C-Métisse, een monetaire droom van Citroën.
Hans Arend de Wit
Op de Parijse Autoshow van 2006 liet Citroën met de C-Métisse zien dat er hard werd gewerkt aan een hybride toekomst. Momenteel zijn er nog steeds te veel belemmeringen om een geheel groene auto te bouwen die economisch zal kunnen voldoen aan de eisen de we stellen in de alledaagse praktijk. Hoewel de aandrijving nog niet echt adequaat is ingevuld, zouden we wel kunnen ervaren wel vorm het comfort zou kunnen krijgen. Dat zou ik om te beginnen willen doen op de route die ik als routine maakte met de nieuwe modellen die bij Citroën uitkwamen (het jaar van de lancering tussen haakjes) langs de Bosbaan, door het Amsterdamse Bos naar Uithoorn en terug langs de Amstel met de vele bochten. In de geest van de Métisse denken we terug aan de Traction Avant (1934) waarin ik de rit pas maakte in de vijftiger jaren, de ID/DS (1954), de SM, Sa Majesté (1970), die er eigenlijk helemaal buiten staat, met haar revolutionaire prestaties zoals een topsnelheid van meer dan 220 km/u, CX (1975), XM (1989), C6 (2005). De Bosbaan was het ideale begin van het parcours, om met een rustige snelheid te wennen aan de zit en de bediening, om er even in te komen, en om een foto te maken op de plek waar nu van de Métisse een paar foto's werden gemaakt. Aan het eind van de Bosbaan volgden een paar krappe bochten, die meteen al vereisten dat de besturing goed moest worden aangevoeld. Voor het zo ver kwam draaide ik de SM al weer om, omdat de onwennigheid te groot bleef om nog verder te kunnen rijden, stond ik na een kleine tien minuten al weer op het Stadionplein. Te vreemd, had ik gezegd, te ruim en teveel formule-1 geluid in zo'n grote, zweverig verende speedboat. "Ik wist het wel," had meneer Jacobs gezegd, "ik had hem u ook niet willen verkopen, omdat ik wel wist dat het niets voor u zou zijn."
De C-Métisse als absolute droom.
Maar zou de Métisse wel de auto zijn waar ik over had gefantaseerd als de voiture van mijn eigen toekomst? Het plaats nemen achter het stuur was, nadat de deuren op een bijna onnavolgbaar ingenieuze manier waren open gekanteld, bepaald niet eenvoudig, en maakten acrobatische bewegingen noodzakelijk. De motor mocht ik starten met een knop in het dak. De acceleratie van de opgegeven 6,2 seconden naar 100 was een heftig sprookje, om danig van te schrikken, waarna het verstandig leek om de druk op het gaspedaal meteen te verminderen. De top van 250 km/u. zou die middag uiteraard slechts theoretisch blijven. We vergaten gelijk elke vergelijking met de DS, de CX en zelfs de C6, omdat de vorm van de toekomst alles overstraalde, even wennen als de deuren vóór zowel als achter zijn dicht gezoefd, het aan de onderkant afgeplatte stuurwiel, de matzilveren instrumentbehuizing, de volkomen behaaglijke bekleding van de lage zitkuipen. We reden gewichtloos verder, bevreemd door een rij progressief oplichtende die de snelheid zouden aangeven. Het begon te dagen dat we er wel een week voor zouden moeten uittrekken om gewend te raken aan de hele entourage. We zoefden het eerste stuk van het bochtige deel door het Bos niet harder van de maximale snelheid van 30 km/u. met de elektromotoren in de achterwielen. Daarna sprong de 208-pk sterke V6 HDI-dieselmotor weer bij. Zou de overstap naar deze vormgeving niet te groot zijn? Of zouden we de C6 moeten zien als tussenvorm. Monetair lijkt de sprong tussen de C6 en de Métisse onoverbrugbaar. Hoe kunnen we daar komen zonder een piramideconstructie, dacht ik verzaligd in de bochten langs de Amstel.
Kortgeleden werd door Norev een model gelanceerd in de schaal 1:18, met deuren die op de zelfde ingenieuze manier scharnieren als bij de concept-auto. In de kleur rood als in de foto's.
Ga maar kijken bij Autopassion.