Wendelien Daan:
net zo lang bezig tot
ik alles goed heb.

 

Wendelien Daan werkt geregeld in het buitenland, maar in de tv-documentaire Hollands Zicht kwam haar in Nederland geschoten werk in beeld. Op het papier van De FOTOgraaf hebben we nu de gelegenheid om buiten het kader van de tv-uitzending wat meer te laten zien, en daarmee het profiel van Wendelien completer te maken.

 

 

Het leek ons dat veel fotografen het interessant zouden vinden om meer te weten te komen over hoe een collega te werk gaat. Na het eerste contact met de art director heeft Wendelien, anders dan misschien gedacht wordt, het contact over de realisatie van de opdracht met de fashion editor. Daarbij gaat het er om een combinatie te maken van het beeld dat de fashion editor heeft over hoe voor het komende seizoen de mode gefotografeerd zou moeten worden en hoe de fotograaf dat ziet, hoe die de nieuwe mode in beeld zou willen zien - een combinatie van modethema’s en fotografie-ideeën. Daarna volgt er een dialoog met de artdirector over de volgorde van de beelden, de lay-out en de kadrering. Als de foto’s gemaakt zijn geeft zij haar voorkeuren aan, en deze worden ook vaak gevolgd. In de uitvoering werkt Wendelien samen met de stylist(e) en de artdirector.
XXDe art director is vaak meer de grafisch vormgever die wel over de keuze van de fotografen beslist maar niet de individuele beelden voor de series bepaalt.
Voor reclameopdrachten worden eerst schetsen gemaakt. Dat luistert heel anders. Daar komen andere overwegingen bij kijken.

 

Foto’s voor de redactionele pagina’s zijn anders dan voor een reclamecampagne.
XXVoor tijdschriften speelt de inbreng van de sponsors en van de adverteerders een rol. Wendelien noemt geen namen, maar zegt wel dat het gewicht van de stem van de adverteerder per tijdschrift verschilt. Dat gewicht blijkt mede te worden bepaald door de mate waarin een tijdschrift een eigen, artistieke stijl beoogt en de hoogte van de financiële bijdrage voor de product placing van de sponsor. Maar de fotograaf merkt daar niet zo veel van.
XXHet werken voor tijdschriften is over het algemeen niet zo lucratief als gedacht wordt, maar het tijdschrift is wel bij uitstek de etalage om het werk te laten zien en de geschiktheid van de fotograaf om die in te schakelen voor het schieten van de fotografie voor reclamecampagnes. Veel fotografen zien tijdschriften als een springplank, dus. De honoraria per pagina liggen te laag om daar anders naar te kijken.
XX“Daar komt bij dat je zelfs soms moet inleveren als je meer wil dan wat er verwacht wordt, opdat ik het beste kan laten zien, zodat ik de beste kans heb in het oog te lopen.”
Voor veel aspirant-fotografen zijn dit kanten van het vak waar zij niet veel van afweten. In de documentaire lijkt het een fantastische operatie, met een crew in een bestelbus op stap, met aggregaten, big business. Dat kan de indruk wekken de fotograaf met zijn organisatie ook big money verdient. Maar dat is niet zo. Zeker in deze tijd met dalende advertentie-inkomsten, waarin nu alles minder is geworden, zijn de inkomsten niet wat ze lijken.
XX“In Nederland moet je alle apparatuur zelf hebben, dus moet je veel investeren, omdat opdrachtgevers de huur niet op de rekening willen. Uiteindelijk ben je goedkoper uit als je de apparatuur koopt. Als je in het buitenland werkt, en daar studio’s moet huren, is het niet doenlijk om je apparatuur zelf mee te sjouwen. Daar wordt het als normaal gezien als je de apparatuur en de studio ter plaatse huurt.”

 

 


 

Je kijkt beter als je niet snel werkt.
XXWe praten over haar Linhof Technika, omdat we erover verwonderd zijn dat ze met zo’n antiek aandoende camera werkt. Wendelien geeft daarvoor een plausibele toelichting.
XX“Als je een snelle camera hebt met een winder of motor drive, dan begin je al vlug te schieten en dan ga je terwijl je bezig bent je afvragen of je wel goed bezig bent. Zo doe ik het zelf dus niet, maar zo stel ik mij dat voor. Ik ben net zo lang bezig tot ik alles goed heb en maak dan pas de opname. Het is inderdaad een beetje omslachtig met die cassettes als je dat niet gewend bent, maar ik werk met een andere instelling, en ben waarschijnlijk op een andere manier gefocust en geconcentreerd. Van tevoren weet ik hoe ik iets in beeld wil hebben en werk er net zo lang aan tot ik dat beeld voor elkaar heb, en dan heb ik niet meer dan vijf cassettes nodig, dus tien opnamen.
XXLaatst heb ik met een digitale camera gewerkt en ik ervoer dat je dan wel af bent van het lange kijken voordat je de opname maakt, je begint sneller te schieten. Met Polaroids is het allemaal wat omslachtiger. Alles wat je met een digitale camera schiet dat kun je bekijken en dan heb je dat ook. Dat is wel een voordeel, want als je op de monitor ziet dat het goed is hoef je het niet meer te schieten. Met een Phase One of Leaf chip heb je dan beelden van 50 MB. Als er mensen meekijken, zit het er in dat er steeds overlegd wordt, waardoor de sfeer heel anders wordt en je je concentratie kan verliezen. Van de dialoog met jezelf raak je in gesprek met een ander, die vaak niet gewend is om erg gedetailleerd te kijken en daardoor het beeld al snel goedkeurt, waardoor je de kans loopt te snel tevreden te zijn met het resultaat. Je moet je anders opstellen. Maar het voordeel is dat alles niet meer gescand hoeft te worden. Met digitale fotografie moet je met een andere intuïtie werken. Die moet je opnieuw opbouwen.
XXEn je bent toch nog steeds niet zeker van een goed resultaat, zelfs wanneer je CMYK files met proeven aanlevert, omdat de lithografen met onderling verschillende instellingen werken.
XX“Ik ga voorlopig nog verder op de klassieke manier, totdat digitaal een alternatief is waar je niet meer omheen kunt.”

Hans Arend de Wit
De FOTOgraaf Nr. 3 2003

 

 

Terug naar Switch Image Features.