© The images & texts on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are. © De beelden, de foto's en de teksten mogen zonder toestemming niet worden overgenomen, of zeg maar gepikt, zonder voorafgaande toestemming. Inderdaad, we komen er bijna altijd toch achter.


De fantastische olifant werd ingehaald
door de Bugatti Wagon Rapide.

De Koning zette zijn zinnen op een
Bugatti Royale T41 Coupé de Ville Napoléon.


Engelse versie.

Hans Arend de Wit

Zonder internet vond het nieuws vóór de oorlog in die kringen toen toch al snel zijn weg. Zijn vriend George had de Koning vanuit Engeland met een koerier een envelop met foto's gestuurd, waardoor de Koning al ruim voordat het algemeen bekend was wist dat Ettore Bugatti van plan was om een automobiel te creëren speciaal voor koninklijke huizen. Het is, had George geschreven, dat ik beslist geen ander merk kan kiezen dan een Rolls-Royce, want dan wist ik het wel, dan zou het die Bugatti worden! Deze Bugatti zou een grootse automobiel worden die in optochten met gelijke tred met door paarden getrokken koetsen op stapvoets zou kunnen meerijden bij een plechtige gebeurtenis en qua stijl niet uit de toon zou vallen, die tevens heel stilletjes door de lanen van de kroondomeinen zou kunnen rijden, maar ook over de wegen kunnen snellen om de verloren tijd in te halen, voortbewogen door een span van niet minder dan driehonderd mechanische paarden.

De foto's van de eerste twee modellen die de Koning in handen kreeg hadden als werknaam Fiacre, koets dus, maar het zou wel een automobiel met veel onverdachte kwaliteiten worden, die de Koning als verhaal erg aanspraken. De deurkrukken waren gestileerd als de krukken van zijn eigen koets. Met een gele kleur werd het koetsachtige deel van de carrosserie geaccentueerd, waardoor de automobiel nogal opzichtig werd, en daar had de Koning als geen ander bepaaldelijk geen behoefte aan. En de kleur viel natuurlijk altijd over te praten. Koningsblauw bijvoorbeeld, of Pruisisch blauw, of nobel Bourgondisch rood. Maar de Koning was helemaal niet in de markt om een nieuwe auto te kopen. Hij was heel tevreden over de Minerva, waarin hij geregeld met plezier in rond reed, gereden werd. Toch zat hij steeds naar de foto's te kijken en de specificaties door te nemen. De Koningin liet haar gemaal gewoonlijk zijn eigen gang gaan, waar hij ook altijd van hartelust profiteerde, maar nu liet hij haar toch de foto's zien.
"Heb je zeker van George gekregen," zei ze, "maar hoe lang hebben we de Minerva al? Dat is toch niet langer dan vijf jaar. Wat voor bijzonders zie je hier nu in?"
"De Minerva is ideaal om mee de stad in te gaan, omdat ze stil is en betrekkelijk weinig opvalt op zeg maar informele ritjes. Maar deze Bugatti is toch meer ons kopje thee."
"Zeg maar gerust jouw thee. Heb je overigens nog dat paard gekocht voor mijn verjaardag?"
"Daar heb ik over nagedacht," zei de Koning bedachtzaam. Hij liet een foto zien van een kleine open auto met twee zitplaatsen, de T35.
"Een ideetje van George, a his and hers automobile, een renpaardje, de T35."
"Dus toch George!"
"De grote kreeg de naam Coupé Napoléon, een keizerlijke automobiel voor monarchen, of vind je dat ook wat minder toepasselijk? De carrosserie werd door niet door Ettore Bugatti ontworpen maar door zijn zoon Jean. Kijk nou even, op de radiatordop staat een olifant, die is vormgegeven door zijn broer Rembrandt Bugatti, de meubelontwerper. Ik vraag me af of ie werkelijke zo heet. Ik denk erover om incognito een bezoek te brengen aan de fabriek in Molsheim."
"Ik neem aan dat je al lang een beslissing hebt genomen," zei zijn gemalin, "maar ik vertrouw erop dat je alleen gaat, met Charles."

Zo gebeurde het ook, konden we later in de autobiografie van Charles lezen. De Koning vertrok de volgende week al. Als hij met een plan rond liep moest alles en iedereen daarvoor buigen, ondanks dat hij doorgaans doorging voor een beminnelijke man. In een geheim verslag, dat de opperstalmeester Charles had bijgehouden als een persoonlijk dagboek, kan niet achterhaald worden wat er tijdens dat bezoek precies is gebeurd, omdat de pagina's die daarop mogelijk betrekking hadden kennelijk uit het dagboek werden verwijderd.
Verder zijn de notities over het verblijf in Molsheim, in hotel Le Pur Sang van Bugatti, op het landgoed van Bugatti, van zó'n persoonlijke aard en zó cryptisch, dat deze grotendeels niet geschikt zijn voor deze publicatie, maar daar gaat het hier niet om. Graag hadden we gelezen hoe de Koning Hélène Nice had ontmoet, die in die periode in het hotel logeerde, die later de naam kreeg de Franse Mata Hari te zijn, en toen Hellé Nice heette . Zij wachtte op de aflevering van haar auto, een T35. Er werd gezegd dat zij achter Bugatti's zoon Jean aanzat, hoewel dat roddel geweest moet zijn omdat zij de vriendin was van een zekere Philippe de Rothschild. Dat kunnen we ook allemaal in Wikipedia lezen.

Charles werd door de Koning uit de cavalerie gehaald om zijn adjudant te worden, zijn geschiktheid blijkt wel uit zijn deskundige kijk op rollend materieel. In het dagboek noteert hij, "...dat de wielophanging van de (starre) assen van de Napoléon - zoals de T41 steevast wordt genoemd - vóór halfelliptische bladveren heeft en achter kwartelliptische. De trommelremmen hebben een doorsnede van 457 mm (!) op lichtgewicht gietaluminium wielen van 61 cm (!), de grootste die tot dusverre voor een personenauto werden gebruikt. De wielen waren al zo enigmatisch prachtig op de T35, die in 1925 werd geïntroduceerd, maar op de Napoléon waren ze zelfs indrukwekkender dan majestueus."
Al voordat zij naar Molsheim vertrokken had Charles de Koning er voorzichtig op gewezen dat het zo snel na de beurskrach diplomatiek gezien voor het landsbestuur misschien niet zo verstandig was om in deze moeilijke tijden een eventuele aankoop te overwegen. Maar de Koning wimpelde deze opmerking weg, wapperend met foto van het achtcilinder motorblok.
"Dat begrijp ik. Ik overweeg geen aankoop van een voertuig, maar hoogstens van een kunstobject, beste man. Kijk nu eens naar het motorblok. Als ik deze automobiel niet zou kunnen aanschaffen, dan zou ik toch minstens zo'n motorblok in mijn werkkamer willen neerzetten. Stel je voor, door zijn cilinderinhoud van 12763 cm 3 en zijn lengte van ruim 1,3 meter en hoogte van meer dan een meter moet die eindeloze motorkap anderhalve meter hoog zijn. Deze motor maakt het mogelijk, denk je eens in, om met een vorstelijke souplesse met een snelheid van tweehonderdenvijf kilometer per uur te rijden. En dan niet eens over de rijkswegen, maar zelfs even zo makkelijk over bochtige landwegen in de buurt van de domeinen, en even naar de kust bijvoorbeeld. De auto is zelfs zó dociel dat het schijnt dat zelfs de Koningin er gemakkelijk in zou kunnen rijden. Ik ben alleen maar gefascineerd, zoals ik uren door olifanten geboeid kan worden, zonder er een te willen bezitten."

"De olifant op de radiatordop is kantelbaar plaats gemaakt," zei Charles, "zodat hij niet afbreekt als er een tak tegen aan zwiept, maar even achterover beweegt en zich weer opricht."

De mannen werden in Molsheim op de fabriek door Monsieur Ettore Bugatti ontvangen, en de   patron speelde direct in op de vermoede vragen over het gebruiksgemak, de kracht en het comfort. Op de proefrit die hij na de koffie en de kennismaking meteen voorstelde, nam Bugatti zelf plaats in het open gedeelte achter het stuur en naast hem ging een mecanicien zitten, de Koning en Charles gingen in het ruime, afgesloten koetsgedeelte zitten.
Op het moment dat ze zouden vertrekken kwam er een jonge vrouw uit het hotel en zwaaide met een hartelijke lach.
"Hellé Nice," zei Charles. "Ik had haar al in de lobby ontmoet, pientere vrouw. Mooi ook, altijd met een lach."
Buiten Molsheim nam Bugatti, die met zijn bruine bolhoed op toch wel reed met de allure van een rallyrijder, een bochtige landweg die door en over de heuvels slingerde. Het was een slecht onderhouden weg, maar in de auto was daar niet veel van te merken, en de patron verhoogde met een imponerende acceleratie de snelheid en liet met beheerste stuurbewegingen de Napoléon in volmaakte balans de rijtuigen passeren terwijl de koetsiers hun pet afnamen. Even voordat ze de weg naar Straatsburg opdraaiden liet de Koning weten dat hij voorin wilde zitten, naast le patron, en hij wisselde van plaats met de mecanicien. De Koning glunderde als een prins. Op de grote weg schakelde Bugatti over naar de hoogste versnelling, zweepte met steeds meer gas de paarden op en liet de auto in alle rust met een indrukwekkende acceleratie versnellen tot boven de tweehonderd kilometer per uur. De Koning straalde als een jonge prins.

Nadat het gezelschap weer bij de fabriek was gearriveerd streelde Charles de mascotte op de radiatordop: "Vergeleken bij de mascotte lijkt de auto zelf wel op een mammoet, voor het oog dan, maar dan een snelle, elegant bewegende mammoet."
"Deze auto," zei de Koning, "is waarlijk een te mooie droom om waar te zijn. Ik wist waarachtig niet dat prestaties als deze echt mogelijk waren. Monsieur le Patron, daarvoor wil ik u nu meteen complimenteren. U zou er een lintje voor moeten krijgen. Ik vraag mij alleen af of het wel gepast is als een koning in een auto rijdt die gemaakt is voor een keizerlijke status. Waarom hebt u deze automobiel eigenlijk Coupé Napoléon genoemd? Dat doet mij gelijk aan mijn vrouw denken, en ook denk ik aan de kleren van de keizer en de vraag of die in dit geval voor het oog niet een beetje te royaal zitten. Dat vraag ik mij af. Maar ik denk er wel over om haar zo'n kleine blauwe two-seater cadeau te doen."
"Ik kan wel zeggen hoogheid," zei Bugatti, "dat ik van diverse dames heb gehoord hoe enthousiast zij zijn over de T35, hoe heerlijk zij hem vinden rijden, zo vlot en bewegelijk. En ik heb gehoord hoe innig hare majesteit uw vrouw met paarden omgaat, en dat zij als het ware in het zadel geboren is, daarom lijkt het mij een buitengewoon goed idee, want zij heeft kennelijk een goede feeling en de intuïtie om zich voort te bewegen met die snelheden."

Op het kantoor van Bugatti hingen een paar grote, ingelijste foto's van T35 modellen die bereden werden door vrouwen, één genomen tijdens een wedstrijd, en één waarop een paar modieus of sportief geklede dames rond zo'n sportauto poseren.
"Deze foto's heb ik van Jaques-Henri Lartigue cadeau gekregen," zei Bugatti, "zijn ze niet briljant?"
"Het is bijna niet te geloven," zei de Koning.
"De dame links," zei Bugatti, "is Hellé Nice, die naar ons zwaaide toen we bij het hotel wegreden, een vrouw die verbazingwekkend snel is was in verschillende autoraces. Rechts staat Elizabeth Junek. In 1926 reed zij met groot succes in de Klausenpass Race, in Zwitserland. Ook reed ze in de Targa Florio op Sicilië, waar kunde en lef nog belangrijker zijn dan de auto in z'n snelheid, omdat de race zo ruw is en zo lang duurt. Zij wordt enorm gerespecteerd door haar rivalen. Elizabeth is een hoog getalenteerde coureur, heel technisch ook, en een coureur die voor de race begint het hele parcours te voet verkent en notities maakt van de herkenningspunten en de aard van de bochten, om van te voren al de lijn te bepalen. Zij is nu de racewereld   nu al een legende, en een klant waar ik trots op ben. In 1928 kocht zij, doelbewust om de Targa Florio te winnen, een Type 35B om daarmee op gelijke voet te komen met haar manlijke concurrenten. In de eerste ronde was zij vierde achter Louis Chiron in een auto's van onze renstal, de volgende ronde zat ze al vooraan en won de race. Maar zij stopte met racen en vertrok naar Ceylon. Ik gaf haar een tourauto, en ze is nu met new business bezig in Azië. Ze is nu toevallig hier voor zakelijke besprekingen. Ik vind het erg jammer dat we haar niet vaak meer zien. In de racewereld wordt zij nog steeds de Koningin van het Stuurwiel genoemd."
"Zij is werkelijk een heel interessante vrouw," zie de Koning. "Ik hoop haar nog eens te kunnen ontmoeten. Het doet me genoegen om Leopold ook te zien, op de foto tussen de deuren. Hem ken ik natuurlijk goed, als vriend en collega."

"Deze foto werd genomen tijdens een kennismakingsrit. Koning Leopold heeft, zoals u wellicht zult weten, de 59 sport roadster gekocht waar hij naast staat op de foto. Daar heeft hij een type 51 op ingeruild. In de dagen erna werd hij zwart gespoten, zoals al zijn auto's zwart zijn, met een gele bies op beide helften van de motorkap en over de staart. Omdat u al weer spoedig terug reist, kan ik nalaten u nu meteen te vragen hoe u de rit met de Napoléon hebt ervaren."

"Mijn antwoord," zei de Koning, "zal u misschien verbazen. Ik zeg maar gewoon hardop hoe ik het beleef. Tijdens de overweldigende rit heb ik voortdurend zitten denken aan hoe ik mijn bevindingen zou formuleren in mijn verslag aan mijn vrouw. In het kort komt het er op neer dat ik voor haar inderdaad een T35 wil kopen. Voor onze ritten naar officiële gebeurtenissen, maar ook voor informele ritten waarop ik mij wat minder opvallend wil bewegen, zal ik onze magnifieke Minerva blijven gebruiken, die toch de Rolls-Royce altijd nog vele malen overtreft. En voor heel speciale gelegenheden heb ik bedacht de Napoléon te nemen. Hoewel ik geloof dat de schaal te groot is. In deze tijden van grote maatschappelijke moeilijkheden zal ik heel behoedzaam moeten zijn met de manier waarop ik mij door de maatschappij beweeg. Men zal hem ongetwijfeld vergelijken met een privé-trein, en die hebben we al. Bovendien is ons land te klein voor zo'n automobiel, en we hebben geen plannen om dat te veranderen. Het zal bedachtzaam en omzichtig genieten worden."

Binnen een maand werden beide auto's al afgeleverd en maakte het koninklijk paar enkele snelle, geriefelijke ritten met de Napoléon, naar familie in Duitsland, naar vrienden op een landgoed in de buurt en naar vrienden aan de kust, van welke uitjes een paar foto's bewaard zijn gebleven. Op gezette tijden reed de Koning met Charles incognito naar de fabriek in Molsheim, waar de auto een beurt kreeg, en waar dan Hellé Nice ook vaak werd gesignaleerd. La Reine Bugatti, zoals zij genoemd werd, was inmiddels heel succesvol geworden in de autoracerij en een ster in de jet set avant la lettre. Zij reed in Grand Prix, en brak vele records, ook snelheidrecords, en werd "De snelste vrouw op aarde" genoemd. In de organisatie van Bugatti vervulde zij naast de racerij ook een functie als pr-medewerkster. Op een dag toen zij er ook was botste de Koning een keer bijna tegen haar op, bij welke gelegenheid de twee zich aan elkaar voorstelden.

"Rijdt u inmiddels de T35 die u een tijdje geleden had besteld?" vroeg de Koning. "U zult daar wel heel erg mee ingenomen zijn. Wat trekt u zo aan in het autoracen?"
"Niets kan de sensatie evenaren van het moment," zei Hellé, "waarop je als coureur samensmelt met de auto. En één keer is niet genoeg, als je daar niet aan kunt doen."
Vaak vergezelde zij de Koning op tochten in de omgeving, achterin, terwijl Charles aan het stuur zat.

Tot de oorlog uitbrak werd zij achter het stuur gezien in de oprijlanen van de huizen waar de grote feesten werden gehouden. Maar haar contact met de coureurs van de door Adolf Hitler gesubsidieerde racing teams als Hans von Stuck en Huschke von Hanstein, die lid van de SS was, deden haar de das om. Nadat de bekende geziene coureur Louis Chiron haar na de oorlog ervan had beschuldigd dat zij een agent van de Gestapo was geweest, was het voor haar afgelopen, haar vrienden in hoge kringen keerden haar de rug toe, haar vriend verliet haar, en de Koningin van Bugatti stierf in armoede en treurnis.

De Koningin van Nederland werd nimmer achter het stuur van de T35 gezien, wel werd de kleine racer bereden door de prinsen. De tweede zoon van de Koning werd er meermalen in gespot, totdat hij een mysterieus gebleven ongeluk kreeg en hij een tijdlang in Frankrijk woonde.

In het begin van de oorlog werd de Napoléon van de Koning gedemonteerd en op drie verschillende plaatsen verborgen, en werd door de bezetters wel gezocht maar niet gevonden. Net zo als de Minerva staat hij nog steeds als nieuw in de stallen van het paleis, maar achter gesloten deuren. Op familiebijeenkomsten kan het gebeuren dat er ook nog twee andere, door prinsen bestuurde Bugatti's de oprijlaan op komen stormen, een Veyron en een EB 110 GT, die we onlangs na een tip ook konden fotograferen.

Ettore Bugatti betaalde een hoge prijs voor zijn idealistische, technische en artistieke perfectionisme. Zijn automobielen waren eigenlijk compromisloze kunstwerken. De Royale werd even na de beurscrash van 1929 gelanceerd, maar de gelimiteerde serie van acht bleek onverkoopbaar. Acht witte olifanten. Door deze tegenslag werd Bugatti geforceerd om een oplossing te bedenken om zijn dreigende failliet te voorkomen. Hij creëerde een spoorweglocomotief die aangedreven werd door vier Royale-motoren. Hij noemde de loc de Wagon Rapide. En die was inderdaad heel snel. Hij had de geavanceerde technologie, het design, en ook de charme die zo karakteristiek waren voor het merk. Ook was het een voorloper van de snelle treinen, en dus ook van de TGV. De eerste ging rijden in Mei 1933, en haalde een maximum snelheid van 172 km/u. De kruissnelheid was 116 km/u. wat voor die tijd ongekend snel was. De trein werd aangedreven door vier achtcilinder motoren die totaal 800 pk leverden. De stroomlijn was ongekend nieuw voor z'n tijd, de cabine van de bestuurder had veel van de cockpit van een vliegtuig.

In het begin waren er veel technische problemen met de Wagons Rapide, die Bugatti evenwel snel wist op te lossen. Voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog reed de Franse Staatsspoorwegen de Bugatti-treinen op de lange trajecten van Parijs naar Deauville van Parijs naar Lyon. De treinen hadden in 1930 de ondergang van de Bugattifabriek voorkomen. In de oorlog werd de fabriek door de Duitsers ingepikt, en na de oorlog heeft Bugatti moeten vechten om z'n fabriek weer terug te krijgen, omdat hij feitelijk de Italiaanse nationaliteit had.
De Wagon Rapide bleef rijden tot 1958, op reguliere routes. Daarna het te oneconomisch om er mee door te rijden.

De Royale is geen commercieel succes geworden. Tussen 1929 en 1933 werden er zes gebouwd en drie aan klanten verkocht. Bugatti wilde geen Royale leveren aan Koning Zog van Albanie, omdat hij vond dat de man geen tafelmanieren had, dus eigenlijk geen koning was. In 1960 verkocht L'Ebe Bugatti een Coupé de Ville Napoléon aan de Gebroeders Schlumpf, die tegenwoordig bekeken kan worden in het Musée National de l'Automobile de Mulhouse.




















De Bugatti T35 werd gebouwd door CMC.





Begin 2009 werd de Bugatti Royale T41 Coupé de Ville Napoléon
geïntroduceerd als model in de schaal 1:18.
De auto werd door Heinrich Bauer GmbH &Co. KG in Nürnberg, Duitsland
opgebouwd met 1300 onderdelen.
Het aantal gebouwde exemplaren is gelimiteerd.

De de importeur is Gerrit Kwaak te Brummen.
Dealer in de randstad is Autopassion te Haarlem.


 


 




Bugatti Veyron en Bugatti EB 110 GT.



Andere artikelen.


De Phlog.