De Weg Terug.
Op Schaal.

 

Auto’s, wielen, nostalgie en weemoed, vreugde, overmoed en dromerij. Romantiek en liefde. Vooruit dromen en achteruit kijken. Lees de gepassioneerde verhalen van Johan Wielinga over zijn Leven tussen de Wielen, waarin schaalmodellen visueel centraal staan.
Johan is een goeie klant van Autopassion; hij schrijft een boek over de rijdende iconen in zijn leven. Klik om te lezen over zijn ervaringen, en de wielen waarvan hij de meeste op ware grootte in bezit heeft gehad, of gereden.

Randall en Paul van Autopassion in Haarlem (Koudenhorn 46) hebben in verhouding (op schaal) veel adrenaline en good old STP in het bloed. Een coffee stop levert altijd veel gepassioneerde verhalen op over net uitgebrachte of verwachte modellen en vooral hoe hard wie heeft gereden en bezig is over te stappen naar wie.
In de loop der tijd hebben deze scale model cracks veel gepraat en gefilosofeerd met Johan Wielinga en hem gedoceerd over de juistheid van zijn vermeende fotografisch geheugen. En zij hebben zich heftig bemoeid met de keuze en de aankoop van modellen, om foto's van te maken als illustraties om een verhaal te illustreren.
Hoe zag die of die auto er ook weer uit?
Zou u uw eigen verhaal kunnen schrijven, zoals Johan Wielinga dat deed, als het model voor u op tafel hebt staan?

Click door naar De Weg Terug, een boek in wording.


Ik word wild van de uitlaatgassen.

Een veertiger die graag speelt met kleine autootjes...

Randall Lawson van Autopassion maakte van zijn hobby zijn werk en is nu de eigenaar van één van de grootste model-auto-shops. ‘Wat is autosport? Dat zijn, naast de rode bloedlichaampjes, de race-bloedlichaampjes die gieren door je lichaam.’ Een portret van een autosport-gek.
Randall Lawson (41): ‘Ik ben autosportgek, al vanaf mijn negende. Ik ging voor het eerst naar de Grand Prix van Nederland in 1971 op het circuit van Zandvoort. Sindsdien volgde ik alle races. Ik verslond alle magazines en wilde alles weten wat er in het buitenland gebeurde. Die interesse is eigenlijk niet meer verdwenen, hoewel ik tegenwoordig niet meer speciaal thuis blijf voor een GP. Vanaf jaren negentig ben ik gestopt met naar de Formule 1 te gaan. Ik vind dat de F1 te hi-tech is geworden, er is niet sprake meer van een echte strijd. Ik ben mijn interessen gaan verleggen. Begrijp me niet verkeerd, ik vind de F1 nog altijd geweldig. Als je in de F1 rijdt ben je een topper. Simpel. Maar de drempel om F1 te rijden is te laag geworden. Nu kun je vanuit Formule Ford of Renault meteen F1 gaan rijden. Dat hoefde je vroeger niet te proberen. Toen was het hard werken. Toen reden de coureurs naast de F1 nog in andere klassen. Waren het echte racedieren. Tegenwoordig is alles zoveel commerciëler geworden. Het is ook wel verklaarbaar, de auto’s van tegenwoordig zijn makkelijker te besturen. Wat mij betreft mogen de auto's lastiger worden. Weg met die carbon-remschijven, weg met die handels aan het stuur. Terug naar de schakelpook, dan kunnen ze tenminste weer eens verkeerd schakelen en zie je meer inhaalacties. Dat mis ik een beetje. Je moet de races spannender maken. Hoewel we dit jaar niet heel veel te klagen hebben. Nu is er sprake van dat er misschien wel een vrouw in de sport komt... we hebben mooie vrouwen in de F1 gehad. Ik begrijp ook niet waarom vrouwen het niet zouden redden in de sport. In de toerwagens redden ze het wel. Wat autosport voor me betekent? Ik zeg altijd dat ik rode en race-bloeduchaampjes heb. Racen zit in je bloed. Ik race zelf ook en ben daar heel fanatiek in. Het is iemand heel moeilijk uit te leggen wat er met je gebeurt als je op de baan in gevecht bent met anderen. Autosport zit in je, dat vibreert door je lichaam. Je moet een auto horen, ruiken, door je lichaam laten gaan. Als een motor wordt gestart en ik ruik de uitlaatgassen, dan ontbrandt er iets in mijn hersens. Coureurs gaan tot het uiterste en dat is geweldig om te zien.
Autosport moet wel aantrekkelijk en toegankelijk blijven voor het publiek. Het moet een show zijn met veel strijd. Ik mis dat de laatste jaren wel in de autosport. Ook in Zandvoort zie ik dat niet meer. Alles is heel erg geconcentreerd op de sponsors, alles wordt schandalig afgeschermd. Relatiemarketing noemen ze dat. Vreselijk. Al die vips worden rechtstreeks de box ingeleid, zetten het op een zuipen en zien niets van de race. Als fan ben je minder betrokken en dat is zonde. Ik heb zelf jarenlang gesponsord en op een bepaald moment wist ik niet meer of ik de hoempapa-band betaalde of de coureur en de auto. Ik heb zelf natuurlijk ook wel geprofiteerd van de commercie. Ik moet immers leven van de verkoop van de modelauto’s. Maar een groot deel van wat ik heb verdiend heb ik geïnvesteerd in de autosport. Zo sponsor ik het team van Jan Lammers nog altijd.
Voor mij is het belangrijkste nog altijd om die lucht op te snuiven als ze de motoren starten.
Ik ben in 1995 met de zaak begonnen. Was toen nog een klein winkeltje en in drie jaar tijd ben ik er uit gegroeid. Ik heb me vaak geconcentreerd op de autosport en dat heeft me wel veel gebracht. Maar daarnaast heb ik alles op het gebied van modelauto's. Je kunt hier ook een Lada kopen. Of ik van Jos Verstappen heb geprofiteerd? Jawel, maar meer van Michael Schumacher en Ayrton Senna. Na 1994, het jaar dat Senna stierf, is de Formule 1 enorm hard gegroeid. De merchandise nam toe, de model-auto’s werden steeds mooier en gedetailleerder. Of ik een fan was van Senna? Nee, eigenlijk niet. Fittipaldi was mijn held. Ik heb met Senna nooit veel gehad. Ik heb overigens niet de grootste winkel van Nederland. Wel de breedste op het gebied van autosport, denk ik. Ik heb niet alleen Formule 1, maar ook Le Mans en zelfs modellen van de nationale autosport. Mijn winkel is eigenlijk inmiddels weer te klein. Of die groei afhankelijk is van de populariteit van de Formule 1? Ach, ik ben ondernemer. Er zijn altijd risico's, maar je moet altijd op zoek gaan naar wat er leeft. Is de F1 wat minder, dan heb je andere klassen. Of andere model-auto’s. Ik realiseer me dat ik een luxe-winkel heb, je hebt geen modelauto’s nodig als de economie slecht gaat. Ik probeer slim te zijn en andere markten naar me toe te trekken. Bijvoorbeeld DTM? Nee, helemaal niet. We hebben Jeroen Bleekemolen en Christijan Albers en er is geen grote vraag naar. Onbegrijpelijk. Ik denk dat de DTM toch nog net te onbekend is en dat de media daar meer op in zullen moeten springen. Nu wordt er alleen over gesproken als Albers goed heeft gepresteerd.
Of ik de Nederlanders in de autosport goed volg? Uiteraard. Jeroen Bleekemolen is voor mij het talent. Hij had het tot de F1 moeten kunnen schoppen. Jos Verstappen zit een beetje aan het einde van zijn loopbaan. Hij was belangrijk voor de sport in Nederland. Donny Crevels had een goede kunnen zijn. Van Stefan de Groot had ik ook veel verwacht. Mischien voor de toekomst Jaap van Lagen. Wat buitenlandse coureurs betreft: met Michael Schumacher heb ik niet zoveel, maar hij heeft de F1 enorm populair gemaakt. Senna is, zoals ik al zei, niet mijn favoriet. Senna deed ook vuile dingen op de baan. Ik vind het wel jammer dat Senna en Schumacher nooit echt tegen elkaar hebben gereden. Fittipaldi en James Hunt, dat waren de mannen. Schumacher is Formule 1, Senna was Formule 1. Van de huidige generatie heb je geen rijders die Formule 1 zijn.
Of ik niet gewoon een volwassen vent ben die graag met autootjes speelt? Mijn vrouw zegt altijd: ‘Randall, als je niet meer met die autootjes aan het spelen bent, dan ben ik bang dat je een oude man geworden bent!’

De weg naar Autopassion!

De Weg Terug, het boek.