Hoe Citroën de grachtengordelyup in hun Sportscar probeert te lokken. |
![]() |
| Op zaterdagochtend 27 September 2003 staat op het
dak van een oude aan de Keizersgracht in Amsterdam geparkeerde Citroën
Break een grote blauwe driehoek met een witte L, en ook tot onze verrassing
op de daken van de volgende auto’s, van de Raadhuisstraat tot aan
de Brouwersgracht. De driehoek waait niet weg, omdat deze met een sterke
magneet op het autodak kleeft. Als we de driehoek voorzichtig openvouwen
- niet openknippen, wat gesuggereerd wordt, wat uiteraard alleen de eigenaar
van de auto mag doen, de ontvanger van deze frappante direct mailing -
lezen we de volgende tekst: THE URBAN CHALLENGE. ‘OK, rijles is misschien wat overdreven. Je beschikt ongetwijfeld over een flinke dosis rijvaardigheid en stuur al jaren schadevrij door het verkeer. Maar... hoe is dat al je in een echte urban sports car stapt? Beschik je dan over de juiste mentaliteit? Dat wordt misschien toch nog even oefenen. Doe mee aan de urban challenge en test jezelf op.’ www.urbanchallenge.nl Thuis tikken we op de computer de URL in en flitsen meteen naar een pagina op de website van Citroën. De teksten kunnen we niet makkelijk overnemen omdat het ‘plaatjes’ zijn. ‘Ben jij geschikt voor de Citroën C2?’ Dan volgen achtereenvolgens plaatjes met de vraag ‘Cool or Fool?’ ‘Zijn jouw vrienden typische Citroën C2 rijders? Stuur deze Cool or Fool naar ze op om te controleren of zij de juiste mentaliteit hebben. Laat ze zichzelf maar eens bewijzen. Vul eerst je eigen gegevens in en stuur je vrienden een uitdagende boodschap.’ Op de website kunnen we de luimig geïllustreerde vragen aan vrienden mailen. Hier worden we kribbig van - de mailing is niet voor ons - temeer omdat ons urban transport de fiets is, de tram of cool shoes. Maar wat overblijft is een intrigerende associatie met de fantasievol getekende C2 en de vermoedelijke cool solution van de urban transport challenge voor de doelgroep. |
![]() ![]() ![]() |
Hoe
nu verder? Moet ik nu gaan kijken
naar een sportrugzak waarmee ik door de stad kan scheuren? Moeten ze
mij hebben omdat ik de actie zo scherpzinnig vond? Een soort SportSmart.
Een SportKa? Uit de verte lijkt de C2 een beetje op de Fiat Punto, cool gaaf modern, op een bescheiden manier avant garde. Bij Fiat hebben ze een Stilo Abarth in huis, of ligt een SportPunto niet méér voor de hand? Ik rij in een Alfa 156, voor een oude Alfiste één van de mooiste moderne saloons van de wereld, waarop ik na drieëneenhalf jaar rijgeluk ook nog lang niet uitgekeken ben. Een Citroën komt uit een andere wereld, niet de wereld van de Mille Miglia. Mijn tweede auto was een snoek. Na een Peugeot en twee Alfa’s kwam ik weer terug tot een tweede DS, uit de reclamefilms van die tijd, die als een droom vanuit een helicopter gezien door de golvende Franse campagne zweefde. Op internet kom ik er niet precies achter hoe nu verder te gaan. Ik praat erover met de circuitcoureur Randall van Autopassion, die me zegt dat het een fantastische auto was waar ze er vast veel van zouden gaan verkopen. Dat was een aanbeveling om over de C2 verder te denken en er eens in te gaan zitten, te sturen ook. Ik kocht een schaalmodel bij Paul die over het concept ook enthousiast was. Maar toch, een sportscar? Urban? Voor de langere afstanden wil mijn vrouw niet meer met de auto, maar het vliegtuig of de TGV. Waarom blijf ik dan een horizonjager? Als ie maar kleiner is, vindt ze. De praktijk van mobiliteit is erg veranderd. Bij Citroën gaat het aanbod daarin mee. Het Stadionplein. Het enige dat me tegenstaat is dat het markant gele gebouw in de huisstijl van Citroën is wit gekalkt, verder vind ik alles prachtig. In verschillende perioden van mijn leven was ik er als jongen aan huis was. Nu maak ik kennis met Arnold Kreuger, fleet sales en leasing. Ik spreek hem aan voor het kleinste model in de showroom. (Niet mijn meneer Jacobs, die met pensioen is. Rabbit at Rest, van John Updike.) Kreuger lijkt meer een bankier dan een autoverkoper. Een lease man dan. Maar over het kleine sportkarretje praat hij met veel aandacht en kennis. Al vlug krijg ik de indruk dat de naam Urban Sportscar niet een promotiegimmick is maar een waarachtige positionering. Daar valt niet op af te dingen totdat ik er in gereden heb. Kreuger legt mij uit hoe de sequentiële SensoDrive versnellingsbak van ZF werkt en hoe de flippers aan het stuur. ZF?! Hoewel ik de flippers zoals gesuggereerd pas wilde gebruiken wanneer ik aan de bak was gewend, ging dat op een vanzelfsprekende manier heel goed. Wel is een beetje onwennig om in een veel kleinere auto te rijden. Ik rij niet de stad in maar het bos. Aan het eind van de roeibaan bel ik Kreuger om te zeggen dat het goed gaat. Daarna rij ik naar Randall in Haarlem. Aldoor de handen aan het stuur, schakelend met flippers als in een Formule 1 Ferrari. ‘Of met de pook, of helemaal automatisch. Als je daarmee door de bocht kan is het geweldig.’ |
![]() |
Op de terugweg stuurt ze al veel makkelijker,
omdat ik nu gewend ben. Ik wen ook aan variabele stuurbekrachtiging.
En de C2 wordt groter, een limo, groter dan ze is omdat je zo ruim zit
door de plaatsing van de voorruit. Op roundabouts en in bochten in urbane
wegen schakel ik eerst met de flippers, en schakel dan over op de automaat.
|
![]() |
|
|
![]() |
Tekst en foto's Hans Arend de Wit |
|