Paris am Spree

Bedevaart naar Berliner Ausstelung von Henri Cartier-Bresson.

Van de beeldend kunstnaar HCB hadden we waarschijnlijk nooit iets gezien als hij niet was gaan fotograferen. Dan was hij op Maandag 2 Augustus 2004 overleden als een beeldend kunstnaar die misschien alleen maar in eigen kleine kring gewaardeerd werd, maar als fotograaf kent de hele wereld hem en stond hij in de kranten en werden lange documentaires op de tv uitgezonden. Toch vond hijzelf dat hij vooral beeldend kunstnaar was. Hij had een opleiding tot kunstschilder gevolgd, maar het liep anders, zo wonderlijk het kan lopen in een kunstenaarsleven. Henri Cartier-Bresson inspireerde veel fotografen, misschien wel bijna allen. Hij was de Bron in het begin van hun carrière, of voor het leven, hij was een illuster voorbeeld. Over straat zwerven en door de wereld trekken, zoeken naar wat je boeit in het leven, daar mooie foto's van maken, aan anderen laten zien dat je iets bijzonders hebt gezien, was dat niet het leven dat veel artistieke tieners aantrok? Observeren, fotograferen en beschouwen, velen probeerden hem na te volgen, maar dan lukt het ze niet om de discipline onder de knie te krijgen van het onzichtbaar worden voor het publiek en ook niet om het hoofd en het hart op het beslissende moment op één lijn te krijgen; dat lukte de meesten niet zo erg goed. Toch werden zij de aspirant-fotografen met HCB als grote voorbeeld en ze werden met meer of minder succes assistenten van gevestigde fotografen. En zij ontwikkelden zich verder. Vrijwel zonder uitzondering vertellen nu de meeste geslaagde fotografen dat zij aanvankelijk HCB wilden evenaren. En nu bij zijn dood stonden zij er bij stil wat er van hun ideaalbeeld is overgebleven. Daarover konden we in sommige kranten ook lezen.

Mijn eigen oorspronkelijke visioen om fotograaf te worden overviel me als jongetje tijdens het lezen van een jongensboek waarin twee jongens vanaf een duintop een auto spotten die uit zee het strand op kwam rijden. Fantastische plekken en auto's fotograferen. Een beetje camera was onbereikbaar en het deprimerende boek van Dick Boer met dramatisch belichte blokfluitspeelsters heeft het mij tegen gemaakt toen ik me er in wilde verdiepen. Later vond ik via gesprekken met Hans Buter, Ad Windig en Cas Oorthuys toch een natuurlijke weg naar mijn roeping. Het was ook voor mij een moment om stil te staan en terug te kijken.

Op mijn reis naar Berlijn, naar de grote tentoonstelling van HCB, ben ik niet alleen, maar in het virtuele gezelschap van de twee andere leden van het Hansen Fotografen Genootschap, Hans Aarsman en Hans van der Meer. Onderweg lees ik de knipsels uit het NRC, hun commentaren op zijn dood. Ik heb me voorgenomen om niet dweepziek zijn werk terug te zien, maar alert en gescherpt zijn invloed te relativeren en het belang dat hij voor de fotografie heeft gehad, en dan natuurlijk ook voor mij persoonlijk. Ik stel mij open voor de retrospecties van anderen.

Hans Aarsman: "Ik zag wat foto's op het Journaal, en die vielen me op omdat ze nogal saai ware, een beetje oubollig. Dat vind ik ook van zijn werk. Het is wel heel knap zoals hij de chaos steeds in een vorm weet te gieten, maar die vorm gaat op den duur tegenstaan. Ik vind het een heel verdienstelijk fotograaf, bijna niemand heeft zo vaak op de knop gedrukt als hij. Maar ik vind het zo braaf. Eigenlijk zie je dat nog steeds in persfoto's, dat alle ellende in de wereld geësthetiseerd wordt weergegeven. Maar Cartier-Bresson komt natuurlijk uit een andere tijd, hij heeft niet het sensationele van moderne persfotografen. Want ze noemen het welkunst, maar voor mij is hij een persfotograaf."

Hans van der Meer: "Cartier-Bresson reisde midden in de Koude Oorlog naar Rusland en kwam terug met foto's van gewone mensen, van Russen die in een winkel een jas stonden te passen. Dat was toen baanbrekend. Ik bewonder de eenvoud van de beelden die hij maakte: hij keek op een directe, simpele manier naar de wereld, van de ene mens naar de andere. Maar het ontsteeg bij hem altijd het niveau van "alle mensen zijn gelijk en goed" - de boodschap die vaak uit de foto's van zijn minder getalenteerd navolgers in de jaren zeventig sprak. Bij Cartier-Bresson ging het over de mens in het algemeen. Het is een echte fotografen-fotograaf. Onder vakgenoten werd hij altijd mateloos bewonderd en nagevolgd, maar inmiddels is men toe aan vadermoord: er doen legio verhalen de ronde over hoe onaangenaam hij in de omgang was, en het is bon ton om te zeggen dat je hem overschat vindt.Maar dat trekt wel weer bij."

Hans Arend de Wit: "Zonder iets te weten over zijn karakter en persoonlijkheid heb ik vanaf het begin dat ik via zijn boeken met hem kennis maakte oprecht en onvoorwaardelijk van het werk van HCB gehouden, dus ook wel van hemzelf. Mijn eerste serieuze kennismaking was via het grote dikke boek van uitgeverij Delpire, dat ik even voor sluitingstijd kocht bij de boekhandel La Hune op Boulevard Saint Germain. Tot heel laat heb ik in dat boek zitten en liggen kijken en mij overviel een groot allesomvattend holistisch gevoel, dat vanaf dat moment niet meer is verdwenen. Ik begrijp wel wat de andere twee Hansen vinden, dat zie ik wel, en ik knik ook instemmend bij wat ze opmerken, maar mijn gevoel voor HCB verandert er niet door, want ik denk ook aan mijn vader die uiterlijk zo op hem heeft geleken. Ik zie mijn vader levendig voor me, in de tijd na de oorlog. De wereld kenden wij uit de krant, en van foto's in de geïllustreerde tijdschriften, en van het journaal in de bioscoop. Wij haalden in die tijd ons beeld van het leven op aarde uit de Panorama en de Katholieke Illustratie en de vergeelde gebonden exemplaren van Het Leven van voor de oorlog. Life en Paris Match zagen we niet. Dit is het kader waarbinnen ik de foto's van HCB ben blijven zien. Ik vind dat het onzin is om HCB te vergelijken met de straatfotografie van Robert Frank, die eigenlijk veel vitaler en levendiger was. Bresson was vooral een Fransman, uit een gegoed bourgeois milieu, met een Cartierhorloge. Zijn schijnbaar zachtaardige kijk op het leven zal nu alleen de kijkers aanspreken die zich even kunnen verplaatsen in de ambiance van toen, in een romantiserende stemming, met een weemoedig gevoel."

Net zoals Lartigue kwam HCB met een ruim voldoende toelage uit een rijk milieu. Dat is voor een aspirant fotograaf een gedroomd andere start dan de avondkunstnijverheidsschool. En goed beschouwd heeft Lartigue met veel meer schwung de zwierende, swingende de wereld gefotografeerd waar hij door gefrappeerd werd. Door die toelage leefde hij niet onder de druk van te lage honoraria en levertijden en moeilijk te realiseren wensen van de redacties. Als ik naar de foto's van HCB kijk dan zie ik de levensgeschiedenissen van mensen die allang dood zijn, die in tijden geleefd hebben die wij van foto's kennen, en uit decors van films van Jean Renoir, en wat vager uit romans, waar jonge mensen geen weet van hebben, en die tijdschriften dus.

Ik heb toen in mijn jonge jaren in mijn Parijse hotelkamer met rooie oortjes tot ver na een redelijke bedtijd op bed liggen kijken, naar een wereld die ik niet kende. Ik voelde aan dat hij een snelle intuïtie had om een foto geraffineerd te kadreren, en ik had daar een diepe bewondering voor.

Later, in het Hospice Wallon verdiepte ik mijn waardering bij het zien van de foto's die hij maakte van de streek in het Noorden van Frankrijk, het Pas de Calais. Daar zag ik voor het eerst de prints, buiten een boek. In die tijd kocht ik, nadat ik daarvoor alleen met de Contax state of the art RTS had gewerkt, mijn eerste Leica, een M3. Een grote stap terug in techniek dacht ik aanvankelijk, maar ik was verbluft en verbijsterd door de scherpte en de mooie tekening van de lens. Daarmee deed ie het dus, tot het uiterste geconcentreerd met dat verfijnde precisie-instrument in de stilte die voorafgaat aan the decisive moment !

Met de M3 kreeg ik een ruimtelijk gevoel voor tijd en situaties. Maar hoe kon ik mijzelf onzichtbaar maken. Was die onzichtbaarheid niet een fantasietje van journalisten, en was de mythe bedacht door een flaptekstschrijver? Ik kan mezelf niet achtelozer voordoen dan mijn karakter en m'n natuurlijke uitstraling me toelaat. Waar zit trouwens dat geheim van de vermeende onzichtbaarheid in? Zou ik het kunnen leren, me eigen maken? Hij ging gekleed als mijn vader en zag er uit als een boekhouder, als een hoofdboekhouder. Hij bewoog zich wegcijferend, soepel en bescheiden, keurig, beschaafd. HCB scande met een ingebouwde zoeker de mogelijkheden voor standpunten en kadreringen zonder de camera naar z'n oog te brengen. Hoeveel beter was hij dan ik ooit zou kunnen worden?

Was hij beschaafd maar toch een voyeur of een stalker? Een kribbige, kort aangebonden, asociale man? Dat zijn vragen waar ik wel nu wel eens een reactie op zou willen horen. Hij was onverbiddelijk met zijn verbod op het croppen van zijn fotografieën. Hij schijnt onmogelijk hard te zijn geweest in zijn monomane, afgedwongen regel dat hij beslist niet gefotografeerd mocht worden, alsof de mensen in zijn openluchtstudio deze grijze figuur direct zouden herkennen als de grote betrapper.

Door de actuele ontwikkelingen die tot gevolg hebben dat er vrijwel geen goeie lithografen meer zijn, geen attente drukkers met een scherp oog voor de nuances, geen redacteuren die nog foto's kunnen beoordelen, en lay-outmensen die een foto in hun waarde kunnen verwerken, is de tentoonstelling van Cartier-Bresson een archeologisch avontuur, vergelijkbaar met een auditieve belevenis met op een schellakplaat gespeelde Caruso, eigenlijk, goed beschouwd toch. Ik ben van Cartier-Bresson blijven houden, ja, min of meer als mijn vader in de fotografie, maar het leven gaat verder.

Hoewel ik steeds meer hoor opmerken dat zwart-wit toch eigenlijk zoveel mooier en echter is dan kleur, vind ik dat voor de media steeds onzinniger worden. Zwart-wit communiceert kunstzinnigheid en klassieke romantiek en voor de ouderen onder ons is dat de archeologie van een ongenuanceerd zwart-witte levensstijl. In de sfeer van het doel van mijn Berlijnse reis had ik me vooraf voorgenomen om mijn eigen Berlijnse foto's in zwart-wit te maken, maar bij de eerste opname, van een meisje met een geestige, felrode tas zag ik dat dit onzin was en schakelde ik over op kleur. En verder op de dag kreeg ik gelijk; veel kleurige onderwerpen zouden in zwart-wit de opnamen dull en duf gemaakt hebben als ze niet op een groot formaat werden gepubliceerd. Op twee foto's na dan, gemaakt in het Joods Museum, maar dat is selbstverständlich, doch?

Zwart-wit te willen is niet meer van deze tijd, vind ik ondanks dat ik een groot liefhebber ben van een aantal zwart-wit fotografen. Om ook nog vast te houden aan het gebruik van het hele negatief, van de hele opname, is achterhaald door internet, waarvoor het wenselijk en vaak onontkoombaar, om andere uitsneden te maken en ook nog wat aan het contrast te veranderen. We kunnen er niet meer van uitgaan dat een foto alleen ingelijst gezien wordt. Behalve wanneer ze niet anders dan alleen in galeries terecht komen zijn de nuances verdwenen en ook de presentatie waarin een foto tot z'n recht komt. Maar in dat circuit is ook praktisch geen handel meer."  

De expositie in het zeer Duitse, monumentale Martin Gropius Gebouw, naast een stuk geconserveerde muur, was drukbezocht. Het was duidelijk dat HCB bij het brede publiek een plaats had gekregen als Van Gogh. In schemerdonker hingen de foto's die me zo vertrouwd en dierbaar waren, die ik alleen uit de boeken kende. Een leuke kiek van twee wufte dames en een jongetje in Arles. Wie zal overigens de tekst hebben gelezen van de verhandeling over The Decisive Moment? Of The Mind's Eye? De mannen van de poster, die over de muur naar de dichtgetimmerde huizen van Oost Berlijn staan te kijken, de springende man met z'n hak boven het spiegelende water, en vooral de bomenallee in Brie in het Pas de Calais, en bij elke foto die ik terug zie slaak ik een stil kreetje 'ah!' en de landschappen die ik me niet kon herinneren maar nu wel indruk maakten, en de picknick aan de Marne. De in Indië gemaakte foto's en die uit de Soviet Unie loop ik snel aan voorbij, omdat me hun achtergronden niets zeggen, de mensen en de landen niet. Het gaat ook bijna nooit om het beslissende moment, maar vaak wel een uitgelezen moment waarop de samenhang en het licht op een uitgekiende manier in beeld is gebracht, waarop de kijker zijn eigen gevoelens kan invullen, zijn eigen heimwee. Dan is het de sociale archeologie die in betekenis bijvoorbeeld de foto van de mensen aan de Marne overstraalt, omdat wij steeds de situatie proberen te begrijpen in een actuele context en in plaats van de verpozende het beeld zien van twee jonge tweeverdieners naast een zilveren Mercedes SLK aan de oever van de Spree.

We gaan de stad in, om te kijken of we een eigentijdse foto kunnen scoren.

http://www.switchimage.com/phlog/Phlog_0049.html


Huebsches Maedchen op weg naar Berlijn.


Ondanks het aanvankelijke plan om de reis en het verblijf
in Berlijn in zwart-wit te schieten met een M3, geheel in de sfeer
van het werk van Cartier-Bresson, schakel ik bij het zien van dit meisje
vlug over op kleur. De kleur had ik niet willen missen.


Sony Centre Potsdamer Platz.


Der junge Heinrich, unser Mann in Berlin.


De ballon bover Alexanderplatz.


Haus Huth, fameus gastronomisch pleintje.


Wachttoren achter de voormalige muur.


Links van het Martin Gropiusgebouw zit een gat in De Muur.
En er kwam zo'n typisch Beslissend Moment.


Jüdisches Museum.

Die Dauerausstellung schildert die deutsch-jüdische Geschichte
von den frühesten Zeugnissen bis in die Gegenwart.

Mit modernen, multimedialen Techniken werden spannende Einblicke
in das Leben und die Schicksale deutschsprachiger Juden geboten.
Vom frühen Mittelalter bis zur Nachkriegszeit und dem zeitgenössischen
Leben wird die gesamte Geschichte der Juden in Deutschland erzählend
dargestellt. Die Vielfalt jüdischen Lebens in Deutschland wird gezeigt
und in Erinnerung gerufen, dass jüdische Deutsche kreative Bürger
waren, die die Gesellschaft erheblich geprägt und mitgestaltet haben.




De meest indrukwekkende ruimte in het Joods Museum.


The Flight of Stairs in het Joods Museum.





Click voor een vervolg.

 

 

 

Switch back to the Phlog.