© The images & texts on these pages may not be reproduced, republished or mirrored on another webpage, website or printed without prior okay. We'll find out eventually when they are. © De beelden, de foto's en de teksten mogen zonder toestemming niet worden overgenomen, of zeg maar gepikt, zonder voorafgaande toestemming. Inderdaad, we komen er bijna altijd toch achter.


Groengrijs

Hans Arend de Wit


In de etalage van de trendy kledingwinkel BlueBlood in de Cornelis Schuyt zag ik een fiets in de kleur van mijn eerste fiets, licht groengrijs, of grijsgroen, met ook zo’n recht, verchroomd stuur. Zou deze aparte kleur nu cool en hot zijn? Eigenlijk zou ik niet langer moeten denken, naar binnen gaan, en de fiets moeten kopen, schoot het door me heen, en dan terug naar het begin van mijn zelfstandig leven op wielen, dat was begonnen toen ik mijn moeder en ook m’n vader had gevraagd wanneer ik een fiets kreeg. Het antwoord was vaag geweest. Als argument zei ik dat ik de leeftijd had dat ik een fiets kreeg en dat een paar jongens in de buurt er al een hadden. Maar die jongens hebben vermoedelijk rijke ouders, had m’n vader gezegd.
Een week voordat ik elf werd begon ik er weer over, maar weer kreeg ik een ontwijkend antwoord. Terwijl ik toch nodig een fiets moest hebben, dan kon ik tenminste ergens naar toe zonder hele einden te lopen, naar het Centraal Station, waar ik naar de treinen ging kijken, naar de Overtoom, langs de motordealers, om daar te kijken naar het bulderend af en aan rijden van een Norton bij Van Pelt en van Matchlesses bij Wierda, en om te luisteren naar de gesprekken van de berijders met de monteurs. Een paar dagen voor mijn verjaardag had mijn vader gezegd dat als ik ooit een fiets zou krijgen het wel een mooie zou moeten worden, net zo als mijn moeder had gezegd toen de oogarts vond dat ik een bril nodig had, dat we een mooie zouden uitzoeken. Dat werd een doorzichtige, kunststoffen bril, het soort monturen dat nu weer in de mode is gekomen. Een mooie bril is heel belangrijk, had mijn moeder gezegd, omdat een montuur zo tekenend is voor je gezicht. Met zo’n ziekenfondsbrilletje werd je, wist ik, had ik gehoord, uitgescholden voor brillejood, en daar zag ik wel erg tegen op.
Op de ochtend van m’n verjaardag zei m’n vader onverwacht dat hij mij zou ophalen uit Franse les. Vanuit mijn school in de Hillegomstraat liep ik om vier uur naar de Derde Schinkelstraat waar in een wat oudere school dan de mijne op nummer negen Frans als extra les werd gegeven, waar ik pas veel later wat aan zou hebben; Ceci n'est pas une pipe.
Het hield me wel bezig, mijn vader had me nooit eerder afgehaald. Na het krijgen van een boek als cadeau in de ochtend had ik niet meer aan mijn verjaardag gedacht. Om zes uur stond ik bij de school voor de deur en wachtte totdat mijn vader de hoek van de Amstelveenseweg om kwam rijden, niet op zijn eigen fiets maar een kleinere. Meer een jongensfiets, maar dan een bijzondere kleur, grijsgroen, of zeg maar licht groengrijs. Het stuur was niet zo’n modern vleugelstuur, maar recht, en verchroomd, zwaar verchroomd.
Die is voor jou, zei m’n vader, voor je verjaardag.
Ik was blij, opgelucht en beduusd, zo’n woord uit die tijd. Samen liepen we naar huis. Mijn vader liep, en ik fietste op de middenweg langzaam naast hem. Op de Schinkelkade ging ik er vandoor en aan het eind reed ik weer terug. Daarna ben ik naast hem blijven lopen. Hoofddorpweg, Hoofddorpplein, in gedachten loop ik er weer.
De volgende dag gebeurde waar ik al bang voor was, de kinderen in de straat vroegen of m’n fiets in de grondverf stond, en hoe het kwam dat er zo’n ouderwets stuur op zat. Thuis durfde ik dat niet te zeggen, en ook kon ik niet vragen waarom m’n vader die kleur had uitgekozen. Hij had de fiets gekocht bij Joco in de Marnixtraat, ruim honderd meter vanaf zijn kantoor. Tussen de middag zal hij daar naar toegelopen zijn en zich daar hebben georiënteerd, en de fiets had gekocht die hij had voor zijn zoon de mooiste vond. Over de kleur en het type stuur, waar ik jaren grote moeite mee had gehad, heb ik mijn vader nooit vragen gesteld. Ik ben ook nooit naar de winkel van Joco gereden om te kijken welke de alternatieven geweest hadden kunnen zijn. Toen ik later groot was kocht ik in diezelfde winkel een racefiets, een rooie Louison Bobet, de beste die ik kon kopen. Toen ik hem aan mijn vader liet zien geglimlachte hij.
Soms kon hij in de ontwikkelingen ver vooruit lopen, en dan denk ik aan de geavanceerde boekhoudmachine die uit Zweden kwam, waarmee hij zijn tijd ver vooruit was. Die keuze, dat inzicht en dat doorzettingsvermogen om zo’n omwenteling te organiseren en daar achter te staan, dat geeft mij na ruim een halve eeuw nog steeds de zekerheid dat hij een visie had gehad die ik niet had kunnen zien, die hem deed besluiten dat de kleur van mijn fiets het modernste van het modernste was, waarmee ik vijftig, zestig jaar verder had gekund.
Nadat ik die groengrijze, of grijsgroene, BlueBlood had gezien, zag ik een soort transsportfiets van Sparta, in een bijna eendere kleur, en laatst een fiets van het merk BSP in warempel ook die kleur, bij Jan van Wijk op de Willemsparkweg. Met nota bene een vleugelstuur, de versnellingshandel in het handvat, helemaal doorgedacht en uitgewerkt tot de fiets zoals je die nu maakt, met ook die kleur! Ik mocht er even mee rijden. En ik kreeg het gevoel dat mijn vader me had ingehaald, met zijn bescheiden triomfantelijke glimlach, van zie je wel!

 

 

 



Halve eeuw later, voor m'n ouwe school, m'n liefje op haar gele Batavus,
in een overall in de kleur van m'n fiets van toen.

 

 

 


More features.


The Phlog.