een goede, solide ontwikkeling. Als maatschappij moet je op lange termijn investeren, rekenend met het profijt van onzen kinderen en kind's kinderen, maar er wordt niet meer verder gekeken dan het volgende kwartaal.
Terwijl ik vloog kreeg ik zicht op de wereld van nijverheid en geld. Ik genoot van het vliegen, en ik zag ook de onzinnigheid van de files beneden me steeds scherper als kostbare bottlenecks in het zakelijk en menselijk verkeer en ik zag de flitsende geldstromen die indruisten tegen het algemeen belang. Ik zag dat door de snelheid waarmee miljarden in het éne land werden geïnjecteerd en uit een ander land werden weggezogen waardoor een hele economie in elkaar kon klappen. Tienmaal zoveel geld als wat er op de hele wereld is wordt per dag verhandeld, door mensen die geen toevoegende waarde leveren, maar alleen maar geld verhandelen om geld te verdienen. Als vroeger iemand een goed idee had dan waren er locaal mogelijkheden om dat uit te voeren, om dat te financieren, dat is nu vrijwel niet meer mogelijk.
Af en toe komen er berichten over plannen waarbij banen worden gecreëerd, maar banen creëer je niet, maar die ontstaan. Je kan omstandigheden scheppen waardoor er een banen ontstaan.
In TopGear werd een voorbeeld gegeven van de vooruitgang van onze mobiliteit. Honderd jaar geleden reden we met een paard en wagen; hoe hard rijdt zoiets? Nu zijn we honderd jaar verder. In de spits is de gemiddelde snelheid van een auto in Londen twee kilometer per uur. We zijn wel ver gekomen met onze techniek. Met de gyrocopter kunnen we een mooie sprong maken.'
|
- 2 - 14 -
|
'Ik vind het een spannend en gaaf idee,' zei ik nadat we al afscheid hadden genomen. 'Mijn vliegervaring is niet groter dan een vluchtje boven Lelystad, maar ik heb er wel over gedroomd, om te wonen in een huis met een tuin van waaruit ik met een helicopter zou kunnen opstijgen, en dan naar Schiermonnikoog vliegen. Ik geloof wel dat vliegen veiliger is, omdat wanneer door onoplettendheid je met je scooter of een auto een meter uit de koers raakt dat meteen dodelijk kan zijn en dat je zo'n afwijking in de lucht zonder blamage kunt corrigeren. Maar de overeenkomst is dat in de miniluchtvaart dezelfde oenen zullen zitten die nu zo agressief, stom en gevaarlijk in auto's rijden.'
'Dat lijkt wel een goeie vergelijking,' zei John, 'maar een brevet is niet vergelijkbaar met een rijbewijs, en het zal ook zeker niet lang meer duren tot er radarsystemen zijn ontwikkeld voor de kleine luchtvaart zoals die nu in de duurdere auto's worden als optie worden geleverd. Kijk maar naar die navigatiesystemen. Die zijn al op veel auto's standaard.'
We liepen naar onze vervoermiddelen. Ik had nog de lange scooterreis naar Amsterdam af te leggen.
'Ik heb niet veel tijd meer, maar misschien wil je even een rondje mee over het parkeerterrein?'
Eerst een demonstratie van het kantelsysteem terwijl de Carver stil stond. Dat had beter achterwege gelaten kunnen worden omdat hij in z'n meest gekantelde stand eruit zag als een vreemd, verongelukt projectiel. Omdat ik me helemaal niet kon voorstellen dat ik na enkele ogenblikken daarin zou worden rond gereden was ik niet angstig. Het zou een snelle rit worden met een BeedDee op wielen, een straaljager zonder vleugels, maar het lukte me niet om dat te visualiseren. John opende de deur en schoof het voorste kuipje naar voren zodat ik mij makkelijk in het racekuipje achterin kon laten zakken. Van die manoeuvre had ik John moeten vragen een foto te maken. Maar misschien kan dat nog wel eens een andere keer. John schoof de voorstoel, zijn kuipje, op z'n plaats waardoor hij min of meer op mijn schoot kwam te zitten. Omdat ik John een sympathieke man vond was dat niet zo eng, wel even vreemd. Brechtje achterin, dat zou de omgekeerde wereld zijn, zo'n meisje wil je juist close tussen je benen vóór je hebben, in deze Carver of in een gyrocopter. Zou dat mijn toekomst kunnen zijn? We reden al voor ik het in de gaten had. Meteen als een vliegtuig in een steile bocht, zonder dat het een moment link was, de hoek om, even rechtop, en weer als een short track racer bijna plat over het ijs naar links, een snelle manoeuvre naar rechts en links om de wendbaarheid te demonstreren en daarna weer een scherpe bocht naar rechts, langs weer een andere rij geparkeerde auto's, waar de microlite bij vergeleken, hoe spannend de vlucht ook was geweest, ouderwets sloom was.
'This is film man!' riep ik naar voren en ik maakte een foto, en nog een, en zag in een flits op het schermpje op de camera dat de Carver inderdaad zo scheef over de weg flitste als het leek. Dit was video! Geen momentje vreemd, als een snelle scherende vogel. Nog een bocht, en nog een bocht en we stonden weer stil bij mijn Vespa die misschien nooit meer de zelfde zou zijn. Ik was vergeten te vragen of we niet nog eens doelgericht over teksten konden praten. In de vitale proactieve stemming waarin ik terecht was geslingerd vroeg ik het meteen.
'Ik heb een heel goeie indruk van je,' zei John. 'Ik zal er zeker op terug komen als het zo ver is. Als er iets nieuws te melden is, of als ik een nieuwe tekening of illustratie heb zal ik je die mailen.'
John wenste mij een goeie trip naar huis, en reed plat als een schaatser de hoek om, mij in een stille leegte achter latend. Tussen de sanseveria's zagen de restaurantgasten hoe ik een beetje verdwaasd op mijn scooter ging zitten en een tijdje stil voor me uit bleef kijken. Dat zou een lange terugweg worden, op de step naar huis.
|
|
|